A - 15 Ruimtelijke Ordening (30) 3. IJburg 2e fase - Strandeiland Toelichtin
Tekst van het document
Ruimte voor de Economie van Morgen
Met de Koers 2025 heeft het College van Burgemeester en Wethouders ingezet op de bouw van minimaal 50.000 woningen voor de komende tien jaar. Maar dat betekent niet dat Amsterdam de komende jaren alleen maar woningen zal bouwen. Een complete stad heeft veel meer nodig zoals scholen, cultuur, bruggen, maatschappelijke instellingen, sportfaciliteiten, openbaar vervoer en parken. Met Ruimte voor de Economie van Morgen biedt het College economische bouwstenen voor nieuwe gebiedsontwikkeling. Met deze bouwstenen als opgaven voor ruimtelijk projecten wordt het vestigingsklimaat van Amsterdam versterkt, en bieden de nieuwe delen van Amsterdam ook kansen voor nieuw en divers ondernemerschap waardoor iedereen kan profiteren van economische groei in de stad. Voor deze periode agendeert Ruimte voor de Economie van Morgen drie ruimtelijk-economische opgaven: 1.
Sluit aan bij de vestigingsbehoefte van de stedelijke kenniseconomie;
Om de groei van de stedelijke economie te faciliteren zijn gemengde woonwerkmilieus met zelfstandige kantoorruimte en voorzieningen belangrijk. Door deze gemengde milieus te ontwikkelen sluit Amsterdam aan bij hedendaagse vestigingstrends en het toenemende belang van nabijheid in de moderne diensteneconomie. Voor de menging met kantoren worden vier typen woon-werkmilieus onderscheiden: internationaal topmilieu, multimodale knooppunten, innovatiedistricten en creatieve wijken. Deze vormen de basis voor een nieuwe geactualiseerde kantorenstrategie die niet uitgaat van monofunctionele kantoorparken, maar streeft naar gemengde milieus waar vraag naar is. 2. Ontwikkel Amsterdam als inclusieve stad van en voor iedereen, en maak ruimte voor economische diversiteit; Koers 2025 heeft in totaal 230 hectare bedrijventerrein aangewezen voor nieuwe stedelijke groei. Daarvan is een groot deel in de Structuurvisie 2040 aangewezen als bedrijventerrein voor ‘stadsverzorgende’ bedrijven. Het inzetten van deze bedrijventerreinen voor stedelijke groei vraagt om een nieuwe visie voor ruimte voor bedrijven in de stad. Ruimte voor de Economie van Morgen gaat in lijn met Koers 2025 uit van deze transformatie van bedrijventerreinen, en ontwikkelt, in het belang van sociaal-economische diversiteit, een ruimtelijke strategie voor het behoud van bedrijven in stad en regio.
Deze bedrijvenstrategie bestaat uit de volgende elementen: Integratie van bedrijven die passen in woon-werkmilieu in nieuwe productieve wijken en stadsstraten; Duidelijke keuzes maken voor invulling laatste kavels bedrijventerrein; Reserveren van ruimte voor verplaatsende bedrijven om stedelijke groei mogelijk te maken; Behouden van bedrijvigheid in de metropoolregio; Coördinatie tussen projecten, gronduitgifte en metropoolregio is noodzakelijk om verplaatsende bedrijven plek te bieden, om te bouwen voor eindgebruikers en om ondernemerschap te behouden voor stad en regio. 3. Houd rekening met economische dynamiek en verandering. bestemmingsplan_IJburg 2e fase - Strandeiland (vastgesteld)
blz. 79
Vier nieuwe stedelijke woon-werkmilieus – internationaal topmilieu, innovatiedistricten, creatieve wijken en productieve wijken – zijn gebaseerd op economische scenario's die door de metropoolregio en de Amsterdam Economic Board zijn ontwikkeld. Door bij gebiedsontwikkeling woon-werkmilieus adaptief te bouwen is ruimtelijke aanpassing en bijsturing mogelijk, en blijft de economie van Amsterdam weerbaar, divers en flexibel bij economische voor- en tegenspoed, en bij veranderingen die voortkomen uit geopolitieke en technologische ontwikkelingen. Relevantie voor het plangebied Strandeiland krijgt een groenblauw woonmilieu en wordt een dynamische en toekomstbestendige wijk in samenhang met de benodigde maatschappelijke voorzieningen en commerciële functies. De Pampuslaan vormt de hoofdroute die de verschillende eilanden met elkaar verbindt, zowel te voet, met de fiets, met het OV (tram- en bushalte is hier aanwezig) als met de auto. Dagelijkse voorzieningen worden langs de Pampuslaan en zijn daardoor voor alle bewoners van Strandeiland goed bereikbaar. Dit sluit aan bij de hedendaagse vestigingstrends. Strandeiland betreft geen aangewezen locaties voor wat betreft de transformatie van een bestaande gebied naar-, of ontwikkeling tot een bedrijventerrein. Wel biedt Strandeiland plaats voor passende bedrijvigheid, zoals bedrijven in de 'maakindustrie'.
De bedrijven krijgen een plek op de Makerskade. In eerste instantie is deze plek bedoeld voor bedrijven die tijdens de bouw van Strandeiland nodig zijn Dank aan de vestiging van bedrijven zoals, schilders, loodgieters, ambachtelijke voedselproducenten maar ook bedrijven die materialen aanleveren en tijdelijk opslaan. Verder vormt de Makerskade de plek voor nutsvoorzieningen, zoals een onderstation, een waterzuiveringsgebouw en een gemeentewerf. Dit sluit aan bij de opgave 'inclusieve stad van en voor iedereen en ruimte voor ecologische diversiteit'. Ten slotte voorziet Strandeiland niet in monofunctionele kantorenparken maar in maximaal 10.000 m² kantoren voornamelijk rondom de Havenkom en de Makerskade, waarvan maximaal 1.000 m² per kantoor. De vestiging daarvan wordt specifiek toegewezen. Samen met flexwerklocaties zijn deze functies aan de westkant van het eiland gesitueerd in de buurt van horeca, winkels, bedrijven, culturele instellingen en het strand. Conclusie Het programma voor Strandeiland draagt bij aan de ruimtelijk-economische opgaven die in het kader van Ruimte voor de Economie van Morgen voor Amsterdam zijn gedefinieerd. 3.4.4
Woonagenda 2025
De Woonagenda 2025 (2017) is een kaderstellend en richtinggevend document voor het woonbeleid van Amsterdam tot 2025. De Woonagenda heeft als uitgangspunten voldoende, betaalbare en goede woningen in 2025. Uit de prognose van de woningbehoefte en de woningvoorraad blijkt dat in 2025 het grootste tekort zit in de gereguleerde huurvoorraad: een voorraad van 39% terwijl 49% van de huishoudens behoefte heeft aan deze woningen. De voorraad middeldure huur groeit volgens de prognose naar 9%, waardoor de voorraad meer in de buurt komt van de behoefte (11%). Ook in het dure deel van de koopsector wordt in een tekort voorzien. Anders dan de huishoudens die een voorkeur hebben voor de goedkope huur en middeldure huur, kunnen huishoudens die duur willen kopen uitwijken naar middensegment koop of goedkope koop. In deze delen van de woningvoorraad wordt de voorraad groter dan de behoefte. Dit geldt ook voor de voorraad dure huurwoningen (4% behoefte ten opzichte van 14% voorraad). Voor het uitgangspunt ‘voldoende woningen’ is de ambitie om de woningvoorraad en de woningbehoefte Gemeente Amsterdam
blz. 80
in 2025 beter op elkaar te laten aansluiten. De constateringen uit de prognose zijn hierbij leidend. Een van de acties die hierbij horen betreft het stedelijke uitgangspunt voor de woningbouwprogrammering met 40% gereguleerde huur, 40% middelduur (huur en koop) en 20% dure huur en koop. Per plangebied bepalen wordt bepaald welk programma wordt gerealiseerd. Daarnaast is het streven om een significant deel van het middensegment in de nieuwbouw groter te maken dan 70 m². De acties voor ‘betaalbare woningen’ zijn gericht op de herziening van de woonruimteverdeling, het gerichter verhuren van middeldure huurwoningen aan middeninkomens en passend wonen in de huursector. Het derde uitgangspunt van de Woonagenda is ‘goede woningen’. Woningkwaliteit, duurzaamheid en bewonersondersteuning staan hierbij centraal. In 2025 hebben woningen minder achterstallig onderhoud en zijn gezonder, veiliger en comfortabeler om in te wonen. Relevantie voor het plangebied Het stedelijke uitgangspunt voor de woningbouwprogrammering is 40% gereguleerde huur, 40% middelduur (huur en koop) en 20% dure huur en koop. Om voor Strandeiland passende woningen, de ruimtelijke kwaliteit én de duurzaamheidsmaatregelen te kunnen realiseren, is gekozen voor een programmering van 40% sociale huurwoningen, 25% middensegment huur- en koopwoningen en 35% vrije sector huur- en koopwoningen.
