A - 17 Woningbouw (20) 3. Raadsinformatiebrief uitvoering Woningbouwplan 202
Tekst van het document
Raadsinformatiebrief
Aan:
Portefeuillehouder: Behandeld door
Gemeenteraad van Amsterdam 6 april 2023 Woningbouw Reinier van Dantzig Grond en Ontwikkeling (h.wildenberg@amsterdam.nl)
Onderwerp
Uitvoering Woningbouwplan 2022-2028
Datum Portefeuille
Geachte leden van de Gemeenteraad, Het Woningbouwplan 2022-2028 vormt het overkoepelende plan van het college, waarin zowel huidige aanpak als nieuwe acties en voorstellen staan om onze woningbouwbouwambities uit te voeren. De komende jaren blijven we streven naar 7.500 nieuwe woningen per jaar, zoals in het coalitieakkoord is afgesproken. De verhouding 40-40-20 is daarbij het uitgangspunt. Alle acties en voorstellen in het Woningbouwplan hebben als doel om woningbouwproductie te stimuleren, met in achtneming van onze volkshuisvestelijke ambities. Middels woningbouwproductie voorzien we in de grote vraag naar woningen én bevorderen we doorstroming. Middels deze brief informeer ik u over de uitvoering van het Woningbouwplan 2022-2028 en beantwoord ik aanvullende vragen die gesteld zijn naar aanleiding van de Raadscommissievergadering d.d. 22 maart 2023. De beantwoording van technische vragen en/of vragen die de reikwijdte van het Woningbouwplan te buiten gaan, ontvangt u als bijlage bij deze brief. Aan de hand van de verschillende acties licht ik de stand van zaken toe. Hierbij is de volgorde uit het Woningbouwplan aangehouden. 1. Verbeteracties Vereveningsfonds (VEF) Als gevolg van de hoge inflatie en verslechtering van de ruimte in het VEF, is gezocht naar financiele verbeteringen van de grondexploitaties.
Over deze acties wordt gerapporteerd in het kader van het Meerjarenperspectief Grondexploitaties (MPG). Volgens de huidige planning wordt het MPG 2023 op 11 april en 24 mei in respectievelijk het College van B&W en de Raadscommissie Ruimtelijke Ordening (RO) besproken. Vragen van CDA: Waarom onttrekt de gemeente geld uit dit fonds om andere dingen mee te doen dan waar het voor bedoeld is? Kan de wethouder toezeggen dat er zolang de begroting in het vereveningsfonds niet dekkend is (er dus sprake van tekort is voor de woningbouwplannen) er géén geld uit het fonds gehaald wordt? Indien nee, kan de wethouder de harde toezegging doen dat het bedrag dat aan het vereveningsfonds onttrokken wordt in deze collegeperiode niet zal toenemen zolang het vereveningsfonds onvoldoende middelen bezit om alle plannen van de gemeente op woningbouw te realiseren? Zo nee, waarom niet? Hoe prioriteert de gemeente woningbouw dan, als er steeds andere dingen voor gaan?
Gemeente Amsterdam, raadsinformatiebrief
6 april 2023 Pagina 2 van 9
Antwoord De gemeentefinanciën staan onder druk. Het college maakt een integrale afweging wat betreft de verdeling van – helaas beperkte - gemeentelijke middelden. Naast woningbouw zijn er nog meer prioriteiten. Ik kan u geen toezeggingen doen over uitnamen uit het Vereveningsfonds. Om de gebiedsontwikkeling voort te zetten is voldoende ruimte in het fonds uiteraard van belang. 2. Inzet op rijksmiddelen De inzet van gemeentelijke capaciteit op het aanvragen van rijkssubsidies wordt voortgezet. Deze inzet betaalt zich uit. November 2022 is bekend gemaakt dat het Rijk – vanuit het Meerjarenprogramma Infrastructuur, Ruimte en Transport (MIRT) - € 1,3 miljard investeert in de Metropoolregio Amsterdam (MRA), waarvan circa € 380 miljoen in Amsterdam. In december 2022 is bekend geworden dat Ansterdam - vanuit de regeling Woningbouwimpuls (Wbi) - een bijdrage van totaal € 32 miljoen krijgt. Ondanks de forse bijdragen voor infrastructuur is de ‘financiële puzzel’ in veel gevallen niet helemaal gelegd. Bij de bijdragen vanuit het Rijk wordt ook uitgegaan van een hoge eigen bijdrage. En het budget voor de Wbi wordt gevoed met uitnamen uit het gemeentefonds. De lobby voor structurele rijksmiddelen om de enorme woningbouwopgave aan te kunnen, wordt dan ook voortgezet. Hiernaast wordt ingezet op maatregelen om ook op de korte termijn de woningbouwproductie op peil te houden.
