A - 22 Financiën (15) Bijlage 1 - Najaarsnota 2021
Tekst van het document
Najaarsnota 2021
Colofon
Dit is een publicatie van de Gemeente Amsterdam Postbus 202, 1000 AE Amsterdam www.amsterdam.nl Vormgeving: OBT, Den Haag Fotografie: Fotobank Amsterdam Datum: 28 oktober 2021 2
Inhoudsopgave
Inhoudsopgave Voorwoord4
2.12 2.A 2.B
Leeswijzer5 1.
2.
Financiële hoofdlijnen
7
1.1 Het financiële beeld 1.2 Afwijkingen per programma 1.3 Ontwikkeling externe financiering
8 10 16
Moderne open overheid Algemene dekkingsmiddelen Bestuur en organisatie
93 97 106
3.
Personeel en organisatie
113
4.
Voortgang aanbevelingen van de rekeningen commissie, ACAM en Rekenkamer
115
Programma's18
5.
Stedelijk Mobiliteitsfonds
120
2.1 2.2 2.3 2.4 2.5 2.6 2.7 2.8 2.9 2.10 2.11
6.
Financiële overzichten
125
6.1 6.2 6.3 6.4 6.5 6.6
126 132 142 144 153 157
Veiligheid Verkeer, vervoer en waterstaat Economie Kunst, cultuur en erfgoed Onderwijs Sport Werk, inkomen en participatie Volksgezondheid, jeugd en zorg Duurzaamheid en ruimtelijke ordening Grond Wonen en groen
19 23 30 34 38 43 47 56 65 78 83
Begrotingswijzigingen Najaarsnota 2021 Doelenraming Taakveldenramning Verloopstaat reserves Verloopstaat voorzieningen Brugstaat
3
Voorwoord
Voorwoord Beste Amsterdammer,
U opent de Najaarsnota 2021. Dit is de laatste stand van zaken van de gemeentefinanciën en het laatste moment om de Begroting 2021 bij te stellen in de aanloop naar de jaarrekening over 2021. Dit jaar staat, net als vorig jaar, natuurlijk in het teken van corona. Dit betekent voor de gemeentefinanciën minder inkomsten uit toeristenbelasting en parkeerinkomsten, onder andere. En ook meer uitgaven, voor bijvoorbeeld de Tozo (Tijdelijke overbruggingsregeling zelfstandig ondernemers), waar het Rijk ons voor compenseert. Daarnaast hebben we bijvoorbeeld ook steunpakketten voor de culturele sector en ondernemers. Het college kiest ervoor fors te blijven investeren, om Amsterdam zo de crisis uit te krijgen. Dit zorgt niet alleen voor goede voorzieningen, zoals scholen, maar creëert ook extra werkgelegenheid en werkt als vliegwiel voor de economie. Van 2021 tot en met 2025 gaat het om 4 miljard aan investeringen. Een najaarsnota publiceren betekent ook altijd een hoop werk. Ik wil de financiële medewerkers van de gemeente hartelijk bedanken dat zij hier zo hard aan hebben gewerkt de afgelopen maanden. Met vriendelijke groet, Victor Everhardt Wethouder Financiën
4
Leeswijzer
Leeswijzer In de najaarsnota gaan wij in op de financiële en beleidsmatige afwijkingen ten opzichte van de laatst vastgestelde begroting. In deze leeswijzer lichten wij alle onderdelen van de najaarsnota toe. Financiële hoofdlijnen
Personeel en organisatie
In deze paragraaf staan de financiële hoofdlijnen voor het jaar 2021. We beschrijven de belangrijkste ontwikkelingen en aandachtspunten voor de gemeente Amsterdam. Ook lichten wij de meest opvallende financiële mutaties en de relevante ontwikkelingen richting het einde van het jaar toe.
In deze paragraaf doen wij verslag van de ontwikkelingen op het gebied van personeel en externe inhuur.
Programma’s
In de Najaarsnota 2021 rapporteert het college over de opvolging van de aanbevelingen van de rekeningencommissie en ACAM. In deze paragraaf wordt een monitor opgenomen waarin onder meer duidelijk wordt of een aanbeveling is afgedaan of niet, in welke gevallen een voortgangsbrief of -rapportage aan de orde is en wanneer die is of zal worden ingebracht in een raadscommissie.
De Najaarsnota 2021 is opgebouwd uit twaalf programma’s, het overzicht algemene dekkingsmiddelen en het programma Bestuur en Organisatie, inclusief het overzicht overhead. De twaalf programma’s zijn onderverdeeld in programmaonderdelen. Per programmaonderdeel gaan wij in op de financiële en beleidsmatige afwijkingen en ontwikkelingen. De financiële tabellen laten de begrotingswijzigingen zien die in de najaarsnota zijn verwerkt. De begrotingswijzigingen zetten we af tegen de laatste stand van de begroting. Voor deze najaarsnota is dat de stand van de Voorjaarsnota 2021. De begrotingswijzigingen leiden tot een aangepaste begrotingsstand die wij meenemen in de gemarkeerde kolom ‘Najaarsnota 2021’.
Voortgang van de aanbevelingen van rekeningencommissie, ACAM en Rekenkamer
Stedelijk Mobiliteitsfonds In deze paragraaf doen wij verslag van de ontwikkelingen op het gebied van het Stedelijk Mobiliteitsfonds (SMF).
Financiële overzichten In deze paragraaf staan de begrotingswijzigingen, doelenraming, taakveldenraming, de verloopstaat reserves en voorzieningen en de brugstaat.
Onderdeel van de beleidsmatige ontwikkelingen is de voortgang op de doelen (wat willen wij bereiken), de activiteiten (wat gaan wij daarvoor doen) en de indicatoren. De indicatoren geven aan in hoeverre de doelen uit de begroting behaald worden. Alleen de doelen en activiteiten waarvan we verwachten dat de indicatoren aan het einde van het jaar zullen afwijken van de streefwaarde in de begroting, nemen wij met een redengevende verklaring op in deze najaarsnota. De indicatoren waarvoor we geen wijziging verwachten of waarvoor in de Begroting 2021 geen streefwaarden zijn bepaald, nemen wij niet op.
5
1
H1
1
Financiële hoofdlijnen 1.1 Het financiële beeld
8
1.2 Afwijkingen per programma
10
1.3 Ontwikkeling externe financiering
16
7
H1
1 Financiële hoofdlijnen Volgens de Beleidsnota P&C rapporteert het college in de najaarsnota over de uitputting van de begroting van het lopende jaar. Deze vorm van rapporteren is niet verplicht vanuit wetgeving of vanuit het Besluit begroting en verantwoording (BBV). Met de najaarsnota informeert het college de raad over verwachte afwijkingen ten aanzien van: • het beleid (doelstellingen en indicatoren) en • de financiën. De afwijkingen op de financiën zetten we af tegen de laatste stand van de begroting die door de raad is vastgesteld. Voor de Najaarsnota 2021 is dat de begrotingsstand 2021 zoals opgenomen in de Voorjaarsnota 2021. De afwijkingen die in deze najaarsnota worden gepresenteerd als begrotingswijzigingen geven een aanwijzing voor het verwachte rekeningresultaat. In dit hoofdstuk geven we een tussentijds overzicht van onze financiën op hoofdlijnen. In paragraaf 1.1 komen de belangrijke financiële ontwikkelingen aan bod. We tonen onder andere het geprognosticeerde rekeningresultaat en de totalen per programma van de begroting. In paragraaf 1.2 gaan we in op de belangrijkste afwijkingen per programma. In paragraaf 1.3 staan we stil bij de externe financiering.
1.1 Het financiële beeld Inleiding We presenteren deze najaarsnota nog altijd nadrukkelijk in de context van de coronapandemie. Enerzijds zijn veel maatregelen inmiddels versoepeld of opgeheven, en komt Amsterdam langzaam uit de coronacrisis. Anderzijds worden de effecten van de crisis nog gevoeld door veel Amsterdammers, bedrijven en instellingen. De economische ontwikkeling in onze metropool regio gaat de goede kant op, maar houdt nog geen gelijke tred met het herstel in de rest van het land. Dat komt door de aard van onze economie, waardoor we veel meer eigen inkomsten hebben dan andere gemeenten – en dus ook harder geraakt worden door het wegvallen daarvan. De culturele en
creatieve sector, clubs, hotels en musea hebben nog steeds veel last van de maatregelen en de restricties die in Nederland en daarbuiten gelden. Vanaf maart 2020 hebben we een brede reeks van maatregelen ingezet, ook met steun van middelen vanuit het Rijk, om Amsterdam door de crisis te loodsen. In de Begroting 2021, die we presenteerden in oktober 2020, werd het herstelplan ‘Samen sterker uit de crisis’ als antwoord van het college op de coronacrisis uitgewerkt, in vervolg op de reeds eerder genomen maatregelen. Het herstelplan investeerde in behoud en versterking van werkgelegenheid, economisch herstel en de aanpak van armoede en schulden. Het doel was – en is – om ons uit de crisis te investeren. Om de klap van de crisis op te vangen en deze aanpak mogelijk te maken werd de Algemene reserve ingezet. In de Begroting 2021 hebben we daarom ook afspraken gemaakt om de Algemene reserve weer op voldoende niveau te brengen. De bij Begroting 2021 ingezette lijn hebben we in de Voorjaarsnota 2021 en de Begroting 2022 voortgezet. We blijven investeren om het herstel te bespoedigen, en werken tegelijkertijd aan ons weerstandsvermogen door het herstel van de Algemene reserve. Op verschillende terreinen zijn onze inkomsten in 2020 en 2021 fors lager dan we voor de crisis verwachtten. Het Rijk heeft toegezegd gemeenten voor deze inkomstenderving te compenseren.
