CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

A - 20 Algemene Zaken (3) Plan van aanpak opkomstbevordering verkiezingen 20

RAAD 27 mei 2021, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Kennisnemen van de campagne en plan van aanpak Opkomstbevordering verkiezingen 2021; "Dus ik stem". VN2021-0126668.983 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Gemeente Amsterdam, Plan van aanpak Opkomstbevordering verkiezingen - November 2020

Plan van aanpak Opkomstbevordering verkiezingen 2021 Inleiding Door de raad, inbreng lid Khan, is tijdens de raadscommissie AZ 6 juni 2019 aan het college verzocht een plan van aanpak te presenteren gericht op opkomstbevordering in aanloop naar de eerstvolgende landelijke verkiezingen op woensdag 17 maart 2021. Het college deelt deze ambitie vanuit het coalitieakkoord (democratische stad) en de verantwoordelijkheid om de zeggenschap van Amsterdammers te vergroten en een representatieve opkomst te bewerkstelligen. Dit plan richt zich op groepen die tijdens de verkiezingen ondervertegenwoordigd zijn; - Jongeren, - Ouderen, - Burgers met een migratie achtergrond, - Lager opgeleiden, - Lagere inkomensgroepen, - mensen die laaggeletterd zijn en/of met een licht verstandelijke beperking.

Aanpak Om tot dit plan van aanpak te komen is er overlegd met experts binnen en buiten de gemeente, zoals actief betrokken maatschappelijke organisaties en burgers uit de stadsdelen. Ook zijn er experttafels gehouden om hen te laten vertellen wat er moet gebeuren om de ondervertegenwoordigde groepen naar de stembussen te krijgen. Corona is de komende verkiezingen vrijwel zeker nog onder ons. Naast dit plan van aanpak worden er maatregelen getroffen voor toegankelijke verkiezingen waarbij iedere kiezer veilig zijn of haar stem uit kan brengen. Deze maatregelen worden niet meegenomen in dit plan van aanpak maar zijn te vinden in de brief ‘Organisatie van de Tweede Kamerverkiezing 2021’. Experttafels Er zijn vijf experttafels georganiseerd. Hierbij hebben 35 maatschappelijke organisaties en betrokken burgers vanuit alle stadsdelen bijgedragen aan deze tafels. Hun betrokkenheid is zeer belangrijk aangezien zij dagelijks in contact staan met de doelgroepen die wij met dit project willen bereiken. Van de vijf tafels waren drie gericht op de doelgroepen in het algemeen en twee specifiek gericht op Nieuw-West en Zuidoost, omdat in die stadsdelen relatief gezien het minst wordt gestemd tot nu toe. Verder is er een aparte tafel georganiseerd waarbij raadsleden en stadsdeelcommissieleden de opbrengsten uit de experttafels konden aanvullen.

(Zie bijlage 1 voor de gehele rapportage van de experttafels) De vragen die centraal stonden tijdens de experttafels: -

-

Hoe verhouden de doelgroepen zich tegenover de politiek in het algemeen? Wat weten jullie van de motieven van de niet-stemmers? Hebben jullie eerder iets gedaan aan opkomstbevordering binnen jullie doelgroep(en)? Zo ja, wat was het effect hiervan en kan dit weer ingezet worden? Wat zouden nieuwe activiteiten kunnen zijn om de doelgroepen te bereiken en te motiveren om te stemmen? Wat kan de gemeente hierin betekenen? Hoe zorgen we met deze of andere activiteiten dat de doelgroepen komen stemmen ten tijde van corona?

1

Gemeente Amsterdam, Plan van aanpak Opkomstbevordering verkiezingen - November 2020

Conclusies uit de experttafels Dit zijn de overkoepelende geluiden uit de experttafels: - Een groot deel van de doelgroepen stemt niet omdat ze de politiek wantrouwt, zich niet herkennen in de thema’s die besproken worden, zichzelf niet gerepresenteerd zien qua uiterlijk of leeftijd en ze hebben het idee dat ze niet gehoord worden. - Er wordt nadrukkelijk geadviseerd geen eenmalige inzet te ondernemen in opkomstbevordering gericht op deze doelgroepen. Onderzoek1 onderbouwt dit en geeft aan dat opkomst bevorderende campagnes weinig effectief zijn bij niet geëngageerde bewoners. - “Eenmalige inzet waarbij maatschappelijke organisaties en burgers uit de buurten worden betrokken kan meer kwaad doen dan goed als hier geen gevolg op wordt gegeven. Het bevestigt het bestaande beeld dat zij alleen betrokken worden wanneer de gemeente wat van hen nodig heeft.” Dit punt kwam meermaals binnen alle tafels naar voren. - In zijn algemeenheid wordt er door de betrokkenen n.a.v. deze punten geadviseerd om structureel in te zetten op opkomstbevordering via scholing en het faciliteren van gesprekken door en voor de actieve organisaties met de doelgroepen. Door dergelijke zaken door te laten lopen, na de komende landelijke verkiezingen, werk je duurzaam toe naar ambassadeurschap in het belang om te stemmen door en voor de doelgroepen.

Dit zijn de genoemde kansen en mogelijkheden voor de komende verkiezingen: - Veel burgers die niet stemmen zijn onbekend met de processen en de taal/het taalgebruik sluiten vaak niet aan op de doelgroepen. Hierdoor moet de motivatie om de weg naar de stembus te vinden vooraf al hoog zijn om hierdoorheen te komen. Speel hierop in en sluit meer aan op de behoeften van de burgers. - De informatie die verspreid wordt rondom de verkiezingen bereikt hen niet omdat zij niet gebruik maken van de kanalen die doorgaans worden gebruikt door de gemeente rondom verkiezingen. Gebruik daarom de communicatiekanalen waar de doelgroepen mee werken. De maatschappelijke organisaties en actieve burgers gaven aan hun netwerk te willen inzetten, om zo informatie te verspreiden bij de doelgroepen. Zo wordt de kans groter dat de boodschap daadwerkelijk bij hen aankomt. - Een aanzienlijk deel van de stemgerechtigden blijkt door dagelijkse beslommeringen niet te stemmen. Maak het stemgerechtigden daarom zo gemakkelijk mogelijk om te kunnen stemmen. Denk hierbij aan het stemproces en bijvoorbeeld herinneringen. - Betrek personen uit de doelgroepen vooraf en tijdens de aanloop naar de verkiezingen bij de opkomst bevorderende activiteiten om de doelgroepen zo beter te bereiken: Door, voor en met. Uit alle experttafels zijn soortgelijke geluiden opgehaald.

Hierdoor zal er geen onderscheid worden gemaakt in acties tussen de verschillende stadsdelen.

Opkomst bevorderende activiteiten Tot nu toe zette de gemeente Amsterdam rondom verkiezingen vooral in op algemene communicatiemiddelen om alle stemgerechtigden over de verkiezingen te informeren. Voor de komende verkiezingen zullen extra activiteiten worden ondernomen om beter aan te sluiten bij de doelgroepen die tot nu toe niet kwamen stemmen. Zo hopen we hen te motiveren nu wel te komen stemmen. Alle ingezette activiteiten vallen onder de volgende verdeling: o Algemene communicatie richting de verkiezingen o Opkomst bevorderende activiteiten voor de landelijke verkiezingen op 17 maart 2021 o Langer lopende opkomst bevorderende activiteiten geheel 2021 1

Ostaaijen, J. van, Jacobs, D. en Zuydam, S. van (2019). De zin en onzin van opkomstbevordering. Beleid en Maatschappij (46) 1 - doi: 10.5553/BenM/138900692019046001016

2

Gemeente Amsterdam, Plan van aanpak Opkomstbevordering verkiezingen - November 2020

Algemene communicatie over de verkiezingen Communicatie gericht op alle Amsterdammers. Voor de verkiezingen zetten we in op een divers palet aan communicatiemiddelen en kanalen om kiesgerechtigde Amsterdammers naar de stembus te krijgen. Denk hierbij aan advertenties in lokale kranten, een brief naar eerste-keer stemmers, een huis aan huis verspreide verkiezingskrant, MijnAmsterdam, posters op straat, spotjes op AT5, de gemeentelijke website, nieuwsbrief en social media. Hetgeen dat extra wordt ingezet binnen deze categorie is dat de selectie van ontvangers voor de brief eerste keer stemmers breder wordt ingezet. Dus iedereen die voor het eerst met de tweede kamer verkiezingen mag meedoen krijgt de brief. Verder is er extra aandacht voor laaggeletterden en mensen met een licht verstandelijke beperking door het taalgebruik aan te passen daar waar mogelijk en meer gebruik te maken van beeldtaal. Het doel van de inzet van deze communicatie is : 1. Kennis over verkiezingen (uitleg kiesstelsel) 2. Kennis over het belang van verkiezingen (beiden expliciet genoemd door Raad) 3. Praktische zaken zoals stempas, stemlocaties, coronamaatregelen Opkomst bevorderende activiteiten voor de verkiezingen op 17 maart 2021 Acties die aan de hand van de experttafels kunnen worden uitgevoerd tijdens de komende landelijke verkiezingen: 1.