Dit is reeds in het Stedenbouwkundig plan op deze wijze vastgesteld. Voor Strandeiland is een mix van gestapelde en grondgebonden woningen voor verschillende doelgroepen met een accent op gezinnen voorzien. Deze laatste doelgroep kiest meestal voor een grotere woning met bij voorkeur een tuin of een buiten. Met de voorgestelde woningbouwprogrammering (40-25-35) voorziet dit plan in de doelstelling om gezinnen die bewust kiezen voor de stad een plek te bieden en het bevordert de doorstroming in de bestaande voorraad. 3.4.5
Detailhandelsbeleid 2018-2022 'Sterke winkelgebieden in een groeiende stad'
Amsterdam heeft de afgelopen jaren ingezet op het gezond houden van winkelgebieden en het beperken van de winkelleegstand. Met succes: de detailhandel functioneert redelijk tot uitstekend. Omzetten stijgen, het aantal banen groeit, relatief weinig winkels staan leeg en de winkelhuren ontwikkelen zich op de meeste plekken in de stad gunstig. Ondanks deze positieve ontwikkelingen, zijn er ook aandachtspunten voor winkels. Door veranderd consumentengedrag is er minder vraag naar winkels. Tegelijkertijd groeit het aantal inwoners en bezoekers en is er mogelijk meer behoefte aan winkels. Leegstand ligt nog op de loer in een aantal winkelgebieden. Ook de diversiteit van het winkelaanbod staat in sommige winkelstraten onder druk doordat het vooral gericht is op bezoekers. Dit detailhandelsbeleid kan gebruikt worden voor het beoordelen van en/of het aanvragen van (omgevings)vergunningen voor (ver)bouw van winkelpanden. Ook geldt het als richtinggevend beleidskader voor het ontwerpen en actualiseren van bestemmingsplannen. Voor ontwikkelaars biedt het beleid duidelijkheid over waar de stad mogelijkheden ziet. Bij het uitwerken van plannen voor woningbouw wordt dit beleid gebruikt voor een zorgvuldige afweging of er meer winkels nodig zijn in de nieuwe woongebieden die in kaart zijn gebracht in Koers 2025 'Ruimte voor de stad'.
Het Detailhandelsbeleid 2018-2022 focust daarom 2 doelen: De mogelijkheid om lang leegstaande winkels of winkelgebieden zonder toekomstperspectief om te zetten naar andere commerciële functies, zoals een werkruimte voor zzp'ers, een lunchroom of een sportschool. De mogelijkheid dagelijkse boodschappen in de buurt te kunnen doen en keuze hebben uit bestemmingsplan_IJburg 2e fase - Strandeiland (vastgesteld)
blz. 81
verschillende aantrekkelijke winkelgebieden verspreid over de stad. Daarbij is er beperkt ruimte voor nieuwe winkels in sterke winkelgebieden en in gebieden waar genoeg woningen worden bijgebouwd. Deze doelstellingen vormen de basis voor de ruimtelijke ambities van Amsterdam voor winkels de dagelijkse en niet-dagelijkse inkopen. Om die ambities waar te maken in de verschillende delen van de stad, is Amsterdam verdeeld in drie zones. Dit zijn de kernzone de centrumzome en de stadszone. Strandeiland maakt geen onderdeel uit van deze drie gebieden en wordt aangewezen als een woningbouwplan in voorbereiding/uitvoering. Naast gebiedsgericht beleid gelden er algemene beleidsregels voor alle winkelgebieden. Hieronder volgt een opsomming van algemene beleidsregels die voor Strandeiland relevant zijn: 1. 2. 3. 4. 5. 6. 7.
Geen losstaande winkels, maar een clustering van het winkelaanbod in winkelgebieden; Selectieve groei van het aantal winkel(meters) ter voorkoming van winkelleegstand; Versterken van winkelgebieden met potentie; Winkels in dagelijkse artikelen worden in stadsstraten geclusterd rondom de supermarkt(en); Ruimte voor horeca en mengformules in winkelgebieden; Afhaalpunten en online winkels: regelgeving per type internetwinkel; Markten en staanplaatsen zijn versterkend aan het winkelaanbod;
Verder geldt dat nieuwe plannen voor detailhandel aan de Regionale Adviescommissie Detailhandel (Adviescommissie Detailhandel Noord-Holland Zuid, hierna ADZ) dienen te worden voorgelegd. Deze commissie brengt verplicht advies uit aan Gedeputeerde Staten van Noord-Holland over gemeentelijke (ruimtelijke) plannen met een detailhandelscomponent groter dan 1500 m² winkelvloeroppervlak met uitzondering van plannen in bestaande winkelcentra groter dan 25.000 m² waarbij de ondergrens 3000 m² winkelvloeroppervlak is. Relevantie voor het plangebied In het SP is voor Strandeiland uitgegaan van 10.000 m² aan detailhandel en horeca. Dit is ter advisering aan de ADZ voorgelegd. De ADZ heeft de gemeente Amsterdam verzocht het haalbare programma voor detailhandel en horeca nader te onderzoeken. DTNP heeft hiervoor onderzoek uitgevoerd, zie Onderzoek programma detailhandel en horeca van deze toelichting. De belangrijkste resultaten uit dit onderzoek worden hieronder samengevat: De kwalitatieve en kwantitatieve analyse resulteren in een haalbaar programma detailhandel voor Strandeiland van naar verwachting circa 8.000 m² bvo. Overall beschouwd wordt een sterk en compleet boodschappenaanbod met een detailhandelsprogramma van circa 6.000 m² bvo dagelijks (met 2 moderne en als basis) en 2.000 m² bvo niet-dagelijks aanbod een realistisch programma in deze stedelijke context geacht.
Naast detailhandel zullen ook verschillende ambachtelijke en andere publieksgerichte dienstverlenende bedrijven en consumentvezorgende dienstverlening deel uitmaken van het wijkgerichte programma. De geschatte ruimte voor commerciële dienstverlening op Strandeiland is, aansluitend bij het toekomstige draagvlak in de wijk, circa 1.000 m² bvo. Voor detailhandel is clustering belangrijk. Bekend is dat individuele vestigingen profiteren van de loopstromen van nabijgelegen detailhandel. Daarnaast is het gemakkelijker voor consumenten als diverse winkels bij elkaar staan. Ook is clustering efficiënter en duurzamer omdat er minder laad- en losplekken voor bevoorrading nodig zijn, net als minder fietsparkeerplekken. Onder detailhandel valt ook ‘consumentverzorgende dienstverlening’, zoals kappers, nagelstudio’s of stomerijen. Omdat deze functies een meer eigen publieksstroom hebben vanwege de specifieke behoefte die ze vervullen, zijn ze niet afhankelijk van de bezoekersstromen van andere functies en kunnen deze zich meer verspreid over het eiland vestigen.
