A - 24 Economische Zaken (24) 3.2 Marktvisie Amsterdam 2018-2026
Tekst van het document
MARKTVISIE 2018 – 2026
GEMEENTE AMSTERDAM
Inhoudsopgave
Hoofdstuk 1 Inleiding ............................................................................................... 2 1.1 Amsterdamse markten .......................................................................................................2 1.2 Gemeentelijke ambitie........................................................................................................2 1.3 Opbouw Marktvisie ............................................................................................................. 3 Hoofdstuk 2 Markten onder druk ............................................................................... 4 2.1 Typering markten ...............................................................................................................4 2.2 Omvang markten................................................................................................................4 2.3 Problematiek Amsterdamse markten ................................................................................ 6 a Kwantitatieve terugloop (leegstand) ............................................................................... 6 b Kwalitatieve mismatch (weinig variatie) ......................................................................... 10 c Ondernemerschap en organisatie ...................................................................................
12 2.4 Conclusies over het functioneren van Amsterdamse markten .......................................... 13 Hoofdstuk 3 Achtergrond teruggang markten .......................................................... 14 3.1 De opkomst van supermarkten en discounters.................................................................. 14 3.2 Ontwikkeling van consumentengedrag ............................................................................ 14 a Consumenten willen altijd, overal kopen – en doen dat ook ........................................... 14 b De bevolking verandert - van samenstelling en van koopgedrag .................................... 15 c Duurzamer en gezonder consumeren ............................................................................. 15 d Branchevervaging en superspecialisatie ......................................................................... 15 e Nieuwe technologie........................................................................................................ 16 3.3 Conclusie........................................................................................................................... 16 Hoofdstuk 4 Rol en visie gemeente Amsterdam ........................................................ 17 4.1 Achtergrond......................................................................................................................
17 4.2 Actievere rol gemeente vanaf 2018................................................................................... 17 4.3 Het gewenste marktstelsel ............................................................................................... 17 a Beleidsopgave voor markten in centraal gelegen gebieden ............................................ 18 b Beleidsopgave voor markten in minder centraal gelegen gebieden ................................ 19 c Bijzondere markten ........................................................................................................20 4.4 Instrumenten voor verbetering .........................................................................................20 a Kwantitatieve maatregelen ............................................................................................ 21 b Kwalitatieve maatregelen .............................................................................................. 21 c Ondernemerschap en organisatie ...................................................................................22 Samenvatting:......................................................................................................... 23 Begrippenlijst: ......................................................................................................... 25
[1]
Hoofdstuk 1
Inleiding
De aftrap voor de Marktvisie is gegeven in het voorjaar van 2017 tijdens een interactieve bijeenkomst met marktondernemers over het onderwerp ‘volle en aantrekkelijke markten’ in Amsterdam. Daarna zijn de portefeuillehouders van de bestuurscommissies geraadpleegd. Bij het opstellen van de visie is in alle fases van het proces nauw samengewerkt met het Marktbureau en de Centrale Vereniging voor Ambulante Handel (CVAH). De analyses van het functioneren van de markten zijn tot stand gekomen in nauw overleg met OIS en het Marktbureau.
1.1 Amsterdamse markten Amsterdam kent een zeer hoge marktdichtheid. In de stad staan meer markten en kramen dan in Rotterdam, Den Haag, Utrecht en Eindhoven bij elkaar. Sommige markten, zoals de Albert Cuypmarkt en Waterlooplein hebben niet alleen een nationale, maar ook een internationale bekendheid. Daarmee is Amsterdam met stip dé marktstad van Nederland. Markten maken van oudsher onlosmakelijk onderdeel uit van Amsterdam en zijn van grote economische, sociale en culturele waarde voor de stad. Goed functionerende markten bieden ondernemers een inkomen en inwoners een rijk en gevarieerd aanbod van food en non-food producten. Markten leveren een substantiële bijdrage aan de Amsterdamse werkgelegenheid: de markten zijn goed voor minimaal 900 voltijds banen, exclusief personeel.1 Indien we ervan uit gaan dat de helft van de ondernemers één of twee personeelsleden heeft, dan zijn de markten naar schatting goed v00r 1.500 voltijds banen. Daarnaast is de markt laagdrempelig voor mensen die een eigen bedrijf willen starten en zien we dat jaarlijks een groot aantal aspirant marktondernemers zich aanmeldt om op een markt te mogen staan.2 Markten bieden consumenten een alternatief voor het doen van boodschappen bij supermarkten, winkelketens, speciaalzaken of webwinkels.
Markten bieden daarnaast een unieke ontmoetingsplek waar de grote diversiteit aan Amsterdammers elkaar kan ontmoeten. De markten zorgen voor reuring en belevenis in de openbare ruimte en verhogen daarmee de aantrekkelijkheid van de stad. Tot slot draagt de unieke verscheidenheid van de markten, van specialistische themamarkten tot grote algemene warenmarkten, bij aan het typische karakter van Amsterdam, waarbij een groot gedeelte van het openbare leven zich buiten afspeelt. Door verschillende maatschappelijke ontwikkelingen zijn de markten de laatste jaren echter onder druk komen te staan. Bij meer dan de helft van de markten is de bezettingsgraad onder de 85% gedaald en bij sommige zelfs tot onder de 50%. Bij veel marktondernemers staat het water tot aan de lippen en is de verdiencapaciteit (te) laag. Er is zowel aan de vraagzijde als aan de aanbodzijde sprake van vergrijzing en de beperkte instroom en snelle uitstroom van jonge ondernemers baart zorgen. Tot slot loopt de productvariatie op de onderbezette markten terug met als gevolg een nog verder afnemend bezoekersaantal. Kortom: een neerwaartse spiraal is volop aan de gang.
1.2 Gemeentelijke ambitie Het is de gemeente Amsterdam er veel aan gelegen het voortbestaan en het succes van de markten te waarborgen en stimuleren. Om dit te realiseren wordt in deze notitie een beleidsvisie gepresenteerd op de Amsterdamse markten. Met deze beleidsvisie wordt de basis gelegd voor een 1
Bron: Marktbureau, gemeente Amsterdam (cijfers 2017) In 2016 ging het om 292 personen, waarvan er in 2017 nog 162 actief waren. Deze uitval is onder andere te verklaren doordat sollicitanten die niet voldoen aan de 4x per jaar-regeling automatisch worden uitgeschreven. 2
[2]
stedelijke aanpak die gericht is op het stimuleren van ondernemerschap en innovatie die er toe bijdraagt dat Amsterdammers kunnen blijven beschikken over een compleet, gevarieerd en toekomstbestendig aanbod van markten. Aangezien markten een belangrijk onderdeel vormen van de stedelijke detailhandelsstructuur, sluit deze Marktvisie nauw aan op de stedelijke detailhandelsvisie.3
1.3 Opbouw Marktvisie Het vervolg van deze notitie is als volgt opgebouwd: In hoofdstuk 2 wordt een nadere toelichting gegeven op de verschillende Amsterdamse markten en hun huidige functioneren. Het functioneren van de markten wordt beschreven en geclusterd in drie categorieën: kwantitatieve terugloop, kwalitatieve mismatch en onvoldoende ondernemerschap en organisatie. Hoofdstuk 3 gaat in op de achterliggende oorzaken van de problematische situatie op markten in het algemeen en op de Amsterdamse markten in het bijzonder. Hierbij is aandacht voor de opkomst van supermarkten en discounters en veranderingen in het gedrag van consumenten. In hoofdstuk 4 wordt vervolgens beschreven welke rol de gemeente Amsterdam in het verleden heeft gespeeld, welke rol zij wil gaan spelen vanaf 2018 en wat zij hierbij van de marktondernemers verwacht. De hoofdlijnen van de toekomstige Amsterdamse aanpak van de markten wordt geschetst. Hoofdstuk 5 beschrijft ten slotte welke vervolgstappen de gemeente Amsterdam gaat zetten om te komen tot een concrete aanpak voor het herstel en behoud van de Amsterdamse markten.
