CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

A - 15 Verkeer, Vervoer en Luchtkwaliteit (32) Ruimtelijke visie op de Dijks

RAAD 5 april 2023, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Kennisnemen van de brief inzakebesluitvorming en afwegingligplaatsen Dijksgracht OostVN2023-00932513.816 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Dit ondersteunt de conclusie dat ter plaatse geen bedrijfsschepen zijn toegestaan. Het realiseren van ligplaatsen voor passagiersvaartuigen en dekschuiten past daarmee niet in het geldende bestemmingsplan. Om deze mogelijk te maken, zal er planologische besluitvorming moeten plaatsvinden via een aanpassing van het bestemmingsplan of een omgevingsvergunning tot afwijking van het bestemmingsplan. De hiermee verband houdende nutsvoorzieningen als traforuimtes en oplaadpalen zijn vergunning vrij als deze niet hoger zijn dan 3 m en de oppervlakte niet meer dan 15 m² bedraagt. Als het niet vergunning vrij is, dan is dit in strijd met het bestemmingsplan en kan dit in de planologische besluitvorming worden meegenomen.

1

o.a. ABRvS 11 februari 2004, nr. 200303347/1, Gst. 2004/129, m.nt. J.M.H.F. Teunissen. o.a. ABRvS 9 september 2015, ECLI:NL:RVS:2015:2833 en ABRvS 13 februari 2019, ECLI:NL:RVS:2019:439.

2

35

Drijvende eilanden Ter compensatie voor het verlies aan foerageergebied voor de gewone dwergvleermuis is een van de opties om te voorzien in drijvende eilanden. De aanleg van deze drijvende eilanden past niet in de bestemming Water van de bestemmingsplannen Oostelijke Handelskade en Water (respectievelijk artikelen 8 en 4). Drijvende eilanden of watertuinen zijn alleen daar mogelijk waar een daarop afgestemde aanduiding is opgenomen. Dat is hier niet het geval. Ook hiervoor geldt dat planologische besluitvorming nodig is om de drijvende eilanden mogelijk te maken. Aanpassen van de beplanting langs de Marinierskade en de Kattenburgerkade of de aanleg van een plas-dras zone t.b.v. de vleermuizen kent geen planologische belemmeringen. Fiets-wandelpad langs de Dijksgracht De Dijksgracht zelf ligt in het bestemmingsplan Oostelijke Handelskade en heeft de bestemming Openbare ruimte (artikel 7). Zie hiervoor de hierboven weergegeven uitsnede van de verbeelding. Gronden met deze bestemming zijn onder andere aangewezen voor fiets- en voetpaden. Als het voorziene fiets-wandelpad geprojecteerd is in deze bestemming past het binnen het bestemmingsplan en kan deze zonder nadere planologische besluitvorming aangelegd worden. Ligt het voorziene fiets-wandelpad buiten de bestemming Openbare Ruimte, dan is de bestemming Spoorwegareaal van toepassing (artikel 6).

Deze bestemming voorziet alleen in een voetpad, niet in een fietspad. Als het voorziene fiets-wandelpad geprojecteerd is in deze bestemming past het niet binnen het bestemmingsplan en is planologische besluitvorming nodig om het mogelijk te maken. De insteek is dat het fietspad conform het vastgestelde definitief ontwerp binnen de bestemming openbare ruimte wordt aangelegd, op gemeentegrond en niet op terrein van ProRail. Reinigingswagens van de Gemeente Amsterdam hebben een ontheffing om gebruik te kunnen maken van het fietspad. Parkeren en laden/lossen aan de Dijksgracht De Dijksgracht gelegen ten oosten van de Mariniersbrug mag niet gebruikt worden voor parkeerdoeleinden (artikel 7, lid 3). Wat onder parkeerdoeleinden wordt verstaan, is niet omschreven in de begripsbepalingen van het bestemmingsplan. Volgens vaste jurisprudentie moet voor de uitleg hiervan worden aangesloten bij het normale spraakgebruik 3. De Dikke Van Dale verstaat onder parkeren het volgende: een auto opstellen op een daarvoor bestemde plaats. Dat is ruim omschreven. Hieronder valt bijvoorbeeld ook het tijdelijk parkeren ten behoeve van bevoorrading. Nu het bestemmingsplan parkeren op de Dijksgracht expliciet heeft uitgesloten, is het realiseren van laad- en losplekken aan de Dijksgracht niet toegestaan. Indien gewenst is hiervoor dan ook planologische besluitvorming nodig om dit mogelijk te maken.

Overslag op dekschuiten Er is het voornemen aan de Dijksgracht, naast het afmeren van dekschuiten, een overslaglocatie voor prefab onderdelen ten behoeve van werkzaamheden aan kade en bruggen mogelijk te maken. Grote schepen (lengte < 64 m) zullen vanuit het havengebied naar de Dijksgracht varen en de prefab onderdelen daar overslaan naar dekschuiten van maximaal 20 meter lengte. De

3

o.a. ABRvS 31 mei 2017, ECLI:NL:RVS:2017:1425, BR 2017/74, m.nt. t. Slegers en ABRvS 28 oktober 2015, ECLI:NL:RVS:2015:3294, onder 5.2.