Korte informatieve filmpjes over het kiesstelsel, de weg naar de stembus, de mogelijkheden om te bepalen waarop je stemt. Waarom: Vanuit de experttafels blijkt dat de doelgroepen vaak de basis van het kiesstelsel niet kennen, de weg naar de stembus eveneens niet kennen of hoe je bepaalt waarop je wilt stemmen. Dit komt bijvoorbeeld door het verschil in ervaring omtrent het stemmen in het land van herkomst, onbegrip door te moeilijk taalgebruik of het spreken van een andere taal. De vormgeving van deze informatieve filmpjes zal hoofdzakelijk bestaan uit beeldtaal en de mogelijkheden worden verkend om met verschillende talen in te spreken of te ondertitelen. Voor wie: Alle doelgroepen. Extra toelichting: De maatschappelijke organisaties en actieve burgers uit de stadsdelen willen dit zelf via hun eigen WhatsApp groepen en social media verspreiden. Daar waar mogelijk zal het verder in openbare plekken zoals wachtkamers, stadsloketten en het OV worden getoond. 2. Er wordt de mogelijkheid geboden om een herinnering sms om te stemmen op of voor de verkiezingsdag te ontvangen. Waarom: Vanuit de experttafels blijkt dat een groot deel van de niet-stemmers door dagelijkse beslommeringen niet stemt. Daarom zou het helpen om zo dicht mogelijk op de verkiezingen de stemgerechtigden te helpen herinneren om te stemmen.

De maatschappelijke organisaties kunnen hierbij een actieve rol spelen om de link met de doelgroepen delen waarop ze zich moeten opgeven voor de herinnering sms. Voor wie: Alle doelgroepen 3. Er wordt een extra brief gestuurd rondom het arriveren van de stempas gericht op alle stemmers waarbij mensen d.m.v. het gebruik van beeldtaal extra worden gemotiveerd om te stemmen. Daarnaast zal er informatie in staan over de coronamaatregelen. De brief wordt verstuurd vanuit de burgemeester. Waarom: Een deel van de niet-stemmers stemt niet door puur situationele factoren. Ze vergeten het, plannen de dag toch anders in etc. Deze brief dient als reminder en als aanzet om het stemmen op de verkiezingsdag in te plannen. De brief komt van de burgemeester

3

Gemeente Amsterdam, Plan van aanpak Opkomstbevordering verkiezingen - November 2020

omdat uit onderzoek is gebleken dat een groot deel van de Amsterdammers dit extra waardeert2. Voor wie: Alle doelgroepen 4. Er worden (digitale) flyers gemaakt met de aankondiging dat de envelop met stempas binnenkort in de bus zal vallen. Deze worden via de maatschappelijke organisaties verspreid aan de doelgroepen. Waarom: Vanuit de experttafels blijkt dat de envelop met stempas vaak ongeopend weggooit wordt. Door de maatschappelijke organisaties en actieve burgers te voorzien van materiaal om hen te helpen de doelgroepen te attenderen op het belang van het niet weggooien van de envelop. Voor wie: Alle doelgroepen. Extra toelichting: Op de flyer zal eveneens uitgelegd worden wat te doen als de envelop al weggegooid of kwijt is. 5. Campagne gericht op jongeren met een laag opleidingsniveau en/of een laag sociaaleconomische status. Belangrijk doel van de campagne is om bij te dragen aan een hogere en meer representatieve opkomst van kiezers in Amsterdam. Hierbij wordt er natuurlijk op gelet dat de zorgvuldigheid van het verkiezingsproces en de objectieve rol van de overheid nergens in geding mag komen. Hiervoor wordt een campagnebureau gevraagd een specifiek campagneconcept te ontwikkelen dat aansluit bij de doelgroep. Bij ontwikkeling van het concept wordt de doelgroep actief betrokken. Waarom: Uit onderzoek blijkt dat er geen sprake is van stemgewoonte bij veel jongeren3.

Daarnaast weten we dat wanneer first time voters ook echt gaan stemmen, deze geneigd zijn de keer daarop ook weer te gaan stemmen. Daarom is het juist belangrijk aandacht te besteden aan jongeren, daar waar zij meer ontvankelijk zijn voor het ontwikkelen van zo’n gewoonte omdat ze nog maar net mogen stemmen. Door te zorgen dat ze tijdens de komende verkiezingen stemmen, hoop je in te spelen op het ontwikkelen van een dergelijke gewoonte. Daarnaast vallen onder jongeren ook andere doelgroepen die onder dit van plan van aanpak vallen; Amsterdammers met een laag opleidingsniveau en een laag inkomen. Voor wie: Jongeren; M.n. focus op jongeren met een laag opleidingsniveau en een laag inkomen. 6. MBO studenten worden actief betrokken via de challenge ‘Made by Mediacollege Amsterdam’ om de komende maanden oplossingen te bedenken om jongeren naar de stembussen te krijgen. Waarom: Vanuit de experttafels wordt aangegeven dat jongeren te weinig betrokken zijn maar ook worden bij politieke thema’s. De experts pleiten voor: Bedenk niet voor hen de oplossing maar met hun. Het Mediacollege wil hier graag aan bijdragen door middel van deze challenge. De uitkomsten zullen in januari gepresenteerd worden, waardoor de ideeën meegenomen worden in de ontwikkeling van de campagne. Voor wie: Jongeren; M.n. focus op jongeren met een laag opleidingsniveau en een laag inkomen.

2

Gemeente Amsterdam, Bureau Onderzoek en Statistiek, Evaluatie campagne verkiezingen 2014

3

Raad voor het openbaar bestuur (2019). Jong geleerd, oud gedaan. Geraadpleegd via https://www.binnenlandsbestuur.nl/Uploads/2019/6/Jong-geleerdoud-gedaan-Adviesrapport-201906.pdf

4

Gemeente Amsterdam, Plan van aanpak Opkomstbevordering verkiezingen - November 2020

7. Interviews door doelgroepen zelf en sleutelfiguren, waaronder Achraf el Johari (Jongerenburgemeester), die alle politieke partijen op thema’s die hun aangaan zullen bevragen. Dit zal uitgezonden worden op diverse lokale mediakanalen. Waarom: Vanuit de experttafels wordt aangegeven dat de politiek niet genoeg aanhaakt op problemen waar jongeren mee te maken hebben en dat jongeren zich vaak niet herkennen in de personen die het over de problemen hebben. Door jongeren en sleutelfiguren zelf aan het woord te laten met alle partijen, zetten we in op het creëren van meer herkenning en dat hoe de thema’s besproken worden meer aansluit bij jongeren. De interviews worden in samenwerking met lokale media ontwikkelt en getoond. Voor wie: Jongeren, Amsterdammers met een laag opleidingsniveau en een laag inkomen. Extra toelichting: Er zal met de organisatie hiervan rekening worden gehouden dat alle partijen gelijk worden behandeld zodat er geen ongelijke politieke beïnvloeding zal plaatsvinden. 8. Faciliteren dat maatschappelijke organisaties mensen met een beperking of ouderen die minder mobiel zijn naar en van een stemlocatie kunnen helpen.

