A - 19 Ruimtelijke Ordening (23) 3. Adelaarsweg-Meeuwenlaan Toelichting
Tekst van het document
Het hoofddoel van HHNK voor de waterkeringen is ervoor zorgen dat ze in een goede constructieve staat verkeren en aan de veiligheidsnorm voldoen. De keringen staan onder voortdurende controle en worden aangepakt waar en wanneer dat nodig is. HHNK voert het beheer zodanig uit, dat bescherming tegen overstromingen blijvend is gewaarborgd. Tegelijkertijd heeft het hoogheemraadschap oog voor maatschappelijke belangen. Het hoogheemraadschap staat open voor de maatschappelijke wens tot medegebruik van de waterkeringen. Door samen te werken met belanghebbenden probeert HHNK te bereiken dat maatregelen elkaar zo veel mogelijk aanvullen en versterken en dat de beschikbare middelen optimaal worden besteed. Keur Hoogheemraadschap Amstel, Gooi en Vecht (AGV,1 november 2019) De Keur is de waterschapsverordening van het waterschap AGV. De Keur is gericht op het beschermen van waterstaatswerken en -keringen, de water aan- en –afvoer, het voorkomen van wateroverlast en overstroming en op het beschermen van de ecologische toestand van het watersysteem. In de Keur zijn verschillende geboden en verboden opgenomen voor de manier van inrichten, gebruik en onderhoud van waterkeringen, oevers, wateren en verhard oppervlak. Waterbeheerplan waterschap AGV 2016-2021 Het beleid van het Hoogheemraadschap AVG is verwoord in het Waterbeheerplan AGV 2016-2021 'Waterbewust en waterrobuust'.
In dit beheerplan worden de hoofdtaken van het waterschap behandeld, namelijk waterveiligheid, voldoende water en schoon water. Voor elk van deze thema's zijn de wensbeelden voor 2030, de doelen en de aanpak op hoofdlijnen aangegeven. De 'Watervisie Amsterdam 2040' Het water in Amsterdam is voor iedereen' is een uitwerking van de gemeentelijk Structuurvisie Amsterdam 2040 en heeft als doel het geven van een ruimtelijk-economisch perspectief op de ordening van de diverse functies en gebruik van het water. Naast een richtinggevend beleidsinstrument voor het college van burgemeester en wethouders, wordt de Watervisie ingezet als planologisch-juridisch toetsingsdocument voor ruimtelijke plannen.
Gemeente Amsterdam
blz. 32
Om de betekenis van het water voor de stad nog meer te vergroten is in de Watervisie de koers uitgezet aan de hand van de volgende hoofdrichtingen: water toegankelijk en beleefbaar maken & activeren; groei door spreiden van recreatie en toerisme; meer dynamiek in het gebruik van het water; toepassen van economische principes. Gemeentelijk Rioleringsplan Amsterdam en Integraal Technisch Beleidsrapport 2016-2021 Het Gemeentelijk RioleringsPlan bevat de visie van de gemeente op het gewenste waterbeleid voor de komende jaren. De gemeente Amsterdam is wettelijk verantwoordelijk voor de inzameling en transport van stedelijk afvalwater, de inzameling en verwerking van afvloeiend hemelwater en het nemen van grondwatermaatregelen indien dit vanuit de grondwaterzorgplicht nodig is. In dit beleidsdocument staat hoe deze drie zorgplichten door de gemeente Amsterdam worden ingevuld. Doel van het plan is om aan het bevoegd gezag te verantwoorden op welke wijze de gemeente Amsterdam haar watertaken uitvoert en in hoeverre zij afdoende middelen heeft om dit in de toekomst te blijven doen. Hiermee voldoet de gemeente aan de planverplichting, zoals die in de Wet milieubeheer (artikel 4.22) is opgenomen. Dit plan biedt tevens een kans om in te spelen op ontwikkelingen, zoals het veranderende klimaat.
In het GRP wordt de ambitie geuit om de stad in zijn geheel meer waterbestendig te maken, conform richtlijnen uit het programma Amsterdam Rainproof. 5.1.2
Plangebied
Het plangebied is gelegen in het beheergebied van het Waterschap AGV, zodat de Keur AGV van toepassing is. Tevens ligt het plangebied in de beschermingszone van een afgewaardeerde primaire waterkering (thans is sprake van een regionale waterkering) van HHNK. Voor de waterkering en de bijbehorende beschermingszone is de bestemming Waterstaat - Waterkering opgenomen.
bestemmingsplan_Adelaarsweg-Meeuwenlaan (vastgesteld)
blz. 33
Uitsnede legger Waterveiligheid HHNK met het plangebied en de afgewaardeerde primaire waterkering en beschermingszones
Uitsnede legger AGV. Paarse stippellijn geeft het beheergebied aan, met daarin het plangebied ter plaatse van de rode pijl Conclusie Dit bestemmingsplan voorziet niet in nieuwe (bouw)ontwikkelingen, zodat het plan geen gevolgen heeft voor de waterhuishouding.
