A - 24 Democratisering (inclusief Bestuurlijk Stelsel) (10) Bijlage 4b Veror
Tekst van het document
Bij het systeem van de grootste overschotten wordt gekeken naar het aantal stemmen dat over is van het totale aantal stemmen na verdeling van de volle zetels. De partij met het grootste overschot krijgt bij dit systeem de eerste restzetel, de partij met het op één na grootste overschot de tweede, tot alle zetels verdeeld zijn. Deze methode werkt in het algemeen in het voordeel van kleinere partijen. Hiermee wordt dus geprobeerd te bevorderen dat ook kleine lokale (politieke) groeperingen een zetel kunnen verwerven. 43
Op grond van het vierde lid kunnen niet alleen politieke partijen aan de verkiezingen meedoen, maar ook andere groeperingen zoals bewonersverenigingen en buurtcomités. In aanvulling op de bepaling in de Kieswet dat een politieke groepering die een vereniging met volledige rechtsbevoegdheid is zich voor de verkiezingen kan laten registreren, is bepaald dat ook niet-politieke groeperingen en stichtingen zich voor de verkiezingen voor de bestuurscommissies kunnen laten registreren. Zij kunnen dan eveneens onder een bepaalde naam aan de verkiezingen meedoen zonder dat zij aan de formele vereisten uit Kieswet hoeven te voldoen zoals het overleggen van een notariële akte en een bewijs van inschrijving in het Handelsregister van de Kamer van Koophandel. Verder hoeven zij ook geen waarborgsom te betalen. Ook niet voor de kandidaatstelling (vijfde lid). Groeperingen hoeven zich overigens niet te laten registreren. Zij nemen dan aan de verkiezingen deel zonder een aanduiding (specifieke naam) boven de kandidatenlijst, een zogenaamde 'blanco lijst'. Op grond van het zesde lid kan het college nadere regels voor de verkiezingen vaststellen.
Dit betreft technische voorschriften zoals bepalingen over het nummeren van kandidatenlijsten en een bepaling dat groeperingen die al voor de gemeenteraadsverkiezingen zijn geregistreerd zich niet apart voor de verkiezingen voor het stadsgebied hoeven te registreren. Ook kan het college voorschriften stellen die ertoe strekken dat de bestuurscommissie verantwoordelijk is voor de registratie, de kandidaatstelling en de verwerking van de verkiezingsuitslagen. In het zevende lid is de regeling uit de Kieswet voor de vervulling van een opengevallen plaats van overeenkomstige toepassing verklaard. In aanvulling daarop wordt het eerste lid van artikel W4 van de Kieswet van overeenkomstige toepassing verklaard (achtste lid). Als er in een gemeenteraad met minder dan dertien leden bij de opvolging van een lid geen kandidaat meer voor benoeming in aanmerking komt op de lijst waartoe degene die moet worden opgevolgd behoort, dan geldt het volgende. Met toepassing van artikel P 10 van de Kieswet wordt dan beslist aan welke van de andere lijsten de plaats zal worden toegekend. Deze plaats valt dan toe aan de lijst die op grond van het aantal uitgebrachte stemmen als eerste in aanmerking komt voor de nog niet toegedeelde restzetel. In het negende lid is bepaald dat in afwijking van de Kieswet er één dag extra geldt voor het voorbereiden van de openbare zitting na de stemming.
Deze vindt plaats drie werkdagen na de stemming. Dit geeft de Amsterdamse organisatie de ruimte om – naast de gemeenteraadsverkiezingen – de verkiezingen in het stadsgebied zorgvuldig af te ronden. Artikel 41: passief kiesrecht van de bestuurscommissie Om als lid van de bestuurscommissie te kunnen worden gekozen, moet op grond van deze bepaling worden voldaan aan de vereisten voor het lidmaatschap van de gemeenteraad, waar artikel 36a van de Gemeentewet naar verwijst. Deze zijn opgenomen in artikel 10 van de Gemeentewet. Op grond van artikel 41 is een lid van de bestuurscommissie verplicht in het stadsgebied Weesp te wonen. Echter, aan een lid van een bestuurscommissie kan ontheffing worden verleend aan het vereiste voor ingezetenschap. Zo kan een lid dat (nog) niet in het stadsgebied woont maar zich wel wenst in te zetten voor de belangen van het stadsgebied toch lid worden van de bestuurscommissie.
