CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

A - 23 Ruimtelijke Ordening (23) 4. Nota van beantwoording zienswijzen en wi

RAAD 20 december 2023, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Vaststellen van het bestemmingsplan ‘t Warderschip VN2023-0219282.861 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Nota van beantwoording zienswijzen en wijzigingen behorende bij het bestemmingsplan ‘t Warderschip

Colofon Opdrachtgever Datum

Gemeente Amsterdam 27 september 2023

Gemeente Amsterdam Ruimte en Duurzaamheid

Nota zienswijzen

1. Inleiding Deze Nota van beantwoording zienswijzen behoort bij het bestemmingsplan ‘t Warderschip. Overeenkomstig het bepaalde in de Wet ruimtelijke ordening (Wro) heeft het ontwerpbestemmingsplan ‘t Warderschip, samen met het ontwerp besluit hogere waarden met ingang van 18 mei 2023 voor de duur van zes weken ter inzage gelegen. Gedurende deze termijn is een ieder in de gelegenheid gesteld om schriftelijk of mondeling een zienswijze ten aanzien van het ontwerpbestemmingsplan kenbaar te maken. Kennisgeving van de ter inzagelegging en de mogelijkheid om een zienswijze in te dienen is in het gemeenteblad en op de website van de gemeente Amsterdam gepubliceerd. Naar aanleiding van de terinzagelegging zijn door 3 partijen zienswijzen kenbaar gemaakt. Deze zienswijzen zijn in deze nota beantwoording voorafgegaan door de zienswijze zelf. De zienswijzen hebben geleid tot wijzigingen in het bestemmingsplan. De wijzigingen zijn beschreven in paragraaf 3. De Nota van beantwoording zienswijzen maakt onderdeel uit van het te nemen raadsbesluit over de vaststelling van het bestemmingsplan ‘t Warderschip.

2. Zienswijzen Eerst wordt nader ingegaan op de formele aspecten van de zienswijzen. Daarna volgt de inhoudelijke behandeling. Formele aspecten Volgens artikel 3:16 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) bedraagt de termijn voor het naar voren brengen van zienswijzen zes weken. Deze termijn vangt, gelet op het tweede lid van dit artikel, aan met ingang van de dag waarop het ontwerp ter inzage is gelegd, in dit geval op 19 mei 2023. Een zienswijze is tijdig ingediend als deze voor het einde van de termijn is ontvangen. Bij verzending per post is een zienswijze tijdig ingediend indien het voor het einde van de termijn per post is bezorgd, mits niet later dan een week na afloop van de termijn is ontvangen. De termijn eindigde op 30 juni 2023. Naar aanleiding van de terinzagelegging van het ontwerpbestemmingsplan zijn 3 zienswijzen ingediend door de volgende adressanten: 1. Woningstichting Eigen Haard, mede namens de Vereniging Van Eigenaren (VVE) ’t Warderschip; 2. Stichting De Modestraat; 3. Appellant 3. Inhoudelijke behandeling De zienswijzen zijn samengevat. Dit betekent overigens niet dat onderdelen van de zienswijzen, die niet expliciet worden genoemd, niet bij de beoordeling zijn betrokken. De reacties zijn in zijn geheel beoordeeld. 1.

Woningstichting Eigen Haard 1.1 Opmerking Wat zijn de effecten op de nabije omgeving van de toren met een bouwhoogte van 70 meter? De toren is gesitueerd op het huidige bouwvlak van de aanbouw, de toren komt hiermee dicht tegen het woongebouw 't Warderschip aan. Dit heeft gevolgen voor de lichttoetreding in de hoekwoningen en gaat ten koste van het woongenot van de bewoners (huurders en kopers) in ’t Warderschip. In de zienswijze van Eigen Haard op de eerdere projectnota is aangedrongen op een bezonnings- en windstudie omdat Eigen Haard zorgen heeft over