5.2
Archeologie en cultuurhistorie
5.2.1
Archeologie
5.2.1.1 Kader De juridische basis voor het omgaan met archeologische waarden is vastgelegd in de Erfgoedwet. De wet regelt de bescherming van archeologisch erfgoed in de bodem, de inpassing ervan in de ruimtelijke ontwikkeling en de financiering van opgravingen. Het archeologisch erfgoed bestaat uit voorwerpen en structuren die in de bodem bewaard zijn. Ook landschappelijke of infrastructurele elementen kunnen een archeologische waarde hebben. Deze materiële overblijfselen vormen een onderdeel van onze leefomgeving waarvan het behoud of de
Gemeente Amsterdam
blz. 34
ontsluiting op maat gesneden maatregelen vergt. Het archeologisch bodemarchief levert een bijdrage aan de cultuurhistorie van onze stad en maakt de beleving van het verleden bovendien tastbaar. Rijk De Europese ministers van Cultuur hebben in 1992 het Verdrag van Valletta opgesteld (ook bekend als het Verdrag van Malta). Deze culturele overeenkomst had tot doel om meer bewustzijn van het Europese erfgoed te creëren en in het bijzonder het Europese archeologische erfgoed voor toekomstige generaties beter in stand te houden. In Nederland wordt aan dit uitgangspunt invulling gegeven door behoud van archeologisch erfgoed in de bodem (in situ) tijdens de planontwikkeling mee te wegen. Als behoud in de bodem (bijvoorbeeld door middel van technische maatregelen of planaanpassing) geen optie is, dan worden archeologische resten opgegraven (behoud exsitu). De initiatiefnemer van een ruimtelijk plan dat bodemverstoring tot gevolg heeft, is verantwoordelijk voor de planologische en de financiële inpassing van het archeologisch onderzoek. In de Erfgoedwet is een bepaling opgenomen dat in elk bestemmingsplan rekening moet worden gehouden met de in de grond aanwezige, dan wel te verwachten archeologische waarden. De Erfgoedwet bevat tevens een verplichting om toevalsvondsten te melden (de zogenaamde meldingsplicht).
Provincie Noord-Holland De provincie stimuleert en inspireert gemeenten over archeologisch erfgoed, in het bijzonder over de 10 archeologiegebieden die door de provincie zijn aangewezen. Dit zijn gebieden die een bovenregionale archeologische waarde vertegenwoordigen. Archeologische waarden kunnen een belangrijke rol spelen bij het verbeteren van de ruimtelijke kwaliteit. Het Steunpunt Monumenten en Archeologie Noord-Holland ondersteunt gemeenten op het gebied van ruimtelijke ordening en archeologie. De provincie registreert en bewaart alle bodemvondsten in het archeologisch depot in Huis van Hilde.2 Als toetsingskader voor bestemmingsplannen en omgevingsvergunningen gebruikt de provincie Noord-Holland de structuurvisie (Omgevingsvisie NH2050), de Leidraad Landschap en Cultuurhistorie en de Informatiekaart Landschap en Cultuurhistorie (ILC). Tevens dient in bestemmingsplannen rekening te worden gehouden met de provinciale verordening (Omgevingsverordening NH2020). Gemeente Amsterdam De gemeente Amsterdam vindt het belangrijk dat archeologie vroegtijdig in ruimtelijke ordeningsprocessen wordt geïntegreerd. Hiermee worden twee doelen gediend. Ten eerste een efficiënte voortgang en kostenbeheersing van bouwprocessen. En ten tweede een kwalitatief goed en stadsbreed uniform beheer van het archeologische erfgoed.