44
Net als voor het actief kiesrecht, is voor het passief kiesrecht in Amsterdam ervoor gekozen om aan niet EU-onderdanen die drie jaar ingezetene zijn van Amsterdam en er rechtmatig verblijven, het kiesrecht toe te kennen. Artikel 42: vereisten lidmaatschap bestuurscommissie, onverenigbare betrekkingen, verboden handelingen en nevenfuncties In de artikelen uit de Gemeentewet waarnaar wordt verwezen, is onder meer bepaald dat nevenfuncties openbaar moeten worden gemaakt, dat een bestuurder niet ook bijvoorbeeld wethouder, ombudsman of bijvoorbeeld lid van de rekenkamer mag zijn. Ook mag een lid van de bestuurscommissie bijvoorbeeld niet als advocaat of adviseur optreden voor of tegen de gemeente. Met de toepassing van artikel 11 wordt voorkomen dat een lid waarvan het lidmaatschap sinds de verkiezingen vervallen is verklaard, op grond van de Kieswet wordt benoemd ter vervulling van een tussentijds opengevallen plaats. Ook is van belang dat het lidmaatschap van de bestuurscommissie op grond van artikel 13 van de Gemeentewet onverenigbaar is met de functie van ambtenaar van de gemeente Amsterdam. Dat deze functies onverenigbaar zijn betekent echter niet dat ambtenaren van de gemeente Amsterdam al bij hun kandidaatstelling ontslag moeten nemen. Het moment van installatie is voor artikel 13 van de Gemeentewet beslissend.
Ambtenaren kunnen zich dus eerst kandidaat stellen en aan de verkiezingen deelnemen en pas als zij gekozen zijn en ook daadwerkelijk zitting in de bestuurscommissie willen nemen, dienen zij ontslag te nemen. Artikel 43: eed of verklaring en belofte De leden van de bestuurscommissie leggen een eed of verklaring en belofte af. Zij leggen hun eed of verklaring en belofte zoveel mogelijk tegelijkertijd met de leden van het nieuwe college af. Als dat niet mogelijk is, bijvoorbeeld omdat de onderhandelingen hierover nog niet zijn afgerond, dan doen de leden van de bestuurscommissie dit één raadsvergadering later. Bij een tussentijdse benoeming wordt de eed of verklaring en belofte ten overstaan van de voorzitter van het dagelijks bestuur afgelegd (tweede lid). Voor de inhoud van de eed of verklaring en belofte wordt verwezen naar artikel 41a van de Gemeentewet. Artikel 44: beëindiging lidmaatschap en tijdelijke vervanging Voor wat betreft de beëindiging van het lidmaatschap van de bestuurscommissie zijn de bepalingen inzake de beëindiging van het lidmaatschap van een vertegenwoordigend orgaan van overeenkomstige toepassing. Dit betekent bijvoorbeeld dat een lid van de bestuurscommissie te allen tijde zelf ontslag kan nemen.
Daarnaast kan een lid op grond van het tweede lid bij zwangerschap en bevalling of ziekte verlof opnemen en gedurende die periode door een ander lid worden vervangen. Voor de inhoud van de regeling wordt aangesloten bij wat er in de Gemeentewet voor de tijdelijke vervanging van leden van een vertegenwoordigend orgaan geregeld is, waarbij geen tijdelijk ontslag wordt verleend maar het lid verlof opneemt. Ratio hierachter is dat de bestuurscommissie zelf in vervanging voorziet. 45
Artikel 45: reglement van orde en adviescommissies In dit artikel is geregeld dat de bestuurscommissie zelf een reglement van orde voor de vergaderingen vaststelt. Het college zal een format opstellen voor een reglement zodat de bestuurscommissie niet zelf het wiel hoeft uit te vinden, terwijl zij wel de ruimte kan nemen die het nodig acht om invulling te geven aan een wijze van overleg die past bij de lokale cultuur. Daarnaast is in dit artikel geregeld dat de bestuurscommissie adviescommissies kan instellen om zich ook door andere organisaties van advies te laten dienen. Artikel 46: dagelijks bestuur en voorzitter De bestuurscommissie wordt geleid door een dagelijks bestuur, bestaande uit drie leden. De bestuurscommissie bepaalt zelf wie uit haar midden het dagelijks bestuur gaan vormen, alsmede wie de voorzitter wordt. Tussen de bestuurscommissie en het dagelijks bestuur bestaat een hiërarchische verhouding, het dagelijks bestuur is aan de bestuurscommissie ondergeschikt. Aan het dagelijks bestuur worden dus geen eigen taken en bevoegdheden overgedragen. Zij voeren de taken uit en oefenen de bevoegdheden uit die door de bestuurscommissie aan hen zijn gemandateerd.
