CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

A - 16 Ruimtelijke Ordening (30) 5. 21-04-22 Nota van beantwoording zienswi

RAAD 22 juni 2022, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Vaststellen van het bestemmingsplan Buiksloterham 7e partiële herziening VN2022-0182354.282 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Nota van beantwoording zienswijzen behorende bij het bestemmingsplan Buiksloterham 7e partiële herziening

1. Inleiding Deze Nota van beantwoording zienswijzen behoort bij het bestemmingsplan Buiksloterham 7e partiële herziening. Overeenkomstig het bepaalde in de Wet ruimtelijke ordening (Wro) heeft het ontwerpbestemmingsplan Buiksloterham 7e partiële herziening, samen met het ontwerp besluit hogere waarden met ingang van 21 oktober 2021 voor de duur van zes weken ter inzage gelegen. Gedurende deze termijn is een ieder in de gelegenheid gesteld om schriftelijk of mondeling een zienswijze ten aanzien van het ontwerpbestemmingsplan kenbaar te maken. Kennisgeving van de ter inzagelegging en de mogelijkheid om een zienswijze in te dienen is in het gemeenteblad en op de website van de gemeente Amsterdam gepubliceerd. Naar aanleiding van de terinzagelegging zijn door twee partijen zienswijzen kenbaar gemaakt. Deze zienswijzen zijn in deze nota beantwoord voorafgegaan door de zienswijze zelf. De zienswijzen hebben geleid tot wijzigingen in het bestemmingsplan. Ook is de toelichting bij het bestemmingsplan aangevuld en bijgewerkt naar aanleiding van de zienswijzen. Daarnaast zijn ambtelijke wijzigingen doorgevoerd. De wijzigingen zijn beschreven in paragraaf 3. De Nota van beantwoording zienswijzen maakt onderdeel uit van het te nemen raadsbesluit over de vaststelling van het bestemmingsplan Buiksloterham 7e partiële herziening.

2. Zienswijzen Eerst wordt nader ingegaan op de formele aspecten van de zienswijzen. Daarna volgt de inhoudelijke behandeling. Formele aspecten Volgens artikel 3:16 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) bedraagt de termijn voor het naar voren brengen van zienswijzen zes weken. Deze termijn vangt, gelet op het tweede lid van dit artikel, aan met ingang van de dag waarop het ontwerp ter inzage is gelegd, in dit geval op 21 oktober 2021. Een zienswijze is tijdig ingediend als deze voor het einde van de termijn is ontvangen. Bij verzending per post is een zienswijze tijdig ingediend indien het voor het einde van de termijn per post is bezorgd, mits niet later dan een week na afloop van de termijn is ontvangen. De termijn eindigde op 2 december 2021. Naar aanleiding van de terinzagelegging van het ontwerpbestemmingsplan zijn twee zienswijzen ingediend door de volgende adressanten: 1. Eigenaren Atelier 4, Korte Papaverweg 7 F-K, 1032 AK, Amsterdam; 2. Vereniging De Ceuvel, Korte Papaverweg 2P, 1032 KB, Amsterdam, Café de Ceuvel en Asile Flottant. Inhoudelijke behandeling De zienswijzen zijn samengevat. Dit betekent overigens niet dat onderdelen van de zienswijzen, die niet expliciet worden genoemd, niet bij de beoordeling zijn betrokken. De reacties zijn in zijn geheel beoordeeld.