Op basis van de resultaten uit het archeologisch bureauonderzoek wordt bepaald of in het bestemmingsplan regels met betrekking tot archeologie moeten worden opgenomen. De bescherming van (verwachte) archeologische waarden in een bestemmingsplan wordt geregeld met een omgevingsgunning als bedoeld in artikel 2.1 lid 1 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht. Aan een omgevingsvergunning zijn bouwregels verbonden: die bepalen dat in het belang van de archeologische monumentenzorg de aanvrager van een omgevingsvergunning een archeologisch rapport met selectiebesluit dient te overleggen. Daarnaast kan in het bestemmingsplan worden opgenomen dat een omgevingsvergunning moet worden aangevraagd voor het uitvoeren van aanlegwerkzaamheden. Aan een omgevingsvergunning kunnen voorschriften worden verbonden. Dit houdt in dat aan de vergunning de verplichting wordt gekoppeld om technische maatregelen tot behoud te treffen, om de archeologische resten op te graven of om de werkzaamheden te laten begeleiden door een archeoloog.
bestemmingsplan_Adelaarsweg-Meeuwenlaan (vastgesteld)
blz. 35
De bouwregels en de omgevingsvergunning voor aanlegwerkzaamheden bevatten daarnaast uitzonderingen die duidelijk maken in welke gevallen archeologisch onderzoek niet nodig is. In Amsterdam gelden elf beleidsvarianten, zoals de uitzondering van archeologisch onderzoek bij bodemingrepen kleiner dan 10.000 m2 of ondieper dan de 19de- of 20ste-eeuwse ophogingen. Erfgoed voor de stad Amsterdam is permanent in verandering en ontwikkeling. Erfgoed is een bron van inspiratie en een drijvende kracht bij die ontwikkeling: monumentale gebouwen en archeologische vindplaatsen, maar ook tradities en verhalen bepalen de identiteit en de kwaliteit van de bestaande stad. Omgekeerd dankt erfgoed haar voortbestaan aan verandering en groei. Actuele ontwikkelingen in de economie en het verkeer, in het wonen, de culturele sector, het onderwijs en het sociale domein zijn bepalend voor de toekomst van zowel het materiële als het immateriële erfgoed. Nieuwkomers en zittende bewoners, jonge starters en gevestigde (internationale) bedrijven zoeken steeds opnieuw passende ruimte in de stad. En zorgen voor een vitale mix van wonen, werken en recreëren in de bijzondere buurten en monumentale gebouwcomplexen van Amsterdam. In de Erfgoedagenda (Erfgoed voor de stad, 2016) worden de hoofdlijnen, aandachtspunten en acties voor de komende jaren uiteengezet.
Rode draad is het optimaal inzetten van erfgoed bij de transformatie en groei van de stad. Erfgoed vertegenwoordigt een brede cultuurhistorische, sociaal-maatschappelijke, economische en ook een ecologische waarde. Deze waarden worden kwalitatief en steeds meer ook kwantitatief in beeld gebracht. Via permanent onderzoek ontdekken en duiden architectuurhistorici, bouwhistorici en archeologen de elementen van de stad die het verhaal vertellen van haar ontwikkelingsgeschiedenis. Zij geven aan wat de waarden ervan zijn en waarom. Het voor iedereen vindbaar en begrijpelijk maken van deze kennis wordt steeds belangrijker. De bestaande ruimtelijke kwaliteiten en cultuurhistorische waarden, bepalend voor de identiteit van een gebied, vragen erom te worden ingezet als bron van inspiratie bij ontwikkeling en transformatie. Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie De uitvoering van archeologisch onderzoek is gebonden aan de Beoordelingsrichtlijn Archeologie (BRL SIKB 4000) en daarmee samenhangend de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie (KNA). De KNA gaat uit van een gefaseerde aanpak. Er wordt onder meer onderscheid gemaakt tussen Bureauonderzoek, een Inventariserend Veldonderzoek, en het doen van Opgravingen (Appendix: stroomschema). Het inventariserend veldonderzoek is bedoeld om de resultaten van het bureauonderzoek te toetsen.
Het geeft inzicht in de aanwezigheid en toestand van de archeologische overblijfselen in de bodem. Een opgraving wordt uitgevoerd wanneer er sprake is van een vindplaats met waardevolle archeologische resten. Archeologisch veldonderzoek wordt, afhankelijk van de bodemingreep en de verwachting, voorafgaand aan of tijdens de civieltechnische werkzaamheden (variant archeologische begeleiding) uitgevoerd. Elke onderzoeksfase wordt afgesloten met een selectiebesluit. Hierin wordt vastgesteld welke delen van een plangebied in aanmerking komen voor verder archeologisch onderzoek of voor bescherming en welke delen van het plangebied worden vrijgegeven. Voor archeologisch veldonderzoek is een Programma van Eisen (PvE) vereist. Hierin zijn de kwalitatieve randvoorwaarden en onderzoeksvragen voor het werk vastgelegd. Het vormt de basis voor verdere planning en kostenraming. Het laten opstellen ervan behoort tot de verantwoordelijkheid van de initiatiefnemer van het bouwplan.
