CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

A- 20 Raadsaangelegenheden (7) Bijlage 2 - GEAONIMISEERD Advies bezwaar wego

RAAD 1 april 2021, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Ongegrond verklaren van de ingediende bezwaren inzake het besluit tot onttrekking van de wegen op het Buikslotermeerplein aan het openbaar verkeer. Nr. VN2021-0066043.997 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Advies inzake bezwaar tegen het besluit tot onttrekking van de wegen op het Buikslotermeerplein tussen het Waddenwegviaduct, bioscoop, stadsdeelkantoor Noord en Loenermark aan het openbaar verkeer Kenmerk: DJ.20.0011882.001 t/m 003

Advies over de bezwaarschriften ingediend door: 1. 2. 3.

[Bezwaarde 1]; [Bezwaarde 2]; Coöperatieve Vereniging Winkelcentrum Amsterdam Noord.

De bezwaarschriften richten zich tegen het besluit van de directeur Verkeer en Openbare Ruimte van 29 juni 2020 namens de gemeenteraad, tot onttrekking aan het openbaar verkeer van de wegen op het Buikslotermeerplein tussen het Waddenwegviaduct, bioscoop, stadsdeelkantoor Noord en Loenermark.

1.

Inleiding

 Op 29 juni 2020 heeft de directeur Verkeer en Openbare Ruimte namens de gemeenteraad besloten de wegen op het Buikslotermeerplein tussen het Waddenwegviaduct, bioscoop, stadsdeelkantoor Noord en Loenermark aan het openbaar verkeer te onttrekken. Dit in verband met de herinrichting van de openbare ruimte. Het besluit van 29 juni 2020 is bekendgemaakt op 10 juli 2020 door middel van publicatie in het Gemeenteblad.  Tegen dit besluit zijn drie bezwaarschriften ingediend. De bezwaarschriften zijn van 22 juli, 9 augustus en 21 augustus 2020. De bezwaarschriften zijn daarmee tijdig ingediend.  Op 2 november 2020 heeft -door middel van een videoverbinding- een hoorzitting in bezwaar plaatsgevonden. Het verslag van de hoorzitting is bijgevoegd. [Bezwaarde 1] en de coöperatieve vereniging Winkelcentrum Amsterdam Noord hadden zich voor deze zitting afgemeld.

Verslag: DJ.20.0011882.001 t/m 003 Pagina 2 van 11

Gemeente Amsterdam

2. Juridisch kader Het juridisch kader in deze zaak wordt in algemene zin gevormd door de Algemene wet bestuursrecht (Awb). In meer specifieke zin is dat de Wegenwet. In artikel 1:3, eerste lid van de Awb staat dat een besluit een schriftelijke beslissing van een bestuursorgaan is, inhoudende een publiekrechtelijke rechtshandeling. Op grond van artikel 7:1, eerste lid van de Awb dient degene aan wie het recht is toegekend beroep bij een bestuursrechter in te stellen, alvorens beroep in te stellen, bezwaar te maken. In artikel 8:1 van de Awb staat dat ten belanghebbende tegen een besluit beroep in kan stellen bij de bestuursrechter. In artikel 9 van de Wegenwet staat: 1. Een weg, niet behoorende tot de in artikel 8 bedoelde, kan aan het openbaar verkeer worden onttrokken bij een besluit van den raad der gemeente, waarin de weg is gelegen. 2. Het besluit, bedoeld in het eerste lid, wordt meegedeeld aan Gedeputeerde Staten. 3. Bezwaren Tegen het besluit zijn -zakelijk samengevat- de volgende bezwaren aangevoerd: a. [Bezwaarde 2] [Bezwaarde 2] geeft in zijn bezwaarschrift aan dat met het onttrekken van deze wegen ook parkeerplaatsen op het Buikslotermeerplein vervallen. Dit zorgt voor verhoogde parkeerdruk in het plan van Gool (het Breed) waar bezwaarde woont. Verder geeft bezwaarde aan dat hij het besluit voorbarig vindt gezien de planontwikkeling. De argumenten zijn achterhaald.

