CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

A - 22 Sociale Zaken (13) 00 Voordracht Initiatiefvoorstel-Khan (Bijstand vó

RAAD 16 februari 2022, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Instemmen met het gewijzigde initiatiefvoorstel ‘Bijstand vóór bijstandsgerechtigden’ van het lid Khan en kennisnemen van de bestuurlijke reactie op het oorspronkelijke initiatiefvoorstel VN2021-0321394.346 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Gemeenteraad

VN2021-032139 Griffie

RAAD

Initiatiefvoorstel voor de raadsvergadering van 16 februari 2022

Van

De leden S.Y. Khan

Datum

17 november 2021

Portefeuille

Sociale Zaken

Agendapunt

21 Onderwerp

Instemmen met het gewijzigde initiatiefvoorstel-Khan (Bijstand vóór bijstandsgerechtigden) en kennis nemen van de bestuurlijke reactie op het oorspronkelijke initiatiefvoorstel De gemeenteraad van Amsterdam besluit

I.in te stemmen met genoemd initiatiefvoorstel; II.het college van burgemeester en wethouders te verzoeken: 1. Het re-integratiebeleid een nieuwe impuls te geven als het gaat om de rechten van bijstandsgerechtigden. Dit te realiseren door in de uitvoering aandacht te geven aan de volgende punten: a. de verwijsbeslissing naar een werkstage beter te onderbouwen en bijstandsgerechtigden altijd de mogelijkheid tot inspraak hierin te geven; b. de invulling van de werkstage (zoals stagecontract, de leerdoelen en evaluatie) niet eenzijdig op te leggen, maar gezamenlijk – met de bijstandsgerechtigde – te beslissen; c. de barrières voor bijstandsgerechtigden om in bezwaar c.q. beroep te gaan weg te nemen; d. een duidelijke norm uit te spreken die de rechten en beslissingen van bijstandsgerechtigden omarmt en respecteert. 2. De hoogte en duur van de maatregelen als volgt te verzachten in de Maatregelverordening Participatiewet: Categorie

1e No-show

2e onvoldoende meewerken/inzet

e

3 niet meewerken/ baan verliezen e.d.

Gegenereerd: v1.27

Was

Wordt

1e gedraging

Schriftelijke waarschuwing

Schriftelijke waarschuwing

2e gedraging

10%

Schriftelijke waarschuwing

3e (of volgende)

33%

10%

1e gedraging

10%

Schriftelijke waarschuwing

2e gedraging

33%

10%

3e gedraging

67%

33%

4e (of volgende)

67%

67%

1e gedraging

33%

10%

2e gedraging

67%

33%

3e (of volgende)

100%

67%

1

Gemeenteraad

VN2021-032139 Griffie

RAAD

Initiatiefvoorstel voor de raadsvergadering van 16 februari 2022

3. Intervisie en maatwerk te borgen bij het werk en de diversiteit van de handhavers, door: a. tunnelvisie en vooringenomenheid bij handhavers te voorkomen door hen te blijven prikkelen en coachen op de afwegingen die ze maken om tot een bepaalde beslissing te komen; b. zorg te dragen voor een diversiteit aan handhavers met verscheidene eigen rolopvattingen die zij op grond van hun professionele ervaring hebben ontwikkeld. 4. De begeleiding van bijstandsgerechtigden altijd te baseren op een realistische en haalbare inschatting van de kansen op de arbeidsmarkt én een plan of visie te ontwikkelen over hoe bijstandsgerechtigden zich verder kunnen ontwikkelen van een ‘broodbaan’ naar een ‘droombaan’. III. kennis te nemen van de bestuurlijke reactie op het initiatiefvoorstel. Wettelijke grondslag

Art. 147a, lid 1 Gemeentewet Art. 39 Reglement van orde voor de raad van Amsterdam: Art. 8 lid 1 onder a Participatiewet: bij verordening regels stellen door de gemeenteraad met betrekking tot het verlagen van de bijstand; Art. 8a Participatiewet: bij verordening regels stellen door de gemeenteraad met betrekking tot het ondersteunen bij arbeidsinschakeling en het aanbieden van voorzieningen Initiatiefvoorstel

