CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

A - 22 Diversiteit en Antidiscriminatiebeleid (9) Bijlage 6 Actieonderzoek d

RAAD 6 oktober 2021, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Kennisnemen van de Raadsbrief antidiscriminatie VN2021-02510750.859 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 5

Actieonderzoek antidiscriminatie in de Regenbooggemeenschap gericht op LBTQI+ mensen (vrouwen en non binair)

Irene Hemelaar

November 2020 – juni 2021

-1-

Inhoud Inhoud

2

Colofon

4

Voorwoord

5

Inleiding

7

1. Doelstelling, vragen en uitgangspunten

8

2. De rol van sekse, gender, seksuele voorkeur, kleur en handicap

9

3. Onderdelen van het onderzoek

13

Achtergrondinformatie verzamelen Dataverzameling literatuuronderzoek Gesprekken met relevante organisaties Participatie van de doelgroep in een klankbordgroep

13 13 13 17

Werving

17 17 17 17 18

Sampling diepte-interviews Gekozen communicatiekanalen oproep De oproep op Facebook De oproep via WhatsApp Selectie

18

De interviewvorm: kwalitatief actie-onderzoek

19

Periode van interviewen

19

De analyse van de diepte-interviews

19

4.

21 21 22 24

Bevindingen en analyse Wat kan er worden gezegd over intersectionaliteit Oorzaken lage meldings- of aangiftebereidheid discrininatie Wat kan er worden gezegd over het handelingsperspectief om om te gaan met discriminatie (coping strategieën)? 4. Welke ervaringen hebben de respondenten met discriminatie door overheden, overheidsinstanties en politie? 5. Wat is er nodig voor een ideale wereld – in het algemeen? 6. Adviezen van de respondenten aan overheden en overheidsinstanties 1. 2. 3.

25 27 28

Bijlage 1. Profielen van de 16 respondenten naast elkaar

33

Bijlage 2. De vier slotvragen naast elkaar

41

Bijlage 3. De uitgeschreven interviews

59

1

59

-2-

2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13 14 15 16

67 76 84 90 95 101 108 113 121 130 136 144 154 161

Bijlage 4. Oorspronkelijke interviewscript

173

Bijlage 5. Overige geraadpleegde artikelen

178

-3-

Colofon Opdrachtgever Gemeente Amsterdam afdeling Diversiteit Gegevens onderzoeker, zoals gevraagd aan de respondenten Naam – Irene Hemelaar Gender identiteit - Cis vrouw Seksuele oriëntatie - LesBisch Leeftijd - 51 jaar Woonplaats - Amsterdam Etnische afkomst – Nederlands, geboren getogen Amsterdammer, met een vader die via moeder een Duitse achtergrond had. Religieuze overtuiging – Ongelovige Thomas (Agnost) Religieuze achtergrond – Rooms Katholiek Opleidingsniveau / werk- en denkniveau - Wetenschappelijk Eventuele fysieke of verstandelijke beperking - Chronische ziektes psoriasis en obesitas Eventuele psychische aandoening - Geen Overig - Bestuurt, onderzoekt, adviseert, organiseert, traint, spreekt, schrijft en zingt Klankbordgroep Anna Tijsseling Dinah Bons, Döne Fil Esther Bremer Femke Hurkmans Fleur Constandse Jantine van Lisdonk Contact info@irenehemelaar.nl of 06 50 567 256

-4-

Voorwoord “Allen die zich in Nederland bevinden, worden in gelijke gevallen gelijk behandeld. Discriminatie wegens godsdienst, levensovertuiging, politieke gezindheid, ras, geslacht of op welke grond dan ook, is niet toegestaan.”1 Met een beetje geluk rolt met een paar maanden de uitbreiding van artikel 1 van de grondwet dankzij een twee-derde van stemmen door de Tweede en Eerste Kamer heen. Dan worden “handicap” en “seksuele gerichtheid” aan de basis der wetsartikelen toegevoegd. Op 9 februari jongstleden kwam het wetsvoorstel al door de eerste ronde. “Een belangrijke opdracht aan de politiek”, in de woorden van COC Nederland voorzitter Astrid Oosenbrug, “om bijvoorbeeld geweld tegen LHBTI’s aan te pakken.” Bijkomende winst is dat we met het regelen van deze gelijke rechten in de grondwet, Nederland hoogstwaarschijnlijk de top 10 weer zal binnenkomen in ILGA’s Annual review of the human rights situation of lesbian, gay, bisexual, trans and intersex people in the Netherlands.2 Momenteel staan we op een voor een zogenaamd “gidsland” als Nederland op een beschamende nummer 12. Waar de wetgeving afhankelijk is van de landelijke politiek, sta je als gemeente met regelmaat machteloos bij het beschermen van je burgers.

Te weinig handhavingscapaciteit, de niet strafbare straatintimidatie, waar voormalig burgemeester Van der Laan weliswaar een APV voor instelde, maar die in juridische zin uiteindelijk niet doeltreffend bleek. Burgemeester Halsema had dan ook pijnlijk genoeg groot gelijk dat ze het “sisverbod”, zoals zij de APV laatdunkend noemt, niet ging handhaven 3. Homo’s, vrouwen, mensen wier gender(expressie) niet in een m/v hokje te vangen is, hebben er baat bij. Met het uitblijven van handhaving blijft een structurele (gender)ongelijkheid in de openbare ruimte onaangetast. Kortweg: Cis heteromannen bezitten de openbare ruimte en alle andere mensen betreden deze en moeten dus meer rekening houden met onveilige situaties dan die cis heteroman. Geweld, (seksueel) grensoverschrijdend gedrag tegen vrouwen en LHBQTI+-personen op straat is vaak slechts een stap verder dan deze intimidatie. Maar kijk dan toch, dan worden op dit vlak binnen een jaar enkele zevenmijlspassen gezet. Seksuele intimidatie, op straat of op internet, wordt strafbaar. En daarvoor kan de politierechter straks een straf opleggen van maximaal drie maanden. “Bij seksuele intimidatie in het openbaar gaat het erom dat iemand ‘een ander indringend seksueel benadert met opmerkingen, gebaren, geluiden of aanrakingen op een wijze die vreesaanjagend, vernederend, kwetsend of onterend is te achten’.

Het gaat dan niet alleen om de ruimte op straat maar ook op het internet.”4 Aangifte doen of melding maken van een incident zal daardoor veel interessanter worden. Hieraan gekoppeld - als het goed is op dit moment de start van een proef van 5 jaar bij de politie met gespecialiseerde rechercheurs die verschillende vormen van discriminatie, waaronder LHBTQI+ gaan onderzoeken, gloort er hoop aan de horizon. 5 En voor Amsterdam is dit dus heel goed nieuws. Waar de gemeente online shamen nu nog in de aanpak tegen seksuele intimidatie en seksueel geweld opneemt puur om een norm te stellen (exposing is immers nu nog niet bij wet strafbaar), neemt de gemeente hiermee een voorschot op een nabije toekomst waarin dit wel strafbaar zal zijn.6 Ook zal de Regenboog VeiligheidsAlliantie, een overleg tussen de verschillende Regenboogcommunities, politie en de burgemeester waarin vrouwen- en

1 https://www.denederlandsegrondwet.nl/id/vi7pkisz82r9/artikel_1_gelijke_behandeling_en 2 http://www.ilga-europe.org/sites/default/files/2021/netherlands.pdf 3 https://www.parool.nl/nieuws/politiek-zet-sisverbod-aan-de-kant~bec6cf83/ 4 https://www.parool.nl/nederland/celstraffen-van-4-tot-9-jaar-na-verscherpte-wet-over-verkrachting~b518301b/ 5 https://wnl.tv/2020/07/03/kamer-wil-proef-met-speciale-rechercheurs-bij-politie-tegen-discriminatie/ 6 https://www.parool.nl/a-b4bedde9

-5-

LHBTQI+ organisaties door meldingen te bundelen tot trends in incidenten proberen te komen, meer slagkracht krijgen. Hoe zit het eigenlijk met “onze” meldings- en aangiftebereidheid? 22% van de LHBTI’s in Nederland heeft ooit aangifte gedaan bij de politie van een fysieke of seksuele aanval, 10% deed een melding bij een antidiscriminatiebureau of Meldpunt Discriminatie.7 Wanneer gekeken wordt naar de geaardheid van slachtoffers van straatintimidatie in Amsterdam, valt op dat LHB’ers de afgelopen 12 maanden vaker slachtoffer werden van één of meer vormen van intimidatie (50%) dan heteromannen en heterovrouwen (40%).8 In 2019 steeg het aantal discriminatiemeldingen van transgender personen met bijna een kwart ten opzichte van het jaar daarvoor9. Uit de 16 gesprekken die ik voerde, sprak een zeer geringe meldings- of aangiftebereidheid. Om allerlei redenen, die in de analyse aan bod zullen komen. Wat mij opviel was de mate waarin geïnterviewden hun ervaringen bagatelliseerden; zoals de vader die zijn (ex-) schoondochter niet als echte moeder van het kleinkind ziet. “Dit was ik eigenlijk alweer vergeten, maar dit is ook allemaal gepasseerd” (1,91), de mate van intersectionele beleving van uitsluiting door kleur, handicap, gender. Deze wegen op het eerste gezicht zwaarder dan seksuele voorkeur.

