A - 24 Democratisering (inclusief Bestuurlijk Stelsel) (10) Bijlage 5 Algeme
Tekst van het document
Bijlage nr. 5
ALGEMEEN AFWEGINGSKADER VOOR DE TAKEN EN BEVOEGDHEDEN VAN STADSDEELBESTUREN. Onderdeel van de Verordening Stadsdelen en Stadsgebied 2022
Inleiding Met het raadsbesluit over de hoofdlijnen van het bestuurlijk stelsel van juli 2021, kiest Amsterdam voor een sterker lokaal bestuur. “De invloed van stadsdelen moet groter en vooral beter aansluiten op de lokale opgave, door een gebiedsgerichte focus. We willen een stelsel dat beter uitlegbaar is, zodat bewoners weten waar ze moeten zijn met vragen en ideeën, en weten hoe en waar ze kunnen meepraten of meebeslissen over zaken die hun directe leefomgeving betreffen.1” Een sterk lokaal bestuur vraagt om een helder afwegingskader, zodat duidelijk is welke taken en bevoegdheden onder stadsdeelbesturen vallen. Daarbij moet bovendien duidelijk zijn hoe zij kunnen sturen en met welke capaciteit en middelen. Dit algemene afwegingskader structureert het gesprek over de verdeling van taken en bevoegdheden en helpt bij het maken van expliciete keuzes. Daarbij hoort ook de discussie over mensen en de middelen om deze taken en bevoegdheden uit te kunnen voeren. Daarmee verstevigt het de positie van stadsdelen en is het ondersteunend aan gebiedsgericht werken.
Rollen stadsdeelbestuurders2 Stadsdeelbestuurders vormen het verlengd lokaal bestuur. Ze zijn de ogen en oren van het college en zijn verantwoordelijk voor de taken en bevoegdheden waarmee ze door het college zijn gemandateerd. Samengevat zijn hun rollen:
Ambassadeurs college Stadsdeelbestuurders vertegenwoordigen het college richting de burger. Ze zijn nabij, aanspreekbaar en bereikbaar voor burgers in stadsdelen. Daarmee verbinden en stimuleren ze bewoners om mee te doen met het gesprek over hun leefomgeving. Als verlengd lokaal bestuur voeren ze het coalitieakkoord gebiedsgericht uit en zijn het bestuurlijke gezicht in buurten, gebieden en stadsdelen.
Adviseurs college Stadsdeelbestuurders adviseren wethouders en de burgemeester vanuit hun gebiedsexpertise en kennis van de lokale praktijk. Dat doen zij vroegtijdig en voorafgaand aan besluiten die de burgemeester of een wethouder aan het College ter besluitvorming aanbiedt. Zij denken mee over inzet van schaarse mensen en middelen en eventuele tussentijdse te wijzigen of afwijkingen van beleid, projecten en-of uitvoeringsprogramma’s.
Beslissers (binnen hun mandaat) Stadsdeelbestuurders beslissen over de uitvoering van de taken en bevoegdheden binnen hun mandaat en kunnen – in overleg met het college - afwijken van beleidskaders als de maatschappelijke context daarom vraagt.
1
Definitieve hoofdlijnen bestuurlijk stelsel vanaf 2022, p. 2 Waar in dit stuk wordt gesproken van ‘stadsdeelbestuurders’ wordt bedoeld de leden van het dagelijks bestuur van de stadsdelen. 2
1
Bestuurders dagelijkse uitvoering Stadsdeelbestuurders voeren bestuurlijk regie op de integrale aanpak van opgaven op de schaal van een buurt, gebied of stadsdeel.
Afwegingskader Het algemeen afwegingskader voor de verdeling van taken en bevoegdheden bestaat uit vier leidende principes: 1. Stedelijke kaderstelling en regelgeving 2. Lokale aansturing van taken en voorzieningen die vooral een lokale functie dan wel een lokaal bereik hebben 3. Ruimte voor diversiteit, maatwerk en integraliteit 4. Uitvoering op passende schaal Hierna volgt een toelichting op deze principes.
1. Stedelijke kaderstelling en regelgeving Beleidsontwikkeling vindt stedelijk plaats en de beleidskaders van alle beleidsdomeinen worden in de gemeenteraad vastgesteld. Stadsdeelbesturen adviseren vanuit hun gebiedsexpertise en kennis van de lokale praktijk. Binnen de stedelijke kaders is nadere lokale invulling mogelijk en wenselijk. In het stedelijke beleid wordt expliciet bepaald op welke terreinen beleidsregels lokaal nader ingevuld kunnen worden.
2. Lokale aansturing van taken en voorzieningen met een lokale functie en lokaal bereik Het zijn niet zelden stadsdelen die bepalend zijn voor de ervaringen van bewoners met de gemeente. Zij geven immers uitvoering aan het stedelijk beleid in de gebieden, en staan daardoor – letterlijk – oog in oog met bewoners. Waar bewoners invloed op willen uitoefenen, gaat vaak over hun directe leefomgeving. Het college hecht daarom veel waarde aan de lokale aansturing van taken en bevoegdheden. Taken die zich op een gebiedsgerichte invulling en uitvoering richten, belegt het college het liefst bij de stadsdeelbesturen, hoewel kaderstelling stedelijk blijft. Zonder hierin uitputtend te willen zijn, gaat het om alle zaken die de leefkwaliteit en directe omgeving van bewoners in de straat en in de wijk raken. Het college denkt daarbij bijvoorbeeld aan:
stadsdeelgebonden activiteiten en/of activiteiten met een puur gebiedsgericht belang. Het kan bijvoorbeeld gaan om onderdelen van de inrichting van de openbare ruimte, het welzijnsbeleid, de economische ontwikkeling (zoals variatie in winkelaanbod) en de ruimtelijke ordening op het niveau van wijken en buurten. taken die beleid, beheer en uitvoering betreffen van voorzieningen die in hun bereik de grenzen van een stadsdeel niet overschrijden. taken waarbij lokaal maatwerk en lokale kennis van de situatie essentieel zijn om adequaat te kunnen inspelen op de specifieke problematiek in een bepaald gebied. coördinerende taken bij het initiëren en uitvoeren van integrale gebiedsontwikkeling en ter bevordering van de leefbaarheid van buurten en wijken. het stimuleren en faciliteren van bewoners- en buurtinitiatieven en het vergroten van de betrokkenheid van Amsterdammers bij het bestuur van de stad (bewonersparticipatie).