3
Gemeente Amsterdam (2017) Detailhandelsbeleid Amsterdam 2018 - 2022: sterke winkelgebieden in een groeiende stad. Naast de detailhandelsvisie worden aansluitend een beleidsvisie markten en een beleidskader voor verkooppunten in de openbare ruimte (buiten de markten) opgesteld.
[3]
Hoofdstuk 2
Markten onder druk
2.1 Typering markten Dé Amsterdamse markt bestaat niet. De verschijningsvormen van de diverse markten lopen sterk uiteen. We kunnen de Amsterdamse markten onderscheiden op een aantal dimensies: Frequentie: markten die minimaal eenmaal per week worden gehouden (dag- en weekmarkten) en markten die minder frequent worden gehouden (periodieke en incidentele markten), zoals de stoffenmarkt in Nieuw-West en de Kunstmarkt op het Museumplein. Het aantal periodieke en incidentele markten wisselt en bedraagt enkele tientallen marktdagen per jaar. Aanbod: naast algemene warenmarkten, waar een breed scala aan producten wordt verhandeld, kent Amsterdam non-food themamarkten, zoals de markt op het Waterlooplein en diverse foodmarkten. Organisatie: bij het merendeel van de markten is de gemeente verantwoordelijk voor het beheer en de exploitatie. Naast deze gemeentelijke markten zijn er ook particuliere markten die in de openbare ruimte plaatsvinden, waarbij deze taken worden uitgevoerd door een externe partij (zie onderstaand kader). Deze worden ‘markten op afstand’ genoemd. In de IJ-hallen wordt een overdekte markt gehouden en er zijn diverse braderieën die georganiseerd worden door een externe organisator met een evenementenvergunning. De marktvisie is in principe ook van toepassing op dergelijke markten en activiteiten.
Gemeentelijke markten versus markten op afstand Bij een gemeentelijke markt wordt het beheer en de organisatie van de markt door de gemeente uitgevoerd. Als een marktondernemer op een gemeentelijke markt wenst te staan moet hij zich laten inschrijven in het marktregister. Om op de gemeentelijke markt te kunnen staan is de ondernemer marktgeld verschuldigd; de hoogte hiervan wordt door de gemeenteraad vastgesteld. Een markt op afstand wordt georganiseerd en beheerd door een natuurlijk persoon of een andere rechtspersoon dan de gemeente. De gemeente verstrekt hiertoe een vergunning. De vergunninghouder bepaalt vervolgens welke marktondernemers op de markt mogen staan. Dit type markt is bij uitstek geschikt voor kleine markten en om nieuwe ontwikkelingen met betrekking tot de markthandel vorm te geven. Het leent zich ook goed voor het organiseren van activiteiten rond een bepaald thema, zoals een biologische markt. Bij een markt op afstand bepaalt de organisatie de hoogte van het marktgeld en betaalt deze zelf een vergoeding aan de gemeente voor het gebruik van het marktterrein.
2.2 Omvang markten Er zijn in Amsterdam ongeveer 9.100 marktplaatsen per week beschikbaar voor de dag- en weekmarkten; in totaal gaat het om 76 marktdagen per week. Elke week worden er 7 markten op afstand georganiseerd met in totaal 172 marktplaatsen. Dat is 1,9% van het totaal aantal marktplaatsen. In onderstaande tabel een kwantitatief overzicht van de Amsterdamse markten.4 De Amsterdamse markten vinden verspreid over de week plaats met een piek op zaterdag.5
4
Bron: Marktbureau, gemeente Amsterdam (cijfers 2017). Waterloopleinmarkt is als een algemene warenmarkt meegeteld?. 5 Bron: Marktbureau, gemeente Amsterdam (cijfers 2017).
[4]
Soort markt Dagmarkten (markt van minimaal 4x per week) Weekmarkten (markt van ten hoogste 3x per week) Marktondernemers
Aantal 10
2.750
9 algemene warenmarkten, 10 foodmarkten en 5 themamarkten (incl. markten op afstand) ingeschreven in marktregister
Marktondernemers
1.900
actieve marktondernemers in 2017 (excl. markten op afstand)
24
Marktplaatsen per week Tabel 1
ca. 9.100
Bijzonderheden 9 algemene warenmarkten en 1 themamarkt (Waterlooplein)
6
4 en 3 meter plaatsen
Kwantitatief overzicht Amsterdamse markten (exclusief periodieke markten)
In de onderstaande tabel is het totaaloverzicht van alle dag- en weekmarkten opgenomen. Het gaat hier om markten die minimaal 1 dag per week staan. De markten zijn gerubriceerd in algemene warenmarken, foodmarkten en (non-food) themamarkten. Soort dag/weekmarkt Algemene warenmarkt
Ma 7
Di 9
Foodmarkt
Wo 10
Do 8
3
Vr 9
Za 12
1
6
Zo
Totaal 55 10
Themamarkt non-food
4
1
1
1
2
1
1
11
Aantal marktdagen
11
10
14
9
12
19
1
76
Tabel 2
Aantal marktdagen per week (inclusief markten op afstand, exclusief periodieke markten)
6
Marktondernemers met één of meerdere ‘actieve’ marktlijstnummers ( vaste marktplaatshouder en/of sollicitant).
[5]
Tabel 3
Overzicht markten
Figuur 1 Geografische spreiding Amsterdamse markten
2.3 Problematiek Amsterdamse markten De Amsterdamse markten staan er gemiddeld genomen niet goed voor. De problemen waar de markten mee kampen kunnen worden onderscheiden in drie categorieën: 1. Kwantitatieve terugloop: leegstand van marktkramen en afnemende bezoekersaantallen. 2. Kwalitatieve mismatch: beperkte productvariatie en onvrede over het productaanbod. 3. Onvoldoende ondernemerschap en organisatie: gebrek aan innovatie en collectieve actie.
a. Kwantitatieve terugloop (leegstand) Er zijn in Amsterdam wekelijks ongeveer 9.100 marktplaatsen beschikbaar. Deze worden niet allemaal gevuld. Een bepaalde mate van (tijdelijke) leegstand is noodzakelijk om markten goed te laten functioneren: het biedt ruimte voor de toetreding van nieuwe aanbieders en het inspelen op nieuwe ontwikkelingen en trends. Voor de warenmarkten wordt uitgegaan van een gezonde frictieleegstand als deze minder bedraagt dan 15%. De reden hiervoor is dat er voor sollicitanten voldoende marktplaatsen beschikbaar moeten zijn om op de markt te kunnen staan. Als de [6]
gemiddelde leegstand gedurende een jaar hoger is dan 15%, kan gesteld worden dat er sprake is van een niet goed functionerende markt. Onderstaande tabel toont de leegstandspercentages op de gemeentelijke markten in de periode van juli 2014 tot juli 2017.7 Het betreft de leegstandscijfers op jaarbasis. In 2016 – 2017 bedroeg de gemiddelde leegstand van alle markten in Amsterdam 25%.8 In de tabellen is per markt aangegeven of de leegstandscijfers reden zijn voor zorg of niet: Groen: 0% – 15% -> valt binnen frictieleegstand Oranje: 15% – 30% -> leegstand is te hoog en maatregelen zijn nodig Rood: > 30% -> leegstand is alarmerend hoog en snel ingrijpen is noodzakelijk
Tabel 4
Leegstand gemeentelijke markten
Op basis van bovenstaande gegevens kan worden vastgesteld dat: De algemene warenmarkten meer leegstand kennen dan de thema- en foodmarkten (27,4% versus 23,9%). De bezettingsgraden van de algemene warenmarkten in Centrum, Zuid en Oost gemiddeld 12% hoger liggen dan elders in de stad. Bij nagenoeg alle algemene warenmarkten in Centrum, Zuid en Oost verbetering gewenst is. Uitzonderingen zijn de markten in de Jordaan (Westerstraat, Lindengracht, Noordermarkt). De Jordaan was de eerste buurt in Amsterdam waar de sociale, culturele en economische opwaardering op gang kwam en dit gaf deze markten een extra impuls.