Maar ook overheden en politie, waarbij je je veilig waant omdat medewerkers het gemeentelijke beleid en de wet zouden moeten uitdragen, slaan soms flink de plank mis. Hoezeer de geïnterviewden accepteren dat grensoverschrijdend gedrag er nu eenmaal bij hoort, en dus geen reden is om melding of aangifte te doen, vind ik zorgwekkend. Minstens zo erg is het beeld dat vele respondenten zich om allerlei redenen en op allerlei manieren onzichtbaar maken om waar mogelijk micro-agressies en erger te voorkomen. Ik hoop dat de behoeften die de respondenten hebben uitgesproken, onder andere dat de stad, de landelijke overheid en overheidsinstanties ongelijkheid beter bij de wortel aanpakken, zoals bij een aanpak van de heersende machtsstructuren, gehoor gaat vinden. Tot slot. De gemeente zocht en kreeg met mij voor het verrichten van dit onderzoek een projectleider die stakeholder is met een groot netwerk in de betreffende community, iemand die dus onderdeel uitmaakt van de te onderzoeken doelgroep en dus ook ervaringsdeskundige is. Iemand die bekend is met het doen van onderzoek, maar die niet perse zelf onderzoeker is. Het gevolg van deze keuze is dat deze onderzoeker de meeste respondenten in mindere of meerdere mate kent en dat mijn aanpak mogelijk niet strikt alle paden bewandelt die een hiertoe specifiek opgeleide projectleider zou hebben gekozen.

Al met al heb ik het een zeer intensief en mooi project gevonden om te kunnen en mogen uitvoeren en wel met een grote “met dank aan”. Aan mijn netwerk voor het uitzetten van de oproep, de respondenten voor het vertrouwen – dat heeft me praktisch iedere keer dat ik je hoorde of herlas zeer geraakt -, de klankbordgroep voor de wijze, inhoudelijke en ook geruststellende woorden, de medewerkers van de gemeentelijke afdeling Diversiteit voor het vertrouwen in mijn kunnen, ook toen de klus veelomvattender bleek en dus langer duurde dan verwacht, FNV Zelfstandigen voor het gebruik van Whereby en natuurlijk het thuisfront dat me enorm heeft ontzien tijdens de vele uren, dagen, weken van interviewen, uittypen, nadenken en analyseren. Irene Hemelaar 2 juni 2021

7 https://fra.europa.eu/en/data-and-maps/2020/lgbti-survey-data-explorer 8 https://data.amsterdam.nl/publicaties/publicatie/straatintimidatie-Amsterdam-2020/d8cbe0c8-ed1a-48be-955f-

ceea2b99c31d/ 9 https://www.transgendernetwerk.nl/wp-content/uploads/20200423-discriminatiemonitor-transgender-2019-1.pdf

-6-

Inleiding Discriminatie en geweld tegen LHBTQI+ personen is een groot maatschappelijk probleem. De gemeente Amsterdam wil ervoor zorgen dat de stad veilig, open en aantrekkelijk is voor LHBTQI+’ers is en wil daarom inzetten op de aanpak hiervan. In oktober 2019 werd een GroenLinks-motie met de wens tot een onderzoek naar intimidatie en geweld tegen queer vrouwen die met algemene stemmen aangenomen. In de raadsbrief van 19 december 2019 meldt wethouder Groot-Wassink dat hij “door samenwerking met een brede coalitie van organisaties beter zicht te krijgen op waar discriminatie wordt ervaren, wat de achterliggende oorzaken zijn dat daar nu wel of niet melding van wordt gemaakt en welke interventies nodig zijn om op die plekken de aanpak van discriminatie te verbeteren.” Actieonderzoek De afdeling Diversiteit van de Gemeente Amsterdam wil dan ook actieonderzoek doen “bij specifieke groepen, met als doel om beter grip te krijgen op waar discriminatie plaatsvindt en de interventies te bepalen die nodig zijn om het gat tussen het aantal meldingen en de daadwerkelijke discriminatie te dichten. Hierbij wil ik een bredere coalitie van organisaties betrekken.

Projecten rond moslimdiscriminatie, anti-zwart racisme, antisemitisme en LHBTQI+-gerelateerde discriminatie hebben hierbij de prioriteit.” 10 Dit onderzoek gaat specifiek over vrouwen en non binaire mensen binnen de regenboog-community en betreft personen die (ook) in Amsterdam wonen en/of werken. Momenteel lopen er, voortvloeiend uit de raadsbrief waarin de wethouder deze uitspraak deed, vijf onderzoeken in Amsterdam. Naast actie-onderzoek naar antisemitisme, moslimdiscriminatie en antizwart racisme vindt er op het gebied van discriminatie van LHBTQI+ personen naast dit onderzoek specifiek op vrouwen en non binair nog LHBTQI+ breed onderzoek vanuit bicultureel perspectief plaats verricht door Nassiri Belaraj en Hester de Gooijer. Vier slotvragen De vier slotvragen over de al dan niet toename van moslimdiscriminatie, anti-zwart racisme, antisemitisme en LHBTQI+-gerelateerde discriminatie worden aan alle respondenten gesteld die deelnemen aan één van de vijf actie-onderzoeken die momenteel op deze thema’s worden gerealiseerd. Ik heb de antwoorden naast de bevindingen uit de Monitor 2019 Meldpunt Discriminatie Regio Amsterdam Politie-eenheid Amsterdam.11 De antwoorden zullen op een nader te bepalen moment gezamenlijk worden geanalyseerd. Leeswijzer De doelstelling, uitgangspunten en vragen beschrijf ik in hoofdstuk 1.

In de daarop volgende hoofdstukken, beschrijf ik aan de hand van literatuur de rol van sekse, gender, seksuele voorkeur kleur en handicap (hoofdstuk 2). Daarna volgen in 3 de verschillende onderdelen van het onderzoek, waarvan de laatste de analyse van de diepte-interviews aan de hand van de theorie, vragen en uitgangspunten van de gemeente overgaat in 4, de analyse. Daarachter zijn de bijlagen en een lijst met geraadpleegde artikelen toegevoegd.

10 Raadsbrief Antidiscriminatie Wethouder Groot Wassink 17 december 2019 “Aanpak discriminatie:

stand van zaken en intensivering 11 https://discriminatie.nl/files/2020-04/monitor-discriminatie-2019-Amsterdam.pdf

-7-

1. Doelstelling, vragen en uitgangspunten Doel van de gemeente Amsterdam met het actie-onderzoek is de aanpak anti-discriminatie te versterken. Hierbij staan bij de gemeente Amsterdam vier vragen centraal 1. Wat is de aard en omvang van discriminatie binnen de groep? Het gaat hierbij om kwalitatieve informatie, aanvullend op de beschikbare kwantitatieve informatie. 2. Wat is het huidige handelingsperspectief om te gaan met discriminatie? Behoort melden daartoe en waarom wel of niet? 3. Met welk handelingsperspectief dat je nu niet tot je beschikking hebt, zou je geholpen zijn? 4. Hoe gaan we discriminatie als stad met elkaar (nog) meer tegen? Uitgangspunten gemeente Amsterdam 1. Redenen voor verschil tussen ervaren en voorkomende discriminatie, en redenen voor verschil met de meldingsbereidheid; 2. mogelijkheden om discriminatie tegen te gaan; 3. mogelijkheden om de weerbaarheid tegen discriminatie te vergroten; 4. het stroomlijnen van meldingen; samenwerking met andere organisaties zoals het MDRA en andere relevante organisaties; 5. er is op basis van de bevindingen in het actie-onderzoek een voorstel beschikbaar voor te ondernemen acties tot en met 2022; 6. er is een advies over hoe discriminatie op langere termijn gemonitord kan worden en een advies wat daarvoor nodig: randvoorwaarden: hoe meldingen gestroomlijnd kunnen worden; 7.

bij de uit te voeren activiteiten die voortkomen uit de (tussentijdse) uitkomst van de actieonderzoeken wordt nauw aangesloten bij de mogelijkheden en onderzoeken van de lopende programma’s van Diversiteit zoals bijvoorbeeld arbeidsmarktdiscriminatie en de Verbonden Stad; de gemeente heeft hierin een faciliterende rol voor de opdrachtnemers /projectleiders van de onderzoeken; 8. de onderzoekers/projectleiders nemen deel aan gezamenlijk overleg gefaciliteerd door de gemeente met als doel kennisdeling en versterking van effecten op het onderzoek en daaruit voortvloeiende activiteiten; 9. de onderzoekers/projectleiders geven een bijdrage voor het overkoepelende communicatieplan en een bijdrage voor een eventuele gezamenlijke bijeenkomst.