Over 2020 hebben we inmiddels € 87,9 miljoen ontvangen aan compensatie voor toeristenbelasting en parkeerinkomsten. In de Voorjaarsnota 2021 hebben we de aanname gedaan over 2020 nog een verdere compensatie van € 91,5 miljoen voor misgelopen toeristenbelasting in 2020 te zullen ontvangen. We verwachten dat dit bedrag aan inkomstenderving (tenminste) wordt vergoed door het Rijk. De ver wachting is dat de compensatie over 2020 in de decembercirculaire van dit jaar bekend zal worden gemaakt. Voor compensatie over 2021 moet het proces nog starten.
8
H1
Financiële ontwikkelingen
Programma
De financiële ontwikkelingen in de Najaarsnota 2021 laten het volgende beeld zien van het verwachte rekeningresultaat: (bedragen x € 1 miljoen) Voorjaarsnota 2021
Begrotingswijzigingen
Najaarsnota 2021
Baten
5.837,1
338,4
6.175,6
Lasten
6.080,6
169,6
6.250,1
Saldo van baten en lasten
-243,4
168,9
-74,5
Onttrekking reserves
1.218,5
43,5
1.262,0
Dotatie reserves
975,1
221,3
1.196,4
Saldo van onttrekkingen en dotaties
243,4
-177,8
65,6
0,0
-8,9
-8,9
Totaal
De laatst vastgestelde begroting betreft de stand uit de Voorjaarsnota 2021, die na toevoeging van het positieve saldo van € 8,5 miljoen aan de Algemene reserve sloot op nul. In deze najaarsnota verslechtert het saldo voor 2021 ten opzichte van de Voorjaarsnota 2021 met € 8,9 miljoen. De begrotingsmutaties zijn verdeeld naar neutrale mutaties en niet neutrale mutaties. (bedragen x € 1 miljoen) Programma
Niet neutraal
Neutraal
Totaal
1
Veiligheid
-4,5
5,4
0,9
2
Verkeer, vervoer en waterstaat
-7,9
11,5
3,6
3
Economie
-2,1
8,5
6,4
4
Kunst, cultuur en erfgoed
0,0
2,7
2,7
5
Onderwijs
2,4
2,5
4,9
6
Sport
0,0
2,2
2,2
7
Werk, inkomen en participatie
0,0
10,3
10,3
8
Volksgezondheid, jeugd en zorg
1,8
-3,9
-2,1
9
Duurzaamheid en ruimtelijke ordening
-4,5
13,1
8,6
10 Grond
10,9
19,0
29,8
11 Wonen en groen
-1,6
16,4
14,8
Niet neutraal
Neutraal
Totaal
12 Moderne open overheid
-1,5
5,3
3,8
A
Algemene Dekkingsmiddelen
0,7
- 83,3
-82,5
B
Bestuur en Organisatie
-2,5
-9,9
-12,3
Totaal
-8,9
0,0
-8,9
Het negatieve saldo van de niet neutrale begrotingsmutaties in deze najaars nota van in totaal € 8,9 miljoen wordt vooral veroorzaakt door: • Een positief effect van € 23,8 miljoen vanuit het gemeentefonds. De baten uit de gemeentefondsuitkering nemen in totaal toe met € 82,9 miljoen. Van deze hogere baten wordt € 59,1 miljoen door vertaald naar de programma’s, waardoor het effect voor de gemeente als geheel € 23,8 miljoen bedraagt. • Hogere baten OZB van € 10,8 miljoen. Bij het ramen van de opbrengsten over OZB 2021 was sprake van beperkt zicht op de effecten van corona op de WOZ-waardering van woningen en zakelijk vastgoed, waardoor vanuit voorzichtigheid gekozen is voor een behoudende raming van de baten. Omdat de invloed van de coronacrisis op de waardeontwikkeling van de Amsterdamse vastgoedmarkt gering blijkt te zijn, is de afwijking tussen de geraamde opbrengsten en de realisatie in 2021 groter dan gebruikelijk. Een uitgebreidere toelichting is opgenomen in de samen vatting van de ontwikkelingen op de Algemene middelen in paragraaf 1.2. • Hogere baten van € 9,6 miljoen voor leges WABO (omgevingsvergunning voor bouwen, wonen, monumenten, ruimte, natuur en milieu). Op basis van het aantal vergunningaanvragen dat naar verwachting in 2021 wordt afgehandeld worden hogere legesopbrengsten verwacht.
Zo zijn er veel vergunningen afgegeven voor met name appartementen in de stadsdelen Zuidoost en Nieuw-West. Tegenover deze hogere baten staan onder andere hogere salariskosten, inhuur en advieskosten vergunningen (€ 3,8 miljoen). • Lagere baten uit vergunningen (totaal € 5,1 miljoen) bij Horeca (€ 2,3 miljoen) en Evenementen (€ 2,8 miljoen). In de eerste helft van 2021 was de horeca gesloten en waren er geen evenementen. • Een negatief effect van € 31,9 miljoen in 2021, doordat het positieve saldo van de Begroting 2022 in 2021 wordt ingezet om het tekort in 2022 en 2023 te compenseren. Dit is feitelijk een neutrale mutatie, we noemen deze hier om een volledig financieel beeld te schetsen. 9
H1
• Hogere lasten van € 8,8 miljoen voor de actualisering van het steunplan kunst en cultuur, waaronder de nieuwe noodsteunregeling (fase 4), waarmee we culturele instellingen in de tweede helft van 2021 opnieuw kunnen helpen via een eenmalige subsidie. • Hogere lasten van € 6,0 miljoen voor de afvalketen waaronder structurele knelpunten in de bedrijfsvoering (onderdeel van bestuurs opdracht). • Lagere lasten in programma 9 van per saldo € 9,3 miljoen vanwege enerzijds hogere lasten (met name salaris en inhuur) en anderzijds door hogere dekking declarabele uren aan opdrachtgevers. • Lagere lasten bij tariefdiensten van € 8,9 miljoen door enerzijds hogere personeelskosten (€ 2,7 miljoen), waarvan lagere salariskosten (€ 8,0 miljoen) en hogere inhuur (€ 10,7 miljoen) en anderzijds een hogere interne omzet van € 11,7 miljoen. De hogere interne omzet wordt verwacht door de huidige opdrachtenportefeuille en de hogere productiviteit van de medewerkers. De hogere inhuur en lagere salarislasten komen doordat het moeilijk is om vacatureruimte in te vullen, ondanks dat de inhuurkosten voor projectmanagement activiteiten lager zijn door een gewijzigd raamcontract. • Lagere lasten van € 6,5 miljoen doordat het verstrekken van noodsteun aan de kunst- en cultuursector in verband met corona lager uitvalt dan aanvankelijk was ingeschat.
De instellingen konden een beroep (blijven) doen op rijksregelingen en cultuurfondsen.
1.2 Afwijkingen per programma (bedragen x €1 miljoen) Voorjaarsnota 2021
Begrotingswijzigingen
Najaarsnota 2021
1
Veiligheid
-208,5
0,9
-207,6
2
Verkeer, vervoer en waterstaat
-103,3
3,6
-99,7
3
Economie
-49,4
6,4
-43,0
4
Kunst, cultuur en erfgoed
-211,3
2,7
-208,6
5
Onderwijs
-198,9
4,9
-194,1
6
Sport
-58,2
2,2
-56,0
7
Werk, inkomen en participatie
-423,6
10,3
-413,3
8
Volksgezondheid, jeugd en zorg
-1.006,8
-2,1
-1.008,9
9
Duurzaamheid en ruimtelijke ordening
-65,9
8,6
-57,3
10 Grond
311,9
29,8
341,7
11 Wonen en groen
-326,4
14,8
-311,6
12 Moderne open overheid
-80,8
3,8
-77,0
A
Algemene Dekkingsmiddelen
3.009,1
-82,5
2.926,6
B
Bestuur en organisatie
-587,8
-12,3
-600,1
0
-8,9
-8,9
Totaal
Hieronder zijn de grotere begrotingsafwijkingen per programma toegelicht. Voor een gedetailleerdere toelichting verwijzen we u naar de toelichtingen in de programma’s.
