A- 23 Ruimtelijke Ordening (30) 2. Omgevingseffectrapportage omgevingsvisie
Tekst van het document
Tabel 4-13 Percentages mensen met obesitas
Percentage mensen met overgewicht (incl. obesitas)
2008
2016
Nederland
G4
Amsterdam gemiddeld
10
12
14
13
Centrum West Nieuw-West Zuid Oost Noord Zuidoost
5,6 8,5 14,7 5,8 8,6 15,2 18,4
7,3 8,4 15,3 7,6 9,9 16,9 21,1
figuur 4-49 Percentage mensen met overgewicht per wijk in 2016 (Gezondheid in beeld, 2020)
Uit de cijfers blijkt een negatieve trend. De gemiddelden zijn wel iets beter dan die van de rest van Nederland of de andere grote steden. Maar in Zuidoost, Noord en Nieuw-West zijn significant slechtere percentages aanwezig dan in de rest van Amsterdam. Maar ook in het Centrum en Zuid zijn de toenamen bijna 2%. Voeding Gezonde voeding is een essentieel onderdeel van een gezonde leefstijl. Voeding en ruimtelijke ordening lijkt wellicht een ietwat vreemde combinatie, maar toch bepaald de ruimtelijke ordening waar wel of geen bepaalde voorzieningen als snackbars, fast-food, etc. mogen komen. Meestal worden bestemmingsplannen niet op een dergelijk concreet niveau, maar bijvoorbeeld in HavenStad is in de plannen opgenomen een ‘snackbar-vrije zone’ rondom scholen te realiseren. Amsterdam heeft in het kader van een gezonde voedingsomgeving een heatmap voedseldruk (2020) ontwikkeld. Dit is onderdeel van de Amsterdamse Aanpak Gezond Gewicht (AAGG). De Amsterdamse Aanpak Gezond Gewicht heeft als missie dat alle Amsterdamse Kinderen in 2033 op gezond gewicht zijn én dat geen kind meer opgroeit in een ongezonde leefomgeving. Om deze
Blad 90 van 326
Omgevingsvisie Amsterdam Omgevingseffectrapportage projectnummer 0462872.100 10 december 2020 Gemeente Amsterdam
missie te behalen zijn in het meerjarenprogramma verschillende speerpunten opgenomen. Eén van de speerpunten is om kinderen een gezonde leefomgeving te bieden en ongezondheid actief uit de omgeving weg te halen. Onderdeel van de leefomgeving van kinderen is het geheel aan aanbod en marketing van voedsel, oftewel de voedselomgeving. Met de heatmap kan tot op straatniveau inzichtelijk gemaakt worden in hoeverre er sprake is van gezond of ongezond voedselaanbod. Het streven is vervolgens om de informatie uit de heatmap te gebruiken bij beleidsmaatregelen die gericht zijn op het gezonder maken van de Amsterdamse voedselomgeving, van met name kinderen. Hieruit blijkt dat als het type aanbieding van voedsel verdeeld wordt naar (heel erg) gezond en (heel erg) ongezond aanbod blijkt dat ruim een kwart, ruim 1.400 aanbieders, in de categorie heel erg ongezond voedselaanbod valt, zie ook tabel. Hieruit blijkt dat slechts 15% van alle aanbieders van voedsel in Amsterdam gezond tot erg gezond voedsel aanbiedt. Onder de categorie heel erg ongezond vallen aanbieders zoals snackbars, grillrooms, afhaalrestaurants en tabakszaken. Onder de noemer heel erg gezond zijn de groentezaken en viswinkels opgenomen tabel 4-14 Percentages en aantal eetgelegenheden naar de gezondheidscategorie
Score
Aantal
Percentage
Heel erg ongezond Ongezond Gezond Heel erg gezond Totaal Amsterdam
1.456 3.137 702 182 5.477
26,6% 57,3% 12,8% 3,3% 100%
