A - 16 Ruimtelijke Ordening (23) 3. 10e herziening Landelijk Noord - Toelich
Tekst van het document
10e herziening Landelijk Noord Toelichting
Gemeente Amsterdam
Colofon Opdrachtgever
Melkveebedrijf Zant-den Hartog Nieuwe Gouw 29 1028 AX Amsterdam
Opdrachtnemer
Ruimte en Duurzaamheid
IMRO_idn
NL.IMRO.0363.N2013BPSTD-VG01
Datum
mei 2023
Planstatus
bestemmingsplan (vaststelling)
Bestemmingsplan
Verplaatsen bedrijfswoning Kelders realiseren/ vergroten Vergroten agrarisch bouwvlak naar 1,5 ha
10e herziening Landelijk Noord
NL.IMRO.0363.N2013BPSTD-VG01
Opdrachtgever: Melkveebedrijf Zant-den Hartog Contactpersoon: M.J. Zant Nieuwe Gouw 29 1028 AX Amsterdam Opgesteld i.s.m.: DL Advies Contactpersoon: P.B.W. Lohschelder Postbus 282 3970 AG Driebergen-Rijsenburg Vooroverleg Indiening Aanvulling Aanvulling Aanvulling Definitief
: 2020 : 15-02-2021 : 05-04-2021 : 01-02-2022 : 19-12-2022 : 31-05-2023
Bestemmingsplan
Amsterdam, Nieuwe Gouw 25-29
Inhoud 1.
2.
3.
4.
5.
Inleiding .......................................................................................................................................... 2 1.1
Aanleiding ............................................................................................................................... 2
1.2
Leeswijzer ............................................................................................................................... 3
Huidige en gewenste situatie ...................................................................................................... 4 2.1
Huidige situatie ...................................................................................................................... 4
2.2
Gewenste situatie .................................................................................................................. 4
2.3
Motivatie bedrijfsopzet en indeling ..................................................................................... 5
Beleidskaders ................................................................................................................................. 9 3.1
Rijksbeleid .............................................................................................................................. 9
3.2
Provinciaal beleid ................................................................................................................ 10
3.3
Gemeentelijk beleid ............................................................................................................ 15
Milieu en omgevingskenmerken................................................................................................ 26 4.1
MER-beoordeling en activiteitenbesluit ............................................................................ 26
4.2
Geluid, verkeer en parkeren .............................................................................................. 26
4.3
Geur ...................................................................................................................................... 27
4.4
Luchtkwaliteit ....................................................................................................................... 28
4.5
Bodem ................................................................................................................................... 28
4.6
Externe veiligheid ................................................................................................................ 29
4.7
Flora- en fauna, ecologie en natuurwaarden .................................................................. 30
4.8
Archeologie .......................................................................................................................... 33
4.9
Waterbeleid .......................................................................................................................... 33
4.10
Kabels en leidingen ............................................................................................................. 35
Uitvoerbaarheid ........................................................................................................................... 36 5.1
Maatschappelijke uitvoerbaarheid .................................................................................... 33
5.2
Economische uitvoerbaarheid ........................................................................................... 33
Bijlagen die (afzonderlijk) bij het bestemmingsplan zijn gevoegd: .............................. 41
1
Bestemmingsplan
Amsterdam, Nieuwe Gouw 25-29
1. Inleiding
1.1 Aanleiding Initiatiefnemer Melkveebedrijf Zant - den Hartog (hierna: initiatiefnemer) exploiteren sinds 1995 aan de Nieuwe Gouw 29 te Amsterdam (kadastraal bekend gemeente Ransdorp, sectie G, nummers 531532), een melkrundveehouderij. Het bedrijf is gelegen in het buitengebied van Amsterdam (stadsdeel Noord). In figuur 1.1.1 is de ligging van het bedrijf opgenomen.
Figuur 1: Ligging van het bedrijf t.o.v. Amsterdam, stadsdeel Noord (bron: Google)
Nieuwe Gouw 29 Initiatiefnemer Melkveebedrijf Zant - den Hartog bestaande uit vader, moeder en hun 2 zonen exploiteren op locatie Nieuwe Gouw 29 te Amsterdam (gemeente Amsterdam, stadsdeel Noord) hun melkveehouderij. Voor locatie Nieuwe Gouw 29 is er de wens om er een bedrijfswoning te realiseren waar de agrarisch ondernemer in woonachtig is n vanuit het agrarische bedrijf zo ook dicht bij de dieren kan verblijven. Op de locatie zijn maximaal 197 melkkoeien en 100 stuks vrouwelijk jongvee gehuisvest. Om de huidige bedrijfsvoering voort te zetten zijn de bovengenoemde wijzigen gewenst. De bedrijfswoning, de bijbehorende voorzieningen en de voeropslagen passen echter niet binnen het huidige agrarische bouwvlak (6000 m2). Een vergroting van het bouwvlak tot 1,5 hectare is nodig, zodat alle bebouwing en de voeropslagen binnen het bouwvlak geplaatst kunnen worden. Daarbij zal de functieaanduiding ‘bedrijfswoning uitgesloten’ voor Nieuwe Gouw 29 gewijzigd worden in ‘maximaal aantal woonheden - 1’. Nieuwe Gouw 25 Op Nieuwe Gouw 25 is een bedrijfsbestemming aanwezig en zijn rechtens 2 dienstwoningen toegestaan.
2
Bestemmingsplan
Amsterdam, Nieuwe Gouw 25-29
Door gelijktijdig dit bestemmingsplan te wijzigen door het vermindering van aantal toegestane woonfuncties van 1 naar 2, kan deze planologische verplaatst worden naar Nieuwe Gouw 29. De bebouwing op Nieuwe Gouw 25 zal ongeschikt voor permanente bewoning worden gemaakt (zie figuur 3). Het maximaal toegestane aantal woonheden wordt gewijzigd middels aanpassing van de maatvoeringsaanduiding (van 2 naar 1). Het eerder vergunde ronde gebouw (voormalige mestsilo) en de ruimte ernaast (heipalen met fundering aanwezig in de grond ten behoeve van schuur) staan buiten het bouwvlak. De wens is om het bouwvlak te vergroten, zodat deze legaal tot stand gekomen functies ook binnen het bouwvlak gebracht worden.
1.2 Leeswijzer In dit bestemmingsplan zijn alle relevante aspecten vanuit de ruimtelijke ordening opgenomen. Per aspect wordt een toelichting gegeven en toetsing verricht dat de voorgenomen plannen in overeenstemming zijn met een goede ruimtelijke ordening. Direct na de inleiding is in hoofdstuk 2 de huidige en gewenste situatie opgenomen. Hierin staat beschreven welke stappen noodzakelijk zijn om het gewenste plan tot uitvoering te brengen en welke noodzaak er is om de plannen als voorgesteld te realiseren. In hoofdstuk 3 wordt er vervolgens ingegaan op het beleidskader. In dit beleidskader wordt de beleidsvoering van zowel het Rijk, de provincie Noord- Holland, als de gemeente Amsterdam beschreven. In het 4e hoofdstuk worden milieu- en omgevingsaspecten toegelicht. Hieronder valt ook de inpasbaarheid van het project. In hoofdstuk 5 wordt de economische en maatschappelijke uitvoerbaarheid besproken en getoetst.
3
Bestemmingsplan
Amsterdam, Nieuwe Gouw 25-29
2. Huidige en gewenste situatie 2.1 Huidige situatie Het bedrijf van initiatiefnemer Melkveebedrijf Zant - den Hartog is gevestigd aan de Nieuwe Gouw 29 in Amsterdam. Het is een melkveebedrijf waar op 197 melkkoeien en 100 stuks jongvee gehouden worden. In 2018 is er een nieuwe melkveestal gerealiseerd en wordt er sindsdien een gesloten bedrijfsvoering gerund door de familie Zant - den Hartog. In totaal is ruim 100 ha. landbouwgrond duurzaam voor de bedrijvigheid beschikbaar. Hiervan is ruim 75 ha. in eigendom en 25 ha. met reguliere pachtvorm in gebruik. Er ontbreekt op dit moment een noodzakelijke bedrijfswoning op de Nieuwe Gouw 29 als ook het gewenste aantal voederopslagen om het vee van de juiste voeding te kunnen voorzien vooral gedurende de wintermaanden. Toezicht kan nu uitsluitend vanaf afstand plaatsvinden, hetgeen erg onwenselijk is en vele beperkingen kent, zoals ontbreken van hulp bij bevallingen, storingen in voer-, water- of melkkoelingsystemen, bezeren of klem zijn geraakt van dieren etc.