1 Veiligheid Op het programma Veiligheid is er per saldo een begrotingswijziging van per saldo € 0,9 miljoen positief. Dit komt vooral door: • Hogere baten (€ 2,0 miljoen) door een Rijkssubsidie op kosten van handhaving. • Lagere baten uit vergunningen (totaal € 5,1 miljoen) bij Horeca (€ 2,3 miljoen) en Evenementen (€ 2,8 miljoen). In de eerste helft van 2021 was de horeca gesloten en waren er geen evenementen. • Lagere baten (€ 1,9 miljoen) bij het wegslepen van voertuigen. Door de coronamaatregelen zijn er minder bezoekers en wordt er minder foutgeparkeerd.
10
H1
• Hogere lasten (€ 2,2 miljoen) voor het Regionaal Informatie- en Expertisecentrum (RIEC). Het RIEC is een samenwerkingsverband op het gebied van bestrijding van criminele ondermijning. De gemeente Amsterdam faciliteert de financiële administratie van het RIEC. Deze lasten worden gedekt door Rijksbijdragen (versterkingsmiddelen). • Lagere lasten in 2021 (€ 2,1 miljoen) door intertemporele compensatie, onder andere € 0,6 miljoen voor de aanpak ondermijning en radicalisering wordt doorgeschoven naar 2022.
2 Verkeer, vervoer en waterstaat Op het programma Verkeer, vervoer en waterstaat is een begrotingswijziging met een positief saldo van € 3,6 miljoen door: • Hogere lasten van € 21,2 door de toerekening van overprogrammering aan programmaonderdeel 2.1 Vervoer verkeer en parkeren. Met over programmeren geven we een extra impuls aan onze uitgaven om ervoor te zorgen dat we onze investeringsopgaven realiseren. Voor de totale begroting is dit een neutrale mutatie. • Hogere lasten van in totaal € 6,5 miljoen als gevolg van het naar voren halen en eerder opstarten van projecten en additionele inhuur en het realiseren van ombouw voor de Akersluis en Cramersluis. Deze uitgaven dekken we uit de reserve Stadsbehoud en zijn dus gemeentebreed neutraal. • Hogere lasten van per saldo € 3,7 miljoen. Eind 2019 is het resterend budget uit het programma DORA (Deltaplan Openbare Ruimte Amsterdam) vrij komen te vallen. Voor de resterende werkzaamheden waren reeds contracten aangegaan met twee aannemers en in de loop van 2019 zijn deze werkzaamheden gestart met een doorloop naar 2021. • Lagere lasten van € 25,4 miljoen, vooral door de verwachte onder besteding in 2021 van projecten die worden gefinancierd uit het Stedelijk Mobiliteitsfonds. Deze mutatie is voor de begroting als geheel neutraal.
• Lagere lasten doordat de kosten van het Programma Bruggen en Kademuren (PBK) naar verwachting ruim € 6 miljoen lager uitvallen, omdat een deel van de werkzaamheden van het programma doorschuift naar 2022. Tegenover deze lagere lasten staat ook een lagere onttrekking uit de reserve Achterstallig Onderhoud. Per saldo is de mutatie gemeentebreed dus neutraal.
3 Economie Op het programma Economie is er per saldo een begrotingswijziging van ongeveer € 6,4 miljoen positief. Dit komt vooral door aanpassingen in de reserve Economische Structuur en Arbeidsmarktversterking (ESA). Deze structuurmiddelen worden gebruikt om programma’s en projecten te ondersteunen die bijdragen aan het economisch herstel, de economische structuur en een sterkere arbeidsmarkt binnen de Metropoolregio Amsterdam: • Lagere lasten van € 3,7 miljoen door een aanpassing in de reserve ESA. De belangrijkste oorzaak hiervan is dat de door het college toegezegde subsidie (€ 3,1 miljoen) aan het “Innovation Centre” van de Vrije Universiteit en Amsterdam UMC in 2024 uitgekeerd wordt vanwege uitstel van de bouwwerkzaamheden. • Lagere lasten van € 1,8 miljoen die toegevoegd worden aan de reserve ESA vanuit het Economisch herstel- en investeringsplan Amsterdam 2021-2024 (HIP). Dit herstelplan is bedoeld om na de coronacrisis extra in te zetten op het versterken van de economische veerkracht van de stad, het aanjagen van vernieuwing in duurzame groeisectoren en het vergroten van waardevolle werkgelegenheid. Hiervoor kunnen de partners in de stad subsidieaanvragen indienen. Een aantal van deze aanvragen zit in de opstartfase waardoor de middelen doorschuiven naar volgend jaar.
• Lagere lasten van € 2,4 miljoen door een technische mutatie vanuit de reserve ESA naar de nieuwe financieringsreserve ROM MRA-NHN. De gemeente heeft besloten deel te nemen aan de nieuw op te richten Regionaal Ontwikkelingsmaatschappij MRA-NHN. Hiervoor wordt ook een financieringsreserve ingesteld die dient als risicoafdekking.
4 Kunst, cultuur en erfgoed Op het programma Kunst, cultuur en erfgoed is per saldo sprake van een begrotingswijziging van € 2,7 miljoen positief. Dit komt vooral door: • Hogere lasten van € 8,8 miljoen voor de actualisering van het steunplan kunst en cultuur, waaronder de nieuwe noodsteunregeling (fase 4), waarmee we culturele instellingen in de tweede helft van 2021 opnieuw kunnen helpen via een eenmalige subsidie. • Lagere lasten van € 6,5 miljoen doordat het verstrekken van noodsteun (fase 3) aan de kunst- en cultuursector in verband met corona lager uitvalt dan aanvankelijk was ingeschat. De instellingen konden een beroep (blijven) doen op rijksregelingen en cultuurfondsen. 11
H1
• Lagere lasten van € 4,0 miljoen door de afwikkeling van toegekende subsidies in 2020 voor het steunplan in verband met de coronacrisis (fase 1 en fase 2), waarbij blijkt dat de kunst- en cultuursector minder steun nodig heeft dan verstrekt door besparingen op kosten en meevallende inkomsten. Een deel van de in 2020 verstrekte steun zal worden terugontvangen. • Lagere lasten van € 3,0 miljoen doordat de steun aan Koninklijk Theater Carré vorm heeft gekregen door de aankoop van aandelenkapitaal in Carré. Tegenover de aankoop van aandelenkapitaal staat de financieringsreserve Carré en de begrote lasten zijn omgezet naar een toevoeging aan deze financieringsreserve
5 Onderwijs Op het programma Onderwijs is er per saldo een begrotingswijziging van € 4,9 miljoen positief. Dit komt vooral door: • Lagere lasten van € 2,4 miljoen door met name lagere subsidie aanvragen schoolbesturen (€ 1,1 miljoen), lagere subsidievaststellingen (€ 0,8 miljoen) en overige diverse/ kleinere onderbestedingen. De onderbestedingen hangen deels samen met de coronacrisis. • Lagere lasten van € 1,2 miljoen doordat in 2021 de sloop van een schoolgebouw is uitgesteld. Deze kosten worden doorgeschoven naar 2023 om de kosten te dekken van panden die gesloopt gaan voor (vervangende) nieuwbouw. • Daling in de lasten van € 0,8 miljoen omdat het deskundigheids bevorderingstraject (Schoolveiligheid) later van start gaat als gevolg van het langere voorbereidingstraject. Hierdoor loopt het traject met een half jaar uit (tot juli 2023) en zijn deze middelen in 2023 nodig.
6 Sport Op het programma Sport is er per saldo een begrotingswijziging van € 2,3 miljoen positief. Dit komt vooral door: • Lagere lasten van € 2,9 miljoen op sportevenementen. Door corona zijn de lasten van het EK voetbal 2020 (gehouden in 2021) lager dan vooraf begroot. Daarnaast zijn de middelen van het amendement sport evenementen niet besteed. Deze middelen zetten we nu vanaf 2022 in voor sportevenementen.
• Daarnaast worden hogere baten van € 8,8 miljoen door corona compensatie gebruikt om de kwijtgescholden huren en entreegelden bij sporthallen, sportparken en zwembaden te compenseren (€ 7,1 miljoen). En ondersteunen wij daarmee externe exploitanten (€ 1,7 miljoen). Per saldo betreft dit dus een neutrale wijziging.
