A - 17 Onderwijs (9) nota van beantwoording
Tekst van het document
zelf op een school (4 dagen per week, naast een baan als zelfstandig edelsmid) en hij kan dus niet sowieso later op de dag beginnen, om onze dochter eerst naar school te brengen. Ik zelf heb een management-functie bij een bureau (ik werk 4-5 dagen per week) en kan meestal ook niet later beginnen omdat mijn verplichtingen al vroeg op de dag beginnen en ik haar dus niet naar school kan brengen. Mijn man combineert twee banen en ik zelf werk volle dagen tot einde dag, dus ook ophalen is een issue. Dit zal hoe dan ook een grote puzzel worden. Hoe zien jullie dit voor je? Met kleine kinderen weet je dat je je kinderen moet halen en brengen van en naar school, daar richt je je leven op in. Daarnaast is de school dan meestal heel dichtbij, dus kost het halen en brengen weinig tijd. Nu ons gezin ouder wordt en de school van onze dochter verder weg ligt, wordt het ingewikkeld het halen en brengen te combineren. Halen en brengen met bv de auto of fiets kost ons al gauw 20 minuten heen en ook weer terug. Deze tijd hebben we niet "over" en kunnen we ook niet vrij maken. Als we dat moeten doen, gaat dat ten koste van ons werk. Dat kunnen we ons niet veroorloven.
Dit kan toch niet de bedoeling zijn van deze regeling? Ik denk dat deze wijzigingen enorm veel nieuwe problemen zullen veroorzaken: - Wij zullen onze dochter dan bijvoorbeeld na school naar de BSO moeten sturen, zodat we haar pas eind van de dag hoeven op te halen (dat kunnen we wel organiseren). Wie gaat dat betalen? - Mogelijk moet mijn man zijn baan in het onderwijs opzeggen en daar is al enorme krapte qua personeel. - Ik loop het risico mijn baan te verliezen als ik niet beschikbaar kan zijn en ik moet dan de WW in. Een domino aan gevolgen.... ik kan me niet voorstellen dat dit de bedoeling is! En ik denk dat wij echt niet de enigen zijn die deze problemen verwachten, als deze wijziging door zal gaan..... Wat dan nu een "besparing"
17
lijkt door deze regeling aan te passen en zo minder kinderen vervoer te hoeven aanbieden, kan nog wel eens op andere fronten enorme extra kostenposten gaan opleveren... naast alle ongemak voor ouders en de zorgen die daarbij komen kijken... Allemaal ongewenste effecten. Denk er alsjeblieft nog eens over na. Is dit wel de weg te gaan? NB overigens zit onze dochter op speciaal onderwijs verder weg, omdat ze helaas bij scholen in de buurt niet terecht kan. Er zijn weinig tot geen VO-scholen in Amsterdam waar kinderen met Down hun opleiding kunnen volgen. We hebben verder ook geen PGB of andere ondersteuning, dus waren blij met deze enige hulp die we ontvangen. Dan wordt ook dat afgeschaft? Onmogelijk....!!!! Ik hoop echt dat jullie je bedenken..... ik smeek het jullie. Heroverweeg alsjeblieft! dit maakt enorm veel stuk.... :-( Antwoord: Wij begrijpen uw zorgen. Op grond van de overgangsregeling blijven lopende voorzieningen hun rechtskracht behouden. Pas bij een gewijzigde situatie, bijvoorbeeld een verhuizing of een wijziging van school, moet een nieuwe aanvraag worden gedaan die wordt beoordeeld op basis van de nieuwe verordening. Het klopt dat in de nieuwe verordening de toekenningscriteria worden aangescherpt. Wat niet wijzigt is dat leerlingen buiten deze toekenningscriteria aanspraak kunnen maken op het aangepast vervoer b.v.
vanwege een medische indicatie of een vervoersadvies (kinderen die niet zelfstandig maar ook niet begeleid met ov kunnen reizen). Op dit moment gaat dat om circa 40 % van de leerlingen in het aangepast vervoer. Het aanscherpen van de toekenningscriteria doet de gemeente juist om het stelsel van leerlingenvervoer beheersbaar te maken en kwaliteit te kunnen garanderen voor de leerlingen die aangewezen zijn op het aangepast vervoer. De wet gaat uit van de reismogelijkheden van de leerling. Het uitgangspunt is een passende oplossing voor de leerling. De verantwoordelijkheid voor de begeleiding van het kind naar school ligt primair bij de ouders. De spreiding en het aanbod van het speciaal onderwijs is ook een aandachtspunt van de gemeente, wij zijn hierover in gesprek met de schoolbesturen en het samenwerkingsverband. 22. 2877-5424 (1): Graag maken wij gebruik van de inspraak procedure over dit onderwerp. Wij zijn ouders van een dochter in het reguliere onderwijs en een dochter in de eerste klas van het speciaal voorgezet onderwijs. Voor haar maken wij dankbaar gebruik van het leerlingenvervoer. U zou ons daarmee als ervaringsdeskundigen van dit onderwerp kunnen zien. Hopelijk helpt de zienswijze vanuit deze groep in de besluitvorming over dit onderwerp. Terecht begint u het betreffende stuk met de zin dat ‘ieder kind recht heeft op onderwijs’.
Om van dat recht gebruik te kunnen maken moet je natuurlijk wel eerst veilig op een passende school kunnen aankomen. Kinderen met een beperking hebben niet altijd, maar wel geregeld, ook een beperking om zelfstandig (op een veilige manier) op school te komen. Vandaar ook dat de regeling binnen de gemeente Amsterdam van kracht was en dit lijkt ons geheel passend in een inclusieve gemeente met oog voor kwetsbare doelgroepen. In de tekst staat vermeldt: “Verder wil de gemeente graag dat kinderen die zelf met het openbaar vervoer of op de fiets naar school kunnen, dat ook zelf kunnen doen. Ze worden hierdoor zelfstandiger en kunnen zelf bepalen of ze na school direct naar huis gaan of bijvoorbeeld bij iemand afspreken”. Om daarin meteen even de scherpte op te zoeken: dat willen 99 zo niet 100% van de ouders natuurlijk ook! Er lijkt (?) een soort onuitgesproken aanname achter te zitten dat een deel van de ouders dit expres anders zouden doen. Alsof je voor je plezier leerlingenvervoer aanvraagt terwijl je kind dit helemaal niet nodig heeft. Mocht deze aanname er inderdaad (al dan niet onbewust) achter zitten dan zouden we u hier graag van willen afraden. We hebben vanuit het Haagse in de Toeslagenaffaire al gezien waar een vanuit wantrouwen gedreven denkwijze als deze toe kan leiden.
Dat hoeven we wat ons betreft in Amsterdam niet over te doen over de rug van een kwetsbare doelgroep. Overigens is dit tevens een relatief kleine doelgroep, waardoor helaas de media aandacht zelden bij dit soort problemen terecht komt. In de tekst staat als concrete onderbouwing van de voorgenomen afschaling: “In de afgelopen jaren is het vervoer voor de gemeente erg duur geworden. Daarbij is het erg lastig geworden om voldoende chauffeurs te vinden die de busjes voor het leerlingenvervoer kunnen rijden. Hierdoor komen veel kinderen te laat op school.”
18
We herkennen dat meerdere busjes inderdaad langere rittijden hadden het afgelopen schooljaar. Hoewel het in ons geval meestal wel meeviel gelukkig. De gegeven redenatie begint eigenlijk bij geld. Geld lijkt ons een politieke keuze, geen natuurwet die het onmogelijk maakt. En dit geval een keuze voor of tegen Amsterdammers die zorg bieden aan een kind met een beperking. Ons inziens een groep stadbewoners die eerder een meewerkende dan een tegenwerkenede gemeente verdienen. Achterliggend: Ook een beetje de vraag wat voor een stad je wilt zijn. Personeelsgebrek is zeker een argument wat we herkennen. Maar tevens een uitdaging voor heel Nederland zo langzamerhand. Dat herkennen wij in ons eigen werk ook. In plaats van goed beleid en dienstenaanbod aan te passen, zou het zoeken naar oplossingen veel zinvoller zijn. Antwoord: De nieuwe verordening is zeker niet vanuit wantrouwen naar de gebruikers opgesteld. Het stelsel van leerlingenvervoer staat onder druk in Amsterdam. Sinds 2017 zijn zowel de kosten als het aantal gebruikers sterk gestegen. Bij een ongewijzigde situatie is het stelsel op termijn niet meer houdbaar. Een belangrijke ontwikkeling die de gemeente ziet is dat een onevenredig deel van de leerlingen de laatste jaren in het aangepast vervoer is ingestroomd, waardoor de kwaliteit van het vervoer onder druk is komen te staan.