36

dekschuiten kunnen vervolgens met de prefab onderdelen naar de bruggen en kademuren in de stad varen om daar de nodige onderhoudswerkzaamheden te verrichten. De realisatie van een overslaglocatie past niet in de bestemming Water van de bestemmingsplannen Oostelijke Handelskade en Water (respectievelijk artikelen 8 en 4). Ook hiervoor geldt dat planologische besluitvorming nodig is om dit mogelijk te maken. Spoorpark Het voorziene spoorpark ligt binnen de grenzen van drie bestemmingsplannen: het bestemmingsplan ”Oostelijke Handelskade” met de bestemming Spoorwegareaal (artikel 6), het bestemmingsplan “Oostelijk Havengebied Noord” met de bestemming Verkeer-Railverkeer (artikel 19) en het bestemmingsplan “Borneo Sporenburg en Rietlanden 2017” met de bestemming Verkeer-2. Het komt er in hoofdzaak op neer dat deze bestemmingen voorzien in spoorwegen met daarbij behorende voorzieningen. De spoorwegfunctie staat dus voorop. Groenvoorzieningen zijn bijvoorbeeld wel mogelijk maar die zijn ondersteunend aan de spoorwegfunctie. Paden en andere voorzieningen die bij een park horen zijn niet in ieder bestemmingsplan toegestaan. Kortom, het voorziene park past niet binnen de drie bestemmingsplannen. In het nieuwe bestemmingsplan kan hiervoor een ruimere bestemmingsomschrijving worden opgenomen, waarin naast het spoor ook de parkvoorzieningen worden benoemd.

Geen dubbelbestemming dus, maar een ruimere bestemming waarin zowel het spoor als het park mogelijk worden gemaakt. Tracébesluit programma hoogfrequent spoor Op Rijksniveau is een Tracébesluit genomen om het programma hoogfrequent spoor (PHS) rondom Amsterdam mogelijk te maken. Dit Tracébesluit dient één op één overgenomen te worden in onderliggende bestemmingsplannen. In het nieuwe bestemmingsplan Dijksgracht zullen de geplande wijzigingen aan het spooremplacement Dijksgracht meegenomen worden. Op de onderdelen m.b.t. PHS is geen inspraak meer mogelijk. Reparatie bestemming aanlegsteiger zuidzijde Dijksgracht In 2013 is er een uitspraak geweest van de raad van State om de steiger met bijbehorende ligplaatsen en gebruik hiervan aan de zuidzijde van de Dijksgracht positief te bestemmen. Deze uitspraak wordt overgenomen in het nieuw op te stellen bestemmingsplan.

Verbeelding bij de uitspraak van de RvS, d.d. 20 november 2013

37

4.2 Planologische inpassing Gezien het voorgaande zijn de voorziene ligplaatsen voor passagiersvaartuigen en dekschuiten, de drijvende eilanden, het realiseren van laad- en losplekken, de overslaglocatie en het spoorpark in strijd met het ter plaatse geldende bestemmingsplan. Afhankelijk van de exacte locatie kan ook het voorziene fietspad langs de Dijksgracht in strijd zijn met het bestemmingsplan. Hiervoor zal een nieuwe juridisch planologische grondslag moeten komen. Dit kan op twee manieren: via een bestemmingsplan of een omgevingsvergunning tot afwijking van het bestemmingsplan. Vooralsnog ligt de voorkeur bij een bestemmingsplan. Reden hiervan is dat een bestemmingsplan globaal en flexibel kan worden opgezet, terwijl er bij een omgevingsvergunning sprake moet zijn van een concreet (bouw)plan. Voor iedere afwijking van de omgevingsvergunning zal opnieuw een omgevingsvergunning verleend moeten worden. Omdat het bestemmingsplan globaal en flexibel kan worden opgezet, is het risico op een afwijkende realisatie minder groot. Daarbij komt dat het onherroepelijk worden van een omgevingsvergunning langer kan duren dan een bestemmingsplan. Bij een omgevingsvergunning is beroep mogelijk bij de rechtbank en hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (Afdeling). Bij een bestemmingsplan is sprake van rechtstreeks beroep bij de Afdeling.

Daarmee kan een bestemmingsplan een jaar eerder onherroepelijk zijn dan een omgevingsvergunning. Een optie kan ook zijn gebruik te maken van de zogenaamde coördinatieverordening die de gemeenteraad van Amsterdam heeft vastgesteld. De coördinatieverordening biedt de mogelijkheid om besluiten over de vaststelling van een bestemmingsplan of een omgevingsvergunning tot afwijking van het bestemmingsplan te coördineren met overige besluiten die nodig zijn ter verwezenlijking van een project. Voordeel hiervan is dat de verschillende besluiten in één procedure tot stand komen. Dat brengt een aanzienlijke procedurele versnelling teweeg. In dit kader is de komende Omgevingswet nog van belang. De Omgevingswet treedt naar verwachting per 1 juli 2022 in werking. Onder de Omgevingswet kan er geen bestemmingsplan meer vastgesteld worden. Het bestemmingsplan wordt opgevolgd door het omgevingsplan. Om nog een bestemmingplan te kunnen vaststellen onder de huidige wetgeving, dient er voor inwerkingtreding van de Omgevingswet, naar verwachting dus voor 1 juli 2022, een ontwerpbestemmingsplan ter inzage te worden gelegd. Als dat niet voor inwerkingtreding van de Omgevingswet gebeurt, zullen de voorziene ontwikkelingen mogelijk gemaakt moeten worden door een omgevingsplan of een (ook dan nog bestaande) omgevingsvergunning tot afwijking van het omgevingsplan.