Figuur 2: Vooraanzicht veehouderij (Bron: Canon camera Arjan Zant 21-01-2021).
2.2 Gewenste situatie De bedrijfslocatie bevindt zich momenteel in een optimaliserende fase. De veestallen zijn gerealiseerd en nu is het gewenst om als agrarisch ondernemer dicht bij de werkzaamheden en het vee te kunnen wonen. Er ontbreekt een planologische mogelijkheid om een agrarische dienstwoning te kunnen realiseren. Dit betekent dat toezicht altijd vanaf afstand dient plaats te vinden. Als een woning aanwezig is, zal dit een positieve bijdrage hebben op dierenwelzijn, maar ook bijdragen aan verbetering van de bedrijfseconomische situatie. Er kan dan vroegtijdig worden bijgestuurd in onverwachte situaties of bij overmachtssituaties voor dieren. Ook is het belangrijk om de voeropslagen achter de bedrijfsgebouwen te optimaliseren zodat er een duurzame bedrijfsvoering nagestreefd kan worden voor dit grondgebonden agrarische bedrijf.
4
Bestemmingsplan
Amsterdam, Nieuwe Gouw 25-29
Dat betekent opstaande wanden te kunnen plaatsen (max. 2 meter hoogte) en verharding onder de opslagen aan te kunnen brengen. Ook kunnen meer verschillende opslagen worden gemaakt waardoor meer diversiteit kan worden aangebracht in kwaliteit en soort producten. De eerste snede gemaaid gras is immers nagenoeg altijd meer voedzamer dan een vijfde snede.
Figuur 3: Gewenste situatie Nieuwe Gouw 25 en 29. (Bron: Tekenbureau Rudi Herder)
2.3 Motivatie bedrijfsopzet en indeling De rendementen in de veehouderij staan onder druk. Marktontwikkelingen bepalen in belangrijke mate de opbrengsten. Om de Nederlandse melkrundveehouderij internationaal concurrerend te laten blijven en de wereldwijde stijgende vraag naar zuivelproducten moet de kostprijs dalen. De liberalisering van het Europese landbouwbeleid draagt hieraan bij, omdat de marktbescherming (importtarieven en exportrestituties) en prijsondersteuning verder worden afgebouwd. De prijzen van melk en melkproducten dalen. Voedselveiligheid, milieu- en welzijnsinvesteringen nopen eveneens tot ruimtelijke ingrepen. De Nederlandse melkveehouders willen graag een bijdrage leveren aan maatschappelijk gewaardeerde bedrijfsvormen. Dit gaat echter gepaard met realisatie van bedrijfsgebouwen en voorzieningen. Vanuit ruimtelijke oogpunt kan de overheid hierin bijdragen door facilitering van een gewenst optimalisatie-/ specialisatieplan. Om deze stijgende kosten en investeringen op te vangen is namelijk optimalisatie en bedrijfsspecialisatie onontkoombaar.
5
Bestemmingsplan
Amsterdam, Nieuwe Gouw 25-29
Melkveebedrijf Zant - den Hartog zet al een geruime periode in op dergelijke ontwikkelingen. Zij maken daarin de fundamentele keuze tot ontwikkeling van een zelfstandig functionerende locatie die volledig zelfvoorzienend is in haar ruwvoer voor de koeien met daarvoor een eigen verantwoordelijk manager vanuit de vennootschap. Arjan (M.J.) Zant (31 jaar) is vanuit de vennootschap hiervoor de verantwoordelijke manager. Hij heeft in de agrarische sector al een aantal noemenswaardige ervaringen opgedaan. Naast het volgen van de benodigde relevante opleiding (HBO Dier- en veehouderij, Agrarisch Ondernemerschap) zijn stages en werkzaamheden (Polen, Oost-Duitsland, Canada en Nieuw-Zeeland) op verschillende melkveehouderijen (o.a. grootschalig en biologisch) verricht. Inmiddels is er werkervaring van diverse jaren in agrarische makelaardij, agrarische productierechtenhandel en advisering (mestverwerkingsovereenkomsten, landbouwtellingopgaven etc.). De familie kenmerkt zich door een sterke, onderscheidende ondernemerschap met jarenlange ervaring in de melkveehouderij. Dit blijkt onder meer uit een groeiende beschikbaarheid uit grond, sterke technische resultaten en stabiele bedrijfsvoering met goede onderhandelingsgeest.
Daardoor hebben zij de afspraak kunnen maken met de huidige afnemer van de melk, Farmel Dairy Products BV, tot het aangaan van een contract voor levering voor onbepaalde tijd. Verder doet Melkveebedrijf Zant-den Hartog sinds 2 jaar mee aan het Keurmerk van de Dierenbescherming, Beter Leven 1 ster zuivel, dat geleverd wordt aan de Jumbo supermarkt. Hiervoor moet de onderneming voldoen aan een 192 verschillende criteria op haar bedrijf op het gebied van Dierenwelzijn, Natuur, Milieu en Duurzaamheid die zijn opgesteld door de Dierenbescherming, Vogelbescherming, Natuur en Milieu en de Jumbo supermarkt. Kortom de gewenste maatschappelijke eisen en/of wensen die vanuit de maatschappij en gemeente Amsterdam verlangt worden. Voor de locatie aan de Nieuwe Gouw is daarmee al een goede afnemer geregeld waarmee het zich onderscheid en door het ontvangen van een plus op de standaard melkprijs is daarmee een sterke financiële zekerheid vastgelegd. Het is de wens om deze ingezette koers voort te zetten zonder daarbij te groeien in aantallen vee. De rentabiliteit, uitgedrukt in rendement van het totale vermogen van het bedrijf, en deze investering is duidelijk positief gerelateerd aan de bedrijfsomvang. De optimalisatie en specialisatie van deze melkrundveehouderij heeft als voordeel dat de technische resultaten op peil blijven en meegroeien, terwijl de vaste kosten kunnen dalen.
Er zijn meer mogelijkheden voor arbeidsspecialisatie. Kapitaalsgoederen kunnen beter benut worden. Veel van de benodigde veevoeders kunnen door initiatiefnemers zelf worden geteeld vanwege voldoende beschikbaar areaal landbouwgrond. Inkoop van voeders blijft voornamelijk beperkt tot in mengvoederbedrijven geperste samengestelde brok. Bij de inkoop van deze en andere productiemiddelen (kunstmest, dieselolie, reinigingsmiddelen etc.) en de afzet van geproduceerde middelen (BLK 1 ster melk) kunnen aanzienlijke prijsvoordelen worden gerealiseerd. Dankzij de realisatie van de melkveestal in 2018 kan er worden gewerkt met diverse productiegroepen, lage en hoogproductieve groepen melkgevende dieren, afhankelijk van hun moment in lactatie. In elk stadium heeft de koe een specifieke verzorging nodig. Zo dienen hoog drachtige koeien zeer nauwkeurig op voeding te worden gestuurd, bij guste koeien zijn de tochtigheidswaarnemingen van belang en bij hoog drachtige en pas gekalfde dieren is veel toezicht nodig.
6
Bestemmingsplan
Amsterdam, Nieuwe Gouw 25-29
In de nieuwe opzet kan hierop meer gerichte invloed worden uitgeoefend, hetgeen direct effect heeft op de diergezondheid en levensduur van de veestapel. Ook ten aanzien van het veterinaire aspect is het gescheiden huisvesten van jongvee en melkkoeien wenselijk. Absoluut vermeldingswaardig was de keuze van initiatiefnemers tot realisatie van een innovatieve melkkoeienstal, voorzien van proefstalstatus. Dit zijn stallen welke in Nederland in een klein aantal worden toegepast met als doel door nader onderzoek in deze stallen, nieuwe emissiearme (ammoniakemissie) stalsystemen erkend te krijgen. Kwaliteit van vloeren vormt een belangrijk beoordelingspunt. De keuze van dit systeem draagt in grote mate bij aan dierenwelzijn door de toepassing van rubber op de vloer. Dit zorgt voor meer grip en gezondere klauwen. Door toepassing van de combinatie betonnen roosters met rubberen matten op een afschot van 7% ontstaat een snelle en volledige afvoer van urine. De verwachtte ammoniakemissiefactor verlaagt hiermee rond de 40% ten opzichte van een gangbaar stalsysteem. Het systeem is inmiddels gecertificeerd en goedgekeurd. Tevens voldoet de melkrundveestal aan het gecertificeerde systeem MDV (maatlat duurzame veehouderij). Dit brengt diverse fiscale voordelen als beloning voor investering in duurzame, welzijnsen milieuvriendelijke stallen.