Het chauffeurstekort is daar het afgelopen jaar nog bijgekomen. De reden voor de nieuwe verordening is om het stelsel beheersbaar te maken en de kwaliteit voor het aangepast vervoer te borgen voor de leerlingen die daar echt op zijn aangewezen (b.v. vanwege een medische indicatie). Wij doen dit door scherper te kijken wie recht heeft op leerlingenvervoer en op welke vorm van bekostiging en het vergroten van zelfstandigheid waar dit kan. De voorgestelde wijzigingen in de regeling zijn ruimhartiger dan de toekenningscriteria in veel andere gemeenten. De regeling bevat tevens een overgangsbepaling die onder meer inhoudt dat lopende voorzieningen in beginsel niet worden aangetast door het invoeren van de nieuwe verordening. Het chauffeurstekort is een urgent probleem. Wij blijven hier met de vervoerder aan werken. Alleen stevig inzetten op het werven en behouden van nieuwe chauffeurs blijkt helaas niet voldoende. 23. 2549-3925(1): Er wordt gesproken van een toenemende druk op het leerlingenvervoer. Zowel wat betreft tekort aan chauffeurs, oplopende kosten en toename van verwijzing naar speciaal onderwijs. In de commissievergadering van maart is hier ook over gesproken. De voorgestelde wijzigingen in de verordening laten wat ons betreft een verschraling zien van de mogelijkheden voor leerlingen die toegewezen zijn op leerlingenvervoer.
In een periode waarin zij ook geconfronteerd worden met wachtlijsten voor jeugdhulp en wachtlijsten voor speciaal onderwijs, is het jammer dat zij ook minder gebruik zullen kunnen maken van leerlingenvervoer. Een optie zou kunnen zijn om deze wijziging tenminste te vertragen totdat er sprake is van een stabielere situatie. 2. Een toelaatbaarheidsverklaring voor het speciaal onderwijs (TLV) is de verantwoordelijkheid van de samenwerkingsverbanden (SWV PO Amsterdam-Diemen en SWV VO Amsterdam-Diemen). Toekenning van leerlingenvervoer is de verantwoordelijkheid van de gemeente. In de brief wordt wel het automatisme benoemd waarmee scholen wijzen op leerlingenvervoer, maar worden opvallend genoeg de samenwerkingsverbanden niet genoemd als gesprekspartners om te komen tot een duurzame oplossing. Twee vragen hierover: - Wat voor mogelijkheden zijn er als het gaat om afstemming van toelaatbaarheidsverklaringen een aanvragen leerlingenvervoer? - Wat zou een versnelling richting inclusief onderwijs kunnen bijdragen aan duurzame oplossingen voor het leerlingenvervoer? Antwoord: Met de voorgestelde wijzigingen wil de gemeente het stelsel van leerlingenvervoer beheersbaar maken en de kwaliteit in het aangepast vervoer garanderen voor die leerlingen die daar echt op zijn aangewezen.
Het klopt dat hierdoor een grotere groep ouders zelf voor het vervoer moet gaan zorgen voor hun kind van en naar school. Ook zullen meer leerlingen een voorziening voor het openbaar vervoer krijgen of een eigenvervoersvoorziening. Voor de leerlingen die vanwege een handicap of gedragsproblematiek aangewezen zijn op het aangepast vervoer (circa 40 procent van het huidige bestand) verandert er niks en hoopt de gemeente juist de kwaliteit en stabiliteit van het vervoer te kunnen garanderen. In de nieuwe verordening is ook overgangsrecht opgenomen: leerlingen
19
behouden recht op een lopende voorziening; pas bij een gewijzigde situatie (verhuizing/ schoolwisseling) wordt de aanvraag beoordeeld op grond van de nieuwe regeling. De verordening voorziet ook in een hardheidsclausule. Vertraging of uitstel is geen optie meer, wij moeten nu ingrijpen om het systeem voor nu en in de toekomst beheersbaar te houden. Als we niks doen, zullen de kosten voor het leerlingenvervoer verder oplopen en zal de kwaliteit van het aangepast vervoer niet verbeteren. U noemt de afstemming tussen de toelaatbaarheidsverklaringen en het leerlingenvervoer. Het samenwerkingsverband geeft in de meeste gevallen een algemene toelaatbaarheidsverklaring af voor een bepaald cluster, omdat zij niet in de schoolkeuzevrijheid van de ouders willen treden. (Bekostiging voor) het leerlingenvervoer kan niet eerder geregeld worden dan nadat de leerling is ingeschreven op de school voor speciaal onderwijs. Verder verwijst u naar de samenwerkingsverbanden en het OOGO. In artikel 5 van de verordening staat opgenomen dat het leerlingenvervoer een vast agendapunt op het OOGO moet zijn. Hierin wordt ook besproken hoe het speciaal (basis) onderwijs tot een betere spreiding in de stad kan komen en de beweging naar inclusief onderwijs bespoedigd kan worden. 24. 8531-3599: Alle begrip dat de gemeente inzet op het zoveel als mogelijk reduceren van kosten van leerlingenvervoer.
Tegelijkertijd is aangepast leerlingenvervoer voor kinderen en jongeren met een serieuze ontwikkelachterstand die nooit ingelopen zal worden essentieel; zowel voor het kind/ de jongere, als voor het gezin waar hij/ zij deel van uitmaakt. Het is positief om met de doelgroep van het leerlingenvervoer afspraken te maken om ervoor te zorgen dat leerlingen wanneer ze in staat zijn om meer zelfstandig op school te komen dit ook daadwerkelijk doen. Tegelijkertijd is er ook een groep die gebruik maakt van leerlingenvervoer met een dusdanig trage ontwikkeling die het noodzakelijk maakt om het vooruitzicht te bieden dat aangepast leerlingenvervoer er simpelweg bij hoort en bijblijft. Hoeveel ruimte biedt deze nieuwe verordening bijvoorbeeld voor een biologische puber die functioneert als een 3-jarige? Met het ophogen van de reistijd om in aanmerking te komen, wordt een groot deel van de Amsterdamse kinderen uitgezonderd van het aanspraak kunnen maken op leerlingenvervoer, zonder dat de gemeente een handreiking biedt hoe die kinderen dan op school kunnen komen. I.t.t. regulier onderwijs valt er voor speciaal onderwijs nauwelijks te kiezen. Ouders en kinderen worden naar een specifieke school gestuurd en die zijn doorgaans net binnen de 6 kilometer voor vso. Daarmee betekent deze verordening dat de gemeente jongeren met een ontwikkelachterstand aan hun lot overlaat.
Hoe gaan deze kinderen op school komen? Amsterdamse scholen beginnen standaard tussen 08.30 en 08.45. Hoe kunnen ouders kinderen op hetzelfde tijdstip op meerdere scholen, liefst in meerdere stadsdelen tegelijkertijd afleveren? Laat staan wanneer ze een baan hebben zonder flexibele werktijden. De maatschappelijke baten van het behoud van werk van de ouders is hoger dan de korte termijn kosten van leerlingenvervoer. Het vinden van een betrouwbare oppas voor een buitengewoon kwetsbare doelgroep is buitengewoon lastig, zeker naarmate gehandicapte kinderen ouder worden. De suggestie van de gemeente dat ouders zelf even iemand vinden om gehandicapte kinderen naar school te brengen als ze zelf moeten werken is erg gemakkelijk. Laat aub de (v)so-school een belangrijke rol spelen bij het bepalen of een leerling aangepast vervoer nodig heeft. In de verordening staat de suggestie opgenomen om te bezien welke aanknopingspunten het OPP hiervoor biedt. Dit klinkt interessant, tegelijkertijd is het OPP een document van de leerling, de school en de ouder, gericht op onderwijs, niet op vervoer. Dit vraagt gerichte aandacht, De gedachte van een opstapplaats kan meerwaarde bieden. Het is echter wel noodzakelijk dat aan enkele randvoorwaarden wordt voldaan, zoals vervoer dat op tijd rijdt en opstapplaatsen op loopafstand.