Waarom: Hoewel hier bij het selecteren van stemlocaties extra aandacht aan wordt besteed, ook juist in tijden van corona (brief ‘Organisatie van de Tweede Kamerverkiezing 2021’.), zal het noodzakelijk zijn voor Amsterdammers om zich actief te moeten verplaatsen naar een stemlocatie. Vanuit de experttafels wordt aangegeven dat dit vaak zorgt voor uitsluiting van minder mobiele Amsterdammers. Hierbij werd aangegeven dat maatschappelijke organisaties graag hier een actieve rol in willen spelen, daar waar dit wel ondersteund wordt door middelen om vervoer te kunnen inzetten. Voor wie: Minder mobiele Amsterdammers (Ouderen of mensen met een fysieke beperking). 9. Samenwerking met Stadspas gericht op het informeren van ouderen en Amsterdammers met een laag inkomen. Het bereik dat de Stadspas heeft, namelijk meer dan 200.000 Amsterdammers, wordt hiermee optimaal benut. Waarom: Vanuit de experttafels blijkt dat mensen met een laag inkomen, en apart genoemd: ouderen, relatief minder naar de stembussen komen. Verder bleek uit de experttafels dat o.a. ouderen vaker geen (geldig) identiteitsbewijs hebben vanwege de kosten die dat met zich meebrengt. Daarom zal er extra gecommuniceerd worden dat je met een stadspas (met groene stip) gratis een nieuw identiteitsbewijs kan aanvragen. Voor wie: Amsterdammers met een laag inkomen (waaronder ouderen).

Langer lopende opkomst bevorderende activiteiten geheel 2021 Onderstaande activiteiten passen bij de terugkomende feedback uit de experttafels dat niet enkel ingezet zou moeten worden op eenmalige acties. Voorgesteld wordt om deze in te zetten voor in ieder geval 2021 en aan het einde van dit jaar actief te evalueren wat deze inzet tot dan toe gebracht heeft. Deze uitkomsten van de evaluatie van deze activiteiten kunnen betrokken worden bij opkomst bevordering rondom de gemeenteraadsverkiezingen van 2022. 1. Structurele werkgroep met maatschappelijke organisaties en actieve burgers. Waarom: Vanuit de experttafels hebben de maatschappelijke organisaties en actieve burgers aangeboden een structurele werkgroep met de gemeente te vormen waar dit thema centraal staat. Ze willen duurzaam inzetten op het betrekken van de doelgroepen bij politiek en verkiezingen omdat zij zien dat alleen dan een grotere groep gemotiveerd kan worden te stemmen. Naar de komende verkiezingen toe zullen ze actief zijn met de bovenstaande acties betrokken worden en hierna zullen ze actief toewerken naar de komende raadsverkiezingen. Voor wie: Alle doelgroepen

5

Gemeente Amsterdam, Plan van aanpak Opkomstbevordering verkiezingen - November 2020

2.

Project met ROC studenten gedurende heel 2021. (Bijlage 2. Voorstel Politiek MBO) Waarom: Vanuit de experttafels en betrokken scholingsinstituten komt naar voren dat de aandacht voor burgerschap/politiek op scholen zeer beperkt is. Met name binnen het MBO. Terwijl juist deze groep het minst stemt. Zoals eerder genoemd zijn jongeren minder betrokken bij de politiek en snappen zij niet goed wat het hen zou brengen om te komen stemmen. Het ontbreekt hen hiermee aan intrinsieke motivatie. Dit verhoog je door met hen actief aan de slag te gaan en het gesprek te voeren over thema’s die hen interesseren. Voor wie: Amsterdammer met een lagere opleiding en jongeren. Extra toelichting: I.v.m. gedeeld belang neemt OJZ de helft van de kosten op zich.

3.

Onderzoek naar jongeren en verkiezingen door Universiteit Leiden en Inholland. Waarom: Hoewel er onderzoeken zijn die meer inzicht geven in beweegredenen waarom burgers niet stemmen, is er nog weinig onderzoek gedaan onder specifieke doelgroepen zoals jongeren. Daarom zal er in een samenwerking tussen Universiteit Leiden en Inholland een onderzoek worden gedaan naar de beweegredenen van jongeren. De uitkomsten worden rondom medio 2021 gepresenteerd. Voor wie: Jongeren, Burgers met een laag sociaal-economische status en burgers met een migratie achtergrond.

4.

Academie van de Stad zal onderzoek doen naar (oudere) Amsterdammers met een migratieachtergrond en het bepalen van hun stemkeuze aan de hand van digitale hulpmiddelen. Waarom: Vanuit de experttafels blijkt dat wanneer de doelgroepen eenmaal gemotiveerd zijn om te stemmen, zij vervolgens niet weten te bepalen waarop. Hiervoor is de digitale stemwijzer een oplossing voor veel stemmers. Voor een deel van de doelgroepen blijkt dit niet op te gaan, m.n. voor oudere Amsterdammers met een migratieachtergrond. Academie van de Stad zal daarom een onderzoek doen naar hoe digitale middelen, zoals de stemwijzer, nu worden ervaren door deze doelgroep en wat er nodig is om dergelijke digitale middelen (nog) beter te laten aansluiten bij deze doelgroep. De uitkomsten worden rondom medio 2021 gepresenteerd. Voor wie: (Oudere) Amsterdammers met een migratieachtergrond.

l

Evaluatie De opkomst bij verkiezingen is afhankelijk van een veelvoud aan factoren, waarvan er veel buiten de invloedssfeer van de gemeente of de overheid vallen, zoals het weer of persoonlijke omstandigheden. De effectiviteit van dit plan van aanpak is daarmee niet per definitie af te meten aan het opkomstpercentage op 17 maart 2021. Daarom zullen er twee verschillende evaluaties worden uitgevoerd die zich richten op de zichtbaarheid, herkenbaarheid en effectiviteit: - Via een enquête worden burgers bevraagd op de campagne en ingezette communicatiemiddelen. - De reeds ingezette experttafels zullen na de verkiezingen weer worden georganiseerd door OIS om met de maatschappelijke organisaties te evalueren wat de ingezette acties, gericht op de doelgroepen waar zij mee werken, volgens hun gebracht heeft. Hierbij zal de volgende vraag centraal staan: Wat kan bij de volgende verkiezingen anders of beter? De resultaten van deze evaluaties zullen worden teruggekoppeld aan de raad.

6

Gemeente Amsterdam, Plan van aanpak Opkomstbevordering verkiezingen - November 2020

Budget Algemene communicatie over de verkiezingen en de jongeren campagne Ontwikkelen materiaal en media inkoop

€ 80.000.

Waaronder AT5, Parool, Telegraaf, Spits, Metro, Sociale media, ABRI’s (?), Echo, Beeldschermen in de openbare ruimte en in het openbaar vervoer, verschillende blogs en fora.

Brief eerste keer stemmers Verkiezingskrant Subtotoaal

€ 3.000 € 80.000 € 163.000,-

Opkomst bevorderende activiteiten voor de verkiezingen op 17 maart 2021 Filmpjes Herinnering SMS Extra brief Flyers m.b.t. stempas bewaren en opnieuw aanvragen Campagne – jongeren Casi-traject Media College challange Interviews door doelgroepen/sleutelfiguren o.a. Achraf en Johari (Jongerenburgemeester) en uitgezonden via lokale mediakanalen. Ouderen/mensen met beperking middelen voor vervoer Campagne - Ouderen en lage inkomens i.s.m Stadspas Subtotaal

€ 24.000 € 20.000,€ 60.000 € 4.000 € 100.000,€ 7.800,Kosteloos € 15.000,-

€ 20.000,€ 10.000,€ 260.800,-

Langer lopende opkomst bevorderende activiteiten geheel 2021 Werkgroep opkomstbevordering 2021 Project met ROC studenten 2021 Onderzoek Universiteit van Leiden/Inholland Onderzoek Academie van de stad Subtotaal

€ 20.000,€ 49.700,€ 9.232,€ 10.000 € 88.932,-

Nameting OIS met experttafels Effectmeting campagne en communicatiemiddelen

€ n.v.t. € 8.000,-

Onvoorzien

€ 35.000,-

Totale kosten

€ 555.732

7

Gemeente Amsterdam, Plan van aanpak Opkomstbevordering verkiezingen - November 2020