In de loop van 2021 is de keuze gemaakt om de voorziene ontwikkelingen planologisch juridisch mogelijk te maken middels het opstellen van een nieuw bestemmingsplan.

38

5 Uitwerking en participatie De situatie aan de Dijksgracht zal sterk veranderen. Van rustige achterkant van het centrum wordt het een gebied met veel meer reuring dan in de huidige situatie. De geplande 70 (deels) geëlektrificeerde ligplaatsen voor de passagiersvaart en dek- en ruimschuiten veranderen het aanzicht van het gebied. De vergroening van het ProRail terrein inclusief het spoorpark geeft een aangenamer klimaat en uitzicht vanuit de omgeving. In de afbeelding hieronder nogmaals het overzicht van de ruimtevraag voor het gebied.

Oppervlakte van de verschillende ruimtelijke claims op de Dijksgracht

Om tot een ruimtelijke visie te komen die recht doet aan alle bestuurlijke claims en rekening houd met de wensen van de omgeving is met verschillende groepen gesproken. De omwonenden van de Oostelijke Eilanden en hun vertegenwoordigers, de ondernemers uit de buurt waaronder het Inntel Hotel, vertegenwoordigers van de (grote) passagiersvaart, een vertegenwoordiging van de waterbouwkundige aannemers en de zoogdierenvereniging m.b.t. de vleermuizen. Kritische geluiden vanuit de rederijen voor de passagiersvaart Veel reders willen niet weg van hun huidige ligplaats. Reders maken zich zorgen over het lage voorzieningenniveau en de bewegingsvrijheid. Zij vrezen dat hun vloot opgeknipt zal worden en verdeeld over meerdere locaties, hetgeen niet handig is voor hun bedrijfsvoering en leidt tot hogere kosten. Nieuwkomers op de markt hebben daar minder moeite mee en zijn blij met een plek dichtbij het centrum. Kritische geluiden vanuit de waterbouwkundige aannemers De waterbouwkundige aannemers maken bezwaar tegen het restrictieve beleid dat alleen samenwerkingspartners van programma Bruggen en Kades gebruik mogen maken van de ligplaatsen. Zij vrezen hierdoor minder slim, efficiënt noch flexibel te kunnen werken, hetgeen leidt tot hogere kosten. 39

Onderaannemers vrezen geen gebruik te mogen maken van de Dijksgracht Oost en elders in de stad een ligplaats te moeten zoeken. Aan de Dijksgracht Oost liggen ook aannemers die andersoortige werkzaamheden doen. Zij vrezen in de nieuwe situatie geen ligplaats meer te krijgen aan de Dijksgracht Oost, denk aan: de calamiteitendienst voor bruggen- en kademuren en Mokum Maritiem die afval ophaalt en overslaat aan de Dijksgracht Oost. Zorgen bij de ondernemers uit de buurt De eigenaar van het Inntel hotel vreest om in de toekomst tegen een eenvormige batterij boten aan te moeten kijken. Zij pleiten voor een goede inpassing in het gebied met voldoende zicht op het water en geen overlast gevende voorzieningen op de kade die schadelijk zijn voor hun bedrijfsvoering.

Bestaande situatie van de Dijksgracht

Weerstand vanuit de bewoners van de Oostelijke Eilanden Het fiets- en voetpad en het spoorpark worden positief ontvangen in de buurt. Vanuit de bewoners uit de buurt is tijdens de participatie echter aangegeven dat het allemaal veel te veel is wat op het gebied afkomt. Men voelt zich vooral onvoldoende betrokken bij de planvorming en besluitvorming van het Programma varen inzake de 40 ligplaatsen voor de rondvaart. Het verzoek vanuit de buurt is dan ook om het geplande aantal ligplaatsen te verkleinen voor enerzijds een rustiger beeld maar vooral minder kans op geluidsoverlast. Geluidsbeleving Juridisch valt de mogelijke geluidsoverlast van de scheepsvaart binnen de wettelijke eisen. Geluid over water draagt echter ver en beleving van geluid is iets anders dan het wettelijke kader hiervoor. Op 14 juni 2021 is een ‘geluidsbelevingsonderzoek’ uitgevoerd door verschillende boten te laten manoeuvreren in het gebied om het belevingsgeluid te kunnen meten. Bewoners waren uitgenodigd om het geluid ‘ mee te beleven’. De conclusie was dat het geluid van langsvarende en ‘ inparkerende’ boten mee valt en dat het meeste (en overheersende) geluid van de langsrijdende treinen komt. De uitkomst van dit onderzoek geeft geen aanleiding tot aanpassing van het aantal ligplaatsen voor de scheepvaart.