De Participatiewet is mislukt. Het Sociaal-Cultureel Planbureau oordeelde in haar evaluatie vernietigend dat de Participatiewet niet heeft geleid tot méér uitstroom naar werk[1]. Daarnaast zijn sinds de invoering talloze berichten en onderzoeken verschenen die hebben gewezen op de hardvochtigheid van de Participatiewet[2]. De Participatiewet gaat uit van een verkeerd mensbeeld. Het stelt wantrouwen boven vertrouwen en ziet mensen te snel aan voor fraudeurs. De ruimte die gemeenten hebben om het beleid vorm te geven is te beperkt. Gelukkig zijn er de laatste maanden voorstellen gedaan, door linkse en rechtse partijen, om de harde kanten uit de wet te halen. Er zijn voorstellen in de Tweede Kamer gedaan om de Participatiewet te versoepelen, al is dat in de visie van de indiener van dit initiatiefvoorstel nog maar mondjesmaat. Uiteindelijk moeten we toe naar een totaal andere manier van benaderen en ondersteunen van mensen die tijdelijk of al langer niet werken. Tot die tijd zal in Amsterdam echter alles gedaan moeten worden om de ruimte binnen de wet maximaal te benutten. Het college van B en W in Amsterdam gaf in reactie op de boodschappenaffaire in Wijdemeren aan dat zij in het bijstandsbeleid in de hoofdstad al redelijk de grenzen van de wet heeft opgezocht. Amsterdam voert een soepeler en vriendelijker bijstandsbeleid in vergelijking met andere steden.

De DENK-fractie is trots op de Amsterdamse traditie en willen vanuit die geest op zoek naar de ruimte om het bijstandsbeleid nóg rechtvaardiger te maken. Gezien het grote onrecht dat de Participatiewet dagelijks veroorzaakt, is elke stap in de richting van een humaner bijstandsbeleid één die we moeten nemen. Een collectief van wetenschappers heeft recentelijk een boek uitgebracht waarin verschillende kritische studies over de Participatiewet zijn verzameld. In dit boek, “Streng maar onrechtvaardig” (2020), worden voorstellen gedaan om het gemeentelijk re-integratiebeleid

Gegenereerd: v1.27

2

Gemeenteraad

VN2021-032139 Griffie

RAAD

Initiatiefvoorstel voor de raadsvergadering van 16 februari 2022

en handhavingsregime te verbeteren. De DENK-fractie put uit de wetenschappelijke inzichten van dit boek en haalt daaruit een viertal voorstellen om het Amsterdamse bijstandsbeleid nóg rechtvaardiger te maken. Vier voorstellen vóór een rechtvaardig bijstandsbeleid De DENK-fractie wil met vier voorstellen het Amsterdams bijstandsbeleid nog rechtvaardiger maken voor de bijstandsgerechtigden. Deze voorstellen zijn uitvoerbaar binnen de huidige grenzen van de Participatiewet. Deze hebben betrekking op: 1. 2. 3. 4.

het re-integratiebeleid (bestaat uit vier subonderdelen); een verzachting van de (straf)maatregelen qua hoogte en duur; handhaving (bestaat uit twee subonderdelen); de begeleiding te baseren op een realistisch beeld van de kansen op de arbeidsmarkt.

Ad 1. Een rechtvaardiger re-integratiebeleid Uit onderzoek van universitair docent Sociaal Recht Anja Eleveld (Vrije Universiteit) blijkt dat het gemeentelijk re-integratiebeleid wel degelijk rechtvaardiger kan. Eleveld geeft aan dat het reintegratiebeleid op drie punten verbeterd kan worden. Deze drie punten worden hieronder verder toegelicht. Om deze maatregelen echter te doen slagen, is een aanpassing van de context waarin deze worden uitgevoerd óók nodig. Daarom doen we op dit onderdeel in totaal vier voorstellen om te komen een rechtvaardiger re-integratiebeleid. A. Verwijsbeslissingen naar werkstages motiveren De Participatiewet en de daarop gebaseerde gemeentelijke regels geven klantmanagers en jobcoaches veel discretionaire vrijheid in het verwijzen van bijstandsgerechtigden naar een (leer)werkstage. Deze discretionaire vrijheid is het gevolg van te weinig regels die de bevoegdheden van klantmanagers en jobcoaches reguleren. In het onderzoek van Eleveld komt naar voren dat de inspraakmogelijkheden van bijstandsgerechtigden inzake verwijsbeslissingen in de praktijk zeer beperkt tot uiting komen alsook een onderbouwing van de effectiviteit van de werkstage. Eleveld constateert dat klantmanagers en jobcoaches de discretionaire vrijheid vaak aangrijpen om bijstandsgerechtigden naar hun hand te sturen.