7
Marktbureau, gemeente Amsterdam (cijfers 2017). Leegstand op de markt kan fluctueren per seizoen en verschilt per markt. De Waterloopleinmarkt kent bijvoorbeeld grondplaatsen bij de kraamplaatsen en plaatsen met een box. Vooral de eerste categorie is weersgevoelig. 8
[7]
In Nieuw-West, West, Noord en Zuidoost de algemene warenmarkten het niet goed doen, uitgezonderd Reigersbos en Tussen Meer.9 De thema- en foodmarkten in Centrum, Zuid en Oost goed bezet zijn, met uitzondering van de markt op het Waterlooplein en de plantenmarkt op het Amstelveld.
Uit analyse blijkt dat er grote overeenkomsten bestaan in het functioneren van markten en het karakter van de gebieden waar deze markten zich bevinden. In de gebieden binnen de ring en ten zuiden van het IJ is de dichtheid van markten groter, maar desondanks is de leegstand op de markten in het algemeen kleiner dan daarbuiten. Hiervoor is een aantal verklaringen te geven. De stedenbouwkundige structuur verschilt en daarmee ook de structuur van de winkelgebieden en de markten. Het lijkt er op dat vooral buiten de ring en ten noorden van het IJ de markten veel concurrentie ondervinden van de winkels, vooral in het goedkope segment. Verder is de bevolkingsdichtheid binnen de ring en ten zuiden van het IJ veel groter dan daarbuiten, waardoor markten meer klanten kunnen trekken. Doordat ze centraler in de stad zijn gelegen zijn ze ook voor meer mensen buiten hun vestigingsgebied bereikbaar. Tot slot is de bevolkingssamenstelling in de meeste gebieden buiten de ring en ten noorden van het IJ anders dan daarbinnen. Dit heeft gevolgen voor het soort markten dat aan de wensen van de consumenten kan voldoen, al is het goed te beseffen dat dit ook aan verandering onderhevig is door de snelle groei van de stad. Dit beeld zien we in grote lijnen terug als gekeken wordt naar de bezettingsgraden van de dagelijkse algemene warenmarkten op de verschillende dagen van de week.
Voor alle markten geldt dat zaterdag gemiddeld de hoogste bezetting kent. Maandag geeft een totaal ander beeld. Zo heeft de Ten Katemarkt zaterdag een redelijke bezetting van 71%, maar op maandag daalt dit naar 45%.10
Figuur 2 Bezettingsgraden per weekdag van de centraal gelegen dagmarkten 2016
De markten op het Buikslotermeerplein en Bos en Lommerplein staan de eerste helft van de week voor meer dan de helft leeg. Alle zaterdagmarkten laten daarentegen bezettingsgraden zien van 70% en meer. Een andere indicatie van de slechte situatie is dat vaste plaatshouders op diverse dagmarkten het verzoek hebben gedaan om ontheven te mogen worden van de verplichting om 9
De stijging van de leegstand op de markt Tussen Meer is het gevolg van een tijdelijke verplaatsing van de markt in verband met werkzaamheden. Dit heeft geleid tot verminderde bezoekersaantallen en toegenomen leegstand. 10 Bij markten waarvan de bezettingsgraad relatief hoog is betekent dit niet automatisch dat marktondernemers ook hogere inkomsten hebben. Het is wel een belangrijke voorwaarde, maar geen garantie.
[8]
tenminste drie dagen per week op de markt te staan. Kennelijk is het voor deze marktondernemers niet meer rendabel om aan hun verplichting te voldoen.11
Figuur 3 Bezettingsgraden per weekdag van minder centraal gelegen dagmarkten (2016)
De grote leegstand op veel markten hangt samen met de constatering in diverse gemeentelijke onderzoeken dat er sprake is van een afname van het aantal marktbezoekers en de bezoekfrequentie.
Figuur 4 Percentage consumenten dat vaak of soms naar de markt gaat per buurtcombinatie 11
Bron: Marktbureau, gemeente Amsterdam (2016) Cijfers Makkelijke Markt 2016, leegstand in strekkende meters kraam
[9]
Waar in het verleden nagenoeg iedere Amsterdammer boodschappen deed op de markt, gaf in 2016 een kwart van de respondenten van het Consumentenonderzoek 2016 aan er zelden of nooit te komen. Vooral jongeren en tweeverdieners komen nog maar zelden op de markt. In figuur 4 zijn de gegevens ten aanzien van het marktbezoek voor elk van de 22 gebieden weergegeven. Uit marktonderzoek dat Onderzoek, Informatie en Statistiek (OIS) in 2017 heeft verricht blijkt tevens dat de bezoekfrequentie te wensen over laat12: Voor de markten geldt een gemiddelde bezoekfrequentie van éénmaal per week (inclusief de dagmarkten). De bezoekfrequentie is per saldo licht dalend. Hoewel alle dagmarkten een vaste kern marktbezoekers hebben die meerdere malen per week de markt bezoekt, lopen deze percentages sterk uiteen van 53% op de Nieuwmarkt tot 10% op het Buikslotermeerplein. Het aandeel bezoekers dat minder dan een keer per maand of zelden komt is het hoogst bij de markt op Kraaiennest (52%) (alleen op dinsdag), gevolgd door de stoffenmarkt op maandagochtend op de Westerstraat (44%). Van de grote dagmarkten is het aandeel bezoekers dat zelden of minder dan één keer per maand komt het hoogst bij de Dappermarkt (31%). Bij de Albert Cuypmarkt is dat 25% en bij de Ten Katemarkt is dat 19%.
Gemiddeld bezoekt de helft van de passanten (bezoekers van het winkelgebied in de omgeving) de markt zelden of nooit. Maar de verschillen per markt zijn groot. Markt Lambertus Zijlplein scoort hierop 60% en de Markt Ganzenhoef 6%.
b. Kwalitatieve mismatch (weinig variatie) Net zoals dé Amsterdamse markt niet bestaat, bestaat ook dé consument niet. De wensen van consumenten verschillen sterk per buurt. Variatie in het productaanbod is een belangrijke factor in het functioneren van markten. Bij algemene warenmarkten gaat het dan vooral om de variatie van het assortiment en bij themamarkten om de specialisatie van het assortiment. Cruciaal is dat de samenstelling en kwaliteit van het marktaanbod in afstemming zijn met de wensen van consumenten. In sommige buurten is het van belang om meer exclusieve producten van een hoge kwaliteit aan te bieden, terwijl op andere plaatsen prijs een belangrijke(re) factor is. Ook blijkt dat variatie (in het eetbare productaanbod) van grote invloed is op de waardering van de betreffende markt. Hoe meer variatie, hoe leuker men de markt vindt. Amsterdamse markten slagen er in verschillende mate in om in te spelen op de vraag van consumenten. Op markten als de Lindengracht, Noordermarkt en Nieuwmarkt is verreweg het grootste gedeelte van de marktbezoekers daarover tevreden. Maar er zijn ook markten als Plein 40-45 en het Buikslotermeerplein waar ongeveer de helft van de bezoekers het aanbod onvoldoende of zelfs slecht vindt.13
12
Bron: Onderzoek, Informatie en Statistiek, gemeente Amsterdam (2017), Monitor markten Amsterdam Geraadpleegd via: https://www.ois.amsterdam.nl/assets/pdfs/2017_monitor%20markten.pdf 13 Bron: Onderzoek, Informatie en Statistiek, gemeente Amsterdam (2017), Monitor markten Amsterdam .Bij de antwoorden hebben respondenten waarschijnlijk de zaterdagse biologische markten op Noordermarkt en Nieuwmarkt voor ogen gehad, gelet op de trends in de antwoorden.