Blijft over de mogelijke geluidsoverlast van bevoorrading en overslag van goederen van en naar rondvaartboten en dek- en ruimschuiten. 40

Ruimtelijk perspectief Vanuit de stedenbouwkundige afdeling verantwoordelijk voor het gebied komt het advies om de ruimte van de Dijksgracht maximaal te benutten voor het realiseren van ligplaatsen voor passagiersvaart en waterbouwkundige aannemers. Hierbij wel een aantal basisuitgangspunten in acht nemende als visueel voldoende afstand houden tot de VOC kade en de Mariniersbrug. Aan ruimte vrij houden tussen de ligplaatsen onderling voor een minder volle aanblik en beter zicht vanaf de kade op het water en v.v. wordt minder belang gehecht. Vooral omdat gedurende de dag veel plekken onbenut zullen zijn als de boten door de stad varen en dat open zicht er dus al behoorlijk is. Ondanks dat de ligplaatsen hier een grote impact hebben op de directe omgeving is vanuit cultuurhistorisch oogpunt de Dijksgracht te verkiezen boven (extra) ligplaatsen in de oude stad en het Unesco werelderfgoed. De Dijksgracht heeft een rijke historie als gebied met veel water gerelateerde bedrijvigheid. Daarnaast is de (ruimtelijke) druk op de historische stad al vele malen hoger dan die op de omgeving van de Dijksgracht. Overwogen uitwerkingen De discussie over de ruimtelijke visie concentreert zich op de locatie en het aantal ligplaatsen. Verschillende opties zijn uitgewerkt en tijdens de participatie met verschillende partijen besproken en aangepast.

Hieronder worden de verschillende tussenstappen toegelicht. Opgemerkt moet worden dat ten tijde van het opstellen van deze opties het uitgangspunt was dat groencompensatie plaats zou vinden in de vorm van drijvende eilanden. Dit is ook de reden dat deze prominent op de tekeningen zichtbaar zijn. Bij de start van het proces om tot een integrale ruimtelijke visie te komen lag er een technisch voorkeursmodel voor de ligplaatsen. 27 ligplaatsen voor dek- en ruimschuiten aan de oostkant en 40 ligplaatsen voor der grote passagiersvaart aan de westkant van de Dijksgracht Oost. In het midden waren een aantal hybride plekken bedacht die voor beide soorten gebruik geschikt zijn. Een van de redenen voor de keuze van deze verdeling was dat boten voor de passagiersvaart beter passen bij de functie en uitstraling van Oostenburg en de woningen en het hotel hier. De verwachting is dat hier, vooral in de ochtenduren, minder overlast van uit gaat.

Voorkeursmodel bij start proces ruimtelijke visie Dijksgracht

41

Er is een ruimtelijk model getekend (Model A) waarbij toch een deel van de dek- en ruimschuiten naast de VOC kade zou komen te liggen. Mede vanuit de gedachte dat dit in de fasering handig is omdat het gebied naast de VOC-kade pas vanaf 2028, na het gereed komen van de werkzaamheden van ProRail, beschikbaar is voor het gebruik als ligplaats. Mede omdat de druk op de ligplaatsen voor dek- en ruimschuiten de eerste jaren hoger is dan voor de passagiersvaart wordt hier toch van af gezien. (Het groen omkaderde deel rechts op de tekening is het gebied dat de komende jaren door ProRail gebruikt wordt als overslag gebied voor met name grond van en naar het emplacement Dijksgracht. In die tijd is het niet beschikbaar voor ligplaatsen.)

Model A - ligplaatsen voor de passagiersvaart centraal gegroepeerd

Model B lijkt erg op model A alleen zijn hier een aantal ligplaatsen weg gelaten waardoor het de ruimte langs de kade minder vol komt te liggen. De conclusie hierbij is dat dit niet heel veel oplevert, vooral ook omdat overdag veel plekken sowieso niet gebruikt zullen worden waardoor het al minder vol oogt. Voor de buurt is het aantal ligplaatsen niet het grootste probleem maar mogelijk stapelen van geluidsoverlast. Indirect is het natuurlijk wel zo dat hoe meer boten er komen te liggen hoe groter de potentiele geluidsoverlast kan zijn.

Model B – passagiersvaart centraal gegroepeerd met hiertussen open plekken

Tijdens de participatie met de omwonenden en het hotel kwam naar voren dat een strakke verdeling van de ligplaatsen wel een heel monotoon beeld zou kunnen opleveren en, belangrijker nog, dat eventuele overlast zich zou concentreren. Daarom is geopperd om de ligplaatsen voor de passagiersvaart en die voor de natte aannemerij veel meer te mengen. Model C hieronder is hiervan een voorbeeld. Hier is uitgegaan van de locaties waar nu al dek- en ruimschuiten liggen met hiertussen nieuwe ligplaatsen voor de passagiersvaart.