7 Werk, inkomen en participatie Op het programma Werk, inkomen en participatie is er per saldo een begrotingswijziging van € 10,3 miljoen positief. Dit komt vooral door: • Hogere lasten van per saldo € 17,6 miljoen. Er zijn vanuit het Rijk middelen beschikbaar gesteld voor de uitvoering voor de Tijdelijke Ondersteuning voor Noodzakelijke Kosten (TONK). TONK is bedoeld voor huishoudens die door de huidige omstandigheden te maken hebben met een onvoorzienbare en onvermijdelijke terugval in hun inkomen, en die daardoor noodzakelijke kosten niet meer kunnen voldoen en waarvoor andere regelingen niet of onvoldoende ontlasting bieden. • Hogere baten van per saldo € 9,8 miljoen. Als gevolg van de corona crisis heeft het Rijk de regeling Tijdelijke overbruggingsregeling zelf standig ondernemers (Tozo) ingesteld. Deze regeling is in 2021 verlengd met een Tozo 4 en 5. Het Rijk vergoedt een hoger beroep op de Tozo. De extra beschikbare middelen zijn toegevoegd aan de egalisatie reserve Inkomensdeel en conjunctuur voor de voortzetting van activiteiten. • Lagere lasten van per saldo € 9,5 miljoen. De raming op de bijstand is gewijzigd. Het betreft hierbij zowel de raming op de ontwikkelingen van de omvang van het bijstandsbestand (aantallen) als het Macrobudget dat het Rijk hiervoor verstrekt.
Overeenkomstig aan de lagere lasten zal in 2021 hiervoor € 9,5 miljoen minder onttrokken worden aan de Egalisatiereserve Inkomensdeel en Conjunctuur. • Lagere lasten van per saldo 7,6 miljoen. In 2021 wordt de onttrekking ten behoeve van het project Veerkracht (€ 5,3 miljoen) en de uitvoering van de aanpak ‘Meer Kans op werk’ (€ 2,3 miljoen) bijgesteld. Enerzijds betreft het hierbij vertraging in de uitvoering als gevolg van de coronacrisis, anderzijds worden de activiteiten in 2021 gefinancierd uit de reguliere middelen. Hierdoor blijven middelen beschikbaar om zowel Veerkracht als Meer Kans op Werk in 2022 te continueren.
12
H1
8 Volksgezondheid, jeugd en zorg
9 Duurzaamheid en ruimtelijke ordening
Op het programma Volksgezondheid, jeugd en zorg is er per saldo een begrotingswijziging van € 2,1 miljoen negatief. Dit komt vooral door: • Hogere lasten van in totaal € 21,7 miljoen in programma 8, die gedekt worden uit het gemeentefonds. Deze bestaan vooral uit: – Hogere lasten van € 15,0 miljoen voor specialistische jeugdhulp. Dit is het gevolg van een stijging van cliënten in de relatief dure enkelvoudige zorgtrajecten (€ 10,0 miljoen) en onvoldoende doorstroommogelijkheden vanuit de hoogspecialistische jeugdhulp (HSJS) naar voorzieningen voor beschermd wonen (€ 5,0 miljoen). – Hogere lasten van € 4,0 miljoen voor Individuele Betaalopdrachten (IBO’s) voor niet- gecontracteerde zorg. Vanwege de aanhoudende druk op het jeugdstelsel kunnen niet alle aanvragen voor specialistische jeugdhulp door de huidige kernpartners in behandeling worden genomen. – Hogere lasten van € 2,0 miljoen voor Persoonsgebonden Budget (PGB) Jeugd. • Hogere lasten van € 4,8 miljoen voor Maatschappelijke Opvang en Beschermd Wonen, waarvoor € 2,3 miljoen extra rijksmiddelen zijn ontvangen voor het versneld realiseren van (flexibele) huisvesting voor kwetsbare groepen. • Hogere lasten van € 2,6 miljoen voor Specialistische jeugdhulp als gevolg van een extra incidentele Rijksbijdrage via de September circulaire 2021 om de wachttijdenproblematiek in de jeugdzorg tegen te gaan.
Van de eerder landelijk toegekende € 613 miljoen was € 55 miljoen nog niet verdeeld. Het Amsterdamse aandeel van dit restant is € 2,6 miljoen. • Lagere lasten van € 15,4 miljoen voor Maatschappelijke Opvang en Beschermd Wonen als gevolg van de in de september circulaire opgenomen uitname vanwege de openstelling van de Wet langdurige zorg (Wlz) voor mensen met een psychische stoornis per 1 januari 2021. • Lagere lasten van € 8,6 miljoen conform de besluitvorming bij de Begroting 2022 om dit te besteden in 2022 in plaats van in 2021. Dit betreft onder andere incidentele Rijksmiddelen voor de aanpak van dak- en thuislozen die in 2022 tot besteding komen.
Op het programma Duurzaamheid en ruimtelijke ordening is er per saldo een begrotingswijziging van € 8,6 miljoen positief. Dit komt vooral door: • Lagere baten van € 4,9 miljoen door de afname drinkwaterverbruik als gevolg van de coronamaatregelen en de tegenvallende zomer. Met name de aanhoudende afwezigheid van de klanten die forensen en het aan houdende lagere toeristenaantal veroorzaken een lager drinkwatergebruik. • Lagere baten uit reinigingsrecht van € 3,4 miljoen door het college besluit in april 2021 om ondernemers de mogelijkheid te bieden om restitutie aan te vragen voor de maanden dat zij door de lockdown gesloten zijn geweest. • Hogere lasten van € 6,0 miljoen voor de afvalketen waaronder structurele knelpunten in de bedrijfsvoering (onderdeel van bestuursopdracht). • Lagere lasten van € 6,5 miljoen voor de drinkwatertaak. Vanwege de coronamaatregelen zijn de werkzaamheden die achter de voordeur plaatsvinden vertraagd en daarbij is meer ingezet op de investerings werkzaamheden. Daarnaast zijn er door hernieuwde prijsafspraken lagere kosten voor chemicaliën, inkoop rivierwater en laboratorium. • Lagere lasten van 6,1 miljoen voor projecten met de reserve klimaat fonds als dekking.
Dit komt onder andere doordat een aantal verplichtingen die zijn aangegaan pas in latere jaren zullen worden uitbetaald, zoals bijvoorbeeld subsidies voor het aardgasvrij maken van bestaande bouw. • Lagere lasten luchtkwaliteit van € 2,8 miljoen. De verwachte onder besteding voor luchtkwaliteit heeft met name betrekking op het achterblijven van subsidieaanvragen, onder andere als gevolg van de coronacrisis. De subsidieregeling voor uitstootvrije voertuigen is daarom onlangs verlengd tot en met december 2022. • Lagere lasten van € 3,3 miljoen als gevolg van een bijstelling van de raming kwijtscheldingen Afvalstoffenheffing.
10 Grond Het programmaonderdeel Grond omvat grondexploitaties en Erfpacht. Bij de grondexploitaties kunnende opbrengsten en kosten in de grondexploitaties van jaar tot jaar sterk verschillen. De financiële ontwikkelingen moeten daarom over de gehele looptijd van de grondexploitaties worden bekeken. Het over grote deel van (hieronder genoemde wijzigingen in) de baten en lasten in dit
13
H1
programmaonderdeel verrekenen we met de balans of reserves en zijn daar door gemeentebreed neutraal en hebben dus geen effect op de algemene middelen. De begrotingswijziging op het programma Grond van € 29,8 miljoen positief komt vooral door: • Hogere baten in de grondexploitaties van € 100,0 miljoen. We verwachten dat er meer uitgiftes (met name in de Zuidas) plaatsvinden in de grondexploitaties in 2021 en we hebben een subsidie van het Rijk ontvangen voor de woningbouwimpuls van € 20,0 miljoen. • Hogere baten door winstnemingen van € 78,1 miljoen. De winst nemingen worden jaarlijks bepaald en zijn afhankelijk van de voortgang van de grondexploitaties. • Hogere lasten van € 83,0 miljoen door hogere administratieve verrekeningen. Dit zijn geen uitgaven, maar het betreft de verrekening van lasten en baten van de grondexploitaties met de balans, zoals hierboven toegelicht. • Hogere lasten door een dotatie aan de voorziening plantekorten van € 20,0 miljoen. Voor de tekorten bij verlieslatende grondexploitaties moet een voorziening worden getroffen. Omdat een aantal nieuwe investeringsbesluiten met een negatieve grondexploitatie door de raad is vastgesteld moet de voorziening voor de plantekorten worden verhoogd. • Lagere baten uit afkoopsommen uit het voortdurend stelsel van € 61,6 miljoen.