[10]
Onderzoek naar de staat van de Amsterdamse markten Er zijn verschillende onderzoeken verricht naar het functioneren van markten in Amsterdam. In 2015 en 2016 is door I&O Research onderzoek gedaan naar het functioneren van de markten Bos en Lommerplein, Tussen Meer en Plein 40 – 45. Door OIS is aanvullend onderzoek gedaan in 2016 en 2017. Ten eerste is in 2016 met behulp van een consumentenenquête bepaald in hoeverre bewoners markten bezoeken. De belangrijkste vragen waren of men wel eens naar de markt gaat, zo ja welke en hoeveel men daar uitgeeft. Daarnaast heeft OIS in 2017 onderzoek gedaan onder bezoekers en ondernemers op 14 15 markten en onder passanten in omliggende winkelgebieden. De belangrijkste vragen in deze enquête betroffen hoe vaak men naar de markt gaat en naar welke, wat de belangrijkste redenen zijn om de markt wel of juist niet te bezoeken en hoe men de markt beoordeelt. Aan de ondernemers zijn vragen gesteld over imago, samenwerking en mogelijke verbeterpunten. De resultaten van dit 15 onderzoek en die van I&O Research zijn verwerkt in de Monitor Markten 2017 . Een aantal interessante uitkomsten uit bovenstaande onderzoeken: De leeftijd van de gemiddelde marktbezoeker verschilt per markt en ligt relatief hoog. Op de markt Westerstraat ligt de leeftijd van de marktbezoeker op 60 jaar en op de Ten Katemarkt op 46 jaar.
Het percentage jongeren onder 35 jaar is erg laag. De markten die bij jongeren het beste scoren zijn de Ten Katemarkt en de markt Anton de Komplein. Amsterdammers bezoeken de markt die in hun eigen buurt ligt om daar groente, vis of andere goederen voor dagelijks gebruik te kopen. Gemiddeld besteden bezoekers op de markt zo’n 21 euro per bezoek. De bezoekers geven daarnaast aan slechts 6% van hun budget aan boodschappen op de markt te besteden tegen 73% in de supermarkt en 15% in andere winkels.
Plein 40-45 Buikslotermeerplein Tussen Meer Kraaiennest goed
Bos en lommerplein Lambertus Zijlplein
voldoende
Pekmarkt neutraal
Anton de Komplein Ten Katemarkt
weet niet
Nieuwmarkt Reigersbos
onvoldoende Dappermarkt Ganzenhoef
slecht
Westerstraat Waterlooplein Albert Cuypmarkt Noordermarkt %
Lindengracht 0
20
40
60
80
100
Figuur 5 Waardering productaanbod Amsterdamse markten 2017
14
Aanvullend onderzoek voor de Monitor markten Amsterdam is in het voorjaar 2017 door OIS gehouden. In de Monitor zijn meerdere onderzoeksgegevens verwerkt. Hierdoor zijn de resultaten van de Monitor niet seizoensgebonden. De eerstvolgende Monitor vindt plaats medio 2019. 15 Bron: Onderzoek, Informatie en Statistiek, gemeente Amsterdam (2017), Monitor markten Amsterdam
[11]
c. Ondernemerschap en organisatie Voor een goed functionerende markt is ondernemerschap van groot belang. Een goede marktondernemer houdt rekening met de veranderende consument, speelt in op nieuwe technologieën, innoveert, verduurzaamt, denkt aan kostenbeheersing, doet aan marketing en branding. Kortom, hij optimaliseert voortdurend zijn marktbedrijf. De praktijk laat zien dat een deel van de marktondernemers hierin nog stappen kan en moet zetten. Naast dalende bezoekersaantallen en lage tevredenheid van bezoekers over het marktaanbod is deze negatieve trend ook zichtbaar in het gemiddelde inkomen van de marktondernemers. Uit onderzoek van Panteia/EIM blijkt dat dit gemiddeld €14.050,- op jaarbasis bedroeg tegen een gemiddeld jaarsalaris van €29.5000,- voor politieagenten en €18.000,voor loodgieters.16 Met name marktondernemers in de non-food sector (zoals kleding en schoenen) is het gemiddelde inkomen laag. Als we naar de landelijke cijfers kijken zien we dat het aantal marktondernemers de afgelopen 10 jaar met ongeveer 50% is teruggelopen van ruim twintigduizend naar ruim tienduizend.17 Ook in Amsterdam daalt het aantal actieve marktondernemers en is er sprake van geringe instroom van nieuwe marktondernemers. Mede daardoor is er sprake van vergrijzing.18 Figuur 6 Markten Amsterdam in cijfers / Bron: OIS (2016) en Panteia/EIM (2012-2015)
Het gebrek aan productontwikkeling en innovatie wordt versterkt door het huidige systeem van marktrechten op basis van anciënniteit. Als er op een gemeentelijke markt een marktplaats vrij komt, wordt deze ingevuld door de marktondernemer met de oudste rechten en dat is niet altijd de ondernemer met het aanbod waar de consument behoefte aan heeft. Ook andere regels in het huidige marktstelsel beperken het innovatief karakter en de flexibiliteit van de markten, zoals de
16
Bron: Panteia/EIM, Samen naar betere markten in West 2012 – 2015. Interview Henk Achterhuis, voorzitter Centrale Vereniging voor de Ambulante Handel, nu.nl, 22 maart 2017. 18 De gemiddelde leeftijd van de (actieve) marktondernemers die zich vóór 2016 in het Marktregister hebben ingeschreven bedraagt 51,9 jaar. Bron: Marktbureau. 17
[12]
verplichting voor vaste plaatshouders om minimaal 3 dagen per week aanwezig te zijn op dagmarkten en de vaste indeling van markten. De organisatiegraad van de markten is vaak beperkt en er is veelal sprake van ‘individueel ondernemerschap’. Of de markt nu door ondernemers of door de gemeente wordt georganiseerd, voor alle markten geldt dat ze beter functioneren als er vanuit een gevoel van gedeelde verantwoording en gemeenschappelijk belang door marktondernemers wordt samengewerkt aan het creëren van een helder marktprofiel, het organiseren van marketing en promotie activiteiten, het maken van samenwerkings-afspraken met winkeliers en horecaondernemers in de directe omgeving van de markt en de afstemming met de gemeente. Een indicatie voor samenwerking op een specifieke markt is bijvoorbeeld het hebben van een gezamenlijke website en het actief zijn op social media. Momenteel heeft iets minder dan de helft van de dag- en weekmarkten (inclusief de markten op afstand) een eigen website. Op social media krijgen de Albert Cuypmarkt, Dappermarkt en de Pure Markt de meeste aandacht.
2.4 Conclusies over het functioneren van Amsterdamse markten Op basis van de gegevens uit voorgaande paragrafen is een aantal conclusies te trekken over het huidige functioneren van de Amsterdamse markten: De Amsterdamse markten staan er niet goed voor en op veel markten is sprake van een negatieve tendens. Gemiddeld staat 25% van de kramen op de markten leeg. Deze leegstand is niet gelijkmatig verdeeld, noch naar type markt, noch geografisch, noch in dagen van de week. Vooral op maandag is de marktbezetting slecht. Uitgaande van een acceptabele frictieleegstand van 15% is er op stedelijk niveau sprake van een marktkramenoverschot. Er is sprake van een terugloop van het aantal marktbezoekers en ook de bezoekfrequentie neemt af. Dit zet de verdiencapaciteit van marktondernemers onder druk waardoor een toenemend aantal ondernemers moeite heeft om in een behoorlijk inkomen te voorzien. Eén van de grootste knelpunten van veel van de huidige markten is dat deze vooral aanbodgestuurd zijn. Marktondernemers spelen onvoldoende in op de vraag van consumenten. Als gevolg daarvan vindt gemiddeld 56% van de bezoekers het aanbod op de markt onvoldoende of slecht en vinden zij aanvullend aanbod wenselijk. Er is sprake van een groeiende belangstelling voor foodmarkten en non-food themamarkten.
Dergelijke gespecialiseerde (of gethematiseerde) markten spelen kennelijk beter in op specifieke behoeften van consumenten qua aanbod en beleving. Een dergelijke specialisatie (ook wel: profilering) kan worden toegepast in product (biomarkt, streekproducten) en in het marktsegment (hoge kwaliteit of juist lage prijzen). Het verschil in functioneren van markten is groot en wordt in sterke mate bepaald door de winkelstructuur, bevolkingsamenstelling en bevolkingsdichtheid van het gebied waarin de markt is gelegen en de bereikbaarheid vanuit omliggende gebieden. Marktondernemers onderkennen collectieve belangen in onvoldoende mate, met als gevolg dat er op veel markten weinig tot geen aandacht is voor zaken als gezamenlijke promotie, aanwezigheid op social media, het organiseren van evenementen en het creëren van een goede uitstraling. Er is een nieuw evenwicht nodig tussen enerzijds marktrechten (ancienniteit) en anderzijds marktwerking.