Gemeente Amsterdam
blz. 82
Voor Strandeiland wordt een zo compleet mogelijk voorzieningenaanbod gerealiseerd. Het detailhandelsprogramma in het centrumgebied dient wijkverzorgend te zijn. Conclusie Het voorliggende bestemmingsplan maakt circa 8.000 m² bvo aan detailhandel mogelijk. Hiermee wordt een haalbaar programma detailhandel voor Strandeiland gecreëerd. De haalbare bruto vloeropperlakte voor detailhandel is vertaald naar de regels van dit plan. Het beoogde programma voor Strandeiland is afgestemd met ADZ en (d.d. 1 april 2020) akkoord bevonden. Het bestemmingsplan bepaalt welke functies zijn toegestaan in bepaalde panden/gebieden. Detailhandel is mogelijk ter plaatse van de gemengde bestemmingen (Gemengd 1, 2 en 3) toegestaan waarmee de detailhandel wordt geclusterd ter plaatse van de Havenkom en de Makerskade. Verder is een algemene gebruiksregeling in artikel 31.7 opgenomen. Deze bepaalt dat detailhandel enkel ter plaatse van de aanduiding 'detailhandel' en enkel op de begane grond is toegestaan met een maximaal oppervlak van 500 m² (m.u.v. supermarkten). Detailhandel in volumineuze goederen is niet toegestaan. Gelet op bovenstaande kan worden geconcludeerd dat de gekozen regeling voor detailhandel in lijn is met het gemeentelijke detailhandelsbeleid 2018-2022. 3.4.6
Horecanota stadsdeel Oost 2012
Amsterdam wil een vriendelijke, gastvrije stad zijn. Een stad met een dynamisch uitgaansleven dat zich goed verhoudt tot wonen, werken en leven in de stad. Ondernemers worden gestimuleerd een stapje extra te zetten en verantwoordelijkheid te nemen voor wat zich afspeelt in de openbare ruimte. Het horeca- en terrassenbeleid van Amsterdam is opgenomen in beleidsplannen per stadsdeel. Voor Strandeiland is de horecanota stadsdeel Oost (2012) van toepassing. De ambitie voor dit stadsdeel luidt als volgt: Prettig wonen staat voorop Bij de ontwikkeling van het horecabeleid staat prettig wonen en het versterken van de levendigheid voorop. Oost wil dat bewoners met plezier in het stadsdeel wonen. Kwalitatief goede horeca is daar onderdeel van. Leefbaarheid is een randvoorwaarde. Horeca moet passen bij een buurt en de bewoners. Want iedere buurt in Oost heeft een eigen karakter. De in het water aangelegde stadswijk IJburg, is een bijvoorbeeld een wijk met veel jonge gezinnen. De diversiteit van het stadsdeel komt ook terug in het horeca- aanbod. Dat wordt de laatste jaren, door de komst van spannende horecaconcepten, steeds aantrekkelijker voor de eigen bewoners én mensen van buiten Oost. Ook komen er steeds meer festivals naar het stadsdeel. De komende jaren zet het stadsdeel in op kwalitatief hoogwaardige horeca en diversiteit in het aanbod.
Het stadsdeel biedt ruimte om in te kunnen spelen op trends en ontwikkelingen in de horecabranche, en houdt daarbij nadrukkelijk oog voor het woon en leefklimaat. In het horecabeleid is daarom ook aandacht voor maatschappelijk verantwoord horecabeleid en handhaving. Stadsdeel in opkomst Oost is ook een stadsdeel in opkomst. Door de realisatie van nieuwe woonbuurten waaronder Zeeburgereiland en Strandeiland zal dit vele nieuwe bewoners naar Oost brengen, die (willen) gebruik gaan maken van de diverse voorzieningen. Het stadsdeel zet de komende jaren in op een groei in het aanbod dat gelijk opgaat met de groei van het stadsdeel. Relevantie voor het plangebied Horeca is op Strandeiland zowel in de Havenkom, bij het strand als ook elders in de wijk gepland. De horeca aan de strandboulevard zal een wijkoverstijgende functie hebben. bestemmingsplan_IJburg 2e fase - Strandeiland (vastgesteld)
blz. 83
Uit de kwantitatieve, wijkgerichte analyse komt een basisprogramma horeca voor Strandeiland van circa 4.500 m² bvo groot. Dit betreft het programma dat logisch past bij de bevolkingsomvang- en samenstelling van het gebied. Daaropvolgend is een kwalitatieve analyse uitgevoerd. In deze kwalitatieve analyse zijn enkele succesvolle (internationale) horecagelegenheden genoemd, om de potentieel kansrijke locatie te benadrukken. Hoewel een boulevard in potentie voor wijkoverstijgende concepten perspectiefrijk is, is de mate van succes sterk afhankelijk van de kwaliteit van de ondernemers en de gezamenlijke aantrekkingskracht van het horecacluster. Op grond van de kwantitatieve berekening, hedendaagse trends, veranderend consumentengedrag, toenemende rol van horeca en de toekomstige locatie en haar context kom het indicatief totale haalbare horecaprogramma op 5.500 tot 8.500 m² bvo. De haalbare omvang hangt sterk af van de te realiseren kwaliteit en aantrekkingskracht van de strandboulevard. Om nieuwe horeca op deze nieuwe locatie kansrijk van de grond te laten komen wordt in het onderzoeksrapport geadviseerd de onderkant van de ingeschatte omvang van het horecaprogramma als uitgangspunt voor het bestemmingsplan te hanteren. Voor het voorliggende bestemmingsplan is echter rekening gehouden met 8.000 m² bvo horecamogelijkheden.
Met strenge(re) voorwaarden kan worden gewaarborgd dat geen m² bvo horeca wordt gerealiseerd daar waar geen behoefte aan is. Ook wordt een maximum aantal m² bvo per horecacategorie per vestiging vastgelegd. Voor horecacategorie 1 (fastfood) geldt een maximum van 150 m² bvo per vestiging. Voor horecacategorie 3 (café) 200 m² bvo en voor categorie 4 (restaurant/lunchroom/koffiezaak) 250 m² bvo per vestiging. Om een goede spreiding van horeca over het hele eiland te faciliteren, zijn de horecamogelijkheden op Strandeiland verdeeld over drie gebieden. 70% van de horecagelegenheden komen aan de Strandboulevard, aan weerszijden van de Pampuslaan ter hoogte van de entree tot het eiland en in de Havenkom te liggen. De overige 30 % (2.400 m²) kan op andere plekken op Strandeiland komen. Deze 30% is opgedeeld in twee gebieden van 15% waardoor spreiding van het aantal horecazaken geborgd is. In artikel 31.6 zijn algemene gebruiksregels voor horeca opgenomen. Ter plaatse van de bestemmingen 'Maatschappelijk', 'Sport 1 en 2' is enkel additionele horeca toegestaan. Ter plaatse van de bestemming 'Groen' is enkel horeca in de categorie III en IV toegestaan. Conclusie Het voorliggende bestemmingsplan maakt circa 8.000 m² bvo aan horeca mogelijk. Hiermee wordt een haalbaar horecaprogramma voor Strandeiland gecreëerd.
De haalbare bruto vloeropperlakte voor horeca is vertaald naar de regels van dit plan. Het beoogde programma voor Strandeiland is afgestemd met ADZ en (d.d. 1 april 2020) akkoord bevonden. Gelet op bovenstaande kan worden geconcludeerd dat de gekozen regeling voor horeca in lijn is met het gemeentelijke horeca- en terrassenbeleid van het stadsdeel Oost. 3.4.7
Kantorenstrategie 2017 en Kantorenplan 2019 - 2026
Op 29 november 2017 heeft de gemeenteraad van Amsterdam de Kantorenstrategie 2017 vastgesteld. Dit beleid is een actualisatie van de kantorenstrategie uit 2011. De inzet in 2011 was: terugdringen van de kantorenleegstand door beperking van de nieuwbouw, meer transformeren en herontwikkelen van leegstaande kantoren. De strategie was erop gericht om samen met de regio te komen tot een blijvend gezonde en toekomstbestendige kantorenmarkt. Die inzet is succesvol gebleken: de leegstand daalde van 18% naar 12,8% per 1 januari 2017. Er is veel getransformeerd, waardoor o.a. vele nieuwe woningen en hotelkamers zijn gerealiseerd, en verouderde kantoorruimte is herontwikkeld. In de kantorenstrategie 2017 is aangegeven dat er steeds meer behoefte is aan kantoren op gemengde en goed verbonden locaties, ook al op korte termijn (tot 2020). Voor de korte termijn is er voldoende Gemeente Amsterdam
blz. 84
planvoorraad om in de uitbreidingsvraag (inclusief Brexit) te voorzien maar die voorraad ligt niet altijd op de juiste locaties. De behoefte aan kantoren betreft dus vooral een kwalitatieve vraag. Ook is er veel behoefte aan kantoorruimte voor kleine ICT, communicatie en zakelijke dienstverlening bedrijven en ruimte voor innovatieve kantoorconcepten op meer informele plekken in de stad. Er is nog steeds behoefte aan transformatie en leegstandsaanpak op monofunctionele kantoorlocaties. Transformatie leidt tot gemiddeld 1.250 nieuwe woningen per jaar. De volgende voorstellen zijn opgenomen in de Kantorenstrategie 2017: 1. De huidige planvoorraad van 970.000 m² flexibel inzetten waar op korte termijn (tot en met 2020) nieuwe kantoren zijn gewenst, te weten Zuidas, Arenapoort, Amstelstation, Lelylaan, Houthaven, Marineterrein, Oostenburg en Noordelijke IJoever; 2. Amsterdam gaat door met de transformatie van de monofunctionele kantoorlocaties Amstel III, Riekerpolder en Sloterdijk naar aantrekkelijke, gemengde woon- werkgebieden in de stad. Sloterdijk Centrum en I zijn onderdeel van de gebiedsontwikkeling van Haven Stad; 3. Amsterdam verkent waar vanaf 2020 nieuwe, gemengde gebiedsontwikkeling mogelijk is als gevolg van de dalende leegstandscijfers.