Er worden meer uitgiften gedaan in het eeuwigdurend stelsel en minder in het voortdurend stelsel dan begroot. Deze middelen worden afgedragen aan de grondexploitaties in programmaonderdeel 10.1. De lagere afkoopsommen leiden tot een lagere dotatie aan reserves en zijn dus voor de begroting als geheel neutraal. Voor de volledigheid merken we hier op dat het hier dus niet gaat om lagere baten uit de overstapregeling. • Lagere lasten bij tariefdiensten van € 8,9 miljoen door enerzijds hogere personeelskosten (€ 2,7 miljoen), waarvan lagere salariskosten (€ 8,0 miljoen) en hogere inhuur (€ 10,7 miljoen) en anderzijds een hogere interne omzet van -/- € 11,7 miljoen. De hogere interne omzet wordt verwacht door de huidige opdrachtenportefeuille en de productiviteit van de medewerkers. De hogere inhuur en lagere salarislasten komen doordat het moeilijk is om vacatureruimte in te
vullen, ondanks dat de inhuurkosten voor projectmanagement activiteiten lager zijn door een gewijzigd raamcontract. Deze prognose is onzeker, omdat de Wet deregulering beoordeling arbeidsrelaties (DBA) per eind 2021 mogelijk invloed heeft op lasten van de externe inhuur en de bijbehorende omzet.
11 Wonen en groen Op het programma Wonen en groen is een begrotingswijziging met een positief saldo van € 14,8 miljoen. Dit komt vooral door: • Hogere baten van € 9,6 miljoen voor leges WABO (omgevings vergunning voor bouwen, wonen, monumenten, ruimte, natuur en milieu). Op basis van het aantal vergunningaanvragen dat naar verwachting in 2021 wordt afgehandeld worden hogere legesopbrengsten verwacht. Zo zijn er veel vergunningen afgegeven voor met name appartementen in de stadsdelen Zuidoost en Nieuw-west. • Lagere lasten van € 14,3 miljoen, omdat in 2021 lagere lasten voor subsidies aan woningbouwcorporaties wordt verwacht. Uit de corre sponderende reserve wordt een gelijk bedrag minder onttrokken. • Lagere baten van € 2,5 miljoen als gevolg van de geldende corona maatregelen, namelijk lagere baten als gevolg van lagere bezetting campingplaatsen en de horeca op Camping Vliegenbos van € 1,5 miljoen en lagere baten bij de bestuurlijke boetes Woninggebruik van € 1,0 miljoen. • Hogere lasten van € 5,0 miljoen bij de stadsdelen voor de bouwtaken. Invoering van nieuwe wetgeving - Omgevingswet en Wet kwaliteits borging voor het bouwen (Wkb) - vraagt in 2021 om extra ambtelijke capaciteit en advieskosten om de wettelijke taken binnen de gestelde termijn te kunnen uitvoeren. • Hogere lasten van € 2,9 miljoen voor de projectcapaciteit bij het ambtelijk opdrachtgeverschap.
Door eerdere vertragingen is in 2021 capaciteit noodzakelijk (bijvoorbeeld Universiteitskwartier, Frederikspark en de bloemenmarkt). Daarnaast worden er overschrijdingen verwacht voor transformaties in de monumentale stad, winkeldiversiteit, de fusiekosten van Weesp en de kosten voor de inzet in de ontwikkelbuurten.
12 Moderne open overheid Op het programma Moderne open overheid is er per saldo een begrotingswijziging van € 3,8 miljoen positief. Dit komt vooral door: 14
H1
• Lagere baten van € 2,9 miljoen. De baten uit verkoopactiviteiten bij de Stadsbank van Lening zijn als gevolg van de (nasleep van de) corona crisis lager. • Lagere lasten van € 5,0 miljoen voor vervanging van het burgerzaken systeem door een kasschuif, waarbij budget wordt overgeheveld van 2021 naar 2022. Het huidige systeem wordt vervangen omdat het technisch niet meer voldoet. De vervanging loopt door in 2022 mede om het systeem ook geschikt te maken voor Weesp.
Algemene dekkingsmiddelen In de Algemene dekkingsmiddelen is sprake van een begrotingswijziging met een negatief saldo van € 82,5 miljoen (voor resultaatbestemming). Dit bestaat uit een positief resultaat op de algemene dekkingsmiddelen onderdelen A.1 tot en met A.4 van € 95,3 miljoen en een negatief resultaat op de begrotings wijzigingen voor reserves in onderdeel A.5 van € 177,8 miljoen. Het saldo van het resultaat op onderdelen A.1 tot en met A.4 van € 95,3 miljoen komt vooral door: • Hogere inkomsten vanuit het gemeentefonds van € 82,9 miljoen, door het verwerken van de maart-, mei- en septembercirculaire. We hebben vanuit het Rijk in deze circulaires steunpakketten ontvangen ter dekking van de crisiseffecten van in totaal € 37,8 miljoen. Zie voor een uitgebreide toelichting programma A.3. Algemene Middelen – Gemeentefonds. • Hogere baten OZB van € 10,8 miljoen. Bij het ramen van de opbrengsten OZB voor 2021 was sprake van beperkt zicht op de effecten van corona op de WOZ-waardering van woningen en zakelijk vastgoed, waardoor vanuit voorzichtigheid gekozen is voor een behoudende raming van de baten.
Omdat de invloed van de coronacrisis op de waardeontwikkeling van de Amsterdamse vastgoedmarkt gering blijkt te zijn (geen negatieve invloed op de waardeontwikkeling van woningen, beperkte impact op specifieke segmenten zakelijk vastgoed), is de afwijking tussen de geraamde opbrengsten en de realisatie in 2021 groter dan gebruikelijk. • Tegenover deze hogere baten van € 10,8 miljoen staat echter ook een korting in het gemeentefonds ter waarde van € 18,1 miljoen in 2021. Door de hogere WOZ-waardering van woningen in Amsterdam stijgt ook onze eigen verdiencapaciteit middels de OZB. Bij de gemeente fondsuitkering wordt hier rekening mee gehouden en worden we gekort op basis van onze verdiencapaciteit.
Het saldo van de begrotingswijzigingen op de reserves van € 177,8 miljoen negatief komt vooral door: • Lagere onttrekking van € 29,5 miljoen aan de reserve Stedelijk Mobiliteitsfonds (SMF), vooral door onderbestedingen van projecten die in 2021 worden gefinancierd uit het SMF. In hoofdstuk 5 geven wij een uitgebreide toelichting op de stand van zaken van het SMF. • Hogere onttrekking van € 96,5 miljoen aan de reserve afkoopsommen erfpacht. Dit komt met name doordat ontvangen afkoopsommen nu administratief worden begroot als een toevoeging in plaats van een (negatieve) onttrekking. • Hogere toevoeging van € 78,1 miljoen aan de reserve Zuidas bijdrage dok- en grondexploitaties door hogere winstnemingen in de grond exploitaties. • Hogere toevoeging van € 61,5 miljoen aan de reserve Meerjarig Inter temporele compensatie. Met deze reserve worden de begrotingsover schotten en -tekorten tussen de jaren met elkaar worden gecompenseerd, zodanig dat de begroting meerjarig structureel in evenwicht is. • Hogere toevoeging van saldo € 41,5 miljoen aan de reserve afkoop sommen erfpacht door de wijziging in verwerking van de ontvangen afkoopsommen (€ 96,5 miljoen) en doordat er minder afkoopsommen uit het voortdurend stelsel worden ontvangen (-€ 55,0 miljoen)
B Overhead In het overzicht Overhead is er per saldo een begrotingswijziging met een negatief effect van € 12,3 miljoen. Dit komt vooral door: • Hogere lasten van € 8,6 miljoen door omzetting van XAAS-investeringen die niet kunnen worden geactiveerd in lasten, waar dekking uit de reserve XAAS tegenover staat. • Hogere lasten van € 4,0 miljoen door de noodzakelijke verhoging van de voorziening Dubieuze debiteuren voor huurders van gemeentelijk vastgoed. Tegenover deze hogere lasten staan hogere baten door een vrijval uit de voorziening Maatwerkregeling huurders gemeentelijk vastgoed van € 4,0 miljoen. Deze wijziging is daarmee saldoneutraal. • Hogere lasten van € 2,4 miljoen door een nadelig effect bij de invlechting van de bestaande IT-inrichting van Weesp. De IT-inrichting is minder robuust dan wat vanuit de Amsterdamse normen wenselijk wordt geacht.
15
H1
• Hogere lasten van € 1,3 miljoen door verschillende saldoneutrale mutaties tussen programma B en onder andere de programma’s 2 en 11. Het betreft voornamelijk het technisch correct verantwoorden van de lasten van management en managementondersteuning in programma B.
1.3 Ontwikkeling externe financiering In deze najaarsnota hebben we de externe financieringsbehoefte geactualiseerd op basis van het in deze najaarsnota opgenomen financiële beeld. Op basis van dit beeld verwachten we dat de externe financiering toeneemt naar € 6,7 miljard eind 2021. Dat is gelijk aan de prognose uit de Begroting 2022. Op dit moment bedraagt de externe financiering € 6,2 miljard (eind september 2021). Dit zou betekenen dat volgens het opgenomen financiële beeld in deze najaarsnota de externe financiering met € 0,5 miljard zou moeten stijgen gedurende de rest van dit jaar. Op basis van ons historische inkomsten- en uitgavenpatroon kan de externe financieringsbehoefte nog wel met enkele honderden miljoenen toenemen gedurende de rest van dit jaar en zou de uiteindelijke schuld mogelijk ook lager uit kunnen komen dan € 6,7 miljard.