Adressant 1 Adressanten hebben de volgende opmerkingen/bezwaren ten aanzien van het ontwerpbestemmingsplan: Algemeen De zienswijze bestaat voor een deel niet uit een inhoudelijke zienswijze maar uit vragen. Deze vragen worden in deze notitie ook van een antwoord voorzien. Hierbij wordt redactioneel geen onderscheid gemaakt tussen een vraag en een inhoudelijke zienswijze. Zienswijze 1.1 In artikel 1 wordt voor een aantal definities verwezen naar bestemmingsplan Buiksloterham. Wordt hiermee het bestemmingsplan Buiksloterham zoals vastgesteld op 16 december 2009 bedoeld? Beantwoording Ja. Zienswijze 1.2 Er mag alleen worden gebouwd binnen het bouwvlak. Op de verbeelding lijkt het bouwvlak betrekking te hebben op het gehele kavel Korte Papaverweg 7, Klopt dit? Klopt het ook dat er op de erfgrens tussen kavel 30 en 31 mag worden gebouwd? Beantwoording Ja, het bouwvlak heeft betrekking op het geheel van de kavel en er gelden geen publiekrechtelijke beperkingen ten aanzien van het bouwen op de erfgrens. Nu binnen alle bestemmingsvlakken overal mag worden gebouwd worden de regels op dit onderdeel aangepast. Artikel 3.2.1 komt te vervallen. De bouwvlakken op de verbeelding komen te vervallen. In het bestemmingsplan zal alleen nog worden gewerkt met bestemmingsvlakken. Voor de bouwmogelijkheden zelf heeft dit geen gevolgen.

Met betrekking tot bouwen op de kavelgrens dienen uiteraard wel de privaatrechtelijke bepalingen tussen de verschillende kaveleigenaren in acht te worden genomen zoals artikel 5:50 van het Burgerlijk Wetboek. Zienswijze 1.3 In artikel 3.2.1. onder C staat dat per perceel, en voor zover een perceel bestaat uit meerdere bestemmingsvlakken, per bestemmingsvlak, de maximum floorspace-index geldt zoals aangeven op de verbeelding. Is er op het perceel van appellant sprake van meerdere bestemmingsvlakken? Beantwoording Nee, er geldt één FSI voor het gehele bestemmingsvlak . De FSI van bestemmingsvlak ‘sgd – 3’ is 1.5 Zienswijze 1.4 Kan je bij een FSI van 1,5 op een kavel met een grondoppervlak van 1.000 m2 in totaal 1.500 m2 bvo bouwen? Beantwoording Ja Zienswijze 1.5 Voor kavel 31 is een FSI van 1,5 afgegeven. Onduidelijk is waarom dit kavel een FSI van 1,5 heeft, terwijl achterliggende kavels (kavel 28/29 en kavel 30) een FSI van 3 en zelfs 3,5 hebben. Het zou onredelijk zijn als ontwikkelplannen op het kavel van appelanten te veel beperkt worden ten opzichte van achterliggende kavels. De bebouwing op kavel 31 bestaat al geruime tijd en heeft bijgedragen aan de populariteit van de Papaverdriehoek en Buiksloterham. De gebouwen zijn zelfs gebruikt in promotiemateriaal van de gemeente.

Appellanten hebben het gevoel dat ze benadeeld worden ten opzichte van kavels die nog geheel ontwikkeld moeten worden en verzoeken de FSI op kavel 31 gelijk te trekken met achterliggende kavels. 2

Beantwoording Voor het gebied Papaverhoek is een prijsvraag georganiseerd in 2017 (Europan 14). De inzet is om de principes van het winnende ontwerp te hanteren als basis voor de ontwikkeling van het gebied. Het plan voorziet in een compositie van volumes met een, vanaf de Papaverweg, aflopende hoogte en dichtheid. De maat en schaal van de Papaverweg wordt gebruikt om enerzijds aldaar een hoge dichtheid te realiseren in combinatie met een kleinere schaal en meer verbinding met het verleden richting het Johan van Hasseltkanaal. Dit vertaald zich in een gemiddelde FSI van 2,3 over de gehele Papaverhoek met verschillen per ontwikkeleenheid om de gewenste ruimtelijke opbouw te kunnen bewerkstelligen. Kavel 31 is een grotendeels uitontwikkeld kavel (met cultuurhistorisch waardevolle bebouwing, zie HIB) waar op verzoek van de eigenaren en na een gedeeltelijke heroverweging van de stedenbouwkundige uitgangspunten toch is meegewerkt aan een verruiming van de huidige bouw- en gebruiksmogelijkheden. Hierbij zijn de mogelijkheden op de kavel zorgvuldig onderzocht waarbij de algemene stedenbouwkundige visie op de Papaverhoek (zoals hierboven beschreven) enerzijds en de specifieke mogelijkheden op de kavel anderzijds een rol spelen. Zienswijze 1.6 Appelanten hebben de volgende vragen mb.t. de specifieke gebruiksregels: Sub a: in artikel 3.4.3 onder b.

