A - 20 Raadsaangelegenheden (7) Bijlage 2 - GEANONIMISEERD Advies bezwaar be
Tekst van het document
Advies inzake bezwaar tegen het besluit van de gemeenteraad van de gemeente Amsterdam van 11 oktober 2022 waarbij het verzoek tot wijziging van het bestemmingsplan De Pijp 2018 en bestemmingsplan De Pijp, 2e herziening is afgewezen. Kenmerk: DJ.23.001748.001 (Rustenburgerstraat 125)
Advies over de bezwaarschriften ingediend door mr. Schoorl namens [bezwaarden 1 en 2]. . De bezwaarschriften richten zich tegen het besluit van de gemeenteraad van de gemeente Amsterdam van 11 oktober 2022 waarbij het verzoek tot wijziging van het bestemmingsplan De Pijp 2018 en bestemmingsplan De Pijp, 2e herziening is afgewezen.
1. Inleiding Bij besluit van 11 oktober 2022 heeft het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Amsterdam namens de gemeenteraad het verzoek om herziening van het bestemmingsplan De Pijp 2018 en De Pijp, 2e herziening, voor het perceel Rustenburgerstraat 125 afgewezen. Tegen dit besluit heeft de gemachtigde van [bezwaarden 1 en 2] tijdig een bezwaarschrift ingediend. Achtergrond van het verzoek is een aanbouw met dakterras die bezwaarden in hun achtertuin hebben gebouwd, zonder te beschikken over de vereiste omgevingsvergunning om die te mogen bouwen. Op 22 april 2021 is voor het perceel een omgevingsvergunning aangevraagd voor het realiseren van een aanbouw met daarboven een dakterras en het maken van constructieve doorbraken. Op 20 september 2021 is deze aanvraag geweigerd. Op 28 september 2021 heeft een bouwinspecteur het perceel bezocht. Tijdens deze controle werd vastgesteld dat aan de achterzijde van het pand een aanbouw met daarboven een
Verslag: DJ.23.001748.001 Pagina 2 van 7
Gemeente Amsterdam
dakterras is gerealiseerd. Daarnaast werd geconstateerd dat op de begane grond en de eerste etage muurdoorbraken waren gemaakt. Voor het perceel geldt bestemmingsplan De Pijp 2018. Op grond van het bestemmingsplan heeft het deel van het perceel waar de aanbouw op gebouwd is de bestemming Tuin-1. Op grond van de binnentuinregeling in het bestemmingsplan mag er maximaal 2,5 meter vergunningsvrij worden uitgebouwd, in afwijking van de landelijke regels die een uitbouw van maximaal vier meter vergunningsvrij toestaan. Op 19 november 2021 is een last onder dwangsom opgelegd om de overtredingen te beëindigen. Volgens het besluit tot oplegging van de last onder dwangsom dienen bezwaarden of de gehele aanbouw af te breken of de aanbouw terug te brengen van de gebouwde 3,49 meter naar 2,5 meter. Dit is de lengte die wel, vergunningsvrij, gebouwd mag worden. Zowel tegen de weigering van de omgevingsvergunning als tegen de oplegging van de last onder dwangsom is door [bezwaarden 1 en 2] bezwaar gemaakt. Deze bezwaarschriften worden door het stadsdeel behandeld. De opgelegde last om de aanbouw te verkleinen of weg te halen is opgeschort tot zes weken nadat een besluit is genomen over het bezwaar tegen de last onder dwangsom.
Op 17 januari 2022 is door [bezwaarden 1 en 2] een verzoek ingediend bij de raad om het bestemmingsplan dat van toepassing is (De Pijp 2018 en de 2e herziening) te wijzigen. Zij willen dat hen toegestaan wordt een aanbouw van maximaal vier meter te mogen bouwen. Op 11 oktober 2022 is dit verzoek afgewezen. In het raadsbesluit is verwezen naar het belang om de binnentuinen groen en onbebouwd te houden, gelet op de belangen van omwonenden en klimaatadaptatie. 2. Juridisch kader Het juridisch kader in deze zaak wordt in algemene zin gevormd door de Algemene wet bestuursrecht (Awb). In meer specifieke zin door de Wet ruimtelijke ordening. Wet ruimtelijke ordening Artikel 3.1: de gemeenteraad stelt het bestemmingsplan vast. Artikel 3.9, tweede lid: tot een afwijzing van het verzoek een bestemmingsplan vast te stellen besluit de gemeenteraad zo spoedig mogelijk, doch in elk geval binnen acht weken na ontvangst van de aanvraag.