Gemeente Amsterdam
blz. 36
5.2.1.2 Plangebied Door M&A is in oktober 2021 een archeologisch bureauonderzoek uitgevoerd (d.d. 10 december 2021), zie bijlage 3. Uit dit onderzoek volgt dat sprake is van een verwachtingskaart voor het plangebied met één zone: Zone A, de Volewijk. De archeologische verwachting is hier laag. In de voormalige buitendijkse polder kunnen sporen voorkomen die verband houden met landgebruik vanaf de 10de eeuw tot de verstedelijking in de 19de eeuw. Ook kunnen huisplaatsen uit de ontginningsperiode aanwezig zijn, maar deze kennen een lage trefkans. Grote delen van de Volewijk zijn naar verwachting verstoord door grootschalig grondverzet in de 20ste en 21ste eeuw. Binnen het plangebied geldt één archeologische beleidszone: Beleidsvariant 11 (terreinen met een lage verwachting die zijn opgehoogd): uitzondering van archeologisch veldonderzoek geldt bij alle bodemingrepen. Voor deze beleidszone is logischerwijs geen dubbelbestemming opgenomen. Voor het gehele onderzoeksgebied geldt conform de Erfgoedwet een meldingsplicht. Indien tijdens de uitvoering van bouwwerkzaamheden vondsten worden gedaan waarvan redelijkerwijs kan worden vermoed dat deze van archeologische waarde zijn, wordt dit aan Monumenten en Archeologie, Gemeente Amsterdam gemeld zodat in overleg met de opdrachtgever maatregelen getroffen worden tot documentatie en berging van de vondsten.
Conclusie Het aspect archeologie vormt geen belemmering voor onderhavig plan. 5.2.2
Cultuurhistorie
5.2.2.1 Kader 5.2.2.1.1
Rijksbeschermd stadsgezicht
Op 3 maart 2014 is Amsterdam-Noord aangewezen als Rijksbeschermd stadsgezicht, in het kader van de Monumentenwet 1988. In het aanwijzingsbesluit staat dat het gebied Amsterdam-Noord van algemeen belang is vanwege zijn historisch-ruimtelijk karakter en dat dit nog voldoende gaaf en herkenbaar is. Het beschermd stadsgezicht richt zich niet op de bescherming van afzonderlijke gebouwen maar op de instandhouding van het geheel van stedenbouwkundige structuur, bebouwing en openbare ruimte. Het beschermd stadsgezicht Amsterdam-Noord omvat de belangrijkste dragers van de historische ontwikkeling die dit gebied in de periode 1850-1940 doormaakte: ten eerste de Waterlandse Zeedijk met de dijkdorpen Schellingwoude, Nieuwendam, Buiksloot en de lintbebouwing Oostzanerdijk; daarnaast het 19e-eeuwse ontwikkelingsgebied, met name de Volewijk en delen van de Nieuwendammer- en Buiksloterhampolder, met het Noordhollands Kanaal als belangrijkste as. Ten slotte de reeks tuindorpen die in de eerste helft van de 20e eeuw binnen deze structuur tot stand kwam, ook wel de ‘20-40 gordel’ van Noord genoemd. De Vogelbuurt valt in deze gordel. De Vogelbuurt is ontstaan in drie fasen met elk een eigen stedenbouwkundige structuur: Spreeuwenpark, Vogelbuurt-Midden en Vogelbuurt-Noord. De Adelaarsweg is van oorsprong de oostelijke zeedijk langs het Noord-hollands Kanaal.
De Meeuwenlaan is een van de oude wegen in de
bestemmingsplan_Adelaarsweg-Meeuwenlaan (vastgesteld)
blz. 37
Volewijk en de Nieuwendammerham. Over de Adelaarsweg reed tussen 1886 en 1923 een stoomtram en ook de Meeuwenlaan heeft tot 1956 een trambaan gekend.3
Het Rijksbeschermd stadsgezicht "Amsterdam-Noord" met blauwe omlijning 5.2.2.2 Plangebied Het plangebied ligt geheel in de Vogelbuurt, die onderdeel is van het Rijksbeschermde stadsgezicht Amsterdam-Noord. In het gebied werd eerste, in de jaren '60, een tijdelijk schoolgebouw gebouwd. Dit tijdelijke gebouw werd in 1985 gesloopt en door nieuwbouw vervangen. Het bestaande schoolgebouw heeft geen ordewaardering gekregen op de Waarderingskaart van Amsterdam omdat het pas later is gebouwd. De cultuurhistorische waarde daarvan is daarom nog niet bekend. Conclusie Aangezien er sprake is van een conserverend bestemmingsplan, zijn er vanuit cultuurhistorisch oogpunt geen belemmeringen geconstateerd voor dit bestemmingsplan.
