A - 18 Jeugd(zorg) (33) 2 Bekendmaking Nadere regels op de zorg voor de jeug
Tekst van het document
Opmerkingen voor publicatie: Te publiceren in: Uiterlijk bekendmaken op: Niet eerder bekendmaken dan op: Consolideren op overheid.nl Gevolgen voor de werking van een andere regeling: Externe informatieve bijlage voor de leesbaarheid: Andere bijzonderheden:
Gemeenteblad 31 december 2021 n.v.t. Ja Nadere regels op de zorg voor de jeugd Amsterdam 2021 n.v.t. Kan pas bekend gemaakt worden en in werking treden na bekendmaking en inwerkingtreding van de Verordening van de raad van de gemeente Amsterdam tot wijziging van de Verordening op de zorg voor de jeugd Amsterdam 2021 in verband met het integreren specialistische- en hoogspecialistische jeugdhulp en enkele technische wijzigingen
Besluit van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Amsterdam houdende regels over jeugdhulp (Nadere regels op de zorg voor de jeugd Amsterdam 2022) Het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam, gelet op artikel 156, derde lid van de Gemeentewet en de Verordening op de zorg voor de jeugd Amsterdam 2021, besluit: In te trekken de Nadere regels op de zorg voor de jeugd Amsterdam 2021 en vast te stellen de Nadere regels op de zorg voor de jeugd Amsterdam 2022
Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen Artikel 1.1 Begripsbepalingen In deze nadere regels wordt verstaan onder: -
-
crisissituatie: een acute ernstige verstoring van het alledaagse functioneren van de jeugdige met als gevolg het ontstaan van een direct onhoudbare situatie in het thuismilieu of de woonsituatie. gebruikelijke hulp: hulp die mensen elkaar normaal gesproken geven als zij een gezin vormen of samenleven; multiprobleemgezin: een gezin met problemen op meerdere leefgebieden (wonen, inkomen, opvoeden, relatie, gezondheid); specialistische jeugdhulp: individuele voorzieningen voor jeugdhulp zoals bedoeld in artikel 3.1 van de verordening. verordening: Verordening op de zorg voor de jeugd Amsterdam 2021;
Hoofdstuk 2 Individuele voorzieningen Artikel 2.1 Besluit 1. Een jeugdige kan tegelijkertijd één besluit hebben voor specialistische jeugdhulp , behalve als sprake is van een crisissituatie. 2. In het besluit tot toekenning van specialistische jeugdhulp wordt vastgelegd: a. dat er een individuele voorziening wordt verstrekt in natura;
b. op welke hulpvragen en/of beoogde resultaten zoals verwoord in het integraal plan de individuele voorziening is gericht; c. in geval van een persoonsgebonden budget de hoogte van het budget en hoe deze is berekend. 3. Het besluit tot toekennen van specialistische jeugdhulp wordt afgegeven: a. als het gaat om zorg in natura, met een geldigheidsduur tot het moment waarop de betrokken jeugdhulpaanbieder de jeugdhulp heeft beëindigd en het college hiervan op de hoogte heeft gesteld; b. als het gaat om een persoonsgebonden budget: met een in het besluit vastgestelde geldigheidsduur. 4. Het besluit kan ingetrokken worden, wanneer de jeugdhulpaanbieder niet binnen zes maanden na het afgeven van het besluit gestart is met de zorg. 5. Het besluit wordt genomen: a. indien er overeenstemming is tussen het lokale team en de jeugdige en/of zijn ouders over de in te zetten specialistische jeugdhulp, direct na de ondertekening van het integraal plan door beide partijen; b. indien er geen overeenstemming is tussen het lokale team en de jeugdige en/of zijn ouders over de in te zetten specialistische jeugdhulp – het betreft dan een weigeringsbesluit – , binnen vijf werkdagen na ontvangst van het eenzijdig door de jeugdige en/of zijn ouders ondertekende integraal plan; c.