Tot slot, een kind met een ontwikkelachterstand trekt een zware wissel op het gezin als geheel. Zorgen over vervoer helpen niet.
20
Antwoord: Vanwege de huidige druk op het leerlingenvervoer zowel financieel als op de kwaliteit, is het aanpassen van de verordening noodzakelijk. Juist om kwaliteit van het aangepaste vervoer te garanderen voor die leerlingen die daar op zijn aangewezen. De gemeente is zich ervan bewust dat het aanscherpen van de toekenningscriteria invloed zal hebben op het dagelijks leven van leerlingen. De afweging hiertoe is zorgvuldig gemaakt. Er zal meer verantwoordelijkheid voor het begeleiden naar school bij de ouders worden gelegd. De huidige verordening blijft op veel punten nog steeds ruimhartiger dan regelingen in andere gemeenten. Om de overgang goed te regelen, is voor de leerlingen die op basis van de huidige verordening aanspraak maken op het leerlingenvervoer overgangsrecht georganiseerd. Dit betekent dat zij hun rechten behouden tot dat hun situatie wijzigt en zij een nieuwe aanvraag moeten doen of de beschikking in duur afloopt. Ook onder de nieuwe verordening houden leerlingen automatisch recht op het aangepast vervoer in geval van b.v. een medische indicatie.
In de nieuwe verordening is ook een uitzondering opgenomen voor toekenning aangepast vervoer, in geval ouders genoegzaam kunnen aantonen dat de begeleiding van de leerling door henzelf of anderen onmogelijk is dan wel tot ernstige benadeling van het gezin zal leiden en een andere oplossing niet mogelijk is, kan aanspraak worden gemaakt op bekostiging zoals bedoeld in artikel 18 (artikel 20c). De beoordeling op welk vervoer of bekostiging een puber die functioneert als een 3 – jarige recht heeft, ligt bij de school of een onafhankelijk deskundige. Dat staat in de verordening opgenomen. U staat positief tegenover het vervoersontwikkelplan, daar waar leerlingen meer zelfstandigheid kunnen bereiken. Deze ontwikkeling gaat in samenspraak met de betreffende school en wanneer relevant wordt het OPP hierbij betrokken. De inzet van opstapplaatsen is nog slechts een mogelijkheid. Indien we opstapplaatsen willen gaan inzetten, dan gaat dit in overleg met leerlingen/ouders/scholen en vereist deze vorm van vervoer nog steeds begeleiding van ouder(s) of vrijwilligers naar/van de opstapplaats voor een warme overdracht. De afstand zal dan ook op loopafstand zijn. Een andere voorwaarde is een bepekte wachttijd op de opstapplaats. Dit mag niet langer zijn dan wanneer een leerling thuis moet wachten op de chauffeur. 25.
1432-7726 (1) Vergeet niet dat het gaat om kwetsbare kinderen die je moet beschermen. Het zijn kinderen die buiten school geen sociaal leven hebben omdat speelafspraken maken niet kan. Ieder kind woont ver van school. Of ze nu kunnen lopen, gebracht worden of met leerlingenvervoer gaan. Zorg dan dat ze voor dit stukje in hun leven worden gefaciliteerd. En druk niet op de kosten voor dit belangrijke onderdeel in hun leven. Dat ze geen van alleen willen maar zien als een noodzakelijk kwaad. En dat kwaad willen jullie door het aanpassen van deze verordening alleen maar groter maken. Er wordt in d verordening een verschil gemaakt tussen de tijd voor school en na school en dit kan leiden tot een situatie waarin de heen weg geen leerlingenvervoer mag worden toegekend en de terugweg wel. Dit is een buitengewoon onwenselijke situatie. Het gaat nogmaals om kwetsbare kinderen. Zij kunnen niet ineens ‘s morgen wel met OV en ‘s middags niet. Deze paragraaf moet echt worden heroverwogen. Het is schokkend en schandalig om te zien dat deze aanpassing van de verordening enkel en alleen wordt gedaan om kosten te besparen. Over de rug van een bijzonder kwetsbare groep die het al zwaar heeft en altijd zwaar zal hebben. Kostenbesparing als uitgangspunt zou de gemeente niet moeten willen doen. Het leerlingenvervoer moet blijven zoals het is.
En de gemeente moet hiervoor geld beschikbaar stellen zodat een chauffeur een goed baan heeft en deze kwetsbare kinderen worden voorzien in de behoefte om van en naar school te worden gebracht zodat ze kunnen deelnemen aan onze samenleving zoals voor hun leeftijdsgenoten heel normaal is. Op deze manier wordt deze groep bestraft terwijl zij niets aan de situatie waarin ze zitten kunnen doen. Antwoord: Het klopt dat de gemeente de almaar stijgende kosten wil beteugelen, maar kwaliteitsverbetering staat voorop. Het leerlingenvervoer moet goed geregeld zijn voor de kwetsbare leerlingen. De gemeente wil met de nieuwe verordening inzetten op een betere kwaliteit van het aangepast vervoer, door scherper te kijken wie dit echt nodig heeft en de leerlingen die zelfstandig kunnen reizen hierin te ondersteunen. Het chauffeurstekort maakt het probleem in het aangepast
21
vervoer urgenter. De gemeente kijkt samen met de vervoeder Munckhof hoe zij meer chauffeurs kunnen werven en behouden. Het onderscheid dat u noemt tussen de heen- en terugweg gaat niet over kinderen die met ov kunnen. Het gaat om ouders die bijvoorbeeld hun kind wel zelf kunnen brengen met eigen vervoer, maar niet kunnen halen. Dan wordt de toekenning van de vervoerssoort hierop aangepast. De gemeente blijft uiteraard geld beschikbaar stellen voor het vervoer van de meest kwetsbare kinderen. Maar dat vervoer moet juist niet blijven zoals het is, het moet juist verbeteren. Dat kan alleen als aanbod en vraag beter in balans worden gebracht. 26. 7905-9423 A. Hoe worden deze afstanden berekend? B. Wanneer is een kind volgens jullie in staat om zelf met het openbaar vervoer te gaan? En C: waarom bieden jullie ouders niet aan om het onderling tegen vergoeding te regelen. Ik vind het niet erg om bijvoorbeeld 1x per week een rondje te maken en meer kinderen mee te nemen. Maar elke dag zou betekenen dat er geen tijd is om op tijd naar het werk te gaan. En ik denk ook dat het een goed idee is om te kijken wie er wel tijd heeft om zelf te brengen. Als ouders geen werk hebben, hebben ze best wat meer tijd om te reizen.
Als je de groep die bijvoorbeeld een uitkering heeft vrijsteld van vrijwilligerswerk maar dit soort dingen zelf laat doen, dan is er meer ruimte voor de kinderen en ouders die geen tijd hebben om elke dag 2x een lange reis te maken. Antwoord: Dank voor de mooie suggesties. A. De gemeente hanteert een vaste methode om de afstand te bepalen: de routeplanner van Google Maps (www.google.nl/maps), met als voertuig de fiets, via de kortste route. Let op: De afstandsbepaling van huis naar school is om de aanspraak op een voorziening te beoordelen. Of de leerling daadwerkelijk in staat is om gebruik te maken van de fiets is niet relevant voor dit deel van de aanvraag. B. De gemeente beoordeelt niet of een kind in staat is te reizen met openbaar vervoer. De school of een onafhankelijk deskundige beoordeelt in een vervoersadvies of het kind wel of niet in staat is, al dan niet zelfstandig, te reizen met openbaar vervoer. C. De mogelijkheid om als ouder vergoeding te krijgen voor het vervoeren van meerdere kinderen bestaat al en blijft bestaan. Wij zullen dit breder onder de aandacht brengen van ouders in samenspraak met de scholen. Er wordt bij de beoordeling of eigen vervoer mogelijk is, gekeken naar de werktijden van de ouders. Als een ouder bijvoorbeeld niet op vrijdag werkt, gaan we ervan uit dat deze ouder het kind met eigen vervoer kan brengen.
Een combinatie van aangepast vervoer en een vergoeding voor eigen vervoer is dan ook mogelijk.
