A - 24 Ruimtelijke Ordening (23) 5. 20230831 Verweerschrift anoniem bestbesl
Tekst van het document
63
Gemeente Amsterdam Ruimte en Duurzaamheid
Versie definitief Juli 2023
Verweer bestemmingsplan Museumkwartier – Valeriusbuurt 2022
Het is niet de intentie van de raad geweest om detailhandel in de tweede bouwlaag weg te bestemmen. Het bepaalde in artikel 6.3.1. had anders geredigeerd moeten worden, zodat een bijzondere bouwlaag meetelt in het aantal bouwlagen dat voor wonen gebruikt moet worden. Artikel 6.3.1. onder d had als volgt opgeschreven moeten worden: “het gebruik van de tweede bouwlaag voor detailhandel is alleen toegestaan als minimaal twee bouwlagen en/of bijzondere bouwlagen boven de detailhandelsvestiging in gebruik blijven als woning, waarbij geldt dat de minimale hoogte van een bouwlaag voor de woning 2,5 meter bedraagt gemeten over de gehele breedte en diepte van die bouwlaag.” De raad zal dit aanpassen door het nemen van een herstelbesluit. Verdiepingshoogte voor de woonverdiepingen Appellant geeft aan dat in artikel 6.3.1. sub d nog een beperking schuilt nu een kapverdieping geen bouwlaag is. Aangezien een kapverdieping niet over de gehele breedte van de woning is gelegen kan niet voldaan worden aan de eis dat een verdiepingshoogte minimaal 2,5 meter moet bedragen. Appellant stelt voor om aan de omschrijving van dit artikel toe te voegen dat het moet gaan om de minimale hoogte van een bouwlaag en/of bijzondere bouwlaag voor een woning 2,5 meter bedraagt.
Reactie verdiepingshoogte voor de woonverdiepingen De raad zal een nieuw besluit vaststelling en daarin een passende regeling vastleggen om te voorkomen dat een kapverdieping nooit als woning mee kan tellen. Beperking ondersteunende horeca Appellant meent dat het bestemmingsplan niet in lijn is met het geldende horecabeleid ten aanzien van ondersteunende horeca. Appellant is van mening dat maximaal 30 % van het verkoopvloeroppervlak van een winkel gebruikt mag worden voor ondersteunende horeca met een maximum van 30 m2 per vestiging. Met het bestemmingsplan is afgeweken van het vigerende horecabeleid wat in strijd is met artikel 4:84 Awb, aldus appellant. Appellant is van mening dat de raad niet onderbouwd heeft waarom de afwijking van het horecabeleid een bijzondere omstandigheid oplevert in het licht van artikel 4:84 Awb. Reactie beperking ondersteunende horeca De raad is het niet eens met de stelling van appellant dat zij handelt in strijd met het geldende horecabeleid. Het horecabeleid Zuid 2011 waar appellant naar verwijst gaat over mengformules waarbij sprake is van een exploitatievergunning. Dit beleid ziet op de voorwaarden waaronder een exploitatievergunning wordt verleend.