Vaak blijft de onderbouwing van dergelijke verwijsbeslissingen naar werkstages uit. De klantmanagers en jobcoaches motiveren niet duidelijk wáárom de bijstandsgerechtigde een bepaald werktraject moet aannemen en wáárom dat zal leiden tot mogelijke uitstroom naar werk c.q. scholing. Uit het onderzoek blijkt ook dat de discretionaire vrijheid van klantmanagers en jobcoaches dwang kan stimuleren en daardoor kan leiden tot gevoelens van angst bij de bijstandsgerechtigde. Bijstandsgerechtigden worden en voelen zich verplicht om de dictaten van de klantmanager of jobcoach op te volgen op straffe van het verliezen van of een korting op hun uitkering. De DENK-fractie is van mening dat een verwijsbeslissing onderbouwd moet worden en dat bijstandsgerechtigden in dit proces een volwaardige stem moeten krijgen. De DENK-fractie stelt daarom gelijkwaardig partnerschap bij verwijzingen naar werkstages voor. Klantmanagers en jobcoaches dienen aan te geven wáárom een bepaalde werkstage zal leiden tot een verbetering van de doelstellingen in het kader van de Participatiewet; de mening van de bijstandsgerechtigde dient daarin gehoord én meegewogen te worden. Dit punt dient te worden geïntegreerd in ons bijstandsbeleid door bijstandsgerechtigden te wijzen op hun recht op onderbouwing bij een verwijzing naar een werkstage.

Klantmanagers/jobcoaches moeten eveneens de inspraak van de uitkeringsgerechtigde meewegen in hun uiteindelijke beslissing en gemotiveerd aan te geven hoe dat is gehonoreerd. B. Verbeter de inspraak voor bijstandsgerechtigden bij de invulling van werkstages

Gegenereerd: v1.27

3

Gemeenteraad

VN2021-032139 Griffie

RAAD

Initiatiefvoorstel voor de raadsvergadering van 16 februari 2022

Inspraak komt ook onvoldoende tot uiting bij de invulling van werkstages. Ook hier is op te merken dat klantmanagers (en jobcoaches) de discretionaire vrijheid aangrijpen om het stagecontract vooral zelf in te vullen. Bijstandsgerechtigden ervaren daarom in beperkte mate inspraak bij het opstellen van het stagecontract, de leerdoelen en de evaluatie. Eleveld constateert dat de discretionaire vrijheid van klantmanagers en jobcoaches bij de invulling van het stagecontract ook kan leiden tot ongewenste effecten. Bijstandsgerechtigden hebben de neiging om zich in te schikken naar de (door hen gepercipieerde) wensen van de desbetreffende klantmanager c.q. jobcoach. Dit doen bijstandsgerechten wederom uit angst om gekort te worden op hun uitkering of het recht daarop te verliezen. Dit kan ertoe leiden dat jobcoaches eenzijdig beslissen welke werknemersvaardigheden aangeleerd moeten worden terwijl de bijstandsgerechtigde wellicht al daarover beschikt. Daarnaast heeft de bijstandsgerechtigde recht op inspraak op de eigen begeleiding en carrière. Het is dus noodzakelijk om bij het opstellen en evalueren van de werkstages ruimte te geven aan de wensen en bedenkingen van de bijstandsgerechtigde. Een bijkomend voordeel hierbij is, volgens Eleveld, dat dit ook nog zal leiden tot een hogere uitstroom.

Omdat bij samenspraak er echt gewerkt kan worden aan de werknemersvaardigheden van de bijstandsgerechtigde. De DENK-fractie is van mening dat het opstellen van een stagecontract geen eenzijdig proces dient te zijn, maar een gezamenlijke inspanning om de uitkeringsgerechtigde extra te motiveren en eigenaarschap te geven. Dat is immers ook het geval op de arbeidsmarkt en de invulling van de (leer)werkstages dienen zich daaraan te moeten spiegelen voor een zo goed mogelijke voorbereiding. Bijstandsgerechtigden dienen daarom een gelijkwaardige stem en invloed te krijgen bij hun re-integratie. De DENK-fractie stelt daarom voor om het invullen van werkstages een proces te maken dat van twee kanten komt: het stagecontract en de leerdoelen dienen samen te worden ingevuld en de evaluatie dient op gelijkwaardige basis te geschieden. C. De barrières wegnemen voor bijstandsgerechtigden om bezwaar aan te tekenen of in beroep te gaan Rechtsbescherming geldt op de arbeidsmarkt en óók bij re-integratie. Eleveld toont echter aan dat bijstandsgerechtigden weinig tot geen gebruik maken van de mogelijkheid om in bezwaar of beroep te gaan als zij het oneens zijn met bijvoorbeeld een verwijzing naar een werkstage. Gemeenten brengen deze mogelijkheden ook niet onder de aandacht.