-8-

2. De rol van sekse, gender, seksuele voorkeur kleur en handicap De rol van sekse Bekend is dat lesbische vrouwen, homoseksuele mannen en biseksuelen vaker geweld meemaken dan heteroseksuele personen, aldus de cijfers van het SCP (Beusekom & Kuyper, 2018). Ook laat het SCP zien dat homo- en biseksuelen gemiddeld meer te maken krijgen met respectloos gedrag dan heteroseksuelen (Beusekom & Kuyper, 2018). Maar alhoewel het geweld tegen homomannen vaak de pers haalt, hebben ook lesbische en bivrouwen te maken met geweld. Uit onderzoek van Stichting OndersteBoven en Movisie (2011) bleek dat veel vrouwen meerdere incidenten meemaken in hun leven, soms zelfs zo vaak dat er sprake is van een zekere gewenning (Felten, van Hoof en Schuyf, 2011). Opmerkelijk is ook dat in het geweld tegen lesbische en bi-vrouwen vaak een seksuele ondertoon zit. Waar bij de daders van antihomo-geweld juist een afkeer van seksualiteit tussen twee mannen bestaat (Buijs et al., 2008), lijken de daders van anti-lesbisch geweld zich juist aangetrokken te voelen tot lesbische seksualiteit (Felten et al. 2011).

Wanneer gekeken wordt naar de geaardheid van slachtoffers van straatintimidatie, valt op dat LHB’ers in Amsterdam de afgelopen 12 maanden vaker slachtoffer werden van één of meer vormen van intimidatie (50%) dan heteromannen en heterovrouwen (40%).12 Intersekse is door de schaamte en het taboe dat erop rust nagenoeg onzichtbaar. Meestal voelen mensen met een intersekseconditie zich óf man, óf vrouw en presenteren zich ook zo, maar er zijn ook intersekse personen die zich non-binair voelen. Alhoewel er sinds 2006 geen protocol meer is tot normalisatie (medische behandelingen op kinderen met een intersekseconditie zijn volgens instanties als de VN een schending van de mensenrechten) vinden er nog altijd niet-noodzakelijke operaties plaats. Om beter inzicht te krijgen in de huidige situatie in Nederland is meer onderzoek noodzakelijk. 13 De rol van gender Naast sekse, speelt genderidentiteit en genderexpressie een belangrijke rol in discriminatie en geweld dat LHBTQI+ personen meemaken. De situatie van transgender personen (T) is onveiliger dan die van homo- en biseksuelen.

Volgens onderzoek van Transgender Netwerk Nederland (TNN) is 14% van de gevraagde transgender personen minimaal een keer in het afgelopen jaar mishandeld, of daarmee bedreigd en 4,3% van de gevraagde transgender personen maakte een dergelijk voorval mee, waarbij de dader seksuele intenties had (van Oosterhout, 2018).14 In de vijf jaar vooraf- gaand aan de EU LGBTI Survey II werd 1 op de 5 Nederlandse transgender personen het slachtoffer van een fysieke of seksueel gemotiveerde aanval. Dat is twee keer zo veel als het gemiddelde voor alle LHBTI-groepen. (EU Fundamental Rights Agency, 2020). De politie registreert alleen op man of vrouw. Daarnaast is bekend dat gender non conforme personen een risicogroep zijn voor discriminatie en geweld: hiermee worden bedoeld jongens die door anderen worden gezien als niet ‘mannelijk’ genoeg en meisjes die worden gezien als niet ‘vrouwelijk’ genoeg 15. Jongeren die zichzelf ervaren als gender non-conform krijgen meer te maken met homonegativiteit (Van Beusekom, Baams, Bos, Overbeek, & Sandfort, et al. 2016; Van Beusekom et al., 2012) en met negatieve opmerkingen in het algemeen (Van Beusekom et al., 2012).

12 https://data.amsterdam.nl/publicaties/publicatie/straatintimidatie-Amsterdam-2020/d8cbe0c8-ed1a-

48be-955f-ceea2b99c31d/ 13 https://www.seksediversiteit.nl/gevorderd/10-keer-vraag-en-antwoord-over-intersekse/ 14 https://www.transgendernetwerk.nl/publicaties/meldingen-transgenderdiscriminatie-2019/ 15 Zij kunnen zowel transgender als cisgender zijn en zowel hetero, homo als biseksueel.

-9-

Het lijkt erop dat LHBTQI+ personen meer risico lopen op discriminatie en geweld dan andere mensen, maar dat mensen binnen deze groep die afwijken van de huidige gendernormen, in het bijzonder risico lopen. Mogelijk betekent dit dat de groeiende groep van ‘gender non-binaire personen’ juist een groot risico loopt op geweld. Een non-binair persoon is iemand die zich niet thuis voelt in de binaire gendercategorieën man of vrouw en zich beter voelt bij een andere, niet-binaire, genderidentiteit16. Op dit moment moet iedereen die geen M of V wil dat individueel via de rechtbank afdwingen.17 Daarmee kunnen zij worden gezien door anderen als mensen die niet voldoen aan de gendernormen. In een onderzoek door Motivaction gehouden eind 2020 zegt 20% van de ondervraagden geen begrip te hebben voor mensen die non-binair zijn18. Wat de aard is van geweld tegen gender non-binaire personen (hoe en wanneer dit voorkomt) en wat de gevolgen zijn, is nog onduidelijk en zou verder onderzocht moeten worden.

16

https://transgenderinfo.be/m/identiteit/variaties/non-binair/

17 https://nos.nl/artikel/2295658-nanoah-is-de-tweede-nederlander-met-een-x-in-het-paspoort.html 18 https://www.motivaction.nl/kennisplatform/nieuws-en-persberichten/helft-nederlanders-heeft-begrip-

voor-non-binair-zijn

- 10 -

De rol van kleur Naast gendernormen, spelen mogelijk ook etnische of culturele afkomst en/of huidskleur een rol als het gaat om geweld tegen de LHBTQI+ doelgroep. Een aantal cijfers geven aan dat LHBTQI+ personen van kleur en/of niet Westerse afkomst meer kans lopen op negatieve ervaringen of geweld. Zo komt uit onderzoek van het SCP dat van de LHB-personen van niet-Westerse afkomst 28% ervaring heeft met ongewenst gedrag op het werk, terwijl dit ten aanzien van LHB’s met een Westerse afkomst 22% is (Beuzekom & Kuyper, 2018). Hoe echter kleur en afkomst samenhangen met geweld vanwege seksuele voorkeur, genderidentiteit en genderexpressie is nog onduidelijk. Is er bijvoorbeeld sprake van een vermenging met racisme of zijn dit losstaande fenomenen? Hier is verder onderzoek op nodig. Wel is duidelijk dat problemen van trans personen met een andere herkomst of huidskleur vaak erger zijn dan die van witte trans personen en dat biculturele trans personen extra problemen hebben die witte transpersonen niet hebben (Kromhout & Wolf, 2019). Waar het gaat over institutioneel racisme (niet specifiek op LHBTQI+) is dit nu aangetoond op de woning- en arbeidsmarkt en valt niet te ontkennen at in het onderwijs en bij de politie er sterke aanwijzingen voor institutioneel racisme zijn. 19 De rol van handicap Mensen met een beperking hebben het recht zelfstandig aan de samenleving deel te nemen.