Een MDV-stal voldoet aan strenge eisen op de het gebied van ammoniakemissie, omgeving, diergezondheid, stalindeling, dierenwelzijn, energie en fijn stof. Te denken valt aan bepaalde minimale maatvoeringen voor de vrije loopruimte, ligboxen en breedte van de roostervloeren achter het voerhek en tussen de ligboxen. Drinkplaatsen, klimaat en huid- en klauwverzorging eveneens. Om korte looplijnen te bewerkstelligen is de nieuwe melkkoeienstal naast de bestaande stal gerealiseerd. Hierdoor kunnen hoog drachtige dieren die voor de eerste keer een kalf krijgen, eenvoudig worden overgebracht naar de melkkoeienstal en andersom de pasgeboren kalveren naar de jongveestal. Een zo kort mogelijk traject voor verplaatsing is van belang om stress en de werkzaamheden te beperken, omdat deze frequent zullen voorkomen. De stallen hebben uit het oogpunt van brandveiligheid bij branddoor- en overslag een onderlinge afstand van 7,5 meter. Deze afstand is ook essentieel voor het bereiken van een optimale ventilatie van elk dierenverblijf afzonderlijk. Daarnaast draagt het bij aan een vrij doorzicht over het erf. Tot slot wordt er tussen de gebouwen door worden gereden met vrachtwagens of tractoren ten behoeve van onder meer voer- en mesttransport.
In het kader van korte looplijnen, arbeid efficiënte bedrijfsvoering en landschappelijk gezien is het gewenst om de voederopslagen achter de bedrijfsgebouwen te hebben. Daarnaast heeft het huidige bouwvlak een diepte van grofweg 89 meter. Veel van de boerenerven hebben echter een diepte van 150 tot ongeveer 200 meter. Uitbreiding van het bouwblok tot een grootte van 1,5 hectare naar achteren is daarom passend binnen de huidige praktijk van de boerenerven in Landelijk Noord. Ook is het plaatsen van een bedrijfswoning op het voorerf kenmerkend binnen een boerenerf. Er wordt 1 soort voeder op het eigen bedrijf geteeld, te weten gras. Deze wordt opgeslagen in ruwvoederopslagen. Deze opslagen zijn volledig afgestemd op de hoeveelheid benodigd voer het jaar rond, voor de te houden dieren alsmede om diverse samenstellingen afzonderlijk te kunnen opslaan. De diverse rantsoenen zijn gericht op specifieke diverse doelgroepen binnen het bedrijf. 7
Bestemmingsplan
Amsterdam, Nieuwe Gouw 25-29
Te denken aan melkkoeien met hoge productie, lage productie, in droogstand en vrouwelijk jongvee. Hiervoor zijn afzonderlijke opslagen noodzakelijk. Het aanbieden van een uitgebalanceerd rantsoen is namelijk essentieel voor een goede diergezondheid en dierenwelzijn en draagt daarmee automatisch bij aan goede resultaten en een financieel gezond bedrijf. Daarnaast worden de diverse broksoorten opgeslagen in reeds aanwezige voersilo’s. Als erfverharding wordt buiten de voeropslagen en bedrijfsgebouwen half verharding toegepast. Voordeel hiervan is dat geen versnelde afvoer van hemelwater plaatsvindt en het erf niet een massieve (industriële) uitstraling heeft. Half verharding biedt de stevigheid die noodzakelijk is om transport goed te laten verlopen en voorkomt dat bij drassige weeromstandigheden een erg modderig erf ontstaat. De locatie Nieuwe Gouw 29 is eenvoudig te verklaren vanuit een doelmatige agrarische bedrijfsvoering: voeropslagen centraal ten opzichte van de omliggende landbouwgronden én ten opzichte van de stallen. Hierdoor blijven (interne) transportbewegingen tot een minimum beperkt. Tot slot kan met de gewenste plannen zo veel mogelijk gebruik worden gemaakt van reeds bestaande voorzieningen met betrekking tot terreinverharding en nutsvoorzieningen.
Uit economische en logistieke overwegingen is het plan in deze vorm voor initiatiefnemer optimaal voor het voeren van een doelmatige agrarische bedrijfsvoering en daarmee een duurzame bedrijfsontwikkeling. Nieuwe Gouw 25 Op deze locatie wordt 1 van de 2 woningen onbewoonbaar gemaakt, zodat er op Nieuwe Gouw 29 een bedrijfswoning gebouwd kan worden. De onbewoonbaar te maken woning zal in functie veranderen maar het gebouw zal niet verwijderd worden. Juridisch wordt door dit bestemmingsplan de waarborg geregeld dat de woning niet meer in gebruik kan worden genomen, door de maatvoering aan te passen van ‘maximale aantal woonheden 2 naar 1’. Verder wordt in kader van deze herziening van het bestemmingsplan, het bebouwd oppervlak gewijzigd conform de feitelijke situatie. De bestaande legale bebouwing, die met het huidige bestemmingsplan buiten het bouwvlak vallen, ook binnen het bouwvlak gebracht en de oppervlakte wordt expliciet in de regels vastgelegd. In het kader daarvan is er dus sprake van een vergroting van het bouwvlak. Het ronde gebouw (voormalige mestsilo) en de ruimte ernaast (heipalen aanwezig in de grond ten behoeve van schuur) zijn in het verleden vergund en worden nu passend, positief bestemd. Na de bestemmingsplanherziening wijzigt er dus niets in het gebruik van de locatie (behalve het niet meer bewoonbaar zijn van 1 woning) en in de hoeveelheid bebouwing.
8
Bestemmingsplan
Amsterdam, Nieuwe Gouw 25-29
3. Beleidskaders Bij een afwijkingsbesluit dient rekening te worden houden met door overheden vastgesteld beleid. In dit hoofdstuk wordt daarom ingegaan op relevante onderdelen uit het Rijksbeleid, het provinciaal en gemeentelijk beleid. 3.1 Rijksbeleid In de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) schetst het Rijk ambities van het ruimtelijk en mobiliteitsbeleid voor Nederland in 2040. Overheden, burgers en bedrijven krijgen de ruimte om zelf oplossingen te creëren. In het in maart 2012 ingediende plan richt het Rijk zich met name op het versterken van de internationale positie van Nederland en het behartigen van de nationale belangen. De SVIR heeft de Nota Ruimte vervangen, alsmede de ruimtelijke doelen en uitspraken uit de Agenda Landschap en Agenda Vitaal Platteland voor de agrarische sector. Gestelde doelen door het kabinet schetsen hoe Nederland er in 2040 uit moet zien: concurrerend, bereikbaar, leefbaar en veilig. Tot aan 2040 heeft de SVIR drie Rijksdoelen geformuleerd waarmee het Rijk aangeeft waarvoor het verantwoordelijk is en waarop het resultaten wil boeken, zijnde:
De concurrentiekracht vergroten door de ruimtelijk-economische structuur van Nederland te versterken. Dit betekent bijvoorbeeld een aantrekkelijk (internationaal) vestigingsklimaat
De bereikbaarheid verbeteren
Zorgen voor een leefbare en veilige omgeving met unieke natuurlijke en cultuurhistorische waarden
Het perceel van initiatiefnemers is gelegen in de Randstad, binnen de stedelijke regio met concentratie van topsectoren (agro & food gebied). Op basis van het Rijksbeleid valt het plangebied binnen de stedelijke groep met concentratie van topsectoren en wordt er over (inter)nationaal belang besproken. Er wordt echter niet gesproken over kleinschalige projecten op bouwvlakniveau.
Figuur 4: Planlocatie binnen stedelijke regio met concentratie van topsectoren. (bron: Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte)
De provincies en gemeenten hebben meer ruimtelijke bevoegdheden gekregen. Bijvoorbeeld op het gebied van landschappen, verstedelijking en het behoud van groene ruimte. Provincies en gemeenten zijn volgens het kabinet beter op de hoogte van de situatie in de regio en de vraag van bewoners, bedrijven en organisaties. Daardoor kunnen zij beter afwegen wat er in een gebied moet gebeuren.