Bezwaarde mist een nieuwe ruimtelijke visie en een link met nieuwe ontwikkelingen. Er ontbreekt een goed plan. De tijdelijke herinrichting en het aantrekkelijk maken van het plein gaat volgens bezwaarde ten koste van de bereikbaarheid. Op 20 oktober 2020 heeft bezwaarde aanvullende stukken toegezonden. Het gaat om stukken uit een eerdere bezwaarprocedure (wegonttrekking Waddenwegviaduct) en een raadsadres. Op 8 november 2020 heeft [bezwaarde 2] zijn aantekeningen van de hoorzitting van 2 november nagezonden. b.

[Bezwaarde 1]

2

Verslag: DJ.20.0011882.001 t/m 003 Pagina 3 van 11

Gemeente Amsterdam

[Bezwaarde 1] stelt dat door het afsluiten van de Waddenweg (de verwijdering van het viaduct) het (lawaai van) autoverkeer rond haar woning is toegenomen. Zij ervaart geluidsoverlast door de toename van het verkeer. Er is volgens [bezwaarde 1] geen rekening gehouden met de bewoners aan de andere kant van het Buikslotermeerplein. c. De coöperatieve vereniging Winkelcentrum Amsterdam Noord (de Coöperatieve Vereniging) De Coöperatieve Vereniging stelt in haar bezwaarschrift dat door dit besluit parkeerplaatsen komen te vervallen rondom winkelcentrum Boven ’t Y. Bezwaarde geeft aan dat deze situatie in strijd is met de vaststellingsovereenkomst die de gemeente in 2005 met de Coöperatieve Vereniging heeft gesloten. Dit is naar het oordeel van bezwaarde in strijd met het vertrouwensen rechtszekerheidsbeginsel. In de vaststellingsovereenkomst is nauwkeurig het aantal beschikbare parkeerplaatsen in het parkeergebied vastgelegd. De gemeente komt zijn verplichting niet na. Bezwaarde wenst een onverkorte naleving van de vaststellingsovereenkomst. 4. Verweren Er is ook een verweerschrift ingediend.

Daarin is in de eerste plaats aangegeven dat naar oordeel van verweerder de bezwaarschriften van [bezwaarde 2] en [bezwaarde 1] nietontvankelijk zijn, omdat zij geen rechtstreeks bij het bestreden besluit betrokken belang hebben en derhalve niet zijn aan te merken als belanghebbenden in de zin van de Awb. [Bezwaarde 2] woont op ca. 410 meter van het gebied waar het bestreden besluit betrekking op heeft en [bezwaarde 1] woont er ca. 640 meter vandaan. Er kan niet worden gesproken van hinder van enige betekenis. De gevolgen van het besluit voor bezwaarden zijn dermate gering, dat een persoonlijk belang bij het besluit ontbreekt. Het criterium om in dit geval te bepalen of sprake is van hinder van enige betekenis wordt gevormd door de afstand en het zicht op het voorgenomen project/gebied. Hierbij gaat het om zicht en afstand vanaf de woning van deze bezwaarden op het project/gebied. Naar oordeel van verweerder is de genoemde afstand te groot waarbij bovendien geldt dat het zicht volledig ontbreekt vanwege de tussenliggende bouwblokken. Verder wordt meer in het algemeen in het verweerschrift geschetst welke afwegingen zijn gemaakt en in welk kader dit is gebeurd:  Daarbij voert verweerder aan dat een besluit tot het onttrekken van een weg wordt genomen op grond van de Wegenwet.

Verweerder stelt dat dit betekent dat het gebruik van de weg en met name de bereikbaarheid voorop staat. Ruimtelijke aspecten, en dus ook de

3

Verslag: DJ.20.0011882.001 t/m 003 Pagina 4 van 11

Gemeente Amsterdam

keuzes in een bestemmingsplan, moeten volgens verweerder buiten beschouwing worden gelaten.  Verweerder brengt naar voren dat het om een kanbepaling gaat. De raad heeft naar het oordeel van verweerder dus een ruime mate van beleidsvrijheid om de belangen tegen elkaar af te wegen. Het gaat erom of deze belangenafweging redelijk is.  Verweerder merkt op dat in deze belangenafweging de belangen van gebruikers van de weg moeten worden afgewogen tegen het algemeen belang dat met de onttrekking samenhangt, in dit geval de (tijdelijke) herinrichtingsplannen en de verdere ontwikkeling van het gebied.  Verder stelt verweerder voor wat betreft de ruimtelijk afwegingen dat het besluit onderdeel uitmaakt van de plannen voor het gehele CAN gebied (Centrum Amsterdam Noord). Inzet daarbij is in de eerste plaats ruimte te creëren voor ontwikkelingen in de toekomst.  Nu het naar verwachting nog ongeveer vijf tot acht jaar duurt voordat de nieuwbouw zal starten, is volgens verweerder echter ook inzet om tijdelijke initiatieven mogelijk te maken en de leefbaarheid in en aantrekkelijkheid van het gebied in de tussenfase te vergroten. Verweerder legt daarbij uit dat het maaiveld direct na de sloop van de viaduct en het parkeerdek opnieuw wordt ingericht en dat dan wordt aangesloten op het nieuwe maaiveld bij de bioscoop.