Artikel 47: onverenigbare betrekkingen, verboden handelingen en nevenfuncties leden dagelijks bestuur Voor het dagelijks bestuur wordt een aantal artikelen uit de Gemeentewet van overeenkomstige toepassing verklaard. Daardoor kan een lid van het dagelijks bestuur niet tevens een aantal andere, limitatief opgesomde functies vervullen zoals wethouder of ombudsman. Ook is bepaald dat een lid van het dagelijks bestuur geen nevenfuncties vervuld die ongewenst zijn gelet op de uitoefening van zijn taak voor het stadsgebied Weesp. Daarnaast is van belang dat het lidmaatschap van het dagelijks bestuur op grond van artikel 36b van de Gemeentewet onverenigbaar is met de functie van ambtenaar van de gemeente Amsterdam. Dat deze functies onverenigbaar zijn betekent echter niet dat ambtenaren van de gemeente Amsterdam al bij hun kandidaatstelling ontslag moeten nemen. Het moment van installatie is voor artikel 36b van de Gemeentewet beslissend. Ambtenaren kunnen zich dus eerst kandidaat stellen en aan de verkiezingen deelnemen en pas als zij gekozen zijn en ook daadwerkelijk zitting in de bestuurscommissie willen nemen, dienen zij ontslag te nemen Artikel 48: benoeming dagelijks bestuur In het eerste lid wordt bepaald dat de bestuurscommissie in zijn eerste vergadering na de verkiezingen een tijdelijk voorzitter van het dagelijks bestuur benoemt.
Als er meerdere kandidaten zijn en geen van hen na stemming de volstrekte meerderheid behaalt, dan voorziet het tweede lid erin dat er een tweede stemming komt tussen de twee kandidaten die in de eerste stemronde de meeste stemmen hebben gekregen. Als deze tweede stemming ook geen volstrekte meerderheid voor een kandidaat oplevert, dan vervult de lijsttrekker van de groepering waarop bij de verkiezingen de meeste stemmen zijn uitgebracht, tijdelijk de 46
functie van voorzitter. De definitieve benoeming van de voorzitter vindt plaats tezamen met het benoemen van de twee overige leden van het dagelijks bestuur. In de verordening is bepaald dat deze benoemingen plaatsvinden op de tweede maandag volgend op de dag waarop de bestuurscommissie is geïnstalleerd. Over de benoeming van de leden wordt gestemd (vierde lid). Deze stemming verloopt op dezelfde wijze als hiervoor beschreven is. Voor het overige is voor de benoeming van de leden van het dagelijks bestuur in grote lijnen aangesloten bij de procedure die voor de benoeming van wethouders geldt (vijfde en zesde lid). Artikel 49: ontslag en tijdelijke vervanging leden dagelijks bestuur Voor wat betreft het ontslag van de leden van het dagelijks bestuur is geregeld dat een lid van het dagelijks bestuur te allen tijde zelf ontslag kan nemen (eerste lid) en dat een lid van het dagelijks bestuur door de bestuurscommissie kan worden ontslagen. Daarbij moet niet uit het oog worden verloren dat er binnen de bestuurscommissies sprake is van monisme. Een lid van het dagelijks bestuur dat ontslag neemt of wordt ontslagen blijft dus in beginsel wel lid van de bestuurscommissie. Daarnaast kan een lid van het dagelijks bestuur op grond van het tweede lid bij zwangerschap en bevalling of ziekte verlof opnemen en gedurende die periode door een ander lid worden vervangen.
