CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

A - 17 Bouwen en Wonen (25) Bijlage 5 ois opkoopbescherming 2018-2020 tg (1)

RAAD 16 februari 2022, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Vaststellen beleidskader opkoopbescherming en wijzigingen in de Huisvestingsverordening ter invoering van de opkoopbescherming VN2022-0030335.453 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Woningvoorraad Amsterdam Veranderingen in eigendomsvorm en WOZ-waarde 2018-2020

Onderzoek, Informatie en Statistiek

1

In opdracht van: afd. Wonen Projectnummer: 21229 Auteur: Hester Booi, Simone Wesseling E-mailadres: h.booi@amsterdam.nl Bezoekadres: Weesperstraat 113-117 Telefoon: 020 251 0333 Postbus 658, 1000 AR Amsterdam data.amsterdam.nl Amsterdam, oktober 2021 Foto voorzijde: Uitzicht Amsterdam, fotograaf Edwin van Eis (2021)

2

Inhoud

Samenvatting en conclusie

4

Inleiding

5

1 Woningvoorraad naar eigendomscategorie

8

1.1 WOZ-waarden van de woningvoorraad 1.2 WOZ-waarden eigenaar-bewoners per wijk

10 12

2 Veranderingen in de woningvoorraad

16

3 Aan- en verkoop van woningen

17

3.1 Woningen verkocht door eigenaar-bewoners

4 Update met de stand van 1 januari 2021

18

21

3

Samenvatting en conclusie

Het aantal woningen in eigendom van verhuurders neemt toe in Amsterdam, van 108.000 in 2016 naar 131.000 in 2020 (verhuur natuurlijk persoon en verhuur niet-natuurlijk persoon samen). Dit is deels nieuwbouw, deels gaat het omzettingen binnen de bestaande bouw. Het aantal eigenaar-bewoners is min of meer stabiel (130.000). De relatieve omvang van de particuliere huurvoorraad neemt daarmee toe. Dit gebeurt in alle prijsniveaus. Bezit van eigenaar-bewoners in het betaalbare segment (tot €314.000) is met 25.000 woningen beperkt. Dit betaalbare segment bevindt zich vooral in Zuidoost. De gemiddelde WOZ-waarde van woningen in eigendom van eigenaar-bewoners ligt in 2020 op €542.450. In de bestaande woningvoorraad is er van jaar op jaar veel uitwisseling tussen de categorieën ‘eigenaar-bewoner’ en ‘verhuur natuurlijk persoon’. In de periode 2019-2020 resulteerde dit per saldo in een afname van de voorraad in eigendom van eigenaar-bewoners en een groei van de particuliere huurvoorraad. Dit gaat vaak zonder dat er een transactie plaatsvindt. In de aan- en verkopen van woningen is er per saldo een toename van verhuur niet-natuurlijk persoon, met name ten kosten van ‘verhuur natuurlijk persoon’. Verhuurders die kopen van eigenaar-bewoners richten zich op specifieke delen van de markt. Zij kopen zowel de goedkopere woningen als juist de duurste woningen.

Het aandeel woningen van eigenaar-bewoners die gekocht worden door verhuurders is het hoogst in en rondom de Grachtengordel, de Pijp en rondom het Vondelpark. Daarnaast is het hoog in Bijlmer-Centrum, Holendrecht-Reigersbos, Noordelijke IJ-oevers-West en Slotermeer-Zuidwest.

4

Inleiding

De afdeling Wonen werkt aan beleid om het opkopen van woningen voor de verhuur te verminderen. Op 10 maart 2021 is door de Tweede Kamer een amendement aangenomen over het opnemen van opkoopbescherming in de Huisvestingswet. Gemeenten mogen in de Huisvestingsverordening bepalen dat goedkope en middeldure koopwoningen in (delen) van de stad na aankoop niet verhuurd mogen worden. Doel is om meer betaalbare en middeldure koopwoningen beschikbaar en betaalbaar te houden voor (koop)starters. Ook zijn er zorgen over de leefbaarheid in wijken waar veel woningen worden opgekocht voor de verhuur. Wel gelden er enkele situaties waarin verhuur is toegestaan: verhuur aan eerste of tweedegraadsfamilie; verhuur voor maximaal een jaar door bewoners die bijvoorbeeld een jaar in het buitenland willen verblijven en in de tussentijd de woning willen verhuren en verhuur van woonruimte die onlosmakelijk verbonden is met een bedrijfsruimte, kantoor of winkel. Om deze opkoopbescherming verder uit te werken zijn enkele gegevens over de woningvoorraad van Amsterdam nodig. Daarom is het verzoek aan Onderzoek, Informatie en Statistiek om informatie te leveren en daarbij een analyse te maken over de verdeling van de verschillende prijsklassen van woningen en de mate waarin buy-to-let per prijsklasse en gebied voorkomt.