42

De conclusie van dit model is dat het inderdaad een veel diverser beeld oplevert maar dat het geheel te veel versnipperd raakt wat de kosten verhoogt en wat de bruikbare ruimte beperkt i.v.m. de benodigde manoeuvreerruimte. Ook hebben de rederijen voor de passagiersvaart aangegeven niet direct naast een dek- of ruimschuit te willen liggen omdat dat de kans op schade vergroot. Een dekschuit is robuust en kan tegen een stootje. Ook is deze iets minder nauwkeurig te besturen als een rondvaartboot. De rondvaartboten zijn daarentegen nauwkeuriger in te sturen maar zijn ook kwetsbaarder en vertegenwoordigen een veel grotere waarde.

Model C – ligplaatsen passagiersvaart verdeeld over de huidige ongebruikte kadedelen

In model D zijn de verschillende vaartuigen ook gemengd maar grotendeels allemaal in haakse ligging gelegd voor een optimaler ruimtegebruik en minder aanvaringsgevaar. Het levert – weliswaar tegen aanzienlijk hogere kosten vanwege een fors grotere steiger - een aantrekkelijk beeld op, maar de bezwaren tegen mengen van soorten vaartuigen blijft bestaan.

Model D – ligplaatsen passagiersvaart en dek- en ruimschuiten gemixt langs de kade

43

6 Afweging van belangen Eerder in dit document is een overzicht gegeven van de huidige situatie, de ontwikkelingen en de wensen op en rond de Dijksgracht. Het participatieproces heeft een aantal zaken duidelijker gemaakt. Verschillende partijen hebben tegengestelde belangen, met name waar het gaat over de ligplaatsen voor de bedrijfsvaartuigen. Hieronder een korte opsomming: o Er is een bestuurlijke wens voor de realisatie van 70 ligplaatsen, 30 voor dek- en ruimschuiten t.b.v. het programma kades & Bruggen en 40 ligplaatsen t.b.v. de (grote) passagiersvaart. o De omwonenden van de Dijksgracht Oost zien het liefst geen toename van het aantal ligplaatsen en als het al nodig is dan minimaal. Er is angst voor het verlies van het vrije, ruime uitzicht maar vooral ook voor geluidsoverlast door de toename van het aantal vaarbewegingen en de overslag van goederen. Daar speelt mee dat bewoners bang zijn voor stapeling van geluid (rondvaartboten, dekschuiten, overslag, verhoging van de snelheid op het spoor en ontwikkeling van Sporenburg ) dat ieder op zich niet veel geluidbelasting geeft maar alles bij elkaar leidt tot een mogelijk onaanvaardbaar hoger geluidsniveau. o De ondernemers in de passagiersvaart zien graag een hoog voorzieningenniveau bij de ligplaatsen zodat er volwaardige ligplaatsen gerealiseerd worden t.b.v. een optimale bedrijfsvoering.

o Voor de waterbouwkundige aannemers is het belangrijk dat er voldoende plek en vrijheid is om dekschuiten te stallen en overslag mogelijk is van goederen als prefab kade onderdelen van de binnenvaart naar de dek- en ruimschuiten. o Voor het stadsdeel is het belangrijk dat de historische binnenstad ontlast wordt. Elke ligplaats extra aan de Dijksgracht Oost betekent een ligplaats minder in het stadshart waar de bewoners zuchten onder de toeristische drukte. o Vanuit stedenbouwkundige context heeft het de voorkeur het (invloedsgebied van) het Unesco historisch erfgoed zo veel mogelijk te ontzien van ligplaatsen. Vanuit deze afweging is een maximalisatie van het aantal ligplaatsen op de Dijksgracht Oost te verkiezen boven ligplaatsen in het historische stadshart. o Waternet heeft bedenkingen bij de aanleg van de drijvende eilanden en is bang voor een verslechtering van de waterkwaliteit. Afweging belangen De belangrijkste tegenstelling is die tussen maximalisatie van het aantal ligplaatsen op de Dijksgracht Oost t.b.v. het verbeteren van de leefbaarheid en de ruimtelijke kwaliteit in het historische stadshart versus de belangen voor een goede woon- en leefomgeving. Vanuit de het grotere belang van de stad heeft het de voorkeur de ruimte op de Dijksgracht Oost maximaal te benutten met in achtneming van een aanvaardbare impact op de woon- en leefomgeving.