Na 2020 wordt ingezet op nieuwe planvoorraad voor gebieden als Schinkelkwartier, Schipholkerncorridor (samen met de regio, buurgemeenten en provincie), uitbreiding van de Zuidas aan de westkant onder en boven de A10, Arenapoort, Sloterdijk, noordelijke IJ-oever/ Hamerkwartier, kansen verdichting Overamstel/ A2/ Joan Muijskenweg en A9/ Gaasperdam. Het gaat niet om monofunctionele kantoorontwikkelingen maar om gemengde woon-werkgebieden (uitzondering: Overamstel). Samen met de regio, de buurgemeenten, stadsdeel Oost en Zuidoost wordt het gebied rond station Duivendrecht verkend; 4. Bij alle grote gebiedsontwikkelingen zoals Sluisbuurt, CAN gebied, Centrumeiland en K-buurt wordt een gemengd woon-werkmilieu gecreëerd met ruimte voor voorzieningen waaronder kantoren. Die ruimte is flexibel zodat die eventueel tijdelijk kan worden gebruikt voor andere functies afhankelijk van de vraag. Een uitstekende bereikbaarheid en goede connectiviteit met de stad zijn daarbij voorwaarden. Kantorenplan 2019 - 2026 Met de Kantorenstrategie 2017 is voldoende ruimte voor tenders en kantoorontwikkelingen op de juiste plekken in de stad mogelijk gemaakt. Echter de beschikbare gemeentelijke grond op OV-knooppunten is schaars.
Als gevolg daarvan is de gemeente voor kantoorontwikkelingen in veel gevallen afhankelijk van marktpartijen met een grond- of erfpachtpositie, die mogelijkheden hebben voor transformatie, herontwikkeling en/of verdichting. De behoefte aan kantoorruimte blijft hoog en het einde van de vraag naar vooral duurzame en goed OV-bereikbare kantoren is nog niet in zicht. Dit vraagt extra regie op het realiseren van nieuwe kantoren. Het doel van het Kantorenplan 2019-2026 is een uitgebalanceerde en toekomstbestendige kantorenmarkt waarin op korte en middellange termijn voldoende kwalitatieve woonwerkmilieus beschikbaar zijn voor de uitbreidingsvraag van 125.000 m2 kantoor per jaar. Voor dit doel gelden de volgende uitgangspunten: Meer en sneller kantoren ontwikkelen om te voldoen aan de marktvraag; Toekomstbestendige kantoren: flexibel, efficiënt, bereikbaar en klimaatneutraal; Transformatie van monofunctionele kantoorlocaties met behoud van werk; Realiseren van gemengde woon-werkmilieus. Het Kantorenplan 2019-2026 sluit aan op de kantorenstrategie 2017, de Economie van Morgen (de ruimtelijk economische visie van Amsterdam, 2017) en de Routekaart Amsterdam Klimaatneutraal 2050 (2019). Relevantie voor het plangebied
bestemmingsplan_IJburg 2e fase - Strandeiland (vastgesteld)
blz. 85
Een groot kantorencluster is op Strandeiland vanwege de wat perifere ligging niet haalbaar noch gewenst. De werkfunctie op Strandeiland is vooral te vinden in flexwerklocaties met collectieve voorzieningen. Uit bijlage 1 behorende bij de Kantorenstrategie 2017 blijkt dat voor Strandeiland en Centrumeiland samen een maximum van 10.000 m² is gereserveerd voor kleinschalige kantoren (kleiner dan 1.000 m² bruto vloeroppervlak). Voor de vestiging van deze (flex)werklocaties zijn bereikbaarheid en levendigheid van belang. Om deze reden zijn de Havenkom en de Makerskade met horeca, winkels, bedrijven, culturele voorzieningen en het strand de meest geschikte vestigingsplekken voor kantoren. Conclusie Met de beoogde 10.000 m² (kleinschalige) kantoren voor Strandeiland wordt aan het actuele gemeentelijke kantoorbeleid invulling gegeven. Het maximale oppervlak aan kleinschalige kantoren op Strandeiland wordt door het stellen van nadere regels gewaarborgd. 3.4.8
Sportvisie 2025
Amsterdam is een alom erkende sportstad die uitnodigt tot (sportief) bewegen door een beweegvriendelijke en -stimulerende inrichting van de openbare ruimte, een duurzame en toegankelijke sportinfrastructuur en een rijk en divers aanbod van sport- en beweegactiviteiten voor alle Amsterdammers. De sportvisie staat op vier pijlers en is uitgewerkt in negen speerpunten. 1. Sportparticipatie Alle Amsterdamse kinderen genieten van sport en bewegen. Voor Amsterdammers met een achterstand of beperking biedt het brede scala aan sportaanbieders een passend sport- en beweegaanbod. In Amsterdamse wijken en buurten brengt sport plezier in het leven van alledag. 2. Sportieve ruimte Amsterdam heeft een toegankelijk, aantrekkelijk en duurzaam aanbod van sportieve ruimte en (top) sportaccommodaties, die bijdragen aan de kwaliteit van de stad, wijken en buurten. 3. Sportaanbieders Amsterdam kent een rijk en divers palet aan vitale en maatschappelijk actieve sportaanbieders, die actief sporten en bewegen toegankelijk maken voor alle Amsterdammers. 4. Topsport Amsterdam is een nationaal en internationaal erkende (top)sportstad met structurele faciliteiten voor topsporters en toptalent en aansprekende evenementen die bijdragen aan de sportieve uitstraling en maatschappelijke en economische ontwikkeling van de stad. De 9 speerpunten zijn als volgt geformuleerd: 1.