Wonen heeft gevraagd de volgende gegevens in beeld te brengen: Aantal woningen naar prijssegmenten en eigendom per wijk en per stadsdeel in Amsterdam, zo recent als beschikbaar. Het aantal aangekochte koopwoningen per prijssegment in Amsterdam per wijk en per stadsdeel voor 2018, 2019 en 2020. Aantal woningen per prijssegment (waaronder goedkope en middeldure woningen) dat na aankoop gebruikt wordt voor verhuur per wijk en per stadsdeel in Amsterdam over de jaren 2018, 2019 en 2020. En specifiek voor alle verkochte huizen in de afgelopen 2 jaar: wie verkoopt (belegger/eigenaar-bewoner), wie koopt en zijn er veranderingen te zien? Ontwikkeling van buy-to-let door de tijd: hoeveel woningen gaan er per jaar over van eigenaar-bewoner naar particuliere verhuur? Voor de afgelopen periode (2016-2020), met de mogelijkheid dit te monitoren na invoering van de opkoopbescherming (20222026). Ontwikkeling particuliere verhuur door de tijd: hoeveel woningen worden er door particuliere verhuurders (uitgesplitst naar type) verhuurd, naar prijssegment en wijk. Voor de afgelopen periode (2016-2020), met de mogelijkheid dit te monitoren na invoering van de opkoopbescherming (2022-2026). Om deze tabellen te maken, moeten er een aantal definities worden afgebakend.

5

Eigendomsvorm Voor de eigendomsvorm van de woningvoorraad zijn de volgende categorieën te onderscheiden: eigenaar-bewoners; woningen in eigendom van overige natuurlijke personen (kleine en grotere particuliere verhuurders, maar ook tweede woningen/pied-à-terres); woningen in eigendom van niet-natuurlijke personen (waaronder institutionele beleggers en grote verhuurders als Vesteda, BPF Bouwinvest, verzekeringsmaatschappijen); woningen in eigendom van woningcorporaties. Wanneer woningen van een eigenaar-bewoner naar een particulier (zowel natuurlijke personen als niet-natuurlijke personen) die er niet zelf gaat wonen, kan er sprake zijn van buy-to-let. Of dit ook werkelijk de intentie is van de koper, is niet uit de registratiebestanden te halen. De opkoopbescherming zal in ieder geval gelden voor woningen die nu in eigendom zijn van eigenaar-bewoners. Hoe en op welke manier dit ook geldt voor andere typen eigenaren is nog niet uitgewerkt. OIS stelt daarom voor de gevraagde tabellen uit te splitsen naar deze verschillende typen eigenaren. De eigendomssituatie is nog niet bekend van 2021, we gaan daarom uit van de gegevens van 2020. De verdeling van de woningvoorraad naar WOZ-klassen. Om te bepalen welke woningen in het ‘goedkope en middeldure segment’ vallen wordt de woningvoorraad verdeeld in verschillende WOZ-klassen. Er worden verschillende indelingen onderscheiden.

De eerste is op basis van betaalbaarheidsgrenzen voor verschillende inkomensgroepen. De tweede op basis van de gemiddelde verdeling van de WOZ-waarden over de (koop)woningvoorraad. Beide verdelingen naar WOZ-klassen worden uitgesplitst naar type eigenaar en gebied (en evt. wijk), peildatum 1 januari 2020 (prijspeil 2019). Ook wordt er gekeken naar de verdeling in kwartielen en kwintielen. WOZ-klassen op basis van betaalbaarheidsgrenzen: Tot 188.000 euro 188.000 - 314.000 euro 314.000 - 400.000 euro 400.000 - 518.000 euro meer dan 518.000 euro WOZ-klassen op basis van de gemiddelde verdeling: Gemiddelde WOZ-waarde woningen van eigenaar-bewoners, en de afgeleiden hiervan: 0.50, 0.75, 1.25, 1.50, 1.75 en 2.00 keer deze waarde. Het gemiddelde lag in 2020 op €542.450. Dit leidt tot de volgende indeling: tot 271.225 euro 271.225 - 406.838 euro 406.838 - 542.450 euro 542.450 - 678.063 euro 678.063 - 813.676 euro 813.676 - 949.288 euro 949.288 - 1.084.901 euro meer dan 1.084.901 euro 6

Leeswijzer OIS levert tabellen zoals hierboven benoemd aan afd. Wonen. In deze rapportage wordt een selectie hiervan uitgewerkt. In het eerste hoofdstuk wordt ingegaan op de totale woningvoorraad naar eigendomsvorm over de periode 2016-2020. In welke mate is de particuliere huurvoorraad gegroeid en wat is de ontwikkeling in het bezit van eigenaar-bewoners? Vervolgens wordt ingegaan op de ontwikkeling in de WOZ-waardes en de verdeling van de WOZ-waardes binnen de voorraad in eigendom van eigenaar-bewoners. In welke WOZ-klassen vallen de woningen in eigendom van eigenaar-bewoners? Het tweede hoofdstuk gaat in op de veranderingen in de eigendomsvorm van woningen op individueel niveau. Hoeveel woningen gaan er van eigenaar-bewoner naar particuliere verhuur? Hier gaat het om alle veranderingen ongeacht de oorzaak. In het derde hoofdstuk wordt specifiek gekeken naar de woningtransacties. Hoeveel woningen verkopen eigenaar-bewoners, en welk deel gaat daarvan naar particuliere verhuurders? Wat zijn de kenmerken van de woningen die worden gekocht door particuliere verhuurders? En hoe is de verdeling over de stad? Het vierde hoofdstuk betreft een latere toevoeging met de recentste data. Het geeft de verdeling van de WOZ-waarden over de woningvoorraad in eigendom van eigenaar-bewoners in 2021.

