A- 23 Ruimtelijke Ordening (30) 1. Ontwerp-Omgevingsvisie Amsterdam 2050
Tekst van het document
Behoud van voldoende binnenstedelijke (gemengde) bedrijfsterreinen aan het water ten behoeve van goederenoverslag voor transport over het water, zoals het Zeeburgerpad, de Schinkel en de oevers van het IJ binnen de Ring.
Water voor wonen en werken Wonen en werken in of aan het water is populair. Woonboten willen graag uitbreiden, met ook vlonders rondom de boot en ruimte op de oever. Cafés en restaurants willen graag een terras aan het water, op een steiger, of zich vestigen op een boot. Kantoren vinden uitzicht
Omgevingsvisie 2050 | Een menselijke metropool
op het water een verrijking. Maar dergelijke ontwikkelingen belemmeren wel steeds meer uitzicht op het water. We willen dit uitzicht beter beschermen en herstellen. Het huidige beleid om het aantal woonboten niet uit te breiden, om via kleinschalige herschikkingen knelpunten op te lossen en overtredingen te handhaven, blijft daarom staan. Behoud van historische woonboten heeft een breed draagvlak.
verbindingen echter aan. Zo veroorzaken meer motorboten troebeler water en geven grotere woonboten, terrassen en steigers meer schaduw, met negatieve effecten op de ecologie. De kwaliteitsdoelen van de Kaderrichtlijn Water worden dan misschien niet gehaald. Kennis en besef is bij veel Amsterdammers op dit punt nog te mager. Nieuwe accenten worden: 1.
De laatste bedrijventerreinen aan het water worden in rap tempo vervangen door kantoren, woningen en hotels. Daar moeten we zorgvuldig mee omgaan, want die ruimte hebben we nodig voor watergebonden bedrijvigheid, onze ambities om de passagiers- en pleziervaart te verduurzamen en om goederenvervoer over het water te stimuleren. Nieuwe accenten worden: 1.
2.
3.
4.
Toekomstbestendige jachthavens, met vooral forse investeringen in laadinfrastructuur voor duurzame boten. Nieuwe waterverbindingen. Met de ontwikkeling van nieuwe woongebieden ontstaat de uitdaging om deze via het water te verbinden met de rest van de stad. Zo kan bij de ontwikkeling van Haven-Stad een nieuwe vaarverbinding tussen de Vlothaven en het westelijk Marktkanaal in West interessant zijn. Ook het doortrekken van de Westlandgracht blijft een optie. Daarnaast willen we knelpunten in sloepennetwerken oplossen en stedelijk met landelijk noord verbinden. Nieuw water in nieuwe wijken wordt volgens ecologische principes ontworpen en aangelegd. Het water is dan direct geschikt voor mens en natuur. De transformatie van voormalig industrieel gebied in woongebied vraagt vaak om sanering van (water)bodemvervuiling of betere kwaliteit van het oppervlaktewater, om recreatie of natuurontwikkeling mogelijk te maken.
Water en natuur, ecologie en duurzaamheid Veel Amsterdams water is ecologisch belangrijk, onder meer vanwege de combinatie van zoet/zout/brak water. De biodiversiteit is er hoog, onder meer met trekvissen. Intensiever ruimtegebruik tast ecologische waarden en
Deel III | Wat
2.
3.
4.
5.
6.
De ecologische waterkwaliteit in veel vijvers en sloten is slecht, onder andere doordat bladval en voedselresten het water te voedselrijk maken. Met betere oeverinrichting, baggeren en visstandbeheer kan de ecologische kwaliteit worden verbeterd. Aanwijzen van rustgebieden waar de waterecologie zich kan ontwikkelen, bijvoorbeeld de Ringvaart van de Watergraafsmeer en de Westlandgracht. Voor deze wateren wordt onderzocht of er ruimte is voor ondieptes en meer glooiend watertalud. Een uitdaging zou ook zijn om dit te doen in één of meer nader te bepalen grachten in het centrum. In rustgebieden komen dan beduidend minder mogelijkheden voor ander gebruik. Aanleg van meer natuurvriendelijke oevers, zowel onder als boven water. Ook in stadsparken en bij kadeherstel gaan we meer ruimte bieden aan vegetatie en paaien schuilgelegenheid. Meer verbindingen tussen groen-blauwe gebieden in de stad, voor meer mogelijkheden voor planten en dieren om zich te ontwikkelen, schuilen, paaien, paren, broeden en van leefgebied naar leefgebied te trekken. Ook watergangen zijn goede verbindingszones. Zie verder Hoofdgroenstructuur, paragraaf Groen. Gebruik van diep oppervlaktewater voor koudeopslag voor stadskoeling. Nu worden alleen de Nieuwe Meer en de in de gemeente Ouder-Amstel gelegen Ouderkerkerplas hiervoor gebruikt, maar de komende jaren wordt gezocht naar meer mogelijkheden hiervoor.