Amsterdam grijpt de groei van de stad aan om bestaande sportaccommodaties en faciliteiten te optimaliseren en breidt het sportareaal waar nodig uit. 2. Amsterdam borgt de basiskwaliteit van gemeentelijke sportaccommodaties en ontwikkelt actief gastheerschap op haar accommodaties. Investeringen op bestaande en nieuwe gemeentelijke sportaccommodaties zijn duurzaam. 3. Amsterdam realiseert een beweeg- en sportvriendelijke openbare ruimte. 4. Amsterdam ondersteunt en faciliteert sportaanbieders en begeleidt de match tussen Amsterdammers, aanbieders, ruimte en topsport. 5. Amsterdam zorgt samen met haar partners voor een structureel sport- en beweegaanbod voor kinderen en Amsterdammers met een achterstand of beperking. 6. Amsterdam benut de kracht van sport in (achterstands)wijken voor plezier, maatschappelijke participatie, gezondheid en wijkontwikkeling. 7. Amsterdam investeert samen met haar partners structureel in de op- en uitbouw van een
Gemeente Amsterdam
blz. 86
professioneel topsportklimaat waarin excelleren mogelijk is. 8. Amsterdam gebruikt de kracht van topsport als impuls in de sportstimulering, het betrekken van het Amsterdamse bedrijfsleven en voor de promotie van Amsterdam. 9. Amsterdam creëert een transparant speelveld door eenduidige subsidies en tarieven en de centrale verhuur van gemeentelijke accommodaties. Relevantie voor het plangebied In het stedenbouwkundig plan is aandacht aan Sport. Het aantal vierkante meters georganiseerde sport op IJburg 2 (waarbij 1.500 woningen op Centrumeiland en 500 woningen op Buiteneiland zijn meegerekend) komt uit op 84.000 vierkante meter georganiseerd buitensport (op IJburg 2), 8.000 m² sporten in de openbare ruimte van Strandeiland, 3.000 m² ten behoeve van een sporthal en 2.500 tot 3.500 m² ten hoeve van een zwembad. Hiermee wordt voldaan aan de Amsterdamse sportnorm. De vierkante meters voor georganiseerde buitensport zijn uitsluitend voor sportvelden en exclusief de benodigde ruimte voor paden, omliggend groen en overige voorzieningen. Op Strandeiland worden naast permanente functies ook diverse tijdelijke sportvoorzieningen mogelijk gemaakt. Hiervoor wordt verwezen naar paragraaf 2.2.4. Het voorliggende plan is in lijn met het gemeentelijke sportbeleid. 3.4.9
Groenvisie 2020-2050
Amsterdam groeit. De komende jaren worden er elk jaar zo'n 7.500 woningen bijgebouwd. Er wordt vooral gebouwd in bestaand stedelijk gebied. De gemeente Amsterdam wil dat de groei van de stad niet ten koste gaat van het groen dat de stad omringt. Het mag ook niet ten koste gaan van het groen in de stad. Met de concept-Groenvisie schetst de gemeente een beeld als groene stad en hoe de gemeente de stad tussen nu en 2050 verder wil gaan vergroenen. De visie heeft tot eind juni 2020 als concept ter visie gelegen. Vaststelling is voorzien in voor het einde van 2020. De Groenvisie gaat kort samengevat in op 4 redenen waarom groen belangrijk is, namelijk: gezondheid, sociaal welzijn, klimaatadaptatie en natuur. Aan de hand van 4 principes komen deze thema's terug, namelijk: 1. 2. 3. 4.
De gemeente zorgt voor genoeg gevarieerd groen voor iedereen; Groen draagt bij aan zoveel mogelijk opgaven; De stad wordt natuurinclusief aangelegd en beheerd; Aan groen werken we samen.
Relevantie voor het plangebied Strandeiland wordt een groenblauwe woonbuurt met gemengde stedelijke woonmilieus met bijna 6 hectare aan groen voor onder meer sporten, spelen en ontmoeten. Aan de zuidzijde is een ruige natuurkant met zand en groen voorzien. Ook wordt in een 750 meter lang stadsstrand voorzien. De verschillende woonmilieus zijn voorzien van groene daken, pleinen en binnenterreinen. Voor Strandeiland wordt een groennorm van ca. 40 m2 openbaar groen per woning gehanteerd. Dat is een veel hogere norm dan de standaardnorm (28 m²) van Amsterdam. Verder worden in de regels eisen gesteld aan de rainproofopgave. Klimaatadaptief bouwen zal vooral bij uitgifte van de kavels worden opgenomen in de kavelregels/bouwenveloppen. Al met al kan worden gesteld dat met de beoogde invulling van Strandeiland volop invulling wordt gegeven aan het toekomstige groenbeleid van de gemeente Amsterdam. bestemmingsplan_IJburg 2e fase - Strandeiland (vastgesteld)
blz. 87
3.4.10 Nota Parkeernormen In de Nota Parkeernormen Auto (vastgesteld op 8 juni 2017) zijn de nieuwe parkeernormen voor auto’s vastgesteld voor nieuwbouw en transformatieprojecten in de stad. De gemeente wil de stad bereikbaar en leefbaar houden met voldoende en aantrekkelijke openbare ruimte en meer ruimte voor de fietser en voetganger. Met de verwachte groei van de stad (woningen, kantoren etc.) is het noodzakelijk dat Amsterdam grenzen stelt aan het aantal geparkeerde auto’s in de openbare ruimte. De nieuwe parkeernormering levert een bijdrage aan de regulering van het aantal geparkeerde auto’s op straat. Bewoners van nieuwbouw krijgen geen parkeervergunning meer voor parkeren op straat, ongeacht de beschikbaarheid van parkeerplaatsen op eigen terrein. De nieuwe bewoners moeten dus het wel of niet beschikbaar zijn van een parkeerplaats op eigen terrein, meenemen in hun keuze voor een woning. In de nota zijn een aantal belangrijke bestuurlijke keuzes gemaakt: 1. Het college kiest ervoor om bij nieuwbouw geen parkeervergunning aan huurders, kopers en werknemers te verlenen. Huurders, kopers en werknemers van de nieuwbouw krijgen geen parkeervergunning meer voor parkeren op straat, ongeacht de beschikbaarheid van parkeerplaatsen op eigen terrein. Hierdoor zijn er minder parkeerplaatsen op straat nodig. 2. Het college kiest voor parkeernormen die aansluiten bij het autobezit.
Met parkeernormen die aansluiten bij het feitelijke autobezit zorgen wordt ervoor gezorgd dat er voldoende parkeerplaatsen bij nieuwbouw wordt gerealiseerd in die gebieden in de stad waar de grootste woningbouwopgave is. Hiermee wordt voorkomen dat er parkeerproblemen op straat ontstaan. 3. Het college kiest ervoor om bij sociale- en middeldure huurwoningen geen minimumparkeernorm te stellen. Door geen minimumparkeernorm te stellen hebben woningcorporaties en andere ontwikkelaars van sociale en middeldure huurwoningen de keuze of zij parkeerplaatsen op eigen terrein maken of niet. Ook voor de nieuwbouw van sociale en middeldure huurwoningen geldt uitsluiting van parkeervergunningen. 4. Het college kiest in beginsel voor een maximumparkeernorm van 1 parkeerplaats per woning. Door het aantal parkeerplaatsen op eigen terrein per woning te maximeren houden wij de stad ook in de toekomst bereikbaar. In de Nota is een gebiedsindeling gegeven aangeduid als A, B en C gebieden.
Gemeente Amsterdam
blz. 88
Afbeelding ABC-locatiekaart parkeren (A = paars, B = grijs, C = oranje) Parkeernormen Alle nieuwbouwplannen en transformatieplannen worden getoetst aan de parkeernormen. De nota bevat een beschrijving onder welke omstandigheden de gemeente kan afwijken van de parkeernormen. Het gaat hierbij om het afwijken van de eis om een bepaald aantal parkeerplaatsen op eigen terrein aan te leggen. Bij het beoordelen van de afwijkingsgronden heeft de gemeente een bepaalde beleidsvrijheid. Bij het vaststellen van parkeernormen voor voorzieningen vormen de actuele kencijfers van de CROW het uitgangspunt, gecombineerd met actuele Amsterdamse gegevens over de verkeersgeneratie van specifieke functies. Bij de toetsing aan de hand van de kencijfers wordt gebieds- en functiespecifiek gekeken of de parkeervraag op eigen terrein moet worden opgelost, of dat de parkeervraag op straat mogelijk is. Bij opvang van de parkeervraag op straat, wordt aanvullend beoordeeld of de werknemers van de betreffende voorziening in aanmerking komen voor een parkeervergunning of niet. Nota parkeren fiets en scooter Amsterdam verplicht nieuwe kantoren, horeca, onderwijsinstellingen en uitgaansgelegenheden om voldoende en goede parkeervoorzieningen voor de fiets op eigen terrein te realiseren.