staat dat het percentage wonen niet meer mag bedragen dan 60%. Klopt het dat dit percentage wordt berekend op basis van bvo (niet gbo)? Sub b: Klopt het dat dit percentage wordt berekend over het totaal van de gebouwde bvo’s (al dan niet na ontwikkeling) en dus niet over de maximale bvo te bouwen op basis van de FSI? Sub c: Het is onduidelijk hoe dit percentage bepaald is / waarop het is gebaseerd, ook gezien het huidige gebruik van de kavel. Beantwoording Sub a: percentages worden berekend op basis van bvo. Sub b: percentages gelden over het totaal bvo dus geen onderscheid tussen bestaande en nieuw te bouwen gebouwen. Sub c: Het percentage komt tot stand door een inventarisatie van de bestaande bebouwing, de bestaande woon- en niet-woonfuncties en de ambitie van de gemeente om in het plangebied een mix te bewerkstellingen en in stand te houden van wonen en werken. Om inzicht te geven hoe de in het bestemmingsplan genoemde aantallen, oppervlaktes en percentages tot stand zijn gekomen volgt hieronder een uiteenzetting van bestaande en nieuwe mogelijkheden. Hierbij hebben wij gebruik gemaakt van de gegevens uit het kadaster. De nadere inventarisatie levert andere getallen op dan de getallen die in het ontwerp bestemmingsplan zijn opgenomen. Het vast te stellen bestemmingsplan wordt op dit onderdeel dus aangepast.

Hieronder een overzicht van de verschillende kadastrale percelen op kavel 31: Adres

Oppervlakte volgens kadaster

Functie volgens kadaster

Korte Papaverweg 7 Korte Papaverweg 7 A Korte Papaverweg 7 B Korte Papaverweg 7 C Korte Papaverweg 7 D Korte Papaverweg 7 E Korte Papaverweg 7 F Korte Papaverweg 7 G Korte Papaverweg 7 H

426 248 1 1 1 196 84 84 126

Woning in niet-woning/kantoor/werkruimte Kantoor Kantoor Kantoor Kantoor Kantoor Kantoor Woning Kantoor 3

Korte Papaverweg 7 K Korte Papaverweg 7 M Korte Papaverweg 7 N

130 244 120

Totaal

1.661 m2

Kantoor Woonfunctie / Kantoor Kantoor

Voor perceel Korte Papaverweg 7 houden wij een verdeling aan van 185 m2 kantoor (eerste bouwlaag) en 241 m2 wonen (op de tweede en derde bouwlaag). Voor perceel Korte Papaverweg 7 M-N houden wij een verdeling aan van 244 m2 wonen en 120 m2 kantoor. Voor de verdeling 60 % wonen en 40 % niet wonen hebben we Korte Papaverweg F-K helemaal als wonen (bestaand) aangemerkt. Dit levert een bestaande verdeling naar oppervlakte op van 909 m2 wonen en 752 m2 niet-wonen. De huidige verhouding is dus ongeveer 55 % wonen en 45 % niet-wonen, echter kunnen de meetverschillen worden verklaard door gezamenlijke opgangen van de gebouwen waarin zowel wonen als werken plaats heeft. Om te bepalen wat er nog mag worden gebouwd en ten behoeve van welke functie houden we de volgende verdeling aan:   

