CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

A - 17 Bouwen en Wonen (25) 00 Voordracht Vaststellen beleidskader opkoopbes

RAAD 16 februari 2022, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Vaststellen beleidskader opkoopbescherming en wijzigingen in de Huisvestingsverordening ter invoering van de opkoopbescherming VN2022-00303313.428 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Huisvestingswet (Stadsbrede invoering) In de voorgelegde conceptwijziging van de Huisvestingsverordening stelt het college voor de gehele gemeente Amsterdam aan te wijzen. De Huisvestingswet maakt in beginsel mogelijk dat er aanwijzing van een dergelijk groot gebied wordt gedaan maar heeft als uitgangspunt dat de opkoopbescherming per buurt of wijk wordt ingevoerd. Een bredere invoering vraagt ook om een zwaardere motivering in verband met dit uitgangspunt, maar ook in verband met de eisen van proportionaliteit, subsidiariteit en noodzaak. Dit gaat gepaard met risico’s:

Gegenereerd: v1.69

17

Gemeenteraad

VN2022-003033 Wonen

RAAD

Voordracht voor de raadsvergadering van 16 februari 2022

1) De wetgever spreekt in de Memorie van Toelichting bij de Wet Opkoopbescherming uitdrukkelijk van een buurt/gebiedsgerichte aanwijzing en een buurt/gebiedsgerichte onderbouwing op: - het schaarste- en/of leeaarheidscriterium; - de noodzaak en de geschiktheid van het toepassen van de maatregel in de betreffende buurten, - de vast te stellen WOZ-waardegrens; en - de aan te wijzen categorieën van woonruimten; - voor goedkopere en/of middeldure koopwoningen; en 2) de bescherming van het recht op eigendom (1e Protocol EVRM) vormt de achtergrond van deze criteria en motiveringsplicht: een inbreuk op het eigendomsrecht is slechts toelaatbaar indien ze in het algemeen belang noodzakelijk, c.q. gerechtvaardigd is. Louter wanneer een maatregel proportioneel en noodzakelijk is, is een inbreuk op deze rechten gerechtvaardigd. Dit brengt een zware motiveringsplicht met zich mee. Zie op dit punt ook de brief van 3 december jl. waarin minister Ollongren Kamervragen beantwoord over het artikel dat Amsterdam een opkoopbescherming wil invoeren voor de hele stad: ‘Amsterdam is voornemens om de hele stad onder het aangewezen gebied te laten vallen. Feitelijk gezien kan dit binnen de wet. Dit betekent dat de gemeente moet aantonen dat er in de gehele stad sprake is van schaarste en/of leeaarheidsproblematiek door de opkoop van de woningen.

In algemene zin geldt dat een dergelijke brede toepassing ingrijpender en daarmee lastiger te onderbouwen is dan een smallere toepassing. Een sterke onderbouwing is dan ook een vereiste. Wanneer deze onderbouwing ontbreekt lopen gemeenten het risico dat de rechter de verordening (gedeeltelijk) onverbindend verklaart. Het belang van een sterke onderbouwing heeft het ministerie ook in verschillende overleggen richting gemeenten gecommuniceerd. Het is de verantwoordelijkheid van de gemeente zelf om het instrument voldoende te onderbouwen.’ Kortom: een stadsbrede invoering brengt een extra zware motiveringsplicht mee, en daarmee een inherent hoger (juridisch) risico dat de rechter (onverhoopt) tot het oordeel komt dat de regeling onvoldoende onderbouwd is. Naar aanleiding van deze eisen is extra veel aandacht geschonken aan de gebiedsgerichte onderbouwing met recente cijfers en toelichting. Er is dus een zware motivering gegeven waarom dit in Amsterdam gelegitimeerd is. In paragraaf 3 (Waarom opkoopbescherming in alle gebieden van Amsterdam?) van de toelichting van de wijzigingsverordening is een uitgebreide toelichting gegeven waarom Amsterdam voor alle gebieden kiest. Hiermee wordt getracht invulling te geven aan de zware motiveringsplicht en, de cijfers geven aan dat er sprake is van de genoemde vereisten onder punt 2 van deze paragraaf.