Op 23 maart 2023 is, namens de gemeenten Den Haag, Eindhoven, Rotterdam, Utrecht en Amsterdam, een brief gestuurd aan minister De Jonge met het verzoek twee tijdelijke maatregelen in te voeren. Deze maatregelen betreffen de invoering van een: Bouwstartpremie: een financiële prikkel die net voor dat benodigde zetje zorgt om toch te starten met de bouw van een woningbouwproject. Bouwgarantie: een garantstelling van het Rijk waardoor toch gestart kan worden met de bouw als het gebruikelijke voorverkooppercentage – of voorverhuurpercentage - nog niet is gehaald. Vraag van CDA Als de gemeente geld uit het vereveningsfonds haalt voor algemene middelen, vervolgens te weinig geld overhoudt voor de woningbouwplannen, waarom vindt de gemeente dan dat het Rijk financieel bij moet springen? Moet de gemeente niet haar eigen broek ophouden? Antwoord Zonder rijksbijdragen kan Amsterdam de grote bouwopgave niet waarmaken. Bijdragen vanuit het Rijk zijn noodzakelijk om te kunnen blijven bouwen aan een complete stad. Het gaat hierbij voor een groot deel om tekorten op grootschalige investeringen in infrastructuur en mobiliteit. Deze investeringen zijn nodig om woningbouw überhaupt mogelijk te maken, en worden sowieso niet – of slechts deels - gedekt vanuit het Vereveningsfonds. 3.
Aanvullen planvoorraad Per 1 januari 2023 omvat de planvoorraad voor de periode 2023 t/m 2027 bijna 62.000 woningen. De planvoorraad voor de eerste vier jaar is goed op niveau en biedt perspectief op een productie van gemiddeld 7.500 woningen per jaar. Dat op termijn de planvoorraad moet worden aangevuld, is een gebruikelijk beeld. Het aanvullen van de planvoorraad met nieuwe woningbouwlocaties wordt meegenomen in de gemeentelijke Ontwikkelstrategie. In deze strategie wordt uitgewerkt
Een routebeschrijving vindt u op amsterdam.nl
Gemeente Amsterdam, raadsinformatiebrief
6 april 2023 Pagina 3 van 9
hoe de stad op verantwoorde wijze door kan groeien. De Ontwikkelstrategie bestrijkt de middellange termijn tot 2035. De planning is om vóór het zomerreces 2023 te starten met het inspraaktraject voor deze strategie. Naar verwachting zal eind 2023 besluitvorming door de Gemeenteraad plaatsvinden. 4. Invoering tijdelijke marktmaatregel. Op 29 november 2022 heeft het college besloten om bestaande grondprijsafspraken aan te passen door de indexering in 2023 te beperkten tot 5 procent in plaats van de CPI-index (‘de inflatie’). De maatregel geldt voor overeenkomsten die afgesloten zijn vanaf 1 januari 2020 – en waarvan het erfpachtrecht nog niet is ingegaan of is gewijzigd – en geldt voor nieuwe overeenkomsten. Deze tijdelijk maatregel heeft als einddatum 1 januari 2024. 5. Uitgangspunt 40-40-20 / passend woningbouwprogramma Middels woningbouw met als uitgangspunt 40-40-20 wordt bijgedragen aan een ongedeelde stad. Bestuurlijk kan onderbouwd de keuze worden gemaakt om in bepaalde gebieden af te wijken van de 40-40-20. En als een corporatie in een transformatiegebied of transformatieproject de sociale huur afneemt, is 30-40-30 mogelijk. Deze afwijking hoeft niet op een andere kavel in het gebied gecompenseerd te worden. Met het vaststellen van het Woningbouwplan zijn deze uitgangspunten (her)bevestigd. Vraag van CDA Goed dat de gemeente zich flexibeler gaat opstellen.