Dit draagt op korte termijn bij aan de verbetering van de openbare ruimte, meer groen en verblijfskwaliteit en routes voor fietsers en voetgangers in het gebied.  Het maaiveldontwerp voor de tijdelijke herinrichting is goedgekeurd door de Centrale Verkeerscommissie en vastgesteld door het dagelijks bestuur van Stadsdeel Noord op 23 juni 2020. Voorafgaand aan de vaststelling hebben belanghebbenden (bewoners, gebruikers, ondernemers) een reactie op het ontwerp kunnen geven, welke gebundeld zijn in de Nota van Beantwoording. Het huidige bestemmingsplan en het maaiveldontwerp gaat uit van een tijdelijke herinrichting van het Buikslotermeerplein. De ruimtelijke keuze hiervoor is dus al gemaakt. Vervolgens gaat verweerder in het verweerschrift meer op de specifieke bezwaren in. Daarin is, zakelijk weergegeven, het volgende aangegeven: a. [Bezwaarde 2] Verweerder herhaalt dat hij in de eerste plaats van mening is dat het bezwaarschrift van [bezwaarde 2] niet-ontvankelijk is. Verder is inhoudelijk in het verweerschrift aangevoerd dat de bezwaren hoofdzakelijk zien op ruimtelijke keuzes. In het bestemmingsplan zijn deze keuzes echter al gemaakt. Deze kunnen niet weer aan de orde worden gesteld in de onttrekkingsprocedure. [Bezwaarde 2] is verder een bekende van het projectteam, het stadsdeel en de gemeenteraad. Via inspreken, mailverkeer, telefoontjes, raadsadressen en

4

Verslag: DJ.20.0011882.001 t/m 003 Pagina 5 van 11

Gemeente Amsterdam

bezwaarschriften maakt hij zijn standpunt duidelijk als het gaat om zaken die zich afspelen in het plangebied. Zijn alternatieve plan voor het Buikslotermeerplein met behoud van het viaduct is de gemeente bekend maar heeft het niet gehaald. Dit is ook verschillende keren in een brief van wethouder Van Doorninck en wethouder Dijksma bevestigd als reactie op meerdere raadsadressen van [bezwaarde 2]. In het maaiveldontwerp is reeds voldoende aandacht gegeven aan het parkeren. De bereikbaarheid van het winkelcentrum is nog steeds gewaarborgd. De parkeerdruk in het gebied wordt jaarlijks gemonitord. b. [Bezwaarde 1] Ook ten aanzien van het bezwaarschrift van [bezwaarde 1] wordt herhaald dat verweerder in de eerste plaats van mening is dat dit bezwaar niet-ontvankelijk is. Inhoudelijk duiden de bezwaren op gevolgen die samenhangen met de wegonttrekking en verwijdering van het Waddenwegviaduct waardoor het autoverkeer genoodzaakt is een andere route te volgen. Dit besluit is echter onherroepelijk. Daarnaast is de keuze om het Waddenwegviaduct te slopen al gemaakt in het bestemmingsplan. De gemeente monitort de verkeersdrukte in het gebied. Vlak voor de zomer is een verkeerstelling uitgevoerd op de Th. Weeversweg. Uit de analyse van de telcijfers blijkt dat het verkeer zoals verwacht is toegenomen, maar nog onder de prognose blijft van het in 2018 uitgevoerde verkeersonderzoek.