16
2
H2
2
Programma's 2.1
Veiligheid
19
2.2
Verkeer, vervoer en waterstaat
23
2.3
Economie
30
2.4
Kunst, cultuur en erfgoed
34
2.5
Onderwijs
38
2.6
Sport
43
2.7
Werk, inkomen en participatie
47
2.8
Volksgezondheid, jeugd en zorg
56
2.9
Duurzaamheid en ruimtelijke ordening
65
2.10 Grond
78
2.11 Wonen en groen
83
2.12 Moderne open overheid
93
2.A
Algemene dekkingsmiddelen
97
2.B
Bestuur en organisatie
106 18
H 2.1
2.1 Veiligheid
(bedragen x € 1 miljoen) Jaarverslag Voorjaarsnota 2020 2021
Begrotings wijzigingen
Najaarsnota 2021
Baten
18,2
22,5
-2,4
20,1
Lasten
204,2
231,1
-3,3
227,7
Totaal Programma 1 Veiligheid
-186,0
-208,5
0,9
-207,6
Jaarverslag Voorjaarsnota 2020 2021
Begrotings wijzigingen
Najaarsnota 2021
2,9
87,9
(bedragen x € 1 miljoen)
Apparaatslasten
90,9
84,9
Financiële toelichting De begrotingswijzigingen in dit programma hebben een positief effect van € 0,9 miljoen op de begroting. Het programma komt uit op een saldo van € 207,6 miljoen negatief. Per programmaonderdeel lichten we de afwijkingen toe.
19
H 2.1.1
2.1.1 Brandweer en crisisbeheersing Financiële afwijkingen
Reserves
(bedragen x € 1 miljoen)
Voor dit programmaonderdeel zijn er geen reservemutaties. Jaarverslag Voorjaarsnota 2020 2021
Begrotings wijzigingen
Najaarsnota 2021
Baten
3,5
2,9
0,0
3,0
Lasten
76,7
80,0
-0,1
79,9
Saldo van baten en lasten
-73,3
-77,1
0,2
-76,9
Beleidsmatige afwijkingen We hebben geen relevante ontwikkelingen of beleidsmatige afwijkingen te melden.
In dit programmaonderdeel zijn de afwijkingen gering. Het saldo komt uit op € 76,9 miljoen negatief.
Doelen
Baten
Activiteiten
De afwijking in de baten is gering. We lichten die daarom niet verder toe.
We hebben geen afwijkingen te melden op de activiteiten.
We hebben geen afwijkingen te melden op de doelen.
Lasten De afwijking in de lasten is lager dan € 1,0 miljoen. We lichten die daarom niet verder toe.
20
H 2.1.2
2.1.2 Openbare orde en veiligheid Financiële afwijkingen
Lasten
(bedragen x € 1 miljoen) Jaarverslag Voorjaarsnota 2020 2021
Begrotings wijzigingen
Najaarsnota 2021
Baten
14,7
19,6
-2,5
17,1
Lasten
127,5
151,1
-3,2
147,9
Saldo van baten en lasten
-112,8
-131,5
0,7
-130,7
De afwijkingen in dit programmaonderdeel hebben een positief effect van € 0,7 miljoen, waardoor het saldo uit komt op € 130,7 miljoen negatief.
Baten De totale baten dalen met € 2,5 miljoen naar € 17,1 miljoen. Dit komt voornamelijk door: • Lagere baten bij Horeca van € 2,3 miljoen en Evenementen van € 2,8 miljoen. In de eerste helft van 2021 was de horeca gesloten en waren er geen evenementen. De vanuit het Coalitieakkoord hoger begrote legesbaten (maatregel 9) worden niet gerealiseerd. • Lagere baten van € 1,9 miljoen bij het wegslepen van voertuigen. Door de coronamaatregelen zijn er minder bezoekers en wordt er minder foutgeparkeerd. • Hogere baten van € 2,2 miljoen door Rijksbijdragen (versterkingsmiddelen) voor het Regionaal Informatie en Expertisecentrum (RIEC). Het RIEC is een samenwerkingsverband op het gebied van bestrijding van criminele ondermijning. De gemeente Amsterdam faciliteert de financiële administratie van het RIEC. • Hogere baten van € 2,0 miljoen door een Rijkssubsidie op kosten van handhaving. • Overige afwijkingen zijn individueel kleiner dan € 0,5 miljoen. Die lichten we daarom niet verder toe.
De totale lasten dalen met € 3,2 miljoen naar € 147,9 miljoen. Dit komt voornamelijk door: • Hogere lasten van € 2,2 miljoen bij het RIEC. Deze hogere lasten zijn gedekt door Rijksbijdragen. • Lagere lasten van € 2,1 miljoen door intertemporele compensatie. € 1,5 miljoen wordt naar 2023 verplaatst. Daarnaast wordt € 0,6 miljoen doorgeschoven naar 2022 voor de aanpak ondermijning en radicalisering. • Lagere lasten van € 1,3 miljoen bij communicatie en veiligheid. Budget bestemd voor ‘Open Stad’ van € 1,0 miljoen wordt verplaatst naar programma 12 en budget bestemd voor ‘Drugs’ van € 0,3 miljoen wordt verplaatst naar programma 8. • Incidenteel lagere lasten van € 0,5 miljoen bij Ondermijning/Bibob. Structurele middelen zijn vanaf 2021 ter beschikking gekomen, terwijl vacatures pas vanaf de tweede helft zijn opgevuld. • lagere lasten van per saldo € 0,5 miljoen en daarmee een lagere onttrekking aan de reserve VOG. • Overige afwijkingen zijn individueel kleiner dan € 0,5 miljoen. Die lichten we daarom niet verder toe.
Reserves (bedragen x € 1 miljoen) Jaarverslag Voorjaarsnota 2020 2021
Begrotings wijzigingen
Najaarsnota 2021
Onttrekking
1,4
2,0
1,1
3,1
Toevoeging
3,5
0,0
1,6
1,6
Mutatie reserves
-2,1
2,0
-0,5
1,5
21
H 2.1.2
Onttrekkingen aan reserves De onttrekkingen aan de reserves stijgen met € 1,1 miljoen ten opzichte van de laatst vastgestelde begroting. Dit wordt veroorzaakt door: • Een hogere onttrekking van € 1,1 miljoen uit de reserve Verevening Onroerend Goed (VOG). Deze middelen worden ingezet voor de Aanpak Binnenstad.
Toevoegingen aan reserves De toevoegingen in dit onderdeel stijgen van € 1,6 miljoen ten opzichte van de laatst vastgestelde begroting. Dit wordt veroorzaakt door: • Een toevoeging van € 1,6 miljoen aan de reserve Verevening Onroerend Goed (VOG) omdat bij actualisatie van de lopende projecten Aanpak Binnenstad deze middelen in 2021 niet ingezet worden.
Beleidsmatige afwijkingen Relevante ontwikkelingen Beleidswijziging: overnemen taken politie Samen met de ov-ketenpartners nemen we de regie in de uitvoering van de politie over op het gebied van inzet en samenwerking in het ov-domein. Ook worden we verantwoordelijk voor het maken van de ov-veiligheids analyses. De kosten hiervan (€ 450.000) worden opgevangen binnen de onderbesteding van het budget voor de bodycams binnen programma 1.
Ook hadden we het druk met de implementatie van de nieuwe organisatie. Met name de werving van nieuwe collega’s heeft onze prioriteit gehad. De al krappe arbeidsmarkt voor vooral BOA’s is alleen nog krapper geworden, wat de werving belemmerde. Maar ook het aantal nieuwe medewerkers dat gelijktijdig kan worden ingewerkt is begrensd. Hierdoor is het in het eerste halfjaar niet mogelijk gebleken om alle vraag naar toezicht en handhaving volledig te realiseren. Daarom is gestart met de inhuur van toezichthouders, waarvoor de arbeidsmarkt minder krap is. Ten slotte is er onzekerheid ten aanzien van de huisvesting van het team veiligheid openbaar vervoer. Dit team is nu “om niet” gehuisvest bij de politie, maar zij hebben aangegeven deze locatie te gaan gebruiken voor politie personeel. Bovenstaande ontwikkelingen maken dat de prognose van het rekeningresultaat dit jaar onzeker is. Het verwachte resultaat is daarom 0 - 1,5 miljoen euro.
Doelen We hebben geen afwijkingen te melden op de doelen.
Activiteiten We hebben geen afwijkingen te melden op de activiteiten.
