A - 17 Ruimtelijke Ordening (30) Bijlage 4 Welstandcriteria Bajes Kwartier
Tekst van het document
Maart 2020
Welstandcriteria Bajes Kwartier Toelichting Bajes Kwartier is voortgekomen uit de prijsvraag uitgeschreven door het Rijksvastgoedbedrijf. Bajes Kwartier is onderdeel van de grootschalige stedelijke transformatie Overamstel. Er ligt de ambitie om een verouderd bedrijfsterrein om te zetten naar een gemengd stuk stad op het kruispunt van een entree naar de stad, de Zuidas, het Sience Park en Oost. Deze transformatie is inmiddels stevig zichtbaar geworden. Bajes Kwartier - oorspronkelijk gevangenis – neemt binnen Overamstel een bijzondere positie in. Ook landschappelijk gezien: Bajes Kwartier heeft een eigen watersysteem en ligt op het diepste punt van Overamstel. De essentie van de opgave is erop gericht het gebied beter te verbinden met het omliggende stedelijke weefsel en tegelijk de eigenheid van het eiland te benadrukken. Bajes Kwartier wil hier op een vooruitstrevende manier omgaan met duurzaamheid, een gemengd stedelijk programma, een creatieve maar respectvolle van het omgaan met erfgoed en kent een robuuste ontwikkelingsstrategie. Bajes Kwartier is een gebied waar ca. 1350 woningen gerealiseerd worden, en een bruisende nieuwe hub van internationale allure, waar design en kunst samenkomen met de nieuwste ontwikkelingen op het gebied van duurzaam leven. Een plek waar je groen, gezond, geïnspireerd en gelukkig woont, werkt en recreëert.
Kern van het masterplan is een opbouw in vier clusters van gebouwen, met ieder een eigen identiteit en programmering. De clusters worden gekoppeld en doorsneden door een langzaam verkeersverbinding op de plek van de voormalige ‘Kalverstraat’ van de Bijlmerbajes. De ruimtelijke samenhang tussen de clusters en de verbindingen met de ruimtelijke en programmatische context op stedelijke schaal is essentieel en wordt gevonden in een autovrij stelsel van ‘tuinen’(verschillend geprogrammeerde publiek toegankelijke groene plekken in Bajes Kwartier met subtiele hoogteverschillen), zorgvuldig gekozen connecties en het richten van bouwmassa’s. Binnen het gebied zorgen de verschillende tuinen en de inrichting van de openbare ruimte voor een herkenbare samenhang en een levendig en prettig verblijfsklimaat. Karakteristieke materialen van het voormalige gevangeniscomplex, zoals tralies, deuren en gevelelementen worden hergebruikt in de openbare ruimte en de architectuur om zo de eigenheid van de plek te benadrukken. De architectuur van Bajes Kwartier is contrastrijk: stevige volumes versus open structuren. Integratie van gebouwen en de openbare ruimte is een belangrijk thema. De individuele volumes vormen vier clusters van gebouwen en zijn nadrukkelijk verbonden met het autovrije continue tuinenlandschap.
Door het toepassen van verschillende typologieën en materialisering ontstaat een contrast tussen gebouwen die refereren aan de gevangenis en de nieuwe gebouwen. Samen geven zij vorm aan de nieuwe open wijk. De Amstelstroomlaan is de nieuwe Oost-West verbinding door Bajes Kwartier die vanzelfsprekend aansluit op de stad en omgeving. De gebouwen staan in de rooilijn van de Amstelstroomlaan en vormen rond de kruising met de “Kalverstraat” een pleinruimte. Alle gebouwen staan stevig uitnodigend op de grond, zonder uitgesproken achterkanten aan de gebouwen. De entrees tot de gebouwen zijn royaal, open en uitnodigend vormgegeven en vormen hiermee het formele adres. Entrees tot het parkeren en logistieke programma’s zijn onderdeel van de architectuur van de bouwblokken. De materialisering heeft een lichte uitstraling, kent een mooie detaillering en houdt rekening met een duurzame veroudering in de uitstraling. Waardering De identiteit van Bajes Kwartier wordt bepaald door de samenhang tussen tuinen en compacte stedelijke bouwblokken die vier clusters vormen binnen het tuinenrijk. Door hergebruik van materiaal en het herprogrammeren van delen van het complex in de gebouwclusters, ontstaat een herkenbaar contrast tussen oud en nieuw.