Categorie 2: reacties op de afstandsbepaling 27. 4572-1875: ik heb meisje (bijna 16 jaar) die gaat naar spec. middelbare school met Munckhof. Ze is een meisje met een zeldzame syndroom. Mijne dochter kan zelf niet met OV naar school reizen en volgend jaar wordt het niet anders. Dus voor ons zijn nieuwe regels niet zo fijn. Aantal km betekent dat ze geen recht meer heeft vanaf volgende jaar. Dus ik ben niet blij mee. Antwoord: In de nieuwe verordening staat beschreven dat alle leerlingen die een beschikking hebben onder de oude verordening dit behouden. De nieuwe verordening is van toepassing wanneer de situatie
22
wijzigt, bijvoorbeeld vanwege een verhuizing of wijziging van school. Ook in de nieuwe verordening blijft het recht bestaan om aangepast vervoer te krijgen op basis van een medische indicatie of vervoersadvies, waarbij de toekenningscriteria reistijd en reisafstand buiten beschouwing worden gelaten. 28. 6945-9817: Ik begrijp goed dat het leerling vervoer erg duur en lastig te organiseren wordt. Ik vind alleen de keuze die nu gemaakt wordt om het afstandscriterium te verhogen niet goed. 4 km in Amsterdam is nog steeds ver en ook echt heel erg ingewikkeld en druk (en gevaarlijk zowel door verkeer als door kwaadwillenden) voor deze kwetsbare kinderen. Mijn voorstel zou zijn om ouders die dat kunnen een eigen bijdrage te vragen (inkomens afhankelijk). En ik zou de de regeling felxibeler maken. Veel ouders kunnen wel één of twee dagen halen en brengen als het moet. Maar dat kost wel tijd en inzet. Zoals het nu is is er weinig motivatie voor ouders om die extra inzet of tijd erin te stoppen want de regeling is nu als het ware "aan/uit". Ik zou de regeling proberen meer opties te geven. Bijvoorbeeld veel/basis/minder/uit. Waarbij basis bijvoorbeeld 3 dagen is en er exta kosten of extra criteria aangevoerd moeten worden als er meer nodig is. Afstand kan daarbij meespelen maar ook de oorzaak waardoor ouders niet zelf kunnen brengen en halen.
Ik kan niet genoeg benadrukken hoe belangrijk goed leerling vervoer is. 4 kilometer is écht veel in de stad. Onmogelijk voor kwetsbare leerlingen. Zij worden daar ook niet - zoals jullie zeggen - zelfstandiger van als die zelfstandigheid te veel gevraagd is voor zo'n kind. IK wens jullie veel wijsheid en hoop op een eerlijke nieuwe regeling. Antwoord: De instroom en de kosten zijn de afgelopen jaren enorm gestegen en blijven stijgen als de gemeente niks doet. Er zijn enorm veel leerlingen in het aangepast vervoer ingestroomd, waardoor de kwaliteit van het aangepast vervoer zwaar onder druk is komen te staan. Tevens staan de kosten ook zwaar onder druk. Via de nieuwe verordening wil de gemeente de uitvoer van het leerlingenvervoer en de kosten voor het leerlingenvervoer beheersbaar maken. Wij doen dit door scherper te kijken wie recht heeft op leerlingenvervoer en op welke vorm van bekostiging. Daarnaast zetten wij in op een cultuurverandering waarbij wij de zelfstandigheid van de leerlingen in het vervoer willen vergroten waar dat kan. Juist dat laatste moet tot veel meer maatwerk leiden. Hierbij wordt juist rekening gehouden met wat mogelijk is voor de leerlingen in kwestie. Voor de leerlingen die vanwege een handicap, medische indicatie of gedragsproblematiek een vervoersadvies krijgen voor het aangepast vervoer verandert er niks.
De inzet van opstapplaatsen behoort tot de mogelijkheden. Indien we opstapplaatsen gaan inzetten, dan gaat dit in overleg met leerlingen/ouders/scholen. Dank voor uw suggestie om de regeling flexibeler te maken met de genoemde opties. Dat bestaat al en blijft ook onder de nieuwe verordening gehandhaafd maar we zullen hier meer bekendheid aan geven. 29. 5693-2871: Het betreft de afstand wat groter word dan de km wat nu is tussen school en thuis?! Mijn dochter heeft nu ook aangepaste vervoer. Omdat zij een beperking heeft en echter niet zelfstandig naar school kan reizen. Maar ikzelf met mijn lichamelijke beperking haar niet zelf naar school kan brengen. 4 jaar geleden moest ik de schoolkeuze aanpassen ivm kilometers v leerlingenvervoer. Als ik wist dat dit zou veranderen had ik toch de VSO van mijn eerste keus gekozen hebben. Waarom word de standaarden gewijzigd? ik vind het een kwalijke zaak. Veel ouders worden hiervan de dupe! dit kan echt niet! Antwoord: De criteria worden aangescherpt om de kwaliteit van het vervoer te verbeteren door scherper te kijken naar wie aangepast vervoer nodig heeft en wie ook (op termijn) zelfstandig kan reizen. Daarnaast proberen wij aanbod (beschikbare chauffeurs) en vraag (kinderen die vervoerd moeten worden) beter in balans te brengen.
23
In de nieuwe verordening is beschreven dat alle leerlingen die een beschikking hebben onder de oude verordening, pas met de nieuwe verordening te maken krijgen als hun situatie wijzigt, bijvoorbeeld vanwege een verhuizing of wijziging van school of hun aanspraak vervalt vanwege rechtswege. 30. 2367-5357: "met de nieuwe plannen wordt vooral heel praktisch gekeken naar reisafstand en efficiëntie. Helaas werkt dat niet zo met kinderen met een beperking. De soft criteria zouden prioriteit moeten krijgen bij het maken van beslissingen die grote impact hebben op de kinderen. De manier waarop het vervoer wordt geregeld heeft grote impact. Het is niet de vrije keuze van de kinderen dat er geen passend onderwijs is in de buurt en dat zij daardoor afhankelijk zijn van vervoer. Van de meest kwetsbare kinderen wordt enorm veel verwacht. en dit zeg ik als ouder met een ""regulier"" en ""bijzonder"" kind. bij onze kinderen is maatwerk cruciaal om tot ontwikkeling te komen. Kijk daar naar! Vervoer vanuit huis geeft rust en regelmaat. Met OV reizen gaat simpel weg niet ivm overprikkeling, idem wanneer hij naar een centrale opstapplaats zou moeten reizen om daar op te stappen.
Geeft de kinderen rust in hun vertrouwde omgeving! graag kom ik mijn bezwaar persoonlijk toelichten." Antwoord: De bekostiging of het vervoer dat toegekend wordt, wordt bepaald op basis van een zorgvuldige afweging van de school of een onafhankelijk deskundige. Ze kijken daarbij naar de beperking of mogelijkheden van het kind. Voor kinderen voor wie reizen met ov wel een optie is, hanteren we het afstandscriterium en de reistijd. Deze worden in de nieuwe verordening aangepast. Amsterdam blijft ten opzichte van andere gemeenten hierbij ruimhartig. Wettelijk gezien moet de gemeente leerlingenvervoer beschikbaar stellen aan leerlingen die vanwege hun beperking of gedragsproblematiek een vervoersadvies krijgen voor aangepast vervoer, ongeacht op welke afstand zij van school wonen. In het huidige bestand gaat dat om circa 40 procent van de leerlingen. In de nieuwe verordening is opgenomen dat het mogelijk wordt om met opstapplaatsen te gaan werken. De invoering hiervan onderzoeken we nog. Mochten we overgaan tot invoering dan wordt uw suggestie meegenomen in de uitwerking daarvan. De spreiding van het aanbod van speciaal (basis) onderwijs in de stad is een aandachtspunt en de gesprekken die wij voeren met schoolbesturen.
Categorie 3: reacties op de mogelijke inzet van opstapplaatsen 31. 4410-8961: Ik vindt het een goed plan om de reistijden voor schoolvervoer te verlengen. De minimale reisafstand vergroten vraagt wel meer van de ouders en kinderen. Het beoordelen van een ambtenaar of een leerling wel of niet in aanmerking komt draagt grote risico's met zich mee, omdat dit een momentopname is van iemand die het kind niet goed kent. Dit moet altijd plaatsvinden door een onafhankelijke instantie icm bijvoorbeeld de sociaalpedagogisch medewerker van de school waar het kind op zit, en/of een psycholoog van het kind en de inbreng van de ouders. Een verzamelpunt kan een gedeeltelijke oplossing zijn, maar de kinderen die met leerlingenvervoer reizen zijn vaak dusdanig beperkt dat dit het geheel niet zal oplossen. Antwoord: Er ligt altijd een vervoersadvies van de school of een onafhankelijk deskundige ten grondslag aan de aanvraag om bekostiging leerlingenvervoer. Wij nemen uw opmerkingen met betrekking tot de opstapplaats als aandachtspunten mee bij de mogelijke invoering hiervan. De inzet van opstapplaatsen onderzoeken wij nog en gaan alleen over tot inrichting hiervan wanneer dit veilig en verantwoord uitgevoerd kan worden.