Dat draagt bij de kwaliteit van de openbare ruimte, een rustiger straatbeeld en meer ruimte voor voetgangers, groen en verblijfsplekken. Welke norm er wordt toegepast, is mede afhankelijk van de locatie waar gebouwd wordt. In het centrum is het fietsgebruik bijvoorbeeld veel hoger dan in de gebieden aan de rand van de stad. Relevantie voor het plangebied Strandeiland wordt in de Nota Parkeernormen Auto als een B-locatie aangeduid. Hierbij bestaat naast een maximumparkeernorm ook een miniumparkeernorm. In Hoofdstuk 7 Verkeer en parkeren wordt hier
bestemmingsplan_IJburg 2e fase - Strandeiland (vastgesteld)
blz. 89
nader op ingegaan. 3.4.11 De bewegende stad - Amsterdamse beweeglogica Met de Beweeglogica, onderdeel van het programma ‘Bewegende Stad’, kan de stad zo ingericht worden dat Amsterdammers meer gaan bewegen. De Beweeglogica geeft ‘stadsmakers’ van binnen en buiten de gemeente meer houvast om bewegen op te nemen in een ontwerp of bij de herinrichting van buurten, parken, straten en pleinen. Zowel in bestaande buurten als bij nieuwbouw. Voorbeelden hiervan zijn autoluwe buurten, bredere stoepen om te spelen, meer open zwemwater, voorzieningen voor outdoor sporters, alternatieve fietsroutes en gebouwen waarin trappen beter zichtbaar zijn. In Amsterdam doet één op de drie volwassenen te weinig aan beweging en een kwart van de kinderen onder de 14 jaar heeft overgewicht. Het stedelijk programma De Bewegende Stad wil daar verandering in aanbrengen. Onderdeel van het programma is 'De Amsterdamse Beweeglogica', die een relatie legt tussen de inrichting van de stad en de keuze van mensen om te bewegen. De Beweeglogica heeft vier uitgangspunten: De bewegende stad geeft ruim baan aan de fietser en de voetganger; In de bewegende stad is sport om de hoek; De bewegende stad is een speeltuin; In de bewegende stad wordt niet stil gezeten.
Relevantie voor het plangebied In het planconcept van Strandeiland is de beweeglogica integraal doorgevoerd door de bovengenoemde vier uitgangspunten als basis voor het concept te hanteren. Dit uit zich doordat Strandeiland een wijk wordt waarin de openbare ruimte uitnodigt tot bewegen: afwisselend reliëf, een rondje om het hele eiland, haast natuurlijke ongedwongen beweegaanleidingen in de margestroken met hun trappen, stoepjes en randen, alle sportvoorzieningen in de parken, het vlonderpad in het binnenwater, diverse urban-sportselementen en het (buiten)zwembad. De inrichting van het openbare gebied geeft daarmee volop uitvoering aan het stedelijk programma ‘De Bewegende stad’. De beweeglogica is ook doorgevoerd bij voorzieningen zoals basisscholen, kinderdagopvang en andere kleinschalige buurtvoorzieningen die op loop- en fietsafstand liggen. Ook de openbare ruimte is zo ingericht dat lopen en fietsen wordt gestimuleerd. 3.4.12 Gebiedsplan en -agenda Stadsdeel Oost, IJburg en Zeeburgereiland Op dinsdag 17 december 2019 heeft het dagelijks bestuur van de gemeente Amsterdam het gebiedsplan IJburg en Zeeburgereiland 2020 vastgesteld. In het gebiedsplan staan de projecten en onderwerpen waar de gemeente extra aandacht aan geeft.
Relevantie voor het plangebied De prioriteiten en de daarbij behorende doelstellingen uit het gebiedsplan en -agenda van IJburg en daarmee ook Strandeiland in vogelvlucht: 1. Goede bereikbaarheid waarborgen. Doelstellingen: Tijdige oplossingen om het gebied bereikbaar te houden, goede verkeersveiligheid realiseren, milieuvriendelijke oplossingen voor de verbetering van de bereikbaarheid. 2. Een ruimer aanbod van kunst, cultuur, sport en sociale voorzieningen in de wijk. Doelstellingen: Meer buurtruimtes en buurtactiviteiten, meer kunst en cultuur in de wijk, meer sportvoorzieningen en waterrecreatie en ecologie in samenhang ontwikkelen. 3. Veilig en prettig samenleven in een nieuwe gemengde wijk. Gemeente Amsterdam
blz. 90
Doelstellingen: Sterkere verbondenheid tussen buurtgenoten, bewoners met verschillende leefstijlen leven goed met elkaar samen, hogere kwaliteit van de leefomgeving en bewoners moeten zich veilig voelen in hun buurt. 4. Ruime kansen voor de vele kinderen en jongeren in het gebied. Doelstellingen: Jongeren zijn trots op hun buurt en de buurt op hen, meer voorzieningen, programmering en zorg voor de jeugd, jeugdoverlast aanpakken door preventie en repressie 5. Groen en Duurzaam IJburg en Zeeburgereiland. Doelstellingen: Groen in de buurt, circulaire economie, duurzaam bouwen en op weg naar energieneutraal. 6. Sterke lokale economie. Doelstellingen: Meer samenwerking tussen ondernemers, ondernemers vervullen een sociale functie, meer toerisme en recreatie uit de stad naar IJburg trekken. In het stedenbouwkundig plan voor Strandeiland zijn de hiervoor genoemde prioriteiten en doelstellingen die uit het Gebiedsplan en de agenda Stadsdeel Oost voorkomen, integraal doorgevoerd. Met het voorliggende bestemmingsplan wordt volop uitvoering gegeven aan het Gebiedsplan en de agenda Stadsdeel Oost. 3.4.13 De Schoonheid van Amsterdam Doel van deze welstandsnota is de inhoudelijke gronden van het welstandstoezicht helder onder woorden te brengen en inzichtelijk te maken wat de toetsingscriteria zijn waarop het bouwplan wordt beoordeeld.
Een transparant welstandsbeleid is niet alleen wenselijk voor de bouwende partijen en de gemeente, maar ook voor de omwonenden en andere gebruikers van het plangebied. In de welstandsnota 'De Schoonheid van Amsterdam' staan welstandscriteria en -kaders. Deze past de Commissie Ruimtelijke Kwaliteit toe bij de beoordeling van bijvoorbeeld bouwplannen en reclame-uitingen op gebouwen. Een bouwwerk moet letterlijk 'wel staan'. Daarbij gaat het niet alleen om het ontwerp van een gebouw, maar ook of het gebouw past in zijn omgeving. Voor elk gebied is het gewenste welstandsniveau aangegeven. Het welstandsniveau sluit zoveel mogelijk aan bij het gehanteerde ruimtelijk kwaliteitsbeleid en de gewenste ontwikkelingen. Relevantie voor het plangebied Strandeiland is in de welstandsnota De Schoonheid van Amsterdam 2016 (herziening april 2018) tot nu toe ondergebracht bij het ruimtelijke systeem De IJ-landen, gebiedstype IJburg en Zeeburgereiland (9b).
bestemmingsplan_IJburg 2e fase - Strandeiland (vastgesteld)
blz. 91
De Schoonheid van Amsterdam-welstandsgebieden met paars De IJ-landen De Schoonheid van Amsterdam vormt samen met het Kwaliteitskader van Strandeiland het toetsingskader voor de bouwontwikkelingen op Strandeiland. Bij de toetsing wordt onderscheid gemaakt tussen de ruimtelijke eenheden Pampusbuurt, Muidenbuurt, Havenkom, rond het Oog, en Oosterend Noord en Zuid. Bouwplannen worden aan de hand van het welstandskader getoetst door de Commissie Ruimtelijke Kwaliteit. Deze geeft in het kader van de aanvraag omgevingsvergunning advies (met inachtneming van de adviezen van de supervisor en het Kwaliteitsteam IJburg) over het bouwplan op basis van dit welstandskader. Hiervoor wordt verwezen wordt naar paragraaf 2.2.10 van de toelichting. 3.4.14 Principenota Buiteneiland In de door het college van B & W op 24 september 2019 vastgestelde Principenota Buiteneiland worden de concrete opgaven voor en uitgangspunten voor ontwerp en programma omschreven. Buiteneiland is het laatste eiland van de IJburgarchipel en grenst aan de westzijde aan de IJburgbaai en aan de oostzijde aan het waterlandschap van het IJmeer. Buiteneiland wordt als “groen anker” ontwikkeld waarmee Amsterdam de mogelijkheid heeft om een flinke hoeveelheid groene openbare ruimte toe te voegen aan de stad.
Ook wordt op deze manier de archipel van IJburg afgerond, door een gebied te ontwikkelen waar natuur, kunst, cultuur, sport en waterrecreatie elkaar ontmoeten, en dat op een niveau dat het interessant maakt voor alle Amsterdammers en voor inwoners van de omliggende gemeenten.