Zo wordt het recht om in bezwaar of beroep te gaan niet vermeld in de brieven waarin de verwijzingen naar een werkstage officieel worden medegedeeld; zonder deze schriftelijke bevestiging is het ook niet mogelijk om in bezwaar of beroep te gaan. En als bijstandsgerechtigden wel hiervan gebruik maken, kan het leiden tot een effect waarbij de controle op bijstandsgerechtigden wordt geïntensiveerd en de bijstandsgerechtigde strenger wordt beoordeeld. Waarmee de angst voor klantmanagers en jobcoaches door de gemeente wordt bestendigd. De DENK-fractie vindt het onacceptabel dat bijstandsgerechtigden vaak niet op de hoogte worden gebracht van hun mogelijkheden om in bezwaar en/of beroep te gaan. En als ze dat wel doen, dat hen dit extra controles en strengere beoordelingen oplevert. Hoewel Eleveld in haar onderzoek niet aangeeft dat het betrekking heeft op Amsterdam, heeft de Participatieraad in Amsterdam meermaals bericht dat dergelijke situaties ook voorkomen in onze stad. Daarom dient het college klantmanagers en jobcoaches erop te wijzen dat de mogelijkheid voor bijstandsgerechtigden om in bezwaar c.q. beroep te gaan een recht is dat zij altijd mogen gebruiken; bijstandsgerechtigden mogen niet het gevoel ervaren dat zij benadeeld (kunnen) worden wanneer zij gebruik maken van dit recht. De DENK-fractie stelt voor om te onderzoeken op welke wijze dit recht van beroep c.q.

bezwaar beter geïmplementeerd kan worden en vervolgens te integreren in het bijstandsbeleid.

Gegenereerd: v1.27

4

Gemeenteraad

VN2021-032139 Griffie

RAAD

Initiatiefvoorstel voor de raadsvergadering van 16 februari 2022

D. Een duidelijke norm hanteren voor het respecteren van de rechten en beslissingen van de bijstandsgerechtigde Bovenstaande drie maatregelen gaan meer ‘leven’ als deze ingebed worden in een institutionele setting die uitgaat van een gelijkwaardig mensbeeld van de bijstandsgerechtigde. In Amsterdam is er gelukkig reeds sprake van een bijstandsbeleid dat vertrouwen uitspreekt in de bijstandsgerechtigde, maar om dit verder te onderstrepen, verzoekt de indiener het college om zich herhaaldelijk uit te spreken vóór de inspraakmogelijkheden en rechtsbescherming van de bijstandsgerechtigde. De DENK-fractie stelt daarom aan het college voor om (periodiek) een duidelijke norm uit te spreken die de rechten en beslissingen van de bijstandsgerechtigde omarmt en respecteert en hierover ook richting bijstandsgerechtigden actief over te communiceren. Ad 2. Verlaging hoogte en duur van de (straf)maatregelen De Participatiewet kent een inlichtingenplicht op basis waarvan streng wordt gelet op de handelingen van de bijstandsgerechtigde. De bijstandsontvanger is verplicht om zelf bij de gemeente aan te geven indien er sprake is van extra ontvangen (financiële) ondersteuning die van invloed kan zijn op de hoogte van de uitkering. Elke gemeente is verplicht om bij overtreding van de inlichtingenplicht een gestandaardiseerde boete uit te schrijven.

Dit is een voorbeeld van een geüniformeerde verplichting. Er zijn echter ook niet-geüniformeerde verplichtingen die gemeenten zelf kunnen vastleggen in verordeningen. Zo kunnen gemeenten kiezen uit verschillende categorieën als het gaat om het inkorten van een uitkering bij het re-integratiebeleid. Uit het onderzoek van rechtssocioloog Paulien de Winter over de handhaving van bijstandsregels komen drie gangbare categorieën voor: 1. 2. 3.