9
Bestemmingsplan
Amsterdam, Nieuwe Gouw 25-29
Slechts één nationaal belang heeft betrekking op onderhavig initiatief. Voor een goede milieukwaliteit moet de kwaliteit van bodem, water en lucht minimaal voldoen aan de (internationaal) geldende norm(en). De gezondheid van de burgers dient te worden beschermd tegen negatieve milieueffecten. Het Rijk beschermt en verbetert de waterkwaliteit door het treffen van fysieke maatregelen, het uitgeven van vergunningen en handhaving. Luchtkwaliteit, geluidsoverlast, wateroverlast, waterkwaliteit, bodemkwaliteit en het transport van gevaarlijke stoffen kennen een grote samenhang met de andere nationale belangen. Om toekomstige kosten en maatschappelijke schade te voorkomen, moeten bij ruimtelijke en infrastructurele ontwikkelingen de milieueffecten worden afgewogen. Voor de ontwikkeling van de melkrundveehouderij zijn geen rijks doelen of nationale belangen van toepassing. Uit hoofdstuk 4 blijkt dat de ontwikkeling geen negatieve milieueffecten teweegbrengt. 3.2 Provinciaal beleid De provincie wil met de omgevingsverordening ontwikkelingen, zoals woningbouw en de energietransitie, mogelijk maken en zet in op het beschermen van mooie en bijzondere gebieden in Noord-Holland. We zoeken naar een evenwichtige balans tussen economische groei en leefbaarheid.
De belangrijkste ambities voor Noord-Holland, zoals omschreven in de Omgevingsvisie, zijn verankerd in de nieuwe Omgevingsverordening Noord-Holland. Omgevingsverordening NH2020 In oktober 2020 hebben de Provinciale Staten de Omgevingsverordening NH2020 vastgesteld. De Omgevingsverordening NH2020 vervangt alle bestaande verordeningen die betrekking hebben op de leefomgeving, zoals de Provinciale Ruimtelijke Verordening, de Provinciale Milieuverordening, de Waterverordeningen en de Wegenverordening en is gebaseerd op de huidige wet- en regelgeving. Met deze omgevingsverordening loopt de provincie bewust vooruit op de Omgevingswet, omdat we door 21 verordeningen samen te voegen alvast werken in de geest van de Omgevingswet. Er is bewust niet gewacht op invoering van de Omgevingswet, omdat we op deze manier kunnen nagaan of de regels lokaal en regionaal maatwerk mogelijk maken en of er genoeg bestuurlijke afwegingsruimte is. In de omgevingsregeling staat uitgelegd welke overheid gaat over welke regels (welke partij welke bevoegdheid heeft). Provincie Noord-Holland wil dat er meer ruimte komt voor woningbouw in Noord-Holland Noord. De nieuwe omgevingsverordening regelt dat in landelijk gebied woningbouwprojecten tot 11 woningen gebouwd kunnen worden aan de rand van kernen en dorpslinten.
Grootschalige woningbouw (meer dan 11 woningen) was onder voorwaarden altijd al mogelijk in landelijk gebied. De plannen moeten wel worden opgenomen in een woonakkoord, gemeenten moeten aantonen waarom woningbouw op die locatie nodig is en het goed inpassen in het landschap. De 32 meest waardevolle en kwetsbare landschappen in de provincie zijn aangewezen als ‘Bijzonder Provinciaal Landschap’. Deze gebieden kennen extra bijzondere waarden voor mens en dier. De percelen Nieuwe Gouw 25 en 29 vallen in het gebied Waterland. Verderop in deze paragraaf wordt nader ingegaan op deze specifieke situatie en de daarbij behorende regelgeving.
10
Bestemmingsplan
Amsterdam, Nieuwe Gouw 25-29
Landbouw en bedrijvigheid Een vitale plattelandseconomie is belangrijk voor de Noord-Hollandse economie en een voorwaarde voor de leefbaarheid van gebieden. Het uitgangspunt is een ontwikkelingsgerichte strategie, met de ambitie dat daar waar nieuwe economische activiteiten mogen worden ontwikkeld, ook de kwaliteit van het gebied toeneemt. De landbouw heeft circa 60 procent van de grondoppervlakte van de provincie in beheer. De landbouw levert een belangrijke bijdrage aan de economie en vervult een cruciale rol als beheerder van het landschap. Inzet is dan ook om in Noord-Holland een vitale en duurzame agrarische sector te behouden. Uitgangspunt daarbij zijn sterk internationaal georiënteerde sectoren als de glastuinbouw, bollenteelt, de zaadteeltsector en pootgoedsector met een gezond bedrijfseconomisch perspectief en behoud van een internationale concurrentiepositie of sectoren die een trekkersfunctie hebben in een leefbaar en krachtig platteland. Daarnaast kent de provincie typische landschapsbepalende sectoren zoals de melkveehouderij in de veenweidegebieden. Het bedrijf van initiatiefnemer kan worden betiteld als grondgebonden veehouderij. De Provincie Noord-Holland onderscheidt twee zones, een zone voor grootschalige landbouw en een zone voor gecombineerde landbouw. Het bedrijf van initiatiefnemers valt in de tweede categorie.
Nieuwe Gouw 25-29
Figuur 6: Gebiedsaanduiding, gebied voor gecombineerde landbouw (bron: structuurvisie Noord-Holland 2040)
In de zone voor gecombineerde landbouw zijn landschappelijk kwetsbare gebieden zoals veenweidegebieden of cultuurhistorisch waardevolle gebieden karakteristiek. Het landschap bepaalt waar en welke ruimte wordt geboden aan de bedrijfsontwikkeling. In de gebieden waar schaalvergroting niet of slechts gedeeltelijk mogelijk is, wordt meer ruimte geboden voor nieuwe economische activiteiten (verbreding). In de omgeving van het stedelijk gebied - in de metropolitaanse landschappen - stimuleert de Provincie Noord-Holland de ontwikkeling van deze op de stedelijke recreatiebehoefte gerichte functies. 11
Bestemmingsplan
Amsterdam, Nieuwe Gouw 25-29
In dit gebied zijn, onder voorwaarden, agrarische bouwpercelen tot 2 hectare mogelijk. Percelen van grotere omvang zijn alleen toegestaan na stringente toetsing. De grond welke initiatiefnemer in gebruik wenst te nemen voor wijzigingsmogelijkheden voor de melkrundveehouderij op Nieuwe Gouw 29 bedraagt maximaal 1,5 hectare en voldoet daarmee aan het uitgangspunt van het provinciaal beleid. Op Nieuwe Gouw 25 worden het bouwvlak aangepast aan de reeds bestaande, legaal aanwezige bebouwing, binnen de toegestane bedrijfsbestemming. Er worden dus geen nieuwe ontwikkelingsmogelijkheden geboden. Weidevogelgebieden Weidevogels zijn karakteristiek voor Noord-Holland. Ze gedijen goed in open (veen)weidelandschap. Het gaat minder goed met de weidevogels doordat het traditionele landschap en de manier waarop dat beheerd wordt verdwijnen. De Provincie vindt zowel de weidevogels als het karakteristieke cultuurlandschap waarin zij verblijven belangrijk. Daarom beschermt zij deze landschappen tegen inbreuken op de openheid. Dit sluit aan op het algemene beleid voor gecombineerde landbouw in deze gebieden.
Nieuwe Gouw 25-29
Figuur 7: Themakaart: natuurgebieden (bron: structuurvisie Noord-Holland 2040)
Initiatiefnemers geven invulling aan het beheer van weidevogelgebieden. In hoofdstuk 3.3 wordt hier nader op in gegaan. Bijzonder provinciaal landschap (BPL) Het Bijzonder provinciaal Landschap (verder: BPL) is een afzonderlijk beschermingsregime binnen de Omgevingsverordening NH2020 en bedoeld om de meest waardevolle landschappen in Noord-Holland te beschermen. Per gebied is aangegeven welke bijzondere kernkwaliteiten aanwezig zijn. Dat kunnen ecologische, landschappelijke, cultuurhistorische of aardkundige waarden zijn.