Gemeente Amsterdam
blz. 92
Buiteneiland wordt geen attractie op zichzelf, het is samen met Strandeiland ook een poort naar de blauwe scheg van het IJmeer, een gebied dat door de stad nog maar nauwelijks wordt benut. Daarnaast is een klein woningbouwprogramma voorgesteld, wat zorgt voor sociale veiligheid op Buiteneiland (ogen op het eiland). De ontwikkeling van Buiteneiland kan derhalve niet los worden gezien van de ontwikkeling van Strandeiland. Door een deel van het sportprogramma van IJburg 2 op Buiteneiland te realiseren, kan Strandeiland dichter worden bebouwd en kan de oorspronkelijke woningbouwopgave van Buiteneiland worden losgelaten. 3.4.15 Conclusie Zoals uit de voorgaande paragrafen is gebleken is het voorliggende bestemmingsplan in lijn met het Rijksbeleid, provinciaal beleid, regionale en gemeentelijk beleid.
bestemmingsplan_IJburg 2e fase - Strandeiland (vastgesteld)
blz. 93
Hoofdstuk 4
Milieueffectrapportage
4.1
Inleiding
4.1.1
Een passend MER voor de veranderopgave van Strandeiland
Een nieuw toekomstgericht bestemmingsplan Het voorliggende bestemmingsplan richt zich alleen op Strandeiland. Centrumeiland wordt momenteel gerealiseerd binnen de kaders van het vigerende bestemmingsplan en maakt geen deel uit van dit bestemmingsplan. De inrichting van Buiteneiland wordt op dit moment verder uitgewerkt, maar is nog onvoldoende concreet. De realisatie van Buiteneiland is voorzien omstreeks 2030-2040. Voor Buiteneiland wordt het beoogde maximale programma (voor zover nu bekend) in dit MER meegenomen, maar er is geen invulling gegeven aan de inrichting van het eiland. Een passend MER Voor voorliggend bestemmingsplan Strandeiland is een nieuw milieueffectrapport (MER) opgesteld. Dit MER heeft een bijzonder karakter. Het nieuwe plan voor Strandeiland kent een uitwerking volgens een groeimodel als het gaat om het realiseren van de ambities. Eerste behoefte is de realisatie van voldoende woningen om aan de groeiende vraag te kunnen voldoen. In de Koers 2025 wordt de woningbouw op Centrumeiland, Strandeiland en Buiteneiland genoemd als bouwsteen om aan deze behoefte te voldoen. Het is één van de grootste woningbouwprojecten voor Amsterdam de komende jaren. De Gemeente Amsterdam heeft ook hoge ambities op het gebied van bereikbaarheid, natuur, duurzaamheid en gezondheid. Deze ambities kunnen echter niet allemaal op korte termijn worden ingevuld.
De realisatie van deze ambities is afhankelijk van innovatie en nieuwe ontwikkelingen die, hoewel verwacht, nog verder moeten worden uitgewerkt en geschikt gemaakt voor grootschalige toepassing. De monitoring gedurende de gebruiksfase van Strandeiland speelt een belangrijke rol in het bereiken van de ambities. In het MER is daarom onderscheid gemaakt tussen op dit moment haalbare (technisch en financieel realistische) maatregelen die reeds onderdeel zijn van het Stedenbouwkundige plan en lange termijn maatregelen die hier nog geen onderdeel van uitmaken. Resultaat van dit MER is een overzicht van uitgangspunten die in het bestemmingsplan geborgd moeten worden om korte en lange termijn maatregelen te kunnen treffen (zie Hoofdstuk 20 voor de conclusie MER). Verschil programma MER 2009 en MER 2020 Voor het vigerende bestemmingsplan IJburg 2e fase uit 2009 is ook een MER opgesteld. In deze paragraaf wordt het verschil in beeld gebracht tussen het bouwprogramma voor Strandeiland en Buiteneiland in het oude en het nieuwe bestemmingsplan.
Gemeente Amsterdam
blz. 94
bestemmingsplan_IJburg 2e fase - Strandeiland (vastgesteld)
blz. 95
Verschil in bouwprogramma voor Strandeiland in het vigerende bestemmingsplan IJburg 2e fase (2009) en het nieuwe bestemmingsplan / Stedenbouwkundig Plan (2019) Het nieuwe bestemmingsplan maakt voor Strandeiland een ander programma mogelijk, zowel voor woningen als niet-woningen. Daarnaast komen er op Strandeiland enkele nieuwe functies, die op basis van het vigerende bestemmingsplan nog niet mogelijk waren. Deze functies geven onder meer invulling aan de ambities op het vlak van duurzaamheid. In bovenstaande tabel is het nieuwe programma afgezet tegen het programma van het vigerende bestemmingsplan. Voor de ontwikkeling van Buiteneiland zijn in het MER een aantal uitgangspunten geformuleerd (zie paragraaf 4.3.4). Volledigheidshalve wordt opgemerkt dat het transformatorstation inmiddels haar eigen procedure heeft doorlopen en nu wordt gebouwd. In dit bestemmingsplan wordt de verleende vergunning daarom verwerkt al zijnde 'bestaande situatie'. Waarom een nieuwe m.e.r.-procedure
Gemeente Amsterdam
blz. 96
Met het vaststellen van een nieuw bestemmingsplan weegt het bevoegd gezag opnieuw af of de voorgenomen ontwikkeling passend is voor wat betreft de milieugevolgen. Het nieuwe bestemmingsplan kent enkele belangrijke verschillen ten opzichte van het vigerende bestemmingsplan, waaronder activiteiten die m.e.r.(beoordelings)plichtig zijn. Op grond van een analyse van wat in het 'oude' MER is opgenomen, de belangrijkste verschillen in weten regelgeving, de verschillen in de plannen van toen en de plannen van nu en de verandering in de huidige situatie en autonome ontwikkeling, is geconcludeerd dat voor een goede besluitvorming niet volstaan kan worden met een actualisatie van het MER. In het Besluit milieueffectrapportage is vastgelegd voor welke activiteiten een m.e.r.-plicht kan ontstaan . In bijlage C en D van het Besluit milieueffectrapportage zijn de activiteiten opgesomd en is aangegeven voor welke plannen een plan-m.e.r.-plicht ontstaat en voor welke besluiten een project-m.e.r.(beoordelings)-plicht. Het nieuwe bestemmingsplan voor Strandeiland biedt een ruimtelijk kader voor diverse nieuwe activiteiten en nog te nemen besluiten waarvoor later volgens de Wet milieubeheer een project-m.e.r. of een m.e.r.-beoordeling verplicht kan zijn.
Dit geldt bijvoorbeeld voor de realisatie van de WKO, die betrekking heeft op een hoeveelheid water van meer dan 1,5 miljoen m3 per jaar (activiteit D15.2) en voor de realisatie van ligplaatsen voor waterrecreatie (mogelijk aan te merken als jachthaven: activiteit D10). Daarom is voor het (kaderstellende) bestemmingsplan sprake van een plan-m.e.r. plicht (art. 7.2, lid 2 Wm). Omdat sprake is van een plan-m.e.r. plicht is de uitgebreide m.e.r.-procedure van toepassing. Dat betekent o.a. dat de Commissie m.e.r. (Cie-m.e.r.) verplicht advies uitbrengt over de volledigheid en juistheid van het milieueffectrapport (MER). Voor het voorliggende MER is gekozen voor een insteek waarbij de nadruk ligt op het flexibel kunnen inspelen op de behoeftes van de toekomst en de ambities van nu. Het doel van het MER Doel van het MER en de m.e.r.-procedure is om het milieu een volwaardige plaats te geven in de besluitvorming. De milieueffecten van het voornemen worden in beeld gebracht en vergeleken met de referentiesituatie. De referentiesituatie is de situatie die zich in en rond het plangebied zal voordoen. Voor het bestemmingsplan Strandeiland wordt gebruik gemaakt van een bestemmingsplan 'verbrede reikwijdte' met een planhorizon van 20 jaar. Het MER hanteert twee referentiejaren: 2034 en 2038.