Op deze manier worden belemmeringen voor vrouwen bij het aanvaarden van een functie binnen het dagelijks bestuur weggenomen en de leden van het dagelijks bestuur bij ziekte in de gelegenheid gesteld prioriteit te geven aan hun gezondheid. Voor de inhoud van de regeling wordt aangesloten bij wat er in de Gemeentewet voor de tijdelijke vervanging van wethouders geregeld is. Artikel 50: taken voorzitter In dit artikel is vastgelegd wat de taken van de voorzitter van het dagelijks bestuur zijn. Daarbij is aangesloten bij de bepalingen die in dat verband in de Gemeentewet zijn opgenomen. Bijvoorbeeld over de opneming en ondertekening van stukken (artikelen 32a, 59a en 77 van de Gemeentewet) en de oproeping voor de vergadering (artikel 53 van de Gemeentewet). Daarnaast is expliciet bepaald dat de voorzitter van het dagelijks bestuur ook de voorzitter van de bestuurscommissie is. De Gemeentewet biedt de gemeenteraad nog wel de mogelijkheid om een andere voorzitter te kiezen, maar gezien de monistische verhoudingen binnen de bestuurscommissie wordt daar hier geen aanleiding toe gezien. Artikel 51: verhindering of ontstentenis voorzitter en leden dagelijks bestuur Dit artikel voorziet in de vervanging van de voorzitter bij verhindering of ontstentenis.
Indien de voorzitter afwezig is en zijn functie moet worden waargenomen, dan wordt dit in beginsel door een van de andere leden van het dagelijks bestuur gedaan. Als die ook verhinderd zijn, neemt een door de bestuurscommissie aangewezen lid van de bestuurscommissie waar. Artikel 52: reglement van orde dagelijks bestuur
47
Het dagelijks bestuur stelt een reglement van orde op voor zijn eigen vergaderingen. Het college van burgemeester en wethouder zal daar een format voor opstellen zodat er een basis ligt maar het dagelijks bestuur kan zelf nadere invulling geven aan de wijze waarop het bestuur wenst te werken. Artikel 53: taken en bevoegdheden bestuurscommissie Bepaald is dat de bestuurscommissie belast is met de dagelijkse bestuur- en beheerstaken in het stadsgebied. Zij oefent de taken en bevoegdheden uit die het college aan haar heeft opgedragen. De taken en bevoegdheden staan vermeld in twee bijlagen die bij de verordening horen. Daar staan de taken (bijlage 2) en bevoegdheden (bijlage 3) in die door het college en de burgemeester aan de bestuurscommissie of voorzitter worden gemandateerd of gedelegeerd. Deze bijlagen kunnen worden gewijzigd door middel van een besluit van het orgaan dat de taak of bevoegdheid heeft gemandateerd of gedelegeerd. De takenlijst en het bevoegdhedenregister bevatten een limitatieve opsomming van hetgeen de bestuurscommissie in formele zin mag doen. Voor stadsgebied Weesp geldt dat waar in de takenlijst en het bevoegdhedenregister ‘DB’ of ‘dagelijks bestuur’ benoemd staat als gemandateerd of gedelegeerd orgaan, voor stadsgebied Weesp daar ‘bestuurscommissie’ gelezen moet worden (tweede lid).
Artikel 54: vergaderingen Op grond van het eerste lid zijn op de vergaderingen van de bestuurscommissie de bepalingen inzake de vergaderingen van de raad van overeenkomstige toepassing. Zo zijn de vergaderingen in beginsel openbaar en dient er een meerderheid van de leden aanwezig te zijn voordat een vergadering wordt geopend. In het tweede lid is bepaald wat er geldt voor de vergaderingen van het dagelijks bestuur. De vergaderingen van het dagelijks bestuur zijn besloten (artikel 54 van de Gemeentewet). Voor de stemmingen binnen het dagelijks bestuur gelden eveneens dezelfde bepalingen als die op de stemmingen binnen het college van toepassing zijn. In het derde lid is, in aanvulling op wat er in artikel 86 van de Gemeentewet is bepaald, geregeld dat de door de bestuurscommissie opgelegde geheimhouding niet geldt voor het college en de burgemeester. Zij hebben, ook als er geheimhouding is opgelegd, wel recht op inzage in de stukken. Zo wordt ervoor gezorgd dat er een goede verantwoording richting het college en de burgemeester mogelijk is. Artikel 55: bestuurssecretaris In het eerste lid is bepaald dat de bestuurscommissie over een bestuurssecretaris beschikt. Deze wordt door het college aangesteld.