Personeelslasten THOR De totale personeelslasten bij THOR zijn nog onzeker (saldo: euro € 0 € 1,5 miljoen). Dit heeft een aantal oorzaken: De uitbraak van het coronavirus heeft grote gevolgen gehad voor onze toezicht en handhaving werkzaamheden. Geplande activiteiten gingen niet door en we kregen, als gevolg van de coronacrisis, werkzaamheden te doen die we niet hadden gepland. Dit maakte het uitvoeren van onze werk zaamheden ingewikkeld. De rijksoverheid heeft dit ook gesignaleerd en heeft subsidiemiddelen (euro 2 miljoen) beschikbaar gesteld voor de inzet op het toezicht en de handhaving op de coronamaatregelen.
22
H 2.2
2.2 Verkeer, vervoer en waterstaat
(bedragen x € 1 miljoen) Jaarverslag Voorjaarsnota 2020 2021
Begrotings wijzigingen
Najaarsnota 2021
Baten
415,9
465,8
-49,3
416,6
Lasten
553,9
569,1
-52,8
516,3
Totaal Programma 2 Verkeer, vervoer en waterstaat
-138,0
-103,3
3,6
-99,7
Jaarverslag Voorjaarsnota 2020 2021
Begrotings wijzigingen
Najaarsnota 2021
6,9
64,1
(bedragen x € 1 miljoen)
Apparaatslasten
119,7
57,2
Financiële toelichting De begrotingswijzigingen in dit programma hebben een positief effect van € 3,6 miljoen op de begroting. Dit programma komt uit op een negatief saldo van € 99,7 miljoen.Per programmaonderdeel lichten we de begrotings wijzigingen toe.
23
H 2.2.1
2.2.1 Verkeer, vervoer en parkeren Financiële afwijkingen (bedragen x € 1 miljoen) Jaarverslag Voorjaarsnota 2020 2021
Begrotings wijzigingen
Najaarsnota 2021
Baten
289,8
287,5
0,4
287,9
Lasten
323,5
277,5
3,1
280,6
Saldo van baten en lasten
-33,6
10,0
-2,7
7,3
De begrotingswijzigingen in dit programmaonderdeel hebben een negatief effect van € 2,7 miljoen, waardoor het saldo uitkomt op € 7,3 miljoen positief.
Baten De totale baten stijgen met € 0,4 miljoen. Dit wordt veroorzaakt door: • Een daling van € 0,7 miljoen door gederfde reclame-opbrengsten als gevolg van corona. • Een stijging van € 0,6 miljoen door een bijdrage van Waternet aan het project DORA (Deltaplan Openbare Ruimte Amsterdam). • Een stijging van de baten met € 3 miljoen door een aanvullende bijdrage van de Vervoersregie Amsterdam. Hiertegenover staat een even grote stijging van de lasten. • Een daling van de parkeeropbrengsten van € 2,5 miljoen. Hier staat een daling van de lasten voor hetzelfde bedrag tegenover. Bij de baten zit de grootste afwijking in minder verkochte bedrijfsabonnementen in garages als gevolg van het thuiswerken.
Lasten De totale lasten stijgen met € 3,1 miljoen. Dit komt vooral door: • Eind 2019 is het resterend budget uit het programma DORA vrij komen te vallen. Voor de resterende werkzaamheden waren reeds contracten aangegaan met twee aannemers en in de loop van 2019 zijn deze werkzaamheden gestart met een doorloop naar 2021.
• De totale uitgaven bedragen € 4,3 miljoen, waarvan inmiddels € 3,3 miljoen is uitgegeven en waar € 1,0 miljoen is verplicht. Vanuit Waternet wordt een bijdrage van € 0,6 miljoen ontvangen. Per saldo is er daardoor een tekort van zo’n € 3,7 miljoen opgenomen in de begroting. • Er is een bedrag van in totaal € 1,0 miljoen aan extra uitgaven die niet binnen de budgetten van Stadsbeheer kunnen worden opgelost. Het betreft uitgaven van aan calamiteiten bij brug 317 en 314 en bij de Oosterdoksdraaibrug. • De lasten dalen met € 25,4 miljoen. De belangrijkste oorzaak is de verwachte onderbesteding in 2021 van projecten die worden gefinancierd uit het Stedelijk Mobiliteitsfonds. • De lasten stijgen met € 21,2 miljoen als gevolg van een herverdeling van de overprogrammering. Voor de totale begroting is dit een neutrale mutatie per programma en programma-onderdeel kan er wel sprake zijn van een stijging of daling. • De kosten van het Programma Bruggen en Kademuren (PBK) vallen naar verwachting ruim € 6 miljoen lager uit, omdat een deel van de werk zaamheden van het programma doorschuift naar 2022. Dit geldt vooral voor preventie en interventiewerkzaamheden en de technische onder zoeken van de bruggen en kademuren. Tegenover deze lagere lasten staat ook een lagere onttrekking uit de reserve Achterstallig Onder houd. Per saldo is de mutatie gemeentebreed neutraal.
• Een stijging van € 3 miljoen waar een stijging van de baten voor hetzelfde bedrag tegenover staan. Het grootste deel van de stijging komt voor rekening van de projecten Museumkwartier (werk aan bus en tramhaltes) en Rivierenbuurt (aanpassen tramhaltes). • Een stijging van € 2,5 miljoen van de parkeerlasten. Hier staat een daling van de parkeeropbrengsten voor hetzelfde bedrag tegenover. De grootste afwijkingen bij de lasten zitten in de handhavingskosten, het vertraagde vergunningensysteem, het Parkeerplan en in vacatureruimte. • Een stijging van de lasten met € 2,3 miljoen als gevolg van de herijking van de kostenverdeelstaat.
24
H 2.2.1
• Een stijging van € 3,0 miljoen van de lasten als gevolg van het naar voren halen en eerder opstarten van projecten en additionele inhuur en het realiseren van ombouw voor de Akersluis en Cramersluis. Deze uitgaven dekken we uit de reserve Stadsbehoud. • Overige afwijkingen zijn individueel kleiner dan € 0,5 miljoen. Die lichten we daarom niet verder toe.
Reserves
Toevoegingen aan reserves De toevoegingen dalen met € 5,4 miljoen ten opzichte van de laatst vastgestelde begroting. Dit wordt vooral veroorzaakt door: • De toevoeging aan het SMF daalt met € 4,5 miljoen. Hiervoor zijn twee oorzaken: – Herijking van de kostenverdeelstaat. Dit leidt er toe dat de lasten worden verhoogd en de dotatie aan het SMF met 2 miljoen daalt. – De dotatie aan het SMF daalt met € 2,5 miljoen als gevolg van een aantal verwachte onderbestedingen in 2021 van projecten die worden gefinancierd uit het Stedelijk Mobiliteitsfonds.
(bedragen x € 1 miljoen) Jaarverslag Voorjaarsnota 2020 2021
Begrotings wijzigingen
Najaarsnota 2021
Beleidsmatige afwijkingen
Onttrekking
308,4
351,0
-28,4
322,6
Toevoeging
305,9
283,2
-5,4
277,8
Bestedingen Stedelijk Mobiliteitsfonds (SMF)
2,5
67,8
-23,0
44,8
We hebben de verwachte bestedingen van de SMF bekostigde projecten in 2021 geanalyseerd. In de Voorjaarsnota 2021 hebben we de SMF begroting in 2021 bijgesteld van € 188 miljoen naar € 160 miljoen.
De onttrekkingen dalen met € 28,4 miljoen. ten opzichte van de laatst vast gestelde begroting. Dit wordt vooral veroorzaakt door: • De onttrekking aan het SMF daalt met € 29 miljoen door onder bestedingen in 2021 van projecten die worden gefinancierd uit het Stedelijk Mobiliteitsfonds. Tevens wordt voor de kleinere projecten die worden gefinancierd uit het Stedelijk Mobiliteitsfonds een stelpost opgenomen vanwege een verwachte onderbesteding in 2021. Met deze mutatie worden deze projecten nu afgeraamd en de onttrekking en de dotatie verlaagd. • Een lagere onttrekking uit de reserve Achterstallig Onderhoud van € 6 miljoen omdat een deel van de werkzaamheden van het programma doorschuift naar 2022. Dit geldt vooral voor preventie en interventie werkzaamheden en de technische onderzoeken van de bruggen en kademuren. • Een hogere onttrekking uit de reserve Stadsbehoud van 6,4 miljoen doordat de lasten in programmaonderdeel 2.1 en 2.2 stijgen in 2021 met respectievelijk € 2,95 miljoen en € 3,45 miljoen. Dit betreft het naar voren halen en eerder opstarten van projecten en additionele inhuur en het realiseren van ombouw voor de Akersluis en Cramersluis.
Bij de Najaarsnota 2021 stellen we de Begroting 2021 bij met in totaal € 29 miljoen. De belangrijkste oorzaken voor de onderbesteding zijn vertragingen door corona, grillig verlopende aanbestedingen, tekorten aan materialen/langere levertijden en vertraging bij inspraakprocedures. Per saldo komt de verwachte realisatie in 2021 uit op circa € 130 miljoen, wat iets hoger is dan de realisatie van € 122 miljoen in 2020.