5.3
Duurzaamheid
5.3.1
Kader
Voor wat betreft duurzaamheid heeft de gemeente Amsterdam de volgende doelstellingen4: 2030 Streeft naar een volledige uitstootvrije stad Heeft een duurzame eigen organisatie Wekt 80% van de elektriciteit die huishoudens gebruiken op uit zonne- en windenergie Gebruiken we 50% minder nieuwe grondstoffen Stoot 55% minder CO2 uit in vergelijking met 1990
Gemeente Amsterdam
blz. 38
2040 Is aardgasvrij 2050 Is klimaatadaptief Heeft alle geschikte daken ingezet voor de opwek van zonne-energie Is klimaatneutraal Is circulair Verder bestaat het aspect "duurzaamheid" binnen de gemeente uit verschillende onderdelen: 1. Klimaatneutraal. Er is een "Routekaart Amsterdam Klimaatneutraal 2050". De Routekaart Amsterdam Klimaatneutraal is een ambitiedocument met een lange termijn visie op de Amsterdamse energietransitie en acties voor de korte termijn. In de Routekaart worden de belangrijkste ingrediënten van de strategie beschreven om samen de overgang van fossiele naar duurzame energie in beweging te zetten en te houden. 2. Duurzame energie. Zo is er de ConceptRES (Regionale Energietransitie) Amsterdam, waarin de ambitie en zoekgebieden van Amsterdam op het gebied van grootschalige opwekking van wind- en zonne-energie voor 2030 wordt beschreven. Daarnaast wordt een eerste schets gegeven van de vraag naar warmte en (potentiële) warmtebronnen. Dit is de inzet van Amsterdam voor het regionale bod dat Noord-Holland Zuid (NHZ) de komende periode in haar Regionale Energiestrategie (RES) gaat opstellen. Deze ‘deelRES’ is dus een tussenproduct dat onderdeel wordt van de Concept RES voor heel NoordHolland Zuid. 3. Aardgasvrij. In de Transitievisie Warmte wordt richting gegeven aan de overstap naar een aardgasvrij Amsterdam.
Op basis van de kennis van nu, gecombineerd met de wensen van de Amsterdamse bewoners en partnerorganisaties, wordt een route door de stad geschetst. Het uitgangspunt is betaalbaarheid. 4. Circulaire economie. In de Strategie Amsterdam Circulair 2020-2025 wordt op hoofdlijnen geschetst waarom en hoe Amsterdam circulair wordt. Hierbij hoort ook het Innovatie- en Uitvoeringsprogramma 2020-2021, de rapportage "De stadsdonut voor Amsterdam" en de Monitor. 5. Schone lucht. Het Actieplan Schone Lucht zet in op het verbeteren van de luchtkwaliteit, zodat de gemiddelde Amsterdammer in 2030 drie maanden langer leeft. De Gemeente neemt daarvoor zoveel mogelijk vervuilingsbronnen weg en ze zet haar energie op de bronnen waar ze de meeste invloed op heeft: het verkeer, de passagiers- en pleziervaart, houtstook en de mobiele werktuigen. De maatregelen in het Actieplan zorgen dat Amsterdam zo snel mogelijk voldoet aan de Europese normen voor luchtkwaliteit. Het Actieplan Schone Lucht leidt met de Agenda Autoluw en het programma smart mobility Amsterdam naar een samenhangendplan voor minder, slimmer en schoon verkeer in Amsterdam. 6. Groen. In de Groenvisie 2020-2050 staan de hoofdlijnen van wat de gemeente vanaf 21 december 2020 tot 2050 gaat doen om een steeds groenere stad te worden.