Het totaal oppervlak van kavel 31 is 2.092 m2 Met een FSI van 1.5 is er een bouwmogelijkheid van 3.138 m2 bvo Daarvan mag 60 % uit wonen bestaan: 1.883 m2 en 1.255 m2 bvo uit niet-wonen

Om te bepalen wat er nog mag worden gebouwd wordt van de totale bouwmogelijkheden (3.138 m2) de bestaande bebouwing ( 1.661 m2) afgetrokken. Dit levert een nog te realiseren bouwprogramma op van 1.477 m2. Omdat voor het nog te realiseren bouwprogramma de verdeling 60 % wonen en 40 % niet-wonen geldt kan er dus nog 886,2 m2 wonen worden gerealiseerd en 590,8 m2 niet-wonen. Zienswijze 1.7 Appellanten verzoeken het percentage wonen te verhogen naar 90 %, of zoveel hoger als mogelijk is boven de genoemde 60 % en tevens het huidige gebruik als wonen positief te bestemmen. Beantwoording Met het legaliseren van alle woningen op perceel 7 F-K komt het bestaande percentage wonen op kavel 31 op ongeveer 60%. Er resteert 1.477 m2 aan bouwmogelijkheden. Daarvan dient ook ten minste 40 % te worden gebruikt als niet-woonfunctie. De gemeente houdt vast aan deze verdeling om het gemengde karakter van het plangebied te behouden. Op een aantal kavels is helemaal geen wonen toegestaan. Op andere kavels is juist naar verhouding weer veel wonen mogelijk. Voor de Papaverhoek zijn studies uitgevoerd om tot een programmamix te komen waarbij bij iedere kavel weer andere overwegingen gelden. Hoofdprincipe is het in stand houden van een gebied waarin gewoond en gewerkt wordt.

Hierbij geldt dat langs de Papaverweg zoveel mogelijk productiemilieu is voorzien op wat grotere kavels met een goede ontsluiting. Daar waar productie niet mogelijk is worden kantoren of maatschappelijke functies voorzien. De kavels met de kleinste korrel kennen een hoger percentage wonen omdat bedrijvigheid hier minder voor de hand ligt. Bedrijfskavels vragen om een significant oppervlakte met ook ruimte voor laden en lossen. Zoals eerder aangegeven geldt op kavel 31 al een bestaande functiemix die aansluit op de ambities voor de Papaverhoek. Om deze reden is er geen reden om af te wijken van 60 % wonen en 40 % niet wonen.

4

Zienswijze 1.8 In artikel 3.4.3 onder c wordt de mogelijkheid geboden om met een omgevingsvergunning af te wijken van de hoofdregel (maximaal 60% wonen op gehele kavel 31) ten behoeve van het realiseren van een maximum percentage wonen van 60% op het perceel Korte Papaverweg 7 A-E. Deze afwijking is voor appelanten onduidelijk. Betekent dit dat op de rest van het kavel nog steeds het maximale percentage wonen van 60% geldt? Het lijkt er op dat er bedoeld is om meer mogelijk te maken op dit perceel ten opzichte van de rest van het kavel. Er wordt om bevestiging gevraagd dat de bepaling niet ten koste gaat van de ontwikkelmogelijkheden op de rest van het kavel en dat er nog geen omgevingsvergunning is aangevraagd ten behoeve van perceel Korte Papaverweg 7 A-E. Beantwoording In de bestaande situatie is, na legalisatie van alle bestaande woningen op perceel 7 F-K, sprake van ongeveer 60 % wonen. Zonder bij te bouwen kunnen er dus geen bestaande m2’s bvo worden omgezet van niet-wonen naar wonen. Op de percelen 7 F-K en 7 M-N is al eerder afgeweken van het bestemmingsplan ten behoeve van wonen. In het kader van de 7e partiële herzieningen worden de nog niet eerder gelegaliseerde woningen op 7 F-N ook gelegaliseerd.