2

Gemeente Amsterdam Ruimte en Duurzaamheid

Nota zienswijzen

het effect van de toekomstige toren op de omgeving en in het bijzonder op het bestaande gebouw ’t Warderschip. De gebouwen liggen immers zeer dicht op elkaar. Gezien de positionering van de toren dringt Eigen Haard er nogmaals op aan om dit vroegtijdig, voor vaststelling van het bestemmingsplan, te onderzoeken. Beantwoording Mede naar aanleiding van de ingediende zienswijzen zijn specifieke studies uitgevoerd naar de effecten van bezonning (schaduw) en windhinder. De uitkomsten van de studies zijn verwerkt in de toelichting van het bestemmingsplan en de studies zelf zijn als bijlagen toegevoegd aan het bestemmingsplan. Bezonning De bezonningsstudie is uitgevoerd conform de ‘lichte’ TNO-norm zoals omschreven in het TNO-rapport ‘Daglichttoetreding en bezonning in de woonomgeving‘. Deze norm stelt dat de woonkamers van de omliggende gebouwen tenminste 2 bezonningsuren per dag dienen te hebben in de periode van 19 feb. - 21 okt. Het zonlicht wordt te midden van de vensterbank aan de binnenkant van het raam gemeten. De toevoeging van de woontoren heeft alleen invloed op de directe bezonning van de bestaande appartementen in het projectgebouw zelf aan de noordwestelijke zijde van het gebouw. De afname aan deze zijde is weerggeven in de onderstaande tabel:

De gevel heeft een noordwestelijke oriëntatie (213°), wat ervoor zorgt dat deze alleen ’s middags vanaf ongeveer 14:30 15:00 uur (afhankelijk van de datum) directe bezonning ontvangt. De erker en penthouse ondervinden alleen zomers een afname wanneer de late middagzon door de nieuwe toren geblokkeerd wordt. De zon gaat in februari en maart onder voor deze de oriëntatie (azimut) bereikt waarop de toren van invloed gaat zijn, vandaar dat geen afname wordt berekend voor deze datums. Voor de ramen nabij de noordwestelijke hoek neemt de directe bezonning af tot minimaal 1:30 uur op 21 juni. Na realisatie van de toren ontvangen deze ramen alleen directe bezonning bij een zonsoriëntatie (azimut) tussen 213° en 236°. Deze periode is in de zomer korter dan in het voor- en najaar. Op woningniveau wordt vooralsnog aan de ‘lichte’ TNO-norm voldaan. In de tabel is te zien dat de woningen nog altijd een zuidgevel hebben die het gehele jaar door meer dan 2 uur directe bezonning zal ontvangen. Er is geen invloed op de directe bezonning op de zuid- en noordgevels van de bestaande appartementen. Windhinder Uit het onderzoek naar windhinder en windgevaar volgt dat in de bestaande situatie sprake is van windklasse A en zeer beperkt B. Deze condities lenen zich uitstekend voor alle voetgangersactiviteiten en een comfortabel gebruik van het winkelcentrum.

Er geldt daarnaast geen risico op windgevaar.

3

Gemeente Amsterdam Ruimte en Duurzaamheid

Nota zienswijzen

In toekomstige situatie treedt een windrijker klimaat op, maar dit kenmerkt zich wederom overwegend door de klassen A en B. Deze condities lenen zich uitstekend voor alle voetgangersactiviteiten. In de toekomstige situatie ontstaan nabij de nieuwbouw twee zones met windhinderklasse C. Deze klasse leent zich uitsluitend voor de activiteiten doorlopen en slenteren. Het ontstaan van deze hogere windhinderklasse is een logisch gevolg van het inpassen van een nieuw bouwvolume dat significant hoger is dan de omgeving. Daarnaast kan het bereikte niveau beoordeeld worden als acceptabel, wanneer gekeken wordt naar de functie van het gebied. In de toekomstige situatie geldt geen risico op windgevaar in de openbare buitenruimte. Geconcludeerd wordt dat de invloed van de nieuwbouw op het lokale windklimaat beperkt is en dat na realisatie een acceptabel windklimaat zal heersen. In paragraaf 5.2 van de rapportage staan maatregelen die genomen kunnen worden om het windklimaat lokaal verder te verzachten. Deze maatregelen worden overwogen bij het uitwerken van de plannen. 1.2 Opmerking Op de bovenste etages van 't Warderschip wordt gewoond. Voor de plint wordt aan een invulling op gebied van food/horeca gedacht. Wij pleiten voor functies die geen overlast geven en vragen de gemeente Amsterdam dan ook daar in de bestemmingen rekening mee te houden.