Aangezien de bestuurssecretaris een ambtenaar is en dus ondergeschikt is aan de gemeentesecretaris, maar wel tot taak heeft de bestuurscommissie bij te staan, is bepaald dat de aanstelling op voordracht van de gemeentesecretaris en in overeenstemming met de bestuurscommissie plaatsvindt.
48
Verder is bepaald dat de bestuurssecretaris de voorzitter en het dagelijks bestuur bij de uitoefening van hun taak terzijde staat. Dit betreft dus feitelijk de stadsgebiedsecretaris. Naar analogie is dan ook in het tweede lid bepaald dat het eerste en het tweede lid van artikel 15 van de Gemeentewet inzake de verboden handelingen van overeenkomstige toepassing zijn (zie artikel 101 van de Gemeentewet). Tot slot is in het vierde lid geregeld dat het college ten aanzien van de taken en bevoegdheden van de secretaris nadere regels kan stellen. Artikel 56: de verhouding tot het college en de burgemeester In de artikelen die van overeenkomstige toepassing worden verklaard, is onder meer geregeld dat het college advies vraagt aan het stadsgebied als het voornemens is een besluit te nemen over een stedelijk kader dat het stadsgebied raakt. Ook kan het college inlichtingen vragen en kan de bestuurscommissie op haar beurt een toelichting geven. Tevens zijn hier bepalingen van toepassing verklaard op de verhouding tussen college en bestuurscommissie voor het geval, het niet goed gaat. Het college kan bijvoorbeeld een bevoegdheid terugnemen van de bestuurscommissie en kan namens de bestuurscommissie een besluit nemen (in de plaats stellen). Ook kan het college besluiten schorsen of vernietigen. Al deze acties zijn met waarborgen omkleed (bijv. hoor- en wederhoor).
Voor nadere uitleg wordt verwezen naar de toelichting bij artikelen 12 tot en met 17. Artikel 57: de financiën van de bestuurscommissie Door verwijzing naar de artikelen 20 tot en met 22 is bepaald dat de bestuurscommissie jaarlijks een budget krijgt dat is vastgesteld in de gemeentebegroting. Ook is bepaald dat de bestuurscommissie vierjaarlijks een gebiedsagenda vaststelt. Artikel 58: stadsgebiedpanels In dit artikel wordt artikel 38 van overeenkomstige toepassing verklaard op het stadsgebied Weesp, om ook voor Weesp mogelijk te maken dat een stadsdeelpanel wordt ingesteld. Aangezien Weesp geen stadsdeel, maar een stadsgebied is, gaat het in dit geval over stadsgebiedpanels. Het instellen van een stadsgebiedpanel is een discretionaire bevoegdheid van de bestuurscommissie van Weesp. De bestuurscommissie kan een stadsgebiedpanel instellen, maar kan er ook voor kiezen om dit niet te doen. Hoofdstuk 5 - Overgangsbepalingen In dit hoofdstuk wordt in verband met de invoering van het nieuwe bestuurlijk stelsel in overgangsrecht voorzien. Artikel 59: verkiezingen stadsdeelcommissies In dit artikel wordt benadrukt dat de bepalingen uit dit hoofdstuk die zien op verkiezingen alleen gelden voor de verkiezingen op 16 maart 2022. 49
Artikel 60: voorbereiding van de verkiezingen De bestuurscommissies die in 2018 op grond van de Verordening op het lokaal bestuur in Amsterdam waren ingesteld, organiseren op grond van dit artikel de verkiezing van de leden van de stadsdeelcommissie. Dit betekent dat deze bestuurscommissies zorgen voor een centraal stembureau. Dat stembureau registreert bijvoorbeeld de groeperingen die aan de verkiezingen deelnemen en stelt de verkiezingsuitslag vast. De centrale stembureaus worden per stadsdeel ingesteld. Artikel 61: registratie groepering De voorschriften voor de verkiezing van de leden van de stadsdeelcommissie sluiten zo naadloos mogelijk aan op de voorschriften die er voor de verkiezing van de leden van de stadsdeelcommissies in 2018 golden. Dit betekent bijvoorbeeld dat de rechten die reeds geregistreerde groeperingen op grond van de Kieswet hebben of groeperingen die op dit moment over zetels in de stadsdeelcommissies beschikken, zoveel mogelijk worden gerespecteerd. Zij hoeven zich niet opnieuw voor de verkiezing van de leden van de stadsdeelcommissie te laten registreren (artikel G 3 van de Kieswet).
