CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

A - 16 Ruimtelijke Ordening (22) bijlage 1E Advies West Aanwijzingsbevoegdhe

RAAD 10 november 2022, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Vaststellen van het aanwijzingsbesluit adviesrecht en verplichte participatie bij buitenplanse omgevingsplanactiviteitenVN2022-0295621.563 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Adviesaanvraag B&W aan stadsdeelbestuur Invullen door directie: Onderwerp adviesaanvraag: Aanwijzingsbevoegdheden Omgevingswet bij de omgevingsvergunning tot afwijking van

het omgevingsplan Ruimtelijke Ordening Directie: Ruimte en Duurzaamheid Datum behandeling staf WH 5 oktober 2021 Datum adviesaanvraag: 4 november 2021 Deadline ontvangst advies: 16 december 2021 Advies mailen naar: p.schravendijk@amsterdam.nl Meegestuurde stukken: Verkennende notitie aanwijzingsmogelijkheden Omgevingswet omgevingsvergunning buitenplanse omgevingsplanactiviteit Heeft er consultatie vooraf Er heeft ambtelijke afstemming plaatsgevonden met VTH Portefeuille:

plaatsgevonden?

Invullen door stadsdeel: West Peter Harmsen Datum weekstart/staf: 22 november 2021 Datum stadsdeelcommissie: 7 en 21december 2021 Datum dagelijks bestuur: 23 november 2021 Stadsdeel:

Procesbegeleider:

Over gevraagde adviezen: conform art. 12 van de verordening op het lokaal bestuur vraagt B&W advies aan een DB over besluiten die (lid 1) betrekking hebben op de taken en bevoegdheden van het DB of (lid 2) op de belangen van het stadsdeel. Het DB legt deze adviezen voor aan de stadsdeelcommissie (art. 19). Het DB neemt het advies van de stadsdeelcommissie over indien het is vastgesteld met een meerderheid van stemmen en binnen de budgettaire kader past (art. 19 lid 5). Afwijkingen van het advies motiveert het DB.

Adviesvraag B&W Formuleer hier de vraag aan het stadsdeel

Naar verwachting treedt de Omgevingswet op 1 juli 2022 in werking. De omgevingsvergunning zoals we die nu kennen, wordt onder de Omgevingswet in een andere opzet voortgezet. Er komen bevoegdheden van de gemeenteraad over een bindend adviesrecht en verplichte participatie bij de omgevingsvergunning tot afwijking van het omgevingsplan (omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit). Het college krijgt de bevoegdheid om de uitgebreide procedure van toepassing te verklaren op de totstandkoming van een omgevingsvergunning tot afwijking van het omgevingsplan. Hierna wordt op ieder van deze bevoegdheden ingegaan. Nadere (technische) informatie over deze bevoegdheden is opgenomen in de bijgevoegde ‘Verkennende notitie Aanwijzingsmogelijkheden Omgevingswet omgevingsvergunning buitenplanse omgevingsplanactiviteit’. Bindend adviesrecht De raad kan gevallen van buitenplanse omgevingsplanactiviteiten aanwijzen waarbij hij een bindend adviesrecht krijgt. Deze aanwijzingsbevoegdheid is te vergelijken met de huidige aanwijzingsbevoegdheid om categorieën van gevallen aan te wijzen waarvoor geen verklaring van geen bedenkingen van de raad is vereist bij een aanvraag om omgevingsvergunning die afwijkt van het bestemmingsplan.

De raad is voorgesteld gebruik te maken van deze aanwijzingsbevoegdheid, waarbij bij het uitwerken van het te nemen aanwijzingsbesluit in essentie de volgende insteek wordt aangehouden:  Voor de inhoudelijke regeling van het aanwijzingsbesluit wordt een relatie gelegd met de Omgevingsvisie 2050 en het thematische beleid over de fysieke leefomgeving. De raad krijgt een bindend adviesrecht bij aanvragen die in strijd zijn met de volgende concrete thema’s uit de Omgevingsvisie: ruimtelijke reserveringen (hoofdstuk 10), hoofdgroenstructuur /Groenvisie (hoofdstuk 16, Groen) en het hoogbouwbeleid (hoofdstuk 17, Hoogbouw). Ook het plaatsen van windmolens gaat onder het bindend adviesrecht vallen, ongeacht of dat in Pagina 1 van 3

strijd is met de daarvoor aangewezen zoekgebieden. Als de raad voor de in het aanwijzingsbesluit op te nemen gevallen eerder heeft ingestemd met een ontwerp en programma, dan wel eerder ingestemd heeft met een conceptaanvraag, en de ingediende aanvraag past binnen een dergelijk ontwerp of conceptaanvraag, is het bindend adviesrecht niet aan de orde