Wij zijn blij dat echte nachthoreca is uitgesloten. Wij hebben helaas de ervaring dat ook bestemming Horeca III kan conflicteren in combinatie met wonen. De vraag is hoe Eigen Haard goed op eventuele overlast kan handhaven als zowel gemeente als Eigen Haard geen eigenaar is van de plint? Eigen Haard vraagt af te zien van de bestemming Horeca III in de plint van 't Warderschip. De bestemming Horeca IV acht Eigen Haard hier wel passend. Beantwoording De gemeente heeft de ambitie om van het plein waaraan ’t Warderschip is gelegen een plek te maken waar op alle momenten van de dag levendigheid is. Er zit nu ook al een café. Er zijn inmiddels in het stationsgebied meerdere horeca IV gelegenheden. Café's en bars zijn er nauwelijks in het gebied. Met het vernieuwen van de plint kan gezorgd worden voor goede (geluids)isolerende maatregelen om overlast zo veel mogelijk te beperken. Juist ook om overlast zoveel mogelijk te voorkomen voor de bewoners van ‘t Warderschip is de horeca alleen toegestaan op de begane grond. 2. Stichting De Modestraat 2.1 Opmerking De Modestraat is gevestigd in de plint van ’t Warderschipen draagt nu in belangrijke mate bij aan de kwaliteit en leefbaarheid van het ‘cultuurplein’ waar ’t Warderschip op uitkijkt. De Modestraat is een bijzonder cultuurcentrum met een programma dat zich richt op verbinding tussen Amsterdammers.

De verbinding wordt via kunst en ambacht tot stand gebracht, met de nadruk op ‘maak’ activiteiten op basis van recycle en re-use concepten waarbij professionele kunstenaars de makers voor gaan in creatieve workshops en trajecten. De Modestraat voorziet ook in een café met een steeds uitgebreidere kaart. In het vastgestelde programma voor het bestemmingsplan wordt gerept over een mix van horeca, kantoren, culturele en maatschappelijke voorzieningen. De Modestraat is door haar unieke receptuur al een mix van horeca, culturele en sociaal maatschappelijke voorzieningen en draagt bij aan de levendigheid en bedrijvigheid van de plint. Het kan haast geen toeval zijn dat de eisen rond de invulling van de plint van 't Warderschip volledig passen bij wat De Modestraat op het Cultuurplein biedt en gaat bieden. Het concept van De Modestraat past op de plek waar deze nu is gesitueerd, past bij alle ambities, visies en programma's die in het ontwerpbestemmingsplan 't Warderschip worden aangehaald. De Modestraat is daarom 4

Gemeente Amsterdam Ruimte en Duurzaamheid

Nota zienswijzen

van mening dat het bestemmingsplan niet moet doen alsof al die functies nog ontwikkeld moeten worden, alsof deze voorzieningen er nog niet zijn. Het bestemmingsplan moet uitgaan van de bestaande kracht van de voorzieningen die nu in 't Warderschip zijn ontstaan. Ga niet telkenmale wat er is wegstrepen terwijl de invulling van De Modestraat voldoet aan de vereisten die in de uitgangspunten worden genoemd en ook volledig overeenkomt met de eisen in het bestemmingsplan. Beantwoording Het bestemmingsplan ’t Warderschip voorziet in de eerste twee bouwlagen (‘de plint’) in een gevarieerd nietwoonprogramma met onder meer ‘cultuur en ontspanning’, ‘bedrijven’ en ‘horeca’. De functies ‘cultuur en ontspanning’, ‘maatschappelijk’en ‘bedrijven’ zijn niet beperkt door het opnemen van een maximum oppervlakte in de regels van het bestemmingsplan. Voor ‘horeca’ geldt een maximum oppervlak van 1.500 m2. Het bestemmingsplan biedt met het oog op een goede ruimtelijke ordening en de gewenste funtiemix in ’t Warderschip, maar ook in breder verband, het Buikslotermeerplein, planologische mogelijkheden voor het vestigen van functies zoals De Modestraat die omschrijft in de zienswijze. De concrete invulling van het gebouw, met een concrete exploitant, wordt niet afgedwongen in een bestemmingsplan. Dat is ook niet de bedoeling van een bestemmingsplan.