BIJLAGE 1 Rapportage experttafels opkomstbevordering OIS Zie volgende pagina

-

Consultatie opkomstbevordering Onderzoek, Informatie en Statistiek

In opdracht van: Basisinformatie Projectnummer: 20317 Auteru: Laure Michon

Sara Rubingh

Hetty van Kempen

Bezoekadres: Weesperstraat 113-117

Telefoon 020 251 0333

Postbus 658, 1000 AR Amsterdam

data.amsterdam.nl

l.michon@amsterdam.nl

Amsterdam, oktober 2020

Foto voorzijde: Stempotloden, fotograaf Edwin van Eis (1 juni 2019)

Inhoud

Inleiding

4

1 Draagvlak voor structurele aanpak

6

1.1 Draagvlak voor maatregelen opkomstbevordering 1.2 Consensus over noodzaak structurele aanpak

2 Maatregelen om opkomst te bevorderen 2.1 Structurele maatregelen voor opkomstbevordering 2.1.1 De relatie tussen politiek, bestuur en kiezers 2.1.2 Informatie voor kiezers 2.1.3 Inzet op politieke interesse 2.1.4 De middelen voor een structurele aanpak 2.1.5 Taakverdeling bij een structurele aanpak 2.2 Incidentele maatregelen voor opkomstbevordering 2.2.1 Campagne en stemmen in coronatijd 2.2.2 De rol van het maatschappelijk middenveld bij incidentele maatregelen 2.2.3 De rol van de gemeente bij incidentele maatregelen 2.3 Eerdere maatregelen die niet ingezet moeten worden

Bijlage:

Deelnemers experttafels

6 7

8 8 8 9 9 10 10 11 12 12 13 13

15

Inleiding

Terwijl de opkomst bij verkiezingen in Amsterdam dalende was tot eind jaren 1990, stijgt deze in de afgelopen jaren. Dat geldt voor de verkiezingen van zowel de Gemeenteraad, Provinciale Staten als voor het Europees Parlement in vergelijking met dezelfde soort verkiezing vier of vijf jaar eerder. Figuur 1.1 Opkomst verkiezingen 1965-2019, naar type verkiezing (procenten)

bron: gemeente Amsterdam (BI)/ bewerking OIS

Toch zien we hierbij ook structurele verschillen in opkomst. De opkomst is in Amsterdam relatief laag onder een aantal groepen (jongeren, Amsterdammers met een lage opleiding en Amsterdammers met een migratie-achtergrond) en sterk ongelijk verdeeld over de stad, met vooral een lage opkomst in Zuidoost. Het college van B&W vindt het belangrijk dat de opkomst bij verkiezingen structureel wordt verhoogd onder alle groepen, zodat de zeggenschap van alle Amsterdammers toeneemt. Het college wil in de toekomst effectieve interventies inzetten om de opkomst te bevorderen. In het kader hiervan is OIS gevraagd om een consultatie van experts te organiseren om analyses en ideeën op te halen om de opkomst te bevorderen. Deze consultatie richt zich op de vraag hoe groepen Amsterdammers die relatief weinig stemmen te laten participeren. OIS heeft hiertoe drie experttafels georganiseerd, op 6 en 9 oktober. Zowel wetenschappers als professionals van maatschappelijke organisaties en vertegenwoordigers van organisaties zijn

hiervoor uitgenodigd. In totaal hebben 13 personen deelgenomen aan deze digitale experttafels. Daarnaast heeft de opdrachtgever zelf drie bijenkomsten georganiseerd: een in Nieuw-West op 13 oktober met acht deelnemers, een in Zuidoost op 14 oktober met eveneens acht deelnemers (zie bijlage), en tot slot een met een aantal raadsleden. In deze rapportage worden de inzichten, ideeën en adviezen uit deze zes gesprekken samen gepresenteerd. In hoofdstuk 1 bespreken we de algemene conclusies die uit de gesprekken te destilleren zijn, onder anderen over de de achterliggende mechanismen voor de lage opkomst onder bepaalde groepen. In hoofdstuk 2 geven we een overzicht van de specifieke maatregelen die volgens de experts getroffen kunnen worden om de opkomst bij (de komende) verkiezingen onder Amsterdammers te vergroten.

1 Draagvlak voor structurele aanpak

Hoe verschillend de groepen ook zijn die nu relatief weinig participeren bij verkiezingen, en hoewel in elke wijk specifieke factoren kunnen spelen: over een aantal punten klonk tijdens de experttafels eensgezindheid. De deelnemers herkennen de problematiek en zien vaak dezelfde mechanismen voor een lage opkomst. Hiermee tekent zich een duidelijk draagvlak af voor een structurele aanpak voor opkomstbevordering.

1.1 Draagvlak voor maatregelen opkomstbevordering Startpunt voor de consultatie van experts is het grote verschil in opkomst in de stad. Dat zien we bijvoorbeeld bij de geografische verdeling van opkomst: in Noord, Nieuw-West en vooral Zuidoost is de opkomst bij verkiezingen veel lager dan gemiddeld. In de afgelopen decennia lijken deze verschillen groter te zijn worden, met name omdat in de buurten met lage opkomstpercentages de opkomst bij de meeste verkiezingen blijft dalen. De verschillen in opkomstpercentages binnen de stad zijn hiermee structureel geworden. Figuur 1.2 Opkomst gemeenteraadsverkiezingen 2018, per wijk (procenten)

bron: gemeente Amsterdam (BI)/ bewerking OIS

Deze geografische verschillen zijn grotendeels terug te voeren tot verschillen in bevolkingssamenstelling. Zo hangt een hoog opkomstpercentage sterk samen met de

aanwezigheid van oudere, hoog opgeleide en maatschappelijk actieve Amsterdammers zonder migratieachtergrond. In buurten met een lage opkomst wonen relatief veel Amsterdammers met een lage sociaal economisch positie en vooral met een niet-Westerse migratieachtergrond. In de gesprekken met experts zien we deze inzichten uit wetenschappelijk onderzoek bevestigd. Er bestaat consensus over het feit dat de volgende groepen ver van de politiek afstaan en weinig meedoen aan verkiezingen: jongeren, Amsterdammers met een migratieachtergrond, Amsterdammers met een lage sociaal-economische positie (gebaseerd op opleiding en inkomen), mensen die laaggeletterd zijn en/of met een licht verstandelijke beperking. Onder de deelnemers aan de experttafels is er ook overeenstemming over het feit dat deze situatie onwenselijk is. Er is daarmee draagvlak voor maatregelen voor opkomstbevordering, specifiek onder deze groepen en gericht op specifieke gebieden in de stad waar de opkomst relatief laag is.

1.2 Consensus over noodzaak structurele aanpak Volgens de experts is het belangrijk om een analyse te maken van de oorzaken voor een lage opkomst. Dit geeft richting aan het ontwikkelen van maatregelen om de opkomst te bevorderen. Tijdens de gesprekken valt op dat ondanks de verschillen tussen gebieden in de stad en groepen die weinig stemmen, er ook veel overeenstemming is over de onderliggende mechanismen voor een lage opkomst. De experts zien drie oorzaken voor een lage opkomst:  mensen hebben het gevoel dat politici niet om hen geven;  er is sprake van weinig politiek zelfvertrouwen: mensen hebben het gevoel te weinig van het systeem te weten en weinig te kunnen bereiken;  de ervaren representatie is onvoldoende: men herkent zich niet in de politieke thema’s of personen die actief zijn. Een terugkerend onderwerp bij de experttafels betreft de taal van politici. Voor alle groepen die nu relatief weinig participeren geldt dat zij de gebruikte taal ervaren als een barrière voor interesse in en participatie aan het politiek proces. Dit hangt samen met de drie hierboven genoemde oorzaken voor een lage opkomst. In het tweede hoofdstuk gaan we hier verder op in. Op basis van deze analyse van oorzaken is de eensgezinde conclusie dat doorlopende, structurele maatregelen noodzakelijk zijn om de opkomst te bevorderen.

Een eenmalige campagne is geen oplossing omdat dit probleem blijft terugkomen. In lijn hiermee is de aanbeveling verder om in te zetten op interesse in brede zin, en in te spelen op de betrokkenheid van burgers bij hun buurt, stad, of bij specifieke vraagstukken. Een hogere opkomst volgt uit een meer bredere inzet op participatie.