Artikel 62: groeperingen In dit artikel is bepaald dat de verkiezing van de leden van de stadsdeelcommissie de toepassing van de bepalingen uit de Kieswet en het Verkiezingsreglement wordt aangemerkt als de laatst gehouden verkiezing van de leden van de stadsdeelcommissie. Groeperingen die reeds over zetels in de stadsdeelcommissie beschikken, zijn bijvoorbeeld vrijgesteld van de verplichting om ondersteuningsverklaringen in te leveren en een waarborgsom te betalen bij het inleveren van een kandidatenlijst voor de verkiezing van de leden van de stadsdeelcommissie. Artikel 63: Zitting centraal stembureau In afwijking van de bepalingen uit de Kieswet vindt de zitting van het centraal stembureau voor de nummering van de kandidatenlijsten plaats op de zevende dag na de kandidaatstelling in een openbare zitting om tien uur. Artikel 64: Aanwijzing bijzonder stemlokaal Deze bepaling is opgenomen om mogelijk te maken dat het college één of meerdere stemlokalen aanwijst in de gemeente Amsterdam waar niet alleen kan worden gestemd voor de stadsdeelcommissie van het stadsdeel waarin dat stemlokaal ligt, maar ook voor andere stadsdeelcommissies of de bestuurscommissie van het stadsgebied Weesp. Een dergelijk stemlokaal kan speciaal ingericht worden voor een bepaalde groep kiezers, bijvoorbeeld kiezers met een visuele beperking.
Artikel 65: Waarneming voorzitter en dagelijks bestuur bestuurscommissies
50
De leden van het dagelijks bestuur worden op zijn vroegst pas benoemd als ook de leden van het nieuwe college worden benoemd. De leden van het dagelijks bestuur van de bestuurscommissies treden op grond van de Kieswet echter al op 15 maart 2022 af. In de periode tussen de verkiezingen en het installeren van een nieuw dagelijks bestuur moet dus worden voorzien in de leemte die ontstaat bij het rechtsgeldig nemen van de dagelijkse beslissingen. In dat kader is in het eerste lid geregeld dat de voorzitter en de overige leden van het dagelijks bestuur van de bestuurscommissies gedurende die periode aanblijven als waarnemers. Het college kan daarbij tussentijds een vervanger benoemen als de voorzitter of een lid van het dagelijks bestuur van de bestuurscommissies tussentijds ontslag neemt of wordt ontslagen. Het is aan het college om te bepalen of de benoeming van een vervanger, gezien het aantal leden en de tijd die nog rest, aangewezen is. Op grond van het tweede lid oefenen de waarnemers en hun vervangers in de overgangsperiode de taken en bevoegdheden uit die aan de nieuwe dagelijks besturen zijn gemandateerd en gedelegeerd. Daarbij is echter wel opgemerkt dat zij geen politiek-gevoelige beslissingen kunnen nemen.