Elk cluster bestaat uit een ensemble van bestaande en nieuwe gebouwen in een zorgvuldige compositie ten opzichte van elkaar. De bestaande gebouwen (of gebouwen die refereren aan de bestaande gebouwen) kennen een meer gesloten architectuurbeeld. De nieuwe gebouwen binnen het cluster zijn in contrast hiermee veel meer opengewerkt in architectuurbeeld; een open transparante gridgevel geeft de gebouwen een open woonuitstraling en nemen de buitenruimtes in zich op. De gekozen stedenbouwkundige typologie, de kleur, het hergebruik van karakteristieke materialen en onderdelen van het voormalige gevangeniscomplex, de verschillende autovrije tuinen en de inrichting van de openbare ruimte zorgen voor een samenhangend plan. Beoordeling De beoordeling van de bouwplannen is gericht op de samenhang van het Bajes Kwartier als geheel en eveneens gericht op het niveau van de gebouwclusters. Binnen de clusters van het Bajes Kwartier zijn verschillen tussen de gebouwen mogelijk. Het maaiveld en de begane grond zijn dusdanig ingericht dat de gebouwen goed op elkaar aansluiten en een levendige uitstraling hebben. Criteria De criteria per cluster bewaken de samenhang van de gebouwen op gebiedsniveau en de openbare ruimte. De bruggen zijn nadrukkelijk integraal onderdeel van het ontwerp van de openbare ruimte en worden in samenhang met elkaar en de omliggende openbare ruimte ontworpen.
Overzicht masterplan Bajes Kwartier Gebouwen in donkergrijs hebben een historische referentie
Landschap & buitenruimte Massa • •
De voormalige gevangenismuur blijft voor minimaal 50% behouden. Openingen en verlagingen van de muur zorgen voor (visuele) verbindingen met de omgeving. Er zijn openingen in de gevangenismuur op plekken waar waterpartijen gemaakt worden, waar wegen de muur doorsnijden en gebouwen met hun plint tegen de muur aan staan.
Landschapsarchitectonische uitwerking • De buitenzijde van de gevangenismuur vormt visueel een continue geheel, maar kan onderbroken worden. Het originele karakter van de bajesmuur blijft aan de buitenzijde gehandhaafd, maar kan voorzien voerden van klimmend of hangende beplanting. De muur kan worden voorzien van voorzieningen t.b.v. natuurinclusiviteit. • De binnenzijde van de gevangenismuur wordt geschikt gemaakt voor medegebruik door bewoners en bezoekers. Delen van de muur zijn ingericht als muur voor sport uitdagingen, natuurlijke begroeiing en culturele uitingen. Tegen de binnenzijde van de muur zijn grondlichamen mogelijk ten bate van groenvoorzieningen. • De buiten- en binnenzijde van de gevangenismuur zijn vrij van technische installaties, PV-panelen en andere obstakels die het gebruik en beleving ervan belemmeren. • De overgangen tussen privé buitenruimten en publieke buitenruimten en tussen privé buitenruimten onderling zijn zorgvuldig vormgeven en zijn afgestemd op de aangrenzende bebouwing. Deze overgangen zijn vormgegeven door middel van hoogteverschillen en/of beplanting en zijn niet hoger dan 1,2 meter. Hekwerken en overige bouwwerken geen gebouwen zijnde, zijn niet toegestaan. • Afvalvoorzieningen, met uitzondering van die aan de Amstelstroomlaan, zijn geïntegreerd in de gebouwen.
Ze zijn hoogwaardig vormgegeven en mogen de expressie van de begane grond niet ondermijnen. Aan de Amstelstroomlaan zijn afvalvoorzieningen niet toegestaan op het plein. • Trafo’s, nutskasten en andere voorzieningen zijn geïntegreerd in de gebouwen. • Objecten in de buitenruimte (meubilair, speelelementen e.d.) hebben een bij de bajes passende afmetingen en een robuuste vormgeving • Kleurgebruik in de buitenruimte is terughoudend. Met accentkleuren kunnen verbijzonderingen gemaakt worden. • De bruggen zijn integraal onderdeel van het ontwerp openbare ruimte en sluiten vanzelfsprekend aan op de omgeving. De bruggen worden natuurinclusief ontworpen. • De Amstelstroomlaanbruggen zijn auto-, fiets-, en voetbruggen over de Amstelstroomlaan. De bruggen hebben openingen in het dek voor een zichtrelatie met het water. De verharding van de Amstelstroomlaan loopt door over de bruggen. Stalen bajesdeuren worden in de reling verwerkt. De reling eindigt voorbij de bajesmuur. De oever wordt niet geblokkeerd door het bruggenhoofd. • De Kalverstraat bruggen zijn voetgangersbruggen. De bruggen zijn optisch een betonnen geheel uit één stuk, ze hebben een stoere uitstraling en hebben een betonnen dek als verharding. De reling eindigt voorbij de bajesmuur. De oever wordt niet geblokkeerd door het bruggenhoofd. • De Parkbrug verbindt het Bajes Kwartier met het omliggende groen.