Net als ieder ander. Denk aan wonen, werken en een opleiding volgen. Dit recht is vastgelegd in het VNverdrag handicap, dat per 14 juli 2016 in Nederland geldt. Discriminatie van mensen wegens hun handicap is strafbaar. Het gaat om discriminatie van mensen met een lichamelijke, psychische of verstandelijke handicap. Onder de wet vallen ook chronisch zieken, maar dan moet die chronische ziekte tevens een handicap zijn.20 Op dit moment verbiedt artikel 1 van de Grondwet alleen discriminatie op grond van godsdienst, levensovertuiging, politieke gezindheid, ras en geslacht. Op 9 februari werd het wetsvoorstel tot een verbod op discriminatie vanwege seksuele voorkeur en wegens handicap ook in de grondwet te verankeren, aangenomen. Nu moet er na de formatie van een nieuw kabinet nog een keer gestemd worden in beide kamers en is opnieuw twee-derde van de stemmen nodig om de wet aan te nemen. Intersectionaliteit In het gehele onderzoek wordt uitgegaan van ‘intersectionaliteit’ (Wekker & Lutz2001). Volgens het intersectionele denken ofwel kruispuntdenken zijn verschillende assen van maatschappelijke betekenisgeving (ook wel ‘verschilassen’ genoemd) allemaal cruciaal voor ons gevoel van wie we zijn, onze identiteit.

Wij leven onze levens op de kruispunten van onder andere sekse, etniciteit, sociaaleconomische positie, nationaliteit, seksuele voorkeur en het al dan niet hebben van een beperking (Crenshaw, 1994; Wekker & Lutz, 2001). Met andere woorden: het gaat over de deelidentiteiten die eenieder bezit. Deze deelidentiteiten zijn van elkaar verschillend en veronderstellen een sociale hiërarchie van individu (of groepen) ten opzichte van andere individuen (of groepen). Deze verschillen tussen mensen kennen meerdere dimensies, ze zijn gelaagd (van MensVerhulst, 2009). Het gaat om verschillende niveaus: het biologische, psychische, interpersoonlijke, sociale, culturele, maar ook economische en het politieke. Onderzoek doen vanuit het kruispuntdenken betekent, zoals we hebben gezien, dat er oog is voor de manier waarop assen van verschil op verschillende niveaus een rol spelen. Gevolgen van discriminatie en geweld en coping De discriminatie en het geweld dat LHBTQI+ personen meemaken, blijven niet zonder gevolgen. Zo is bekend uit onderzoek dat negatief bejegend worden door leeftijdsgenoten gerelateerd aan seksuele oriëntatie of genderidentiteit/-expressie samenhangt met verminderde psychische gezondheid, meer schoolgerelateerde problemen en meer middelengebruik (Van Beusekom et al., 2014; Collier, Van Beusekom, Bos, & Sandfort, 2013).

In het bijzonder de gezondheid en het welzijn van transgender 19 https://www.kis.nl/sites/default/files/institutioneel_racisme-literatuuronderzoek-def.pdf 20 https://meld.nl/melding/discriminatie/gehandicapten-discriminatie/

- 11 -

personen is gemiddeld gezien een stuk slechter dan van cisgender personen: terwijl een kleine groep cisgender jongeren zich somber of depressief voelt (8%), zelfs in de mate dat niets hen kan opvrolijken (5%), geldt dit voor een aanzienlijke groep transgender jongeren (27% en 16%) (Beusekom & Kuyper, 2018). Ook gender non-conform zijn betekent meer negatieve reacties krijgen en dit hangt samen met een lagere mate van psychologisch welzijn, wat verklaard wordt door de stigmatiserende ervaringen (Baams & Bos, 2014). Uit onderzoek blijkt tevens dat bepaalde coping-strategieën (de manier waarop mensen reageren op negatieve ervaringen en geweld), kunnen zorgen voor het verminderen van de schade aan gezondheid, die wordt opgedaan door geweldservaringen. Denk bijvoorbeeld aan sociale steun vinden bij anderen en onderdeel uit maken van een gemeenschap van gelijkgestemden of andere LHBT’s (zie o.a. Bowleg et al. 2004: LeBeau en Jellison, 2009; Riggle, Whitman, Olson, Rostosky en Strong, 2008). Soms kan echter contact met andere LHBTQI+ personen juist ook zorgen voor méér gezondheidsklachten (Kuyper, 2015). Welke coping-strategieën precies waardevol zijn in het omgaan met anti LBTQI+ discriminatie en hoe deze strategieën te versterken, is dus nog niet helemaal duidelijk en zou verder onderzocht moeten worden.

- 12 -

3. Onderdelen van het onderzoek 1. Achtergrondinformatie verzamelen 1. Dataverzameling literatuuronderzoek Ik heb het voorwerk dat Hanneke Felten en Afiah Vijlbrief indertijd voor Movisie voor een vergelijkbaar onderzoeksvoorstel in opdracht van Stichting OndersteBoven hebben gedaan als uitgangspunt kunnen gebruiken. Voor dit onderzoek heb ik gekeken naar zo actueel mogelijke onderzoeken en gepubliceerde cijfers die relevant zijn op lokaal en nationaal niveau. 2. Gesprekken met relevante organisaties Hoe staat het met de meldingsbereidheid van LBTQI+ personen en non binaire mensen in Amsterdam? Ik bestudeerde de websites van organisaties die zich lokaal en landelijk bezighouden met gelijke rechten, discriminatie van en geweld tegen vrouwen en LHBTQI+ personen. Ik sprak met medewerkers van Roze in Blauw, het MDRA, de Bovengrondse, Bureau Clara Wichmann, het Centrum Seksueel Geweld en COC Nederland. Ik ben oprichter en voorzitter van Stichting OndersteBoven, dus van deze organisatie heb ik het archief geraadpleegd. Roze in Blauw Roze in Blauw (RiB) is het landelijk netwerk van de politie met een meldpunt voor LHBTI+ personen die te maken krijgen met discriminatie, bedreiging, mishandeling of andere strafbare zaken gerelateerd aan hun seksuele oriëntatie of genderidentiteit. RiB wordt overwegend benaderd door mannen. Vrouwen hebben mogelijk een dikkere huid.

Bij dagelijkse confrontatie ligt je pijngrens hoger en schat je de ernst mogelijk anders in. Als een lesbisch stel dagelijks uitgefloten wordt, ervaart ze dat niet als politie waardig. Aangifte doen is “gedoe” en er komt toch niks uit. Toch is het belangrijk om melding te doen. Met COC Amsterdam en MDRA vormt RiB een driehoek die onderling informatie over incidenten uitwisselt. Dit is belangrijk omdat veel incidenten geen strafbare feiten zijn. Met MDRA heeft de politie een samenwerkingsconvenant voor het delen van informatie. De Regenboog VeiligheidsAlliantie [RVA] is een groter verband waar deze driehoek de kern van vormt, waarbinnen meerdere organisaties uit de community meldingen van discriminatie en geweld kunnen doorgeven. Als er meerdere meldingen binnenkomen over het gedrag van een specifieke persoon kan een trend zichtbaar worden en kan dit in de Regenboog VeiligheidsAlliantie worden besproken. Regelmatig krijgt het netwerk RiB de vraag gesteld of het geweld is toegenomen. RiB doet het laatste decennium veel aan zichtbaarheid. Omdat het netwerk makkelijk bereikbaar is en toegankelijk is, kan het zijn dat daardoor meer wordt gemeld en aangifte wordt gedaan. LHBTQI+ personen met een ervaring van discriminatie of geweld ervaren het als prettig en drempelverlagend om met iemand van RiB te spreken. Het netwerkt kijkt ook intersectioneel.

Kleur, gender, genderexpressie, seksuele voorkeur. RiB werkt samen met het Caribisch, Turks en Marokkaans netwerk van de politie. RiB loopt bij de registratie van meldingen en aangiftes tegen het gegeven dat er niet kan wordt geregistreerd op non binair of trans. Er is alleen de keuze man of vrouw, zoals in de gemeentelijke basisadministratie. Vervolgens kan de code LHBT worden toegevoegd. Ook kan het netwerk niet

- 13 -

optimaal haar werk doen door gebrek aan middelen. Zeker in coronatijd is het lastig om minimale bezetting te garanderen op de pikettelefoon. Het is immers vrijwilligerswerk dat mensen boven op hun reguliere werk doen. https://www.politie.nl/themas/roze-in-blauw.html MDRA Het Meldpunt Discriminatie Regio Amsterdam is een onafhankelijke stichting met als doel het bestrijden en voorkomen van discriminatie en het beïnvloeden van maatschappelijke processen die daaraan ten grondslag liggen. In maart 2018 werd door de gemeente samen met MDRA de anti-discriminatie app gelanceerd “Meld Discriminatie Nu”. Tijdens de Pride dat jaar organiseerde de gemeente Amsterdam een postercampagne onder andere op peperbussen in de stad met een oproep om melding te doen van incidenten. Stakeholders uit de LHBTQI+ community deden belangeloos mee. Deze campagne werd herhaald in 2019. Sinds februari van dit jaar heeft de app een naamswijziging ondergaan naar “Discriminatie Melder” en is op de website te zien dat Stichting Radar nu het beheer doet. 21 Met COC Amsterdam en RiB vormt MDRA een driehoek die onderling informatie Foto © Dennis Boutkan over incidenten uitwisselt. De Regenboog VeiligheidsAlliantie [RVA] 22is een groter verband waar deze driehoek de kern van vormt, waarbinnen meerdere organisaties uit de community meldingen van discriminatie en geweld kunnen doorgeven.