[13]
Hoofdstuk 3
Achtergrond teruggang markten
3.1 De opkomst van supermarkten en discounters Dat markten onder druk staan geldt niet alleen voor Amsterdam, maar voor heel Nederland. De traditionele functie van de markt als één van de belangrijkste voorzieningen voor de dagelijkse boodschappen is de afgelopen decennia drastisch gewijzigd. Na de Tweede Wereldoorlog hadden markten een duidelijke plaats en functie. Bakkers, slagers en groenteboeren bepaalden het winkellandschap, supermarkten waren kruidenierszaken met zelfbediening. Kledingzaken en warenhuizen richtten zich nog voornamelijk op de gegoede burgerij. De markten vormden een waardevolle aanvulling met een breed aanbod, dat voor iedereen bereikbaar was. Huisvrouwen konden de tijd nemen om er hun dagelijkse boodschappen te doen en in de kramen te snuffelen naar leuke kleding voor een schappelijke prijs. De wereld van vandaag ziet er anders uit. De ruim gesorteerde supermarkt biedt mogelijkheden in alle prijssegmenten, van Lidl en Aldi tot Albert Heijn en Marqt. De winkels voor dagelijkse etenswaren die zijn overgebleven, zijn veelal veranderd in speciaalzaken voor delicatessen of draaien voor een groot deel op direct te consumeren etenswaren zoals belegde broodjes. In het niet-dagelijkse segment hebben de afgelopen jaren veel winkels de deuren gesloten.
Degene die zich staande hebben weten te houden, hebben in de meeste gevallen een scherpe keuze gemaakt: kwaliteit, beleving en luxe òf kwantiteit, doelgericht en discount. Een scala van internationale winkelketens en webshops biedt de consument ruime keuze aan goedkope kleding, zoals Primark en Zeeman. Andere niet-dagelijkse benodigdheden zijn voor lage prijzen te kopen in discountzaken met een snel breder wordend assortiment, zoals Action en Kruidvat. We zien kortom dat de prijs niet meer bepalend is voor de consument om naar de markt te gaan.
3.2 Ontwikkeling van consumentengedrag De opkomst van de moderne supermarkt en discounters zijn de belangrijkste, maar niet de enige reden waardoor de leegstand van winkels en marktplaatsen fors is opgelopen. Deze ontwikkeling viel samen met enkele belangrijke veranderingen in het koopgedrag van consumenten.
a. Consumenten willen altijd, overal kopen – en doen dat ook Consumenten vinden het prettig om te kunnen winkelen wanneer het hen uit komt. Het overal en altijd willen en kunnen kopen, vertaalt zich onder andere in de groei van online bestedingen van consumenten (inclusief de bestedingen aan diensten, zoals reizen en vliegtickets). Steeds meer ondernemers spelen hier op in door artikelen via verschillende kanalen aan te bieden, bijvoorbeeld door een fysieke winkel te combineren met een webshop. Markten zijn nagenoeg niet meegegaan met deze trend. Bijvoorbeeld omdat men er nog van uitgaat dat de consument via één afzetkanaal kan worden bediend. De (langzaam) groeiende thuisbezorging van dagelijkse boodschappen lijkt het tegendeel te bewijzen. Daarnaast zou de markt juist als extra afzetkanaal kunnen fungeren voor winkeliers of (lokale) producenten. Op de ‘Zuidermrkt’ in Amsterdam gebeurt dit al: gespecialiseerde winkels in food gebruiken daar een kraam als extra verkooppunt. Daarnaast is er in veel gevallen ook sprake van een mismatch tussen de marktdagen en -tijden en de behoefte van de consument. Van oudsher was bijvoorbeeld de maandag een aantrekkelijke marktdag. Zondag waren de winkels dicht, en veel winkels waren dat ook op maandag. De markt was toen een aantrekkelijk alternatief voor het doen van dagelijkse boodschappen. Met de huidige [14]
zondagsopenstelling van winkels is dit aspect volledig tenietgedaan. Ook missen de markten veel consumenten door hun vroege sluitingstijd van 17:00 uur. In een stad met een groeiend aantal tweeverdieners vinden de dagelijkse boodschappen voornamelijk in de vooravond plaats, waarop de supermarkten handig op hebben in gespeeld. Markten zijn vooralsnog minder flexibel in het aanpassen van markttijden.
b. De bevolking verandert van samenstelling en van koopgedrag In algemene zin heeft Nederland te maken met ontgroening en vergrijzing. Ook zien we dat de traditionele gezinsstructuur met zijn traditionele verdeling tussen man en vrouw aan het verdwijnen is. De “traditionele huisvrouw” sterft langzaam uit, waarmee de markt haar belangrijkste consument ziet verdwijnen. Nederlanders met een migratieachtergrond wijken hiervan af in de zin dat zij nog vaak een traditionele gezinsstructuur hebben. Vrouwen met een migratieachtergrond zijn dan ook nog een belangrijke doelgroep voor de markt, maar onvoldoende om het economisch functioneren in positieve zin voldoende te beïnvloeden. De oudere generatie, die gewend was om op de markten te kopen, verdwijnt langzaam en de markten hebben moeite de jongere generatie consumenten aan zich te binden. Veel mensen ontlenen hun identiteit tegenwoordig meer aan leefstijl dan aan leeftijd. Profilering en thematisering van markten biedt daarom kansen, zie ook het succes van de biologische markten. Daarnaast kunnen markten hier op in spelen door ook als ontmoetingsplek te fungeren waar buurtbewoners kunnen verblijven en producten kunnen nuttigen (placemaking). Het is daarom belangrijk dat er bij de indeling van markten gekeken wordt hoe op een aantrekkelijke manier gebruikgemaakt kan worden van de openbare ruimte en de omliggende horeca.
Ook participatie door de buurt kan de aantrekkelijkheid van de markt als ontmoetingsplek vergroten. Vooral de zaterdag leent zich bij uitstek voor deze functie. Mooie voorbeelden zijn de zaterdagmarkten, zoals de Zuidermrkt en de markt op de Nieuwmarkt.
c. Duurzamer en gezonder consumeren Vooral (maar niet uitsluitend) bij dagelijkse artikelen neemt de vraag naar biologische producten toe. Deze waren vroeger uitsluitend in de biologische winkel verkrijgbaar, maar hebben inmiddels ook de schappen van de gewone supermarkt bereikt. Ook bij niet-dagelijkse artikelen spelen milieu- en maatschappelijk verantwoord ondernemen, gebruik van duurzame grondstoffen en materialen een grotere rol. De maatschappelijke druk om duurzaam te produceren neemt toe, niet alleen onder invloed van de overheid maar ook door de druk van maatschappelijke en politieke organisaties. Deze trend biedt een perspectief voor de markten. Dat blijkt bijvoorbeeld uit het succes van de zaterdagmarkt op de Noordermarkt.
d. Branchevervaging en superspecialisatie Steeds vaker bieden winkels ‘branchevreemde’ producten en diensten aan. Denk aan speelgoed, boeken en interieurartikelen bij Kruidvat, verzekeringen bij HEMA, interieurtextiel bij H&M. Een andere vorm van branchevervaging is ondersteunende horeca: koffiecorners in winkels waar koffie, gebak en broodjes kunnen worden gekocht. Vanuit consumentenperspectief sluit de ontwikkeling enerzijds aan bij de praktische en doelgerichte behoefte om hoogfrequente aankopen zoveel mogelijk op één locatie te doen. Anderzijds kan branchevervaging vooral bij recreatief winkelen de (themagerichte) beleving verbreden en versterken. Naast branchevervaging is ook een tegengestelde trend zichtbaar: winkels die juist een uitgebreide keuze bieden in één product of voor één bepaalde consumentengroep. Denk hierbij aan een rugbywinkel, een winkel in mondverzorging of een knopenwinkel.