Het is een robuuste houten brug met een open structuur. De brug is zorgvuldig aangesloten op een (vlonder-)pad langs het water. Het bruggenhoofd in de oever is minimaal. • De Hoofdbrug is de hoofdingang van de voormalige bajes. De reling wordt behouden. De poort wordt behouden.De doorstroming van de duiker wordt gewaarborgd. • De bruggen zijn allen voorzien van geïntegreerde verlichting.
Architectuur algemeen Massa • •
De hoofd bouwvolumes worden gekenmerkt door eenvoudige en rechthoekige opbouw. Buitenruimtes, zoals serres en balkons, liggen geheel binnen het bouwvolume, met uitzondering van de buitenruimtes in de gebouwen die refereren aan het verleden (herbouwde toren in gebouw G, gebouw H, de Groene Toren en het Hoofdgebouw).
Architectonische uitwerking • De architectonische uitwerking en detaillering zijn zorgvuldig en evenwichtig en zijn ondersteunend aan het beeld. • De gevels van de gebouwen met historische referentie onderscheiden zich van de gebouwen zonder historische referentie. • De gevels van de gebouwen zonder historische referentie worden gekenmerkt door een licht en openkarakter en gekenmerkt door een grid buiten de thermische schil, met een terugliggende gevel. • De gevels van de gebouwen met historische referentie hebben een monoliete uitstraling met een eenduidige ordening van gevelopeningen. Een repeterend ritme van gevelopeningen vormt daarbij het uitgangspunt. • De gebouwen hebben een publieke, open en representatieve uitstraling op de begane grond aan de Kalverstraat, de Amstelstroomlaan en de pleinen. Hier bevinden zich ook de entrees tot de gebouwen, deze zijn royaal en uitnodigend vormgegeven. Entrees tot het parkeren en logistieke programma’s zijn onderdeel van de architectuur van de bouwblokken. • Garages en hellingbanen, inclusief de vlakstand, zijn geïntegreerd in het gebouw, deels ondergronds of, indien bovengronds, hoogwaardig vormgegeven, ze mogen de expressie van de begane grond niet ondermijnen. • De gebouwen hebben een alzijdige oriëntatie. Alle gevels zijn representatief en gelijkwaardig in uitstraling.
• Een groene uitstraling van de gebouwen is een essentieel onderdeel van de architectuur, de inrichting van de groene daken, dakterrassen en luchttuinen worden zoveel mogelijk als plek ontworpen waar verblijfskwaliteit, biodiversiteit en waterberging het uitgangspunt is. • Balkons, loggia’s en dakterrassen zijn een zorgvuldig vormgegeven onderdeel van het gevelbeeld en ondersteunen de expressie van de woongebouwen. • Indien dove gevels toegepast worden ten gevolge van geluidshinder, dan dienen deze zo ontworpen te worden dat ze een minimale impact hebben op het gevelbeeld. Ontwerpoplossingen ten gevolge van geluidshinder mogen daarnaast niet afdoen aan de alzijdigheid van de gebouwen en de visuele gelijkwaardigheid van individuele gevels binnen een gebouw. • Indien maatregelingen tegen windhinder toegepast worden, dan dienen deze zo ontworpen te worden dat ze een minimale impact hebben op het gevelbeeld. Ontwerpoplossingen ten gevolge van windhinder mogen daarnaast niet afdoen aan de alzijdigheid van de gebouwen en de visuele gelijkwaardigheid van individuele gevels binnen een gebouw. • (Glazenwas)installaties, zonweringen en bergingen zijn geïntegreerd in de bouwmassa. Materiaal & kleur • De materialisering kent een mooie detaillering en houdt rekening met een duurzame veroudering in de uitstraling.