Zie voor het totaal van deze toelichting paragraaf 3 (Waarom opkoopbescherming in alle gebieden van Amsterdam?) van de wijzigingsverordening. Europeesrecht (algemeen): Eigendomsrecht (EVRM) en de Dienstenrichtlijn: • Eigendom en economische diensten zijn Europeesrechtelijk beschermd via het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens en de Dienstenrichtlijn. Louter wanneer een maatregel aan de eisen van proportionaliteit en subsidiariteit voldoen en noodzakelijk is, is deze gerechtvaardigd. In alle stukken is een zeer uitgebreide toelichting gegeven in het kader van de rechtvaardiging van de inperkingen in het kader van het Europees recht. Er wordt vertrouwd op de proportionaliteit en noodzakelijkheid van de opkoopbescherming, maar gelijktijdig zijn proportionaliteit en noodzakelijk dusdanig open termen dat zij ook enigszins aan subjectieve beoordeling onderhevig zijn. Gegeven het feit dat de opkoopbescherming een ingrijpende maatregel betreft, en zoals gezegd ook volledig nieuw is zonder enig precedent, zal een rechter bij een eventuele rechtszaak de rechtvaardiging

Gegenereerd: v1.69

18

Gemeenteraad

VN2022-003033 Wonen

RAAD

Voordracht voor de raadsvergadering van 16 februari 2022

toetsen. Het college meent met de toelichting op de opkoopbescherming de noodzakelijkheid voldoende te hebben aangetoond. • De opkoopbescherming zorgt niet voor meer woningen, maar bevat slechts regels over bestaande woningen. Ook in opgekochte verhuurde woningen, wordt gewoond. De opkoopbescherming zorgt niet voor een toename van het aantal huizen. Desalniettemin verwacht het college wel relevante effecten: de trend waarbij koopwoningen verdwijnen naar het dure huursegment wordt voor juist die woningen gekeerd die voor veel groepen nog betaalbaar zijn, en die als huurwoning voor veel mensen echt te duur worden. • De recent verhoogde overdrachtsbelasting van 2% naar 8% vormt een mogelijk risico in het kader van de subsidiariteit. De eis van subsidiariteit betekent dat het doel bereikt dient te worden met het minst vergaande middel. Gegeven het feit dat de verhoging van de overdrachtsbelasting een vergelijkbaar doel dient en effectief zou kunnen zijn (dat is nu nog te prematuur om vast te stellen), kan kritiek worden geleverd dat de opkoopbescherming niet nodig meer zou zijn (en daarmee niet noodzakelijk). Het college meent dat dit risico te overzien is en dat gezien de problemen op de woningmarkt het nodig is elk mogelijk instrument in te zetten om bij te dragen aan betaalbaar wonen. • Amsterdam hanteert met een grens van 512.000 euro een grens die aan de hoge kant is te noemen.

Het college meent dat de wet hier voldoende ruimte toe biedt en onderbouwt dit in de toelichting op de opkoopbescherming. Mogelijke doorkruising erfpachtregels Amsterdam hanteert thans reeds verhuurverboden via het privaatrecht via de grond die zij uitgeeft (erfpacht). Bij toepassing van privaatrechtelijke middelen door een overheidsinstantie moet altijd worden beoordeeld of het publiekrecht niet op onaanvaardbare wijze wordt doorkruist; de zogenaamde ‘doorkruisingsleer’. Deze leer houdt in dat als er een publiekrechtelijke route is om iets te regelen, men onder bepaalde omstandigheden dan niet het privaatrecht mag gebruiken als overheid. Nu er sinds 1 januari 2022 een publiekrechtelijke route is ontstaan met de inwerkingtreding van de Opkoopbescherming in de Huisvestingswet, rijst de vraag of gemeenten nog wel door mogen gaan met privaatrechtelijke sturing via erfpacht. Gezien de complexiteit en grote (financiële) belangen is Pels Rijcken daarom om juridisch advies gevraagd. Pels Rijcken heeft aangegeven dat zij het goed verdedigbaar acht dat er geen sprake is van onaanvaardbare doorkruising. Prijsopdrijvend effect in bepaalde segmenten Met de regeling wordt buy-to-let tegengegaan. Dat heeft vermoedelijk als gevolg dat er minder particuliere verhuur bijkomt. Immers; er geldt een verhuurverbod. Dit terwijl de verwachting is dat de vraag naar huurwoningen niet veel lager wordt.