Een verlaging van 10% en 50% van de uitkering; Een verlaging van 5%, 10% en 20%; Een verlaging van 10%, 20%, 40%, 50% en 100%.

Dit geeft al aan dat de hoogte van maatregelen sterk verschilt per gemeente. Ook komt uit het onderzoek van De Winter naar voren dat de onderzochte gemeenten verschillende periodes hanteren om de opgelegde maatregelen op te leggen. Gemeenten kiezen ervoor om de boetes te verrekenen over één, twee of drie maanden; hanteren verschillende definities van recidive, waardoor de duur van een maatregel kan worden uitgesmeerd over twee of drie maanden. De gemeente Amsterdam hanteert de volgende categorie-indeling (Maatregelverordening Participatiewet, artikel 7)[3]: Categorie

1e No-show

e

2 onvoldoende meewerken/inzet

Gegenereerd: v1.27

Verlagingspercentages per maand 1e gedraging

Schriftelijke waarschuwing

2e gedraging

10%

3e (of volgende)

33%

1e gedraging

10%

2e gedraging

33%

3e gedraging

67%

4e (of volgende)

67%

5

Gemeenteraad

VN2021-032139 Griffie

RAAD

Initiatiefvoorstel voor de raadsvergadering van 16 februari 2022

1e gedraging

33%

3 niet meewerken/baan verliezen e 2 gedraging e.d.

67%

e

3e (of volgende)

100%

De hoogte en duur van de maatregelen kunnen in de ogen van de indiener verzacht worden. Benedikt Goderis, programmaleider inkomen bij het Sociaal Cultureel Planbureau, concludeert namelijk in zijn analyse van de bijstandsuitkering dat hetgeen “universele garantie [biedt] op een naar Nederlandse maatstaven minimaal bestaan”. Dit is ook moeilijk te rijmen met het feit dat als gevolg van een te lage bijstandsuitkering vooral kinderen in armoede leven. De bijstandsuitkering is daarom niet rechtvaardig te noemen, aldus Goderis. De DENK-fractie deelt dit standpunt en is van mening dat de nu gehanteerde hoogte en duur van de verschillende maatregelen kan leiden tot een aanzienlijke verslechtering van niet alleen de financiële positie van de bijstandsgerechtigde (vanwege de lage uitkering), maar ook andere (bestaande) mentale, sociale en fysieke problemen kan verergeren. Daarom stelt de indiener voor om de hoogte en duur van de maatregelen als volgt te verzachten: Categorie

1e No-show

2e onvoldoende meewerken/inzet

3e niet meewerken/baan verliezen e.d.

Was

Wordt

1e gedraging

Schriftelijke waarschuwing

Schriftelijke waarschuwing

2e gedraging

10%

Schriftelijke waarschuwing

3e (of volgende)

33%

10%

1e gedraging

10%

Schriftelijke waarschuwing

2e gedraging

33%

10%

3e gedraging

67%

33%

4e (of volgende)

67%

67%

1e gedraging

33%

10%

2e gedraging

67%

33%

3e (of volgende)

100%

67%

In de bestuurlijke reactie geeft het college aan dat er al terughoudend wordt omgegaan met het opleggen van maatregelen[4]. Wellicht is het nu zo dat klantmanagers soepeler handelen dan de verordening voorschrijft. Echter, de meerwaarde van de door de indiener voorgestelde versoepeling is in dat geval dat zij beter aansluit bij de kennelijk gehanteerde praktijk. Ad 3. Meer maatwerk bij de handhaving In de Participatiewet is er te weinig ruimte voor de menselijke maat. De regelgeving sluit niet aan bij de burger in al zijn variaties. Het college heeft in de commissievergadering WIO met betrekking tot de boodschappenaffaire reeds aangegeven dat in Amsterdam proportionaliteit het uitgangspunt is en dat er vertrouwd wordt op de deskundigheid van de medewerkers[5]. Het onderzoek van rechtssocioloog Paulien de Winter laat in relatie tot de uitvoering van handhavingswerkzaamheden zien dat handhavers inderdaad aandacht hebben voor de persoonlijke omstandigheden van bijstandsgerechtigden. Hoewel de DENK-fractie een groot voorstander is van maatwerk heeft het ook een keerzijde: de behandeling kan per handhaver verschillen en dat leidt tot rechtsongelijkheid.