Maximalisatie van het aantal ligplaatsen voor bedrijfsvaartuigen is aanvaardbaar als in acht genomen wordt dat de vloot vanaf 2025 uitstootvrij dient te zijn wat in de praktijk betekent

44

elektrisch varen, zonder uitstoot van uitlaatgassen en zonder bulderende motoren. Dit blijkt ook uit het gehouden ‘geluidsbelevingsonderzoek’. Tegenover een als negatief beleefde uitbreiding van het aantal ligplaatsen staat de realisatie van het spoorpark en verdere vergroening van het spooremplacement Dijksgracht inclusief het aanbrengen van geluiddempende keermuren van schanskorven. Het aantrekkelijker maken van de groene oevers van de Marinierskade en de kade van de Kattenburgervaart. Toevoegen van drijvende natuureilanden wordt met gemengde gevoelens ontvangen. Het belemmert het zicht op – en het vrije gebruik van het water, maar verbetert de biodiversiteit en breekt de geluidsgolven in en op het water. Door te kiezen voor een plas-dras zone voor de kade van de Dijksgracht wordt het bezwaar tegen drijvende eilanden weg genomen. Door de ligplaatsen hoogwaardig vorm te geven, losse objecten op de steigers zo veel als mogelijk in te pakken en de noodzakelijke nutsvoorzieningen te combineren met een openbare toiletvoorziening en vorm te geven als een aantrekkelijk en deels openbaar toegankelijk gebouw wordt de ruimtelijke kwaliteit hiervan gewaarborgd. Door in de gebruiksvergunningen voor de ligplaatsen nadere afspraken te maken over overslag en het toegestane geluidsniveau en tijdstip hiervan kan de leefbaarheid van het gebied verder gewaarborgd worden.

Fasering Omdat ProRail tot 2027 de noordoosthoek van de Dijksgracht Oost in gebruik heeft voor de overslag van met name grond kunnen er in eerste instantie slechts 56 van de 70 ligplaatsen gerealiseerd worden. De resterende 14 plekken kunnen vanaf 2028 gerealiseerd worden.

45

7 Ruimtelijk ontwerp Het participatieproces heeft geleid tot het onderzoeken van meerdere ontwerpvarianten waarbij de input van de klankbordgroep is meegewogen waar dat op meer draagvlak zou kunnen rekenen. Naast een basisontwerp met 70 ligplaatsen voor bedrijfsvaartuigen zijn er twee alternatieve varianten met elk 20% minder ligplekken. Variant Bewoners, het uitgangspunt hier is minder. Minder ligplekken en zo min mogelijk voorzieningen tbv de passagiersvaart. Variant Reders, het uitgangspunt is hier ook 20% minder ligplekken maar als tegemoetkoming naar de reders dan wel met een hoogwaardiger voorzieningenniveau t.b.v. de passagiersvaart. Hieronder wordt eerst het basis- of voorkeursmodel besproken. Daarna volgen de 2 varianten met minder ligplaatsen.

Voorkeursmodel fase 2

7.1 Voorkeursmodel Ligplaatsen Om de kosten en de exploitatiemogelijkheden van de ligplaatsen te optimaliseren is een duidelijke scheiding tussen dek- en ruimschuiten enerzijds en passagiersvaart anderzijds noodzakelijk. Wel is het zaak flexibiliteit in de ligplaatsen in te bouwen zodat deze (deels) door verschillende partijen gebruikt kunnen worden. De haakse steigers kunnen uitgevoerd worden als drijvende steiger. Deze kunnen makkelijker verschoven worden dan vaste steigers waardoor extra flexibiliteit ingebouwd kan worden. In het verlengde van de Kattenburgervaart is een gebouw tussen de ligplaatsen voorzien. Ten oosten hiervan zijn 40 ligplaatsen inclusief elektrische laadvoorzieningen t.b.v. de passagiersvaart bedacht. Ten westen hiervan liggen 30 plekken voor de natte aannemerij. Een deel hiervan wordt ook voorzien van laadvoorzieningen en zijn indien gewenst in de toekomst ook door andere partijen te gebruiken.

46

Centraal voorzieningengebouw Het gebouw is primair bedoeld als locatie voor de benodigde installaties, waaronder transformatoren t.b.v. elektrisch varen. Hiernaast is er beperkt ruimte t.b.v. de exploitatie van de ligplaatsen zoals voor een beheerdersruimte, lockerruimte, et cetera. Ook zijn er toiletten voorzien t.b.v. gebruik door de rederijen maar die tevens toegankelijk zijn voor de toekomstige bezoekers van het spoorpark. Het plan is om als het mogelijk is het dak van het gebouw als uitzichtpunt geschikt te maken voor openbaar gebruik. Vanuit de rederijen is er wel de angst dat dit tot misbruik van de steigers zal leiden. De inrichting van het dak dient zodanig te worden dat het niet uitnodigt een hangplek te worden. Door al deze voorzieningen in een fraai gebouw passend bij de steigers samen te brengen wordt verrommeling van het gebied voorkomen en kan tevens meerwaarde gecreëerd worden voor de omgeving.

