CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

A - 24 Democratisering (inclusief Bestuurlijk Stelsel) (10) Bijlage 6 Samenv

RAAD 16 februari 2022, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Wijzigen van de Verordening stadsdelen en stadsgebied Amsterdam 2022 VN2022-0016991.020 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Bijlage nr 6

SAMENVATTING HANDREIKING SAMENSPEL STAD EN STADSDELEN Onderdeel van de Verordening Stadsdelen en Stadsgebied 2022

Bij de inrichting van het bestuurlijk stelsel, is gekozen voor een hybride systeem, met gedeelde verantwoordelijkheden en meerdere aanspreekpunten. Stedelijk worden er kaders gesteld, stadsdelen hebben hun eigen mandaat en zeggenschap. Tussen die twee bestaat een gezonde spanning. Ondanks de afbakening van taken en bevoegdheden, zal er altijd een grijs gebied bestaan, waarin onduidelijkheid bestaat over wie verantwoordelijk is. Daarbij is het wel goed te beseffen dat met die onduidelijkheid ook ruimte ontstaat, om maatwerk te leveren, afwegingen te maken en in te spelen op wensen en zorgen van bewoners. Een grijs gebied is dus niet alleen een resultante, maar misschien ook wel een positief product van het bestuurlijk stelsel. Maar wanneer het te groot wordt, te veel onduidelijkheid ontstaat over taken, rollen en invloed, kost het navigeren van het bestuurlijk stelsel onevenredig veel energie en levert het te weinig op voor Amsterdammers. Een algemeen afwegingskader kan helpen het grijze gebied te verkleinen, maar doet het nooit helemaal verdwijnen. Het maken van werkafspraken en investeren in samenwerkingscultuur is daarom belangrijk (procesmatige oplossing), naast het scheppen van een duidelijk juridisch kader (inhoudelijke oplossing). Je maakt dus van tevoren afspraken over hoe je omgaat met toekomstige zaken waarover onduidelijkheid of discussie ontstaat.

Wat zijn de proces- en spelregels, de omgangsvormen, wie praat er mee en in welke setting? Aan deze vragen wordt op meerdere plekken in de gemeente gewerkt. Vanuit het Bestuurlijk Stelsel, maar ook vanuit de Bestuursopdracht gebiedsgericht werken en vanuit de opgave om doelgericht en opgavegericht te werken. Het is de kunst om vanuit deze verschillende vertrekpunten tot iets te komen dat werkbaar en toekomstbestendig is. En om tegelijkertijd te voorkomen dat verschillende trajecten elkaar hinderen, doordat ieder op een eigen manier het wiel uit vindt. Daarom is er voor gekozen om vanuit het Bestuurlijk Stelsel een handreiking te bieden, ten behoeve van de Bestuursopdracht gebiedsgericht werken. De suggesties uit de handreiking zullen in dat kader verder worden uitgewerkt en opgepakt. Ze zijn bijvoorbeeld gebruikt als input voor de Gateway review gebiedsgericht werken. De handreiking zal ook worden benut als discussiestuk voor de bestuurlijke tafel, bijvoorbeeld tijdens een nieuwe bestuurdersconferentie. In de handreiking wordt een voorstel gedaan voor richtlijnen voor de samenwerking tussen stad en stadsdelen langs de volgende lijnen: 1. Spelregels voor bestuurlijke samenwerking 2. Verduidelijking van lijnen en verantwoordelijkheden in de organisatie 3. Positionering van gebiedsgericht werken

Spelregels voor bestuurlijke samenwerking Voor de bestuursperiode 2018-2022 vormde een bestuursakkoord de basis voor de bestuurlijke samenwerking tussen stad en stadsdelen. Het bestuursakkoord is echter niet (of niet structureel) vertaald in richtlijnen voor de werkwijze van de ambtelijke organisatie. Na de start van de bestuursperiode hebben wethouders ieder op eigen wijze de samenwerking met de stadsdelen (incl PHO’s) ingericht. Vaak sloot dit aan op de afspraken uit het bestuursakkoord, maar lang niet altijd.