Het MDRA ontvangt vooral meldingen van homomannen en trans personen. Lesbische en biseksuele vrouwen hebben het jaar voorafgaand aan ons gesprek geen melding gemaakt en non binaire mensen hebben helemaal nog niet gemeld. MDRA wil in 2021 met bijvoorbeeld een campagne, meer bekendheid geven aan het meldpunt bij deze doelgroepen. www.mdra.nl De Bovengrondse De Bovengrondse is een feministische doe-tank die acties voert, programma’s maakt en evenementen organiseert. De stichting is onder andere bekend van de abortusbuddy’s en het Damesverband. Van de eigen gelederen (zo’n 70 personen) is het merendeel wit, cis heteroseksueel. In de hele actieve kern zitten redelijk veel lesbiennes. Juist de vrouwelijke vrouwen hebben ervaringen met zaken als nafluiten. Dat wordt als een gegeven gezien. Dat is het leven. Daar maak je geen melding van. Mensen die meer of minder gender nonconforming zijn krijgen vragen of opmerkingen als: “Waarom zie je eruit als een manwijf?” De Bovengrondse heeft een actief netwerk met een mix van redelijk geprivilegieerde en progressieve mensen. Mensen van kleur zijn nog wel in de minderheid. De organisatie vindt het essentieel dat ze een afspiegeling is van de maatschappij en daarom zoekt de stichting bijvoorbeeld voor het bestuur leden met een diversiteit aan achtergronden en ervaringen.

https://debovengrondse.nl Bureau Clara Wichmann Het Bureau Clara Wichmann, een kleine organisatie met 4 betaalde medewerkers in 2 fte, streeft al meer dan dertig jaar naar een betere maatschappelijke en juridische positie van vrouwen in Nederland. 21 https://radar.nl/ook-discriminatie-en-racisme-in-voetbal-melden-met-app-discriminatiemelder/ 22 https://www.facebook.com/RVA.Amsterdam

- 14 -

Het bureau is ondermeer bekend van de (gewonnen) rechtszaken rondom de uitkering van zwangere zelfstandigen en de verplichte sterilisatie van Transgender en intersekse personen. De discriminatie en uitsluiting van trans personen is gigantisch. Alle gedupeerden, mensen in de leeftijd tussen 20 en 70 jaar, ondergingen een verplichte sterilisatie. Er is in de loop der jaren heel veel veranderd in de ervaring van trans zijn. Veel mensen zijn niet open in de directe omgeving of op het werk. Men onderschat hoeveel angst er leeft, de diepe pijn van het gevoel een tweederangsburger te zijn, zowel door de staat als door de omgeving en op straat. Er zijn vele ervaringen van ontslagen worden, niet met verlof voor transitie kunnen en hierdoor een baan kwijtraken, of niet kunnen werken na een operatie en vervolgens ontslagen worden. Deze ervaringen zijn soms uit een verder verleden en soms ook nog recent. https://clara-wichmann.nl Centrum Seksueel Geweld Het Centrum Seksueel Geweld is een netwerkorganisatie van de GGD met de politie, ziekenhuizen en GGZ-instellingen. Het centrum is operationeel op 16 locaties in Nederland en heeft daarmee een landelijke dekking. Dit betekent dat elk slachtoffer van aanranding of verkrachting binnen een uur bij een van de locaties terechtkan.

In 2020 ontwikkelde het centrum een speciale folder voor LHBTIQ-personen waar in oktober van het jaar online aandacht aan is besteed. De registratie van incidenten gebeurt alleen op man of vrouw, volgens de gemeentelijke basisregistratie, en niet op seksuele oriëntatie. In het algemeen vertellen veel vrouwen niet over ervaringen met seksueel geweld. Zij die dit wel doen, vertellen het aan eenpersoon die heel dichtbij staat. 18% zoekt professionele hulp. In de praktijk ziet het CSG hoge prevalentiecijfers van seksueel geweld tegen bi en trans vrouwen. De ervaringen zijn divers en veelkleurig. Dit komt in het beleid nog niet terug. Dit heeft drie hoofdoorzaken. a. Er wordt bij het plegen van seksueel geweld stereotype gedacht dat het altijd een cisgender heteroman is die een cisgender heterovrouw iets aandoet. b. Het stereotype idee heerst nog altijd dat seksueel geweld wordt gepleegd door een onbekende man. Men verwacht seksueel geweld niet van een bekende. c. Er is angst voor vooroordelen in de queer community. Je krijgt een relatie met iemand van hetzelfde geslacht en vervolgens blijkt die relatie toxisch te zijn. Er zou meer gesproken moeten worden over deze vooroordelen. www.centrumseksueelgeweld.nl/lhbtiq Stichting OndersteBoven De stichting zet zich sinds 2006 in voor de zichtbaarheid en het welbevinden van LBTQI+ vrouwen.

In 2011 verrichte Movisie voor de stichting een onderzoek naar de veiligheid van lesbische en biseksuele vrouwen. "Zoenen is gevaarlijk"23. Er is vooralsnog weinig tot niets met de aanbevelingen aan politie en overheden gebeurd. Een actie vanuit de stichting en RiB uit 2014 om vrouwen te activeren om melding te doen via de website www.meldhetwel.nl, is helaas nooit goed in de markt gezet, mede door gebrek aan menskracht en middelen. De stichting heeft zich hard gemaakt voor het verbod op straatintimidatie middels een APV in Amsterdam en blijft lobbyen voor een landelijk geregelde wetswijziging, zodat straatintimidatie strafbaar wordt. Vanwege het gebrek aan vertrouwen in de politie initieerde de stichting in juni 2018 een brainstormsessie tussen de diverse netwerken bij de politie om te zien of er bij de aanpak van antihttps://www.movisie.nl/publicaties/zoenen-gevaarlijk-onderzoek-naar-geweld-tegen-lesbischevrouwen 23

- 15 -

LHBTI-geweld, -intimidatie en ander (seksueel) overschrijdend gedrag een manier is om dit intersectioneel aan te pakken. De stichting maakt sinds 2018 onderdeel uit de Amsterdamse denktank LHBTI veiligheid, een stakeholdersoverleg met de politie en de burgemeester, de voorloper van de Regenboog VeiligheidsAlliantie waar tientallen Amsterdamse LHBTI organisaties bij zijn aangesloten. www.stichtingondersteboven.nl COC Nederland COC Nederland is de landelijke belangenvereniging voor lesbiennes, homo's, biseksuelen en transgenders. Het COC zet zich in voor een Nederland waar LHBTI’s zich veilig kunnen voelen om zichtbaar zichzelf te zijn. De vereniging dringt bij politiek, Openbaar Ministerie en politie aan op stevige maatregelen tegen discriminatie, pesten en geweld. De lokale COC-verenigingen hebben korte lijnen met politie en OM zodat problemen rond veiligheid snel gesignaleerd en aangepakt kunnen worden. COC Nederland begeleidt hiertoe onder andere haar lokale afdelingen in de verschillende regio’s bij de oprichting van zogenoemde Regenboog Veiligheidsallianties. Cijfers van de website24: 1. Zeven van de tien LHBTI’s krijgen te maken met discriminerend geweld (verbaal en fysiek) 2. Het aantal geregistreerde gevallen van discriminatie en geweld tegen LHBTI’s steeg van 428 in 2009 naar 2072 in 2019. 3.

Lesbische en biseksuele vrouwen krijgen wegens hun seksuele identiteit te maken met belediging, bedreiging, openlijke geweldpleging, zware mishandeling, vernieling, stalking, poging tot doodslag, aanranding, verkrachting en aanhoudende pesterijen. 4. Meer dan de helft van de transgenders (54 procent) wordt maandelijks of vaker beledigd en/of maakte in de afgelopen 12 maanden een gewelddadig incident mee. 5. 60 procent van de LHBTI’s past haar/zijn gedrag aan om negatieve reacties te voorkomen. 6. Slechts 15 procent van de LHBTI’s die te maken krijgen met discriminerend geweld doet daarvan aangifte. Uit het gesprek met een medewerker kwamen deze obstakels naar voren die de aangiftebereidheid en die het boven tafel krijgen van incidenten beïnvloeden: a. De politie de-escaleert bij voorkeur. Dit heeft als neveneffect dat incidenten niet in de strafketen terechtkomen en veel incidenten onzichtbaar blijven. b. De machteloosheid die wordt ervaren vanwege het strafrechtelijk systeem in Nederland in relatie tot het geweld wat dat in de LHBTQI+ community plaatsvindt. c. De lange trajecten van aangifte tot veroordeling, als deze er al komt. Het is aan de overheid om hierin verbeteringen te bewerkstelligen. d.