• Het gevelgrid buiten de thermische schil van de gebouwen zonder historische referentie wordt gekenmerkt door een lichte uitstraling. • De gevels van de gebouwen die refereren naar het verleden hebben een betonnen materialisering. • De daken kunnen worden voorzien van energie opwekkende componenten, zoals PV-panelen, deze zijn geïntegreerd in de architectuur van de gebouwen.
• • •
Indien er groene (begroeide) gevels worden toegepast is ook de achterliggende gevel hoogwaardig vormgegeven en gematerialiseerd. Materialen en kleuren zijn per stedenbouwkundig cluster in samenhang. Buitenruimten binnen het grid of in het gevelvlak krijgen een terrasafscheiding van hoofdzakelijk glas.
Kennis Cluster Massa •
Gebouw A en het gebouw op de kavel van de school, kenmerken zich door een dynamisch gevelbeeld. Hiervoor worden uitkragingen, terugzettingen en uitsparingen ingezet.
Architectonische uitwerking • Op maaiveldniveau hebben gebouw A en de school een levendige plint richting het publieke park. • In gebouw A kunnen de hoger gelegen grote openingen en terug gelegen ruimtes gebruikt worden als gemeenschappelijke buitenruimten. • Het dak van de school kan geprogrammeerd worden met activiteit, zoals sport en spel elementen. Het overige deel van het dak zal beschikken over een groen dak of PV-panelen. • Bij gebouw A worden (in aanvulling op de algemene richtlijnen van de hoofdingangen als onderdeel van de architectonische uitwerking) hoofdentrees toegestaan aan alle zijden van het gebouw. • De directeurswoning lijkt een abstract volume zonder expressie te geven aan verdiepingen, vloeren en constructieve elementen in de gevels. Balkons zijn een integraal onderdeel van het bouwvolume. Materiaal & kleur • Het gevelgrid buiten de thermische schil van de gebouwen zonder historische referentie wordt gekenmerkt door een lichte uitstraling. • Gebouw A, ter plaatse van de niet uitgekraagde of terug gelegen oost- en westgevel, heeft een betonnen materialisering, als referentie naar de originele gevels van de gevangenis. • De gevels van gebouw A kunnen worden gebruikt om energie op te wekken door middel van zonnepanelen geïntegreerd in het ontwerp.
• Het gebouw op de kavel van de school zoekt qua gevelbeeld aansluiting bij de het concept van gebouw A en omgekeerd.
Design Cluster Massa •
Gebouw C wordt voorzien van een uitsparing over het publieke plein van minimaal 4 verdiepingen en heeft een zichtbare onderbreking in de massa ter plaatse van de Kalverstraat.
Architectonische uitwerking • Op de begane grond heeft het Hoofdgebouw een levendige plint aan de publieke ruimte met open, uitnodigende gevels. De bestaande gevels zijn als zodanig herkenbaar. Het dak is beloopbaar en krijgt een (deels) groene invulling. • Het publieke programma in het Hoofdgebouw krijgt hoofdzakelijk entrees aan de publieke buitenruimte, aan het binnenplein. • Gebouw C kan ter plaatse van de massa-onderbreking een verbinding hebben tussen de volumes, en indien nodig constructieve ondersteuning. De onderzijde en de integratie van verlichting is zorgvuldig ontworpen. • De gevels van gebouw C ter plaatse van de massa-onderbreking en de twee uiteinden zijn een uitzondering op het vereiste percentage open gevel en deze gevels mogen volledig gesloten zijn. • Gebouw B en C contrasteren in architectonische uitwerking en verschijningsvorm met het Hoofdgebouw en de Groene Toren. • De Groene Toren wordt deels opengebroken, bestaande gevels zijn als zodanig herkenbaar. Materiaal & kleur • Het gevelgrid buiten de thermische schil van de gebouwen zonder historische referentie wordt gekenmerkt door een lichte uitstraling. • De gevels van de gebouwen die refereren naar het verleden hebben een betonnen materialisering.