Goed dat 40-40-20 niet langer heilig is, maar slechts een uitgangspunt. Waarom komen er dan maar liefst 11 ingewikkelde spelregels om 40-40-20 te handhaven? Hoe gaan deze 11 spelregels de woningbouw versnellen? Antwoord Het uitgangspunt 40-40-20 is en blijft belangrijk voor dit college. De toevoeging “slechts” is niet correct. Verder zijn er geen nieuwe spelregels. De spelregels Woningbouwprogrammering worden al sinds 2017 gehanteerd, zijn in de praktijk niet ingewikkeld en geven helderheid aan de uitvoering van het uitgangspunt 40-40-20. Middels deze spelregels is de voortgang van de productie juist geborgd. 6. Sociale koop In het Woningbouwplan staan verschillende acties die sociale koop betreffen: Spelregel 5 van de spelregels Woningbouwprogrammering is aangepast zodat er ook bij projecten met minder dan 800 woningen binnen de categorie ‘40% middensegment’ ruimte is voor sociale koop, tot maximaal 25% van het middensegmentprogramma. De grens voor sociale koopwoningen is verhoogd van € 324.000 naar € 355.000 in 2023. De mogelijkheden voor de bouw van sociale koopwoningen worden op dit moment verkend. De financiële en juridische mogelijkheden van verschillende regelingen voor sociale koop worden nader onderzocht. De uitkomst van het onderzoek wordt rond het zomerreces verwacht.
Mogelijke beleidsvoorstellen die hieruit voortvloeien zullen dit najaar in de Raadscommissie WV worden besproken. Goed om hierbij te noemen is dat met de verwachte wijziging van de Huisvestingswet (planning 1 juli 2023) het mogelijk zal worden om koopwoningen tot € 355.000 toe te wijzen aan specifieke
Een routebeschrijving vindt u op amsterdam.nl
Gemeente Amsterdam, raadsinformatiebrief
6 april 2023 Pagina 4 van 9
doelgroepen. Vervolgens zal Amsterdam dit opnemen in de eigen gemeentelijke huisvestingsverordening. Vragen van VVD Waarom is er gekozen voor maximaal 25% sociale koop binnen de 40% middensegment? Zeker gezien het feit dat middeninkomens volgens het woningbouwplan voornamelijk op zoek zijn naar koopwoningen? Welke maatregelen gaat de wethouder nemen om de bouw van sociale koopwoningen aan te jagen? Antwoord Er is veel vraag naar zowel betaalbare koop- als betaalbare huurwoningen. In beide segmenten is er veel meer vraag dan aanbod. De focus van het college blijft liggen op middeldure huur. Voordeel van middeldure huur is dat de betaalbaarheid ook op de langere termijn kan worden geborgd. De mogelijkheden voor sociale koop zijn sterk afhankelijk van de locatie en hierdoor beperkt. Om woningen betaalbaar te houden, zijn ze vaak klein. Het college verkent mogelijkheden om de koopmarkt meer toegankelijk te maken, zie de eerdere tekst over de verkenning naar sociale koop. Bij de bouw van betaalbare koop zal het in de praktijk gezien voorgaande niet om grote aantallen woningen gaan. 7. Aanpak differentiatie in m2 Het college gaat nader onderzoek doen naar de sturing op differentiatie in m2 in transformatiegebieden. Een vraag hierbij is of het beeld klopt dat in (sommige van) deze gebieden een relatief eenzijdig aanbod ontstaat van met name kleine woningen.
Het onderzoek bestaat zowel uit een feitenonderzoek als een onderzoek naar de huidige sturing in de praktijk. Er wordt op dit moment gewerkt aan een opdrachtformulering. De indicatieve planning geeft aan dat de uitkomst in het najaar van 2023 gereed zou kunnen zijn. Een tweede actie van het college is het opstellen van een kwalitatieve leidraad (of kader) voor de bouw van kleine woningen, ook wel “compact wonen” genoemd. Om compacte woningen van een goede kwaliteit te realiseren is van belang dat woningen niet te klein worden (een zelfstandige woning van 15 m2 is op basis van het Bouwbesluit een mogelijkheid), de woning een goede plattegrond heeft, er gedeelde voorzieningen zijn en de servicekosten betaalbaar. De uitwerking hiervan zal in afstemming met marktpartijen en corporaties plaatsvinden. De uitvoering van deze actie is nog niet gestart. Het streven is om hier voor het zomerreces mee te beginnen. 8. Nieuwe werkwijze voor doelgroepenprogrammering Er is schaarste, niet alles kan. De behoefte van de diverse doelgroepen vertalen naar stedelijke streefcijfers in de nieuwbouw resulteert in een onhaalbare optelsom. Dit heeft voorheen niet het gewenste resultaat opgeleverd, daarom gaat het college dit nu anders doen.