[15]
Amsterdamse markten zijn over het algemeen niet gebrancheerd waardoor elke marktondernemer zelf mag bepalen wat hij/zij verkoopt. Toch heeft de branchevervaging in de winkels wel invloed op de markten: het zijn vaak goedkope producten die bij de prijsvechters in de schappen liggen en dat is directe concurrentie. Dat superspecialisatie op sommige markten goed werkt, wordt al op diverse plaatsen in de praktijk bewezen bij marktondernemers die zeer gespecialiseerde producten aanbieden. Ondersteunende horeca ligt bij individuele marktondernemers niet voor de hand, maar horeca buiten het marktterrein zou wel een toevoeging aan de markt kunnen zijn.
e. Nieuwe technologie Internet en sociale media hebben de wereld binnen handbereik van de consument gebracht. De mogelijkheden zijn onbegrensd. Hoewel markten in de eerste plaats hun kracht ontlenen aan de buitenlucht, de belevenis en een plek om te ontmoeten, met andere woorden aan de reële wereld, zullen zij ook moeten onderzoeken wat de digitale wereld kan bijdragen aan hun business model, vooral wat promotie betreft. Marktondernemers moeten een inhaalslag maken als het gaat om (al dan niet collectieve) online aanwezigheid en gebruik van sociale media. Net als winkelgebieden zijn markten ook te beschouwen als één warenhuis, waarbij verschillende ondernemers gezamenlijk de consument bedienen. Dat vergt niet alleen een veel intensievere marketingstrategie, maar ook samenwerking en budget.19 De moderne technieken in de detailhandel zijn niet allemaal één op één te kopiëren naar de markt. Toch heeft het zin om op zoek te gaan naar innovatieve technieken (juist ook voor jongeren). Denk hier bijvoorbeeld aan informatieve apps, iBeacons en loyalty-systemen. Nader onderzocht wordt welke vorm van gerichte klantenbinding de markt kan versterken. Samenwerking en collectieve investeringen zijn hiervoor essentieel.
3.3 Conclusie De positie van markten is afgelopen jaren veranderd, mede door ontwikkelingen in de detailhandel. De dynamiek in de detailhandel is groot en veel ontwikkelingen en trends in het consumentengedrag werken in op de sector. Sommige trends bieden de markten directe kansen, andere vergen grote aanpassingen. Het is niet vanzelfsprekend dat de markten in dit geweld overleven. De kans dat ze dit wel doen, is groot bij markten die zich aan de nieuwe omstandigheden weten aan te passen, (collectief) ondernemend en onderscheidend zijn. Veel gemeenten zoeken naar mogelijkheden om de markten een toekomst te bieden. In diverse gemeenten zijn markten al verkleind, verzelfstandigd, of zelfs opgeheven als modernisering niet lukte of geen optie meer was. Ook de gemeente Amsterdam wil zich inspannen om het voortbestaan van de Amsterdamse markten te stimuleren, want zonder ingrijpen zal een (groot) deel van de markten de concurrentieslag om de consument niet overleven. In het volgende hoofdstuk wordt nader ingegaan op de rol die de gemeente hierbij voor zichzelf en voor de marktpartijen ziet.
19
De Siermarkt laat zien dat samenwerking kan leiden tot een gezamenlijke promotiestrategie.
[16]
Hoofdstuk 4
Rol en visie gemeente Amsterdam
4.1 Achtergrond De gemeente Amsterdam heeft zich van oudsher alleen in organisatorisch opzicht gemengd in het functioneren van de Amsterdamse markten. Tot 1994 was er de centraal georganiseerde gemeentelijke Dienst van het Marktwezen die marktmeesters inzette en verantwoordelijk was voor het instellen en opheffen van markten. Het Marktwezen was ook verantwoordelijk voor inschrijvingen in het centraal marktregister, vergunningen, facturatie, incasso, toezicht en handhaving. Na de invoering van de stadsdelen in 1990 zijn de taken van deze centrale dienst stapsgewijs overgeheveld naar de stadsdelen. Toen Bureau Integriteit van de gemeente Amsterdam in 2012 vaststelde dat er sprake was van integriteitsschendingen en dat het noodzakelijk was om alle markttaken opnieuw centraal te beleggen20, is dit aanleiding geweest voor de oprichting van het stedelijke Marktbureau. De start van het Marktbureau in 2014 viel samen met de wijziging van het Amsterdamse bestuurlijk stelsel en de hieruit voortvloeiende centralisatie van bevoegdheden, middelen en taken. Hierdoor is het takenpakket van het Marktbureau uitgebreid met – naast de uitvoerende beheertaken ten aanzien van de markten en het verzorgen van het Marktregister – ook het beheer van de straathandel en het fungeren als aanspreekpunt voor marktondernemers.
Tevens is in 2016 de nieuwe Marktverordening in werking getreden die de gemeente meer mogelijkheden biedt om innoverend te zijn.
4.2 Actievere rol gemeente vanaf 2018 De eerste ervaringen met de nieuwe marktverordening maken duidelijk dat – vooruitlopend op de geplande evaluatie van de marktverordening – enkel de aanvullende bevoegdheden niet voldoende zijn om de Amsterdamse markten er weer bovenop te helpen. De situatie op de markten is dusdanig dat de gemeente, vanuit zijn rol als initiator en beheerder, het noodzakelijk acht de regie steviger ter hand te nemen en keuzes te maken ten aanzien van: het gewenste stelsel van markten: welk typen markten (frequentie, aanbod en organisatie) op welke locaties. de beschikbare instrumenten: welk instrumenten gaat de gemeente inzetten om de gewenste veranderingen op de gemeentelijke markten te bewerkstelligen? De beleidskeuzes die de gemeente ten aanzien van deze twee vraagstukken maakt, zullen in het vervolg van dit hoofdstuk op hoofdlijnen worden omschreven. De concrete uitwerkingen op marktniveau, worden na vaststelling van de Marktvisie gemaakt (zie ook de toelichting op het vervolg in hoofdstuk 5).
4.3 Het gewenste marktstelsel In het Amsterdamse Detailhandelsbeleid21 worden de volgende twee hoofddoelstellingen benoemd: 1. alle Amsterdammers kunnen op redelijke afstand van hun woning hun dagelijkse boodschappen doen; 2. er zijn meerdere aantrekkelijke winkelgebieden, ook buiten de binnenstad, waar bewoners van stad en regio een breed aanbod kunnen vinden van niet-dagelijkse benodigdheden. 20
Bron: Bureau Integriteit, Gemeente Amsterdam (januari 2012) Risicoanalyse Warenmarkten Amsterdam Gemeente Amsterdam (2017) Detailhandelsbeleid Amsterdam 2018 - 2022: sterke winkelgebieden in een groeiende stad. 21
[17]
In het verlengde hiervan worden in deze Marktvisie de volgende twee doelen benoemd voor de Amsterdamse markten: 1. warenmarkten zijn evenwichtig verspreid over de stad waardoor zij voor alle Amsterdammers op redelijke afstand bereikbaar zijn; 2. de grote verscheidenheid aan bijzondere themamarkten voor niet-dagelijkse benodigdheden blijft voor de stad behouden. Deze twee uitdagingen gelden als vertrekpunt voor de Amsterdamse Marktvisie. Markten moeten met andere woorden een bijdrage leveren aan een evenwichtig voorzieningenniveau in de stad in het algemeen en de 22 gebieden in het bijzonder. Zoals beschreven in hoofdstuk 2 verschillen de gebieden in stedenbouwkundige structuur, winkelaanbod, bevolkingsdichtheid en bevolkingssamenstelling. Ook de bereikbaarheid vanuit andere gebieden is verschillend. In grote lijnen is hierbij een onderscheid te maken tussen centraal in de stad gelegen gebieden (op het kaartje aangeduid als “Binnen de ring”) en meer naar buiten gelegen gebieden (op het kaartje aangeduid als “Buiten de ring”). Deze kenmerken van de gebieden en de analyses van de daarin gelegen markten bepalen de opgaven waar de stad zich voor gesteld ziet in het licht van de hierboven geformuleerde doelen.