De Groenvisie is één van de bouwstenen voor de Amsterdamse Omgevingsvisie en input voor de regionale Verstedelijkingsstrategie. 5.3.2
Plangebied
Met dit bestemmingsplan wordt zogezegd de bestaande situatie vastgelegd en worden geen nieuwe ontwikkelingen mogelijk gemaakt. Conclusie Het bestemmingsplan staat het gemeentelijk beleid niet in de weg.
bestemmingsplan_Adelaarsweg-Meeuwenlaan (vastgesteld)
blz. 39
Hoofdstuk 6 6.1
Juridische toelichting
Algemeen
Het juridisch bindende gedeelte van het bestemmingsplan bestaat uit de verbeelding en de regels (zogenaamde planregels). De regels zijn gerelateerd aan de verbeelding, zodat kaart en regels ten alle tijden in onderlinge samenhang dienen te worden bezien en toegepast. Verbeelding De verbeelding heeft een ondersteunende rol voor toepassing van de regels alsmede de functie van visualisering van de bestemmingen. Op de verbeelding hebben alle gronden binnen het plangebied een bestemming gekregen. Binnen een bestemming kunnen nadere aanduidingen zijn aangegeven. Deze aanduidingen hebben slechts juridische betekenis indien, en voor zover, deze in de regels daaraan wordt gegeven. Soms heeft een aanduiding juridisch gezien geen enkele betekenis en is uitsluitend op de verbeelding aangegeven ten behoeve van de leesbaarheid van de kaart (bijvoorbeeld topografische gegevens). De verbeelding vormt samen met de regels het voor de burgers en overheid bindende deel van het bestemmingsplan. Regels De regels bevatten het juridisch instrumentarium voor het regelen van het gebruik van de gronden, bepalingen omtrent de toegelaten bebouwing, regelingen betreffende het gebruik van aanwezige en/of op te richten bouwwerken. De regels zijn onderverdeeld in meerdere hoofdstukken. Per hoofdstuk zullen de diverse bepalingen artikelsgewijs worden besproken.
Toelichting De toelichting heeft géén bindende werking; de toelichting maakt juridisch ook geen onderdeel uit van het bestemmingsplan, maar heeft wel een belangrijke functie bij de weergave en onderbouwing van het plan en ook bij de uitleg van bepaalde bestemmingen en regels. Door de grote flexibiliteit, of beter vrijheid in de regels, kan de rechtszekerheid van belanghebbenden in het gedrang komen. In de toelichting dienen derhalve duidelijk de beleidsintenties te worden aangegeven met betrekking tot het toekomstig grondgebruik. De toelichting heeft echter géén rechtstreeks burgers bindende werking. Van de verschillende bestemmingen wordt kort toegelicht van de gebruiks- en bouwmogelijkheden zijn.
6.2
Artikelsgewijze toelichting
6.2.1
Algemeen
In de bestemmingsomschrijving van de planregels wordt beschreven welke functies binnen de desbetreffende bestemming zijn toegestaan. In de bouwregels wordt weergegeven of en hoe gebouwd mag worden. Daarin wordt in algemene zin geregeld dat er slechts gebouwd mag worden ten behoeve van de bestemming. In de navolgende (sub)leden worden maten zoals oppervlakten en bouwhoogten opgenomen, die betrekking hebben op de toegestane gebouwen en/of bouwwerken geen gebouwen zijnde. In de specifieke gebruiksregels worden nadere bepalingen gegeven omtrent de functies die zijn vermeld in de doeleindenomschrijving. Zo kan bijvoorbeeld de omvang van bepaalde functies beperkt worden, of de situering van functies worden aangewezen. In dit hoofdstuk wordt elk artikel kort toegelicht.
Gemeente Amsterdam
blz. 40
6.2.2
Planregels
6.2.2.1 Inleidende regels Begrippen Dit artikel bevat de definities van begrippen die in dit bestemmingsplan worden gebruikt. Daardoor wordt vermeden dat verschillende interpretaties van begrippen tot verschillen van mening over de regelgeving zouden kunnen leiden. De begripsbepalingen staan, behalve voor de begrippen 'plan' en 'bestemmingsplan' op alfabetische volgorde. Wijze van meten In dit artikel is geregeld op welke manier moet worden gemeten. 6.2.2.2 Bestemmingsplanregels Sport Binnen deze bestemming is ter plaatse van de aanduiding 'speelvoorziening' een openbaar toegestaan. Het gaat hier zogezegd feitelijk om een verhard speelterrein met enkele speelvoorzieningen, een groen speelveld met een omheind gedeelte, een verharde strook en een deel van een speelpleintje. Maatschappelijk Basischoool "De Kinderboom" en het inpandige "Expertisecentrum Uniek" hebben de bestemming Maatschappelijk gekregen. Binnen deze bestemming zijn tevens -conform de bestaande situatiebergingen en andere nevenruimten, erven, speel- en groenvoorzieningen en overige voorzieningen ten behoeve van deze bestemming toegestaan. Verkeer Deze bestemming is opgenomen voor het Albatrospad, gelegen aan de noordzijde van het plangebied. Fiets- en voetpaden zijn toegestaan, evenals bijbehorende functies. Er is gekeken naar de inhoud van de voorheen geldende plannen en de bestaande situatie.