2 Maatregelen om opkomst te bevorderen

De belangrijkste aanbevelingen van de deelnemers aan de experttafels richten zich op een structurele aanpak voor opkomstbevordering. De ideeën die ze hiertoe hebben gepresenteerd komen in dit hoofdstuk eerst aan bod. Daarna komen mogelijke incidentele maatregelen aan de orde. Ook zijn maatregelen besproken die juist niet werken en achterwege gelaten moeten worden.

2.1 Structurele maatregelen voor opkomstbevordering Het was een van de belangrijkste conclusies van de gesprekken en is al aan de orde gekomen in hoofdstuk 1: voor opkomstbevordering is volgens de deelnemers een structurele aanpak nodig. Dat heeft meerdere facetten, die vervolgens elk worden toegelicht met concrete ideeën:  De relatie tussen politiek, bestuur en kiezers;  Informatie voor kiezers;  De inzet op politieke interesse;  De middelen voor een structurele aanpak;  De taakverdeling bij een structurele aanpak.

2.1.1 De relatie tussen politiek, bestuur en kiezers Veel deelnemers zien in een beter contact tussen politici, bestuurders en groepen die nu weinig stemmen veel potentie om de opkomst te verhogen. Er is behoefte aan contact, ‘het gezicht laten zien’ buiten verkiezingen om. Vlak voor verkiezingen is er wel interesse, zoals een deelnemer uitlegt over hoe jongeren de houding van politici ervaren: “Wat we zien: als er verkiezingen aankomen dan worden jongeren opeens belangrijk. 18+ is een toch een stem waard.” Ook na verkiezingen is er behoefte aan contact. Dat gaat bijvoorbeeld ook om terugkoppelingen van politici richting kiezers. Wat is er gebeurd met de wensen van kiezers na de verkiezingen? Verder is genoemd dat het voor kiezers belangrijk is dat zij zich kunnen herkennen in het beleid, dat ze begrijpen dat het om hun problemen gaat. Op die manier raken zij meer betrokken bij de politiek. Er is ook een oproep gedaan aan politieke partijen om te investeren in de doelgroepen: met ze in gesprek gaan, vaker contact hebben en uitwisselen. Op die manier zouden politici weten wat de behoefte is van de doelgroep. Ook zouden partijen bij bijeenkomsten mensen moeten inschakelen die de taal van de doelgroep spreken (letterlijk en/of figuurlijk). Tijdens de gesprekken kwam de taal van de politiek veel aan de orde. Kort samengevat: de politiek moet andere taal gebruiken: vooral simpeler.

De aanbevelingen op dit punt verschillen wel enigszings voor een aantal groepen:

 voor mensen met een migratieachtergrond is het gebruik van andere talen vaak genoemd;  voor laaggeletterden is vooral het taalniveau belangrijk;  voor jongeren: simpele taal maar géén straattaal of jongerentaal. Twee citaten illustreren verschillende aspecten van dit punt, over de rol van taal: “We zijn trots dat we een grote groep hebben gemotiveerd [om te gaan stemmen] omdat ze informatie in een andere taal hebben gekregen. Zoek organisaties die de inhoudelijke kant kunnen vertellen, maar faciliteer met een tolk of sleutelfiguren.” Het tweede citaat gaat over de rol van taal meer in figuurlijke zin en de relatie tussen in dit geval jongeren en politici: “Wat jongeren betreft is het te bizar, dertigers die lijsttrekker zijn maar niet jong lijken, en denken dat wij alleen denken aan het terugbetalen van onze studiefinanciering.”

2.1.2 Informatie voor kiezers Onder groepen die nu weinig stemmen is er behoefte aan informatie over hoe verkiezingen verlopen en hoe je moet stemmen. Dat geldt zeker voor jongeren die voor het eerst stemmen. In de woorden van een deelnemer aan de experttafels: “Je moet uitleggen aan jongeren hoe je moet stemmen. Er is schaamte omdat ze niet weten wat ze moeten doen of hoe het kan. Heel praktisch moet je ze meenemen: hoe ziet het eruit (stemlokaal, biljet), hoeveel vakjes kleur je in.” De oproep is verder: zorg ervoor dat die informatie laagdrempelig is. Dat heeft betrekking op de opmerkingen over taal die eerder aan bod zijn gekomen. Maar het gaat ook om de laagdrempeligheid van campagnes. Partijen zouden meer rekening moeten houden met taalachterstand. Laat bijvoorbeeld de doelgroep zelf politici interviewen. Tot slot zijn op dit punt ook het stembiljet en de stempas aan de orde gekomen. De gemeente kan daar weinig aan doen maar beiden kunnen barrières vormen. Voor iemand die dat voor de eerste keer openvouwt is het overweldigend. Stempassen worden met de post verstuurd en niet altijd geopend. Op beide punten zou gezocht moeten worden naar verbeteringen.

2.1.3 Inzet op politieke interesse Een aantal deelnemers heeft opgemerkt dat opkomst een afgeleide is van een breder vraagstuk, namelijk de interesse in politiek in het algemeen. Als dat aangewakkerd kan worden volgt stemmen ook. Een aantal ideeën op dit punt zijn:  laat de doelgroep zelf over vertellen over politiek en verkiezingen;  faciliteer het gesprek in de stad: organiseer debatten en dialoog en laat politici daarbij aanschuiven; zorg ervoor dat deze te volgen zijn op verschillende (sociale) media;

 speel in op de buurtidentiteit. Als je bijvoorbeeld in Noord de opkomst wilt bevorderen werkt het om mensen aan te spreken op hun eigen buurtniveau, zeker als er sprake is van een sterke buurtidentiteit;  inhoudelijk mag de nadruk ook liggen op het stemrecht, de geschiedenis en het belang daarvan. Dat kan mobiliseren. Verder kwam in de gesprekken naar voren dat mobilisatie rond issues het beste werkt, maar daar is lastig op in te spelen voor de gemeente. Er bestaat namelijk een risico van politisering van opkomstbevordering.

2.1.4 De middelen voor een structurele aanpak Voor een structurele aanpak is tijd nodig. In de gesprekken is hierover gezegd dat een traject voor opkomstbevordering niet met haast opgezet moet worden. Het zou een of twee jaar vóór de verkiezingen moeten starten. Een aantal middelen zijn hierbij bewezen succesvol. Dat geldt voor de inzet van peer-to-peer communicatie. Zorg ervoor dat mensen in hun eigen omgeving anderen aanspreken op het stemmen. Op dit punt zijn veel ideeën aan bod gekomen die zich toespitsen op jongeren, maar ook voor andere groepen in te zetten zijn. Het gaat hierbij bijvoorbeeld om de inzet van ambassadeurs: bijvoorbeeld jongeren die zich inzetten om de opkomst onder jongeren te bevorderen. Laat ambassadeurs gastlessen geven en interviews doen. Een dergelijke aanpak zorgt ervoor dat stemmen de norm wordt. Als het lukt om een nieuwe norm te creeëren op jonge leeftijd, blijven mensen ook later vaker stemmen. De eerste keer stemmen is daarom belangrijk. Bovendien kunnen jongeren ook hun niet-stemmende ouders activeren. Groepen die relatief weinig stemmen zijn ook vaak moeilijk te bereiken. Toch vragen we meestal van hen om ergens te komen, ook voor het verstrekken van informatie. Maar dat zou omgedraaid kunnen worden: de aanpak zou dan zijn om plekken te bezoeken waar mensen al samenkomen en ze daar te informeren.

Dat vraagt om inventarisatie en onderzoek om er achter te komen waar deze groepen te vinden zijn. Een andere insteek is om ervoor te zorgen dat mensen niet vergeten dat het verkiezingsdag is. Het is niet vreemd dat mensen dat nu vergeten: politiek is niet het belangrijkste in het leven van veel mensen. Zie hiervoor ook het eerste punt over de relatie tussen politiek, bestuur en kiezers. Een deelnemer aan de gesprekken oppert om een stap verder te gaan en van de verkiezingsdag een vrije dag te maken. Op zo’n dag zou iedereen tijd hebben om zich te informeren, en niets anders hoeven doen dan stemmen. Zo’n idee strookt met de oproep van een andere deelnemers: kunnen we nagaan hoe we mensen kunnen belonen om te gaan stemmen?