indien een gesprek en integraal plan op grond van artikel 3.5 derde lid van de verordening niet nodig is, binnen drie werkdagen na het verzoek om toewijzing van de jeugdhulpaanbieder. 6. In de volgende gevallen verstrekt het college een beschikking: a. bij verstrekking van een pgb; b. bij een besluit zoals beschreven in lid 5b van dit artikel; c. bij een verzoek van de jeugdige of zijn ouders om een beschikking te ontvangen. Artikel 2.2 Verlening jeugdhulp 1. De betrokken jeugdhulpaanbieder stelt op basis van het integraal plan en daarin geformuleerde resultaten samen met de jeugdige en ouders een behandelplan op en zet de benodigde hulp in. De aanbieder betrekt hierbij waar nodig andere jeugdhulpaanbieders. 2. Specialistische jeugdhulp waarin sprake is van een crisissituatie kan gestart worden voorafgaand aan het besluit van het college. Artikel 2.3 Herbeoordelen 1. Het college kan de noodzaak van de voortzetting van specialistische jeugdhulp periodiek laten herbeoordelen door het lokale team. 2. Een herbeoordeling zoals bedoeld in het eerste lid, vindt in ieder geval plaats in de volgende situaties: a. de ouders en / of jeugdige geven aan het lokale team aan dat de hulpvraag wezenlijk is gewijzigd; b. de aanbieder van specialistische jeugdhulp geeft aan het lokale team aan dat de hulpvraag wezenlijk is gewijzigd. Artikel 2.4 Dyslexiezorg 1.
Een jeugdige komt in aanmerking voor diagnostiek of behandeling van enkelvoudige ernstige dyslexie, indien: 2
a. de jeugdige zeven jaar of ouder is, maar de leeftijd van 13 jaar nog niet heeft bereikt en op het primair onderwijs (basisonderwijs) zit, en; b. de basisschool de stappen doorlopen heeft zoals beschreven in de landelijke protocollen Leesproblemen en Dyslexie en daarbij is voldaan aan de landelijke criteria voor vergoede dyslexiezorg aan leerlingen met ernstige enkelvoudige dyslexie. Artikel 2.5 Criteria jeugdhulp Specialistische jeugdhulp wordt niet toegekend voor zover er sprake is van gebruikelijke hulp. Artikel 2.6 Kwaliteitseisen toegang lokale teams 1. Het besluit tot inzet van specialistische jeugdhulp wordt genomen door een gemandateerde professional van het lokale team op basis van het gesprek met de jeugdige en/of zijn ouders en overleg met tenminste één andere professional van het lokale team. 2. De in het eerste lid bedoelde professionals beschikken over de relevante deskundigheid volgens landelijke professionele richtlijnen om de vermoedelijke diagnose te bepalen die criterium is voor de betreffende zorgcategorie, andere vermoedelijke diagnoses uit te sluiten of prioritering van behandeling te kunnen bepalen. 3. Bij meer complexe situaties wordt zo nodig meer gespecialiseerde deskundigheid geconsulteerd buiten het lokale team. Artikel 2.7 Toegangsproces 1.
Als er een ondersteuningsbehoefte is op verschillende levensgebieden die een directe relatie heeft met de hulpvraag voor specialistische jeugdhulp en het lokale team niet eerder betrokken is, dan betrekt de jeugdhulpaanbieder het lokale team bij het opstellen van het integraal plan. 2. Het lokale team bepaalt in overleg met de ouders en jeugdige de ingangsdatum van het besluit.