Met de afwijkingsregel 3.4.3 onder c wordt het op perceel 7 A-E ook mogelijk om woonruimte te realiseren zonder dat er wordt bijgebouwd en zonder dat dit strijd oplevert met de hoofdregel dat op gehele kavel 31 60 % wonen wordt aangehouden. Voor het verder bijbouwen op basis van de nog beschikbare planruimte van 1.477 m2 geldt dat dit weer in de verhouding 60 % wonen en 40 % niet wonen moet gebeuren. Door een kleine aanpassing van de regels (in het vast te stellen bestemmingsplan artikel 3.4.3 onder d) heeft de afwijking geen gevolgen voor de overige percelen. Of er een omgevingsvergunning is afgegeven ten behoeve van perceel 7 A-E kan in het kader van deze Nota zienswijze niet worden beantwoord omdat dit een momentopname betreft. Het is voor appelanten eenvoudig om op ieder moment zelf na te gaan of een vergunning is afgegeven door zelf de beschikbare bronnen daarvoor te raadplegen. Zienswijze 1.9 Appelanten verzoeken het gehele kavel gelijk te behandelen, dus extra mogelijkheden voor perceel 7 A-E eveneens mogelijk te maken op perceel 7 F-K. Beantwoording Op het perceel 7 F- K van appelanten is omgevingsvergunning afgegeven ten behoeve van het legaliseren van wonen op 7G.

In het kadaster staan de 4 kadastrale percelen als volgt geregistreerd: 7F Kantoor 7G Wonen 7H Kantoor 7K Kantoor Met het omzetten van deze percelen naar wonen wordt rechtstreeks toegestaan wat op perceel 7 A-E met een afwijking mogelijk wordt gemaakt. Er wordt dus rekening gehouden met de wensen op de verschillende percelen zonder dat de mogelijkheden bij de één ten koste gaan van de mogelijkheden bij de ander. Zienswijze 1.10 In artikel 3.4.3 staat opgenomen dat het brutovloeroppervlak voor wonen niet meer mag bedragen dan 1.883 m2. Klopt het dat dit maximale aantal vierkante meters geldt naast het maximale percentage van 60 %? Betekent dit dan dat als je 1.883 m2 wonen zou willen realiseren op het kavel je tevens 1.255 m2 niet wonen zou moeten hebben / realiseren? Hoe is deze 1.883 m2 bepaald? Is dit 60 % van de maximale FSI? 5

Beantwoording De planruimte betreft nog 1.477 m2. 60 % van 1.477 m2 is 886,2 m2. Dat mag dus nog worden gerealiseerd bovenop de bestande hoeveelheid wonen (na legalisatie van 7 F-K). Afgerond en rekening houdend met meetverschillen mag dus 1.883 m2 wonen worden gerealiseerd zolang er ook de verhouding 60 % wonen en 40 % niet-wonen in stand wordt gelaten. Zienswijze 1:11 In artikel 3.4.9 onder a staat dat wonen niet is toegestaan in de eerste bouwlaag, met uitzondering ter plaatse van de ‘specifieke vorm van gemengd 6, 7 en 8’. Niet duidelijk is waarom wonen niet ook op de begane grond is toegestaan op kavel 31. Appelanten verzoeken wonen ook in de eerste bouwlaag toe te staan op kavel 31. Beantwoording De hoofdregel dat wonen niet is toegestaan in de eerste bouwlaag is met name bedoeld om ruimte te bieden aan productieve bedrijvigheid. Productieve bedrijvigheid is lastig te realiseren op hoger gelegen bouwlagen. Voor de niet-woonfuncties op kavel 31, bestaande uit kantoren, geldt dat niet. Om deze reden worden de regels van het bestemmingsplan aangepast en wordt op kavel 31 de mogelijkheid geboden om ook in de eerste bouwlaag wonen mogelijk te maken. Zienswijze 1.12 Appelanten bekijken de mogelijkheid om een stukje grond van kavel 30 te kopen om daar mogelijk een stuk aan te bouwen aan Atelier 4.