2
Voor bewoners, bedrijven en maatschappelijke organisaties – en overigens ook voor de gemeente zelf – moet helder zijn wie waarover gaat. Dit is ook van belang in verband met de te houden verkiezingen. Het gaat daarbij immers om de vraag waar stedelijk gekozenen op aanspreekbaar zijn, en waarop lokaal gekozenen aanspreekbaar zijn. Het pakket van lokale taken en bevoegdheden bepaalt de reikwijdte van het mandaat voor de dagelijks besturen van de stadsdelen en indirect de stadsdeelcommissies en de onderwerpen waarover de lokale verkiezingen gaan. Binnen de door college en raad overgedragen bevoegdheden kunnen stadsdelen immers nog integrale afwegingen maken en eigen gebiedsgerichte prioriteiten stellen, met de daarbij behorende keuzes voor allocatie van middelen en budget. Om die reden is voor een afbakening in de vorm van een takenlijst en een bevoegdhedenregister gekozen.
3. Ruimte voor diversiteit, maatwerk en integraliteit De maatschappelijke opgave verschilt per gebied, hetgeen pleit voor diversiteit en maatwerk. Ook de politieke context kan daarin meespelen. Daarbij gaat het niet om differentiatie in taken, maar veeleer om verschillen in de manier waarop en de intensiteit waarmee taken worden uitgevoerd en het leggen van lokale accenten. Gebiedsgericht werken is integraal en daardoor domeinoverstijgend. De integrale gebiedsexpertise van stadsdelen geeft ze de unieke positie om de sociale opgave, participatieve opgave, woningbouwopgave, openbare ruimte opgave en zo meer als één geheel aan te sturen. Verschillen in lokaal beleid vindt het college daarom wenselijk maar deze moeten wel gerechtvaardigd en uit te leggen zijn op grond van verschillen in de maatschappelijke opgave en context. Zo mag het voor de kwaliteit niet uitmaken in welk stadsdeel een kind naar de kinderopvang of naar school gaat. Zo mag het voor een ondernemer met meerdere vestigingen in de stad geen verschil maken hoe een vergunning of subsidie dient te worden aangevraagd, of hoe het gebruik daarvan verantwoord moet worden.
4. Uitvoering op passende schaal De uitvoering wordt georganiseerd op het schaalniveau dat past bij de maatschappelijke opgave en in dat verband het meest effectief en efficiënt is. Dat is soms op het niveau van een straat of wijk, soms op het niveau van een stadsdeel, soms stedelijk en soms regionaal. Telkens moet ook bezien worden of de gemeente een taak zelf uitvoert, of dat uitvoering door derden tot een betere verhouding in prijs en kwaliteit leidt. Maatschappelijke opgaven met een stedelijk of regionaal karakter worden op dat schaalniveau uitgevoerd. Dat geldt bijvoorbeeld voor jeugdzorg en openbaar vervoer, maar bijvoorbeeld ook voor stedelijke taken die verband houden met Amsterdam als hoofdstad en als toeristisch en cultureel centrum. Dan denkt het college dus niet alleen aan een passende verdeling over de stad van scholen, zwembaden, sportvoorzieningen en parken, maar bijvoorbeeld ook aan het houden van evenementen en manifestaties op de Dam en op het Museumplein.
Hanteerbaarheidsinstructies De bovenstaande principes vormden in 2012 de basis voor de verdeling van taken en bevoegdheden, die in 2021 grotendeels zijn behouden. In de huidige geactualiseerde vorm zijn ze de basis om bij nieuwe taken het gesprek te voeren over wie welke verantwoordelijkheid heeft, tussen college en stadsdeelbesturen en in de ambtelijke organisatie. Maar ook met deze principes zal altijd maatwerk nodig zijn. Bijvoorbeeld wanneer er spanning is tussen de principes. Denk aan
3
afwegingen over efficiëntie versus maatwerk. Principes alleen zijn niet genoeg. Het gaat om hoe ze worden gehanteerd. Daarvoor worden de volgende instructies meegegeven:
Gebruik de principes als vertrekpunt, als basis voor gesprek. De principes alleen zijn niet genoeg om te weten waar verantwoordelijkheden en taken worden belegd. Ze helpen wel bij het systematisch bespreken hiervan. Erken de spanning en de verschillende interpretatiemogelijkheden die er kunnen zijn tussen de principes en maak deze bespreekbaar op casusniveau; Maak scherpe keuzes wanneer in bepaalde casus het ene principe prevaleert boven het andere en wees ook duidelijk over waar concessies worden gedaan; Helderheid en werkbaarheid staan voorop bij de afspraken die worden gemaakt; Zie de verdeling van taken en bevoegdheden als een continu proces, waarin lessen worden geleerd en aanpassingen worden gemaakt. Zorg dat de verdeling van taken en bevoegdheden een levend document blijft en er de gelegenheid is om te leren en te ontwikkelen. Richt bv één jaar na de start van de nieuwe bestuursperiode of een jaar na de invoering van de omgevingswet, een ijkpunt in voor een beschouwing.
4