Mutatie reserves
Onttrekkingen aan reserves
Door overprogrammering nemen we meer projecten in voorbereiding zodat we altijd voldoende massa hebben om tot uitvoering te komen en flexibeler kunnen inspelen op onvoorziene risico’s in de planning. Daarnaast zetten we vooral in op meer standaardisatie, clustering van projecten, verbeteringen in de financiële planning en het verbeteren van de match tussen opgave en projectorganisatie. Door de beperkte ruimte onder het investeringsplafond was het noodzakelijk om in de Begroting 2022 een aantal projecten binnen het SMF bij te stellen, hierdoor ontstaat naar verwachting ruimte in de capaciteit om bij andere projecten eerder tot uitvoering te komen. 25
H 2.2.1
Programma Stadsbehoud In 2021 hebben we net als in 2020 zoveel mogelijk onderhoud verricht en gebruikgemaakt van de relatieve rust op straat als gevolg van de coronacrisis. Zo hebben we versneld groot onderhoud uitgevoerd, waardoor het achter stallig onderhoud niet oploopt. Om dit mogelijk te maken hebben we anticyclisch geïnvesteerd door toekomstige budgetten eerder in te zetten. Zo kunnen wij de productie van Stadsbehoud maximaal voortzetten. Gezien de financiële krapte richten we ons vrijwel uitsluitend op plekken waar het niveau onder Sober ligt. We komen steeds dichter bij een stad met een minimale basiskwaliteit op niveau Sober. Met het Programma Bruggen en Kademuren zetten we grote stappen op het gebied van achterstalligheid bij civiele constructies. Tegelijkertijd krijgen we het areaal steeds beter in beeld. Daardoor ontdekken we ook nieuwe achterstalligheid. Ook breidt het areaal zich uit en krijgen we soms areaal in beheer dat niet op niveau is, zoals de relatief nieuwe asset water. Er is nog (grote) achterstalligheid bij de assets verhardingen, groen, civiele constructies en water. Er is een meerjarige aanpak nodig met voldoende budgetten om deze achterstalligheid weg te werken.
Om nieuwe achterstalligheid en onveilige situaties in de toekomst te voor komen, werken we toe naar een vernieuwingsritme van minimaal 2 kilometer kademuur en 8 bruggen per jaar. Dat niveau halen we vanaf 2025, waarbij we de ontstane achterstalligheid nog niet inlopen. Het investeren in veiligheids maatregelen blijft dan ook de komende jaren nog aan de orde. De omvang van de investeringen zijn dit jaar aanzienlijk met verwachte uitgave van € 79 miljoen voor 2021. Dat is 80 procent van de begrote uitgaven van € 98 miljoen. Dit betekent een flinke toename in vergelijking met 2020 toen we € 24 miljoen hebben geïnvesteerd.
Voor wat betreft de investeringskredieten, hebben we € 38 miljoen geraamd aan uitgaven in 2021. Hiervan zal naar verwachting € 30 miljoen worden uitgeven. Ook hier zien we dat we het tempo van de uitgaven omhoog gaat, in 2020 gaven we € 26 miljoen uit en in 2019 € 16 miljoen.
We hebben beleid ontwikkeld om de bruggen en kademuren te beschermen tegen zwaar transport in de binnenstad van Amsterdam. Vanaf 1 oktober 2021 mag vrachtvervoer maximaal 7,5 ton wegen. Ontheffingen worden slechts in heel beperkte mate uitgegeven. Voor veel projecten in uitvoering heeft dit gevolgen voor de logistieke kosten. De vrachten worden aan de rand van de stad overgeladen op kleinere vrachtwagens. Zonder ontheffing betekent dit voor projecten in uitvoering, zoals de Vijzelgrachtgarage en de Bullebakbrug, een verhoging van de kosten van minimaal € 0,5 miljoen. Daarnaast betekent het een kostenverhoging voor projecten die nog gaan starten, zoals de Nieuwezijds Voorburgwal Noord. We gaan na hoe we de kosten kunnen beperken.
Programma Bruggen en kademuren
Mobiliteitsregie uitgebreid
De onderzoeksresultaten van het programma Bruggen en Kademuren bevestigen de grote achterstalligheid en laten zien dat er voor de komende jaren een flinke vernieuwingsopgave ligt. We voeren veiligheidswerkzaam heden risicogestuurd uit. Dat wil zeggen dat we eerst de bruggen en rakken onderzoeken die een hoge prioriteit hebben voor de mobiliteit van de stad en waarvan we ons technisch veel zorgen maken. Het is goed om te zien dat deze aanpak werkt en dat we met name de kademuren die we de afgelopen tijd onderzocht hebben in groten getale versneld veilig hebben kunnen stellen. Dit zal de komende jaren nog doorlopen tot het moment dat de vernieuwing op stoom komt en de achterstalligheid niet verder oploopt en juist ingelopen wordt.
Om de impact van de vele werkzaamheden, onder andere aan bruggen en kademuren, te beperken en om de stad te ontlasten, bleek het hoogst nood zakelijk om aanvullende maatregelen te nemen. In 2021 zijn programmeringen van werkzaamheden nog beter op elkaar afgestemd en beperkingen voor zwaar verkeer versneld gedigitaliseerd (kentekencamera’s geplaatst rond s100 en routekaart en bereikbaarheidskaart gemaakt zodat zwaar verkeer zijn route kan bepalen). Met de inzet van stedelijke weginspecteurs is een nieuwe maatregel ingezet om verstoringen op de weg versneld op te ruimen en rond de Wallen en de Westelijke grachtengordel stemmen we ambities en maat regelen op weg en water op elkaar af (nieuw proces van lokale netwerkregie). Dit zullen we naar verwachting uitbreiden naar andere gebieden.
26
H 2.2.1
Management van drukte in stroomversnelling
Doelen
Covid-19 heeft ervoor gezorgd dat de aanpak van drukte in een stroom versnelling is geraakt. Om de 1,5 meter te kunnen waarborgen moesten bestaande middelen (onder andere crowdmanagementsysteem op De Wallen) op veel meer locaties in de stad ingezet worden dan eerder voorzien door de groei van drukte. Denk aan winkelgebieden, parken, markten en zwemlocaties. Hiervoor was aanvullende investering in slimme oplossingen noodzakelijk. Management van drukte is een hele nuttige methode om de leefbaarheid in de stad met een beperkte investering te vergroten. Dit ontwikkelt zich tot een nieuwe kerntaak van de gemeente.
We hebben geen afwijkingen te melden op de doelen.
Parkeren Toelichting op afwijking bij Activiteit 02.1.2.5. We maken parkeren van auto en fiets zo duurzaam en kosteneffectief mogelijk. We hebben in 2021 meer parkeergarages van led-verlichting voorzien dan begroot. Oorzaak is met name dat we groot onderhoud hebben gecombineerd met het aanbrengen van led-verlichting. We hadden geraamd om in 31 garages laadpalen aan te brengen. Dit aantal wordt naar verwachting lager (23) door juridisch en risicotechnische oorzaken.
Activiteiten Activiteit 02.1.2.5 We maken parkeren van auto en fiets duurzaam en kosteneffectief mogelijk. Indicatoren activiteit
Peilwaarde Rekening Begroting Najaarsnota (peiljaar) 2020 2021 Stand na 8 mnd
Prognose heel 2021
1
Aantal gemeentelijke garages met ledverlichting
10
12
24
24
15
31
17
23
2
Aantal garages en stallingen voorzien van laadpalen. In 2019 worden laadpalen aangebracht in 14 garages. In 2022 zijn alle garages en stallingen voorzien van laadpalen
27
H 2.2.2
2.2.2 Water Financiële afwijkingen (bedragen x € 1 miljoen) Jaarverslag Voorjaarsnota 2020 2021
Begrotings wijzigingen
Najaarsnota 2021
Baten
4,4
46,3
-41,7
4,6
Lasten
50,5
100,7
-39,3
61,4
Saldo van baten en lasten
-46,1
-54,4
-2,4
-56,9
De begrotingswijzigingen in dit programmaonderdeel hebben een negatief effect van € 2,4 miljoen, waardoor het saldo uitkomt op € 56,9 miljoen negatief.
Baten De totale baten dalen met € 41,7 miljoen naar € 4,6 miljoen. Oorzaak is dat de begrote bijdrage van € 41,5 miljoen aan de zeesluis doorschuift naar 2022. De gemeente is met het rijk overeengekomen om een bijdrage te leveren voor de zeesluis. Daarnaast is de gemeente met het Havenbedrijf overeen gekomen dat deze investering voor rekening van het Havenbedrijf komt. Het Havenbedrijf betaalt dit bedrag aan de gemeente en wij storten het vervolgens door naar het rijk. Dit betekent dat tegenover de daling van de baten ook een even grote daling van de lasten staat.