12
Bestemmingsplan
Amsterdam, Nieuwe Gouw 25-29
Hieronder vallen: het leefgebied voor weidevogels, waterlopen en verkavelingsvormen in oude polders, de openheid en de vergezichten in het landschap of een bijzondere bodemopbouw. Als deze kernkwaliteiten niet aantast worden, is zijn ontwikkelingen, soms onder voorwaarden, mogelijk. Kernkwaliteiten voor Bijzonder provinciaal Landschap Natuurlijke veenwaterlopen en de onregelmatige strookverkaveling veenweidepolders
De natuurlijke veenwaterlopen(dieen) dooraderen Waterland. Voorbeelden zijn de Uitdammer Die, De Leek en de Kerk Aa. Ze zijn karakteristiek vanwege hun natuurlijke gevormde, grillige en brede loop met rietkragen. Ze vormen belangrijke natuurverbindingen binnen en buiten NNN(natuur netwerk Nederland). Op de locatie Nieuwe Gouw 25 en 29 en haar omliggende agrarische percelen worden, naast de natuurlijke veenwaterlopen, de onregelmatige strookverkaveling veenweidepolders genoemd als kernkwaliteit. Ruimtelijke ontwikkelingen die leiden tot het dempen of wijzigen van de waterloop zijn in ieder geval een aantasting van deze kernkwaliteit. Met dit plan voor realisatie van een bedrijfswoning en uitbreiding van het bouwvlak naar 1,5 hectare worden de kernkwaliteiten niet aangetast. Er vindt namelijk geen wijziging of demping van een waterloop plaats als ook geen wijziging in de onregelmatige strookverkaveling van de veenweidepolder.
Openheid en ruimtebeleving De omvang van het open weidegebied in BPL Waterland is van bijzondere waarde. De openheid is kwetsbaar omdat in het vlakke land bijna elk ruimtelijke ingreep zichtbaar is. Door de verschillende verkavelingsrichtingen in het gebied is de openheid extra gevoelig voor verrommeling. Ruimtelijke ontwikkelingen in het open landschap die leiden tot verdichting of verrommeling zijn een aantasting van deze kernkwaliteit. De realisatie van de bedrijfswoning leidt niet tot verdichting of verrommeling van deze kernkwaliteit. De wordt gerealiseerd voor de bestaande bebouwing. Ook de realisatie van het bouwvlak naar 1,5 hectare zorgt niet voor aantasting van deze kernkwaliteit. De vergroting van het bouwvlak vindt plaats naar achteren in de lijn met de bestaande bedrijfsgebouwen op Nieuwe Gouw 29. De kijk op de open ruimte en vergezicht wordt hierdoor niet verstoord wanneer men bijvoorbeeld langs de bedrijfsgebouwen en/of waterlopen de polder in kijkt vanaf de openbare weg. Op de locatie Nieuwe Gouw 25 wordt een woning onbewoonbaar gemaakt. Er wordt op deze locatie niets bijgebouwd en ook niet gesloopt. Hierom verandert er dan ook niets aan de openheid en vindt er geen verdichting of verrommeling plaats. De kernkwaliteit openheid en ruimtebeleving wordt dan ook niet aangetast.
Habitat voor weidevogels De locatie Nieuwe Gouw 29 met haar omliggende agrarische landerijen is niet aangegeven als ‘Habitat voor de weidevogels’. Ondanks dit doet initiatiefnemer er alles aan om het de weidevogels zo goed mogelijk naar de zin te maken. Hoe hier invulling aan gegeven wordt is uitvoerig beschreven in paragraaf 3.3. Deze kernkwaliteit wordt daarmee niet aangetast door het beschreven plan.
13
Bestemmingsplan
Amsterdam, Nieuwe Gouw 25-29
Op basis van de bovenstaande toelichting is te concluderen dat het provinciale beleid geen beperkingen kent ten aanzien van de voorgenomen plannen. Gesteld kan worden dat met realisatie van de plannen op de langere termijn een economisch gezond agrarisch bedrijf wordt gewaarborgd. Leidraad Landschap en Cultuurhistorie 2018 Gedeputeerde Staten hebben in april 2018 de Leidraad Landschap en Cultuurhistorie 2018 vastgesteld. De Leidraad is een handreiking voor het inpassen van nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen in het landschap en geeft gebieds- en ontwikkelingsgerichte beschrijvingen voor het bijdragen aan de kwaliteit van de leefomgeving. De beschreven gebiedskenmerken (ensembles en structuren) dienen te worden betrokken bij de besluitvorming. De percelen Nieuwe Gouw 25 en 29 liggen in het ensemble Waterland. Dit gebied bestaat uit veenpolderlandschap met waterrijke veenpolders en stromen en droogmakerijenlandschap. Het gebied heeft een rijke cultuurhistorie hetgeen gevormd wordt door onder meer het Nationaal Landschap Laag Holland en de Stelling van Amsterdam. Het ensemble Waterland kan worden beschreven aan de hand van drie provinciale kernwaarden:
de landschappelijke karakteristiek: de landschapstypen en de belangrijkste kenmerken van deze landschappen.
openheid en ruimtebeleving: de beleving van de vrije open ruimte, de horizon en de oriëntatiepunten.
de ruimtelijke dragers: de driedimensionale structuren en lijnen die in het (vlakke) landschap het beeld bepalen en begrenzen, zoals bebouwingslinten, bomenlanen en dijken.
Landschappelijk karakteristiek Het landschap kan worden getypeerd als waterrijk polderlandschap, bestaande uit onvergraven veen met een onregelmatig, vaak historisch verkavelingspatroon. De gronden zijn veelal in gebruik als graslanden. Door dit plan ontstaan geen wijzigingen in deze karakteristiek. De verkaveling blijft onveranderd, er worden geen watergangen aangepast of gedempt en de extra bebouwing en de voeropslagen op Nieuwe Gouw 29 worden zo gesitueerd dat deze de verkaveling juist benadrukt. Op Nieuwe Gouw 25 worden geen wijzigingen doorgevoerd ten aanzien van bebouwing of aanleg. Openheid en ruimtebeleving Het veenpolderlandschap heeft een open karakter, met incidenteel een onderbrekingen in de vorm van een klein lint of erf. De beleving van een doorlopende ruimte overheerst. Deze openheid is goed te ervaren. In het gebied is nauwelijks sprake van opgaand groen, met uitzondering van begroeiing rond verspreid liggende erven. Beplanting naast wegen komt nauwelijks voor. Bij de gewenste ingrepen op Nieuwe Gouw 25 en 29 is rekening gehouden met de openheid van het landschap. Bij Nieuwe Gouw 25 verandert niets in het bebouwingsbeeld en bij Nieuwe Gouw 29 wordt de gewenste woning voor bestaande bebouwing geplaatst en de voeropslagen achter de bestaande bebouwing, zodat de zichtlijnen niet tot nauwelijks worden aangetast.
Er blijft met deze opzet sprake van een compact, geclusterd bouwvlak met een hiërarchische erfopbouw.
14
Bestemmingsplan
Amsterdam, Nieuwe Gouw 25-29
Er wordt inheemse erfbeplanting aangebracht nabij de gewenste woning om de lengterichting van het landschap te benadrukken. Deze beplanting kent een transparant karakter, zodat er geen onnatuurlijke verdichting in het landschap optreedt. De bebouwing blijft binnen het huidige verkavelings- en slotenpatroon. Maat en profielen behoeven geen aanpassing. De ingrepen passen in de bestaande ruimtelijke structuur. Ruimtelijke dragers De meest prominente ruimtelijke dragers zijn de randen tussen land en IJsselmeerkust. De plassen aan de binnenkant van de dijk, vormen samen met de dijk een onlosmakelijke eenheid in het landschap. Lokaal zijn de bebouwingslinten ook ruimtelijke dragers, alsmede de Stelling van Amsterdam. De beoogde ingrepen doen geen afbreuk aan deze ruimtelijke dragers. Het vergroten van het agrarische bouwvlak op Nieuwe Gouw 29 draagt bij aan het in stand houden van het landschap, omdat een toekomstgerichte grondgebonden veehouderij met passend bouwvlak het landelijk gebied vitaal en leefbaar houdt. Dynamiek De oxidatie van het veen en daarmee de maaivelddaling vormt een belangrijk aandachtspunt in het gebied. Het waterpeil in het vee in hoog. Het huidige plan aan de Nieuwe Gouw 29 heeft kent geen schaalvergroting van de veehouderij op zich. Het gaat uit van een optimalisatie. Er worden ook geen landbouwgronden anders ingericht.