Waar het gaat over LHBTQI komen incidenten vaak op het bord van ambtenaren diversiteit of emancipatie terecht, terwijl het in andere gevallen bij de ambtenaar van de openbare orde en veiligheid terechtkomt; die valt onder de burgemeester. En de burgemeester heeft weer doorzettingsmacht. e. De verscheidenheid van soorten incidenten vraagt ook om een verscheidenheid in aanpak. Burenruzies, potenrammerij op MSM ontmoetingsplekken. Maar ook vragen de verschillende groepen binnen onze community om een verschillende benadering om zo de bereidwilligheid tot melding en aangifte te vergroten. www.coc.nl

24 https://www.coc.nl/thema/veiligheid

- 16 -

Participatie van de doelgroep in een klankbordgroep Door corona heb ik de 6 leden van de klankbordgroep altijd online, individueel en soms in groepjes gesproken. Er is feedback gegeven op de vragenlijst, handreikingen voor te raadplegen literatuur en gekeken naar mogelijke blinde vlekken.

Werving 1. Sampling diepte-interviews Er is voor de sampling van de diepte-interviews gekozen voor een purposive, theoretical sampling (Charmaz, 2014), omdat er doelmatig moet worden geworven op mensen uit de doelgroep. Belangrijk is onder meer dat er voldoende diversiteit is onder de respondenten. Er is gepoogd om snowball sampling toe te passen. Dat betekent dat respondenten wordt gevraagd of zij andere potentiële kandidaten kunnen aanleveren voor dit onderzoek (Saunders et al., 2009). Helaas heeft dit geen geschikte kandidaten opgeleverd. Ik verwachtte dat 15 interviews voldoende zou zijn om ‘saturatie’ te krijgen; het punt waarop niet meer nieuwe informatie binnenkomt (Bryman, 2008). Wanneer saturatie optreedt in kwalitatief onderzoek is een punt van discussie onder wetenschappers: schattingen lopen uiteen van 12 tot 30 interviews (Dworking, 2012; Guest et al. 2006). Wel is bekend dat dit afhangt van het belang van de diversiteit binnen de doelgroep. Wanneer er een grote diversiteit is onder de doelgroep en deze van belang is voor de thematiek, zoals bij de slachtoffers het geval is, wordt verwacht dat er meer interviews nodig zijn om geldige uitspraken te kunnen doen (Bryman, 2008). Uiteindelijk ben ik gekomen tot 16 interviews.

2. Gekozen communicatiekanalen oproep

Bij de zoektocht is dus gekeken naar een diversiteit in leeftijd, etniciteit, gezondheid, gender en seksuele voorkeur. 1. Leden klankbordgroep zijn gevraagd of zij in hun specifieke achterbannen geschikte kandidaten kennen. Dit leverde 1 geschikte kandidaat op. 2. De organisaties die ik sprak, heb ik gevraagd oproep te delen. Dit leverde 1 geschikte kandidaat op. 3. Social media oproepen (Facebook, Twitter en Instagram). Dit leverde enkele kandidaten op. 4. Persoonlijke benadering: Ik raadpleegde mijn adressenboek en heb een net uitgeworpen over cis hetero mensen uit Amsterdam en LHBTQI+ personen in Nederland die een netwerk van Amsterdamse LBQTI+-personen hebben. Oproep: “Ken je iemand die…” Dit leverde 1 geschikte kandidaat op. 5. Persoonlijke benadering: Ik raadpleegde mijn adressenboek en heb een net uitgeworpen over Amsterdamse LBTQI+ personen uit het netwerk van de onderzoeker: “Ben je iemand die…” Dit leverde het merendeel van de kandidaten op. 6. Bij de slotvraag in het script, vroeg ik respondenten of zij nog iemand wisten. Dit leverde geen geschikte kandidaten op. 3.

De oproep op Facebook (gedeeld op Instagram / Twitter) Wil je me helpen bij mijn onderzoek? Ben jij een queer, lesbische, bi+ en/of trans vrouw? Of ben je een non binair, gender non confirming of intersekse persoon uit Amsterdam? Heb je ervaren dat je vanwege je genderidentiteit of seksuele oriëntatie wel eens anders wordt behandeld, achtergesteld of uitgesloten? Wil je je verhaal vertellen, vertrouwelijk, zonder verplichtingen en als je dit wenst anoniem? Dan zou ik je graag willen interviewen voor een onderzoek naar ervaringen met discriminatie en uitsluiting. Ik doe dit in opdracht van de gemeente Amsterdam*.

- 17 -

Het interview duurt maximaal een uur. Het vindt online plaats en het geluid wordt opgenomen voor een zo goed mogelijke verslaglegging**. Je krijgt het verslag te lezen. Wil je meer informatie lezen over het onderzoek? Klik dan -> hier. Wil je liever persoonlijk contact, mail me dan op info@irenehemelaar.nl. Je kunt me ook bellen, sms’en of appen op 06 50 567 256. Dank voor je moeite. Ik kijk uit naar je reactie. Hartelijke groet, Irene Hemelaar * "Mijn" onderzoek is 1 van de 5 Amsterdamse anti-discriminatie-onderzoeken die momenteel worden gehouden. Er vinden ook onderzoeken plaats naar moslimdiscriminatie, anti-zwart racisme, antisemitisme en Ihbtiq+-gerelateerde discriminatie vanuit bicultureel perspectief. Het mooie van deze aanpak vind ik dat er ook intersectioneel naar de respons op de 5 onderzoeken gekeken zal worden. Alle respondenten beantwoorden een aantal gelijke vragen. ** Voor het voeren van de gesprekken gebruik ik het goed beveiligde platform Whereby. De audio opnamen worden niet met derden, dus ook niet met mijn opdrachtgever, gedeeld.

4. De oproep via WhatsApp Toelichting: “Ken of ben” is verstuurd aan 120 personen “Ken” is verstuurd aan 235 personen Lieve / beste xxx, Hoe gaat het met je? Ik app je ivm het volgende. In opdracht van de gemeente Amsterdam verricht ik een onderzoek en ik kan jouw hulp goed gebruiken. Wil je me helpen? Ben jij of ken jij iemand die mij zou kunnen en willen spreken. Misschien wil je mijn oproep delen? Voor het onderzoek naar ervaringen met discriminatie en uitsluiting wil ik graag op korte termijn spreken met _Amsterdamse queer, lesbische, bi+ en/of trans vrouwen en non binaire, gender non confirming of intersekse personen. Mijn dank is alvast groot. Tot snel! Hartelijke groet, Irene Hemelaar Oproep op Facebook: https://www.facebook.com/100000461238679/posts/5025229550835703/?d=n Achtergrondinformatie: https://www.heavenlycreature.nl/amsterdamsonderzoek

Selectie Twee mensen die zich bij me hadden gemeld, vielen af. De eerste die via via aan mij was voorgesteld, kon zich niet herinneren ooit discriminatie in Amsterdam te hebben meegemaakt en samen concludeerden we in onze correspondentie dat een gesprek in het kader van het onderzoek geen zin had.

- 18 -

De ander wilde het vooral hebben over de verschillende aspecten van het zich anders voelen van de norm, waar uitsluiting vanwege genderidentiteit of seksuele voorkeur wat haar betreft ondergeschikt was. Bij Interview 5 dacht ik nadat het gesprek had plaatsgevonden, dat deze toch onbruikbaar zou zijn. Maar naar mate ik meer mensen interviewde, bleken een aantal zaken juist steekhoudend te zijn en 2 vaker terugkerende thema’s te bevatten. Om die reden heb ik dit interview alsnog toegevoegd.