7

1 Woningvoorraad naar eigendomscategorie

De eigendomsstructuur van de woningvoorraad wordt vaak ingedeeld in drie categorieën: eigenaar-bewoners, corporatieverhuur en particuliere verhuur. Bij aan- en verkopen én als de bewoner verandert kan de categorie waarin een woning valt veranderen. Corporaties en andere bedrijven, organisaties of instellingen die woningen verhuren, doen dit vaak voor langere tijd. Woningen van deze groepen (corporaties en andere niet-natuurlijke personen) blijven vaak jarenlang in bezit, of worden onderling verkocht. De eigendomscategorie blijft dan gelijk. Woningen in eigendom van natuurlijke personen veranderen veel vaker van categorie. Een woning wordt gerekend tot ‘eigenaar-bewoner’ als de eigenaar van de woning er zelf woont. Ook als de eigenaar de woning recent heeft gekocht en er nog niet woont, maar het aannemelijk is dat deze woning voor eigen bewoning is gekocht, wordt de woning tot ‘eigenaar-bewoners’ gerekend.1 Deze bepaling gebeurt op basis van verschillende registraties (Kadaster, BRP, WOZ, BWV en BAG) die niet volledig op elkaar aansluiten. Door veranderingen in deze registraties, en de aansluiting tussen deze registraties, wisselt de kwaliteit van het bepalen van deze eigendomsstructuur. Veranderingen van jaar op jaar hebben daarom ook deels te maken met veranderingen in de registraties. De cijfers over de veranderingen moeten dus met voorzichtigheid geïnterpreteerd worden.

De Amsterdamse woningvoorraad telt bijna 450.000 woningen in 2020 (zie tabel 1.1). 130.000 daarvan worden bewoond door de eigenaar van de woning. Nog eens 60.000 woningen zijn in eigendom van natuurlijke personen, maar zij wonen er niet. Deze woningen worden tot de particuliere verhuur gerekend. Ongeveer 70.000 woningen zijn in eigendom van niet-natuurlijke personen (bedrijven, instellingen, etc., uitgezonderd corporaties) en vallen eveneens onder de particuliere huurvoorraad. 180.000 woningen zijn in eigendom van corporaties. Afname aantal corporatiewoningen en toename woningen verhuurd door natuurlijke- en nietnatuurlijke personen Het aantal woningen in eigendom van eigenaar-bewoners is redelijk stabiel de afgelopen jaren (ongeveer 130.000; 30% van de totale voorraad). Het aantal woningen in eigendom van natuurlijke personen dat verhuurd wordt was eveneens redelijk stabiel (tot 2018 rond de 55.000; 13%), maar groeit sinds 2018 en ligt in 2020 een stuk hoger (62.000; 14%). Het aantal woningen van corporaties is afgenomen van 189.000 in 2016 tot 180.000 in 2019, en is de afgelopen twee jaar stabiel gebleven. Het aandeel corporatie woningen op de totale woningvoorraad nam af van 45% naar 40%. Het aantal woningen in eigendom van niet-natuurlijke personen dat verhuurd wordt, is sterk toegenomen (van 51.000 in 2016 naar 69.000 in 2020; van 12% naar 16%).

Ruim 9000 daarvan betroffen (door hen zelf ontwikkelde) nieuwbouwwoningen. 1

Ook als de woning op naam staat van een bedrijf, en de eigenaar van dat bedrijf woont op datzelfde adres, wordt deze woning ingedeeld bij de eigenaar-bewoners.

8

Tabel 1.1 Aantal woningen naar type eigenaar per peildatum (absoluut) 2016

2017

2018

2019

2020

eigenaar-bewoner

125283

129907

128023

132287

130246

verhuur natuurlijk persoon

56647

54454

53977

56966

61662

verhuur niet-natuurlijk persoon

51301

54833

54511

66811

69477

corporatie

188661

183282

181909

180348

180736

1893

5382

14212

5055

5089

423785

427858

432632

441467

447210

overig/onbekend totaal

Tabel 1.2 Woningen naar type eigenaar per peildatum (procenten) 2016

2017

2018

2019

2020

eigenaar-bewoner

30

30

30

30

29

verhuur natuurlijk persoon

13

13

12

13

14

verhuur niet-natuurlijk persoon

12

13

13

15

16

corporatie

45

43

42

41

40

overig/onbekend

0

1

3

1

1

100

100

100

100

100

totaal

9

1.1 WOZ-waarden van de woningvoorraad De gemiddelde WOZ-waarde van woningen van eigenaar-bewoners is €542.450 (stand 1/1/2020; prijspeil 2019). Dat gemiddelde wordt sterk beïnvloed door hoge waardes; 65% van de woningen van eigenaar-bewoners ligt onder deze waarde. Woningen in eigendom van eigenaar-bewoners zijn gemiddeld duurder dan corporatiewoningen of woningen in eigendom van particuliere verhuurders. Ongeveer 20% van de woningen in eigendom van particuliere verhuurders (beide categorieën) heeft een WOZ-waarde boven de €542.450, bij corporaties is dit 4% (eigenaar-bewoners: 35%). Tabel 1.3 Woningvoorraad naar eigendom en WOZ-klasse op basis van de gemiddelde WOZ-waarde van eigenaar-bewoners, 1 januari 2020 (procenten) tot 271.225 - 406.838 - 542.450 271.225 406.838 542.450 678.063 euro euro euro euro eigenaar-bewoner