Het type horeca dat is voorzien in de regeling voor ondergeschikte horeca bij detailhandel of dienstverlening is de ondergeschikte horeca zoals vastgelegd in het Besluit exploitatievergunningvrije ondergeschikte horeca. In dit beleidsstuk, dat vastgesteld is op 19 februari 2015, is bepaald dat ondergeschikte horeca maximaal 20 % van de netto oppervlakte mag bedragen met een maximum van 20 m2. Deze regeling is overgenomen in het bestemmingsplan. Daarmee is het bestemmingsplan in lijn met het gemeentelijke beleid. Verkoopvloeroppervlakte Appellant is van mening dat het begrip verkoopvloeroppervlakte uit de regels (artikel 2.8) niet duidelijk is en daarmee zorgt voor rechtsonzekerheid. Daarnaast is appellant van mening dat het
64
Gemeente Amsterdam Ruimte en Duurzaamheid
Versie definitief Juli 2023
Verweer bestemmingsplan Museumkwartier – Valeriusbuurt 2022
begrip uit het bestemmingsplan afwijkt van het begrip uit het detailhandelsbeleid en dat er daardoor sprake is van strijd met artikel 4:84 Awb. Reactie verkoopvloeroppervlakte Het doel van het detailhandelsbeleid wordt vertaald in dit bestemmingsplan. Dit is in de toelichting van het bestemmingsplan (zie paragraaf 5.5.18) en de Nota van uitgangspunten (hoofdstuk 4) ook zo verwoord. Dat er verschil in de definities van begrippen tussen het beleid en bestemmingsplan zit doet hier niets aan af. Het bestemmingsplan heeft tot doel om de bouw en gebruiksmogelijkheden van gronden vast te leggen. Daarbij zijn begrippen die voor dit bestemmingsplan relevant zijn opgenomen in de begrippen en wijze van meten. Voor bestemmingsplannen wordt vaak met de begrippen verkoopvloeroppervlakte en bruto vloeroppervlakte gewerkt, terwijl het detailhandelsbeleid over winkelvloeroppervlakte spreekt. De enkele omstandigheid dat de begrippen uit het detailhandelsbeleid niet exact overeenkomen betekent natuurlijk niet dat het bestemmingsplan in strijd is met een goede ruimtelijke ordening.
Het begrip verkoopvloeroppervlakte is gedefinieerd in artikel 2.8 van de planregels: “Het vloeroppervlak van een winkel of een consumentgerichte dienstverlener dat voor het publiek vrij toegankelijk dan wel zichtbaar is, inclusief de ruimten die direct met de verkoop samen hangen.” Deze definitie is helder en niet onduidelijk. Ruimten die in het detailhandelsbeleid worden uitgezonderd van het begrip winkelvloeroppervlakte, zoals magazijn, sanitair en dergelijke voorzieningen vallen ook niet onder het begrip verkoopvloeroppervlakte. Niet valt in te zien waarom de gekozen definitie in strijd is met het detailhandelsbeleid. Gevelbreedte Appellant is van mening dat een maximale gevelbreedte van 15 meter te beperkend werkt. Appellant wil de mogelijkheid behouden om meer dan twee gevels samen te voegen ten behoeve van grotere detailhandelsvestigingen. Appellant verwijst in dit kader naar hun ingediende zienswijze en het antwoord van de gemeente daarop. Appellant mist een onderbouwing waarom een gevelbreedte van 15 meter wel stedenbouwkundig aanvaardbaar is, maar een bredere gevelbreedte niet meer aanvaardbaar is. Reactie gevelbreedte Het karakter van de P.C. Hooftstraat wordt gevormd door de 19e eeuwse panden met winkels in de plint en woningen op de verdiepingen.
De waarde ligt vooral in de stedenbouwkundige structuur met gesloten bouwblokken en doorgaande straatwanden met individuele panden. De karakteristiek van deze panden ontstaat door verschillende aspecten waaronder ook begrepen de proporties van de gevels. Het bepalen van een gevelbreedte gebeurt in dit geval dan ook aan de hand van gevelhoogte. Dit samenspel zorgt voor een de kenmerkende waarden die de P.C. Hooftstraat bezit. Uit de stedenbouwkundige studie (zie bijlage 4 van de toelichting van het bestemmingsplan) blijkt dat de panden overwegend 3 bouwlagen en soms 4 bouwlagen hoog zijn. Beeldbepalend hierbij is de goothoogte. De grootste goothoogte bedraagt in dit geval 16 meter. Om het karakter van de straat te behouden is het noodzakelijk dat de maximale gevelbreedte significant minder breed moet zijn dan de maximale goothoogte van 16 meter. Gelezen de breedte die de meeste panden in deze straat hebben, komt dit neer op een maximale gevelbreedte van 15 meter. Op die manier blijven de stedenbouwkundige en architectonische