Dit onderzoek is uitgevoerd voorafgaand aan de wegonttrekking en de sloop van het Waddenwegviaduct. c. De Coöperatieve Vereniging In het verweerschrift is opgemerkt dat de vraag of sprake is van een deugdelijke belangenafweging op grond van de Wegenwet iets anders is dan beantwoording van de vraag of voldaan wordt aan de vaststellingsovereenkomst. De vraag of de gemeente zich al dan niet houdt aan de vaststellingsovereenkomst is civielrechtelijk van aard en past niet in deze bestuursrechtelijke procedure. Het is dus niet zo dat pas een deugdelijke belangenafweging mogelijk is als de vaststellingsovereenkomst onverkort wordt nageleefd. Op grond van de wettelijke regeling moet de gemeente er blijk van hebben gegeven de belangen van bezwaarden als gebruikers van de weg, op een zorgvuldige wijze te hebben meegewogen en afgewogen tegen het algemeen belang dat samenhangt met de herontwikkeling van het Buikslotermeerplein. Volgens verweerder is dat het geval. De gemeente en de Coöperatieve Vereniging voeren al geruime tijd (jaren) met elkaar overleg waarbij de vaststellingsovereenkomst het vaste thema vormt. In een van deze overleggen, op 16 december 2019, is wederom getracht tot overeenstemming met elkaar te komen over de

5

Verslag: DJ.20.0011882.001 t/m 003 Pagina 6 van 11

Gemeente Amsterdam

vaststellingsovereenkomst met als doel de lopende bezwaarprocedures van tafel te krijgen. In een e-mailbericht van 16 juni 2020 van de projectmanager van de gemeente aan een van de vertegenwoordigers van de Coöperatieve Vereniging wordt verwezen naar een mondeling akkoord over het aantal parkeerplaatsen na de uitvoering van de tijdelijke herinrichting van de openbare ruimte na sloop van het Waddenwegviaduct en parkeerdek. Hierop is van de zijde van de Coöperatieve Vereniging geen reactie meer ontvangen. Verder is de Coöperatieve Vereniging ook steeds door de gemeente betrokken in de plannen voor de tijdelijke herinrichting en regelmatig op de hoogte gesteld. Dit alles toont volgens verweerder aan dat de gemeente zorgvuldig met de belangen van de Coöperatieve Vereniging en de gemaakte afspraken is omgegaan. De verbetering van de openbare ruimte op de korte termijn, in afwachting van de lange termijn plannen is bovendien ook in het belang van bezwaarde en het winkelcentrum. Verweerder is van mening dat sprake is van een deugdelijke en zorgvuldige belangenafweging voor wat betreft het parkeeraspect, waarbij de behoefte aan parkeerplaatsen van bezwaarden is meegewogen. 5.

Overwegingen

5.1 Ontvankelijkheid Voordat de commissie inhoudelijk op de zaak in kan gaan, moet de commissie beoordelen of alle bezwaarschriften ontvankelijk zijn. In die zin moet de vraag worden beantwoord of bezwaarden belanghebbenden zijn. In dat kader is van belang dat in artikel 1:2, eerste lid van de Awb staat dat een belanghebbende degene is wiens belang rechtstreeks bij een besluit is betrokken. Het derde lid voegt daar voor rechtspersonen aan toe dat hun belangen mede de algemene en collectieve belangen zijn die zij krachtens hun doelstellingen en blijkens hun feitelijke werkzaamheden in het bijzonder behartigen. Niet is gesteld noch is gebleken dat het bezwaarschrift van de Coöperatieve Vereniging niet ontvankelijk is. Over bezwaarden [bezwaarde 1] en [bezwaarde 2] merkt de commissie op dat volgens vaste jurisprudentie natuurlijke personen in beginsel als belanghebbende in de zin van de Awb worden aangemerkt als de werking van het betreffende besluit hen, doordat zij wonen in de directe omgeving van het onderwerp van besluit, rechtstreeks in hun belangen treft (ABRvS 10 juni 1999, AB 2000/19). Voor het begrenzen van de directe omgeving speelt het afstandscriterium een rol. Naarmate een potentiële belanghebbende woonachtig is op een grotere afstand van de activiteit waarop het besluit betrekking heeft, zal minder snel sprake zijn van belanghebbendheid.