2.1.5 Taakverdeling bij een structurele aanpak Bij een structurele aanpak is vooral de gemeente aan zet. Het maatschappelijk middenveld van professionals en organisaties wil en kan een rol spelen, maar moet niet leidend zijn. Zo is bijvoorbeeld geopperd dat er goede samenwerkingen op te zetten zijn vanuit het jongerenwerk om jongeren te activeren. Dat kan door jongeren te laten vertellen over hun ervaringen met politiek, waarom ze stemmen, en hen dat laten uitleggen.

Aan het adres van de gemeente zijn tijdens de gesprekken de volgende oproepen gedaan voor een structurele aanpak om de opkomst te bevorderen.  Mobilisatie langs organisaties werkt. Blijf als gemeente daarom investeren in zelforganisaties, die hebben toegang tot de doelgroep. Erken hierbij dat organisaties ruimtes (lokalen) nodig hebben en zij vrijwilligers graag beloond zien.  Zet sleutelorganisaties en -personen in, maak gebruik van de vertrouwensnetwerken die zij met hun achterban/gemeenschap hebben. Met andere woorden: benut ‘geleend vertrouwen’.  Neem de tijd om sleutelorganisaties en -personen goed te informeren en hen instrumenten (informatiemateriaal, zowel flyers als digitaal) ter beschikking te stellen.  Zorg voor een terugkoppeling naar de sleutelorganisaties toe: wat is het effect van hun inspanning?  Gebruik bestaande kennis (ook van andere organisaties). Koop bijvoorbeeld bestaande programma’s in voor mensen die politiek actief willen worden. Die programma’s kan je specifiek laten ontwikkelen voor specifieke wijken. De personen die via die programma’s worden geactiveerd kunnen als ambassadeurs fungeren.  Opkomst is een thema dat breed geborgd moet worden in de gemeentelijke organisatie. Knip het niet op langs afdelingen, want dan blijft het liggen.

2.2 Incidentele maatregelen voor opkomstbevordering De deelnemers aan de experttafels realiseren zich dat een structurele aanpak veel vergt. Vanuit een meer pragmatische opstelling zijn ook een aantal ideeën geopperd voor incidentele maatregelen om de opkomst te bevorderen. Daarbij gelden nog steeds een aantal zaken die eerder benoemd zijn wat betreft de gebruikte taal/ talen, en het feit dat campagnes met, voor en door de doelgroep ontwikkeld moeten worden om succes te kunnen boeken. Het inzetten van video’s met informatie over de verkiezingen werd in alle gesprekken als een handig middel gezien. Het heeft veel voordelen:  video’s kunnen ingaan op onderwerpen die eerder aan de orde zijn geweest: hoe en waar je kan stemmen, en hoe je informatie kunt vinden;  belangrijk is om simpele communicatie te gebruiken;  video’s kunnen worden ondertiteld in meerdere talen;  ze kunnen op verschillende manieren worden verspreid - via social media van organisaties (ook Whatsapp) - in wachtkamers - op lokale televisie. Het inzetten van social media moet wel gebeuren op basis van kennis over het verschillend gebruik van social media per groep. Zo wordt Facebook veel gebruikt maar relatief weinig door jongeren, voor Instagram geldt het omgekeerde. Informatie kan ook via andere kanalen worden verspreid. Sommige groepen luisteren naar de radio, naar specifieke zenders.

Dat geldt voor jongeren en voor sommige groepen migranten. Zij kunnen langs die weg goed bereikt worden.

Andere incidentele middelen die ingezet kunnen worden zijn het sturen van sms- of appberichten op de dag van de verkiezingen. Appjes sturen onder jongeren verhoogt de opkomst. Ook het aanspreken van mensen op straat werkt opkomstverhogend.

2.2.1 Campagne en stemmen in coronatijd De impact van coronamaatregelen op de komende verkiezingen kwam in de gesprekken vanzelfsprekend aan de orde. Vergeleken met een normale campagnetijd kan worden gedacht aan enkele specifieke maatregelen. Het inzetten van video’s, zals hierboven al genoemd, hoort daarbij. Het gebruik van social media zal in coronatijd zowel noodzakelijk als nuttig zijn. De opmerkingen die hier eerder over zijn gemaakt gelden hier natuurlijk ook. Daarnaast wordt het belang van fysiek contact wel aangekaard. Mensen aanspreken op straat, langs de deuren gaan zal minder impact hebben, maar hoe klein ook, het kan een positief effect hebben. Het blijft daarnaast mogelijk om kleine informatiebijeenkomsten te organiseren (“met 10-12 personen”), of hybride evenementen in de wijken: deels op locatie, deels digitaal. Een deelnemer had daar een duidelijk beeld bij: “Fysiek met 30 mensen, met goede sleutelfiguren of vertegenwoordigers van doelgroepen en dan filmen. Dan zit je met mensen aan tafel voor je gevoel. Dan is ook veel interactie mogelijk. Met een goede technicus, een kleine investering, heb je bijna een tv-programma vanuit je wijk, toch dichtbij.” Verder zijn er ideeën naar voren gebracht met betrekking tot het stemmen zelf. Dat kan anders georganiseerd worden, bijvoorbeeld met een langere periode van stemmen of stemmen per post.

Dat kan voor sommige groepen drempels weghalen. Maar er zijn twee belangrijke kanttekeningen: de coronacrisis heeft niet op iedereen dezelfde impact, ook niet als het gaat om verkiezingen. Zo zal voor sommigen de gang naar de stembus een gezondheidsrisico vormen. Er moet daarom aandacht zijn voor de differentiële effecten op verschillende groepen en de impact daarvan op de verkiezingen. En te veel optimistisme over nieuwe maatregelen om te stemmen (per brief, online of over meerdere dagen) is niet op zijn plaats. Over het algemeen blijkt uit onderzoek dat alle vormen van participatie (verschillende methodes om te stemmen, maar ook participatieve trajecten buiten verkiezingen om) de neiging hebben om ongelijkheid in stand te houden of deze te vergroten. Daarom is het van belang om dergelijke maatregelen en hun effecten goed te monitoren.

2.2.2 De rol van het maatschappelijk middenveld bij incidentele maatregelen Professionals en vertegenwoordigers van organisaties zien een rol voor zichzelf bij een aanpak om de opkomst te bevorderen. Het gaat hierbij om twee punten. Ten eerste kunnen zij informatiebijeenkomsten organiseren over het proces van verkiezingen, maar ook met politieke partijen. Het idee hierbij is dat mensen informatie krijgen over hoe en waarom stemmen, maar ook informatie om hun keuze te maken. Alleen het systeem uitleggen zal niet zo effectief zijn, is het idee. Je moet ook voorbeelden geven, zodat mensen weten waar ze tussen kunnen kiezen.

Ten tweede zien de deelnemers aan de gesprekken veel mogelijkheden om hun eigen social media-kanalen in te zetten om informatie te verspreiden. Bijvoorbeeld voor het verspreiden van filmpjes of andere digitale informatie. Dat kan via Facebook maar ook Whatsapp-groepen die zij beheren. Het is daarnaast ook mogelijk om Facebook-lives te organiseren zodat de doelgroep vragen kan stellen aan politici.

2.2.3 De rol van de gemeente bij incidentele maatregelen Zoals ook eerder genoemd zou volgens de geraadpleegde experts de gemeente verantwoordelijk moeten zijn voor informatiemateriaal, zoals flyers en video’s. Dat informatiemateriaal zou ruim van tevoren beschikbaar moeten zijn voor organisaties.Ook zou er budget moeten zijn voor (hybride) informatiebijeenkomsten. Verder werd de oproep gedaan om een werkbudget beschikbaar te stellen als tegenprestatie voor sleutelorganisaties voor hun informerende en voorlichtende rol. Daarnaast werd gewezen op het huidige gemeentelijk beleid (afdeling diversiteit) ten aanzien van zelforganisaties: zij krijgen subsidie als ze allianties aangaan. Er is hierdoor betere samenwerking tussen organisaties met gelijke doelstellingen. Deze allianties kan de gemeente inzetten voor opkomstbevordering, bijvoorbeeld voor het verspreiden van informatie. Tijdens de gesprekken zijn ook opmerkingen gemaakt over stemlocaties. Zo kwam de oproep om consistent te zijn in het open stellen en houden van stembureaus, zodat mensen niet hoeven te zoeken welke er zijn en welke open zijn. De bereikbaarheid van stemlocaties is verder belangrijk, zeker voor ouderen en voor mensen met een beperking. Voor ouderen kan het goed zijn om het stemmen mogelijk te maken in verzorgingshuizen bijvoorbeeld.