Gegenereerd: v1.27

6

Gemeenteraad

VN2021-032139 Griffie

RAAD

Initiatiefvoorstel voor de raadsvergadering van 16 februari 2022

In dat verband wil de DENK-fractie op basis van het onderzoek van De Winter twee voorstellen doen, om de balans te zoeken tussen maatwerk én een gelijke behandeling. De Winter constateert dat handhavers op diverse manieren invulling geven aan hun werkzaamheden. Hierdoor ontstaan er verschillen in bijvoorbeeld de hoogte en duur van maatregelen, de definiëring van recidive en de eventuele spreiding van de maatregelen over een aantal maanden. Verder passen handhavers regels verschillend toe en reageren zij verschillend op overtredingen. Medewerkers nemen niet alleen de situatie van bijstandsgerechtigden in acht bij een afweging, maar ook de eigen werkwijze en hun eigen visie aangaande het bereiken van het uiteindelijke doel. Handhavers hebben de discretionaire vrijheid om dit te doen. Het risico hiervan is dat handhavers zich te veel kunnen laten leiden door hun eigen individuele aanpak en individuele manier van werken. Hierdoor kan er tunnelvisie ontstaan bij handhavers die onterecht blijven vasthouden aan hun eigen overtuigingen. Daarnaast ontwikkelen handhavers opvattingen en overwegingen op grond van hun professionele ervaring. Oftewel, ze kunnen anders gaan denken over wat juist en rechtvaardig is voor de bijstandsgerechtigde. Dit wordt in de literatuur ook wel moral dispositions genoemd. Als gevolg hiervan kunnen er verschillen in handhaving ontstaan.

Inspectie Sociale Zaken en Werkgelegenheid (2017) constateerde[6]: “dat er verschillen bestaan bij uitvoering van de arbeidsverplichtingen in de Participatiewet, waardoor de met de Participatiewet nagestreefde rechtsgelijkheid bij het handhaven van die arbeidsverplichtingen in het gedrang komt.” Dus hoewel maatwerk belangrijk is, mag dit niet leiden tot rechtsongelijkheid. Het moet voor de burger duidelijk zijn hoe de gemeente Amsterdam uitvoering geeft aan haar handhavingstaken en de bijstandsgerechtigde moet kunnen rekenen op een gelijke behandeling en niet aankelijk zijn van de individuele interpretatie van één handhaver. Daarom stelt de DENK-fractie op basis van het onderzoek van De Winter de volgende twee maatregelen voor: 1.

2.

Er moet continu worden gestuurd op voorkoming van tunnelvisie of vooringenomenheid bij handhavers van de Participatiewet bij het nemen van beslissingen. De gemeente Amsterdam dient haar handhavers periodiek te trainen en te coachen om kritisch te blijven kijken naar de eigen rolopvattingen en afwegingen – hier zou ook intervisie een rol kunnen spelen. Het is goed wanneer er in teams handhavers zitten met verschillende moral dispositions. Zo komen handhavers in contact met collega’s die er andere opvattingen op nahouden en kan men elkaar coachen en kritisch bevragen. Zo kan de vorming van tunnelvisie worden tegengegaan. De gemeente moet daarom zorg dragen voor een handhavingsteam met een diversiteit aan moral dispositions.

Ad 4. Begeleiding gebaseerd vanuit een realistische en haalbare visie op de arbeidsmarkt De begeleiding van bijstandsgerechtigden dient anders te worden ingericht. De huidige insteek is om ze te blijven motiveren voor mogelijke kansen op de arbeidsmarkt terwijl de actuele situatie dat wellicht helemaal niet toelaat. De DENK-fractie wil dat de begeleiding wordt ingestoken vanuit een realistisch perspectief op de mogelijkheden voor uitstroom. Het Sociaal Cultureel Planbureau concludeert in haar kritische evaluatie van de Participatiewet dat de strenge handhaving en dwang van nu nauwelijks heeft geleid tot een groei in baankansen en vast werk. Terwijl klantmanagers hun begeleiding en coaching van bijstandsgerechtigden vaak baseren op het idee dat zij pas dergelijke kansen krijgen als bijstandsgerechtigden eerst een baan moeten accepteren waar bijstandsgerechtigden amper of geen zin in hebben, maar wel voor in aanmerking komen. Uit onderzoek van promovendus en universitair docent Josien Arts komt daarbovenop ook nog naar voren dat bijstandsgerechtigden liever niet zo een gedwongen ‘broodbaan’ hebben, omdat