Het doorgaans bestaande economische gevolg van een gelijk aanbod en een stijgende vraag is dat de prijs stijgt gezien de congruentie tussen vraag en aanbod. Daarnaast kan het zijn dat de belegger door deze regeling zich richt op het aanbod in Amsterdam met een WOZ-waarde van boven de € 512.000,- omdat men daar nog wel mag kopen om te verhuren. De regeling kan mogelijk leiden tot onwenselijk geachte consequenties voor de woningmarkt door een potentieel prijsopdrijvend effect van vrije sector huurwoningen en woningen met een WOZ-waarde hoger dan € 512.000,-. Dit kan op haar beurt ook weer gevolgen hebben voor de proportionaliteit van de maatregel in het kader van het hiervoor behandelde Europees Recht. Hiertegen kan worden ingebracht dat deze regeling de toename van verhuur inderdaad doet afremmen, maar dat het bestaande huur ongemoeid laat. De opkoopbescherming legt als het ware een slot op de toename van huur. Dit is gelegitimeerd uit het feit dat aanbod uit het koopsegment nu te veel opgaat in het huursegment en de verhouding tussen het huur- en koopsegment daarmee onevenwichtig wordt. De ontwikkelingen van beide segmenten wordt nauwkeuring gemonitord dat aanleiding kan zijn tot bijsturing.

Gegenereerd: v1.69

19

Gemeenteraad

VN2022-003033 Wonen

RAAD

Voordracht voor de raadsvergadering van 16 februari 2022

Tenslotte De opkoopbescherming is een nieuwe regeling waarover nog geen jurisprudentie bestaat, en die bovendien bij de totstandkoming (invoering via amendement door de Kamer) niet de gebruikelijke route van nieuwe wetten heeft gevolgd. Dat maakt dat de invoering van de opkoopbescherming inherent gepaard gaat met juridische onzekerheden. Het bovenstaande in acht nemend, bestaat het uiterste risico dat de onderbouwing voor de opkoopbescherming in de huidige vorm toch onvoldoende wordt geacht, en dat de regeling door de rechter integraal onverbindend wordt verklaard. Dit zou tevens kunnen leiden tot schadeclaims van betrokken eigenaren. Het college is van mening dat met de wijze waarop de invoering in Amsterdam is vormgegeven en onderbouwd, de noodzaak en proportionaliteit is aangetoond en voldoende geanticipeerd wordt op dit risico. Ad. VI. Keuze prijsgrenzen en stand van zaken G5 Gemeentes kunnen zelf bepalen wat het werkingsgebied is van de opkoopbescherming wat betreft de gebieden in de stad en tot welke WOZ-waarde woningen als goedkope en middeldure koopwoningen worden aangemerkt. Gemeentes, waaronder de G5, vullen dat verschillend in. Zoals door wethouder Wedemeijer in de vergadering van de commissie Wonen en Bouwen van 24 november 2021, volgt hierbij een overzicht van de keuzes en stand van zaken van de G5.