678.063 813.676 euro

813.676 949.288 euro

949.288 1.084.901 euro

meer dan 1.084.901 euro onbekend

totaal

10

32

23

12

7

4

2

6

3

100

12

38

25

10

5

3

2

3

3

100

23

34

21

10

4

2

1

2

3

100

corporatie overig/onbekend

35 23

42 3

15 2

3 1

0 0

0 1

0 0

0 1

3 69

100 100

totaal

23

37

20

8

4

2

1

3

4

100

verhuur natuurlijk persoon verhuur nietnatuurlijk persoon

Tabel 1.4 Woningvoorraad naar eigendom en WOZ-klasse naar betaalbaarheidsgrenzen, 1 januari 2020 (procenten, rij) tot 188.000 - 314.000 - 400.000 - meer dan 188.000 314.000 400.000 518.000 518.000 oneuro euro euro euro euro bekend totaal totaal abs eigenaar-bewoner

1

18

22

21

35

3

100

130246

verhuur natuurlijk persoon

2

18

27

23

25

3

100

61662

verhuur niet-natuurlijk persoon

14

17

24

20

21

3

100

69477

corporatie

10

42

25

15

5

3

100

180736

overig/onbekend

22

2

2

2

3

69

100

5089

totaal

7

27

24

19

19

4

100

447210

Tabel 1.5 Woningvoorraad naar eigendom en WOZ-klasse naar betaalbaarheidsgrenzen, 1 januari 2020 (procenten, kolom) tot 188.000 314.000 400.000 meer dan 188.000 314.000 400.000 518.000 518.000 euro euro euro euro euro onbekend totaal eigenaar-bewoner

4

19

26

33

53

24

29

verhuur natuurlijk persoon

4

9

16

17

18

11

14

verhuur niet-natuurlijk persoon

32

10

16

16

17

12

16

corporatie

56

62

42

33

11

33

40

overig/onbekend

4

0

0

0

0

20

1

totaal totaal abs.

100

100

100

100

100

100

100

31408

122095

107005

83503

85821

17378

447210

10

De woningprijzen zijn sterk gestegen de afgelopen jaren, het aantal goedkope woningen neemt daarmee af. Woningen onder de €188.000 zijn er weinig meer in 2020 (31.000), terwijl in 2016 nog 154.000 woningen in Amsterdam in deze prijsklasse vielen. Ook de WOZ-klasse €188.000€314.000 nam in aantal af (van 173.000 naar 122.000 woningen). De groei zat in alle WOZklassen daarboven. De goedkoopste voorraad bestaat in 2020 nagenoeg geheel uit huurwoningen, deels van corporaties, deels van niet-natuurlijke personen (commerciële verhuurders, o.a. particuliere sociale huur voor jongeren en studenten). Een klein deel (4%; 1400 woningen) is in eigendom van eigenaar-bewoners. De categorie €188.000-€314.000 bestaat vooral uit corporatiebezit (62%); 19% is van eigenaar-bewoners. Dit zijn 23.000 woningen. In 2016 was een groot deel van de woningen boven de €314.000 in eigendom van eigenaarbewoners. Dit beeld is in 2020 verschoven, met name doordat het bezit van corporaties vaker in dit duurdere segment valt (zie figuur 1.6). Het aandeel in eigendom van particuliere verhuurders bleef min of meer gelijk. Hoewel de relatieve omvang van de particuliere voorraad in de verschillende WOZ-klassen redelijk stabiel bleef, is de verhouding ten opzichte van de eigenaarbewoners wel veranderd.

In 2016 was de duurdere voorraad voor een groot deel in handen van eigenaar-bewoners, in 2020 is dit veel minder het geval. Figuur 1.6 Woningvoorraad naar WOZ-waarde en eigenaar, 2016 en 2020 (bovenaan in absolute aantallen, daaronder in procenten) 200.000 180.000 160.000 140.000

overig/onbekend

120.000 corporatie

100.000 80.000

verhuur niet-natuurlijk persoon

60.000 verhuur natuurlijk persoon

40.000 20.000

52612 27705

18128

14084

1401

188.000 - 314.000 - 400.000 - meer dan 314.000 400.000 518.000 518.000 euro euro euro euro

tot 188.000 euro

0 tot 188.000 euro

11895

23332

28097

27506

45780 eigenaar-bewoner

188.000 - 314.000 - 400.000 - meer dan 314.000 400.000 518.000 518.000 euro euro euro euro