Figuur 7
Onderscheid gebieden binnen en buiten ring en IJ
a. Beleidsopgave voor markten in centraal gelegen gebieden In deze gebieden (op het kaartje aangeduid als “Binnen de ring”) zijn de afgelopen decennia al aanpassingen gedaan, zoals het verkleinen van markten en het verminderen van marktdagen. Dit heeft geresulteerd in drie brede en dagelijkse algemene warenmarkten met daarnaast diverse geprofileerde en gespecialiseerde markten die over het algemeen goed functioneren. Dit is een goede uitgangspositie voor de toekomst.
[18]
De opgave bestaat er voornamelijk uit dat de brede algemene warenmarkten – de Dappermarkt, Albert Cuypmarkt en Ten Katemarkt – het tempo van vernieuwing verhogen om aansluiting te houden bij de veranderingen in de omgeving ten aanzien van het type bewoners, het winkelaanbod, de overige voorzieningen en de bezoekersstromen. (Continue) vernieuwing is wenselijk ten aanzien van zowel de dagen en tijden waarop de markten geopend zijn, als het karakter en de diversiteit van het aanbod. Gespecialiseerde foodmarkten doen het in dit gebied erg goed, omdat zij aansluiten bij de behoefte van nieuwe en jonge bewonersgroepen. De spreiding van dergelijke markten is echter niet evenwichtig. Daarom is er in principe ruimte voor enkele nieuwe week- of maandmarkten in die gebieden waar geen markten zijn en dus als ’witte vlek’ worden aangemerkt. Voorwaarde is dat de instelling van een dergelijke markt niet ten koste gaat van bestaande markten. Het is daarom aan te bevelen om eventuele uitbreiding van het aantal foodmarkten geleidelijk te laten plaatsvinden. Afstemming met de gebiedsagenda’s is daarbij essentieel. In Amsterdam bestaat een breed scala aan periodieke markten met een aanbod van nietdagelijkse artikelen, zoals boeken, platen, kunst, antiek en curiosa en er zijn diverse initiatieven voor meer van dergelijke markten.
Deze gespecialiseerde non-food themamarkten dragen in potentie bij aan de gewenste hoogwaardigheid en diversiteit van het detailhandelsaanbod in het kernwinkelgebied en het Museumkwartier, waar ze nu zijn geconcentreerd. Enige spreiding is echter wenselijk in het kader van de drukte in de stad. Daarom wordt er voor deze markten, in aansluiting op de vernieuwing van de Waterloopleinmarkt en de wekelijkse boekenmarkt op het Spui, een plan opstellen waarin aard, frequentie, branchering, omvang en locatie van de non-food themamarkten worden vastgelegd.
b. Beleidsopgave voor markten in minder centraal gelegen gebieden Zoals beschreven in hoofdstuk 2 hebben veel markten in deze gebieden (op het kaartje aangeduid als “Buiten de ring”) de veranderingen in het consumentengedrag en in het concurrerende aanbod van winkelketens onvoldoende laten doorwerken in hun aanbod. Als gevolg daarvan kennen vooral de dagmarkten een grote mate van leegstand op veel dagen van de week. Om de neerwaartse spiraal te doorbreken is het onvermijdelijk dat het aantal marktdagen (sterk) wordt verminderd. Goed functionerende markten zijn over het algemeen markten die één dag per week geopend zijn, een ruim verzorgingsgebied hebben en gevestigd zijn bij een goedlopend winkelcentrum. Zij hebben een aanbod van vooral dagelijkse benodigdheden (zoals voedsel), met een beperkte aanvulling van niet-dagelijkse benodigdheden (zoals kleding), dat is afgestemd op de behoefte van de bewoners in de omgeving. Dit is het gewenste profiel voor alle wijkmarkten in deze gebieden. In het licht van het bovenstaande zal onderzocht worden welke frequentie van marktdagen gewenst is voor de huidige dagmarkten. De spreiding van de markten is in deze delen van de stad niet evenwichtig. In enkele gebieden zoals Geuzenveld-Slotermeer en Bijlmer-Oost, bestaan op dit moment twee markten.
Soms liggen markten in twee gebieden dicht bij elkaar waardoor ze elkaars verzorgingsgebied overlappen. Onderzocht zal worden of er blijvend voldoende draagvlak is voor de instandhouding van de betreffende markten of dat verplaatsing of samenvoeging nodig is voor een toekomstbestendig stelsel van markten. In enkele andere gebieden waaronder Zuidas-Buitenveldert, Noord-Oost en Nieuw Slotende Aker, is op dit moment geen markt die voldoet aan de bovenvermelde kenmerken. Onderzocht zal worden of het wenselijk is ruimte te bieden voor een wekelijkse of maandelijkse markt. Dat kan [19]
ook een foodmarkt zijn als dat beter aansluit op de behoefte van de bewoners en het winkelaanbod. In aansluiting op de detailhandelsvisie is bij de drie grote stadsdeelcentra (Buikslotermeerplein, Osdorpplein en Amsterdamse Poort) ruimte voor een (wekelijkse) markt met een gebiedsoverstijgende functie en een ruim aanbod van niet-dagelijkse benodigdheden. Een goede samenwerking tussen winkels en markt kan de aantrekkingskracht van deze stadsdeelcentra versterken. Het functioneren van deze stadsdeelcentra kan verder worden ondersteund door ook thematische periodieke markten te houden, zoals nu al het geval is bij het Osdorpplein en (in mindere mate) het Buikslotermeerplein.
c. Bijzondere markten In Amsterdam worden diverse markten georganiseerd met een bijzonder karakter, zoals de driewekelijkse markt in de IJ-hallen, de Pure Markt in het Amstelpark en Frankendael, de Sundaymarket in het Westerpark en de Newmarket op de Nieuwmarkt. Daarnaast zijn er in winkelgebieden incidentele markten en braderieën, waar niet alleen winkeliers maar ook ambulante handelaren waren verkopen. Ook deze markten dragen bij aan de verscheidenheid van markten in de stad. Ze concurreren echter ook met de andere markten. Daarom is het nodig ook deze markten te betrekken bij de uitwerking van de opgaven, zoals die hierboven zijn geformuleerd. De markt in de IJ-hallen wordt betrokken bij het plan voor de non-food themamarkten. De andere markten en braderieën worden betrokken bij de gebiedsgerichte uitwerking van de Marktvisie.
4.4 Instrumenten voor verbetering De gemeente heeft tot op heden afstand gehouden van de inrichting en het aanbod van markten. Nu veel markten te maken hebben met toenemende leegstand en afnemende bezoekersaantallen en –tevredenheid, kan geconstateerd worden dat van een gezonde marktwerking momenteel geen sprake is. In tegenstelling tot in de detailhandel mag de overheid op de markt onder voorwaarden brancheren. Dat gebeurt op dit moment slechts op bescheiden schaal22, maar de gemeente zal hier vanaf 2018 actiever in gaan optreden. Hierbij kan de parallel getrokken worden met de eigenaar van een winkelcentrum; die stelt een ideale mix van winkels samen, afgestemd op de (potentiële) klantgroep. In feite geldt dit ook voor de gemeente die de openbare ruimte ter beschikking stelt aan een groep ondernemers. In het geval van de gemeente dient deze inmenging echter een aantal publieke belangen: Bewaken van een evenwichtig voorzieningenniveau voor inwoners. Stimuleren van werkgelegenheid en verdiencapaciteit van marktondernemers. Bevorderen van aantrekkelijkheid en leefbaarheid van buurten. Actiever optreden en meer het voortouw nemen betekent niet dat de gemeente de verbetering van de markten in haar eentje kan realiseren.