65
Gemeente Amsterdam Ruimte en Duurzaamheid
Versie definitief Juli 2023
Verweer bestemmingsplan Museumkwartier – Valeriusbuurt 2022
waarden die deze straat en panden kent zo optimaal mogelijk beschermd, waarbij ook oog gehouden is voor mogelijke ontwikkelingen in de vorm van het samenvoegen van panden. Dubbelbestemming Waarde – Cultuurhistorie 2 Binnen de dubbelbestemming Waarde – Cultuurhistorie 2 heeft de raad een beschermingsregeling opgenomen voor de bestaande kapprofielen en de waardevolle karakteristiek van bestaande winkelpuien. Door middel van een binnenplanse afwijkingsbevoegdheid is het mogelijk om toch enige wijzigingen door te voeren. Appellant is echter van mening dat de inperking van de bebouwings- en sloopmogelijkheden onevenredig beperkend zijn. Appellant vindt dat de onderbouwing voor deze regeling ontbreekt en dat niet duidelijk is wat moet worden verstaan onder “het verstoren” en “de oorspronkelijk, waardevolle karakteristieke winkelpui”. Reactie dubbelbestemming waarde – cultuurhistorie 2 In hoofdstuk 7 van de toelichting behorende bij het bestemmingsplan is een zeer uitgebreide beschrijving opgenomen van de in het plangebied aanwezige cultuurhistorische waarden. Ook wordt hierin toegelicht hoe de dubbelbestemmingen zijn opgebouwd en waarom de regels op deze wijze opgesteld zijn. De raad kan zich dan ook niet vinden in de mening van appellant dat een onderbouwing voor de regeling ontbreekt.
Ten aanzien van wat moet worden verstaan onder “het verstoren” en “de oorspronkelijk, waardevolle karakteristiek winkelpui” geeft de raad aan dat dit per pand kan verschillen. Er zijn dusdanig veel unieke cultuurhistorische waarden binnen het plangebied aanwezig dat hier geen gemene deler voor opgesteld kan worden. Dat is ook de reden waarom de raad de binnenplanse afwijking heeft opgenomen. Niet valt in te zien waarom de raad hiervoor geen afwijkingsmogelijkheid heeft kunnen vaststellen. Dit wordt door appellanten ook niet onderbouwd. Overige zone – 2 Appellant constateert dat de regels die gelden ter plaatse van de aanduiding ‘overige zone – 2’ een-op-een overeenkomen met de regels uit het bestemmingsplan Grondwaterneutrale kelders. Ten tijde dat appellant het beroep heeft ingediend liep er nog een beroepszaak tegen dit bestemmingsplan. Appellant geeft aan dat een van de aanvoerde beroepsgronden tegen het bestemmingsplan grondwaterneutrale kelders ook op dit bestemmingsplan van toepassing is. Er is namelijk aangevoerd dat de regels van het plan de regeling van de Keur van het Waterschap Amstel, Gooi en Vecht doorkruist. Appellanten wijzen erop dat de bescherming van deze grondwaterbeheerbelangen op grond van de Waterwet bij het Waterschap berusten zodat het bestemmingsplan op grond van de Wro in beginsel niet het geschikte instrument is om die belangen te reguleren.
Ter vervulling van de grondwaterbeheertaak heeft niet de raad maar het waterschap regelgevende bevoegdheid. Appellant vult aan dat de negatieve effecten die het bestemmingsplan grondwaterneutrale kelders alsmede het bestreden besluit wil voorkomen, een-op-een samenvallen met het belang dat door de Keur wordt beschermd. Appellant is van mening dat de regeling in het bestemmingsplan dan ook overbodig is.