Hoofdstuk 3 Slotbepalingen Artikel 3.1 Intrekken oude nadere regels De Nadere regels op de zorg voor de Jeugd Amsterdam 2021 worden ingetrokken. Artikel 3.2 Inwerkingtreding Deze nadere regels treden in werking op 1 januari 2022. Artikel 3.3 Citeertitel Deze nadere regels worden aangehaald als: Nadere regels op de zorg voor de jeugd Amsterdam 2022. Aldus vastgesteld in de vergadering van 12 oktober 2021 De burgemeester Femke Halsema De gemeentesecretaris Peter Teesink
3
Bijlage 1: Toelichting
Toelichting Algemeen deel De nadere regels bieden een uitwerking van specifieke bepalingen in de verordening. Soms gaat het om een ‘kan-bepaling‘ in de verordening. Niet in al deze gevallen is er al voor gekozen om deze nadere regels ook daadwerkelijk in te vullen: verordening artikel 3.2 tweede lid (afbakening en doelgroep dyslexiezorg): ingevuld met artikel 2.4 in de nadere regels; verordening artikel 3.3, derde lid (overige individuele voorzieningen jeugdhulp): vooralsnog niet ingevuld in de nadere regels; verordening artikel 3.4, zevende lid (toegangsproces): ingevuld met artikel 2.7 in de nadere regels; verordening artikel 3.4 achtste lid (periodieke herbeoordelingen): ingevuld in artikel 2.3 van de nadere regels; verordening artikel 3.5 achtste lid (inhoud en wijze waarop het gesprek gevoerd wordt): vooralsnog niet ingevuld. verordening artikel 3.6, tweede lid (afwegingscriteria): ingevuld in artikel 2.5 van de nadere regels; verordening artikel 3.7, derde lid (werkwijze poortwachter dyslexie): vooralsnog niet ingevuld; verordening artikel 3.8, tweede lid (aanvraag overige individuele voorziening jeugdhulp): vooralsnog niet ingevuld; verordening artikel 3.14, derde lid (toezichthouder): vooralsnog niet ingevuld. Artikelsgewijze toelichting
Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen
Artikel 1.1 Begripsbepalingen Gebruikelijke hulp Gebruikelijke hulp is opgenomen om een nadere invulling te geven aan de eigen kracht, zoals bedoeld in artikel 3.6 van de verordening. Multiprobleemgezin Een multiprobleemgezin is hier gedefinieerd als een gezin met weinig zelfredzaamheid en problemen op meerdere leefgebieden (wonen, inkomen, opvoeden, relatie, gezondheid). De aanwezigheid van problemen op meerdere domeinen alleen is dus niet bepalend. Pas als het gezin niet de eigen kracht heeft om deze problemen het hoofd te bieden, spreken we van een multiprobleemgezin.
Hoofdstuk 2 Individuele voorzieningen Artikel 2.1 Besluit Het uitgangspunt is om in samenspraak tussen jeugdige en zijn ouders, de medewerker van het lokaal team en de te betrekken jeugdhulpaanbieder te komen tot een besluit. Bij de totstandkoming van dit besluit zijn vaak ook het eigen netwerk van de jeugdige en zijn ouders betrokken, omdat ook zij een rol spelen. In deze nadere regels is opgenomen wat de route (toegangsproces) is tot het komen van een besluit en wanneer er een besluit wordt genomen. Op het moment dat de jeugdige en zijn ouders en het lokale team er niet uitkomen, kan er door de jeugdige en/of zijn ouders en plan worden ingediend dat dient als aanvraag. Op basis hiervan wordt dan door het lokale team een besluit genomen en op schrift gesteld, met daarop vervolgens de mogelijkheid om gebruik te maken van de juridische instrumenten van bezwaar en beroep.
4
Tweede lid Beschikking en het besluit zijn termen vanuit de Algemene wet bestuursrecht. Een besluit is een schriftelijke beslissing van een bestuursorgaan, inhoudende een publiekrechtelijke rechtshandeling. Van een beschikking is sprake als een besluit van individuele en concrete strekking is. Om deze reden worden besluiten genomen in het kader van de Jeugdwet in een beschikking verwoord. In het besluit wordt vastgelegd of er sprake is van specialistische jeugdhulp en wat de beoogde resultaten zijn (of als dit niet mogelijk is op welke hulpvraag de individuele voorziening is gericht. De inhoud van het besluit (beschikking) is beperkt. Hiermee wordt ook voorkomen dat te veel privacygevoelige gegevens in de gemeentelijke beschikkingenadministratie vast komen te liggen. De keuze voor een bepaalde aanbieder ligt niet vast in het besluit. In een besluit voor het toekennen van een persoonsgebonden budget (Pgb) is ook altijd de hoogte van het persoonsgebonden budget en hoe dit berekend is opgenomen. Derde lid, onderdeel a Het besluit voor zorg in natura wordt in de regel afgegeven voor onbepaalde tijd. Dat wil zeggen dat bij het afgeven van het besluit de duur niet vaststaat. De gecontracteerde jeugdhulpaanbieder moet (binnen de afspraken die daarover in het contract gesteld zijn) hulp kunnen inzetten zo lang als nodig is om het beoogde resultaat te bereiken.