24
32. 2907-4521: Ik heb de plannen doorgenomen en vind het helaas wel allemaal grote stappen om te realiseren. De kwetsbare leerlingen worden wel meer op hun zelfstandigheid aangewezen. Dit kan voor meeste leerlingen heel spannend zijn. Mijn zoon gaat naar speciaal onderwijs en heeft TOS. Hij kan zich niet altijd verstaanbaar maken en met zijn teruggetrokken verlegen onzeker gedrag, kan ik hem zeker niet zelfstandig laten reizen. Ophaalpunten, voor werkende ouders zal dit zo moeilijk zijn. Ik en mijn man werken beide in onderwijs en kunnen niet hem zomaar ergens achterlaten. Het lijkt eigenlijk op openbaar vervoer, maar dan met de schoolbus. Indien iemand het kind daar kan afzetten, kan je ook net zo goed bij de school afzetten, wat is de meerwaarde hiervan? Afstand, ov9292 geeft verschillende tijden aan, welke wordt aangehouden? Bij mij staat van huis naar school 39/40 min en tussen ook 30 min. Maar we weten uit ervaring dat het nooit precies gaat zoals het daar is beschreven en altijd langer duurt dan normaal. Ik vind het jammer dat deze leerlingen zo streng beoordeeld moeten worden. Zij hebben wat extra nodig en nu wordt er meer dingen van hen verwacht. De regels worden strenger gemaakt en dit zorgt weer voor stress. Leerlingen die naar speciaal onderwijs gaan moeten uitgezonderd worden van deze regels. Zij hebben het al zwaar genoeg met hun eigen stoornissen.
Nog een reisangst erbij zal ze niet goed doen. Antwoord: Wettelijk gezien moet de gemeente leerlingenvervoer beschikbaar stellen aan leerlingen die vanwege hun beperking of gedragsproblematiek een vervoersadvies krijgen voor aangepast vervoer, ongeacht op welke afstand zij van school wonen of welke reistijd zij hebben. Ook kent de nieuwe verordening een zogenaamd overgangsrecht, dit betekent dat oude rechten blijven bestaan zolang uw situatie niet wijzigt. Als u verhuist of van school wisselt moet u een nieuwe aanvraag indienen, die zal wel worden beoordeeld onder de nieuwe verordening. De gemeente wil met de nieuwe verordening meer inzetten op het zelfstandig reizen van leerlingen die dit aan kunnen, al dan niet met ondersteuning vanuit de gemeente, dit gaat in goed overleg. Juist om de druk van het aangepast vervoer te halen en de kwaliteit daarvan te verbeteren. De gemeente hanteert een vaste methode om de reisafstand te bepalen: de routeplanner van Google Maps (www.google.nl/maps), met als voertuig de fiets, via de kortste route. Voor het bepalen van de kortste reistijd gebruikt de gemeente een vaste methode: de routeplanner op de site www.9292ov.nl. In de verordening is opgenomen dat de gemeente de mogelijkheid heeft om met opstapplaatsen te gaan werken.
Een reden voor de gemeente om opstapplaatsen in te voeren is dat dit een mogelijkheid is om het aangepast vervoer efficiënter te organiseren en de reistijd van leerlingen te verkorten. Voor het invoeren van de opstapplaatsen gelden bepaalde waarborgen zoals, de opstapplaats moet op loopafstand van huis zijn en er moet beschutting zijn. Van ouders mag verwacht worden dat zij hun kind begeleiden naar de opstapplaats totdat deze in het voertuig stapt. 33. 4417-8176(2): Op een plek verzamelen als openbaar vervoer. Haltes die er komen, daar moet ik ook hem bij begeleiden. Wat als we ons verslapen? Of misschien door omstandigheden niet op tijd kunnen zijn? Komt er dan een andere bus? Of moeten wij dan zelf naar school, omdat we te laat zijn? Ik heb door medische redenen een beperking en kan hem niet naar school brengen. Zijn vader werkt fulltime en is dus ook niet beschikbaar. Antwoord: In de nieuwe verordening is de mogelijkheid voor opstapplaatsen geïntroduceerd. Voor het invoeren van de opstapplaatsen gelden wel bepaalde waarborgen zoals, de opstapplaats moet op loopafstand van huis zijn en er moet beschutting zijn. Van ouders wordt verwacht dat zij hun kind begeleiden totdat deze in het voertuig stapt en wanneer dat niet mogelijk is kunnen ouders een beroep doen op hun netwerk om hun kind te laten begeleiden.
Mocht de gemeente de opstapplaatsen ook daadwerkelijk in willen gaan zetten, nemen wij u zorgen zeker mee in de uitwerking. 34. 4695-2977: Ik reageer namens het zorgteam van onze school. Wij hebben één aandachtspunt en één vraag: Aandachtspunt: Voor het overgrote deel van onze leerlingen is het wachten op een opstapplaats niet mogelijk (te onrustig/onveilig).
25
Vraag: Hoe verhoudt de afstandsgrens voor het VSO zich tot artikel 9.2, waarin staat dat er geen afstandsgrens wordt gehanteerd wanneer het een gehandicapte leerling betreft? Op onze school hebben (vrijwel) alle leerlingen een verstandelijke beperking/handicap. Betekent dit dat voor onze leerlingen de afstandsgrens dus geheel vervalt? Antwoord: U geeft aan dat het instellen van opstapplaatsen niet voor alle leerlingen een mogelijkheid is omdat wachten onrustig en onveilig is. Wanneer een opstapplaats wordt ingezet vereist deze vorm van vervoer nog steeds begeleiding van ouder(s) of vrijwilligers naar/van de opstapplaats. Vooralsnog zijn opstapplaatsen nog een optie. Als het college hier wel toe gaat besluiten wordt u zorg zeker meegenomen in de uitwerking hiervan. Wat betreft u vraag over de afstandsgrens voor leerlingen in het V(S)O geldt dat er aanspraak is op aangepast vervoer wanneer een leerling vanwege zijn/haar handicap niet zonder begeleiding met het ov of op de fiets kan reizen. Daarbij is de afstandsgrens niet van toepassing. 35. 8021-7563: Op 20 februari 2023 ontving ik een brief waarin wordt aangegeven dat er een nieuw beleid "leerlingenvervoer" wordt ingevoerd. In de brief wordt verwezen naar de website Amsterdam.nl/inspraak te gaan om het nieuwe beleid in te lezen. Ik lees hierin het volgende: "Nieuw is ook de mogelijkheid voor opstapplaatsen.
Dan wordt een leerling niet meer thuis opgehaald, maar vanaf een opstapplaats (bijvoorbeeld een bushalte) waar een groepje leerlingen zich verzamelt. Dan hoeven de leerlingen minder lang in het aangepast vervoer te reizen." Ik wil middels dit bericht laten weten dat dit voor mijn zoon Sami (8 jaar) niet mogelijk is om zelfstandig naar de bushalte te lopen. De bushalte is op afstand en gezien de situatie van Sami is het niet verantwoord om hem alleen naar de bushalte te brengen. Zelf ben ik niet in staat om hem weg te brengen i.v.m. schooltijden van mijn andere 2 kinderen. Het is noch mogelijk om Sami weg te brengen en noch mogelijk hem te laten meerijden met iemand anders. Sami heeft immers de begeleiding en ondersteuning nodig. Ik ben het dan ook niet eens met dit beleid. Het is onmogelijk en niet haalbaar om hieraan te voldoen. 36. 7845-0219: Punt 4: Opstapplaats: Dat lijkt mij gevaarlijk voor kinderen die werkende ouders hebben en dus op een novemberochtend om 7:30 in hun eentje op de opstapplaats moeten vertoeven, een gek achter de muur glurend, want de mogelijke prooi is autistisch, 8 jaar oud, het mobieltje heeft geen beltegoed meer en een smartphone is voor zo een kind toch al te ingewikkeld. Nee hoor, ontneem een kind dat dit nodig heeft, niet de mogelijkheid, om thuis op een busje te wachten. 37. 0478-9617: Ben het niet mee eens met de nieuwe plannen.
