A- 19 Ruimtelijke Ordening (30) 3. Motie 816.11 vd Ree Mulder en Drooge uitt
Tekst van het document
Gemeente Amsterdam Gemeenteraad Gemeenteblad
R
Motie
Jaar
2011
Afdeling
1
Nummer
816
Publicatiedatum
26 oktober 2011
Ingekomen onder
I
Ingekomen op
woensdag 12 oktober 2011
Behandeld op
woensdag 12 oktober 2011
Status
Aangenomen
Onderwerp
Motie van de raadsleden de heer Van der Ree, de heer Mulder en de heer Van Drooge inzake de gemeenschappelijke regelingen voor de recreatieschappen en het Gooisch Natuurreservaat. Aan de gemeenteraad
Ondergetekenden hebben de eer voor te stellen: De raad, Gehoord de discussie de over actualiteit van het raadslid de heer Van der Ree van 10 oktober 2011 inzake de gemeenschappelijke regelingen voor de recreatieschappen en het Gooisch Natuurreservaat (Gemeenteblad afd. 1, nr. 801); Constaterende dat: − de Amsterdamse bijdrage aan de Stichting Gooisch Natuurreservaat in 2011 € 148.810 bedraagt en die aan het recreatieschap Vinkeveense Plassen € 233.130; − er op 16 december 2010 tijdens de behandeling van de begroting voor 2011 in de gemeenteraad een motie van het raadslid de heer Van der Ree is aangenomen om de bijdrage aan recreatieschappen te heroverwegen (Gemeenteblad 2010, afd. 1, nr. 891); Overwegende: − dat de provincies en de gemeenten waarin recreatieschappen en natuurreservaten liggen, de primaire verantwoordelijkheid dragen voor de recreatieschappen en natuurreservaten op hun grondgebied; − de bezuinigingsopgave van de gemeente Amsterdam, Besluit:
1. zo snel mogelijk uit de gemeenschappelijke regeling voor de Vinkeveense Plassen te treden; 2. zo snel mogelijk uit de Stichting Gooisch Natuurreservaat te treden, bij voorkeur per 1 januari 2012, en het college van burgemeester en wethouders te verzoeken
1
Jaar Afdeling Nummer Datum
2011 1 816 26 oktober 2011
Gemeente Amsterdam Gemeenteraad Motie
R
een eventuele verlenging conform de aangenomen motie van 16 december 2010 eerst voor te leggen aan de gemeenteraad; 3. het college van burgemeester en wethouders op te dragen de financiële bijdrage als gevolg van het uittreden voor Amsterdam zo laag mogelijk te houden en deze voor te leggen aan de gemeenteraad. De leden van de gemeenteraad,
D.A. van der Ree M. Mulder A.H. van Drooge
2