66
Gemeente Amsterdam Ruimte en Duurzaamheid
Versie definitief Juli 2023
Verweer bestemmingsplan Museumkwartier – Valeriusbuurt 2022
Reactie overige zone – 2 Op 14 december 2022 heeft uw Afdeling uitspraak gedaan over het bestemmingsplan grondwaterneutrale kelders. Zoals appellant terecht aangeeft is daarin gewezen op een mogelijke doorkruising van bestemmingsplan en Keur. Uit rechtsoverweging 5.1 van deze uitspraak (ECLI:NL:RVS:2022:3733) blijkt dat uw Afdeling heeft besloten dat de regels uit het bestemmingsplan grondwaterneutrale kelders op dit punt in stand blijven. Uw afdeling heeft geconcludeerd dat er in het kader van een goede ruimtelijke ordening regels gesteld mogen worden aan de bouw van kelders. Aangezien het in dit bestemmingsplan om dezelfde regeling gaat, nemen wij aan dat uw Afdeling hierin ook verwijst naar bovengenoemde uitspraak van 14 december 2022.
Appellant 38 Omgevingsvergunning niet volledig verwerkt Appellant is eigenaar van de (delen van) panden aan de P.C. Hooftstraat 123H, 123 1, 2, en 3 en de woning aan de P.C. Hooftstraat 125-2. Appellant geeft aan dat zijn onherroepelijke omgevingsvergunning niet juist is verwerkt in het bestreden besluit. Door het opnemen van de regel onder artikel 6.3.1. onder d is detailhandel in de tweede bouwlaag wegbestemd. Dit heeft alles te maken met het feit dat een bijzondere bouwlaag niet gezien moet worden als bouwlaag. Het betreffende pand heeft drie volwaardige bouwlagen en een kapverdieping welke valt onder de definitie van bijzondere bouwlaag. Het bestreden besluit is in strijd met het bepaalde dat verleende omgevingsvergunningen in zijn geheel verwerkt moeten worden in een nieuw bestemmingsplan. Appellant verzoekt dan ook om een aanpassing van het bestemmingsplan, zodanig dat zijn onherroepelijke omgevingsvergunning volledig in het bestemmingsplan wordt verwerkt. Reactie omgevingsvergunning niet volledig verwerkt Onbedoeld is de onherroepelijke vergunning niet juist in het bestreden besluit verwerkt. De raad is bereid mee te werken aan herstel van deze omissie. Een voorstel hiervoor is reeds gedaan bij het verweer van appellant 2.37 onder het kopje “Reactie wegbestemmen detailhandel op de tweede bouwlaag”.
Voor appellant geldt hetzelfde als het verweer van de raad onder het betreffende kopje. Verdiepingshoogte voor de woonverdiepingen Voor de inhoud van dit deel van het beroep inclusief verweer wordt verwezen naar appellant 2.37 onder het kopje “verdiepingshoogte voor de woonverdiepingen”. Beperking ondersteunende horeca Voor de inhoud van dit deel van het beroep inclusief verweer wordt verwezen naar appellant 2.37 onder het kopje “beperking ondersteunende horeca”. Verkoopvloeroppervlakte Voor de inhoud van dit deel van het beroep inclusief verweer wordt verwezen naar appellant 2.37 onder het kopje “verkoopvloeroppervlakte”.
67
Gemeente Amsterdam Ruimte en Duurzaamheid
Versie definitief Juli 2023
Verweer bestemmingsplan Museumkwartier – Valeriusbuurt 2022
Gevelbreedte Voor de inhoud van dit deel van het beroep inclusief verweer wordt verwezen naar appellant 2.37 onder het kopje “gevelbreedte”. Waarde – Cultuurhistorie 2 Voor de inhoud van dit deel van het beroep inclusief verweer wordt verwezen naar appellant 2.37 onder het kopje “Waarder – Cultuurhistorie 2”. Overige zone – 2 Voor de inhoud van dit deel van het beroep inclusief verweer wordt verwezen naar appellant 2.37 onder het kopje “overige zone – 2”. Concreet initiatief Appellant verwijst naar een vergunningaanvraag d.d. 7 december 2021. Deze vergunningaanvraag is aangehouden op grond van artikel 3.3. lid 1 sub a van de Wabo. Appellant is van mening dat het hier gaat om een concreet initiatief waar in het bestreden besluit rekening mee gehouden had moeten worden. Reactie concreet initiatief Op 7 december 2021 was er sprake van een voorbereidingsbesluit voor dit gebied. Dit voorbereidingsbesluit heeft de raad destijds genomen om ongewenste ontwikkelingen die op grond van het op dat moment vigerende bestemmingsplan nog wel mogelijk zijn, maar niet meer wenselijk zijn tegen te houden. In dit geval was hier sprake van. Vanuit afdeling vergunningen is de vergunning terecht aangehouden. De raad had naar aanleiding van de ingediende zienswijze het bouwplan moeten beoordelen en moeten afwegen of dit bouwplan meegenomen kon worden in het bestreden besluit.