1

Het bestuursakkoord ging uit van intenties, niet van dilemma’s (en de omgang daarmee). Wellicht is dat de reden dat op sommige onderdelen het akkoord goed wordt nageleefd (daar waar het al aansloot op de werkwijze) en op andere onderdelen minder. Ambtelijk is het bestuursakkoord niet leidend geweest tussen de samenwerking tussen directies en stadsdelen. Voor de nieuwe bestuursperiode wordt aanbevolen om in elk geval afspraken te maken over de onderstaande punten. Het huidige bestuursakkoord vormt hier een goede basis voor.     

De structuur van bestuurlijke overleggen tussen stad en stadsdelen Samenwerking bij gevoelige zaken Afstemming en vertegenwoordiging in de raadscommissies Wijze van afstemming over collegeprioriteiten en prioriteiten die voortkomen uit gebiedsplannen / gebiedsgericht werken Wel of niet instellen van gebiedswethouders

Verduidelijking van lijnen en verantwoordelijkheden in de organisatie Hoewel samenwerking tussen stad en stadsdelen als een belangrijke slagingsfactor wordt genoemd, is er geen vaste samenwerkings- of overlegstructuur vastgelegd tussen directies (voorheen RVE’s) en stadsdeelorganisaties. De afgelopen jaren zijn in de dagelijkse werkpraktijk verschillende samenwerkingsvormen ontstaan. Zo werken de directies Wonen en Economie met accounthouders per stadsdeel. Dit zijn medewerkers die naast hun reguliere beleidstaken een aanspreekpunt zijn voor stadsdelen. Er zijn ook directies die geen vaste aanspreekpunten hebben, maar per opgave kijken hoe dat kan worden opgevat. Ook voor clusterstaven geldt dat er verschillende werkwijzen worden gehanteerd. Zo schuift bij het directieoverleg van cluster Sociaal altijd een stadsdeelsecretaris aan. Ongeacht de gekozen werkpraktijken werken álle directies en clusterstaven niet alleen voor het college, maar óók voor de stadsdelen (of in opdracht van het college voor de stadsdelen). Dat kan nog wel een spagaat opleveren, als er bijvoorbeeld moet worden gekozen tussen prioriteiten. Het is voor stadsdelen niet altijd duidelijk wat zij van directies kunnen verwachten en andersom. Goede afspraken over dit samenspel zijn dus van belang.

Directies en clusterstaven wordt gevraagd om een voorstel te doen over structuur en samenwerking op het gebied van:     

Samenwerking Verantwoordelijkheid Inhoud Coördinatie Financiën

Eenzelfde verzoek kan worden gedaan aan de stadsdeelorganisaties. Ook zij hebben ieder een eigen werkwijze, wat het voor directies ingewikkeld kan maken om de collega’s te vinden of processen te volgen [samenwerking]. Bij de vraagstelling aan directies is een aandachtspunt om preciezer formuleren wat urgentie, belang en schaal van een opgave is waarvoor zij een directie nodig hebben [inhoud]. Voorgesteld wordt om stadsdeelorganisaties in elk geval te vragen om een eenduidige werkstructuur te kiezen

Positionering van gebiedsgericht werken Gebiedsgericht werken kan worden opgevat als de vertaling van de indeling van het bestuurlijk stelsel in de ambtelijke organisatie. Beleid wordt niet alleen gemaakt vanuit lijndirecties, maar ook vanuit integrale werkpraktijken in de gebieden. Net als bij de bestuurlijke verdeling van taken en rollen ontstaat ook hier een grijs gebied. Hoe komen stedelijke prioriteiten en integrale opgaven

2

nader tot elkaar? Een organisatie die zowel wethoudergericht als gebiedsgericht werkt heeft goede afspraken nodig over de spelregels. Voor gebiedsgericht werken is een bestuurlijk stelsel met stadsdeelbesturen niet noodzakelijk, maar de twee versterken elkaar wel. Veel van de voorstellen die in deze handreiking worden gedaan komen daarom ook het gebiedsgericht werken ten goede. Vanuit de ‘Bestuursopdracht Gebiedsgericht werken’ worden ervaringen en expertises verzameld, om daarmee een voorstel te doen om gebiedsgericht werken te versterken. Ook deze handreiking zal daarin worden meegenomen.

3

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11166499/1