Het college gaat een nieuwe werkwijze uitwerken, waarbij voor doelgroepen gebiedsgericht geprogrammeerd en geprioriteerd wordt, mede gericht op doorstroming en verhuisbewegingen. De gedachte hierachter is dat de opgaven en kansen per gebied zodanig verschillen, dat een gebiedsgerichte benadering meer recht doet aan het bouwen van een complete en diverse stad.
Een routebeschrijving vindt u op amsterdam.nl
Gemeente Amsterdam, raadsinformatiebrief
6 april 2023 Pagina 5 van 9
Tegelijkertijd biedt de nieuwe werkwijze de flexibiliteit die nodig is voor de stevige bouwopgave waar de stad voor staat. De mogelijkheden om te sturen zijn beperkt, we richten ons ook op het toevoegen van woningen. Bekend is dat de optelsom van de geraamde behoefte vanuit verschillende doelgroepen hoger is, dan hetgeen er bijgebouwd kan worden. Hierdoor moeten er keuzes gemaakt worden, het betreft de verdeling van schaarste. Prioritering is derhalve nodig en zal in deze nieuwe werkwijze op gebiedsniveau plaatsvinden. Uitgangspunten bij de verdere uitwerking van de nieuwe werkwijze zijn: Kenmerken van de nieuwbouw worden in beeld gebracht. Hierbij wordt onderscheid gemaakt in gemeentelijke locatie, transformatiegebied of ontwikkelbuurt. Daarnaast is ook van belang in welke fase de nieuwbouwplannen verkeren. Eigendomssituatie en planvormingsfase hebben invloed op sturingsmogelijkheden en haalbaarheid van het bouwen voor doelgroepen en doorstroming. Kenmerken van de bestaande voorraad, het aanbod en de samenstelling van de bewoners worden betrokken bij de beoogde prioritering. Dit kan bijvoorbeeld betekenen dat in een gebied waar veel ouderen wonen, in een voor ouderen ongeschikte woning, de bouw van geclusterde ouderenhuishuisvesting geprioriteerd wordt ten opzicht van andere doelgroepen. Per gebied wordt bekeken wat er nodig, wenselijk en mogelijk is.
Er worden geen (nieuwe) stedelijke taakstellingen per doelgroep vastgelegd. In plaats van streefcijfers wordt onderzocht of gestuurd en gemonitord kan worden middels bijvoorbeeld een doorstroomindicator (aantal verhuisbewegingen) en kwalitatieve doelstellingen per gebied. Wat betreft woningen geschikt voor gezinnen valt hierbij te denken aan een bandbreedte in het aantal kamers en vierkante meters. Stedelijk wordt gemonitord wat de optelsom van gebieden opbrengt aan bouw voor doelgroepen en doorstroming. De indicatoren om deze optelsom te kunnen beoordelen, moeten nog worden bepaald (zie vorige punt). Er wordt met deze nieuwe werkwijze geen extra (bestuurlijk) traject opgetuigd, er wordt aangesloten bij bestaande processen. De besluitvorming en inspraak over de programmering in de projecten verlopen via het PLABERUM. De (advies)rol van de stadsdelen wordt meegenomen in de nadere uitwerking van de nieuwe werkwijze. De planning is dat de opzet van deze nieuwe werkwijze vóór het zomerreces gereed is. Uiteraard wordt de raad hierover geïnformeerd. Bespreking in de Raadscommissie WV zal naar verwachting vlak na het reces plaatsing kunnen vinden.