Zie tabel hieronder ‘Overzicht invulling G5 en invoerdatum’ • Het college van Amsterdam stelt voor om de opkoopbescherming voor alle gebieden in de stad in te voeren voor koopwoningen met een WOZ-waarde tot en met € 512.000,-. Deze waarde is gebaseerd om het middensegment van de WOZ-waardes (2021) van eigenaar-bewoners. 60% van de woningen van eigenaar-bewoners in de stad vallen onder deze grens. • Ook Utrecht is voornemens de WOZ-waardegrens op 60% van de WOZ-waardes van woningen van eigenaar-bewoners vast te stellen, en komt dan uit op een WOZ-waarde van € 440.000,- als grens voor de opkoopbescherming. Utrecht wil het voor de hele stad invoeren. • Den Haag is voornemens de NHG-grens, te weten € 355.000 (2021) WOZ-waarde, als grens voor de opkoopbescherming te gebruiken en het in de hele stad in te voeren. • Rotterdam heeft de opkoopbescherming per 1 januari 2022 ingevoerd voor 16 gebieden in de stad en hanteert ook de NHG-grens van WOZ-waarde € 355.000. Deze prijsgrens betekent dat in Rotterdam ongeveer 60% van de woningen van eigenaar-bewoners onder de WOZ-waardegrens van € 355.0000 en dus onder de werking van de opkoopbescherming valt.

• Eindhoven gaat uit van een prijsgrens van € 350.000 WOZ voor de opkoopbescherming, wat neerkomt op ruim 60% van de woningvoorraad in Eindhoven Hoewel niet alle gemeente het uitgangspunt hebben om 60% van de woningen van eigenaarbewoners als werkingsgebied van de opkoopbescherming aan te wijzen, komt het er wel op neer dat de gekozen prijsgrenzen in de meeste G5 gemeente tot gevolg hebben dat ongeveer 60% van de woningen van eigenaar-bewoners onder de opkoopbescherming valt. Tabel Overzicht invulling G5 en invoerdatum.

Gegenereerd: v1.69

Grens goedkope koop en middeldure koop

Gebiedsaanwijzing

Invoeringsdatum

Amsterdam

€ 512.000

Hele stad

1-4-2022

Rotterdam

€ 355.000

16 wijken

1-1-2022

20

Gemeenteraad

VN2022-003033 Wonen

RAAD

Voordracht voor de raadsvergadering van 16 februari 2022

Den Haag

€ 355.000

Hele stad

1-3-2022

Utrecht

€ 440.000

Hele stad

Medio maart 2022

Eindhoven

€ 350.000

vrijwel de gehele stad (86 CBS-buurten)

Feb-mei 2022

Ad.VII. Kennis te nemen van 0plossing inzake de prijssegmenten binnen de gemeente, waaronder een naamswijziging van middeldure koop naar sociale koop. In het huidige woonbeleid van de gemeente Amsterdam wordt (in 2022) een prijsgrens gehanteerd voor een goedkope koopwoning van € 192.000 en voor een middeldure koopwoning van € 324.000. Deze prijsgrenzen zijn gebaseerd op wat respectievelijk een huishouden met een laag inkomen en huishouden met een middeninkomen kunnen lenen zonder extra vermogen. Deze termen worden gebruikt bij onderzoek door de gemeente en het begrip middeldure koop bij de afspraken met ontwikkelaars over de bouw van woningen in het middensegment binnen de 40-40-20 regeling. In de Wet opkoopbescherming krijgt de gemeente de bevoegdheid categorieën woonruimtes aan te wijzen die onder de opkoopbescherming vallen voor zover dit goedkope en middeldure koopwoningen zijn. Amsterdam heeft de prijsgrens voor middeldure koopwoningen voor de opkoopbescherming op € 512.000 WOZ-waarde gesteld. Dit zou betekenen dat binnen de gemeente twee prijsgrenzen komen voor ‘middeldure koopwoningen’ en dat is niet wenselijk. Wat betreft de opkoopbescherming kan wettelijk gezien niet van deze term worden afgeweken. Dit wordt als volgt opgelost. 1.