Mocht dat lukken, wordt een dergelijk stuk grond dan onderworpen aan de grenzen van ‘specifieke vorm van gemengd 3 (kavel 31) of blijven voor dat kleine stukje grond de grenzen van kavel 30 gelden? Beantwoording De regels uit het bestemmingsplan gelden per aanduidingsgebied en niet per eigenaar. Indien Atelier 4 wordt uitgebouwd op de gronden met de aanduiding ‘specifieke vorm van gemengd – 2’ (kavel 30) dan blijven daar de regels op van toepassing zoals opgenomen in artikel 3.4.2 (specifieke vorm van gemengd – 2).

Conclusie: De zienswijze is ontvankelijk. De zienswijze leidt tot één aanpassing van de regels (artikel 3.4.3 onder d) ten behoeve van de afwijkingsmogelijkheid ter plaatse van perceel 7 A-E.

Adressant 2 Adressanten hebben de volgende opmerkingen/bezwaren ten aanzien van het ontwerpbestemmingsplan: Zienswijze 2.1 Het terrein van De Ceuvel is in 8 jaar een levendige groene oase geworden. In het bestemmingsplan heeft een groot deel van het terrein nu bestemming ‘Verkeer-2’ gekregen. Deze bestemming biedt weliswaar mogelijkheid tot groenvoorzieningen, maar biedt ook mogelijkheid om het geheel te verstenen. Appelanten verzoekende de kwaliteit van de locatie te erkennen en te bestendigen door de publieke ruimte de functie ‘Groen’ te geven. Een groenfunctie biedt nog steeds de mogelijkheid om, conform de plannen uit de Herijking Investeringsnota Buiksloterham (verder HIB), de langzaam verkeersverbinding met de bruggen over de zijkanalen te maken, maar focust op het behoud van het groene karakter. De fietsroute hoeft dan ook niet kaarsrecht aangelegd worden, maar kan in een organische vorm aangelegd worden waarmee rekening wordt gehouden met bestaande elementen. Beantwoording Conform de uitgangspunten uit de HIB wordt de Johan van Hasseltkade de centrale openbare ruimte voor Buiksloterham en omgeving. De noordelijke kade wordt ingericht als groen en autovrij verblijfsgebied, waar de fietser te gast is. Er wordt uitgegaan dat de Johan van Hasseltkade voor 40 % uit groen bestaat. Het 6

verharde deel is bedoeld voor verblijfsgebied, langzaam verkeer, logistiek verkeer (zoals bevoorrading of afvalinzameling) en een ontsluiting voor nooddiensten. Zoals appelanten zelf al hebben aangegeven biedt de verkeersbestemming ruimte voor deze inrichting met groen. Het is dus niet nodig hiervoor een bestemming Groen op te nemen. Aanvullend hierop geldt dat de inrichting van de openbare ruimte in co-creatie met de buurt tot stand komt en dat in die fase ook de ligging en het verloop van het fietspad aan de orde komt. Overigens geldt dat de huidige tijdelijke invulling van gemeentegrond in Buiksloterham door appelanten in afwachting van de herontwikkelingen geen rol speelt bij de totstandkoming en inhoud van het bestemmingsplan. Dat geldt ook ten aanzien van de overige zienswijzen van appelanten. Deze zijn in zijn algemeenheid beoordeeld, los van het huidige tijdelijke gebruik tot uiterlijk 2023. Zienswijze 2.2 In de Nota van beantwoording bij de HIB is er na inspraak van de De Ceuvel ruimte gegeven voor 500 m² BVO aan broedplaats om tegemoet te komen aan de behoefte aan, en behoud van kunst & cultuur. In het ontwerpbestemmingsplan is voor kavel 32 geregeld dat minimaal 70% gebruikt dient te worden voor bedrijven en dat maximaal 30% gebruikt mag worden ten behoeve van de broedplaats en horeca.