6

Verslag: DJ.20.0011882.001 t/m 003 Pagina 7 van 11

Gemeente Amsterdam

Voorts is van belang dat de rechtstreekse gevolgen die een derde van een besluit ondervindt, gevolgen van enige betekenis zijn (ABRvS 23 augustus 2017, ECLI:NL:RVS:2017:2271): “Het uitgangspunt is dat degene die rechtstreeks feitelijke gevolgen ondervindt van een activiteit die het besluit -zoals een bestemmingsplan of een vergunning- toestaat, in beginsel belanghebbende is bij dat besluit. Het criterium ‘gevolgen van enige betekenis’ dient als correctie op dit uitgangspunt. Gevolgen van enige betekenis ontbreken indien de gevolgen wel zijn vast te stellen, maar de gevolgen van de activiteit voor de woon-, leef- of bedrijfssituatie van betrokkene dermate gering zijn dat een persoonlijk belang bij het besluit ontbreekt. Daarbij wordt acht geslagen op de factoren afstand tot, zicht op, planologische uitstraling van en milieugevolgen (o.a. geur, geluid, licht, trilling, emissie, risico) van de activiteit die het besluit toestaat. Ook aard, intensiteit en frequentie van de feitelijke gevolgen kunnen van belang zijn. In dit geval ziet het besluit op de onttrekking aan het openbaar verkeer van meerdere wegen op het Buikslotermeerplein. Daarmee heeft het besluit ook gevolgen voor het verkeer in de omgeving van het Buikslotermeerplein. Dit blijkt ook uit de verkeersonderzoeken die zijn uitgevoerd.

Onder die omstandigheden meent de commissie dat bezwaarden, ondanks de relatief grote afstand van de woonadressen tot betreffende wegen, als belanghebbenden kunnen worden aangemerkt. Nu de bezwaarschriften ook aan de overige vereisten van de Awb voldoen, adviseert de commissie u dan ook om de bezwaren van [bezwaarde 1] en [bezwaarde 2] inhoudelijk te behandelen. 5.2 Inhoudelijke overwegingen Ten aanzien van de inhoud merkt de commissie op dat in dit geval is besloten de wegen op het Buikslotermeerplein tussen het huidige Waddenwegviaduct, bioscoop, stadsdeelkantoor Noord en Loenermark aan het openbaar verkeer te onttrekken. Dit op basis van artikel 9 van de Wegenwet. Vaste jurisprudentie bij dit artikel uit de Wegenwet is dat dit een discretionaire bevoegdheid betreft. Dit betekent dat aan het bevoegd gezag een ruime mate van beleidsruimte toekomt om al dan niet tot onttrekking over te gaan en dat de vraag dus vooral is of er strijd is met wettelijke voorschriften dan wel of de betrokken belangen zodanig onevenwichtig zijn afgewogen, dat niet in redelijkheid tot onttrekking kon worden overgegaan (zie bijvoorbeeld ABRvS 20 maart 2013, ECLI:NL:RVS:2013:BZ4925, ABRvS, 7 augustus 2017, ECLI:NL:RVS:2017:2117, ABRvS 27 december 2018, ECLI:NL:RVS:2018:4268 en ABRvS 26 juni 2019, ECLI:NL:RVS:2019:2008).

7

Verslag: DJ.20.0011882.001 t/m 003 Pagina 8 van 11

Gemeente Amsterdam

In dit geval is door partijen niet aangevoerd dat er in strijd met een wettelijk voorschrift is gehandeld. Ook de commissie is daar niets van gebleken. Naar het oordeel van de commissie is dus uitsluitend de vraag aan de orde of de betrokken belangen zodanig onevenwichtig zijn afgewogen, dat de raad niet in redelijkheid tot dit besluit heeft kunnen komen. Daarbij is voor de commissie van belang dat in het bestreden besluit is aangegeven dat er al sinds 2004 plannen zijn om het Buikslotermeerplein een kwaliteitsimpuls te geven en te zorgen voor een nieuw hoogwaardig, duurzaam en leefbaar centrum met meer variatie in winkels, voorzieningen en woonmilieus. In dat kader is in 2004 het Projectbesluit CAN en in 2007 een Stedenbouwkundig Plan en Investeringsbesluit vastgesteld. Veel afwegingen zijn dus al eerdere besluiten gemaakt. Verder is in het besluit nog kenbaar gemaakt dat na de sloop van het Waddenwegviaduct en het parkeerdek in de tijdelijke fase tot aan planontwikkeling nieuwe openbare ruimte op maaiveldniveau ontstaat. Het gebied wordt (tijdelijk)heringericht, naar verwachting voor een periode van vijf tot acht jaar. Er ontstaat daarmee ruimte voor een goede verbinding tussen het winkelcentrum en station Noord en het stadsdeelkantoor voor voetgangers en fietsers.