Op Nieuwe Gouw 25 worden geen nieuwe initiatieven tot uitvoering gebracht. De ingrepen staan daarmee niet op gespannen voet met de dynamiek van het gebied. De percelen liggen buiten het Nationaal Natuur Netwerk (NNN) en stiltegebied. Weidevogelbeheer heeft een belangrijke functie in de bedrijfsvoering van initiatiefnemer. Verderop wordt hier nader op ingegaan. Geconcludeerd kan worden dat er geen afbreuk wordt gedaan aan de drie bovengenoemde gebiedskenmerken. Het landschappelijke karakteristiek en de openheid blijft in stand en de ruimtelijke dragers worden niet nadelig beïnvloed. 3.3 Gemeentelijk beleid Omgevingsvisie 2050 en Structuurvisie 2040 De Omgevingsvisie Amsterdam 2050 is door de gemeenteraad in 2021 vastgesteld. De visie beschrijft de gewenste ontwikkeling van de stad en vormt het kader voor ruimtelijke ontwikkelingen. De visie vervangt de Structuurvisie Amsterdam 2040, zoals vastgesteld in 2040. De onderdelen ‘hoofdgroenstructuur en hoogbouwbeleid van de structuurvisie blijven echter van kracht totdat hier vervangend beleid voor is. Deze afzonderlijke uitwerking zal plaatsvinden in het Omgevingsplan. Deze is echter nog niet vastgesteld. De percelen Nieuwe Gouw 25 en 29 liggen binnen deze ‘hoofdgroenstructuur’. Om groen in Amsterdam te beschermen is in 1996 het instrumentarium ‘hoofdgroenstructuur’ (HGS) geïntroduceerd. Dit is steeds opgenomen in structuurvisies.
Alle grotere groengebieden van Amsterdam vallen onder het regime van de HGS. Ruimtelijke ingrepen zoals verharding, bebouwing of andere functies die de groene functie van het gebied kunnen bedreigen moeten getoetst worden, omdat er wel ontwikkelingen in Landelijk Noord moeten kunnen plaatsvinden.
15
Bestemmingsplan
Amsterdam, Nieuwe Gouw 25-29
Deze toetsing vindt plaats door de onafhankelijke adviescommissie TAC. Deze commissie van deskundigen brengt advies uit aan het college van Burgemeester en Wethouders. Amsterdam streeft naar een duurzaam en met de stad verbonden landschap van hoge kwaliteit. Het landschap wordt niet onomkeerbaar aangetast of gebruikt. Een gaaf ontginningspatroon, hoge biodiversiteit, diverse kernkwaliteiten en een hoogwaardig netwerk van fiets- en wandelpaden. Voor de percelen Nieuwe Gouw 25 en 29 geldt dat zij zijn gevestigd in het groentype ‘stadsrandpolder’. In dit gebied staat agrarisch gebruik en het beleven van de openheid en het historische landschap centraal. In dit hoofdstuk wordt verderop uitgebreid ingegaan op de concrete invulling die initiatiefnemer aan het gebied geeft en onderneemt om dit in stand te houden, gecombineerd met het voortzetten en ontwikkelen van een duurzaam grondgebonden agrarisch bedrijf. Op 23 juni 2022 heeft de TAC een eerste advies uitgebracht over het plan voor wijziging van de percelen Nieuwe Gouw 25 en 29. Onder voorwaarden kan akkoord worden gegaan met de beoogde vergroting van het agrarische bouwvlak en de realisatie van een agrarische dienstwoning (in ruil voor het laten vervallen van een woonfunctie). In reactie op dit advies zijn diverse aspecten verduidelijkt en verwerkt in dit bestemmingsplan.
In het eindadvies van de TAC van oktober 2022 is aangegeven dat zij instemmen met plan omdat er voldoende is tegemoet gekomen aan de gestelde voorwaarden. Bestemmingsplan Landelijk Noord Op 26 juni 2013 heeft de deelraad Noord van de gemeente Amsterdam het bestemmingsplan Landelijk Gebied Noord vastgesteld. Op 8 oktober 2014 is na een uitspraak van de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State het plan grotendeels onherroepelijk geworden. Het perceel aan de Nieuwe Gouw 29 is gelegen in het gebied ‘Agrarisch met waarden - Veenweidegebied’ met de aanduidingen ‘bouwvlak’ en ‘bedrijfswoning uitgesloten’ met de dubbelbestemming ‘Waarde Archeologie 3’. Het perceel aan de Nieuwe Gouw 25 is gelegen in het gebied ‘Agrarisch met waarden Veenweidegebied’ met de aanduidingen enkelbestemming ‘bedrijf’ met de dubbelbestemming ‘Waarde - Archeologie 3’.
Figuur 8: Ligging Nieuwe Gouw 29 in het plangebied Landelijk Noord (bron: ruimtelijke plannen.nl)
16
Bestemmingsplan
Amsterdam, Nieuwe Gouw 25-29
Figuur 9: Ligging Nieuwe Gouw 25 en Nieuwe Gouw 29 met gebiedsaanduidingen (bron: ruimtelijke plannen.nl)
Navolgend wordt puntsgewijs een toetsing van relevante voorwaarden toegelicht, zoals deze in het bestemmingsplan zijn opgenomen: a)
Noodzaak om het bedrijf te optimaliseren met een bedrijfswoning en uitbreiding bouwvlak naar 1,5 hectare
In hoofdstuk 2.2 is reeds een uitvoerige beschrijving gegeven van de noodzaak tot optimalisering van het bedrijf. Uit landbouwkundig en bedrijfseconomisch oogpunt is voldoende waarborg dat de optimalisatie ten dienste staat van een volwaardig agrarisch grondgebonden bedrijf. b)
Door vergroting moet een substantiële bijdrage worden (blijven) geleverd aan het landschaps- en natuurbeheer van het gebied
Door intensief weidevogelbeheer wordt er een substantiële meerwaarde in het beheer van het gebied gecreëerd. Initiatiefnemers zijn lid van natuurvereniging ‘Water, Land en Dijken’ en werken volgens een aantal zeer landschaps-, dier- en natuurvriendelijke principes. Dit zijn:
- Voorweiden Nog voor de start van het weide- en maaiseizoen worden schapen op de percelen grasland gehouden. Naast de landbouwkundige meerwaarde, leidt graslandverjonging ook tot het aantrekken van diverse diersoorten. Deze activiteit wordt uiterlijk 1 april van het jaar opgeheven.
- Weidevogelgraslanden met rustperiode 01-04 t/m 15-06 Tussen 1 april en 15 juni wordt een rustperiode in acht genomen om weidevogels een kans te bieden te nestelen en jongen groot te brengen. Er wordt dan niet gemaaid, gerold, gesleept, gescheurd, beweidt, gefreesd, (her)ingezaaid of bemest. Ook worden geen bestrijdingsmiddelen toegepast.
- Ruige stalmest strooien Initiatiefnemers starten het groeiseizoen met het aanwenden van ruige stalmest op de landbouwgronden. Deze mest bevordert het bodemleven en variatie in het gras.
17
Bestemmingsplan
Amsterdam, Nieuwe Gouw 25-29
Dit is essentieel voor het foerageren en vormen van de nesten voor de weidevogels. Ook trekt het vogels aan en draagt het bij aan een goed bodemleven.
- Doelstelling legselbeheer 50 tot 100 broedparen/ 100 ha. Op alle landbouwgronden wordt legselbeheer toegepast. Dit betekent dat tijdens het broedseizoen enkele malen de percelen worden afgezocht op aanwezige legsels. Deze worden dan gemarkeerd en van deugdelijke nestbeschermers voorzien. Indien na de rustperiode wordt gemaaid, wordt de nesten gevrijwaard van landbouwkundige werkzaamheden.
- Uitgestelde maaidatum Maaien van percelen vindt past plaats na 15 juni. Hierbij worden de landbouwgronden gemaaid op basis van een mozaïekpatroon. Jonge vogels krijgen hierdoor een grotere kans te overleven omdat er voldoende vluchtmogelijkheden zijn tussen de pollen, alsmede de aanwezigheid van veel insecten als voedsel.
- Van binnen naar buiten maaien Bij het maaien van de percelen wordt er van het midden van het perceel naar de randen toe gemaaid. Dit betekent dat de vogels (en andere dieren) een veel betere mogelijkheid hebben om te vluchten. De dieren worden als het ware verdreven naar een naastliggend perceel in plaats van het opdrijven naar het middelste stuk om op laatst nog in stresssituatie op klein oppervlak te komen.