De geldigheidsduur van het besluit eindigt als het jeugdhulptraject (met wederzijdse instemming) is beëindigd. De jeugdhulpaanbieder brengt de gemeente hiervan op de hoogte middels het stop-zorgbericht. Dit is contractueel vastgelegd. Derde lid, onderdeel b Pgb-besluiten worden wel altijd met een beperkte geldigheidsduur afgegeven. De systematiek van het stop-zorgbericht bestaat niet in het Pgb, waardoor een besluit zonder einddatum eindeloos door zou blijven lopen. Het lokale team bepaalt in goed overleg met de jeugdige en zijn ouders hoe lang het besluit geldig zou moeten zijn (bijvoorbeeld één of meerdere jaren). Als een langere periode afgesproken wordt, zullen in de regel afspraken gemaakt worden over tussentijdse evaluatiegesprekken om te bepalen of de hulp nog steeds nodig en passend is. Vierde lid Wanneer bij het afgeven van een besluit nog niet bekend is welke jeugdhulpaanbieder betrokken wordt, dient de jeugdige en/of zijn ouders binnen zes maanden een jeugdhulpaanbieder te vinden, zich daar te melden en de jeugdhulpaanbieder gestart te zijn met de zorg. De jeugdhulpaanbieder meldt de start van de zorg aan de gemeente. Wanneer de jeugdhulpaanbieder niet binnen zes maanden gestart is, kan het besluit ingetrokken worden.
De gemeente is van mening dat na die periode de omstandigheden binnen het gezin dusdanig gewijzigd kunnen zijn dat een nieuw gesprek noodzakelijk is om de ondersteuningsbehoefte opnieuw vast te stellen. Ook wordt hiermee voorkomen dat besluiten die niet ‘verzilverd‘ worden eindeloos open blijven staan. Het gaat hier om een kan-bepaling, omdat er ook bijzondere omstandigheden denkbaar zijn waarin de termijn van zes maanden overschreden wordt en een nieuw besluit toch niet nodig is. Vijfde lid, onderdeel a Als de jeugdige en zijn ouders en de professional van het lokale team het eens zijn over de inhoud van het integraal plan bekrachtigen zij dit door ondertekening van het integraal plan. Op dat moment is er ook overeenstemming over de in te zetten specialistische jeugdhulp, indien van toepassing, en kan de beschikking snel afgegeven worden. Vijfde lid, onderdeel b Wanneer de jeugdige en/of zijn ouders en het lokale team geen overeenstemming kunnen bereiken over de inhoud van het integraal plan en de noodzaak of de aard van de inzet van specialistische jeugdhulp, dienen zij een aanvraag tot een individuele voorziening in de vorm van 5
een door hen eenzijdig ingevuld integraal plan. Het lokale team besluit dan binnen vijf werkdagen op deze aanvraag. In de regel gaat het dan om een weigeringsbesluit. Vijfde lid, onderdeel c Bij een verwijzing van een huisarts, jeugdarts, of medisch specialist naar specialistische jeugdhulp en in crisissituaties is een gesprek met het lokale team niet verplicht is. In die gevallen maakt de jeugdhulpaanbieder zich via een verzoek om zorgtoewijzing bekend bij de gemeente. Op basis van dit verzoek (JW315) wijst de gemeente dan de jeugdhulpaanbieder de zorg toe (via een JW301bericht). De facto neemt het college hiermee een besluit over de inzet van specialistische jeugdhulp. Er is in die gevallen geen integraal plan opgesteld in samenspraak met het lokale team. Zesde lid In de reguliere route is de beschikking onderdeel van het integraal plan. NB Het integraal plan is niet in zijn totaliteit een beschikking. In een aantal gevallen is het noodzakelijk om een aparte beschikking af te geven. In dit lid zijn deze gevallen beschreven. Als het een beschikking op verzoek betreft gaat het in de regel om een huisartsverwijzing die bekrachtigd wordt in de vorm van een beschikking. Artikel 2.2 Verlening jeugdhulp Eerste lid Centraal in het bieden van jeugdhulp staat het integraal plan. Dit plan vormt de basis voor de jeugdhulpaanbieder om hulp te bieden.