Op basis van deze verdeling, is het niet mogelijk om de broedplaats van 500 m² (conform de HIB) te realiseren. Met 30% van de toegestane oppervlakte minus 250 m² horeca, blijft er onvoldoende ruimte over voor de broedplaats. Appelanten verzoeken het bestemmingsplan voor specifieke vorm van gemengd – 4 te wijzigen met de onderstaande gebruiksregels: Ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van gemengd - 4' gelden de volgende gebruiksregels: a. gronden en gebouwen mogen uitsluitend worden gebruikt ten behoeve van bedrijven, broedplaats en horeca; b. het bruto vloeroppervlak van de broedplaats mag niet meer bedragen dan 500 m²; c. het bruto vloeroppervlak van horeca III en horeca IV mag gezamenlijk niet meer bedragen dan 250 m². Beantwoording In het ontwerp bestemmingsplan is deze beantwoording uit het HIB per abuis niet verwerkt. De gemeente past het bestemmingsplan aan conform de Nota van beantwoording bij de HIB. Het aangepaste artikel 3.4.4 luidt als volgt: 3.4.4

Specifieke vorm van gemengd - 4 (kavel 32)

Ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van gemengd - 4' gelden de volgende gebruiksregels: a. gronden en gebouwen mogen uitsluitend worden gebruikt ten behoeve van bedrijven, broedplaats en horeca; b. het brutovloeroppervlak van de broedplaats mag niet meer bedragen dan 500 m2; c. het percentage broedplaats en horeca mag niet meer bedragen dan 30%; d. het brutovloeroppervlak van horeca III en horeca IV mag gezamenlijk niet meer bedragen dan 250 m2. Zienswijze 2.3 ‘Buiksloterham ontleent zijn DNA aan het bestaande’ is het eerste leidende principe benoemd in de HIB. De scheepshelling en de eerste hydraulische bootlift van Europa gelegen in het water zijn een uniek stuk cultuurhistorie van Noord, toen botenbouwers en makers nog overal zaten. In de beantwoording van de gemeente op de inspraak op het HIB werd onderkend dat het historische karakter van De Ceuvel behouden moest blijven en zodoende werd dit opgenomen in de spelregelkaart als waardevolle cultuurhistorische elementen. Door het omringen van de scheepslift met historische schepen, die eer doen aan de geschiedenis van de Scheepswerf de Ceuvel Volharding, is de functie van de lift behouden en heeft het weer een betekenis gekregen. Appelanten verzoeken om de bestaande scheepslift en 7

hotelboten die aanwezig waren ten tijde van de bekendmaking van het bestemmingsplan op te nemen onder artikel 5 in de bestemming ‘Water – 1’. Beantwoording De bestemmingsregeling maakt het behouden van cultuurhistorische elementen zoals de scheepshelling mogelijk. Een en ander is gebaseerd op de HIB met het geactualiseerde advies van Monumenten en Archeologie over de bovengrondse cultuurhistorische waarden in de Buiksloterhampolder als onderlegger (tevens bijlage HIB). Daarin wordt o.a. geadviseerd om alle havengebonden structuren te behouden. Dit betreffen de kanalen en insteekhavens, alsmede bijbehorende kades en relicten zoals bolders, kranen en hellingbanen die verband houden met de haven- en/of industriegebonden geschiedenis van de Buiksloterhampolder. In 2024 wordt de locatie gesaneerd, bouwrijp gemaakt en vervolgens conform beleid getenderd op basis van de ambities en spelregels uit de investeringsnota. De HIB heeft tot doel de scheepshelling te behouden (zie spelregelkaart). Of en zo ja hoe de botenlift onderdeel kan zijn van een toekomstige ontwikkeling is een afweging die in het kader van de herinrichting van de openbare ruimte (met meewegen van de cultuurhistorische waarden) in een later stadium zal worden gemaakt. Asile Flottant betreft tevens een tijdelijk initiatief.

Conform het overnachtingenbeleid worden in de herziening van het bestemmingsplan geen logiesfuncties mogelijk gemaakt.