2016

2020

100 90 80 70

overig/onbekend

60 corporatie

50 40

verhuur niet-natuurlijk persoon

30

56

0

53

43

20 10

64

30 19

18 tot 188.000 euro

188.000 - 314.000 - 400.000 - meer dan 314.000 400.000 518.000 518.000 euro euro euro euro 2016

4 tot 188.000 euro

26

33

verhuur natuurlijk persoon eigenaar-bewoner

188.000 - 314.000 - 400.000 - meer dan 314.000 400.000 518.000 518.000 euro euro euro euro 2020

11

1.2 WOZ-waarden eigenaar-bewoners per wijk In het beleid voor middeldure huur wordt de inkomensgrens van €61.000 voor huishoudens gehanteerd. Met een dergelijk inkomen is het mogelijk om €314.000 aan hypotheek te krijgen. Wanneer deze grens wordt toegepast op het opkoopbeschermingsbeleid (stand 2020; prijspeil 2019), dan vallen er in totaal 25.000 woningen van eigenaar-bewoners onder dit beleid. Dit is 19% van de totale voorraad in eigendom van eigenaar-bewoners. In de meeste wijken ligt het aandeel woningen met een WOZ-waarde lager dan €314.000 onder de 20%. Alleen in Zuidoost en in mindere mate in Nieuw-West en Noord zou een wat groter aandeel van de woningvoorraad van eigenaar-bewoners beschermd worden. Figuur 1.7 Woningen van eigenaar-bewoners met WOZ < €314.000, 2020 (prijspeil 2019)

12

Bij de betaalbaarheidsgrens van €400.000 die past bij een leencapaciteit van huishoudens met een inkomen van 2x modaal, zou 41% van de woningvoorraad van eigenaar-bewoners beschermd worden (53.000 woningen). Een groot deel van de woningvoorraad van Zuidoost zou dan beschermd worden en relatief grote delen van Nieuw-West en Noord. In Centrum, Zuid, Watergraafsmeer, Oostelijk Havengebied, en de nieuwbouwgebieden als Amstelkwartier, Elzenhagen en IJ-oevers gaat het om minder dan 20%. Figuur 1.8 Woningen van eigenaar-bewoners met WOZ < €400.000, 2020 (prijspeil 2019)

13

Wanneer het gemiddelde van de WOZ-waardes van woningen van eigenaar-bewoners wordt genomen als grens (€542.450) dan valt 65% van de woningen onder het beschermingsbeleid (85.000 woningen). In de meeste wijken, met uitzondering van de dure delen van Zuid en Centrum, wordt dan meer dan 40% van de woningvoorraad van eigenaar-bewoners beschermd tegen opkopen. Figuur 1.9 Woningen van eigenaar-bewoners met WOZ < €542.450, 2020 (prijspeil 2019)

14

Een andere mogelijkheid is de WOZ-waarden te verdelen in kwartielen. De middelste twee kwartielen vormen dan de middeldure koopvoorraad. Wanneer de woningen van eigenaarbewoners verdeeld worden in kwartielen, dan liggen de grenzen in 2020 op: < €333.000; €333.000 - €436.000; €436.000 - €621.000; > €621.000. Elk van de kwartielen bevatten iets meer dan 31.000 woningen van eigenaar-bewoners. De middeldure koopwoningen (WOZ tussen €333.000 en €621.000) liggen redelijk verspreid over de stad en vormen vaak tussen 40-60% van de koopwoningvoorraad in een wijk. In delen van Zuid ligt het aandeel middeldure koopwoningen lager, omdat de WOZ-waarden hier over het algemeen in het hoge segment vallen. In Zuidoost is het aandeel eveneens lager, maar daar vallen de koopwoningen over het algemeen in het lagere segment. Figuur 1.10 Woningen van eigenaar-bewoners met WOZ €333.000 - €621.000, 2020 (prijspeil 2019)

15

2 Veranderingen in de woningvoorraad

Tabel 2.1 geeft de wisselingen weer tussen de verschillende eigendomscategorieën in een jaar tijd. Dit zijn jaar op jaar vergelijkingen van de totale woningvoorraad, ongeacht de oorzaak van de verandering (door verkoop, verandering in de bewoning, of veranderingen in de registratie). In dit rapport beperken we ons tot de wisselingen tussen 2019 en 2020. In de eigendomsbepaling van OIS hebben de afgelopen jaren veel verbeteringen plaatsgevonden. Veel van de veranderingen die in eerdere jaren te zien zijn, zijn het gevolg van een verbeterde afleiding van de eigendomsvorm van de woning. Het is daarom niet goed mogelijk voor eerdere jaren de werkelijke jaar op jaar veranderingen in beeld te brengen. Ongeveer 4000 woningen verschoven naar de eigendomsverhouding ‘verhuur natuurlijke personen’ Tussen 1 januari 2019 en 1 januari 2020 veranderden bijna 30.000 woningen van eigendomscategorie. De meeste uitwisseling bestaat er tussen de categorie ‘eigenaar-bewoner’ en ‘verhuur natuurlijk persoon’. Dit hoeft niet gepaard te gaan met een verkoop, het kan ook zijn dat de eigenaar verhuist en de woning aanhoudt. Er gingen 10.746 woningen van de staat ‘eigenaar-bewoner’ naar ‘verhuur natuurlijk persoon’ en 7.122 woningen maakten de omgekeerde eigendomsverandering door.