Vragen DENK Hoeveel behoefte is er in Amsterdam in geclusterde woningen voor ouderen? Gaat die behoefte toenemen in de komende 10 jaar? zo ja, hoe groot? In hoeverre worden er voldoende geclusterde woningen gebouwd voor de groeiende vraag hiernaar onder ouderen? Antwoord Zowel de vraag naar individuele woningen, geclusterde woonvormen als intramurale wooneenheden neemt toe en tekorten lopen naar verwachting op. Hoe de behoefte zich precies gaat ontwik-
Een routebeschrijving vindt u op amsterdam.nl
Gemeente Amsterdam, raadsinformatiebrief
6 april 2023 Pagina 6 van 9
kelen, valt lastig te voorspellen. Duidelijk is wel dat de vraag naar voor ouderen geschikte woningen toeneemt, waarbij het niet alleen gaat om geclusterde woonvormen en ook niet alleen om nieuwbouw. Veel ouderen zouden graag in hun eigen woning willen blijven. Adviesbureau Companen heeft voor de gemeente verschillende scenario’s uitgewerkt wat betreft de ontwikkeling van de vraag naar ouderenhuisvesting (zie de Woonzorganalyse d.d. 31 januari 2023, bijlage 2 bij de Amsterdamse Aanpak Volkshuisvesting). Positief is dat in Amsterdam een groot deel van de nieuwbouw sowieso een ‘nultredenwoning’ is en hiermee geschikt voor ouderen. Dit komt simpelweg omdat er relatief veel gelijkvloerse appartementen (incl. lift) worden gebouwd. Met de corporaties is hiernaast in de Samenwerkingsafspraken de afspraak gemaakt dat tenminste 90% van de sociale nieuwbouwwoningen aanpasbaar wordt gebouwd. In de nieuwbouwprogrammering is de “geclusterde ouderenwoning” een aparte doelgroep. Binnen deze woonvorm zijn meerdere uitwerkingen mogelijk. Er kan bijvoorbeeld ook sprake zijn van een meer ‘hybride concept’ waarbij zowel ouderen met als zonder zorgvraag geclusterd samenwonen. Het bouwen van geclusterde ouderenwoningen wordt meegenomen in de “nieuwe werkwijze gebiedsgerichte doelgroepenprogrammering”.
Vraag CDA Er is een grote vraag naar 3+ kamer woningen voor gezinnen -zéker beneden de 800K koopwoningen. Maar in het doelgroepenbeleid in het woningbouwplan zien we de gezinnen niet terug. Wat doet deze coalitie voor woningzoekende gezinnen? Antwoord Het college vindt het uiteraard van belang dat er ook voor gezinnen wordt gebouwd. In de vrije sector zijn de woningen veelal groot genoeg en ook geschikt voor gezinnen. Het bouwen van betaalbare woningen voor gezinnen maakt onderdeel uit van het bouwen van een gedifferentieerd aanbod in m2. Hierbij geldt dat er gebiedsgericht wordt gekeken naar wensen en mogelijkheden, waarbij de kenmerken van de bestaande voorraad betrokken worden (zie de nieuwe werkwijze, die eerder in deze brief toegelicht wordt). Ter illustratie, in bijvoorbeeld een gebied als Strandeiland wordt in de sociale sector ingezet op bouw van gezinswoningen. In gebieden waar al veel gezinswoningen zijn, kan de focus in de nieuwbouw anders liggen en is met name behoud van grote betaalbare gezinswoningen van belang. Sturing op m2 kan niet los gezien worden van de aanpak van de bestaande voorraad. Bijvoorbeeld verkamering, woonvorming en/of het slopen van grotere woningen zorgen gemiddeld voor een toename van kleinere woningen. Vanwege de stijgende stichtingskosten komt nog meer druk te liggen op behoud van grote betaalbare woningen in de bestaande voorraad. 9.