Zie verder de paragraaf Warmte- en koudenetten in het hoofdstuk Duurzame stad. Opzet van een waternatuurcentrum, met informatie over de bijzondere ecologische waarde van het water in en om Amsterdam (haring in het IJ, Natura 2000-gebied Mar-
197
kermeer & IJmeer, natuurontwikkelingsprojecten, vistrekroutes, mosselbanken, enzovoorts). Water voor sport en recreatie De groei van de stad betekent dat meer mensen op of in het water willen sporten. Nu de kwaliteit van het water beter wordt, willen meer mensen binnen de stad zwemmen. Er komen meer plezierboten en kano’s. We zien Amsterdammers suppen, fly- en wakeboarden. Veel hardlopers doen ‘een rondje om de plas’. De meeste watersport of -recreatie past bij een gezonde stad, is kleinschalig en daarom welkom. Op steeds meer plaatsen ontstaan echter conflicten. Roeiers op de Amstel hebben last van drukte en golfslag van andere recreanten, zwemmers in open water zijn slecht zichtbaar voor vaarverkeer. Recreatie langs groene oevers brengt extra beheeropgaven met zich mee. Nieuwe accenten worden: 1.
2.
3.
198
Meer ruimte voor sport op, in en langs het water vraagt soms om bescherming of scheiding van functies. Wellicht zullen daarom meer wateren worden gereserveerd voor ongemotoriseerde watersport en -recreatie. Bijvoorbeeld de Gaasperplas, een deel van het Beneden Diep of misschien een nader te bepalen gracht in de centrale stad. Datzelfde kan gelden voor recreatieve vaarroutes voor ongemotoriseerd vaarverkeer, bijvoorbeeld kanoroutes. Heel specifieke sporten krijgen een eigen, veilige plek. We maken meer zwemlocaties in natuurwater mogelijk. Dat kunnen lang niet altijd officiële zwemlocaties zijn die voldoen aan alle wettelijke eisen. De Omgevingswet biedt echter ruimte voor maatwerk, waardoor er naast officiële zwemlocaties ruimte is voor kleinschalige plekken met beperkte voorzieningen en veiligheidsmaatregelen. De recreant is zelf verantwoordelijk, waarbij de gemeente ter plekke de eventuele risico’s aangeeft. Een aanpak om overlast voor de omgeving te beperken en een ander beheerregime is daarbij gewenst. Nieuwe stadsbuurten aan het water zoals in Haven-Stad, bieden ruimte voor meer watersport en -recreatie. Daar is nu nog weinig druk. Ook stadsdeel Noord heeft
4.
een enorm areaal aan water met nu nog beperkte mogelijkheden voor watersport en -recreatie. De IJ-oevers krijgen zo voor heel Noord en het westelijk deel van de stad een recreatieve functie, onder andere als zwemplek. Nieuwe laad- en onderhoudsinfrastructuur voor uitstootvrije motoren van plezier- en passagiersvaartuigen in jachthavens.
Groen Groen is voor veel Amsterdammers van grote waarde. Door de eeuwen heen heeft groen de stad gestructureerd en identiteit gegeven en dat doet het nog steeds. De unieke structuur van de stad in lobben en scheggen zorgt dat iedere Amsterdammer op fietsafstand toegang heeft tot groen. Daarnaast wordt het steeds belangrijker dat we kunnen spelen, sporten, bewegen en elkaar ontmoeten op koele, groene plekken in de directe woonomgeving. Een aanzienlijk deel van de stadbewoners, vooral kinderen, ouderen en andere kwetsbare groepen, zijn van buurtgroen afhankelijk. Maar alle Amsterdammers besteden hun vrije tijd steeds vaker op groene plekken dicht bij huis. De groei van de stad door verdichting maakt groen in de stad steeds belangrijker. Klimaatadaptatie komt daar nog eens bij. Het gebruik van het Amsterdamse groen neemt de laatste jaren flink toe, dus we kunnen ons geen ‘verspilling’ van groen meer veroorloven. We moeten groen beschikbaar maken voor zoveel mogelijk Amsterdammers, waarbij groen zoveel mogelijk doelen dient. Want stadsgroen heeft heel veel functies: biodiversiteit, plaagonderdrukking, wind- en geluiddemping, klimaatregulering, voedselproductie, vastlegging CO2, sociale en emotionele functies, gezondheid, economie, recreatie, bodemvruchtbaarheid en educatie.