Daarvoor moet de gemeente een groot beroep doen op de bereidheid van marktondernemers om zich aan te passen aan de eisen van deze tijd en die van hun (potentiële) klanten. Een goed samenspel tussen gemeente en marktondernemers is noodzakelijk. Dat geldt ook voor een goed functionerend marktbeheer om het reilen en zeilen op de markten in goede banen te leiden. Verbetering van het marktbeheer is in gang gezet. De gemeente ziet het hierbij als haar rol om waar mogelijk te investeren in het ondernemerschap van
22
Momenteel is er sprake van een beperkte branchering op een aantal markten. Alleen markt Tussen Meer is volledig gebrancheerd.
[20]
marktondernemers en zal ook gerichte ondersteuning bieden aan anderen voor wie een toekomst op de markt mogelijk niet meer in het verschiet ligt.
a. Kwantitatieve maatregelen Om vraag en aanbod in evenwicht te brengen moet het aantal marktplaatsen en marktdagen worden verminderd. De marktverordening biedt hiervoor al mogelijkheden doordat markten periodiek tegen het licht worden gehouden om te bezien of een herindeling nodig is. Op dat moment is het ook mogelijk om per markt een nieuw instellings- en inrichtingsbesluit te nemen en het aantal marktplaatsen en marktdagen aan te passen. Gezien het structurele karakter van leegstand op een groot aantal markten zijn echter samenhangende maatregelen noodzakelijk voor markten die in elkaars invloedssfeer liggen. Daarbij is het ook nodig om weer evenwicht te brengen tussen dag-, week- en periodieke markten. Deze maatregelen worden na de vaststelling van de Markvisie nader uitgewerkt. Vooruitlopend daarop kunnen bij markten waarbij sprake is van een gemiddelde leegstand van meer dan 30% al bij de eerstvolgende herindeling leegstand beperkende maatregelen worden genomen, zoals het verminderen van het aantal marktdagen en/of marktplaatsen. Momenteel is de omvang van dagmarkten op alle dagen gelijk. Aanpassing van de marktverordening is nodig om te kunnen differentiëren. De wenselijkheid van aparte vergunningen per marktdag wordt onderzocht.
Voor een aantal (dag)markten zullen maatregelen worden voorgesteld die tot gevolg kunnen hebben dat marktondernemers hun huidige bedrijfsvoering niet op dezelfde locatie kunnen voortzetten, maar de bedrijfsvoering wordt gecontinueerd op andere (week)markten. Uitgangspunt is dat er voor de huidige actieve marktondernemers voldoende marktplaatsen beschikbaar blijven om binnen Amsterdam op hetzelfde aantal dagen per week hun beroep uit te kunnen oefenen.
b. Kwalitatieve maatregelen Op veel markten wordt een mismatch geconstateerd tussen vraag en aanbod. Om ervoor te zorgen dat de markt voor een brede groep consumenten aantrekkelijk blijft of wordt zullen waarborgen aangebracht worden. Dat kan door markten op een passende wijze te brancheren of door voor een bepaalde categorie van producten een maximering aan te brengen. Dit kan ook de verkoop van op toeristen gerichte producten betreffen, om de markt aantrekkelijk te houden voor de Amsterdammers zelf. De belevingswaarde van een markt kan ook worden verhoogd door de aankleding te verbeteren. Daarbij kan worden gedacht aan het creëren van zitgelegenheid, het aanbrengen van sfeerverlichting en het stellen van eisen aan het uiterlijk van kramen en eigen materiaal (verkoopwagens). Daarnaast wordt onderzocht of verruiming van de mogelijkheden om eigen materiaal te gebruiken bijdraagt aan een kwalitatieve verbetering van de markt. Wijziging van de openingsuren, waaronder avondopenstelling, kan de markt aantrekkelijker maken voor nieuwe doelgroepen. Een goede uitstraling van de markt draagt bij aan het succes van de markt. Dat betekent dat het belangrijk is om in het vervolgtraject aandacht te besteden aan het hergebruik en het duurzaam scheiden van afval. Dat geldt ook voor het terugdringen van het zwerfafval23.
Voorts is de bereikbaarheid van de markt met verschillende vervoerswijzen (inclusief parkeren) van belang. Dat geldt ook voor parkeermogelijkheden voor de marktondernemers zelf. Dat kan zijn een plek op het marktterrein zelf of in de omgeving. 23
Op de Ten Katemarkt is een pilot gestart met het circulair maken van materiaalstromen (het marktafval).
[21]
Amsterdam voert een actief beleid om het aantal inwoners – en dan vooral kinderen – met overgewicht te verminderen. Daar zitten ook inspanningen in om tot een gezonde voedselomgeving te komen. Het is daarom gewenst om te bezien op welke wijze markten waar voedsel en drank wordt verkocht aansluiting kunnen vinden bij dit beleid. Vernieuwing van de markt is essentieel. Daarom wordt onderzocht of door middel van aanpassing van de marktverordening (jonge) marktondernemers met vernieuwende ideeën en concepten voorrang kunnen krijgen op de markt zonder dat daarvoor een plaats op de marktlijst noodzakelijk is. Dat betekent dat het anciënniteitsbeginsel een minder dominante rol krijgt bij de toewijzing van marktplaatsen. Daarnaast is de ‘experimentele zone’ is bij uitstek geschikt om per markt maatregelen op maat te maken. De gemeente onderzoekt of de omvang van deze zone groter moet kunnen zijn dan de huidige toegestane 15% van het aantal marktplaatsen per markt.
c. Ondernemerschap en organisatie De markt is meer dan een optelsom van losse marktondernemers. Gezamenlijk bepalen zij het profiel van een markt. Om herkenbaar én aantrekkelijk te zijn voor consumenten is onderlinge samenwerking tussen marktondernemers een absolute succesvoorwaarde. Dit betekent dat de marktondernemers veel sterker dan nu als een collectief moeten gaan opereren. In dit kader vindt de gemeente het belangrijk dat iedere markt een representatieve marktadviescommissie heeft, waarmee de gemeente maar ook de aanpalende winkeliersverenigingen afspraken kunnen maken. Dit zal door de gemeente worden ondersteund. In een wereld waar consumenten een scala aan mogelijkheden hebben om te winkelen ligt een automatisch bezoek aan de markt niet meer voor de hand. Markten moeten voortdurend de concurrentie aangaan met andere kanalen zoals supermarkten en webwinkels. Markten moeten zichzelf meer expliciet op de kaart zetten en promoten om in beeld te blijven. Daarom is het belangrijk dat elke markt een promotieplan heeft waarbij aandacht is voor acquisitie en sociale media. De gemeente gaat dat stimuleren. Winkelstraten hebben de mogelijkheid om een bedrijveninvesteringszone (BIZ) op te zetten om zo samen gemeenschappelijke voorzieningen te kunnen realiseren. Daar betalen dan alle ondernemers aan mee. Er zijn in Amsterdam veel voorbeelden bekend waar een BIZ effectief is.
Een BIZ op een markt is niet mogelijk, omdat er geen sprake is van vastgoed. Gemeenschappelijke voorzieningen kunnen echter wel gewenst zijn als dit past in het profiel van de markt. Daarom wordt onderzocht of het mogelijk is voor dit doel een toeslag op het markttarief in te voeren, vergelijkbaar met de al bestaande promotietoeslag. Voorwaarde is dat, analoog aan de BIZ, de meerderheid van de ondernemers daarmee instemt. Helder is dat goed functionerende markten eisen stellen aan het aanwezige ondernemerschap. De gemeente gaat flankerend beleid opstellen voor die ondernemers die op grond van de te nemen kwantitatieve en kwalitatieve maatregelen om de markt te verbeteren een nieuwe vorm van ondernemerschap moeten ontwikkelen. Daarbij kan gedacht worden aan advies en scholing en hulp aan marktondernemers die willen stoppen. Franchiseformules zijn op dit moment op markten toegestaan (zoals Bakkerij ‘t Stoepje). Deze formules dragen bij aan de versterking en de herkenbaarheid van het aanbod. Onderzocht wordt of het wenselijk is om ook filiaalformules toe te staan, waarbij de vergunning op naam van een bedrijf komt te staan, zonder dat dit leidt tot dominantie van enkele bedrijven.