Als gekeken wordt naar de verdeling van het type voedselaanbod dan wordt in de stadsdelen Noord, Zuidoost en Nieuw-West in verhouding tot het totale aanbod meer ‘heel erg ongezond’ voedsel (tussen 32,7% en 36,6%) aangeboden dan in andere stadsdelen. In beide stadsdelen kan relatief veel fastfood verkregen worden. Tot slot een analyse van het aanbod van voedsel rondom scholen. IN alle stadsdelen is het ongezonde aanbod vele malen groter dan het gezonde aanbod. In Noord is 4x en in Nieuw-West en Zuidoost 6x zoveel ongezond als gezond aanbod rond scholen aanwezig, in Centrum is dit 14x en tot slot in West 9x. Kinderen Kinderen zijn een belangrijke groep voor gezondheidsbevordering. Dit is de groep waar nog veel (gedrags)verandering mogelijk is en deze is ook vatbaarder voor ingrepen. De bereidheid en vermogen om te veranderen neemt af naarmate we ouder worden. Voor bewegen en overgewicht is daarom ook specifiek beleid voor deze groep ontwikkeld. Een belangrijk onderdeel van het beleid voor kinderen betreft naast voeding en gedrag het kunnen spelen op straat. Spelen is belangrijk voor de ontwikkeling van kinderen en een essentieel onderdeel van gezond op – groeien. Buitenspelen is vaak actief spelen, denk aan rennen, fietsen, klimmen en klauteren, en daarmee een belangrijke bron van beweging voor kinderen. In figuur 4-50 is de lichamelijke activiteit van 10-jarigen te zien.
Om te kunnen buitenspelen is ruimte nodig. De figuur geeft het aantal speeltuinen, schoolpleinen, parken, groene plekken, pleinen en openbare zwemplekken weer. Dit geeft een beeld van het aantal plekken waar in theorie gespeeld kan worden. De figuur geeft dus de mogelijkheden geïndexeerd weer in
Blad 91 van 326
Omgevingsvisie Amsterdam Omgevingseffectrapportage projectnummer 0462872.100 10 december 2020 Gemeente Amsterdam
combinatie met het percentage 10-jarige kinderen dat gemiddeld meer dan een uur per dag beweegt. Speelruimte voor kinderen is het meest ruim voorhanden in de ruimer opgezette delen van de stad: Noord, Nieuw-West en Zuidoost. Kinderen in het Centrum hebben de minste speelruimte. Deze spreiding van speelplekken in de stad betekent echter niet dat er in Noord, Nieuw-West en Zuidoost per definitie meer en in het centrum minder wordt buiten gespeeld. Negatief vallen de stadsdelen Nieuw-West en Zuidoost op. Hier zijn veel speelmogelijkheden voor kinderen, terwijl de 10-jarigen in deze stadsdelen relatief weinig bewegen. De wat mindere score voor het stadsdeel Centrum komt door heeft het relatief geringe aanbod aan speeltuinen en is ook het minst groen. In dit deel van de stad zou een gebrek aan mogelijke speelplekken verantwoordelijk kunnen zijn voor het relatief lage percentage 10-jarigen dat 1 uur per dag of meer beweegt. De spreiding van pleinen en schoolpleinen over de stad is vrij gelijkmatig. Opvallend is dat in Noord de meeste schoolpleinen na schooltijd openbaar toegankelijk zijn, terwijl in Zuidoost vrijwel alle schoolpleinen besloten zijn, wat de mogelijkheden voor spelen ook beperkt.
figuur 4-50 Lichamelijke activiteit van kinderen 10 jaar oud afgezet tegen de speelvoorzieningen in de buurt (Beweegatlas Amsterdam, 2016)
Voor 10-jarigen is ook gekeken naar de mate van overgewicht. In Tabel 4-15 staan hiervan de resultaten van de afgelopen jaren. Op stadsniveau was het aantal 10-jarigen met obesitas 7%. Dit is nu gedaald naar 5% in 2018.