Deze kinderen hebben juist meer aandacht en hulp nodig. En om ze op een punt op te halen is niet altijd haalbaar of fijn voor het kind ivm over prikkels of niet lang kunnen wachten dan is thuis een beter station, 38. 2549-3925(3): Het werken met opstappunten kan grote problemen met zich mee brengen voor gezinnen met meerdere kinderen en voor alleenstaande werkende ouders. Ouders kunnen niet op meer plekken tegelijkertijd zijn om hun kind te brengen en te wachten op de komst van het taxibusje. Ook komt de ruimte voor ouders om te werken in het gedrang. Wij zouden graag zien dat deze optie uit de verordening geschrapt wordt. Antwoorden: De inzet van opstapplaatsen is op dit moment nog slechts een mogelijkheid. Een reden voor de gemeente om opstapplaatsen in te voeren is dat dit een mogelijkheid is om het aangepast vervoer efficiënter te organiseren en de reistijd van leerlingen te verkorten. Indien we opstapplaatsen willen gaan inzetten, dan gaat dit in overleg met leerlingen/ouders/scholen. Dit zal nog steeds begeleiding van ouder(s) of vrijwilligers naar/van de opstapplaats voor een warme overdracht vereisen. Bij het instellen van opstapplaatsen wordtook rekening gehouden met de leerling en wachttijd, veiligheid en beschutting. 39. 0719-1202: Mijn dochter is 3 jaar, gaat naar de burgerschool in Amsterdam.
Ik lees iets over een opstapplek, hoe zit dit met de leeftijd van mijn kind ?
26
Aangezien ik nog een kind heb, kan ik niet op 2 plekken tegelijk zijn. En dochter is te jong om alleen te wachten op een taxi op de opstap plek. Dus hoe wordt dit gedaan ? Antwoord: Opstapplaatsen zijn een mogelijkheid, maar alleen wanneer het veilig en verantwoord uitgevoerd kan worden. Het kan kinderen in het leerlingenvervoer veel reistijd besparen. Kinderen moeten naar deze opstapplaatsen begeleid worden. Daarbij is het wellicht mogelijk om het kind door iemand uit het netwerk te laten brengen. Deze verordening heeft betrekking op leerlingen kinderen woonachtig in Amsterdam. Elk gemeente heeft zijn eigen regelgeving voor het leerlingenvervoer voor de leerlingen die in die gemeente wonen. 1432-7726 (2): Er staat in de verordening dat een opstapplaats kan worden aangewezen. En die opstapplaats mag op een afstand van 30 loopminuten van huis liggen. Dit betekent dat je je kind eerst nog een half uur naar een opstapplaats moet brengen en van daaruit gaat het kind nog de bus in. Mijn dochter van 4 zat van 7.30-8.30 in de bus. Ging tot 14.30 naar school en kwam vervolgens rond 16 uur thuis. Als we daarbij nog een rit naar een opstapplaats moeten tellen dat weet ik niet wat uw gedachte daar achter is. Dat kan toch niet. Antwoord: Het instellen van opstapplaatsen behoort nog tot een mogelijkheid. Het betreft dan een opstapplaats op loopafstand van het woonadres.
Het is de bedoeling dat de ouder de leerling hierin begeleiding biedt. Een reden voor de gemeente om opstapplaatsen in te voeren is dat dit een mogelijkheid is om het aangepast vervoer efficiënter te organiseren en de reistijd van leerlingen te verkorten. De Raad van State deed al op 26 februari 1992 (nr. R03.89.0419/83-107) een uitspraak over opstapplaatsen. Voor de reis te voet van huis naar de opstapplaats werd maximaal dertig minuten nog redelijk gevonden. De 30 minuten zoals u beschrijft is dus een maximale tijdsduur, maar daar hoeft de gemeente Amsterdam niet voor te kiezen. 40. 6239-1405: Niet goed, voornamelijk opstapplaats. Er wordt niet gedacht aan ouders die werken? Tijdens werktijd naar de bushalte en dan mijn zoon naar de bso brengen en dan weer naar mijn werk?Zeker iemand bedacht die geen kinderen heeft op een bso. Ongelooflijk zeg. Dit kan gewoon niet. Antwoord: Het leerlingenvervoer voorziet in passend vervoer voor de leerling. Een opstapplaats behoort nog tot de mogelijkheden en zal niet op 1 januari 2024 worden ingevoerd. Indien we opstapplaatsen gaan inzetten, dan gaat dit in overleg met leerlingen/ouders/scholen. De afstand zal op loopafstand zijn zodat ouder(s) of vrijwilligers de leerling kunnen begeleiden. Wanneer een leerling na school naar een bso gaat, dan zal dit niet via een opstapplaats bij huis verlopen. 41.
8299-1495: de mogelijkheid voor opstapplaatsen lijkt mij geen goed idee. Het idee dat (een groep) kinderen (DIE OP HET SPECIAAL ONDERWIJS ZITTEN) zich dan op 1 plek verzamelt waar wel of geen ouder bij aanwezig is geeft mij geen veilig gevoel (ook rekening houdende met eventuele vertragingen/ het niet komen opdagen van een chauffeur/ een vervangende chauffeur die niet bekend is - het niet makkelijk contact kunnen maken en het nog eerder uit huis vertrekken dan normaal -waardoor de reistijd verlengd wordt) . Het kind dient thuis opgehaald te worden zodat een veilig en vertrouwd gevoel opgebouwd kan worden. Deze kinderen zitten niet voor niets in het speciaal onderwijs en daar dient dan ook rekening mee gehouden te worden. Ik kijk uit naar jullie reactie hieromtrent. Goed initiatief om de reistijd in te korten en door het stellen van bepaalde eisen zal het leerlingenvervoer beperkt worden waardoor meer bussen beschikbaar zijn voor een kleinere groep leerlingen (met behoud van rust voor de kinderen en overzicht voor de chauffeur) waardoor de kinderen sneller op hun bestemming zullen arriveren. Antwoord: Een reden voor de gemeente om opstapplaatsen in te voeren is dat dit een mogelijkheid is om het aangepast vervoer efficiënter te organiseren en de reistijd van leerlingen te verkorten. Opstapplaatsen zijn nu nog een mogelijkheid en onderzocht zal moeten worden of invoering daarvan
27
veilig en verantwoord uitgevoerd kan. Indien we opstapplaatsen gaan inzetten, dan gaat dit in overleg met leerlingen/ouders/scholen. De afstand zal op loopafstand zijn zodat ouder(s) of vrijwilligers de leerling kunnen begeleiden en warm overdragen aan een chauffeur.
Categorie 4: reacties op leeftijdscriterium 42. 2382-1863: Een korte reactie tav. de afstands- en reistijdeisen om voor vervoer in aanmerking te komen: In de beschrijving van deze voorwaarden staat geen enkel leeftijdscriterium. Nog afgezien van het feit dat leerlingen in deze categorie (SO/SBO/SVO) vaak kwetsbaarder en minder zelfstandig zijn dan normale leerlingen, vind ik het onaanvaardbaar om van leerlingen in het basisonderwijs te verlangen dat zij zelf dagelijks tot meer dan een uur alleen on het OV onderweg zijn. Een kind van jonger dan 12 word aan risico's blootgesteld en je kunt niet verlangen van die kinderen dat zij zelfstandig met afwijkingen in het reisschema, calamiteiten of nare ervaringen om kunnen gaan. Onaanvaardbaar wat mij betreft om kinderen onder de 12 zelfstandig met OV te dwingen te reizen. Een minimum leeftijd is het minste wat mij betreft om aan de criteria toe te voegen. Liever nog een vrijwilligheid of financiele incentive: premie als OV wordt gekozen ipv busjesvervoer, het is ten slotte een besparing voor de gemeente. Mag best ook een beetje ten goede komen aan het gezin. Antwoord: In de nieuwe verordening is vastgelegd dat leerlingen vanaf 9 jaar zelfstandig kunnen reizen. Leerlingen worden niet gedwongen om met ov te reizen: de gemeente wil zelfstandig reizen stimuleren daar waar het kan, in overleg met de ouders en school.