Rekenen en tekenen In de huidige tijd met afvlakkende opbrengsten en toenemende kosten komt ook binnen de gemeente het ‘rekenen en tekenen’ meer op de voorgrond dan de laatste jaren het geval was. Dit vraagt om kostenbewustzijn en opbrengstoptimalisatie in alle fasen van gebiedsontwikkeling. Het doel is ambities te realiseren met een gunstiger financieel resultaat. Hierbij gaat het met name om stedenbouwkundige ambities. De beschikbare expertise op het gebied van planeconomie moet daarvoor intern gemeentelijk worden benut. De werkwijze ‘rekenen en tekenen’ houdt in dat de gemeente, vanaf de eerste fase van gebiedsontwikkeling, bij planvorming en opstelling van ste-
Een routebeschrijving vindt u op amsterdam.nl
Gemeente Amsterdam, raadsinformatiebrief
6 april 2023 Pagina 7 van 9
denbouwkundige plannen en bouwenveloppen inzet op een efficiënte invulling van kavels en financiële consequenties van bepaalde (stedenbouwkundige) keuzes inzichtelijk maakt. De financiele consequentie van een bepaalde keuze wordt vroegtijdig in het proces meegenomen en meegewogen. In hoge mate is dit een bewustwordingsproces binnen de gemeente, dat proces is ondertussen in gang gezet en wordt in 2023 vervolgd. Vraag van CDA Voor het CDA is stedenbouwkundige kwaliteit en schoonheid van wat we bouwen een absolute topprioriteit – en daar mag niet mee gemarchandeerd worden. Wat we bouwen, staat daar mogelijk eeuwen! Daarover lees ik niets terug in het plan en dat is een gemiste kans. Op welke manier kunnen we daar toch nog een hoofdstuk aan wijden in dit woningbouwplan? Antwoord Voor het college is stedenbouwkundige en architectonische kwaliteit uiteraard van groot belang, dat staat buiten kijf. Rekenen en tekenen heeft niet als doel om in te leveren op kwaliteit. Het gaat om het maken van ontwerpkeuzes waarbij de kwaliteit geborgd is én er tegelijkertijd sprake is van een goed uitvoerbaar plan. Plannen die – ook in deze tijd – haalbaar zijn. 10. Versimpeling proces tenders Voor minder complexe opgaves wordt voortaan de selectieprocedure in één ronde gedaan.
Hiernaast wordt er – bij complexe projecten - scherper gekeken naar het voorkomen van te veel stapeling van wensen en ambities per project. Dit betreft niet alleen tenders – ook in transformatiegebieden is dit van belang – en is onderdeel van de actie “rekenen en tekenen” (zie eerder in deze brief een toelichting op deze actie). De hiervoor genoemde punten passen binnen het huidige tenderbeleid, hiervoor is geen separate besluitvorming nodig. Middels de woningbouwrapportages wordt de Raadscommissie over de gepubliceerde tenders en tenders in voorbereiding geïnformeerd. Tot nog toe zijn er nog steeds voldoende inschrijvingen op tenders. 11. Duurzaamheidsambities/BENG+ Alleen de hemelwaterverordening is in Amsterdam nog een bovenwettelijke eis. Bij tenders gronduitgifte werden partijen al uitgedaagd, dat kan nog steeds. Daarnaast blijft de duurzaamheidsubsidie voor nieuwe corporatiewoningen in Buiksloterham en Strandeiland bestaan. Voor alle overige gevallen geldt dat ontwikkelende partijen op basis van vrijwilligheid – en op eigen risico – bovenwettelijke duurzaamheidsprestaties kunnen leveren. Dit geldt dus ook voor BENG+. Het rijk is overigens voornemens om regels voor duurzame energie, circulair bouwen en hemelwaterafvoer aan te scherpen. Dat zal extra inzet opleveren. De gemeente wacht deze mogelijke aanscherpingen af. 12.
Modulair bouwen Marktpartijen vragen de gemeente om ‘modulair bouwen’ aan de voorkant van de gebiedsontwikkeling te faciliteren door bijpassende eisen rond stedenbouw en architectuur. Het gaat hierbij niet alleen om flexwoningen. De uitdaging bij modulair bouwen is om de (stedenbouwkundige en architectonische) kwaliteit van woningen te borgen. Modulair bouwen vereist standaardisering, waardoor de (ontwerp)flexibiliteit minder zal zijn. De footprint moet goed zijn en welstand moet
Een routebeschrijving vindt u op amsterdam.nl
Gemeente Amsterdam, raadsinformatiebrief
6 april 2023 Pagina 8 van 9
hierin mee gaan. Dit betekent nadenken over stedenbouwkundige verkavelingen met vaste ingrediënten. Fabrieksmatig bouwen staat of valt bij een continue bouwstroom. Goedkoper bouwen kan soms ook door eisen en wensen wat anders in te vullen zonder dat veel aan kwaliteit wordt ingeboet. Het ministerie van BZK is in februari 2023 met de federatie ruimtelijke kwaliteit (frk) en het College van Rijksadviseurs (CRa) het traject “Ruimtelijke Kwaliteit bij Fabrieksmatige Woningbouw” gestart. Met als doel om meer goede woningen én blijvende ruimtelijke kwaliteit met elkaar verenigen. Het streven van het Rijk is om na dit jaar een ruimtelijk kwaliteitskader voor fabrieksmatige woningbouw te hebben gecomponeerd, waar ook marktpartijen zich in kunnen vinden. De gemeente zal dit traject nauwlettend volgen. Parallel hieraan wordt – in samenwerking met marktpartijen en corporaties – waar mogelijk in de praktijk ruimte geboden aan initiatieven en ondersteuning geboden aan partijen. 13. Inzet flexwonen Amsterdam zet – als aanvulling op permanente bouw - in op de versnelde bouw van 2.500 tot 3.000 flexwoningen in de stad. Flexwoningen zijn in aanleg duurzaam en circulair. Hulp van Rijksoverheid en regionale afstemming zijn echter nodig om flexwoningen te kunnen realiseren.