Conclusie: Als gevolg van de zienswijzen worden de artikelen 3.4.3 en 3.4.4 aangepast.

3. Wijzigingen Kavel 36b Na de terinzagelegging van het ontwerpbestemmingsplan is nader onderzoek uitgevoerd naar de haalbaarheid van productieve bedrijvigheid in gestapelde vorm. Uit dit onderzoek is gebleken dat het realiseren van productieve bedrijvigheid op hoger gelegen verdiepingen vooralsnog financieel niet haalbaar is. Om deze reden wordt het bestemmingsplan aangepast voor zover dit betrekking heeft op kavel 36b. Door middel van een aangepaste functiemix met productieve bedrijvigheid in de eerste bouwlaag en overige niet-woonfuncties op de hoger gelegen verdiepingen wordt verwacht dat het plan op dit onderdeel wel uitvoerbaar is. Concreet houdt het in dat artikel 3.4.5 van de planregels in zijn geheel is vervangen en als volgt komt te luiden: 3.4.5

Specifieke vorm van gemengd - 5 (kavel 36b)

Ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van gemengd - 5' gelden de volgende gebruiksregels: a. gronden en gebouwen mogen uitsluitend worden gebruikt ten behoeve van bedrijven, culturele voorzieningen, kantoren / zakelijke dienstverlening en maatschappelijke voorzieningen; b. het percentage bedrijven mag niet minder bedragen dan 35%.

FSI In het ontwerp bestemmingsplan is bij het bepalen van de floorspace-index (fsi) nog onvoldoende rekening gehouden met de benodigde openbare ruimte aan de oostzijde van de Korte Papaverweg en de westzijde van de Papaverhoek. Langs deze twee straten worden de bouwvlakken terug gelegd ten opzichte van de eigendomsgrenzen om zodoende meer openbare ruimte te creëren. Ten opzichte van de generieke fsi van 2 uit het ontwerp bestemmingsplan wordt voor de betreffende percelen per perceel een nieuwe fsi vastgelegd. De hoogte van de nieuwe fsi wordt bepaald door het 8

aantal vierkante meter per eigendomsperceel dat nodig is ten behoeve van de openbare ruimte. De afname van het grondoppervlak wordt dus gecompenseerd door meer bouwmogelijkheden in de hoogte. Als gevolg van de verhoogde fsi is het ook mogelijk om meer woningen te realiseren. Voor betreffende percelen is in het vast te stellen bestemmingsplan een hoger aantal woningen opgenomen ten opzichte van het ontwerp bestemmingsplan. Aantal woningen In het ontwerp bestemmingsplan betrof het totaal aantal woningen binnen het gehele plangebied van de 7e partiële herziening maximaal 240 woningen. Er is echter binnen het plangebied (en de gehele Buiksloterham) behoefte aan meer mogelijkheden om binnen het totaal beschikbare bvo te differentiëren in woninggrootte en daardoor ook in aantallen. Ten behoeve van de flexibiliteit is het maximale aantal woningen met circa 10 % verhoogd. Buiten deze generieke verhoging komt de verhoging van het aantal woningen doordat op de kavels 33, 34, 35 en 36a meer programma mogelijk is als gevolg van het verhogen van de fsi (zie hierboven). In totaal worden er in het plangebied 276 woningen mogelijk gemaakt. Ten behoeve van de hogere fsi en de toename van het aantal woningen zijn de volgende artikelen aangepast:    

3.4.1 (specifieke vorm van gemengd – 1) 3.4.2 (specifieke vorm van gemengd – 2) 3.4.6 (specifieke vorm van gemengd – 6) 3.4.7 (specifieke vorm van gemengd – 7)

De verbeelding is aangepast waarbij ter plaatse van ‘specifieke vorm van gemengd – 6’ (kavels 33, 34, 35 en 36a) zowel de fsi als het aantal woningen is aangepast.

9

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11596385/1