- Botanische weiderand De buitenzijden van de landbouwgronden (die grenzen aan watergangen) wordt op de buitenste 2 meter randbeheer toegepast. Dit betekent dat alleen pleksgewijze gewasbescherming met middelen mogelijk is bij b.v. brandnetel, ridderzuring en distel. De randen worden niet bemest, geklepeld, gescheurd, gefreesd of her ingezaaid. Naast watergangen worden eventuele rietranden gehandhaafd. Jaarlijks worden nesttellingen gedaan. Bijgevoegd als bijlage 2 bij dit bestemmingsplan zijn weidevogelkaarten van 2019 en 2020. Daaruit valt op de te maken dat de weidevogels op behoorlijke afstand van het huidige bouwvlak nestelen en niet op de plaats waar thans ingrepen zijn beoogd. Deze aspecten zijn eveneens meegenomen in het uitgevoerde Ecologisch Onderzoek en Natuurwaardenonderzoek Flora en Fauna.
- Beweiden Een zeer bewuste keuze is om dieren weidegang te bieden. Dit leidt tot draagvlak in de samenleving en wordt ook op overheidsniveau sterk gewaardeerd. Steeds meer melkveebedrijven weiden de dieren, hetgeen het Nederlands landschap doet veranderen in positieve zin.
- Plas-dras perceel Delen van de weilanden die van zichzelf als erg nat zijn kunnen worden vernat. Vernatte weilanden, die vervolgens als weidevogelgebied beheerd worden zijn een goed leefgebied voor weidevogels zoals de grutto en de kievit . Melkveebedrijf Zant-den Hartog heeft sinds enkele jaren een plas-dras perceel ingericht voor haar weidevogels i.s.m. natuurvereniging Water, Land en Dijken.
18
Bestemmingsplan
Amsterdam, Nieuwe Gouw 25-29
Door deze positieve wijze van bedrijfsvoering, met oog voor omliggende belangen, wordt het beheer van natuur en landschap actief ondersteund, gestimuleerd en gegarandeerd voor de toekomst. De bebouwing is middels transparante beplanting in het landschap ingepast. De knotwilgen en fruitbomen zijn evenwijdig aan de verkaveling, als erfgrensbeplanting gepoot. Hiermee wordt een passende bijdrage geleverd in beheer van het gebied. c) Er moet sprake zijn van een duurzaam bedrijf Het aspect duurzaam kan op diverse wijzen worden geïnterpreteerd. Uit hoofdstuk 2.2 blijkt dat een proefstal is gerealiseerd voor de melkkoeien, waarmee een waardevolle invulling wordt geleverd in onderzoek naar toekomstgerichte stallen voor de rundveehouderij. Deze gebouwde stal betreft tevens een gecertificeerde stal op grond van de Maatlat Duurzame Veehouderij. Door een optimalisatie van het melkveebedrijf ontstaat een rendabel, bedrijfseconomisch vitaal bedrijf, welke op zichzelf ook als duurzaam kan worden beschouwd. Het bedrijf maakt tevens de keuze om te investeren in de omgeving door instandhouding van het landschap en daarmee ook maatschappelijke waardering te krijgen. De melkrundveestal is voorzien van zonnepanelen waardoor het bedrijf sinds 2022 energieneutraal werkt. Er wordt bedrijfsmatig geen gas meer verbruikt en ook voor de nieuwe woning gaat dit gelden.
d) Er moet sprake zijn van een goede ruimtelijke kwaliteit Het bedrijf is gelegen in de polder gelegen ten noorden van Amsterdam en is net als het Amsterdamse Bos, de tuinen van West, Amstelland en de Diemerscheg een gebied wat valt in het voor recreanten vrij benaderbare metropolitaanse landschap. Het karakter van het gebied, bestaande uit veenweiden met dorpen, is ontstaan door jarenlange veehouderij. De agrarische bedrijven zijn in hoofdzaak de beheerders van dit landelijk gebied. Kenmerkend zijn haar open karakter en polderlandschap met sloten en akkers, hoge waterstanden, historische boerderijlinten en grillige verkavelingen.
Figuur 10: omgevingskarakteristieken Nieuwe Gouw (bron: geertfotograaft.nl en eigen materiaal)
19
Bestemmingsplan
Amsterdam, Nieuwe Gouw 25-29
Nieuwe Gouw 29 Stedenbouwkundig zal er een wijziging optreden op locatie Nieuwe Gouw 29 door oprichting van een nieuwe bedrijfswoning en vergroting van het bouwvlak naar 1,5 hectare. Er is een erfinrichtingsschets bijgevoegd als bijlage 1 bij dit bestemmingsplan. Hieruit blijkt dat het bouwvlak naar achteren wordt uitgebreid om de waardevolle, opstrekkende verkaveling in stand te laten. Er kan worden aangesloten op de bestaande ruimtelijke structuur. Watergangen behoeven geen aanpassing in maat of profiel. Door de gewenste woning in het voorerfgebied te plaatsen ontstaat een agrarisch erf zoals dat juist veelvoorkomend is in de omgeving. Het erf krijgt daarmee een meer traditionele entree, met bebouwing oplopend in hoogte. De afstand tot de weg is passend in de omgeving. Hierdoor rijzen de bestaande schuren minder expliciet op uit het landschap, maar gaat dit meer in een logische opbouw van massa. De gebruikte aardgedempte kleuren van de bebouwing dragen hier ook aan bij. De voeropslagen aan de achterzijde van het erf maken een afronding zoals dat veel in de omgeving voorkomt en het meest passend is in de agrarische erfopbouw. Naast de doelmatigheid voor de agrarische bedrijfsvoering zelf, zijn ze op de voorgestelde manier ook het minst zichtbaar. De bebouwing ervoor ontneemt een direct zicht op de opslagen en passen binnen de bestaande verkaveling.
In hoofdstuk 3.2 is reeds ingegaan op de landschappelijke inpassing.
Figuur11: uitsnede erfinrichtingsschets Rudi Herder
In de gewenste situatie is sprake van een samenhangend en logisch opgebouwde perceel indeling, beginnend met een woning, daarna bedrijfsbebouwing en afrondend de voeropslagen. 20
Bestemmingsplan
Amsterdam, Nieuwe Gouw 25-29
De beeldkwaliteit en de landschappelijke inpassing van de gewenste ingrepen sluiten dus aan bij de directe omgeving en de daarin voorkomende karakteristieke kenmerken. Van beschermende monumentale objecten is geen sprake. Nieuwe Gouw 25 Doordat er op deze locatie de woning onttrokken wordt en daarvoor in de plaats als schuur wordt ingericht verandert er stedenbouwkundig niets op deze locatie. Ook de gewenste vergroting van het bouwvlak verandert niets aan de opgebouwde perceelindeling, omdat het niet samengaat met meer bebouwingsmogelijkheden. De erven Nieuwe Gouw 25 en Nieuwe Gouw 29 vormen een compact geheel en liggen op ruime afstand van andere bebouwingsclusters in de directe omgeving. Op deze manier blijft het geheel een duidelijk eigen karakter behouden en is er sprake van een geclusterde bebouwing. Met het gewenste bouwplan kan tevens optimaal gebruik worden gemaakt van reeds bestaande voorzieningen met betrekking tot de uitweg, nutsvoorzieningen en terreinverharding. De omgeving van het perceel van initiatiefnemer is aangeduid als open veenweidegebied. De ligging tegen de Popperdammer Weeren met eigenzinnig mozaïek van landbouwgronden wordt afgewisseld met watergangen. De lijnvormige elementen aan weerzijden van het bouwvlak worden gevormd door knotwilgen en fruitbomen. Voor deze soorten is gekozen gezien het inheemse karakter.
Daarnaast is de beplanting niet te verdichtend, hetgeen niet bij de omgevingskarakteristiek past. De bomen vormen naar verwachting een belangrijk biotoop voor weidevogels. Er ontstaan meer schuilgelegenheden. De knotwilgen worden periodiek afgezet voor een goed behoud. Dit is ook juist goed voor het weidevogelbeheer, omdat te hoge bomen juist roofvogels aantrekken welke de bomen zouden gaan gebruiken als uitkijkpost. Hierdoor wordt het veiligheidsgevoel van weidevogels aangetast. Derhalve is initiatiefnemer ervan overtuigd dat deze beplanting, samen met de opgaande zuiverende rietkragen bijdraagt aan het beheer van het gebied en daarmee de instandhouding van de ruimtelijke kwaliteit. De huidige zichtlijnen blijven grotendeels gehandhaafd. Er blijft een centrale doorkijk gehandhaafd over het erf, tussen de stallen door naar de noordzijde. Daardoor liggen de voeropslagen niet naast elkaar, maar met enige onderlinge vrije ruimte. Mestopslagen zijn geïntegreerd in de gerealiseerde bedrijfsgebouwen. Dit heeft een gunstiger effect op de ruimtelijke impact. Voersilo’s zijn achter de bebouwing geplaatst. In de gehele erfopzet en inpassing is getracht een natuurlijke en esthetisch verantwoorde balans te vinden tussen bebouwing en groenelementen. Het landschap behoudt zijn identiteit en diffuse kenmerken.