Centraal voorzieningengebouw Veiligheid Op 3 meter van de kademuur komt een lange steiger die alle haakse steigers en pieren met elkaar verbindt. Door deze steiger los van de kademuur te leggen wordt voorkomen dat onbevoegden de steiger betreden. Een centrale toegang tot de steiger is voorzien vanaf het centrale gebouw. Ook zijn maximaal 3 aanvullende pieren voorzien die zo mogelijk een toegang tot de kade kunnen krijgen. Hier dient dan een hek ongewenste bezoekers tegen te gaan. Cameratoezicht is voorzien ter bescherming van de boten. Ook is er vanuit het centrale gebouw een optie voor bewaking en toezicht door een ‘havenmeester’. Voorzieningen passagiersvaart Het uitgangspunt bij de realisatie van de ligplekken is dat er een minimaal voorzieningenniveau komt, passend bij de bestuurlijke toezegging van het stadsdeel dat het zou gaan om een zogenaamde nachtstalling. Er dient tenminste de mogelijkheid te zijn voor elektrisch laden, een schoon water aansluiting en de mogelijkheid om vuil water af te voeren. Hiernaast is er de wens vanuit de rederijen om tenminste ook bergruimte te realiseren voor de opslag van bijvoorbeeld tafels, stoelen, kussens, et cetera. Volwaardige voorzieningen zoals verblijfsruimtes voor personeel, cateringmogelijkheden etc. zijn niet voorzien. Deze passen niet bij de bestuurlijke toezeggingen uit het verleden en zouden teveel druk leggen op het gebied.

Er is de mogelijkheid om in een aantal verbrede steigers en onder het centrale gebouw bergruimte 47

te realiseren. Hiervoor zijn 3 brede pieren van ca. 6x28 meter voorzien. Deze zijn vergelijkbaar met bestaande pieren met bergruimte die nu aan het Natte Damrak liggen. De toegang gaat via een luik. Op deze bredere pieren is ruimte voor bijvoorbeeld het parkeren van fietsen van de schippers, eventueel bakfietsen voor last minute bevoorrading, onderhoudswagens bij calamiteiten, et cetera. Om ruimte te maken voor de extra brede pieren vervallen een aantal steigers tussen de ligplaatsen. Er liggen dan geen twee maar drie passagiersschepen naast elkaar. Bij boten van één reder is dit geen probleem. Bij meerdere eigenaren kan dit wel makkelijker tot problemen leiden. De verwachting is echter dat er voldoende reders met meerdere boten gebruik zullen maken van de ligplaatsen waardoor deze opzet geen probleem meer hoeft te zijn. Aanvullend is er de mogelijkheid om over de lengte van de steiger een langgerekte bergruimte te maken waarin tevens de voorzieningen worden opgenomen t.b.v. elektrisch laden, wateraansluitingen, emmers, kussens en dergelijke. Deze berging voorkomt een rommelige aanblik door allerlei objecten op de steiger.

Doorsnede steiger en plas-dras zone

Dek & ruimschuiten Voor de schuiten van de waterbouwkundige aannemers zijn vrijwel geen voorzieningen nodig. De dek- en ruimschuiten hebben geen eigen aandrijving en zijn robuust. Twee meerpalen los van de kade zijn voldoende om de dekschuiten vast te leggen. Omdat ook de natte aannemers moeten verduurzamen zijn er voor hen een aantal laadvoorzieningen voorzien. Deze kunnen gebruikt worden voor het opladen van accu’s, nodig voor werkzaamheden op de grachten en voor het (snel) laden van duw- en sleepboten. Vooralsnog zijn er 8 plekken ingetekend, dit kan echter uitgebreid worden als dit later nodig blijkt te zijn. Deze plekken dienen zodanig uitgevoerd te worden dat ze geschikt zijn voor flexibel gebruik bij een in de toekomst mogelijk gewijzigde ruimtevraag. Plas-dras zone Voor de kademuur van de Dijksgracht komt een ca. 6 meter brede plas-draszone als nieuw foerageergebied voor de vleermuizen. Tevens fungeert deze strook als (groene) buffer tussen de doorgaande langzaam verkeer route en de ligplaatsen. De plas-dras zone wordt in een definitieve vorm aangelegd. Als het spoorpark in de toekomst vorm krijgt zal dit als extra foerageergebied voor de vleermuizen en andere fauna kunnen dienen.

48

Groene kades en oevers De kade van de Marinierskade en de Kattenburgervaart worden opnieuw groen ingericht met bloemrijke grasmengsels en een divers mengsel van heesters en struiken. Waar mogelijk wordt een deel van de bestaande verharding langs de bebouwing vergroend met hagen. Deze aanpassingen maken de strook interessanter voor de aanwonenden, voor insecten en daarmee ook voor de vleermuis. Spoortalud Tussen het nieuwe fiets- en wandelpad langs de kade van de Dijksgracht en de damwand van het spooremplacement blijft een strook van ca. 3,50 meter over. Deze strook krijgt een nieuwe groeninrichting welke ook aantrekkelijk is voor de vleermuizen. Gedeeltelijk wordt deze strook een aantal jaren later onderdeel van de inrichting van het spoorpark. Spoorpark Het spoorpark krijgt een ecologisch, maar ook voor de bezoekers interessante beplanting. Er is op het moment van het opstellen van deze visie nog geen overeenstemming met ProRail over het openstellen van het park. Vooralsnog gaan we er vanuit dat deze overeenstemming voor de oplevering in 2028 wel bereikt wordt. De definitieve invulling wordt ter zijner tijd samen met ProRail en de omwonenden uitgewerkt