De interviewvorm: kwalitatief actie-onderzoek De gemeente wil een kwalitatief actie-onderzoek gericht op de slachtoffers door middel van diepteinterviews. Deze heb ik afgenomen onder LBTQI+ personen die slachtoffer zijn geworden van discriminatie. De diepte-interviews worden gedaan als een semigestructureerd interview (Bryman, 2008). De methode semigestructureerd interview houdt in dat de interviews worden gehouden aan de hand van een interview guide (Bryman, 2008), of zoals Migchelbrink (2004) dit noemt, een topiclijst. Hierop staan de thema’s die de leidraad vormen voor het interview (Bryman, 2008). In een semigestructureerd interview is er voldoende flexibiliteit in het interviewproces voor de respondent om zelf de nadruk te leggen op bepaalde thema’s die hij/zij belangrijk vindt. Ook is er voor de interviewer de mogelijkheid om door te vragen op bepaalde thema’s (Bryman, 2008). In een semigestructureerd interview lopen de thema’s soms door elkaar, maar uiteindelijk komen alle thema’s in het interview aan bod (Bryman, 2008), en staan de beleving en ervaringen van de respondent zelf voorop: de respondent kan zelf thema’s toevoegen en bepaalt zelf de volgorde. De interviews zijn online gehouden op het goed beveiligde platform Whereby. De gemeente vond het niet noodzakelijk dat ik de interviews woordelijk weergaf, maar vooral de belangrijke punten eruit te halen.

Hier ben ik op teruggekomen, omdat ik merkte gedurende het proces dat ook het "hoe" van het vertellen, zoals taalgebruik, woordgrappen, een smeuïge opbouw van de weergave van de ervaringen veel zeggen over hoe met de ervaring wordt omgegaan, over de weerbaarheid, dus over coping-strategieën.

Periode van interviewen De interviews met de respondenten vonden plaats in de periode 16 november - 18 december 2020.

De analyse van de diepte-interviews Ik ben uitgegaan van grounded theory. Deze aanpak is passend wanneer de onderzoeker meer wil weten over een sociaal fenomeen, in dit geval een interventie, in een bepaalde context (Starks & Trinidad, 2007). ‘Grounded theory’ is afkomstig van Glaser & Strauss (1976) en is zowel inductief als deductief (King & Horrocks, 2010). Er worden namelijk kwalitatieve data verzameld in de natuurlijke omgeving (inductivisme), maar er wordt ook systematisch aan theorievorming gedaan door hypothesen te stellen (deductivisme), om deze vervolgens in elk volgend interview te testen en/of bij te stellen en/of nieuwe hypothesen te formuleren. Dit iteratieve proces25 geldt overigens tijdens het gehele interviewproces. Dit betekent dat er een herhalende cyclus van dataverzameling loopt, een eerste data-analyse en daarop meteen een reflectie (Charmaz, 2014). Grounded theory betekent onder meer dat coderen en analyseren al gebeurt gedurende het hele onderzoeksproces. De bedoeling is dan ook om ieder interview en iedere observatie te coderen voordat de volgende plaats vindt. Thema’s die

25 Staat voor een cyclus dataverzameling en data-analyse. Het gaat hierbij om de wisselwerking waarbij een

constante vergelijking wordt gehanteerd (Charmaz, 2014).

- 19 -

tussentijds geïndiceerd worden, worden weer meegenomen in de volgende observaties of interviews (Starks & Trinidad, 2007). Al deze theorie ziet er in de praktijk als volgt uit. Toen ik de derde respondent interviewde merkte ik dat niet iedereen op dezelfde manier het woord “discriminatie” duidt. De hiernavolgende kandidaten ben ik gaan vragen wat voor betekenis zij eraan geven. Ook werd duidelijk dat de beschrijving van het eigen gender en de eigen seksuele voorkeur verschilt. Queer heeft – als voorbeeld – voor de één een puur politieke lading terwijl het voor de ander de benoeming is van een seksuele voorkeur of van een genderidentiteit of beiden, dus ook hier ben ik om een toelichting gaan vragen. Na drie interviews viel het me op dat melden bij politie of discriminatiebureaus weinig tot geen rol speelde, dus ben ik daar extra op gaan letten. Bij het vierde interview zag ik dat het thema “jezelf onzichtbaar maken” door het zich aanpassen aan de omgeving tot dan toe een trend was. Sterker, interview 5 vond ik in eerste instantie niet geschikt. De respondent kon weinig actuele ervaringen met discriminatie vertellen. Wel kwam naar voren wat voor acties zij/hen ondernam om te voorkomen dat zij/hen tegen uitsluiting zou kunnen aanlopen. Na nog een aantal interviews met deze trend heb ik het interview alsnog opgenomen.

Ook zag ik een patroon waarin de verschillende respondenten omstandigheden of plekken creëeren waar zij niet “de ander”, maar juist de norm zijn. En dit ging zo door. Al deze ervaringen zijn gerangschikt in de hiernavolgende bevindingen en analyse.

- 20 -

Bevindingen en analyse 1. Wat kan er worden gezegd over de rol en intersectionaliteit van sekse, gender, gender expressie, kleur, afkomst, sociaal economische positie, eventuele fysieke of verstandelijke beperking, eventuele psychische aandoening, werk- en denkniveau.

Veel deelnemers noemden meerdere ervaringen met discriminatie op basis van hun gender identiteit of seksuele voorkeur. Vaak speelt juist de combinatie van identiteiten een rol. De trans vrouw van kleur (respondent 2) die vertelt dat de gemeente trans vrouwen van kleur ten opzichte van witte trans vrouwen een tijd lang niet serieus nam. Daar speelt racisme een rol. De cis panseksuele vrouw (respondent 14), die een gedeelte van de tijd gebruik maakt van een rolstoel, wat een grotere mate van uitsluiting met zich meebrengt dan haar seksuele oriëntatie. Meerdere respondenten geven het belang aan om intersectioneel naar vormen van uitsluiting te kijken. Respondent 9 vertelt over een ervaring op haar werk: Het is een rare gewaarwording. Ik leg bijvoorbeeld iets uit en dan gaan ze het nog een keer checken bij de mannelijke [witte] collega. Ja, je wordt in twijfel getrokken omdat je vrouw bent, omdat je donker bent. Respondent 14: “Waar ik altijd mee zit in het activisme, is dat de intersecties gewoon heel moeilijk zijn. Als je een beperking hebt, of zwart of van kleur bent in de LHBTQI+ community, dan voel je je gewoon niet een deel ervan. De Pride boten zijn niet toegankelijk. Natuurlijk willen mensen je helpen, maar het gaat erom dat de boten zo toegankelijk zijn dat je er zelfstandig op kan komen.” […] Wat speelt is dat mensen met beperking nooit echt rechten hebben gehad.

Dus ja, ook al zou de discriminatie het hetzelfde gebleven zijn, dan was het ook niks. Want we kunnen nog steeds niet eh… We hebben het altijd over same sex marriage hè, voor LHB als een verworvenheid. Maar mensen met een beperking die ADL-hulp [Algemene Dagelijkse Levensverrichtingen] krijgen, en ook WMO, kunnen dus niet trouwen, omdat hun partner dan een voorliggende voorziening wordt en dan verliezen ze dus al hun benefits. En ik kan soms zó boos worden op het COC of de LHBTQI+ community dat er geclaimd “Oh, iedereen kan nu trouwen”. En dan denk ik: “Hallo, hàllooo, HÀLLÓÓÓ! Claim het niet, clàim het niet, want het is niet waar, want het geldt niet voor iedereen. Ik kan niet trouwen want ik ga misschien later hulp nodig hebben en dat soort dingen en ik ga mijn partner niet mijn voorliggende voorziening laten zijn. En dat kan ook niet, want je verliest je zelfstandigheid en je eigen geld. Je wordt totaal afhankelijk van je partner. En dat is gewoon zo vanuit de wet. Het is echt verschrikkelijk. Dus de openstelling van het huwelijk is gewoon niet voor iedereen.”

- 21 -

2. Oorzaken lage meldings- of aangiftebereidheid discriminatie Onzichtbaarheid Uit veiligheidsoverwegingen treffen de meeste [van de 40] respondenten, ook de witte transpersonen, maatregelen om geen geweld en agressie uit te lokken. Het merendeel van de acties is gericht op het vermijden van plekken waar je geweld of agressie kunt verwachten, onder meer plekken waar veel jongeren samenkomen. Andere maatregelen zijn erop gericht om de aandacht van het uiterlijk af te leiden. Voorbeelden daarvan zijn: niet opvallen met je kleding, donkere bril opzetten, niet ordinair kleden, weinig tot geen make-up. […] Andere maatregelen die respondenten noemen, zijn je langer en groter maken, trots en zelfverzekerdheid uitstralen. Als aan het uiterlijk niet af te lezen is dat iemand een transpersoon is, als je bijvoorbeeld cis- passabel bent of er uitziet als hetero, lijkt het risico op agressie of geweld kleiner. Ben je dat niet, dan word je eerder met agressie bejegend. (ADI 2019 Biculturele Transpersonen in Amsterdam) 1. Jezelf onzichtbaar maken Vele respondenten maken zich om allerlei redenen en op allerlei manieren en plekken onzichtbaar maken om waar mogelijk micro-agressies en erger te voorkomen. Respondent 2 is vlak voor haar voordeur in elkaar geslagen, van haar fiets getrokken en “in elkaar getrapt”.