Beleidsvisie en toetskader Stadsrandpolder Waterland De beleidsvisie en toetskader Stadsrandpolder Waterland is in september 2012 vastgesteld door de Raad van Amsterdam. Het gebied waarop de visie betrekking heeft wordt begrensd door ring A10 (zuidzijde), de grens met gemeente Landsmeer (westzijde), de grens met de gemeente Waterland (noordzijde) en het Markermeer/IJmeer (oostzijde).
21
Bestemmingsplan
Amsterdam, Nieuwe Gouw 25-29
Het gebied is in de Structuurvisie Amsterdam 2040 aangeduid als hoofdgroenstructuur, groentype Stadsrandpolder. Dit beleid is feitelijk overgenomen in het in juni 2013 vastgestelde bestemmingsplan. Echter, in de visie zijn een aantal nadere toetsingspunten opgenomen welke bij een aanvraag om afwijking van het bestemmingsplan nader worden beoordeeld. Hieronder valt een korte nadere toelichting (voortvloeiend uit hoofdstuk 3.3. a t/m d). Als geen medewerking wordt verleend aan het plan dan resteert op de locatie een agrarisch bedrijf zonder bedrijfswoning en voederopslag. Een duurzaam grondgebonden melkveebedrijf kan niet zonder een bedrijfswoning en opslag van ruwvoeder. Initiatiefnemers hebben dan niet de middelen om op een economisch, duurzaam en rendabele wijze hun bedrijf voort te zetten in de toekomst. Gevreesd moet worden voor een niet volwaardig agrarisch bedrijf dat niet langer bij kan dragen aan het beheer van het landelijk gebied. Op alle landbouwgronden wordt weidevogelbeheer uitgevoerd. Hiermee wordt het verplichte percentage van 75% ruimschoots overschreden. Dit is een grote meerwaarde voor het landschap en de natuur ter plaatse. De impact van de nieuwbouw op weidevogels is niet of nauwelijks aanwezig. Dit wordt bepaald door op elkaar afgestemde maatregelen, als omschreven in hoofdstuk 3.3. onder b.
Door deze maatregelen worden voortplantings- en opgroeimogelijkheden geboden, alsmede een aantrekkelijk foerageergebied. De verstoringsdruk is zeer laag en initiatiefnemers dragen bij aan een aantrekkelijke vestigingsbiotoop voor weidevogels en dragen bij aan het creëren van voldoende voedselgebied. De status van het gebied wordt gerespecteerd en blijvend versterkt. Daarnaast blijkt uit het een eerder uitgevoerd natuurwaardenonderzoek dat geen afbreuk wordt gedaan aan het gebied, omdat er geen vernietiging van habitat plaatsvindt. Rietranden blijven gehandhaafd. Door toevoeging van transparante, niet te hoog opgaande beplanting ontstaan goede schuilplaatsen. Initiatienemers verdienen maatschappelijke waardering voor de blijvende hoogwaardige bescherming die zij bieden aan landschap, natuur en weidevogels. Een maatschappelijke bijdrage levert het bedrijf op diverse manieren. Door diverse aspecten beantwoordt het bedrijf aan de toenemende marktvraag naar rust, ruimte, zorg, recreatie, plattelandsbeleving en natuurlijk eten. Initiatiefnemers vinden het belangrijk om contact tussen agrariër en burger te onderhouden en voorzieningen op het platteland in stand te houden. Daarnaast is het van belang dat een burger weet hoe voedsel geproduceerd wordt en zich bewust is van het feit dat een agrarisch bedrijf onmisbaar is in de Nederlandse samenleving. Voorbeelden hiervan zijn:
- Beweiden Een zeer bewuste keuze is om dieren weidegang te bieden. Dit leidt tot draagvlak in de samenleving en wordt ook op overheidsniveau sterk gewaardeerd. Steeds meer melkveebedrijven weiden de dieren, hetgeen het Nederlands landschap doet veranderen in positieve zin.
- Boerderijeducatie, onderwijs en voorlichting In de toekomst zal actief invulling worden gegeven aan geïnteresseerden om kennis te nemen van de bedrijfsvoering. Denk hierbij aan deelname van landelijke open dagen van melkfabrikanten of aan het bieden van een rondleiding aan kinderen om ze te leren hoe melk wordt gewonnen, geproduceerd, hoe dieren worden verzorgd en hoe het dier opgroeit van kalf tot koe. Bovenin de nieuwe stal is hiertoe een kantine en ontvangstruimte gerealiseerd.
22
Bestemmingsplan
Amsterdam, Nieuwe Gouw 25-29
Hier kunnen kleine groepjes bezoekers bijvoorbeeld een stukje kaas of verse melk proeven. Daarnaast geeft het een invulling als zichtstal: vanuit deze ruimte is er vrij zicht op de dieren in de stal en kunnen ze zonder verstoring in hun natuurlijke gedrag worden gevolgd. Uiteraard doet de kantine en ontvangstruimte ook dienst voor initiatiefnemers zelf en hun bezoek als adviseurs, dierenarts etc. Het plaatsen van een bedrijfsbord of het onderhouden van een website, dan wel social-media account is iets dat initiatiefnemers overwegen na realisatie van het gewenste plan. Een bord geeft uiting aan een vorm van gastvrijheid en social-media geeft geïnteresseerden de mogelijkheid het bedrijf te volgen. Met agrarische middelbare- en hogescholen zijn goede contacten. Er worden door initiatiefnemers periodiek mogelijkheden geboden voor het vervullen van stageplaats. Hier kunnen beroepsgerichte jongeren in hun opleiding praktijkervaring op doen op een melkveehouderij. Initiatiefnemers vormen samen met een aantal andere agrariërs een studiegroep. Periodiek komen zij bij elkaar om te overleggen over onderwerpen die bijdragen aan enerzijds kostenverlaging, anderzijds aan verbetering van de bedrijfsvoering en omgevingsuitstraling.
Door overleg met collega’s wordt de bedrijfsvoering steeds in breder perspectief gezien dan het eigen erf, waardoor ook (extra) maatschappelijke waardering kan ontstaan, zoals bijvoorbeeld gezamenlijk inkoop en eigen initiatieven als bijvoorbeeld inzameling van kuilplastic voor recycling. Door krachten te bundelen kunnen soms zaken worden geregeld waar de bedrijven afzonderlijk te weinig middelen of capaciteit hebben.
- Transport en verkeer Positief is de gunstige ligging van de landbouwgronden rondom het bedrijf. Hierdoor is transport en vervoer tot een minimum beperkt. Ten aanzien van verkeer kan worden aangegeven dat door het gewenste plan geen verslechtering optreedt voor het verkeerssysteem. Er vindt geen uitbreiding van het aantal dieren plaats en doordat er een bedrijfswoning gerealiseerd wordt, verminderd dit het woon-werk verkeer. Voor bewoners van Zunderdorp betekent dit een verbetering bovenop de gerealiseerde verbetering in 2018 bij het nieuw bouwen van de rundveestal waardoor geen vee en ruwvoer door het dorp vervoerd hoeft te worden. Mest kan grotendeels vanaf het erf rechtstreeks naar het achtergelegen land worden gebracht. Hierin vervult de openbare weg voor dat deel geen functie.
- Realisatie duurzame stal De melkkoeienstal is gerealiseerd volgens het principe van de Maatlat Duurzame Veehouderij. In hoofdstuk 2.2 is reeds aangegeven wat dit exact inhoudt. Een dergelijke stal is een stal met een lagere milieubelasting, maatregelen voor diergezondheid en dierenwelzijn en draagt bij aan verduurzaming van de veehouderij. Dit vloeit ook voort uit de steeds veranderende wens van de consument waar initiatiefnemers in mee participeren.