De nadere invulling van het programma is een uitvoeringsaspect en er zal, in dit geval door de nieuwe eigenaar van dit deel van het gebouw, invulling aan worden gegeven. 2.2 Opmerking Het Dagelijks Bestuur van stadsdeel Noord noemt in haar advies drie voorwaarden om positief te adviseren. Een daarvan is dat men de bestaande en nieuwe stad in balans wil houden. De Modestraat is een plek waar zowel oude als nieuwe Noorderlingen zich thuis voelen. Het Warderschip biedt nu (in de plint en op de eerste etage) onderdak aan een aantal cultureel-maatschappelijke functies die erg waardevol zijn voor de omgeving. Gelet op de behoefte aan zulke voorzieningen vraagt het DB te borgen dat er voldoende ruimte voor dergelijke lokale cultureel-maatschappelijke initiatieven op het Centrumplein blijft bestaan, ook in de toekomst. Het moge duidelijk zijn dat ook in deze zinsneden erkend wordt dat De Modestraat een bijzondere functie heeft voor de buurt en in toenemende mate ook Noord als geheel. Het college heeft het advies tot zich genomen en van een reactie voorzien. In de reactie geeft het college aan hoe in dit project de mogelijke tegenstelling tussen het bestaande en het nieuwe wordt beperkt en wat de positie is van de huidige bewoners en gebruikers van het plangebied.

Het verbaast De Modestraat dat enkel gelezen kan worden dat er een reactie is, maar dat deze niet gewoon als bijlage, openbaar toegankelijk, is toegevoegd aan het bestemmingsplan. Dit is geen voorbeeld van transparant bestuur. De Modestraat vraagt daarom om alsnog ervoor te zorgen dat deze reactie openbaar gemaakt wordt. Door de ontbrekende gegevens kan hier niet worden gesproken van een ‘openbaar’ ontwerpbestemmingsplan. Immers als informatie die wel genoemd wordt in het plan en die cruciaal is voor het plan, -en De Modestraat meent dat eisen die nota bene het stadsdeelbestuur stelt, cruciaal zijn- als die informatie dus- toch niet openbaar is, dan belemmert dit de burger in zijn recht om een zienswijze op een openbaar gemaakt plan te geven. Beantwoording Het advies van het Dagelijk Bestuur (DB) van het stadsdeel aan het college en hoe het college het advies betrekt in haar afweging betreft een onderdeel van het tot stand komen van het vast te stellen bestemmingsplan. Dit proces van advies en beantwoording kent geen basis in formele wetgeving maar betreft een invulling van de Verordening op lokaal bestuur. De voorwaarden waaronder het DB van het stadsdeel positief adviseert betreffen uitvoeringsaspecten en hebben geen betrekking op, of gevolgen voor, het juridische deel van het bestemmingsplan.

In de beantwoording van het college wordt uitgelegd hoe invulling wordt gegeven aan de 5

Gemeente Amsterdam Ruimte en Duurzaamheid

Nota zienswijzen

uitvoeringsaspecten waar het DB aandacht voor vraagt. Het juridische deel van het ontwerpbestemmingsplan (de regels en verbeelding) zijn niet aangepast ten opzichte van de versie zoals deze door het college ter adviezering is voorgelegd aan het DB. Het antwoord van het college is bij wijze van informatievoorziening bijgesloten bij deze Nota zienswijzen en verwerkt in de toelichting van het vast te stellen bestemmingsplan. 3. Appellant 3 3.1 Opmerking De door de gemeente aangestelde stedenbouwkundige adviseurs en ambtenaren besluiten nu zonder onderbouwing met "wij van wc-eend adviseren wc-eend" als ook met een 'laissez-faire' motivatie om het Buikslotermeerplein te voorzien van de door de ontwikkelaars gewenste hoge torens. In de Algemene beginselen van behoorlijk bestuur wordt dit als onbehoorliik bestuur genoemd. En wordt er niet voldaan aan de 'burgerparticipatie' volgens de voorlopige `Omgevingswet 2023'. Het stedenbouwkundige plan en de onderbouwing van de wijzigingen voor het Buikslotermeerplein is nog niet goedgekeurd. Daarom maakt appelant bezwaar om ‘t Warderschip te voorzien een 70m hoge toren. Met een salamitactiek ontstaat er zo een onsamenhangend slecht stedenbouwkundig totaalplan en een ernstige mate van windoverlast op het Buikslotermeerplein "vergelijkbaar als op het Waterlandplein".