• Gebouwen B en C kenmerken zich door te beschikken over een zichtbare houten constructie of een constructie combinatie van hout met een ander materiaal, zoals beton en/of staal. • Gebouw B en C kenmerken zich door een façade van natuurlijk materiaal, bij voorkeur van hout. Dit materiaal staat in contrast met de betonnen gevels van het Hoofdgebouw, de Groene Toren en de Kerk. • De Groene Toren kan worden voorzien van energieopwekkende componenten, deze vormen een integraal onderdeel van de ontwerpopgave. • De Kerk heeft een kleur en materialisering die contrasterend is met de overige bebouwing.
Centraal Cluster Massa • • • • •
De bouwvolumes lijken te zijn opgebouwd uit verschillende blokken maar zijn als eenheid ontworpen. Het hoogste blok van iedere bouwvolume heeft dezelfde hoogte als het hoogste blok van het schuin tegenoverliggende bouwvolume. De bouwvolumes worden gekenmerkt door hun dynamische compositie en getrapte uiterlijk. Om het hoogste blok heen wordt een getrapte compositie geassembleerd bestaande uit lagere blokken. Daar waar de Amstelstroomlaan en de Kalverstraat het cluster doorsnijden, worden de bouwvolumes hoofdzakelijk in de rooilijn gebouwd. Daar waar de gebouwmassa’s over het plein uitkragen, dienen ze een netto vrije hoogte van minimaal 4.5 meter te hebben. Deze vrije hoogte moeten afgestemd worden tussen de verschillende gebouwen. De onderzijde van de uitkragingen en de integratie van verlichting is zorgvuldig ontworpen.
Architectonische uitwerking • De gevels van de gebouwen zonder historische referentie worden gekenmerkt door een licht en openkarakter en gekenmerkt door een grid (maximaal 20% gesloten) buiten de thermische schil, met een terugliggende gevel (minimaal 50% open). • De gevels van de gebouwen met historische referentie hebben een monoliete uitstraling (minimaal 60% gesloten inclusief balustrades) met een eenduidige ordening van gevelopeningen. Een repeterend ritme van gevelopeningen vormt daarbij het uitgangspunt. • Op maaiveldniveau, langs de Amstelstroomlaan, worden de gebouwgevels voorzien van hergebruikte elementen van de gevangenismuur. De integratie van de gevangenismuurelementen in de gebouwen is gelijkwaardig in alle gebouwen in dit cluster om visuele cohesie te versterken. • Daar waar de gebouwmassa’s over het plein uitkragen, komen geen ondersteunende constructieve elementen. • Het deel van Gebouw G ter plaatse van de historische cellentoren heeft een historische referentie. Materiaal & kleur • Het gevelgrid buiten de thermische schil van de gebouwen zonder historische referentie wordt gekenmerkt door een lichte uitstraling. • De gevels van de gebouwen die refereren naar het verleden hebben een betonnen materialisering.
Amstel Cluster Massa •
•
De bouwvolumes zonder historische referentie worden gekenmerkt door getrapte uitsparingen op de bovenste verdiepingen en een rotatie naar de richting van het Amstel Kwartier, dat de originele richting van het polderlandschap volgt. Gebouw KLM dient bij het volume aan de zuidzijde over de gehele footprint, met uitzondering van de liftschacht, de entreelounge en overige benodigde ruimten ten behoeve van het functioneren van het gebouw, een uitsparing van minimaal 2 verdiepingen hoog te hebben.
Architectonische uitwerking • De gevels van de gebouwen zonder historische referentie worden gekenmerkt door een licht en openkarakter en gekenmerkt door een grid (maximaal 20% gesloten) buiten de thermische schil, met een terugliggende gevel (minimaal 50% open). • De gevels van de gebouwen met historische referentie hebben een monoliete uitstraling (minimaal 60% gesloten inclusief balustrades) met een eenduidige ordening van gevelopeningen. Een repeterend ritme van gevelopeningen vormt daarbij het uitgangspunt. • Op maaiveldniveau worden de gebouwgevels van gebouw J en gebouw KLM voorzien van hergebruikte elementen van de Kalverstraat. De integratie van de Kalverstraat elementen in de gebouwen is gelijkwaardig in alle gebouwen in dit cluster om visuele cohesie te versterken. • De nieuw te bouwen toren H op de plaats van de 7e gevangenistoren heeft een historische referentie. Materiaal & kleur • Het gevelgrid buiten de thermische schil van de gebouwen zonder historische referentie wordt gekenmerkt door een lichte uitstraling. • De gevels van de gebouwen die refereren naar het verleden hebben een betonnen materialisering.