Het college besluit dat de term ‘middeldure koopwoningen’ in de spelregels voor woningbouwprogrammering wordt vervangen door ‘sociale koopwoningen’. Het Rijk heeft aangekondigd de term sociale koop in de Huisvestingwet te willen opnemen en daarvoor is een voorstel gedaan tot wijziging van de Huisvestingwet 2014 (brief van Minister van Binnenlandse zaken en Koninkrijkrelaties van 26 november 2021, zie voor meer informatie: https:// www.internetconsultatie.nl/huisvestingswet2014). Het Rijk definieert sociale koopwoningen als koopwoningen met een waarde tot aan de NGH-grens. De huidige naam middeldure koopwoning sluit niet meer goed aan op die toekomstige regelgeving vanwege deze verwachte wijziging van de Huisvestingswet. Ook leidt de huidige naam tot verwarring in relatie tot de opkoopbescherming. Daarom wordt de naam voor koopwoningen in het middensegment gewijzigd van ‘middeldure koopwoningen’ naar ‘sociale koopwoningen’. Een besluit hiertoe wordt tegelijk met het voorstel voor de opkoopbescherming aan het college voorgelegd. Het college stemt in met de technische aanpassing van de spelregels voor woningbouwprogrammering. Op 20 juni 2017 heeft het college de spelregels voor woningbouwprogrammering vastgesteld. In spelregel 5 staat dat het mogelijk is om middeldure koopwoningen te realiseren in projecten met meer dan 800 woningen. 2.

In onderzoeken naar de woningmarkt gebruikt de gemeente vanaf 2022 in principe de termen goedkope en middeldure koopwoningen niet meer. In plaats daarvan worden meestal de eurobedragen van de verschillende segmenten en indien nodig soms de term goedkope koop gebruikt. Daarnaast wordt het woord middensegment voor huur en voor koop bij-elkaar, passend bij een middeninkomen, gebruikt. De term sociale koop krijgt overigens geen rol in de onderzoeken, omdat deze term geassocieerd kan worden met sociale huur, terwijl de inkomensdoelgroepen van sociale koop en sociale huur verschillen. Ad VIII. OIS onderzoek (bijlage 5) Om de Amsterdamse situatie in kaart te brengen is OIS gevraagd onderzoek te doen naar de activiteit en invloed van beleggers op de Amsterdamse woningmarkt, met name wat er gebeurt met woningen die van eigenaar-bewoners zijn. Er is ook een analyse gedaan van de WOZ-waardes

Gegenereerd: v1.69

21

Gemeenteraad

VN2022-003033 Wonen

RAAD

Voordracht voor de raadsvergadering van 16 februari 2022

van woningen van eigenaar-bewoners. Dat zijn namelijk de woningen die vooral beschermd kunnen worden door de opkoopbescherming, voor zover ze vallen in de categorieën goedkope en middeldure koopwoningen. De opkoopregeling heeft geen betrekking op woningen die reeds daadwerkelijk verhuurd zijn. Als een woning van een belegger in de zes maanden daarvoor niet is verhuurd, dan geldt bij verkoop de opkoopbescherming wel. Verhuurders actief in vrijwel elk segment Verhuurders die kopen van eigenaar-bewoners richten zich zowel op de goedkope en middeldure woningen als de duurste woningen. De meeste woningen die door particuliere beleggers worden gekocht van eigenaar-bewoners staan in het Centrum, Nieuw-West (beide 18%) en in Zuidoost (23%). In de rest van de stad ligt dit percentage tussen de 6% (Oost) en 15% (Noord), zie ook tabel 1. Tabel 1 Woningen verkocht door eigenaar-bewoners, naar type koper en stadsdeel, 2020 ( %) eigenaarbewoner