2
Verslag: DJ.23.001748.001 Pagina 3 van 7
Gemeente Amsterdam
Raadsbesluit 20 januari 2016 De raad mandateert de bevoegdheid om te besluiten op de afwijzing van een aanvraag om een bestemmingsplan vast te stellen aan het college van burgemeester en wethouders. De raadscommissie RO ontvangt de afwijzende besluiten. 1. Bezwaren Tegen het besluit zijn -zakelijk samengevat- de volgende bezwaren aangevoerd: -
-
-
Bij het wel of niet toewijzen van het verzoek heeft de raad beleidsruimte. Klimaatadaptatie is een van de redenen om de tuinen zo veel mogelijk vrij te houden. Het ontwerp van de aanbouw (tot 3,49 meter) voorziet in behoud van bouwen en borders in de resterende tuin voor het waterbergend vermogen. Het naastgelegen huis op nummer 127 heeft een vergunde uitbouw op dezelfde lengte als die van bezwaarden en is daar qua vormgeving en materiaalgebruik op afgestemd. Bezwaarden stellen dat deze situatie de steun heeft van omwonenden. Als er in plaats van de huidige rechthoekige aanbouw een aanbouw gerealiseerd moet worden die binnen de huidige mogelijkheden van het bestemmingsplan past, zal deze dieper de tuin insteken en daarmee licht bij de buren wegnemen en meer groen in beslag nemen. Bezwaarden vinden dat een belangenafweging in hun voordeel zou moeten uitvallen en de weigering niet evenwichtig is.
2. Verweren Daartegenover is vanuit de raad het volgende naar voren gebracht: -
-
De gemeenteraad heeft in het bestemmingsplan De Pijp bewust besloten de mogelijkheid van een aanbouw van vier meter voor een aanbouw, zoals die op grond van landelijke regels van het Besluit ruimtelijke ordening (Bor) bestaat, in te perken tot 2,5 meter. Dit is gedaan om de binnentuinen groen te houden, de leefbaarheid in de wijk (die erg versteend is) te waarborgen, de cultuurhistorisch belangrijke stedenbouwkundige opzet van de binnentuinen te beschermen en de consequenties van de klimaatverandering (hittestress, wateroverlast) tegen te houden. Dit is geregeld door specifieke bouwvoorschriften op te nemen in de dubbelbestemming Waarde – Landschap. De Raad van State heeft in haar uitspraak van 10 februari 2021 over het bestemmingsplan over o.a. deze regeling het volgende geoordeeld: “De Afdeling stelt vast dat de raad er in de voor de binnentuinen van De Pijp vastgestelde regels voor heeft
3
Verslag: DJ.23.001748.001 Pagina 4 van 7
-
-
Gemeente Amsterdam
gekozen een regeling op te nemen die het bebouwen van deze binnentuinen beperkt door te bepalen dat de gronden met de dubbelbestemming niet dienen te worden beschouwd als erf in de zin van artikel 1 van bijlage II van het Besluit omgevingsrecht (hierna: het Bor). Met deze regeling heeft de raad beoogd de inrichting van het erf ten dienste van het gebruik van het hoofdgebouw te beperken en aldus de bepalingen die vergunningvrij bouwen in de zin van artikel 2 van bijlage II van het Bor mogelijk maken buiten werking te stellen. Wanneer met een dergelijke planregeling in zijn algemeenheid, dus zonder acht te slaan op de locatiespecifieke omstandigheden, vergunningvrij bouwen aan banden zou worden gelegd, acht de Afdeling dat niet aanvaardbaar. Daarmee zou de uitdrukkelijk door de Amvb-regelgever in het Bor gemaakte keuze om vergunningvrij bouwen mogelijk te maken op onaanvaardbare wijze worden doorkruist. De raad moet dan ook deugdelijk motiveren dat een dergelijke planregeling gelet op de locatie-specifieke omstandigheden uit een oogpunt van een goede ruimtelijke ordening noodzakelijk is.” De Afdeling vindt dus dat het beperken van landelijke mogelijkheden voor vergunningsvrij bouwen niet zomaar in een bestemmingsplan mogen worden ingeperkt, daarvoor moet de gemeenteraad locatiespecifieke omstandigheden aanvoeren.
De Afdeling draagt de gemeenteraad daarom op om een nieuw besluit te nemen op o.a. dit onderdeel. Dit nieuwe besluit is het bestemmingsplan De Pijp 2018 Tweede Herziening dat de gemeenteraad op 7 oktober 2021 heeft vastgesteld. In dit besluit is – uitsluitend voor de 12 percelen waarvan de eigenaren beroep hadden aangetekend tegen de zogenaamde binnentuinregeling – een nieuwe regeling vastgesteld. De raad schrijft hierover: “De wijziging naar aanleiding van de uitspraak is om uitsluitend op de percelen van de betrokken procespartijen de dubbelbestemming 'Waarde - Landschap' (m.a.w. de "binnentuinenregeling") te schrappen. De Raad van State heeft de regeling an sich niet vernietigd. Er is dan ook geen directe dwingende juridische reden om zelf de hele regeling alsnog terug te trekken. Bovendien zou het intrekken van de hele regeling afbreuk doen aan het doel van het gemeentebestuur voor de binnentuinen in De Pijp (maar inmiddels ook elders), namelijk: verdere verdichting van de binnentuinen tegengaan, het behouden van een aangenaam woon- en leefklimaat voor bewoners van bovengelegen bouwlagen en klimaatbestendigheid.