Verplichte participatie De raad kan gevallen van buitenplanse omgevingsplanactiviteiten aanwijzen waarbij participatie verplicht is. De raad is voorgesteld geen gebruik te maken van deze aanwijzingsbevoegdheid, omdat het participatiebeleid een geschikter middel is om richting te geven aan participatie. Niet alleen kan daarin worden aangegeven wanneer participatie aan de orde is, ongeacht via welk instrument een ontwikkeling mogelijk wordt gemaakt, maar hierin kunnen ook handreikingen worden gedaan voor de wijze waarop participatie kan plaatsvinden. Uitgebreide procedure In verband met een van de doelstellingen van de Omgevingswet, zijnde een snellere besluitvorming, is het uitgangspunt dat er voor een aanvraag voor een buitenplanse omgevingsvergunning een beslistermijn van 8 weken geldt (met een verlengingsmogelijkheid van 6 weken). Het college (DB bij mandaat) kan van dit uitgangspunt afwijken, als het besluit de uitgebreide procedure van 26 weken op een concrete aanvraag van toepassing te verklaren. Om gebruik te kunnen maken van deze bevoegdheid moet het gaan om activiteiten die aanzienlijke gevolgen kunnen hebben voor de fysieke leefomgeving en waartegen naar verwachting verschillende belanghebbenden bedenkingen zullen hebben.

Daarnaast moet de aanvrager, voorafgaand aan het nemen van een besluit om de uitgebreide procedure van toepassing te verklaren, door het college in de gelegenheid gesteld worden zijn of haar zienswijze daarover naar voren te brengen. Het college zal dus pas bij een concrete aanvraag kunnen beoordelen of zij van deze bevoegdheid gebruik wil maken. Hoe het college met deze bevoegdheid omgaat, zal nader uitgewerkt worden in het Vergunningenbeleid. Het voorgaande is ambtelijk afgestemd met VTH. Op 23 november as is er een technische sessie voor raadsleden, stadsdeelbestuurders en stadsdeelcommissieleden over het vergunningenproces, waarbij o.a. ingegaan wordt op deze (aanwijzings)bevoegdheden. Op basis van besluitvorming in de raadsvergadering van 1 december as over de voorgestelde lijn en de nog dit jaar uit te brengen adviezen van de stadsdelen, is het streven om de raad hierover in Q1 van 2022 een definitief besluit te laten nemen. Concreet wordt voorgesteld om: a. Kennis te nemen van het voornemen dat de raad volgens de opgenomen insteek van zijn bevoegdheid uit de Omgevingswet gebruik maakt om gevallen van buitenplanse omgevingsplanactiviteiten aan te wijzen waarvoor de raad een bindend adviesrecht krijgt bij aanvragen tot buitenplanse afwijking van het omgevingsplan; b.

Kennis te nemen van het voornemen dat de raad geen gebruik maakt van zijn bevoegdheid uit de Omgevingswet om gevallen van buitenplanse omgevingsplanactiviteiten aan te wijzen waarvoor participatie verplicht is bij aanvragen tot buitenplanse afwijking van het omgevingsplan; c. Kennis te nemen van de bevoegdheid voor het college (DB bij mandaat) om onder de Omgevingswet in plaats van de reguliere procedure de uitgebreide procedure van toepassing te verklaren bij een concrete aanvraag tot buitenplanse afwijking van het omgevingsplan.