Deze afweging heeft onterecht niet plaatsgevonden. Echter het vergunningtraject is na inwerkingtreding van het bestemmingsplan wel hervat. Aanvrager is diverse malen verzocht om de aanvraag uit december 2021 aan te vullen, maar heeft hier slechts ten dele geen gehoor aan gegeven. Uiteindelijk is een eerdere weigering van een omgevingsvergunning ingetrokken en een nieuwe aanvraag verleend geworden. Er is naar mening van de raad geen sprake van belangen die geschaad zijn.
Appellant 39 Vergunning en verplichting tot realisatie groen en waterbergend dak Appellant is erfpachter van het perceel De Lairessestraat 73. Appellant geeft aan dat zijn vergunning d.d. 23 oktober 2020 niet juist in het bestreden besluit is verwerkt. In deze situatie gaat het om een vergunning voor een aanbouw en dakterras. In de voorschriften bij de vergunning is niet aangegeven dat het dak groen en waterbergend uitgevoerd moet worden. Op grond van artikel 22.2.2 onder d is deze verplichting wel opgenomen. Een afwijking voor bestaande dan wel
68
Gemeente Amsterdam Ruimte en Duurzaamheid
Versie definitief Juli 2023
Verweer bestemmingsplan Museumkwartier – Valeriusbuurt 2022
vergunde situaties is niet opgenomen in de regels. Appellant verzoekt dan ook om aanpassing van het bestemmingsplan ten behoeve van het mogen realiseren en behouden van de vergunde situatie, dus een aanbouw en dakterras zonder de verplichting het dak groen en waterbergend uit te voeren. Reactie vergunning en verplichting tot realisatie groen en waterbergend dak Appellant merkt terecht op dat zijn vergunning niet juist is verwerkt in het bestemmingsplan. De bepaling onder artikel 22.2.2. sub g had als volgt moeten luiden: “indien de bestaande situatie niet voldoet aan de regels onder sub a tot en met d, dan mag de bestaande situatie gehandhaafd worden”. Daarmee was het dak van appellant niet onder het overgangsrecht geplaatst en was er recht gedaan aan de onherroepelijke omgevingsvergunning van appellant. De raad zal hiertoe een nieuw besluit vaststellen. Wegbestemmen deel oorspronkelijke hoofdgebouw Appellant is het niet eens met de beantwoording uit de Nota van beantwoording zienswijzen voor zover dit betrekking heeft op een aanbouw die in de nieuwe bestemmingssystematiek binnen de tuinbestemming is komen te liggen. Appellant meent dat dit niet kan omdat de aanbouw reeds in de oprichtingstekeningen is opgenomen. Reactie wegbestemmen deel oorspronkelijke hoofdgebouw Dit betreft een herhaling van hetgeen appellant in zijn zienswijze naar voren heeft gebracht.
De raad is in de Nota van beantwoording zienswijzen ingegaan op de zienswijze van appellant. Appellant onderbouwt niet waarom de beantwoording van de zienswijze onjuist is. Alleen al om die reden kan deze beroepsgrond niet slagen. Overige zone – 2 Voor de inhoud van dit deel van het beroep inclusief verweer wordt verwezen naar appellant 2.37 onder het kopje “overige zone – 2”.