De uitwisseling tussen eigenaar-bewoner en ‘verhuur niet-natuurlijk persoon’ is veel beperkter (289 naar verhuur niet-natuurlijk persoon en 515 naar eigenaar-bewoner). Wanneer alle categorieën samen worden genomen, nam tussen 2019 en 2020 per saldo het aantal eigenaar-bewoners het sterkst af (-2598), en namen de woningen in de categorie ‘verhuur natuurlijke personen’ het sterkst toe (+3972). Tabel 2.1 Veranderingen van eigendomssituatie, 2019-2020 Naar: eigenaarbewoner

verhuur natuurlijk persoon

verhuur nietnatuurlijk persoon

overig/ onbekend

corporatie

totaal

Van: eigenaar-bewoner

10746

289

32

119

11186

1368

70

264

8824

1040

449

3285

1511

2764

verhuur natuurlijk persoon

7122

verhuur niet-natuurlijk persoon

515

1281

corporatie

602

366

285

overig/onbekend

349

403

1178

699

totaal

8588

12796

3120

1841

2343

28688

saldo

-2598

3972

-165

-923

-286

0

2629

In de meeste gevallen was er geen sprake van een verkooptransactie (bij 26.785 van de 28.688 woningen die van eigendomsvorm wisselden). In 1.903 gevallen was er wel sprake van een transactie. In het volgende hoofdstuk worden de transacties verder uitgewerkt. 16

3 Aan- en verkoop van woningen

In dit hoofdstuk worden de aan- en verkopen van woningen in Amsterdam bekeken aan de hand van de transactiebestanden van het kadaster. Alleen de verkopen waarbij één woning betrokken was, zijn meegenomen (dus geen pakketverkopen van beleggers). De kopers worden uitgesplitst naar eigenaar-bewoner, verhuur natuurlijke personen en verhuur niet-natuurlijke personen. De eigendomsvorm van de verkopers wordt afgeleid uit de standstatistiek (situatie op 1 januari van het betreffende jaar). De eigendomsvorm van de kopers verloopt als volgt: - Niet-natuurlijke personen worden altijd ingedeeld in de categorie ‘verhuur nietnatuurlijk persoon’; - Wanneer een koper (natuurlijk persoon) al meer dan één woningen in bezit heeft in Amsterdam wordt er vanuit gegaan dat deze woning voor de verhuur gekocht wordt (‘verhuur natuurlijk persoon’). - Wanneer de eigenaar van de woning zich gedurende het jaar inschrijft op het adres, wordt deze woning ingedeeld bij eigenaar-bewoners. - Wanneer iemand anders staat ingeschreven op het adres (en niet de eigenaar zelf), dan wordt de woning ingedeeld bij ‘verhuur natuurlijk-persoon’. - Wanneer er gedurende het jaar niemand staat ingeschreven op het adres, dan is de eigendomsvorm niet te bepalen en wordt de woning ingedeeld bij ‘natuurlijk persoon, onbekend’.

Aantal verkopen aan ‘verhuur niet natuurlijke persoon’ stijgt, aantal verkopen aan ‘verhuur natuurlijk persoon’ daalt Jaarlijks worden er rond de 7.000 à 8.000 woningen door eigenaar-bewoners gekocht en verkocht (zie tabel 3.1). Het grootste deel van deze verkopen is tussen eigenaar-bewoners onderling (+/-5.000). Ongeveer 1.000 woningen van eigenaar-bewoners worden verkocht aan natuurlijke personen die er (waarschijnlijk) niet zelf gaan wonen (‘verhuur natuurlijk persoon’) en ongeveer 500 naar niet-natuurlijke personen. Bij iets minder dan 1.000 woningen per jaar is niet vast te stellen of de koper een eigenaar-bewoner is of dat de woning gekocht is voor de verhuur. Andersom gebeurt dit evengoed: eigenaar-bewoners kopen ook woningen van verhuurders. Per saldo was er in 2018 en 2019 een klein negatief resultaat voor de eigenaar-bewoners en ‘verhuur natuurlijk persoon’ ten gunste van de verhuur niet-natuurlijk persoon (+524 in 2018 en +733 in 2019). In 2020 waren de verschillen groter, en was het saldo voor verhuur niet-natuurlijk persoon groter: +1324. In alle drie de onderzochte jaren is er dus een positief saldo voor de groep ‘verhuur niet-natuurlijk persoon’. Deze categorie groeit als gevolg van aankopen van woningen. Zij kopen echter relatief vaak van woningeigenaren in de categorie ‘verhuur natuurlijk persoon’ en minder van eigenaar-bewoners.

Deze woningen hoeven niet per se in verhuurde staat te zijn, maar worden in ieder geval niet bewoond door de eigenaar. Het saldo voor eigenaar-bewoners is in alle drie de jaren negatief (ongeveer -600), maar daar staat tegenover dat er van ongeveer 1.400 woningen per jaar niet is vast te stellen of deze gekocht is voor eigen bewoning of voor de verhuur. Of de voorraad in eigendom van eigenaarbewoners slinkt als gevolg van verkopen, is daarom niet vast te stellen.