Dit doet de aanbieder op basis van een behandelplan. De jeugdhulpaanbieder kan waar nodig andere jeugdhulpaanbieders te betrekken om zo er voor te zorgen dat de resultaten uit het integraal plan behaald worden. Tweede lid Een individuele jeugdhulpvoorziening kan in crisissituaties starten zonder dat samen met het lokale team een integraal plan is opgesteld. Artikel 2.3 Herbeoordelen Eerste lid Specialistische jeugdhulp wordt niet toegekend met een einddatum. In dit lid is geregeld dat het college (de facto het lokale team) de noodzaak van de voortzetting van de specialistische jeugdhulp periodiek kan herbeoordelen. Tweede lid In dit lid zijn twee momenten opgenomen wanneer er in ieder geval een herbeoordeling plaatsvindt. De formulering wezenlijke wijziging is niet nader gespecificeerd, maar impliceert dat er in ieder geval een dermate grote wijziging is dat het besluit en het daarin opgenomen resultaat aangepast moet worden. Artikel 2.4 Dyslexiezorg De hier opgenomen afbakening van de doelgroep van ernstige enkelvoudige dyslexie komt overeen met de huidige praktijk en professionele (landelijke) normen.
Artikel 2.5 Criteria jeugdhulp In de verordening is in artikel 3.6 opgenomen dat specialistische jeugdhulp wordt toegekend voor zover de jeugdige op eigen kracht, of met zijn ouders of andere personen uit zijn naaste omgeving, geen afdoende oplossing voor zijn ondersteuningsvraag kan vinden. Bij de beoordeling of sprake is van een afdoende oplossing, wordt in elk geval rekening gehouden met de te bieden gebruikelijke hulp. Er wordt verwacht dat mensen elkaar hulp geven als zij een gezin vormen of samenleven. De gemeente werkt in beleidsregels uit hoe ze omgaat met het beoordelen van de vraag of er al dan 6
niet sprake is van gebruikelijke hulp. Voor gebruikelijke hulp geldt wel dat ouders dit aan hun kind moeten kunnen geven. Als ouders bijvoorbeeld zelf een beperking hebben kan het zijn dat ze niet in staat zijn de gebruikelijke hulp te bieden die voor ouders zonder beperking wel van toepassing zou zijn. Daarbij geldt ook dat als ouders meer doen dan gebruikelijk er niet vanzelfsprekend specialistische jeugdhulp wordt ingezet. Van ouders wordt verwacht dat zij vanuit eigen kracht doen wat binnen hun mogelijkheden ligt, waarbij gebruikelijke hulp wordt gezien als een ondergrens. Artikel 2.6 Kwaliteitseisen toegang lokale teams In dit artikel is geregeld dat een oordeel of, en zo ja, welke, specialistische jeugdhulp nodig is binnen het lokaal team altijd genomen wordt na multidisciplinair overleg waarbij die disciplines betrokken worden die gezien de hulpvraag het meest aangewezen zijn. Zo nodig wordt ook aan experts buiten het lokaal team om advies gevraagd. Dit alles binnen de geldende professionele standaarden. Artikel 2.7 Toegangsproces Eerste lid Het kan zijn dat een jeugdige jeugdhulp ontvangt zonder dat er een integraal plan aanwezig is, bijvoorbeeld omdat de jeugdige is verwezen door een huisarts. Mocht de jeugdhulpaanbieders signaleren dat er een ondersteuningsbehoefte is op meerdere levensgebieden, dan betrekt de jeugdhulpaanbieders het lokale team.
Op deze manier kan er breed gekeken worden naar de ondersteuningsbehoefte. Het betrekken van het lokale team gebeurt in overleg met ouders en jeugdige. Tweede lid Het is belangrijk dat ouders en jeugdigen weten wat de ingangsdatum is van het besluit. De aanbieder bepaalt in overleg met de ouders en jeugdige vervolgens wat de startdatum van de zorg is. Waar nodig wordt overbruggingszorg ingezet.
Hoofdstuk 3 Slotbepalingen
Artikel 3.1 Intrekken oude nadere regels De oude nadere regels worden ingetrokken. Artikel 3.2 Inwerkingtreding Spreekt voor zich. Artikel 3.3 Citeertitel De nadere regels krijgen de naam: Nadere regels op de zorg voor de jeugd Amsterdam 2022.
7