Genoeg redenen voor stevige, groene, natuurinclusieve ambities in het verdichtende Amsterdam van de toekomst. Water in de stad vervult in veel opzichten dezelfde functies als groen. Rigoureus vergroenen is daarom met recht een van de strategische keuzes van deze omgevingsvisie. Groenbeleid De in 2018 vastgestelde referentienormen voor groen, sport en andere maatschappelijke
Omgevingsvisie 2050 | Een menselijke metropool
voorzieningen vormen een belangrijk ijkpunt voor de planning van nieuw groen in gebiedsontwikkelingen. Veel bestaand groen is vastgelegd in de Hoofdgroenstructuur, die al veel langer bestaat. Deze Hoofdgroenstructuur deed en doet goed zijn werk, maar wordt op enkele punten vernieuwd; zie hiervoor Deel II WAAR en de paragraaf hierna. Referentienormen en hoofdgroenstructuur zijn onderdelen van een nieuwe brede visie op groen in en om de stad, die in 2020 heeft geresulteerd in vaststelling van de ambitieuze Groenvisie, waarvan de kern wordt overgenomen in deze Omgevingsvisie. Gezondheid, natuur/biodiversiteit, klimaatadaptatie en sociaal welzijn zijn daarin de vier grootste belangen van Amsterdams groen. We maximaliseren de positieve effecten van een groene omgeving voor mens en dier. Daarvoor maken we gebruik van vier principes: 1. We zorgen voor genoeg gevarieerd groen voor iedereen Meer inwoners betekent dat er meer beschikbaar en hoogwaardig groenareaal moet komen. Dat kan openbaar of privaat groen zijn. Bij het stimuleren van privaat groen zoeken we de grenzen van de juridische mogelijkheden. We bieden aan meer Amsterdammers de mogelijkheid gebruik te maken van bestaande volkstuinparken, sportparken en schooltuinen. Openstellingen gaan uiteraard op gepaste wijze en in goed overleg met de huidige gebruikers. Zie voor volkstuinen ook verderop in deze omgevingsvisie.
We beogen groene routes van voordeur tot landschap. Dit betekent buurtgroen in de directe woon- of werkomgeving, een parkgebied op tien minuten lopen, en een groter groengebied of ruiger landschapspark aan de rand van de stad, binnen vijftien minuten fietsen. Dit heeft gevolgen voor de plek van nieuwe wijken en nieuwe stadsparken, waaronder een stadsbos. Ook de inrichting van vele routes door de bestaande stad gaat veranderen: meer groenoppervlak ten koste van verharding, meer groen op en aan gebouwen, meer ruimte voor gezonde straat- en pleinbomen. ‘Groen, tenzij’ wordt het basisprincipe bij de inrichting van het grondoppervlak van de stad.
Deel III | Wat
2. Groen draagt bij aan zoveel mogelijk opgaven Groen kan een positieve bijdrage leveren aan veel doelen in deze omgevingsvisie. Het draagt bij aan klimaatadaptatie, door water vast te houden en zo pieken in wateroverlast en droogte te verminderen. Ook verlaagt het hittestress, wat ook weer voor gezondheidswinst zorgt. Groen biedt ruimte voor beweging, recreatie, rust en gemeenschappelijke (moes-) tuinen. Bij inrichting en beheer van groen kiezen we voor behoud of versterking van zoveel mogelijk groene waarden. Maar niet overal op dezelfde manier. In het groen is voor ieder wat wils, maar stads- en buurtparken kunnen zich specialiseren in gebruiksmogelijkheden, waardoor elk stadspark een eigen karakter krijgt. 3. De stad wordt natuurinclusief aangelegd en beheerd Wereldwijd neemt de biodiversiteit af. Dit speelt ook in het landelijk gebied, door monoculturen in de landbouw. In de stad zijn mogelijkheden om de biodiversiteit juist te vergroten. Door natuurinclusief te bouwen, te ontwerpen, in te richten en te beheren, maken we een stad waar misschien wel meer plant- en diersoorten kunnen gedijen dan nu in veel gebieden buiten de stad. Natuur kan vaak worden gecombineerd met wonen, recreëren, infrastructuur en bedrijvigheid. Amsterdam wordt een natuurinclusieve stad door toepassing van tien punten: 1. Een aaneengesloten ecologische structuur, met hoge biodiversiteit.
Deze is opgenomen in de nieuwe Hoofdgroenstructuur (zie hierna). 2. Een verplicht puntensysteem natuurinclusief bouwen bij nieuwbouw en renovatie. Dit betreft legio dingen, zoals vleermuiskasten, groene daken en inheemse plantensoorten. 3. Een integraal dakenplan voor de bestaande stad, waar naast biodiversiteit ook blauwe en gele daken een plek krijgen. 4. Groene(re) particuliere terreinen, via stimuleringsmaatregelen. 5. Een natuurlijk groen-blauw netwerk in elk nieuw wijkontwerp, in zowel openbare als particuliere ruimte.
199