De wijziging betreft concreet de volgende twaalf adressen: Ferdinand Bolstraat 8991/Eerste Jan Steenstraat 84/84A (dit betreft één tuin); Van Ostadestraat 42, 44 en 46; Ferdinand Bolstraat 47-49, 79, 79-81, 88, 97, 101, 122, en 124.” De raad heeft de dubbelstemming Waarde – Landschap op alle andere percelen waar die in het oorspronkelijke bestemmingsplan De Pijp 2018 was toegekend in stand gelaten, dus ook voor het perceel Rustenburgerstraat 125.
4
Verslag: DJ.23.001748.001 Pagina 5 van 7
-
-
-
3.
Gemeente Amsterdam
In de afwijzing van het verzoek tot wijzigen van de bestemming voor de Rustenburgerstraat 125 is verwezen naar de locatiespecifieke omstandigheden, daarbij overweegt de raad dat gezien de ruimte tussen de achtergevels van ca. 19 meter in dit bouwblok het gewenst is om de mogelijkheid van uitbouwen te beperken. Hiermee blijft een rustige en groene binnentuin mogelijk dat van belang is voor met name de bewoners van de bovengelegen woningen. Maar ook wordt daarmee voorkomen dat er grote negatieve effecten voor de (regen-)wateropvang en de grondwaterstromen ontstaan en de klimaatbestendigheid zou afnemen. De raad heeft in het dossier een andere uitspraak van de Afdeling gevoegd waaruit blijkt dat klimaatadaptie een rol mag spelen bij beslissingen om wel of niet mee te werken aan verzoeken (in het geval van de uitspraak overigens een bouwplan, geen verzoek om bestemmingswijziging). Het gaat hier om een perceel dat ook in bestemmingsplan De Pijp 2018 ligt en de dubbelbestemming Waarde – Landschap heeft. De Afdeling overweegt dat van deze bestemming uitgegaan moet worden, inclusief de beperkingen aan bebouwen die daaruit volgen, en dat als de aanvrager het daar niet mee eens, hij dat bij vaststelling van het bestemmingsplan naar voren had moeten brengen.
De eigenaren van het perceel Rustenburgerstraat 125 hebben geen beroep ingesteld, niet tegen het oorspronkelijke bestemmingsplan De Pijp 2018 en ook niet tegen de tweede herziening van het plan, waarin de binnentuinenregeling voor alle andere percelen dan de twaalf die oorspronkelijk beroep hadden aangetekend, in stand bleef. Overwegingen
Ontvankelijkheid Voordat de commissie inhoudelijk op de zaak in kan gaan, moet de commissie beoordelen of het bezwaarschrift ontvankelijk is. In die zin moet de vraag worden beantwoord of bezwaarden belanghebbenden zijn. In dat kader is van belang dat in artikel 1:2, eerste lid van de Awb staat dat een belanghebbende degene is wiens belang rechtstreeks bij een besluit is betrokken. In dit geval is het bezwaar gericht tegen de afwijzing van een verzoek van bezwaarden en is hun belang rechtstreeks bij het besluit betrokken. Het bezwaar is ook tijdig ingediend. De commissie is daarom van oordeel dat het bezwaarschrift ontvankelijk is. Inhoudelijke overwegingen Ten aanzien van de inhoud merkt de commissie op dat in dit geval het verzoek tot wijziging van het bestemmingsplan primair is ingegeven vanuit de wens een bestaande situatie te legaliseren. Er is een aanbouw gerealiseerd die op grond van de binnentuinenregeling van het
5
Verslag: DJ.23.001748.001 Pagina 6 van 7
Gemeente Amsterdam
bestemmingsplan niet is toegestaan, omdat de maximale diepte van de aanbouw op onderdelen de 2,5 metergrens gesteld in het bestemmingsplan overschrijdt. De regeling in het bestemmingsplan is, zo is ook op de hoorzitting nader toegelicht, ingegeven vanuit de wens de binnentuinen in de bouwblokken waar woningen op relatief korte afstand van elkaar zijn gebouwd, groen en open te houden. De binnentuinen zijn er immers ook in het belang van de bewoners van bovengelegen woningen, voor wie een groen en open uitzicht belangrijk is. Met het beperken van de mogelijkheden tot vergunningsvrij bouwen wordt tevens voorkomen dat binnentuinen te veel verstenen, met alle negatieve gevolgen voor wateropvang en –berging van dien. De mogelijkheden tot uitbouwen worden niet volledig beperkt, maar alleen teruggebracht ten opzicht van de maximale mogelijkheden die op grond van het Besluit omgevingsrecht toegestaan kunnen worden. De mogelijkheid tot vergunningvrij uitbouwen wordt beperkt tot 2,5 meter, zoals die voorheen (tot 2014) ook landelijk gold. Hiermee is, naar het oordeel van de commissie, een juiste balans gevonden tussen de belangen van bewoners van benedenwoningen om hun woonruimte te kunnen vergoten, de belangen van bewoners van bovenliggende woningen en het algemeen belang van het behoud van groene en onversteende binnentuinen.