Gegenereerd: v1.27

7

Gemeenteraad

VN2021-032139 Griffie

RAAD

Initiatiefvoorstel voor de raadsvergadering van 16 februari 2022

dergelijke functies vaak bestaan uit eentonige werkzaamheden, weinig zekerheid bieden en relatief weinig inkomsten opleveren. Volgens klantmanagers en jobcoaches hebben bijstandsgerechtigden eerst een ‘broodbaan’ nodig om aan een ‘droombaan’ te komen. Niet alle bijstandsgerechtigden zijn het hiermee eens. Zij vrezen dat ze in dergelijke precaire banen blijven hangen, zonder doorgroeimogelijkheden en hun pensioen niet verder kunnen opbouwen. De zorgen van bijstandsgerechtigden zijn niet onterecht. Mensen met een precair arbeidscontract komen uiteindelijk vaker zonder werk te zitten en veranderen vaker van werkgever dan mensen dan mensen met een vast arbeidscontract. Bij gebrek aan echte arbeidskansen beperken klantmanagers zich tot het suggereren en nabootsen van situaties waardoor betaald werk dichtbij lijkt. Denk bijvoorbeeld aan het houden van een elevatorpitch in een kantoor waarna bijstandsgerechtigden feedback krijgen van human resourcemanagers. Positieve gedachten en gevoelens zouden moeten leiden tot een actievere en meer verantwoordelijke houding bij bijstandsgerechtigden. Maar zonder vast contract of uitzichtloos en eentonig werk, vervallen ze al snel in dezelfde gedachten en gevoelens waar ze mee begonnen zijn; of nog erger: in wantrouwen en wanhoop omdat het niet lukt.

Vanuit een sociaal rechtvaardigheidsperspectief is re-integratie middels mentale beïnvloeding problematisch. Het eerste probleem is dat bijstandsgerechtigden zelf verantwoordelijk worden gemaakt om zich te redden uit hun precaire situatie, terwijl zij zich juist daar vaak zijn beland door processen waar zij weinig invloed op hebben (denk aan een economische crisis of arbeidsmarktdiscriminatie). Verder worden bijstandsgerechtigden ook niet voldoende ondersteund om de stap van ‘broodbaan’ naar ‘droombaan’ succesvol te maken. Hen worden geen middelen aangeboden om die groei te faciliteren. Er wordt hen niet geleerd hoe zij afspraken kunnen maken met werkgevers over bijscholing of andere nuttige secundaire arbeidsvoorwaarden. De kans dat een bijstandsgerechtigde via een ‘broodbaan’ bij een ‘droombaan’ terechtkomt zonder goede ondersteuning blijkt in de realiteit dus klein te zijn. Professor Laurent Berlant (Universiteit van Chicago) spreekt daarom ook van ‘wreed optimisme’. Een andere reden waarom re-integratie naar de arbeidsmarkt middels mentale beïnvloeding vanuit het sociaal rechtvaardigheidsperspectief problematisch is, is dat het zorgt voor meer ongelijkheid.

Bijstandsgerechtigden worden niet voldoende ondersteund bij het vinden van wat zij zoeken, bijvoorbeeld middels actievere bemiddeling met werkgevers, maar er wordt alleen ingezet op positief denken en ze worden passief-agressief gedwongen om maar elke baan te accepteren. Dit maakt bijstandsgerechtigden ook nog kwetsbaar voor uitbuiting en armoede. De DENK-fractie vindt het ‘wreed optimisme’ en de kwetsbaarheid voor uitbuiting en armoede die daaruit ontstaat zeer zorgelijk en vindt dat dit gewijzigd moet worden. Daarom stelt de DENKfractie voor om de begeleiding niet meer te baseren op een onrealistische kijk op de arbeidsmarkt, maar in plaats daarvan uit te gaan van de haalbare kansen voor de bijstandsgerechtigde in kwestie. In de bestuurlijke reactie geeft het college aan dat de doorontwikkeling van bijstandsgerechtigden, van brood- naar droombaan, inderdaad een punt van zorg is. In de commissiebehandeling lichtte het college verder toe dat het de gemeente hoofdzakelijk ontbreekt aan voldoende (financiële) middelen om voor deze begeleiding te zorgen. De DENK-fractie stelt daarom voor om een visie of plan te ontwikkelen over hoe uitgestroomde uitkeringsgerechtigden verder omhoog geholpen kunnen worden.