Beantwoording De zienswijze lijkt betrekking te hebben op een groter gebied dan het plangebied van het ontwerpbestemmingsplan ’t Warderschip. Het proces om te komen tot een herontwikkeling van het ‘Centrum Amsterdam Noord’ (CAN) betreft een uitvoerig proces met een uitgebreid proces van participatie. Zowel bewoners, als omwonenden en gebruikers van het gebied zijn hierbij betrokken. Voor de nieuw te bouwen toren bij ’t Warderschip geldt dat deze stedenbouwkundig gezien een balangrijke schakelfunctie markeert tussen verschillende pleinen. De markante locatie vraagt om een stedenbouwkundig accent. Gekozen is voor een 70 meter hoge woontoren met een commerciele plint bestaande uit twee lagen. De commerciele plint draagt bij aan de gewenste levendigheid en interactie tussen gebouw en openbare ruimte. De keuze voor een toren is gebaseerd op de gekozen bebouwingstypologie op het Buikslotermeerplein en de naastgelegen Stationsomgeving; woontorens op een commerciele plint. De hoogte van 70 meter is mede gebaseerd op de concept-hoogbouwvisie van de gemeente. Hierin wordt gesteld dat op het Buikslotermeerplein woontorens met een maximale hoogte van 70 meter zijn toegestaan, en wenselijk zijn. Het college heeft in oktober 2021 de Projectnota Buikslotermeerplein vastgesteld. In de projectnota staan de overkoepelende kaders van de herontwikkeling van het Buikslotermeerplein.

Een aantal plekken waar de gemeente graag voortvarend wil inzetten op deze herontwikkeling, zijn ruimtelijk en programmatisch uitgewerkt in de projectnota. Één van die plekken is ’t Warderschip. Ten slotte komt de gekozen toren bij ’t Warderschip overeen met de ambities voor het Centrum Amsterdam Noord (CAN) zoals verwoord in de Omgevingsvisie 2050 waarbij het Buikslotermeerplein uitgroeit tot stedelijk centrum dankzij verdischting met woningen en (grootstelijke) voorzieningen. 3.2 Opmerking Als 'belanghebbende' en participerende burger wonend naast het Buikslotermeerplein heeft appallant voor het vigerende bestemmingsplan Buikslotermeerplein van 2017 al meerdere 'zienswijzen' uitgewerkt in een 'overall plan' met qua schaal, een samenhangend stedenbouwkundig geheel. Waarbij de 'zienswijzen' kafkaiaans werden afgedaan met de opmerking: we hebben u meermaals gehoord over uw standpunten. Tegen het verwijderen van de doorgaande autoweg over de Waddenweg naar de H. Cleyndertweg en de volledige sloop van het voormalige Waddenwegviaduct loopt nog een Hoger beroep bij de Raad van State.

6

Gemeente Amsterdam Ruimte en Duurzaamheid

Nota zienswijzen

Beantwoording Deze Nota zienswijzen heeft betrekking op zienswijzen die zijn ingediend op het ontwerpbestemmingsplan ’t Warderschip. Zienswijzen tegen eerdere plannen waarnaar wordt verwezen zijn niet meegezonden en kunnen dan ook niet worden beoordeeld in het kader van de voorliggende Nota zienswijzen.

3. Wijzigingen als gevolg van de zienswijzen Naar aanleiding van de ingediende zienswijzen zijn de volgende wijzigingen doorgevoerd in de toelichting: Zienswijze 1.1

Onderwerp Bezonning en windhinder

2.2.

Advies stadsdeel Noord

Te wijzigen in het vastgestelde bestemmingsplan Als gevolg van de ingediende zienswijze zijn studies uitgevoerd naar bezonning en windhinder. De studies zelf zijn opgenomen als bijlagen 1 en 2 bij de toelichting. De toelichting is aangevuld met paragraaf 4.1.1 waarin de conclusies van beide onderzoeken zijn verwerkt. Het advies van stadsdeel Noord aan het college van burgemeester en wethouders en de reactie van de wethouder op het advies zijn opgenomen in paragraaf 7.1 van de toelichting.

7

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13612780/1