Op maaiveldniveau blijft een verbinding voor auto’s bestaan tussen parkeerplaatsen P1 en P6 en daarmee tussen de weg Buikslotermeerplein noordzijde en zuidzijde. Zie het maaiveldontwerp in figuur 2. De openbare ruimte wordt opgeknapt en vergroend en er is meer ruimte rondom de al gerealiseerde tijdelijke initiatieven (skatebaan en crossbaan). Er wordt voorgesorteerd op de aanstaande ontwikkelingen; de realisatie van het Centrumplein met diverse culturele voorzieningen en bouwblokken. Omwonenden, ondernemers en andere belanghebbenden zijn betrokken bij het ontwerp voor de tijdelijke herinrichting. In april jl. konden bewoners en betrokkenen hun mening geven over het voorliggende maaiveldontwerp. Hierop zijn veel positieve reacties ontvangen. Deze reacties zijn, met de meer kritische reacties, gebundeld in een Nota van Beantwoording en samen met het maaiveldontwerp op 23 juni 202o vastgesteld door het dagelijks bestuur van Stadsdeel Noord. De Centrale verkeerscommissie heeft positief advies gegeven op het maaiveldontwerp. Bij de onttrekking is rekening gehouden met de belangen van het winkelcentrum (eigenaren en ondernemers) en de gebruikers en bezoekers van de openbare ruimte in het gebied en het winkelcentrum. Met het besluit komt de bereikbaarheid van het winkelcentrum niet in gevaar, het winkelcentrum is nog steeds van alle zijden goed bereikbaar.

Ook komt het de verkeersveiligheid ten goede. Fietsers en voetgangers krijgen meer ruimte. Fietsers kunnen deels via een vrijliggend fietspad en deels via een gemengd 30 km/u gebied. De auto is in het groene deel niet meer welkom. Door het besluit wordt een start gemaakt met de transformatie

8

Verslag: DJ.20.0011882.001 t/m 003 Pagina 9 van 11

Gemeente Amsterdam

van het gebied in een aantrekkelijke groene openbare ruimte met mogelijk een positieve uitwerking op het hele gebied. Aan de hand hiervan komt de commissie tot de conclusie dat het bestreden besluit, op basis van bovenstaande overwegingen, in de rede ligt. Het onttrekkingsbesluit is naar oordeel van de commissie een logisch gevolg van de stedelijke ontwikkelingen in het gebied. Dan is de vraag aan de orde of er andere belangen zijn aangevoerd die maken dat de raad niet in redelijkheid tot zijn besluit heeft kunnen komen. In de bezwaarschriften is tegen het besluit ingebracht dat er meer wordt omgereden waardoor er meer verkeersoverlast is en de parkeerdruk in omliggende straten of buurten zal toenemen. Er is de commissie echter niet gebleken dat deze belangen zodanig onevenwichtig zijn afgewogen ten opzichte van het belang dat met de onttrekking gediend is, dat de raad niet in redelijkheid tot dit besluit heeft kunnen komen. Bovendien zijn dit voor een deel ruimtelijke argumenten die wél een plaats hebben als het bijvoorbeeld om de vaststelling van een bestemmingsplan gaat, maar geen onderdeel zijn van dit besluit.

Ten aanzien van de verkeersoverlast, omdat het verkeer een andere route is gaan rijden, overweegt de commissie dat dit een gevolg is van het wegvallen van de weg over het viaduct, en niet vanwege het wegvallen van de wegen op het Buikslotermeerplein, waarover dit besluit gaat. Deze bezwaren vallen derhalve buiten het bereik van deze bezwaarprocedure. Dat de parkeerdruk in het Plan van Gool zal toenemen door het wegvallen van parkeerplaatsen op het Buikslotermeerplein, is, nog los van de vraag wat dit voor dit besluit zou betekenen, niet door bezwaarden aangetoond. De commissie meent dan ook dat deze bezwaren eveneens ongegrond zijn. De Coöperatieve Vereniging en de Ondernemersvereniging stellen aan de orde dat met de wegonttrekking parkeerplaatsen vervallen en dat dit in strijd is met de in 2005 afgesloten vaststellingsovereenkomst, omdat daarmee het aantal parkeerplaatsen lager uitkomt dan destijds overeengekomen. Uit onderliggende stukken blijkt echter dat partijen hierover van mening verschillen. Partijen nemen verschillende standpunten in met betrekking tot de vraag of de nieuwe situatie in strijd is met de vaststellingsovereenkomst uit 2005 en de commissie heeft begrepen dat partijen daarover ook nog in gesprek zijn. De commissie meent daarom dat niet, althans niet