Blad 92 van 326
Omgevingsvisie Amsterdam Omgevingseffectrapportage projectnummer 0462872.100 10 december 2020 Gemeente Amsterdam
Tabel 4-15 Percentage 10-jarigen met overgewicht
Percentage kinderen van 10 jaar met overgewicht (incl. obesitas)
2008
2012
2016
Amsterdam gemiddeld
27
26
22
Centrum West Nieuw-West Zuid Oost Noord Zuidoost
18 28 34 18 22 28 35
12 28 30 16 23 27 34
10 22 29 11 15 28 31
Uit de cijfers blijkt een duidelijk positieve trend in het percentage kinderen met overgewicht. Zuidoost en Nieuw-West zijn opnieuw de minst scorende stadsdelen. Ook in Noord kampt bijna 3 op 10 kinderen van 10 jaar oud met overgewicht. Positieve uitschieters zijn het Centrum en Zuid. Roken In Amsterdam rookt 27% van alle volwassenen, net als in 2008 en 2012. Dat zijn circa 177.000 inwoners. Het cijfer varieert van 23% in Zuidoost en Nieuw-West tot 33% in West. Elders in Nederland en in de andere grote steden wordt gemiddeld minder gerookt. Het aantal zware rokers (meer dan 20 sigaretten per dag) is wel gedaald van 7% in 2008 naar 3% in 2016. Beoordeling huidige situatie Amsterdam doet het in vergelijking met de G4 en de rest van Nederland redelijk tot goed. Echter, kijkend naar de verschillen in de stad dan zijn deze groot tussen Nieuw-West, Zuidoost, Noord en de andere vier stadsdelen. Op het gebied van overgewicht, bewegen, voeding en roken scoren deze drie stadsdelen significant slechter dan de rest van de stad. De mate van bewegen en het percentage overgewicht is in Amsterdam is de afgelopen jaren wel verbeterd. Waar deze in 2010 (en daarvoor) nog slecht was met diverse knelpunten en het niet behalen van streefwaarden en ambities, is deze in 2020 verbeterd tot een redelijke staat (verspreid zijn er knelpunten (streefwaarden/ambities worden vaak wel, soms niet gehaald).
Met name de stadsdelen NieuwWest, Zuidoost en blijven achter bij de andere stadsdelen. Op basis van de streefwaarden geldt dat dit nog niet op alle onderdelen positief scoort. Op sommige punten (zoals bewegen) is wel sprake van enkele stadsdelen die positief scoren. Ook is het beeld qua overgewicht (iets) beter dan het landelijk beeld. Daarom is een score redelijk toegekend en er is sprake van een (licht) positieve trend ten opzichte van 2000.
Blad 93 van 326
Omgevingsvisie Amsterdam Omgevingseffectrapportage projectnummer 0462872.100 10 december 2020 Gemeente Amsterdam
4.7.3
Referentiesituatie Amsterdam heeft een uitgebreid gezondheidsbeleid en er wordt veel gemonitord. Dit zorgt voor veel inzicht. Hoewel bijsturen nog lastig is en het veelal aan elkaar gekoppelde problemen in wijken zijn. Van belang is ook de integrale omarming van gezondheidsbevordering in ruimtelijke beleidskaders. In figuur 4-51 is een uitsnede van de verankering van de Beweeglogica van de gemeente in andere beleidsstukken.
figuur 4-51 Uitsnede verankering deel van de Beweeglogica in ruimtelijk beleid
Voor het onderwerp ‘bewegen’ zijn de verschillende maatregelen om de streefwaarde te behalen uitgewerkt in vier thema’s: • Ruim baan voor fietsers en voetgangers • (Openbaar) sporen om de hoek • De stad is een speeltuin • In de stad wordt niet stilgezeten In het beleidsstuk ‘Amsterdamse Aanpak Gezond Gewicht Meerjarenprogramma 2018-2021’ is de nadruk nog verder gelegd op het behalen van de doelen voor kinderen: in 2033 zijn er geen kinderen meer met overgewicht in Amsterdam. Hiervoor zijn vier speerpunten benoemd: 1. Géén ongezonde opgroei omgeving meer in Amsterdam 2. Normerend blijven en daar nog steviger op acteren 3. AAGG als (inter)nationale standaard 4. Aanscherpen van de (uitvoering van de) Aanpak zelf Deze speerpunten zijn in het beleid verder geconcretiseerd in maatregelen. Daarbij is ook specifiek aandacht voor de wijken waar nu nog achterstanden zijn ten opzichte van het Amsterdams gemiddelde, zie figuur 4-52.
Blad 94 van 326