De vraag waar de commissie zich voor gesteld ziet is of er reden is om het verzoek van bezwaarden tot wijziging van het bestemmingsplan desalniettemin toe te wijzen, gelet op de door hen specifiek aangevoerde belangen en de verwijzing naar de aanbouw van de buren die wel dieper is gebouwd. De commissie beantwoordt deze vraag ontkennend. De aanbouw van de buren is gebouwd onder de vigeur van een ander bestemmingsplan, waarin nog geen binnentuinenregeling was vastgelegd. De belangen die de binnentuinenregeling beoogt te beschermen zijn zwaarder gaan wegen, gelet op de toenemende bebouwing van binnentuinen en de wijzigende klimaatomstandigheden. Dit heeft geleid tot vaststellen van een nieuw bestemmingsplan. Met het nieuwe bestemmingsplan en de daarin vervatte regeling is er daarom geen sprake meer van gelijke gevallen of omstandigheden. Daarnaast is naar het oordeel van de commissie voldoende onderbouwd dat de locatie specifieke kenmerken van het perceel en bouwblok, met de binnentuinen van maximaal 19 meter van gevel tot gevel, een ruimere bouwmogelijkheid niet wenselijk maken. Met een ruimere bebouwingsmogelijkheid zou er immers, als die mogelijkheid aan beide zijde benut wordt, 8 meter aan binnentuin kunnen verdwijnen.
Voor zover bezwaarden opwerpen dat zij met een vergunningsvrije uitbouw alsnog een aanbouw kunnen realiseren die als een ‘puist’ op de achtergevel komt te staan en deels dieper de tuin insteekt dan de huidige aanbouw doet, overweegt de commissie het volgende. De extra uitbouw van 2,5 meter aan de historische uitbouw van de keuken, in plaats van aan de
6
Verslag: DJ.23.001748.001 Pagina 7 van 7
Gemeente Amsterdam
oorspronkelijke achtergevel, is rechtstreeks mogelijk op grond van het bestemmingsplan. Dit komt door de situering van de aanduiding ‘Waarde-landschap’. De commissie is van oordeel dat dit geen reden is om op dit punt het bestemmingsplan voor Rustenburgerstraat 125 te wijzigen. Die herziening zou dan immers met zich mee kunnen brengen dat op een ander deel van de gevel alsnog een extra aanbouw gerealiseerd kan worden, zodat het geheel nog meer versteend raakt. Bezwaarden hebben zich weliswaar bereid getoond een beperking op verdere bebouwingsmogelijkheden te willen accepteren, maar de commissie ziet in de daartoe voorgestelde (privaatrechtelijke) kwalitatieve verplichting geen oplossing. Immers, de publiekrechtelijke regeling is nu duidelijk op dit punt en behoeft geen aanpassing. Ten overvloede merkt dat de commissie op dat een privaatrechtelijke kwalitatieve verplichting geen oplossing is omdat de gemeente c.q. de raad geen partij zou zijn bij een dergelijke verplichting. Het vastleggen van een separate regeling in het bestemmingsplan voor alleen dit perceel om een grotere uitbreiding te voorkomen acht de commissie evenmin wenselijk. De belangenafweging ten aanzien van dit perceel is helder, zoals ook hierboven geschetst en de locatie specifieke kenmerken zijn daarbij betrokken. Het risico op precedentwerking en daarmee ondergraving van de binnentuinregeling is dan te groot.
6. Conclusie en advies De commissie is dan ook van oordeel dat het bezwaar ongegrond is. De commissie meent dat het besluit dus rechtmatig en zorgvuldig tot stand gekomen is en adviseert de raad de bezwaren ongegrond te verklaren en het bestreden besluit in stand te laten. Dit maakt dat er ook geen grond is voor een vergoeding voor de kosten van het bezwaar ex artikel 7:15 van de Algemene wet bestuursrecht. Amsterdam, 9 juni 2023 De bezwaarschriftencommissie, Voorzitter Nienke van Renssen
Secretaris Mathilde Houben
7