9

Verslag: DJ.20.0011882.001 t/m 003 Pagina 10 van 11

Gemeente Amsterdam

zondermeer, kan worden aangenomen dat in de nieuwe situatie het aantal parkeerplaatsen lager uitkomt dan destijds overeengekomen in de vaststellingsovereenkomst. Daar komt nog bij dat de belangen bij de wegonttrekking inmiddels zwaarder kunnen wegen dan de belangen om uitvoering te geven aan een vaststellingsovereenkomst uit 2005. Het gaat in deze procedure inzake de Wegenwet namelijk niet over de vraag of en hoe aan die vaststellingsovereenkomst gevolg moet worden gegeven, maar over de vraag of de betrokken belangen op zodanig onevenwichtig zijn afgewogen, dat niet in redelijkheid tot deze wegonttrekking had kunnen worden overgegaan. Naar het oordeel van de commissie is er in dit geval geen sprake van een situatie waarin de betrokken belangen op zodanig onevenwichtig wijze zijn afgewogen, dat in redelijkheid niet tot de onttrekking kon worden overgegaan. Uit het bestreden besluit blijkt namelijk dat (ook) rekening is gehouden met onder meer het belang van de bereikbaarheid van het winkelcentrum en ook het belang van voldoende parkeerplaatsen van het winkelcentrum. Dit betekent dat zowel rekening is gehouden met de bezoekers van het winkelcentrum als die van het winkelcentrum zelf (eigenaren en ondernemers). Daarmee is ook rekening gehouden met de belangen van de Coöperatieve Vereniging en de Ondernemersvereniging.

Met het besluit komt de bereikbaarheid van het winkelcentrum ook niet in gevaar, het winkelcentrum is nog steeds van alle zijden goed bereikbaar. Verder zullen er parkeerplaatsen beschikbaar komen na afronding van de bouw van de bioscoop, de skatebaan en het urban sports park. Ook zal parkeergarage De Opgang volledig gebruikt worden wat 800 parkeerplaatsen beschikbaar stelt en levert het parkeren op maaiveldniveau bij P1 en P3, in totaal 244 respectievelijk 159 parkeerplaatsen op. De commissie meent dat dus niet zondermeer kan worden gesteld dat als gevolg van het onttrekkingsbesluit het aantal parkeerplaatsen lager uitkomt dan partijen overeengekomen zijn in de vaststellingsovereenkomst uit 2005. Daar komt bij dat de algemene belangen bij deze wegonttrekking kunnen prevaleren boven de belangen van de vereniging. Ook als het bestreden besluit (de facto) leidt tot verval van parkeerplaatsen. De commissie meent dat hier blijk van is gegeven. De gemeente is op grond van de tussen de vereniging en de gemeente in 2005 gesloten vaststellingsovereenkomst weliswaar gehouden een minimum aantal parkeerplaatsen te garanderen, maar aan het bestreden besluit ligt expliciet ten grondslag dat bij de onttrekking rekening gehouden is met onder meer de belangen van het winkelcentrum (eigenaren en ondernemers). De commissie is dan ook van oordeel dat ook dit bezwaar ongegrond is.

10

Verslag: DJ.20.0011882.001 t/m 003 Pagina 11 van 11

Gemeente Amsterdam

6. Conclusie en advies De commissie is van oordeel dat er geen aanleiding is om te stellen dat de wettelijke bepalingen niet zijn nageleefd en dat de raad in redelijkheid heeft kunnen besluiten de wegen op het Buikslotermeerplein tussen het Waddenwegviaduct, bioscoop, stadsdeelkantoor Noord en Loenermark aan het openbaar verkeer te onttrekken. De commissie meent dat het besluit dus rechtmatig en zorgvuldig tot stand gekomen is en adviseert de raad de bezwaren ongegrond te verklaren en het bestreden besluit in stand te laten. Dit maakt dat er ook geen grond is voor een vergoeding voor de kosten van het bezwaar ex artikel 7:15 van de Algemene wet bestuursrecht. Amsterdam, 5 maart 2021 De bezwaarschriftencommissie, Voorzitter Dorienke de Grave

Secretaris Hidde Nota

11

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/9958858/1