Waarde - Cultuurhistorie Zoals uit 5.2.2.2 volgt, valt het plangebied geheel in de Vogelbuurt, die onderdeel is van het Rijksbeschermde stadsgezicht "Amsterdam-Noord"en is daarom deze bestemming opgenomen. Behoud van de cultuurhistorische- en architectuurhistorische waarden staat bij gronden met deze bestemming voorop. Om die reden is de bestemming primair gemaakt aan de overige aan deze gronden gegeven bestemmingen. Dit betekent dat aanvragen om omgevingsvergunning altijd eerst dienen te worden getoetst aan de regels van de dubbelbestemming. Voor zover de op de verbeelding aangegeven dubbelbestemmingen geheel of gedeeltelijk samenvallen, gelden in de eerste plaats de bepalingen uit dit artikel en in de tweede plaats de bepalingen uit de overige artikelen. Waterstaat - Waterkering De regionale waterkering en de bijbehorende beschermingszone zijn voorzien van een beschermende regeling. Verder is ook in deze bestemming de prioritering van de dubbelbestemmingen opgenomen. 6.2.2.3 Algemene regels Anti-dubbeltelregel Door middel van dit artikel wordt voorkomen dat grond welke betrokken is geweest bij het toestaan van een bouwplan bij de beoordeling van een later bouwplan wederom betrokken is. bestemmingsplan_Adelaarsweg-Meeuwenlaan (vastgesteld)
blz. 41
Algemene aanduidingsregels In dit artikel is vastgelegd dat de gronden ter plaatse van de aanduiding 'geluidzone - industrie' mede zijn bestemd voor het tegengaan van een te hoge geluidsbelasting vanwege het industrieterrein "Johan van Hasseltkanaal Oost", op geluidsgevoelige bestemmingen. Tevens is bepaald dat een toelaatbaar gebouw of uitbreiding daarvan welk kan worden aangemerkt als geluidsgevoelige bestemming, alleen is toegestaan indien de geluidsbelasting vanwege het genoemde industrieterrein op de gevels van het gebouw niet hoger zal zijn dan de daarvoor geldende voorkeurgrenswaarde of een verkregen hogere grenswaarde. Tevens is een regeling opgenomen die afkomstig is uit het bestemmingplan "Grondwaterneutrale kelders" (vastgesteld op 7 oktober 2021), dat is opgesteld vanwege de negatieve gevolgen van kelderbouw. Het bestemmingsplan "Grondwaterneutrale kelders" dient dat te voorkomen. Voor verdere uitleg wordt verwezen naar de toelichting van dat bestemmingsplan. Algemene bouwregels In deze regel wordt geregeld dat bepaalde overschrijdingen van de bouwregels zijn toegestaan. Algemene gebruiksregels In dit artikel is aangegeven wat in ieder geval als strijdig gebruik wordt aangemerkt. Algemene afwijkingsregels Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen in afwijking van het bestemmingsplan.
In deze regeling zijn de algemene ondergeschikte afwijkingsmogelijkheden opgenomen zodat enige flexibiliteit mogelijk wordt gemaakt ten aanzien van de regels. Dit zal maatwerk zijn per situatie waarbij de belangen van het betrokken geval dienen te worden afgewogen. Overige regels In deze regels is een dynamische verwijzing naar het geldende parkeerbeleid voor auto's en fietsen opgenomen. Hierdoor kan de gemeente een bouwplan bij de vergunningverlening toetsen aan het parkeerbeleid. De parkeernormen zelf zijn niet in het bestemmingsplan opgenomen. Het voordeel van een dynamische verwijzing is dat bestemmingsplan niet hoeft te worden aangepast indien het parkeerbeleid gedurende de looptijd van dit bestemmingsplan wijzigt. 6.2.2.4 Overgangs- en slotregels Overgangsrecht In dit artikel wordt geregeld dat legale bouwwerken mogen worden behouden of legaal gebruik mag worden voortgezet vanaf het moment dat het plan rechtskracht heeft verkregen ondanks dat de bebouwing of het gebruik niet (langer) overeenkomt met de regels die in dit bestemmingsplan worden gegeven. Het opnemen van een dergelijke regeling is voorgeschreven vanuit het Besluit ruimtelijke ordening. Slotregel Dit wordt ook wel de citeerbepaling genoemd. Hierin wordt aangegeven hoe het bestemmingsplan genoemd is.