Uw suggestie om ouders die voor ov kiezen in plaats van aangepast vervoer, een premie te geven, is wettelijk niet mogelijk, omdat alleen een vergoeding geboden kan worden voor de noodzakelijk te achten vervoerkosten.
Categorie 5: reacties op een eigen bijdrage 43. 4410-8961: Voorstel: ouders van leerlingen zonder beperking moeten zelf de reiskosten betalen. Bij gem. Amsterdam is leerlingenvervoer voor ouders kostenloos. Waarom wordt er niet een bijdrage naar rato/draagkracht gevraagd aan de ouders? Als wij bijvoorbeeld een NS jaarkaart zouden moeten betalen voor een zelfstandig kind, dan zouden we ook een vergelijkbare bijdrage moeten opbrengen voor noodzakelijk leerlingenvervoer, omdat ons kind met beperking niet zelfstandig naar school kan reizen. 44. 6945-9817: Mijn voorstel zou zijn om ouders die dat kunnen een eigen bijdrage te vragen (inkomens afhankelijk). Antwoord: De gemeente heeft wettelijk de mogelijkheid om twee vormen van eigen bijdrage te vragen: een 1) drempelbedrag en 2) een draagkrachtafhankelijke bijdrage. 1.
Bij het drempelbedrag kan een gemeente de eigen bijdrage tot aan de kilometergrens die als afstandscriterium wordt gebruikt, in mindering brengen op de vergoeding eigen vervoer. In het geval het om ov (in de vorm van een abonnement) of aangepast vervoer gaat, betalen ouders een vergelijkbare eigen bijdrage. Bijvoorbeeld over de eerste 5 kilometer. De wet bepaalt dat dit alleen geldt voor leerlingen in het basis- of het speciaal basisonderwijs. 2. Bij de draagkrachtafhankelijke bijdrage kan de gemeente, als de afstand naar de dichtstbijzijnde toegankelijke school meer dan 20 kilometer is, een eigen bijdrage heffen. Dit geldt alleen voor kinderen die regulier basisonderwijs bezoeken.
28
De groep aan wie de gemeente een eigen bijdrage kan vragen, is relatief klein. De baten voor de gemeente zijn beperkt. De inkomsten van een eigen bijdrage zijn relatief veel te beperkt om de kostenstijgingen af te remmen. Op dit moment wordt er alleen een eigen bijdrage gevraagd aan ouders van kinderen in het regulier onderwijs. 45. 1432-7726 (2): Een eigen bijdrage betalen voor vervoer vind ik echt niet kunnen. Ook hier wordt weer een ongeoorloofd onderscheid gemaakt tussen kinderen met en zonder een beperking. Je vraagt als ouder niet om een kind met een beperking. Maar als je die dan hebt dan wil je dat ze zoveel als mogelijk kunnen deelnemen aan de samenleving. Daar moet een samenleving voor opdraaien en daarin moet ook bekostiging plaatsvinden. Ouders van kinderen met een beperking zijn al veel meer geld kwijt aan alles wat er met de handicap van het kind te maken heeft. Het uitgangspunt dat je wel kosten vraagt voor vervoer naar een school vanwege de godsdienst keuze vind ik niet meer dan redelijk. Immers deze kinderen kunnen naar een school dichterbij maar hierin maken ouders zelf een keuze. Die mag van mij ook heel hoog zijn. Of wat mij betreft wordt hier geen voorziening voor getroffen. Ik ben van mening dat een samenleving of gemeente hier niet voor hoeft op te draaien. Stop dat geld in kinderen die geen keuze hebben.
Antwoord: De gemeente mag alleen een eigen bijdrage vragen aan ouders van leerlingen in het reguliere basisonderwijs en het speciaal basis onderwijs. Aan ouders van leerlingen in het speciaal (voortgezet) onderwijs kan de gemeente geen eigen bijdrage aanvragen. Op dit moment wordt er alleen een eigen bijdrage gevraagd aan ouders van kinderen in het regulier onderwijs.. Wanneer een kind is aangewezen op aangepast vervoer en daardoor niet met het openbaar vervoer kan reizen, dan mag de gemeente ongeacht het soort onderwijs geen eigen bijdrage van de ouders vragen.
Categorie 6: reacties op de spreiding van het onderwijsaanbod 46. 0767-0541: Bijna elke ouder wil dat zijn kind in de wijk naar school gaat (goed voor de sociaal emotionele ontwikkeling van het kind, het maken van vriendjes etc). Doordat het passend onderwijs heeft gefaald, worden meer kinderen doorverwezen naar het speciaal onderwijs, met als logisch gevolg dat meer kinderen gebruik maken van leerlingenvervoer. Er wordt dus meer beroep gedaan op een voorziening in combinatie met een in mijn ogen onvoldoende functionerende vervoerder. De rekening wordt met deze verordening bij de leerlingen neergelegd (o.a. uitbreiden van het km criterium, opstapplaatsen, gesprekken over zelfstandigheid). Jammer dat deze keuze wordt gemaakt. Winst zou zijn in inclusief onderwijs waar kinderen gewoon in de wijk naar school kunnen. Antwoord: De spreiding van S(B)O scholen is een aandachtspunt in de gesprekken met de schoolbesturen en het samenwerkingsverband. Daarnaast wordt gekeken wat mogelijk is binnen het regulier onderwijs om het aantal doorverwijzingen naar het S(B)O te verminderen. Dit levert helaas niet op korte termijn een oplossing. Het klopt dat er steeds meer leerlingen instromen in het speciaal onderwijs en dat er dus ook meer aanspraak wordt gemaakt op het leerlingenvervoer. Dit zien we ook in de toename van het aantal aanvragen voor aangepast vervoer, dit is onevenredig gestegen.
Met de aanscherping van de criteria in de nieuwe verordening en de inzet op het vergroten van zelfstandigheid van leerlingen die dat kunnen, wil de gemeente juist zorgen voor kwalitatief goed aangepast vervoer voor die leerlingen die daar echt op zijn aangewezen.
Categorie 7: reacties op het stimuleren van zelfredzaamheid 29
47. 5000-3516: Wij zijn het er absoluut niet mee eens. Mijn kind gaat naar een speciaal basisonderwijs. Het is voor ons onmogelijk om hem zelf weg te brengen (wij werken allebei) gezien de afstand van 7km. Mijn kind kan ook niet zelfstandig naar school hij is erg afhankelijk van ons en heeft verlatingsangst. Hij durft niet eens alleen buiten te spelen laat staan dat hij zelfstandig naar school gaat reizen met ov. Ik hoop dat jullie gehoor aan dit geven en de nieuwe regels niet invoeren. Misschien is een vorm van eigen bijdrage een optie? Antwoord: Ook in de nieuwe verordening krijgen kinderen die vanwege hun beperking niet zelfstandig of niet onder begeleiding kunnen reizen aangepast vervoer toegekend. Het wettelijke maximum om in aanmerking te komen voor een voorziening in het leerlingenvervoer is 6 kilometer. De gemeente Amsterdam hanteert dit wettelijk maximum alleen voor het VSO en het reguliere basisonderwijs. Voor het SO 4 kilometer en SBO 5 kilometer. De nieuwe verordening is er juist op gericht om het aangepast vervoer beheersbaarder te maken en betere kwaliteit te leveren voor die leerlingen die hierop zijn aangewezen om naar school te gaan. Wij doen dit door scherper te kijken wie recht heeft op welke vorm van bekostiging of aangepast vervoer. Wij gaan meer inzetten op zelfstandigheid waar dit kan. Juist dat laatste moet tot veel meer maatwerk leiden.
Hierbij wordt rekening gehouden met wat mogelijk is voor de leerlingen in kwestie. Voor de meeste kwetsbare leerlingen die reizen men het aangepast vervoer verandert er niks aan het vervoer. De regeling bevat tevens een overgangsbepaling die onder meer inhoudt dat lopende voorzieningen in beginsel niet worden aangetast door het invoeren van de nieuwe verordening. 48.