Appellant 40 Appellant is eigenaar van de panden aan de P.C. Hooftstraat 66(A/B/C)-68, 94(A/B)-96(1/2) en 98. Wegbestemmen detailhandel op de tweede bouwlaag Voor de inhoud van dit deel van het beroep inclusief verweer wordt verwezen naar appellant 2.37 onder het kopje “wegbestemmen detailhandel op de tweede bouwlaag”. Verdiepingshoogte voor de woonverdiepingen Voor de inhoud van dit deel van het beroep inclusief verweer wordt verwezen naar appellant 2.37 onder het kopje “verdiepingshoogte voor de woonverdiepingen”. Wegbestemmen kantoor
69
Gemeente Amsterdam Ruimte en Duurzaamheid
Versie definitief Juli 2023
Verweer bestemmingsplan Museumkwartier – Valeriusbuurt 2022
Appellant is van mening dat de raad in de beantwoording van de zienswijze niet is ingegaan op het wegbestemmen van de functie kantoor en herhaalt haar zienswijze om die reden in het beroep. Reactie wegbestemmen kantoor Anders dan appellant beweert is de raad wel ingegaan op het wegbestemmen van nietwoonfuncties. In de nota van beantwoording zienswijzen, pagina 121 staat het volgende citaat: “Zoals in de toelichting van het bestemmingsplan uitgebreid beschreven gelden voor het nieuwe bestemmingsplan gebiedsspecifieke uitgangspunten. Er wordt daarbij onderscheid gemaakt tussen vier deelgebieden. Deze vier deelgebieden zijn elk in min of meerdere mate voor hun voorzieningen georiënteerd op een bepaald voorzieningencluster. De P.C. Hoofstraat is onderdeel van het kernwinkelgebied van Amsterdam. De maatwerkbestemming uit het huidige bestemmingsplan voor het deel tussen de Van Baerlestraat en de Hobbemastraat wordt gehandhaafd. In alle panden wordt detailhandel toegestaan op de begane grond én de eerste verdieping, mits daarboven nog tenminste twee woonlagen aanwezig zijn. Wonen wordt toegestaan op de verdiepingen. Alleen bestaande andere niet-woonfuncties worden positief bestemd.” Hiermee heeft de raad onderbouwd waarom niet aanwezige kantoren niet wenselijk zijn in de P.C. Hooftstraat.
Verder wijst de raad erop dat dit een herhaling betreft van hetgeen appellant in zijn zienswijze naar voren heeft gebracht. De raad is in de Nota van beantwoording zienswijzen ingegaan op de zienswijze van appellant. Appellant onderbouwt niet waarom de beantwoording van de zienswijze onjuist is. Ook om die reden kan deze beroepsgrond niet slagen. Beperking ondersteunende horeca Voor de inhoud van dit deel van het beroep inclusief verweer wordt verwezen naar appellant 2.37 onder het kopje “beperking ondersteunende horeca”. Verkoopvloeroppervlakte Voor de inhoud van dit deel van het beroep inclusief verweer wordt verwezen naar appellant 2.37 onder het kopje “verkoopvloeroppervlakte”. Gevelbreedte Voor de inhoud van dit deel van het beroep inclusief verweer wordt verwezen naar appellant 2.37 onder het kopje “gevelbreedte”. Overige zone – 2 Voor de inhoud van dit deel van het beroep inclusief verweer wordt verwezen naar appellant 2.37 onder het kopje “overige zone – 2”.
Appellant 41 Het verweer op dit beroep is nog niet toegevoegd aan dit rapport. De gemeente is in overleg met deze appellant over de mogelijkheden voor herontwikkeling van het betreffende perceel. Deze gesprekken bevinden zich in een vergevorderd stadium. Mocht blijken dat de gesprekken niet tot de gewenste conclusie voor partijen leidt, dan zal alsnog verweer tegen die beroep worden
70
Gemeente Amsterdam Ruimte en Duurzaamheid
Versie definitief Juli 2023
Verweer bestemmingsplan Museumkwartier – Valeriusbuurt 2022
ingediend. Het ligt echter in de lijn der verwachting dat gemeente en appellant hier minnelijk uit gaan komen.
71