verhuur natuurlijk persoon

verhuur nietnatuurlijk persoon

natuurlijk persoon, totaal onbekend

%

%

%

%

%

Centrum

53

18

13

15

100

West

73

10

6

10

100

Nieuw-West

67

18

5

10

100

Zuid

66

12

9

13

100

Oost

80

6

4

10

100

Noord

72

15

4

9

100

Zuidoost

51

23

12

14

100

Amsterdam

68

13

7

11

100

Toename particuliere huurwoningen, aantal koopwoningen stabiel Het aantal woningen in eigendom van particuliere verhuurders neemt toe in Amsterdam, van 108.000 in 2016 naar 131.000 in 2020. Het betreft woningen die verhuurd worden door natuurlijke personen (verhuur natuurlijk persoon) of door niet-natuurlijke personen, zoals investeringsmaatschappijen (verhuur niet-natuurlijk persoon). De toename bestaat deels uit nieuwbouw en deels uit koop binnen de bestaande bouw. Het aantal woningen in eigendom van personen die er zelf wonen (eigenaar-bewoners) is voor die periode stabiel (130.000), zie tabel 2.1. De relatieve omvang van de particuliere huurvoorraad neemt daarmee toe. Dit gebeurt in alle prijsniveaus. In de bestaande woningvoorraad is er van jaar op jaar veel uitwisseling tussen de categorieën ‘eigenaar-bewoner’ en ‘verhuur natuurlijk persoon’. In de periode 2019-2020 resulteerde dit per saldo in een afname van de voorraad in eigendom van eigenaar-bewoners en een groei van de particuliere huurvoorraad. Tabel 2.1 Aantal woningen naar type eigenaar per peildatum (absoluut) Tabel 2.1 Aantal woningen naar type eigenaar per peildatum (absoluut)

eigenaar-bewoner

Gegenereerd: v1.69

2016

2017

2018

2019

2020

125283

129907

128023

132287

130246

22

RAAD

Gemeenteraad

VN2022-003033 Wonen

Voordracht voor de raadsvergadering van 16 februari 2022

verhuur natuurlijk persoon

56647

54454

53977

56966

61662

verhuur nietnatuurlijk persoon

51301

54833

54511

66811

69477

Corporatie

188661

183282

181909

180348

180736

overig/onbekend

1893

5382

14212

5055

5089

Totaal

423785

427858

432632

441467

447210

Tabel 2.2 Woningen naar type eigenaar per peildatum (procenten) Tabel 2.2 Woningen naar type eigenaar per peildatum (procenten) 2016

2017

2018

2019

2020

eigenaar-bewoner

30

30

30

30

29

verhuur natuurlijk persoon

13

13

12

13

14

verhuur nietnatuurlijk persoon

12

13

13

15

16

Corporatie

45

43

42

41

40

overig/onbekend

0

1

3

1

1

Totaal

100

100

100

100

100

Verschuiving woningen naar hogere prijsklasse De woningprijzen zijn sterk gestegen de afgelopen jaren. Het aantal goedkope woningen neemt daarmee af. De gemiddelde WOZ-waarde van woningen in eigendom van eigenaar-bewoners ligt op €542.450 (2020). Dat gemiddelde wordt sterk beïnvloed door hoge waardes; 65% van de woningen van eigenaar-bewoners ligt onder deze waarde. Bezit van eigenaar-bewoners in het lagere segment (tot €314.000) bedraagt 25.000 woningen. Dit segment bevindt zich vooral in Zuidoost. Ad. IX. In te stemmen met opnemen van een juridische beleidsneutrale verduidelijking ten aanzien van de boetes voor toeristische verhuur in de wijzigingsverordening Opkoopbescherming (bijlage 2, onderdeel D). Op 2 december 2020 oordeelde de Raad van State in een drietal uitspraken dat de boetes die de gemeente Amsterdam oplegde op overtredingen van toeristische verhuurregels onvoldoende rekening hielden met de ernst van de overtreding. Naar aanleiding van deze uitspraken zijn er op 28 september 2021 nieuwe boetes vastgesteld in de Huisvestingsverordening. Met de nieuwe boetetabel zijn aparte bedragen opgenomen voor het bijvoorbeeld verhuren aan te veel personen. In de omschrijving staat dit uitgelegd als overtreding van een vergunningvoorschrift.