17

Tabel 3.1 Woning aan- en verkopen naar type verkoper en koper, 2018-2020 (absoluut) koper eigenaarbewoner

verhuur natuurlijk persoon

verhuur nietnatuurlijk persoon

natuurlijk persoon, onbekend

totaal

2018

4981

1021

387

901

7290

2019

5625

998

538

980

8141

2020

5446

1081

578

919

8024

2018

1330

716

975

341

3362

2019

1208

713

1025

328

3274

2020

1665

990

1540

464

4659

2018

382

364

3273

92

4111

2019

425

288

2302

117

3132

2020

366

294

2037

116

2813

2018

6693

2101

4635

1334

14763

2019

7258

1999

3865

1425

14547

2020

7477

2365

4155

1499

15496

2018

-597

-1261

524

1334

0

2019

-883

-1275

733

1425

0

2020

-547

-2294

1342

1499

0

verkoper eigenaar-bewoner

verhuur natuurlijk persoon

verhuur niet-natuurlijk persoon

totaal

saldo

3.1 Woningen verkocht door eigenaar-bewoners Eigenaar-bewoners die hun woning verkochten in 2020 deden dat in 68% van de gevallen aan een volgende eigenaar-bewoner, 13% ging naar ‘verhuur natuurlijk persoon’, 7% naar ‘verhuur niet-natuurlijk persoon’ en in 11% van de gevallen was de eigendomsvorm van de koper niet vast te stellen. De woningen met een lagere WOZ-waarde gingen wat minder vaak naar eigenaarbewoners en vaker naar ‘verhuurders natuurlijk persoon’. Ook is de categorie ‘onbekend’ groter bij woningen met lage WOZ-waardes. De kopergroep ‘verhuur niet-natuurlijk persoon’ kocht ook relatief vaak duurdere woningen, vanaf €518.000. Tabel 3.2 Woningen verkocht door eigenaar-bewoners, naar type koper en woz-klasse, 2020 (abs. en %) verhuur verhuur verhuur niet- natuurlijk verhuur niet- natuurlijk eigenaar- natuurlijk natuurlijk persoon, eigenaar- natuurlijk natuurlijk persoon, bewoner persoon persoon onbekend totaal bewoner persoon persoon onbekend abs. abs. abs. abs. abs. % % %

totaal %

tot €188.000

62

35

7

22

126

49

28

6

17

100

€188.000 - €314.000

896

339

115

266

1616

55

21

7

16

100

€314.000 - €400.000

1231

253

123

226

1833

67

14

7

12

100

€400.000 - €518.000

1192

179

89

171

1631

73

11

5

10

100

meer dan €518.000

1789

230

213

213

2445

73

9

9

9

100

onbekend

276

45

31

21

373

74

12

8

6

100

totaal

5446

1081

578

919

8024

68

13

7

11

100

18

Vooral in Centrum en Zuidoost verkopen eigenaar-bewoners relatief vaak aan verhuurders Van de eigenaar-bewoners die hun woning verkochten in Centrum, ging 31% naar verhuurders. Ook in Zuidoost was het aandeel relatief groot (35%). Tabel 3.3 Woningen verkocht door eigenaar-bewoners, naar type koper en stadsdeel, 2020 (abs. en %) verhuur verhuur verhuur niet- natuurlijk verhuur niet- natuurlijk eigenaar- natuurlijk natuurlijk persoon, eigenaar- natuurlijk natuurlijk persoon, bewoner persoon persoon onbekend totaal bewoner persoon persoon onbekend abs. abs. abs. abs. abs. % % % %

totaal %

Centrum

449

155

113

127

844

53

18

13

15

100

West

1211

174

106

174

1665

73

10

6

10

100

Nieuw-West

787

207

57

115

1166

67

18

5

10

100

Zuid

1084

204

144

216

1648

66

12

9

13

100

Oost

1059

85

52

128

1324

80

6

4

10

100

Noord

538

111

32

71

752

72

15

4

9

100

Zuidoost

318

145

74

88

625

51

23

12

14

100

Amsterdam

5446

1081

578

919

8024

68

13

7

11

100

Uitgesplitst naar wijk valt op dat er grote verschillen zijn binnen stadsdelen. In bijna alle wijken van Centrum is het aandeel gekocht door particuliere verhuurders (‘verhuur natuurlijk’ en ‘verhuur niet-natuurlijk persoon’ samen) relatief hoog, maar daarbinnen gaat het vooral om de Grachtengordel. In de aanpalende wijken in Zuid (De Pijp en rond het Vondelpark) is dit eveneens hoog. Buiten het centrale deel van de stad vallen het oostelijk deel van Noord, OsdorpOost (Nieuw-west), Bijlmer-Centrum, Bijlmer-Oost en Holendrecht-Reigersbos (Zuidoost) op. Figuur 3.4 Woningen gekocht door particuliere verhuurders van het totaal aan woningen verkocht door eigenaar-bewoners, 2020