Meer in het algemeen kan worden nagedacht over de locaties van stembureaus, en te kiezen voor plekken waar de doelgroepen komen, en die toegankelijk zijn.

2.3 Eerdere maatregelen die niet ingezet moeten worden Eerdere instrumenten die zijn gebruikt in campagnes voor opkomstbevordering zijn tijdens de gesprekken ook aan de orde geweest om in beeld te krijgen wat niet werkt. Daarbij ging het vooral om ingezette middelen. Inhoudelijk werd opgemerkt dat de boodschap “ga als-je-blieft stemmen want het is belangrijk” niet aankomt. Zoals hierboven benoemd moet een campagne aansluiten bij de motivatie van kiezers. Verder zijn twee procesmatige tips gegeven: voorkom dat je haast hebt bij het opzetten van en plan, neem juist de tijd. En verder: hoewel er veel mogelijkheden worden gezien voor samenwerking tussen de gemeente en maatschappelijke organisaties moet de gemeente niet te veel leunen op sleutelpersonen. Dit om cliëntelisme te voorkomen. Daarom moet de gemeente zelf informatiemateriaal ontwikkelen. Dat werd met de volgende woorden uitgelegd tijdens een gesprek:

“Als we gaan samenwerken met maatschappelijk middenveld dan moet je voorkomen dat mensen het associeren met een bepaalde partij (bijvoorbeeld een linkse partij).” De meeste tips betreffen vooral de methodes om potentiële kiezers te benaderen:  bellen is opdringerig;  mails en brieven worden niet gelezen door de doelgroep;  advertenties en billboards werken wel als herinnering voor politiek betrokken kiezers, maar niet voor groepen die weinig stemmen;  met Twitter worden vooral politiek actieve kiezers bereikt;  wees kritisch bij het gebruik van Facebook: gebruik niet alleen groepen van mensen die al politiek geïnteresseerd zijn of van politieke jongerenorganisaties;  het inzetten van influencers werkt misschien incidenteel maar niet structureel. In de woorden van een deelnemer: “Bij jongeren kom je sneller bij festivals, influencers. Dat zijn korte termijn maatregelen, die op de lange termijn dat jongeren meer vertrouwen krijgen in de politiek niet oplost.” Tot slot, met betrekking tot het onderwerp taal dat hierboven vaak is genoemd is het dringende advies om geen jongerentaal of straattaal te gebruiken. De communicatie van de gemeente moet in ‘gewoon Nederlands’.

Bijlage:

Deelnemers experttafels

Deelnemers experttafels OIS, 6 en 9 oktober             

Alan Bredenhorst, 125Procent Catalina Negru, Rompro Daan Vonk, Casa Migrante Fatima Oualou, Stichting Malak Floris Rijkenberg, Jongereninformatiepunt Floris Vermeulen, Universiteit van Amsterdam Lucia Martis, ProFor Qais Bouanani, Dock Jongerenwerk Saaniya Ram, Jongereninformatiepunt Sarah de Lange, Universiteit van Amsterdam Tom van der Meer, Universiteit van Amsterdam Will van Schendel, Doras Zakaria Taouss, journalist

Deelnemers experttafels Nieuw-West (13 oktober) en Zuidoost (14 oktober) Nieuw-West: vertegenwoordigers van  Combiwel  Eigenwijks  Hippe heks  Kümbet  Laat het van twee kanten komen  Marhabba  Nisa for Nisa Zuidoost: vertegenwoordigers van  Bewonersacademie  Buurtwerk kamers  Reboost  Recogin  Social Pact  Venzo  WAZO (Wij Amsterdam ZO)  Zuidoost TV

Gemeente Amsterdam, Plan van aanpak Opkomstbevordering verkiezingen - November 2020

BIJLAGE 2 Voorstel Bureau Common Ground Zie volgende pagina

Wat er op het spel staat Voorstel Gemeente Amsterdam

Bram Eidhof Oktober 2020

Wibautstraat 131D, 1091 GL, Amsterdam www.bureaucommonground.nl

Aanleiding Een democratie is alleen legitiem wanneer de hele demos deelneemt aan politieke processen, zo schrijft de Amerikaanse politicoloog Robert Dahl al in zijn klassieke werk Democracy and Its Critics. Wanneer bepaalde groepen structureel minder kansen krijgen om te participeren, ondermijnt dat de democratie. Toch is dat de situatie waarin de Nederlandse democratie verkeert. In het bijzonder voor mensen met een beroepsopleiding – die gaan minder vaak stemmen, voelen zich vaak te min voor deelname aan maatschappelijke initiatieven, en participeren zelden in burgertops of G1000s. Maar liefst 7 op de 10 jongeren tussen de 18 en 25 jaar met een beroepsopleiding voelt zich politiek machteloos.1 Wat ze ook doen, in de gemeenteraad of Den Haag wordt toch niet naar ze geluisterd, zo menen ze. Wat deze situatie schrijnend maakt, is dat deze situatie een self-fulfilling prophecy is – Nederlandse politici volgen inderdaad vaker de voorkeur van academisch opgeleiden, onder meer omdat zij politiek actiever zijn, zo laat recent onderzoek zien.2

Aangezien meer dan 95% van de Tweede Kamerleden aan een hogeschool of universiteit heeft gestudeerd, voelen mensen met een beroepsopleiding zich niet door een van hen gepresenteerd, maar worden ook hun belangen niet altijd meegewogen. Tegelijkertijd vinden praktisch opgeleide burgers juist in grote meerderheid dat burgers zouden moeten meebeslissen over belangrijke politieke kwesties, en komen MBO studenten nu en later vrij direct in aanraking met zaken waar de politiek invloed op heeft, zoals de Coronamaatregelen, flexcontracten, of de manier waarop we de zorg organiseren.3 Met andere woorden, er is een ogenschijnlijke paradox: er staat veel voor ze op het spel, maar het spel wordt zelden door hen gespeeld. Dat heeft te maken met onze ideeën over burgerschap, en de rol van de overheid daarin.

Kort na de Tweede Wereldoorlog werd democratisch burgerschap stimuleren opgevat als niemand beperken in zijn of haar wensen om te stemmen of politiek actief te worden. Althans, daar zou de rol van de staat zich toe moeten beperken, zo bepleitte vooraanstaande denkers als Isaiah Berlin. Deze notie van negatieve vrijheid – vrij zijn

1 Bronneman-Helmers, R. & E. Zeijl (2008). Burgerschapsvorming in het onderwijs. In: Betrekkelijke

Betrokkenheid: Sociaal en Cultureel Rapport 2008. Sociaal en Cultureel Planbureau. 2 Schakel, W. (2019). Unequal policy responsiveness in the Netherlands. Socio-Economic Review. 3 SCP (2015). Burgerpsperctieven 2015|4. Sociaal Cultureel Planbureau: Den Haag.

van dwang of verboden – is echter maar een ingrediënten voor democratisch burgerschap. Wie vrij is van dwang of verbod, is immers nog niet vrij in zijn of haar positieve vrijheid – het vermogen om iets te realiseren. Zoals een vis vangen de vaardigheid om met een hengel en aas om te gaan vergt, zo is voor het uitbrengen van een stem of deelname aan een discussie ook kennis en vaardigheid nodig. Die kennis en vaardigheden zijn nodig om het geloof te ontwikkelen dat het ertoe doet wat je zegt. Dat je verschil kan maken, en niet in een handomdraai afgewimpeld wordt.

Figuur 1. Bron: Rekker (2018)

Op dit moment is de kloof in politieke participatie tussen praktisch en academisch opgeleiden fors. Met name voor jongeren, waar gang naar de stembus meer dan 25 procentpunt minder vaak wordt gemaakt door jongeren met een beroepsopleiding. Waar voor het primair en voortgezet onderwijs extra wettelijke eisen in aantocht zijn, geniet het beroepsonderwijs nog niet zulke aandacht. MBO studenten geven regelmatig aan dat ze hun burgerschapsonderwijs weinig uitdagend vinden.4 De gemeente Amsterdam wil daar verandering in brengen. Daartoe doen wij hier een voorstel. 4 Eindpublicatie BurgerschapLab (2019). ECBO & Kennisland.