Het college zou daarbij ingaan welke samenwerkingsverbanden met werkgevers daarin een rol kunnen spelen, welke aanpassingen er in het systeem nodig zijn en hoeveel extra geld er nodig is om deze groep te helpen. De DENK-fractie stelt het college voor om:

Gegenereerd: v1.27

8

Gemeenteraad

VN2021-032139 Griffie

RAAD

Initiatiefvoorstel voor de raadsvergadering van 16 februari 2022

1. Het re-integratiebeleid een nieuwe impuls te geven als het gaat om de rechten van bijstandsgerechtigden. Dit te realiseren door in de uitvoering aandacht te geven aan de volgende punten: a. de verwijsbeslissing naar een werkstage beter te onderbouwen en bijstandsgerechtigden altijd de mogelijkheid tot inspraak hierin te geven; b. de invulling van de werkstage (zoals stagecontract, de leerdoelen en evaluatie) niet eenzijdig op te leggen, maar gezamenlijk – met de bijstandsgerechtigde - te beslissen; c. de barrières voor bijstandsgerechtigden om in bezwaar c.q. beroep te gaan weg te nemen; d. een duidelijke norm uit te spreken die de rechten en beslissingen van bijstandsgerechtigden omarmt en respecteert. 2. De hoogte en duur van de maatregelen als volgt te verzachten in de Maatregelverordening Participatiewet: Categorie

1e No-show

2e onvoldoende meewerken/inzet

3e niet meewerken/baan verliezen e.d.

Was

Wordt

1e gedraging

Schriftelijke waarschuwing

Schriftelijke waarschuwing

2e gedraging

10%

Schriftelijke waarschuwing

3e (of volgende)

33%

10%

1e gedraging

10%

Schriftelijke waarschuwing

2e gedraging

33%

10%

3e gedraging

67%

33%

4e (of volgende)

67%

67%

1e gedraging

33%

10%

2e gedraging

67%

33%

3e (of volgende)

100%

67%

3. Intervisie en maatwerk te borgen bij het werk en de diversiteit van de handhavers door: a. tunnelvisie en vooringenomenheid bij handhavers te voorkomen door hen te blijven prikkelen en coachen op de afwegingen die ze maken om tot een bepaalde beslissing te komen; b. zorg te dragen voor een diversiteit aan handhavers met verscheidene eigen rolopvattingen die zij op grond van hun professionele ervaring hebben ontwikkeld. 4. De begeleiding van bijstandsgerechtigden altijd te baseren op een realistische en haalbare inschatting van de kansen op de arbeidsmarkt én een plan te ontwikkelen over hoe bijstandsgerechtigden zich verder kunnen ontwikkelen van een ‘broodbaan’ naar een ‘droombaan’. [1] https://www.trouw.nl/nieuws/scp-participatiewet-leidt-niet-tot-meer-baankansen~bd3cee5c/ [2] https://www.fnv.nl/getmedia/c6636ea1-eb6d-4621-a64c-36105c67b061/Brochure-evaluatieparticipatiewet-februari-2020.pdf [3] https://amsterdam.raadsinformatie.nl/document/10832491/1/09012f978044febf [4] https://amsterdam.raadsinformatie.nl/document/10832493/1/09012f978044ff2f [5] https://amsterdam.raadsinformatie.nl/document/9710658/1/Conceptverslag%20WIO %2017_01_2021

Gegenereerd: v1.27

9

Gemeenteraad

VN2021-032139 Griffie

RAAD

Initiatiefvoorstel voor de raadsvergadering van 16 februari 2022

[6] https://www.inspectieszw.nl/actueel/nieuws/2017/09/05/onbedoelde-en-ongewenste-verschillenbij-uitvoering-participatiewet

Welke stukken treft u aan Meegestuurd

Registratienr.

Naam

AD2021-123002

Gemeenteraad Initiatiefvoorstel (pdf)

AD2022-011060

Raadsinformatiebrief Bestuurlijke reactie op het raadsinitiatief 'Bijstand vóór bijstandsgerechtigden'.pdf (pdf)

Registratienr.

Naam

Ter Inzage

Gegenereerd: v1.27

10

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11203192/1