1787-9243(2): Ook de ‘planbespreking’ lijkt me alleen op papier te gaan werken, als je bedenkt tegen welke bureaucratie je aan zal lopen. Het contact met leerlingenvervoer in het geval van klachten en informatie werkt nu al niet naar behoren, waardoor de problemen zich alleen opstapelen ipv dat er door de gemeente in samenspraak naar oplossingen wordt gezocht. Contacten verlopen niet of niet correct naar mijn ervaring. Een algemene opstapplek lijkt me te risicovol gezien het stroeve verloop van het vervoer dat regelmatig niet in staat is op tijd te komen. Antwoord: Uw reactie met betrekking tot het vervoersontwikkelingsplan nemen wij ter harte. Het plan mag niet leiden tot meer bureaucratie. In de uitwerking kijkt de gemeente op welke manier dit bijvoorbeeld gekoppeld kan worden het Ontwikkelingsperspectief voor de leerling, om onnodig bureaucratie te voorkomen. De inzet van opstapplaatsen onderzoeken wij nog en gaan alleen over tot inrichting hiervan wanneer dit veilig en verantwoord uitgevoerd kan worden. 49. 4417-8176(3): De nieuwe regels over de leerlingenvervoer zijn wel heel extreem. Er wordt in een keer van ons verwacht dat onze kinderen die al door een stoornis naar een speciaal onderwijs gaan zelfstandig moeten functioneren. Zij kunnen dat niet net als hun leeftijdsgenoot die op regulier onderwijs zit.
Zij hebben wat extra’s nodig en kunnen heel angstig reageren bij veranderingen. Mijn zoon zit op speciaal onderwijs en heeft taalontwikkelingsstoornis. Hij is bijna 8 jaar, maar praat als een kind van 4 jaar. Hij komt niet uit zijn woorden en kan geen correcte zin maken. Wanneer hij vastloopt raakt hij gefrustureerd en reageert angstig en begint dan te huilen en te schreeuwen. Hij kan sowieso nog lang niet zelfstandig met ov naar school. Hij heeft structuur nodig en veel sturing. Hij zal de ochtend en middag spits niet overleven in een metro of tram. Tevens de verkeersregels zijn hem nog onbekend, daarom is het levensgevaarlijk. Antwoord: In de nieuwe verordening is nog steeds geregeld dat leerlingen die vanwege hun beperking aangewezen zijn op het aangepast vervoer dit gewoon zullen krijgen, dit gaat om circa 40 procent van de huidige gebruikers van het leerlingenvervoer. Van deze leerlingen wordt niet verwacht dat zij opeens zelfstandig kunnen reizen. Ook gaat de nieuwe verordening ervan uit dat kinderen tot 9 jaar nog
30
begeleid naar school gaan. Met de nieuwe verordening wil de gemeente wel meer maatwerk bieden door scherper te kijken naar kinderen die mogelijk zelfstandiger kunnen reizen, dit in overleg met de school en de ouders. Op deze manier streeft de gemeente er naar het aangepast vervoer te verbeteren voor leerlingen die daar afhankelijk van zijn. De regeling bevat tevens een overgangsbepaling die onder meer inhoudt dat lopende voorzieningen in beginsel niet worden aangetast door het invoeren van de nieuwe verordening. 50. 5417-6388: Ik vind het goed dat er een gesprek plaatsvind om te beoordelen of er een mogelijkheid is, dat een kind eventueel zelfstandig zou kunnen reizen. Afstand zou geen reden moeten zijn om niet in aanmerking te komen voor leerlingenvervoer. Wanneer een kind niet zelfstandig kan reizen dan kan een kind dat ook niet met 1 kilometer. Of wanneer de reistijd langer of korter is. Indien een kind (zelfstandig) naar een afgesproken kan gaan om te verzamelen voor het leerlingenvervoer dan is dat een goed idee. Maar daar zou eerst een gesprek met de ouders over moeten plaatsvinden. En de plek zou binnen een halve kilometer van huisadres moeten zijn. Veel kunst raken anders overprikkeld. Antwoord: Fijn dat u positief staat tegenover een gesprek over het zelfstandig(er) reizen van leerlingen.
Het afstandscriterium is van toepassing als een kind zelfstandig of met begeleiding met het openbaar vervoer kan reizen. Als dat niet het geval is, geldt de afstandsgrens niet. Dan gaat het om kinderen met een psychische, lichamelijke, verstandelijke of zintuiglijke beperking en zijn ze gehandicapt als bedoeld in de zin van de verordening. U stelt voor om kinderen zelfstandig naar een verzamelplaats te laten gaan. De bedoeling bij een opstapplaats is dat ouders hun kind hierheen begeleiden tot in het vervoer. De Raad van State deed al op 26 februari 1992 (nr. R03.89.0419/83-107) een uitspraak over opstapplaatsen. Voor de reis te voet van huis naar de opstapplaats werd maximaal dertig minuten nog redelijk gevonden.
51. 2549-3925(2): Er wordt de indruk gewekt dat er nu onvoldoende gekeken wordt naar de mogelijkheden van een leerling om zelfstandig te kunnen reizen. Echter, ook de huidige verordening gaat er vanuit dat taxivervoer alleen toegankelijk is voor specifieke groepen wanneer ander vervoer geen alternatief is. Ook binnen de huidige verordening is het dus mogelijk om hier goed naar te kijken en ondersteuning te bieden bij dat proces. Waar komt de noodzaak vandaan om op dit punt de verordening aan te passen? Antwoord: Het verschil met de huidige verordening is de invoering van het vervoersontwikkelingsplan. Dit betreft een gesprek met ouders en leerling over het zelfstandig(er) reizen van de leerling. In de huidige situatie vragen wij scholen eenmaal per jaar of kinderen nog op passende wijze vervoer hebben, of dat daarin veranderingen zijn. Echter, er vindt nu geen gesprek met de kinderen en ouders plaats én er wordt niet gekeken naar een mogelijke ontwikkeling die kinderen kunnen doormaken. Tevens proberen wij met een bredere inzet van ov-coaches door scholen geselecteerde kinderen te ondersteunen en te stimuleren met het OV of met de fiets naar school te gaan.
Categorie 8: reacties op de gezinssituatie (werktijden/andere kinderen) 52. 3470-7556: Ik vind dat er meer naar de situatie van het kind en de thuissituatie gekeken moet worden ipv. het aantal km of reistijd. Wij komen dan net niet in aanmerking voor leerlingenvervoer, omdat wij op 3,9 km afstand van de school wonen. Met het openbaar vervoer is het voor m'n dochtertje erg heftig door de drukte en vele prikkels. Ze zit op het speciaal onderwijs met een gecompliceerde diagnose. Ze zal dan haar
31
schooldag al beginnen met een vol hoofd. Dat is al geen rustige start om de schooldag mee te beginnen. Als ik haar met de auto zelf breng, betaal ik 2x heen en 2x terug per dag. Wat inhoudt dat ik per dag zo'n 16km benzine kwijt ben en dat 5x per week. Ik leef op bijstandsniveau en voor mij is dat dan extra geld wat ik kwijt ben. En wat ik al niet kan missen om een beetje rond te kunnen komen. Ook ben ik alleenstaande moeder wat ervoor zorgt dat alles op mij terecht komt. Er moet meer naar de leefsituatie en het kind gekeken worden naar mijn mening! Antwoord: De verordening houdt, zoals ook in de wet staat, rekening met de van ouders redelijkerwijs te vergen inzet en voorziet erin dat het vervoer kan plaatsvinden op een wijze die voor de leerling passend is. Primair ligt de verantwoordelijkheid voor begeleiding bij het vervoer bij de ouders. Ook de nieuwe verordening is nog ruimhartig ten opzichte van de maximale reistijd (90 minuten) en reisafstand (6 kilometer). De gemeente Amsterdam wil dus juist ook rekening houden met een grotere groep ouders. Tegelijk ziet de gemeente dat het huidige stelsel van leerlingenvervoer niet houdbaar is. De kosten stijgen te snel en de uitvoer van het aangepast vervoer is niet goed te organiseren.
In de nieuwe verordening is ook een uitzondering opgenomen voor toekenning aangepast vervoer, in geval ouders genoegzaam kunnen aantonen dat de begeleiding van de leerling door henzelf of anderen onmogelijk is dan wel tot ernstige benadeling van het gezin zal leiden en een andere oplossing niet mogelijk is, kan aanspraak worden gemaakt op bekostiging zoals bedoeld in artikel 18 (artikel 20c). U wijst erop dat voor een groep ouders die niet aan de criteria voldoet, het financieel een probleem kan zijn het vervoer zelf te regelen. U kunt hiervoor wellicht gebruik maken van bijzondere bijstand en de Pak je kans regelingen. Deze zijn van toepassing als er geen andere voorliggende voorzieningen zijn.