Definitief advies DB: Advies van het dagelijks bestuur aan het college van burgemeester en wethouders

Wij vragen om de rol van de stadsdeelcommissies bij buitenplanse omgevingsplanactiviteiten en participatie onder de Omgevingswet uit te werken. Wij kunnen ons voorstellen dat bij afwijkingsprocedures die niet evident binnen vastgestelde stedelijke beleidskaders vallen en die grote impact hebben op de omgeving, zoals afwijkingen van de Hoofdgroenstructuur, er een rol voor de stadsdeelcommissies ligt om de gemeenteraad, dan wel het dagelijks bestuur van het stadsdeel (in mandaat namens het college) daarover te adviseren. Op basis van onderstaande motivering zien wij af van het geven van overig advies over de aanwijzingsbevoegdheden Registratienummer Pagina 2 van 3

voor de raad onder de Omgevingswet voor buitenplanse omgevingsplanactiviteiten. Wij herkennen dat in de praktijk de rolverdeling tussen raad en college (in mandaat de dagelijkse besturen van de stadsdelen) bij de buitenplanse omgevingsvergunning naar behoren heeft gefunctioneerd op basis van het aanwijzingsbesluit van 8 september 2010 waarin gevallen zijn aangewezen waarin geen verklaring van geen bedenkingen van de raad nodig is. Het functioneren van deze rolverdeling is daarnaast afhankelijk van de actualiteit en de toepasbaarheid van het beleid. Voor de inhoudelijke regeling van het aanwijzingsbesluit wordt een relatie gelegd met de Omgevingsvisie 2050 en het thematische beleid over de fysieke leefomgeving. Aanvragen die in strijd zijn met concrete thema’s uit de Omgevingsvisie worden onder het bindend adviesrecht gebracht. Hierbij zijn de volgende thema’s aan de orde: ruimtelijke reserveringen (hoofdstuk 10), hoofdgroenstructuur/Groenvisie (hoofdstuk 16, Groen) en het hoogbouwbeleid (hoofdstuk 17, Hoogbouw). Daarnaast wordt het plaatsen van windmolens onder het bindend adviesrecht gebracht, ongeacht of dat in strijd is met de daarvoor aangewezen zoekgebieden. Voor stadsdeel West zijn in de praktijk met name de Omgevingsvisie en de Hoofdgroenstructuur relevant.

Nu de Omgevingsvisie 2050 recent is vastgesteld en binnenkort de Hoofdgroenstructuur wordt geactualiseerd zien wij daarin geen aanleiding om deze rolverdeling te herzien. In het nieuwe bestuurlijke stelsel kan de uitvoering van de Omgevingswet dan ook sterk decentraal plaatsvinden, evenals dat nu het geval is onder de Wabo. De raad kan middels het bindend adviesrecht onder de Omgevingswet een rol blijven vervullen bij de buitenplanse omgevingsvergunning die in strijd zijn met kaderstellend beleid. Het stadsdeel kan zich vinden in deze taakverdeling. Wij nemen kennis van het voorstel dat de raad geen gebruik maakt van zijn bevoegdheid uit de Omgevingswet om gevallen van buitenplanse omgevingsplanactiviteiten aan te wijzen waarvoor participatie verplicht is bij aanvragen tot buitenplanse afwijking van het omgevingsplan. Het participatiebeleid, waaronder een nog te ontwikkelen Handreiking participatie door derden, gaat inzicht geven over hoe de gemeente tegen participatie aankijkt en wat de samenleving op dit punt van de gemeente kan verwachten. In West hebben wij al ervaring op gedaan in het werken met een handreiking die stuurt op participatie bij bouwprojecten van derden. Wij adviseren in lijn met het voorstel om richting te geven aan participatie via het participatiebeleid. Vanuit daar is het dan ook mogelijk om de participatie mee te wegen in het uiteindelijk besluit.

Er is kennis genomen van de bevoegdheid voor het college (in mandaat de besturen van de stadsdelen) om onder de Omgevingswet in plaats van de reguliere procedure de uitgebreide procedure van toepassing te verklaren bij een concrete aanvraag tot buitenplanse afwijking van het omgevingsplan. Dit zal nader uitgewerkt worden in het Vergunningenbeleid, dat naar verwachting in het vierde kwartaal van 2021 door het college wordt vastgesteld en waarover wij graag in de gelegenheid worden gestelde te adviseren. Wij adviseren een uniforme toepassing van deze bevoegdheid binnen Amsterdam. Met dit advies is unaniem ingestemd (14 stemmen voor) door de stadsdeelcommissie op 21 december 2021

Registratienummer Pagina 3 van 3

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12030244/1