19

‘Verhuurders natuurlijk persoon’ verkopen zowel aan eigenaar-bewoners als aan verhuurders. Dit geldt in alle stadsdelen. In Centrum, West en Zuid geldt dit wel in mindere mate, en wordt er relatief veel verkocht aan ‘verhuur niet-natuurlijke persoon’. Tabel 3.5 Woningen verkocht door ‘verhuur natuurlijk persoon’, naar type koper en stadsdeel, 2020 (abs. en %) verhuur verhuur verhuur niet- natuurlijk verhuur niet- natuurlijk eigenaar- natuurlijk natuurlijk persoon, eigenaar- natuurlijk natuurlijk persoon, bewoner persoon persoon onbekend totaal bewoner persoon persoon onbekend abs. abs. abs. abs. abs. % % % % Centrum

249

237

399

116

1001

25

24

40

West

425

234

514

108

1281

33

18

Nieuw-West

141

61

24

38

264

53

23

Zuid

410

252

435

105

1202

34

Oost

277

100

144

61

582

Noord

97

41

13

19

Zuidoost

66

65

11

17

Amsterdam

1665

990

1540

464

totaal %

12

100

40

8

100

9

14

100

21

36

9

100

48

17

25

10

100

170

57

24

8

11

100

159

42

41

7

11

100

4659

36

21

33

10

100

‘Verhuurders niet-natuurlijk persoon’ verkopen weinig aan eigenaar-bewoners en dit geldt in alle stadsdelen. Wel is het aandeel in Centrum, West en Zuid iets hoger dan gemiddeld. Tabel 3.6 Woningen verkocht door ‘verhuur niet-natuurlijk persoon’, naar type koper en stadsdeel, 2020 (abs. en %) verhuur verhuur verhuur niet- natuurlijk verhuur niet- natuurlijk eigenaar- natuurlijk natuurlijk persoon, eigenaar- natuurlijk natuurlijk persoon, bewoner persoon persoon onbekend totaal bewoner persoon persoon onbekend abs. abs. abs. abs. abs. % % % %

totaal %

Centrum

62

80

192

24

358

17

22

54

7

100

West

88

77

371

30

566

16

14

66

5

100

Nieuw-West

27

21

745

4

797

3

3

93

1

100

Zuid

148

79

409

42

678

22

12

60

6

100

Oost

32

25

190

11

258

12

10

74

4

100

Noord

7

5

102

1

115

6

4

89

1

100

Zuidoost

2

7

25

4

38

5

18

66

11

100

Amsterdam

366

294

2037

116

2813

13

10

72

4

100

20

4 Update met de stand van 1 januari 2021

De analyses in dit rapport zijn gedaan met de data tot en met 2020. Bij het afronden van het rapport kwamen de data van 1/1/2021 beschikbaar. In dit hoofdstuk worden kort de belangrijkste gegevens weergegeven op basis van de stand van 1/1/2021. Op 1 januari 2021 telt Amsterdam 128.951 woningen in eigendom van eigenaar-bewoners. In de stand 1 januari 2020 stond het aantal op 130.246 woningen. In 2021 is de systematiek voor het bepalen van de eigendomsverhouding verbeterd. 2 Deze verbetering leidt tot een kleine afname (-419), de werkelijke daling tussen beide jaren ligt op -875 woningen. De WOZ-waarden zijn gestegen ten opzichte van de stand van 2020. De kwintielverdeling is als volgt: Tabel 4.1 Woningen in eigendom van eigenaar-bewoners naar WOZ-waarde, 2021 (prijspeil 2020) waarde

aantal

1e kwintiel

tot €326.000

24883

2e kwintiel

€326.000 - €406.000

25313

3e kwintiel

€406.000 - €512.000

24957

4e kwintiel

€512.000 - €713.000

25192

5e kwintiel

€713.000 en meer

25153

onbekend

onbekend

3453

totaal

totaal

128951

De eerste twee kwintielen (40%) bevatten ongeveer 50.000 woningen, zij hebben een WOZwaarde tot €406.000. In veel wijken in het Centrum en Zuid, maar ook daaromheen is het aandeel woningen in deze prijscategorie onder de 20%. In Zuidoost en in delen van Nieuw-West en Noord valt een groter deel van de voorraad van eigenaar-bewoners in deze prijscategorie (60% of meer). De eerste drie kwintielen (60%) bevatten ongeveer 75.000 woningen, zij hebben een WOZwaarde tot €512.000. In delen van Zuid en de Grachtengordel is dit prijssegment schaars. Daarbuiten, en vooral in Zuidoost, Nieuw-West en delen van Noord vallen veel woningen van eigenaar-bewoners wel in deze categorie.

2

https://data.amsterdam.nl/publicaties/publicatie/vernieuwde-werkwijze-bepaling-eigendomsverhouding2021/939473a4-9689-4b3c-b6f3-2a48007e525a/

21

Figuur 4.2 Woningen van eigenaar-bewoners met WOZ tot €406.000, 2021 (prijspeil 2021)

Figuur 4.3 Woningen van eigenaar-bewoners met WOZ tot €512.000, 2021 (prijspeil 2021)

22

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11166376/1