Op 24 feb 2023 heeft Amsterdam - samen met zes andere gemeenten in de MRA en de provincies NoordHolland en Flevoland – een realisatieovereenkomst met het Rijk ondertekend voor de bouw van ongeveer 5.000 flexwoningen in de MRA. Er zijn afspraken gemaakt over het herplaatsen van de woningen na afloop van de tijdelijke duur van de plaatsingen en in deze overeenkomst wordt gezamenlijk gewerkt aan afspraken over sociaal beheer. Het Rijk stelt voor de eerste 1.000 woningen een bijdrage van maximaal € 12 miljoen euro ter beschikking. 14.Verlenging Transformatie-impuls De tijdelijke regeling Transformatie-impuls is een generieke tegemoetkoming van 10% op de grondwaarde voor de te realiseren betaalbare woningen in particuliere transformatieprojecten.De tijdelijke regeling Transformatie-impuls is met één jaar verlengd, tot 1 februari 2024. Een evaluatie zal vervolgens, in overleg met de marktpartijen, begin 2024 plaatsvinden. Hierbij zal ook de toepassing van de tijdelijke regeling Ambitiebonus worden betrokken. 15. Aanhalen samenwerking met en tijdig betrekken van marktpartijen Uiteraard wordt er op tal van fronten intensief samengewerkt met marktpartijen. In de projecten zelf is sprake van het meest directe en permanente contact tussen gemeente, marktpartijen, woningcorporaties, gebruikers en bewoners.
In grote projecten en in transformatiegebieden betrekt de gemeente in een vroeg stadium ook marktpartijen voor consultatie. Het college heeft hiernaast over middeldure huur afspraken vastgelegd met de leden van IVBN, Vastgoed Belang en NEPROM in de intentieverklaring ‘Meer betaalbaar wonen met betrouwbare partners’. Het college wil deze samenwerking de komende periode aanhalen, waarbij er breder wordt gekeken dan alleen middeldure huur. Het bouwen van woningen geschikt voor ouderen is bijvoorbeeld ook een onderwerp. Bij nieuwe samenwerkingsafspraken gaat het niet alleen om nieuwbouw, maar ook om bestaand bezit. Zoals afspraken over het toewijzen van woningen aan ouderen en/of beroepsgroepen. De huidige tijdelijke regeling Transformatie-impuls en de Ambitie-bonus – regelingen die in afstemming met NEPROM en IVBN tot stand zijn gekomen – worden begin 2024 geëvalueerd. De uitkomst hiervan zal betrokken wordt bij het aanhalen van de samenwerking.
Een routebeschrijving vindt u op amsterdam.nl
Gemeente Amsterdam, raadsinformatiebrief
6 april 2023 Pagina 9 van 9
16.Versimpelen kader particuliere transformaties Het college zoekt naar mogelijkheden om transformatie aan te jagen. Een voorstel dat hierbij past is het opnieuw ‘from scratch’ naar het Stedelijk Kader voor particuliere transformaties kijken. Het heroverwegen van het Stedelijk Kader wordt in een apart traject aan de gemeenteraad voorgelegd. Naar verwachting zal bespreking in de Raadscommissie dit najaar plaatsvinden. Tot slot, twee keer per jaar ontvangt u van mij een Woningbouwrapportage. Middels deze rapportages wordt u geïnformeerd over de voortgang van de woningbouwproductie, de stand van de planvoorraad en de diverse in deze brief toegelichte acties. Het Woningbouwplan vormt voor deze rapportages de basis. Ik houd u hierbij uiteraard ook op de hoogte van de laatste marktontwikkelingen. Met vriendelijke groet, Namens het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Amsterdam,
Reinier van Dantzig Wethouder Woningbouw en Stedelijke Ontwikkeling
Bijlage: beantwoording aanvullende vragen
Een routebeschrijving vindt u op amsterdam.nl