Voorkeursmodel fase 1

Fasering Tot 2028 is de noord-oosthoek van de Dijksgracht nog in gebruik door ProRail voor de overslag van met name grond voor de aanpassingen aan het spooremplacement. Hoe dit gebied precies ingericht en gebruikt gaat worden door ProRail; is nu nog niet bekend. Totdat ProRail klaar is kunnen in dit gebied geen ligplaatsen aangelegd worden. Omdat er dus tijdelijk minder ligplaatsen mogelijk zijn wordt voorgesteld de verdeling van de plekken in dezelfde verhouding te doen als bij de uiteindelijke 70 plekken. Dit resulteert in 24 plekken t.b.v. de waterbouwkundige aannemers van K&B en 32 plekken t.b.v. de passagiersvaart. Dit betekent dat beide partijen 20% van de benodigde capaciteit vooralsnog niet kunnen gebruiken. 7.2 Alternatieve varianten Om de buurt tegemoet te komen kan overwogen worden het definitieve aantal ligplaatsen met 20% te verminderen. Met dit aantal is het nog net haalbaar een levensvatbaar ligplaatsencluster te realiseren op de Dijksgracht. Als dezelfde verhouding aangehouden wordt betekend dit 24 ligplekken t.b.v. de waterbouwkundige aannemers van PK&B en 32 ligplekken t.b.v. de passagiersvaart 49

Het aantal van 56 ligplaatsen is realiseerbaar zonder dat het voor ProRail gereserveerde water in de hoek van Dijksgracht Oost en VOC-kade nodig is. Eventueel kunnen op een later moment, na 2028, een aantal ligplaatsen verplaatst worden richting de VOC kade voor meer spreiding over het gebied. Voor de uitwerking van deze ligplaatsen zijn 2 opties. Deze varianten zijn op de ligplaatsen na identiek aan het hiervoor beschreven voorkeursmodel. Variant bewoners Deze variant is tot stand gekomen aan de hand van de reacties van de omwonenden om het aantal ligplaatsen te verminderen. Hierbij was nog uitgegaan van de aanleg van drijvende eilanden.

Variant Bewoners

Voor waterbouwkundig aannemers van het Programma Bruggen en Kademuren betekent dit dat er minder ligplaatsen voor dekschuiten beschikbaar of dat deze meer over de stad verspreid zullen zijn. Hierdoor worden zij geconfronteerd met de negatieve consequenties, zoals langere reistijd, meer kosten en minder overslagactiviteiten en een minder efficiënte bedrijfsvoering. Minder ligplaatsen voor rondvaartboten betekent dat per 1 maart 2024, zodra het nieuwe vergunningenstelsel voor passagiersvaartuigen in werking treedt, er onvoldoende ligplaatsen beschikbaar zijn. Daarom zullen bij deze variant elders in het centrum acht alternatieve ligplaatsen gevonden of behouden moeten worden. Dit wordt door het stadsdeel gezien als een ongewenste opgave. Daarbij zal het aanleggen, beheren en elektrificeren van de benodigde ligplaatsen op meerdere locaties, naar verwachting kostbaarder zijn voor de gemeente. In eerdere gesprekken met de reders heeft wethouder Dijksma aangegeven dat er voldoende alternatieven in de Dijksgracht zullen worden aangeboden. Wanneer er geen sprake is van een gelijk speelveld voor alle reders, dan is er een risico op schadeclaims. De ligplaatsen die aangelegd worden krijgen een soberder uitvoering zonder extra voorzieningen.

50

Detail sobere uitvoering ligplaatsen

Variant Reders

Variant Reders

Deze variant is tot stand gekomen aan de hand van de reacties van reders die een hoger voorzieningen niveau noodzakelijk vinden voor een goede bedrijfsvoering, waarbij er naast de basisvoorzieningen een aantal brede pieren met gebouwde voorzieningen als kantoorruimte, kleedkamers, sanitair en extra opslagruimtes worden toegevoegd. Op de pieren is ruimte voor fiets parkeren en de mogelijkheid voor auto parkeren op de kop van de pier in het geval van calamiteiten. Op deze manier is een efficiëntere bedrijfsvoering voor een beperkter aantal reders mogelijk. Dit betekent voor omwonenden dat er ondanks minder ligplekken wel meer (potentieel) overlastgevende voorzieningen komen waardoor de leefbaarheid mogelijk afneemt. Ook druist dit in tegen de jarenlange belofte dat er alleen stallingsplekken zonder voorzieningen voor 51

passagiersvaartuigen worden gerealiseerd. Overigens zullen de rederijen pleiten voor een groter voorzieningen aanbod dan in dit model opgenomen.

Detail uitgebreidere uitvoering ligplaatsen met extra brede steigers inclusief gebouwde voorzieningen

Om ruimte te maken voor de extra brede pieren vervallen een aantal steigers tussen de ligplaatsen. Er liggen dan geen twee maar drie passagiersschepen naast elkaar. Bij boten van één reder is dit geen probleem. Bij meerdere eigenaren kan dit wel makkelijker tot problemen leiden. De verwachting is echter dat er voldoende reders met meerdere boten gebruik zullen maken van de ligplaatsen waardoor deze opzet geen probleem meer hoeft te zijn.

52

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12567589/1