“De kans dat je een incident overkomt wordt groter omdat je denkt, ik ben het toch allemaal niet waard.”[…] “Als trans vrouw van kleur moet je altijd buiten op je hoede zijn. De stad is al gauw heel onveilig.” En “Ik wil als het gevaarlijk is, niet onzichtbaar worden vanwege veiligheid. Ik heb net zoveel recht op mijn vrijheid of op een open samenleving als wie dan ook. Alleen moet je meer offers brengen.” Respondent 9: “Ik probeer onveilige situaties voor te zijn. Bij een donkere winterdag of een stille straat dan loop ik niet hand in hand. En zo zijn er wel meer situaties dat ik me er bewust van ben of ik wel of niet hand in hand loop.” Respondent 10: “Ik behoor tot een hele hoop minderheden en dat maakt het leven interessant, maar niet altijd gemakkelijk. Het feit dat ik met mijn seksuele oriëntatie op dit moment die strijd niet hoef te leveren [respondent heeft nu relatie met een man], mocht dit nodig zijn, is soms ook wel even lekker.” Respondent 15: “Het idee dat ik dan met mijn partner eigenlijk nooit hand in hand loop, ook niet in Amsterdam. Of dat je er dan effe over nadenkt, weet je wel. Je kijkt altijd gewoon effe twee keer om je heen, waar ben ik? Zie ik misschien nog andere homoseksuele personen (als je het al kunt zien, soms kun je het wel zien, dan denk je van oké, toppie).

Ja, ik denk dat mensen dat gewoon niet zo goed beseffen.” Respondent 1 is zich bewust van wanneer ze wel of niet handen vasthoudt, of een kus geeft. “Het zou me niet verbazen als je dit van veel mensen zou horen”, zegt ze, als ze vertelt dat ze oplet waar ze hand in hand over straat kan lopen of haar partner een kus geeft. “Ik heb echt geluk” zegt ze, omdat ze niet zoveel nare dingen mee heeft gemaakt.Pas als het Pride is, merkt ze het verschil, dat je dat dan wel kunt doen. Normaal gesproken denkt ze daar niet zoveel bij na. 2. Gewenning, normalisering, zoals in het geval van micro-agressies “de bekende opmerkingen. Geïnterviewden accepteren dat grensoverschrijdend gedrag er nu eenmaal bij hoort, en om die reden geen melding of aangifte doen. In plaats daarvan laat je het van je af glijden. “Als ik me druk zou maken over elk ding waarover ik gediscrimineerd word, zou ik gék worden. Dan zou ik echt geen leven hebben en waarschijnlijk al een hartaanval hebben gehad aan de stress. Dat moet je jezelf niet aandoen.”, zegt respondent 9. 3. Pas later denken dat iets niet klopt of de impact bevatten en het dan raar vinden om er op terug te komen. Respondent 1 wilde trouwen en besprak ook een huwelijk met de ambtenaar, maar is zonder het te weten een geregistreerd partnerschap aangegaan. (1, 69) 4.

Andere ervaringen met uitsluiting wegen vaak zwaarder, want meer in het oog springend - dan seksuele voorkeur, kleur, handicap, sekse en gender. Respondent 9 heeft vooral in haar werk te maken met racisme. 5. Jezelf (mede) de schuld geven Respondent 4: “Ik heb mijn verantwoordelijkheid. Die moet ik ook niet ontlopen, want ik loop beschonken op straat en stap bewust voor een auto. Daar kan iemand

- 22 -

6.

7.

8.

9.

van schrikken. Daardoor kan iemand reageren uit boosheid. In zaak van begrip tot elkaar of een incident is niet altijd politie of overheid de oplossing.” Respondent 7: “En ik heb lang gedacht ‘Misschien roep ik dit over mezelf af omdat ik me zo aanpas en dan die charmante vrouw probeer te zijn en dan nicht zu haben te zijn. Dat is ook het dilemma. Afgezien van het feit dat ik misschien ook gewoon aardig gevonden willen worden. Je past je ontzettend aan. En vervolgens als je het dus zegt van “ik ben lesbisch”, dan is de reactie: “Goh, van jou hadden we dit nooit verwacht. Alsof je dus, nou ja, een soort… Ik ben eigenlijk winkeldievegge. “Goh, nou”, bijna van “Weet je dat wel zeker?” Respondent 2 beschrijft seksueel overschrijdend gedrag en chantage van de leidinggevende. Ze beschrijft dat ze in een situatie kwam waarin ze dacht “Oh my god… misschien heb ik het wel uitgelokt…” Negatieve ervaringen met overheden en met de politie. Respondent 9 werd etnisch geprofileerd. “Ik vertrouw de politie alleen als ik aan het werk ben. Ik werd natuurlijk wel woedend en ik voelde me gediscrimineerd door mensen die me zouden moeten beschermen, dus ja, eh... het is gewoon een onveilig gevoel. Ik denk dat heel veel niet-witte mensen hier heel veel last van hebben als politie je staande houdt.

Dat je jezelf bij voorbaat heel erg rustig houdt omdat je weet dat je gewoon vrij snel wordt meegenomen” Respondent 15: “Ik kom uit een dorp. Daar is een wijkagent en dat is prima “Hé, Henk.” Maar in Amsterdam, nee. Dan geeft het me een heel raar gevoel. Ik moet heel eerlijk zeggen, ik heb echt nul vertrouwen in de politie. Echt héél weinig. En ik kom uit een gezin waar politieagenten in voorkomen. Maar hoe dat instituut nu in elkaar steekt... Nee. Dan denk je dat er af en toe een goed iemand tussen hebt zitten. Of misschien zijn de meeste mensen wel goed. Maar er komt voor mij zoiets raars vanuit. Dat mensen met een wapenstok aan hun riem de boel een beetje kunnen beoordelen. Schaamte. Respondent 16:” Ik denk eigenlijk dat ik eerder dat ik een melding zou maken als het over een ander ging dan over mezelf. Als het over mezelf zou gaan denk ik toch dat schaamte een rol speelt. Niet zo zeer dat ik bang ben, maar dat ik me aanstel of dat ik het groter maakt dan het is.” Drie respondenten geven aan om liever met een dader in gesprek te gaan dan melding te doen of aangifte.

Respondent 4: “Ik vind dat niet altijd door politie erbij te halen, of het juridisch traject of het gerechtelijk traject dat dat oplossing biedt.” En respondent 7: “Als je de beweegreden weet, dan misschien is het begrip voor het feit dat hij om iets geïrriteerd was anders dan dat wij anders zijn en anders uitzien. Dat het misschien met haat te maken heeft en dat het dan niet is maar dat het een incident is van verkeerde moment en verkeerde tijd.” Respondent 12 sprak de ambtenaar die haar – onbewust – beledigde bij een volgend bezoek aan op zijn kwetsende uitspraken. Seksuele intimidatie is geen strafbaar feit en dat is juist iets wat respondent 6 vaak meemaakt.

- 23 -

3. Wat kan er worden gezegd over het handelingsperspectief om om te gaan met discriminatie (coping strategieën)? 1. Vrijwel iedereen zet zich op een of andere manier in voor de regenboogcommunity. Respondent 5: “ Ik creëer een wereld waarin ik niet de ander ben.” Een geïnterviewde organiseert activiteiten die positief zijn voor de community in plaats van melding te doen. Een van de respondenten geeft voorlichtingen bij stichting Meer dan Gewenst een ander gaf gastlessen op scholen. Een ander zette met twee collega’s een LHBT-netwerk op, ook om de lastige situatie op haar werk tot een sterktepunt. Ook richtte ze zelf community-organisaties op. Een ander werd actief in een roze sportvereniging en organiseert events. Respondent 3: “In de afgelopen periode is mijn sociale kring zo uitgebouwd met mensen zoals ik zelf waarin ik me niet hoef te verantwoorden over mijn geaardheid of hoe ik eruitzie. En daar heb ik grotendeels zelf voor gezorgd, die netwerken om me heen te maken.” 2. Men zet humor in. De interviews zijn woordelijk uitgewerkt vanwege de kracht van humor, die in een samenvatting niet tot zijn recht komt. Meerdere respondenten hebben negatieve ervaringen bewerkt tot sterke verhalen die het als het ware goed doen op feestjes. 3. Men zet relativeringsvermogen in.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10598362/1