Gemeente Amsterdam
blz. 42
bestemmingsplan_Adelaarsweg-Meeuwenlaan (vastgesteld)
blz. 43
Hoofdstuk 7 7.1
Economische uitvoerbaarheid
Kader
Bij het opstellen van een bestemmingsplan dient de financieel-economische haalbaarheid van het plan aangetoond te worden. Dit om te voorkomen dat recht gaat gelden dat niet realistisch blijkt te zijn. Daarnaast moet op grond van artikel 6.12, lid 1, van de Wet ruimtelijke ordening (Wro) voor een bestemmingsplan een exploitatieplan worden vastgesteld indien er sprake is van een 'bouwplan'. Artikel 6.2.1 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) beschrijft wat een 'bouwplan' is. De raad kan bij een besluit tot vaststelling van een bestemmingsplan, besluiten geen exploitatieplan vast te stellen, wanneer: het verhaal van kosten van de grondexploitatie over de in het plan begrepen gronden anderszins verzekerd is (art. 6.12 Wro); er geen kosten te verhalen zijn (art 6.2.1a Bro). Deze wetgeving is erop gericht dat de overheid kosten kan verhalen die gemaakt worden naar aanleiding van een bouwplan. Indien er geen kosten gemaakt worden, hoeven deze ook niet verhaald te worden.
7.2
Plangebied
Het bestemmingsplan maakt geen nieuwe ontwikkelingen mogelijk en zet de bestaande situatie voort. Er is daarom geen aanleiding tot het vaststellen van een exploitatieplan. Zoals in elk bestemmingsplan is het mogelijk om binnen bestaande bebouwingscontouren sloop-nieuwbouwplannen te ontwikkelen. In die gevallen, voor zover zij zich zullen voordoen, zijn er echter geen kosten voor de gemeente, waardoor kostenverhaal niet aan de orde is. Conclusie De financieel-economische uitvoerbaarheid is niet in het geding. Vanwege het ontbreken van nieuwe ontwikkelingen is kostenverhaal niet aan de orde en hoeft er geen exploitatieplan te worden opgesteld.
Gemeente Amsterdam
blz. 44
bestemmingsplan_Adelaarsweg-Meeuwenlaan (vastgesteld)
blz. 45
Hoofdstuk 8 8.1
Maatschappelijke uitvoerbaarheid
Inspraak
Er heeft geen inspraak op grond van de inspraakverordening plaatsgevonden op het voorontwerpbestemmingsplan. Artikel 2 van de inspraakverordening geeft aan dat er geen inspraak verleend wordt op bestemmingsplannen (voorbereiding van besluiten waarop de uitgebreide voorbereidingsprocedure van afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing is verklaard). Aangezien er sprake is van een conserverend bestemmingsplan waarbij geen nieuwe ontwikkelingen mogelijk worden gemaakt, wordt de mogelijkheid tot het indienen van zienswijzen voldoende geacht in het kader van participatie.
8.2
Vooroverleg
In overeenstemming met het bepaalde in artikel 3.1.1 van het Besluit ruimtelijke ordening is het concept ontwerpbestemmingsplan voorgelegd aan de volgende instanties: Provincie Noord-Holland Stadsdeel Noord gemeente Amsterdam Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier Waternet Bureau M&A gemeente Amsterdam Omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied Veiligheidsregio Amsterdam-Amstelland Van onderstaande instanties is een reactie ontvangen: Provincie Noord-Holland Stadsdeel Noord gemeente Amsterdam Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier Waternet Bureau M&A gemeente Amsterdam Veiligheidsregio Amsterdam-Amstelland De ingebrachte overlegreacties zijn opgenomen in de Nota van beantwoording vooroverleg, die als bijlage 4 bij deze toelichting is gevoegd.
8.3
Zienswijzen
Het ontwerpbestemmingsplan heeft met ingang van 9 juni 2022 zes weken ter inzage gelegen. Er zijn geen zienswijzen ontvangen.
Gemeente Amsterdam
blz. 46
bestemmingsplan_Adelaarsweg-Meeuwenlaan (vastgesteld)
blz. 47
Eindnoten
1. Stb. 2020, 204. 2. Bron: https://www.noord-holland.nl/Onderwerpen/Cultuur_en_Erfgoed/Archeologie 3. Toelichting bij het aanwijzingsbesluit van het Rijksbeschermd Stadsgezicht "Amsterdam-Noord", p. 22-25. 4. Bron: https://www.amsterdam.nl/bestuur-organisatie/volg-beleid/duurzaamheid/
Gemeente Amsterdam