Voorstel Om Amsterdamse MBO studenten structureel bij de politiek te betrekken, is structurele inzet nodig. Het onderwijs is daarvoor een logische plek. De strategie die daarbij het meest kansrijk is, leidt niet alleen tot een hogere opkomst bij verkiezingen, maar ook tot meer participatie buiten verkiezingstijd. Daarom heeft onze strategie de volgende uitgangspunten:

1. MBO studenten de relevantie van politiek actief zijn laten ervaren Dat doen we niet door te benadrukken hoe belangrijk de politiek is, maar door het studenten eerst te laten ervaren. Dat creeërt namelijk een langdurige betrokkenheid en beklijft beter, zoals je vingers aan de kachel branden je beter doet onthouden wat de risico’s van hitte zijn dan een ouderlijke waarschuwing. Dit doen we onder meer door: •

te starten vanuit maatschappelijke thema’s die voor hén relevant zijn – en hun zorgen, boosheid, frustraties en wensen in politieke problemen te vertalen

•

politiek niet als ‘de politiek’ te presenteren, maar als middel om oplossingen te vinden voor belangrijke maatschappelijke problemen

•

niet het probleem van lage participatie eenzijdig als tekort van MBO studenten te zien, maar net zo goed de huidige politiek te problematiseren en politici uit te nodigen om naar ROCs te komen, in plaats van louter andersom.

2. Onderwijs meer te laten zijn dan kennisoverdracht of het invullen van opdrachten Juist MBO studenten geven aan dat hun huidige burgerschapsonderwijs nog te vaak uit het lezen van een theorieboek en het maken van wat opdrachten bestaat.5 En dat ze meer de echte wereld in willen, en niet alleen opdrachten willen maken voor een cijfer, maar omdat ze er zelf in geloven, en ze iets willen veranderen. Ze willen ook de buitenwereld opzoeken, of die uitnodigen op school. Dit organiseren we onder meer door: •

Studenten te laten ervaren wat het betekent om verschil te maken, in interactieve werkvormen en met realistische opdrachten.

5 Idem.

•

Succeservaringen te organiseren en rolmodellen in te zetten

•

Studenten te faciliteren bij het agenderen van zaken die zij van belang vinden, in opiniestukken, vlogs of door in de gemeenteraad in te spreken.

•

De buitenwereld een expliciet plek in het programma te geven

3. MBO studenten en docenten actief betrekken bij het ontwerpen van hun onderwijs Bovenstaande uitgangspunten zijn alleen geloofwaardig wanneer we MBO studenten en docent ook actief betrekken bij het ontwerpen van hun onderwijs. Als ervaringsdeskundige, als klankbord en als gebruikers. Daarom ontwikkelen we de methode in nauwe samenwerking met teams van docenten en studenten.

Ten slotte houden we rekening met het vak burgerschap, zodat de methode op structurele

wijze

ingebed

kan

worden

in

het

Amsterdamse

middelbare

beroepsonderwijs.

Activiteiten Uiteindelijk willen we een methode opleveren waarmee MBO studenten politiek betrokken en actief worden, en hun geloof in eigen kunnen groeit. Daartoe werken de bovenstaande uitgangspunten uit in de volgende onderdelen voor:

1. Het ontwikkelen van activiteiten die samen met onderstaande werkvormen en trainingen een programma vormen, onder meer door: a. Het uitnodigen van Amsterdamse en nationale politici in een town hall settings, om te luisteren naar de voorstellen en verhalen van MBO studenten, en daarop te reageren. b. Het inzetten van rolmodellen, zoals MBO student en Utrechtse gemeenteraadslid Mohammed Saiah. c. Succeservaringen

te

organiseren,

door

masterclasses

en

wedstrijdelementen te incorporeren, waarbij de winnaars namens de hele klas of opleiding verder gaat met hun idee – en zo de hele klas of opleiding ziet wat mogelijk is, en daar trots kan zijn.

Zo’n programma ontwikkelen gaat in stappen. Om ervoor te zorgen dat MBO opleidingen dit uiteindelijk zelfstandig kunnen, en studenten zich voorbereid voelen op de programma’s, is het nodig om in professionalisering en educatief materiaal te investeren. Daarom ontwikkelen we ook de volgende onderdelen:

2. Een set aan werkvormen en lessen die in het vak burgerschap geïntegreerd kunnen worden. In tegenstelling tot huidige methodes, a. gaan deze werkvormen uit van de interesse en belangen van studenten; b. geven ze ruimte én ondersteuning aan het verdiepen van die interesses. c. gaan

ze

uit

van

echte

problemen,

en

bieden

ze

echte

handelingsperspectieven, zodat studenten tijdens het programma ervaren dat ze verschil kunnen maken, door te agenderen, overtuigen en te zien dat de politiek reageert. 3. Twee à drie trainingen aan MBO docenten om te leren werken met de methode, zodat ze leren herkennen wat er leeft onder studenten, en weten op welke wijze je met controversiële onderwerpen om kan gaan.

De ervaring leert dat het goed is om werkvormen, trainingen en een programma eerst op kleine schaal te ontwikkelen. Wanneer op kleine schaal voldoende kwaliteit is gerealiseerd, kan de methode vrij eenvoudig op grote schaal worden toegepast. Daarom stellen we voor om deze methode met 3 teams van verschillende MBO opleidingen in Amsterdam te ontwikkelen. In elk team zitten zowel studenten als docenten, zo’n 5 in totaal. De trainingen worden vervolgens aan grotere groepen docenten gegeven.

Tijdsinvestering en kosten Het organiseren van de leergang van 3 trainingen voor de 5 scholengroepen bestaat uit verschillende onderdelen: 1. Werving en oriënterende gesprekken met MBO opleidingen (2 dagen in totaal) 2. Ontwikkelen van de werkvormen en lessen (25 dagen in totaal) a. Voorbereiden ontwerpsessies (4 dagen) b. Ontwerpsessies: 4 x 4 uur per opleiding (6 dagen) c. Uitwerken werkvormen en vormgeven lessen (15 dagen)

3. Ontwikkelen en uitvoeren van de trainingen voor docenten (17 dagen in totaal) a. Ontwerpen concept-trainingen (6 dagen) b. Concept-training geven en feedback verzamelen (3 dagen) c. Feedback verwerken (2 dagen) d. Trainingen geven (6 dagen) 4. Ontwikkelen en organiseren van de programma-activiteiten, samen met de MBO docenten en studenten (15 dagen) 5. Kosten voor layout: € 2500 (inclusief BTW) De totale tijdsinvestering bedraag 59 dagen. Het dagtarief van bureau Common Ground bedraagt € 800 exclusief BTW. Aangezien deze opdracht niet btw-plichtig is, maakt dat een totaalbedrag van € 49.700, inclusief layoutkosten.

Planning Het project start in januari 2021 met het werven van 3 teams met MBO studenten en docenten. De maanden tot de zomer staan in het teken van ontwikkelen van werkvormen, trainingen en programma onderdelen. Na de zomervakantie voeren we ze uit, en verfijnen we de methode op basis van de ontvangen feedback. Eind 2021 leveren we de methode op.

OVER BUREAU COMMON GROUND Bureau Common Ground is een specialist in burgerschapsonderwijs. We ontwerpen samen met scholen burgerschapsprogramma’s zoals het Stadslab en geven workshops en trainingen aan docenten. Eerder ontwikkelden we samen met studenten van het Grafisch Lyceum Utrecht de Methode Blanco, een burgerschapsmethode voor het MBO die de interesses en vragen van studenten als centraal zet. Daarnaast geven we lezingen en agenderen we onderwerpen wanneer we dat nodig vinden. We ontsluiten wetenschappelijke kennis en praktische wijsheid in gratis beschikbare publicaties zoals het Handboek Burgerschapsonderwijs. Zo maken we niet alleen impact op individuele docenten of onderwijsinstellingen, maar verbeteren we ook het systeem. Lees meer over ons op www.bureaucommonground.nl.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10181794/1