Het lijkt daarom alsof we de schending van een voorwaarde bij een vergunning beboeten als iemand geen vergunning heeft, wat in feite niet kan want iemand heeft geen vergunning aangevraagd en kan daarom geen vergunningsvoorwaarde schenden. Echter kan iemand zonder vergunning uiteraard ook aan te veel personen verhuren. De indruk kon gewekt worden dat iemand zonder vergunning hiervoor geen boete zou kunnen krijgen. Dit zou tot de rare situatie kunnen leiden dat iemand met een vergunning een hogere boete kon krijgen dan iemand zonder vergunning. Dat is uiteraard niet

Gegenereerd: v1.69

23

Gemeenteraad

VN2022-003033 Wonen

RAAD

Voordracht voor de raadsvergadering van 16 februari 2022

de bedoeling. Er wordt daarom voorgesteld een verduidelijking aan te brengen in de omschrijving. Beleidsmatig verandert er niets. Financiële onderbouwing Consequenties gedekt?

Ja

Overige toelichting

Tabel: Financiële consequenties van de beslispunten BATEN

Leges

I/S

Jaar T (2022)

Jaar T+1

Jaar T+2

Jaar T+3

S

€ 58.976

€ 78.636

€ 78.636

€ 78.636

€ 58.976

€ 78.636

€ 78.636

€ 78.636

totaal leges

-----------------------------------------------------------------------------------------------LASTEN I/S

Jaar T(2022)

Jaar T+1

Jaar T+2

Jaar T+3

Vergunningverlening S (uit leges)

€ 19.693

€ 26.308

€ 26.308

€ 26.308

indirecte kosten afdeling S vergunningverlening (uit leges)

€ 19.283

€ 22.328

€ 22.328

€ 22.328

Data en services (onderhoud en beheer, uit leges)

€ 20.000

€ 30.000

€ 30.000

€ 30.000

€ 58.976

€ 78.636

€ 78.636

€ 78.636

S

subtotaal lasten te dekken uit leges

Projectleider implementatie

I

€ 50.000

€0

€0

€0

Data en services (system)

I

€ 210.000

€0

€0

€0

Communicatie basis

I

€ 5.000

€0

€0

€0

reservering communicatie extra

I

€ 20.000

€0

€0

€0

€ 285.000

€0

€0

€0

subtotaal lasten te dekken uit bestaande budgetten

Gegenereerd: v1.69

24

Gemeenteraad

VN2022-003033 Wonen

RAAD

Voordracht voor de raadsvergadering van 16 februari 2022

Beleid (uit vaste formatie)

S

€ 100.000

€ 50.000

€ 50.000

€ 50.000

Wetgeving (uit vaste formatie)

S

€ 20.000

€ 20.000

€ 20.000

€ 20.000

Handhaving (uit vaste formatie)

S

€ 400.000

€ 500.000

€ 500.000

€ 500.000

Juristen bezwaar en beroep (uit vaste formatie)

S

€ 150.000

€ 300.000

€ 300.000

€ 300.000

subtotaal te dekken uit vaste formatie

€ 670.000

€ 870.000

€ 870.000

€ 870.000

Totale lasten

€ 1.013.976

€ 948.636

€ 948.636

€ 948.636

I= Incidenteel S= Structureel Consequenties gedekt? Ja Overige toelichting: Dekking incidentele kosten De incidentele kosten voor data en services (systeem), projectleiding en communicatie van in totaal € 305.000,- worden deels gedekt door het budget voor Informatie Voorziening programma Wonen (€ 210.000) hiervoor te bestemmen. Het overige deel wordt gedekt uit het budget van Wonen voor uitbestede werkzaamheden 2022. Zie tabel hieronder. Dit betekent dat het invoeren van de opkoopbescherming voor 2022 ten koste gaat van de verbetering van Informatievoorziening Wonen. Dit betreft de ontwikkeling van de basis Informatie Voorziening, waaronder een zaaksysteem voor handhaving en woningtoewijzing en datasystemen voor beleid. Daarnaast vallen investeringen om de data rond de aanpak kamerverhuur en/of leegstand te verslimmen weg. Voor de communicatie is in ieder geval €5.000,- begroot voor de bekendmaking in de krant en een item op AT5. Naar gelang de mate van publiciteit in de media wordt bezien of er een communicatiecampagne nodig is over het verhuurverbod en de vergunning. Daarvoor dient € 20.000 gereserveerd te worden. Lasten