In het bevoegdhedenregister, onder punt 3 in de algemene bepalingen en beperkingen, staat al dat het dagelijks bestuur het oorspronkelijk bevoegde bestuursorgaan moet betrekken als het om een politiek-gevoelige beslissing gaat, maar in het tweede lid is benadrukt dat de waarnemers en hun vervangers in dat geval überhaupt niet bevoegd zijn. Het college en de burgemeester zijn dan dus zelf aan zet. In het derde lid staat dat de waarnemers en hun vervangers voor de aan hen toegekende taken en bevoegdheden ondermandaat kunnen verlenen als de bevoegdheid zich daar niet tegen verzet. Het vierde lid voorziet in de rechtspositie van degenen die waarnemen en hun vervangers. Artikel 66: aanblijven bestuurssecretaris In dit artikel is geregeld dat de zittende bestuurssecretarissen kunnen aanblijven wanneer de verordening in werking treedt, zonder dat zij opnieuw moeten worden aangesteld. Onder de verordening op het lokaal bestuur in Amsterdam is sprake van een personele unie van de rollen van bestuurssecretaris en commissiesecretaris. Aangezien met deze nieuwe verordening de controlerende rol van de stadsdeelcommissie wordt versterkt ten opzichte van het dagelijks bestuur, is het niet meer wenselijk dat een en dezelfde persoon zowel de rol van secretaris van het dagelijks bestuur als de rol van secretaris van de stadsdeelcommissie vervult.
In dit artikel is geregeld dat de zittende bestuurssecretarissen kunnen aanblijven. Dat betekent dat er wel nieuwe commissiesecretarissen moeten worden aangesteld. Artikel 67: regelgeving bestuurscommissies Uit de verordeningen, beleidsregels en overige voorschriften binnen de stad vloeien ook taken of bevoegdheden dan wel rechten en verplichtingen voor de bestuurscommissies voort. Met dit artikel is ervoor gezorgd dat deze taken en bevoegdheden of rechten en plichten ook op de nieuwe dagelijks besturen van toepassing zijn. Dit geldt voor zover er op het betreffende beleidsterrein ook taken en bevoegdheden aan het dagelijks bestuur zijn opgedragen. Er is niet voorzien in een termijn waarbinnen de beleidsregels en voorschriften die door de bestuurscommissies zijn vastgesteld blijven gelden. Dat is ook niet nodig. Deze blijven onverminderd van kracht.
51
Artikel 68: beheer van besluiten, rechten en plichten van de gemeente, subsidies en procedures en rechtsgedingen De besluitvorming binnen de bestuurscommissies zal in veel gevallen gevolgen hebben voor de nieuwe dagelijks besturen. Om ervoor te zorgen dat de dagelijks besturen op die gevolgen ook invloed kunnen uitoefenen, is geregeld dat de dagelijks besturen de besluiten van hun voorgangers kunnen wijzigen en intrekken, dat zij de rechten, plichten, wettelijke procedures en rechtsgedingen kunnen beheren en dat zij de subsidies kunnen vaststellen die door de dagelijks besturen zijn verleend. Dit geldt voor zover de besluitvorming van de dagelijks besturen ingesteld in 2018 betrekking heeft op taken en bevoegdheden die ook aan de dagelijks besturen zijn toegekend. De artikelen 69 tot en met 73: verkiezing bestuurscommissie Weesp De bepalingen voor de verkiezing van de bestuurscommissie voor het stadsgebied Weesp sluiten zo veel mogelijk aan bij de bepalingen voor de verkiezing van de stadsdeelcommissies. Het belangrijkste verschil is dat er nu nog geen bestuurscommissie is in Weesp. Daarom is het hoofdstembureau voor de gemeenteraadsverkiezingen van Amsterdam belast met de organisatie van de verkiezing en wordt de laatst gehouden gemeenteraadsverkiezing van Weesp aangemerkt als de laatst gehouden verkiezing van de leden van de bestuurscommissie.
Hoofdstuk 6 - slotbepalingen Artikel 75: inwerkingtreding De verordening treedt met de verkiezingen van de stadsdeelcommissies op 16 maart 2022 in werking, met uitzondering van paragraaf 1 en 3 van hoofdstuk 5. Paragraaf 1 van hoofdstuk 4 en paragraaf 1 en 3 van hoofdstuk 5 hebben betrekking op de organisatie van de verkiezingen en daar wordt uiteraard al vóór 16 maart 2022 mee gestart. Die paragrafen treden dus drie dagen na publicatie in het Gemeenteblad in werking. Voor stadsgebied Weesp geldt verder als inwerkingtredingsdatum de datum van fusie, te weten 24 maart 2022.
52