Dekking

Projectleider implementatie

€ 50.000

Data en services (system)

€ 210.000

Communicatie basis

€ 5.000

reservering communicatie extra

€ 20.000

subtotaal lasten te dekken uit bestaande budgetten

€ 285.000

Budget IV Wonen 2022

€ 210.000

Uitbestede werkzaamheden

€ 75.000

Totaal dekking

€ 285.000

Tabel Dekking uit bestaande budgetten Dekking structurele kosten

Gegenereerd: v1.69

25

Gemeenteraad

VN2022-003033 Wonen

RAAD

Voordracht voor de raadsvergadering van 16 februari 2022

De structurele kosten (ca € 870.000,-per jaar) worden opgevangen door: 1. de bestaande formatie van beleid te herverdelen over de beleidsonderwerpen; 2. voor de handhaving van de opkoopbescherming gebruik te maken van de bestaande capaciteit bij handhaving Wonen, wat betekent dat er minder capaciteit is voor het handhaven van woonfraude thema’s als kamerverhuur, leegstand en toeristische verhuur, waarbij de beschikbare dekking bepalend zal zijn voor de (maximale) inzet op handhaving. 3. de capaciteit die bij het Juridische Bureau naar verwachting vrijkomt bij minder handhaving op andere onderwerpen, in te zetten voor procedures aangaande de opkoopbescherming, waarmee aan de raadvoorwaarden voor uitvoering van de regeling kan worden voldaan, met dien verstande dat indien de capaciteit bij het Juridisch Bureau niet vrijkomt, dit consequenties voor de inzet op handhaving kan hebben; 4. kostendekkende leges te heffen voor aanvragen voor vergunningen en ontheffingen, die tegelijk met de invoering van de opkoopbescherming in de legesverordening worden opgenomen. Grond en Ontwikkeling (G&O) speelt ook een belangrijke rol bij de opkoopbescherming. De kosten van de beleidsafdeling van G&O worden gedekt door bestaande formatie. Daarnaast zal G&O een ondersteunende rol hebben bij toezicht en handhaving.

Ook hiervoor geldt dat de beschikbare dekking bepalend zal zijn voor de (maximale) inzet op handhaving. De in 2021 gemaakte kosten van de voorbereiding van de besluitvorming en uitvoering van de opkoopbescherming en de dekking daarvan blijven in deze voordracht buiten beschouwing. Conclusie

De genoemde beslispunten in de voordracht hebben wel financiële consequenties en deze zijn reeds geraamd in de begroting (100% dekking). Geheimhouding

Niet van toepassing

Welke stukken treft u aan

Gegenereerd: v1.69

26

Gemeenteraad

VN2022-003033 Wonen

RAAD

Voordracht voor de raadsvergadering van 16 februari 2022

Meegestuurd

Registratienr.

Naam

AD2022-011737

Bijlage 1 Beleidskader opkoopbescherming (2).docx (msw12)

AD2022-011738

Bijlage 2. Bekendmaking wijzigingsverordening opkoopbescherming.docx (msw12)

AD2022-011664

Bijlage 3 Nota van Beantwoording Opkoopbescherming.pdf (pdf)

AD2022-011539

Bijlage 3.1 Zienswijzen organisaties inspraak opkoopbescherming.pdf (pdf)

AD2022-011756

Bijlage 4 collegereactie stadsdeeladviezen opkoopbescherming (3).pdf (pdf)

AD2022-011541

Bijlage 4.1 Stadsdeeladviezen Opkoopbescherming.pdf (pdf)

AD2022-011552

Bijlage 5 ois_opkoopbescherming_2018-2020_tg (1).pdf (pdf)

AD2022-010602

Gemeenteraad Voordracht (pdf)

Registratienr.

Naam

Ter Inzage

Behandelend ambtenaar (naam, telefoonnummer en e-mailadres)

Directie Wonen, Inge Gründeman, i.grundeman@amsterdam.nl en Stefan Wirken

Gegenereerd: v1.69

27

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11166373/1