Dit heeft er mee te maken dat wordt beoogd dat Strandeiland in 2 fases wordt ontwikkeld, waarbij de eerste fase rond 2034 gereed moet zijn en de tweede fase in 2038. Zie voor een nadere toelichting hierop in paragraaf 4.3.4. Hoe ziet de m.e.r.-procedure er uit De m.e.r.-procedure wordt hieronder in stappen toegelicht. Notitie Reikwijdte en Detailniveau, ter inzage legging en advies Cie-m.e.r. De m.e.r.-procedure is formeel van start gegaan met de openbare kennisgeving van de Notitie Reikwijdte en Detailniveau (NRD). De NRD heeft vanaf 6 juni 2019 voor 6 weken ter inzage gelegen. Tijdens deze periode heeft een ieder schriftelijk kunnen reageren op de NRD en zijn/haar mening kunnen geven over wat onderzocht moet worden in het MER en op welke manier. De NRD is voor advies ook verzonden naar de wettelijke adviseurs en betrokken bestuursorganen (zoals Rijkswaterstaat en provincie Noord-Holland) en de Commissie voor de milieueffectrapportage (Cie-m.e.r.). Het bevoegd gezag heeft, rekening houdend met de binnengekomen reacties en het advies van de Cie-m.e.r. over de reikwijdte en bestemmingsplan_IJburg 2e fase - Strandeiland (vastgesteld)
blz. 97
het detailniveau van het MER, de NRD vervolgens vastgesteld (op 26 november 2019). Op basis hiervan is het voorliggend MER opgesteld, als integraal onderdeel van het nieuwe bestemmingsplan voor Strandeiland. De Cie-m.e.r. heeft op 7 oktober 2019 een advies uitgebracht over de reikwijdte en het detailniveau van het MER. De Cie-m.e.r. beschouwt daarbij de volgende punten als essentiële informatie voor het MER. Dat wil zeggen dat voor het meewegen van het milieubelang in het besluit over de gebiedsontwikkeling het MER in ieder geval onderstaande informatie moet bevatten: een onderbouwing van de woningbouwopgave en de behoefte aan een jachthaven ' zie hiervoor paragraaf 3.1.4 (woningbouwopgave) en paragraaf 5.2.4 (jachthavens); een onderbouwing van de al eerder gemaakte keuzes in het Stedenbouwkundig plan en hoe duurzaamheid en milieu daarbij een rol hebben gespeeld ' zie paragraaf 4.2.1 en bijlageAmbities, hoofdkeuzes en maatregelen van dit bestemmingsplan; een beschrijving van de referentiesituatie, het doelbereik en de effecten van het Stedenbouwkundig plan en de varianten daarbij; ' De referentiesituatie is in algemene zin beschreven in 4.3. Per milieuthema is een aparte paragraaf opgenomen met daarin een beschrijving van de referentiesituatie. Per milieuthema zijn ook de effecten van het voornemen beschreven. Het doelbereik wordt beschreven in hoofdstuk 20.
de wijze waarop invulling wordt gegeven aan monitoring en evaluatie van het doelbereik en de effecten ' zie hoofdstuk 20. Advies Cie-m.e.r. bij wettelijk vooroverleg voorontwerp bestemmingsplan Gedurende het wettelijk vooroverleg van het voorontwerp bestemmingsplan is het MER ter advies aan de Cie-m.e.r. voorgelegd. De Cie-m.e.r. heeft op 23 september 2019 een advies uitgebracht over het MER. De belangrijkste punten waren: de onderbouwing van de woningbouwopgave en de behoefte aan een jachthaven; de onderbouwing van de gekozen maatregelen om de duurzaamheidsambities te realiseren; de mogelijkheden om het autoverkeer te verminderen en te zorgen voor een goede verkeersafwikkeling; de maatregelen die bij bestaande woningen nodig zijn om aan de eisen van de Wet geluidhinder te voldoen; de gevolgen van de aanleg van de oeverzone en van extra bootverkeer en recreatie voor de kwetsbare natuur en vogelsoorten van het Natura 2000-gebied. Het advies van de Cie-m.e.r. is waar nodig verwerkt in het MER en het bestemmingsplan. De manier waarop dit is gebeurd, is terug te lezen in de Nota vooroverleg bestemmingsplan en MER Strandeiland. Ter inzage legging MER bij het bestemmingsplan Strandeiland Het ontwerpbestemmingsplan Strandeiland wordt als integraal document met het MER ter inzage gelegd.
Eenieder krijgt hierbij de mogelijkheid om gedurende een termijn van 6 weken zienswijzen naar voren te brengen op het ontwerpbestemmingsplan / MER Strandeiland. Zienswijzen op het MER kunnen zich uitsluitend richten op de volledigheid en juistheid van het milieueffectrapport. Vervolg bestemmingsplanprocedure Strandeiland De ingebrachte zienswijzen en adviezen op het MER worden voorzien van een inhoudelijke beantwoording in de Nota van beantwoording MER Strandeiland. Het bestemmingsplan Strandeiland wordt samen met het MER en de Nota van beantwoording door het College van B&W van gemeente Amsterdam aangeboden ter vaststelling door de gemeenteraad van Amsterdam. Na vaststelling van het ruimtelijk besluit door de gemeenteraad bestaat de mogelijkheid om beroep tegen het ruimtelijk besluit (en het MER als integraal onderdeel van het bestemmingsplan) aan te tekenen bij de Raad van State. Evaluatie/monitoring
Gemeente Amsterdam
blz. 98
Na vaststelling van het bestemmingsplan Strandeiland is het bevoegd gezag verplicht de daadwerkelijke milieugevolgen van de uitvoering van de voorgenomen activiteit te onderzoeken. Dit houdt in dat nagegaan dient te worden of de effectvoorspellingen in het MER Strandeiland juist zijn geweest (zie voor een uitwerking hoofdstuk 20).
4.2
Doelen en ambities
Gemeente Amsterdam wil koploper zijn op het gebied van duurzaamheid, waarbij Strandeiland een voorbeeld wordt voor de duurzame wijk van de toekomst. De belangrijkste duurzaamheidsaspecten zijn: duurzame energie, circulaire economie, klimaatbestendige stad en natuurinclusief. Naast een duurzaam eiland wil Amsterdam ook een gezond eiland zijn, oog hebben voor natuur, een groen/blauw woonmilieu hebben en een goede bereikbaarheid garanderen. In bijlage Ambities, hoofdkeuzes en maatregelen zijn de ambities beschreven en uitgewerkt, waarbij concrete maatregelen zijn benoemd om invulling te kunnen geven aan deze ambities. Dit hoofdstuk vat de resultaten uit die bijlage samen en geeft weer op welke manier deze maatregelen zijn meegenomen in de effectbeoordeling van dit MER. Voor de ontwikkeling van Strandeiland dient rekening te worden gehouden met verschillende nationale, provinciale, regionale en gemeentelijke beleidskaders. In dit hoofdstuk is op hoofdlijnen een beschrijving gegeven van vigerende wet- en regelgeving en beleid voor zover dat relevant is voor de ontwikkeling van Strandeiland. 4.2.1
Doelen
Met de ontwikkeling van Strandeiland wordt verder gebouwd aan de IJburgarchipel. Strandeiland behoort met 8.000 woningen tot de grootste toekomstige stadswijken van Amsterdam. Met de ontwikkeling van Strandeiland, gelegen aan de IJburgbaai met een groot stadsstrand en aan de zuidzijde een ruige natuurrand aan het IJmeer, wordt een nieuw stuk Amsterdam gecreëerd dat een woonplek moet bieden aan circa 20.000 Amsterdammers. Strandeiland biedt plek aan iedereen, van jong tot oud; aan eenpersoonshuishoudens, maar vooral aan gezinnen. De gemeente Amsterdam heeft bij de ontwikkeling van Strandeiland een hoog ambitieniveau op verschillende gebieden. De ambities worden in de paragraaf hieronder toegelicht. 4.2.2
Ambities
Voor de ontwikkeling van Strandeiland heeft de gemeente Amsterdam de volgende ambities geformuleerd: Strandeiland als groen/blauw woonmilieu; IJburg te gast in het IJmeer; Gezond Strandeiland; Duurzaam Strandeiland; Bereikbaar Strandeiland. Het verwezenlijken van bovenstaande ambities is niet vanzelfsprekend. In de meeste gevallen is het noodzakelijk keuzes te maken. Omwille hiervan zijn per ambitie diverse thema's onderscheiden waarvoor hoofdkeuzes zijn gemaakt. Per hoofdkeuze zijn vervolgens maatregelen benoemd die kunnen bijdragen aan het behalen van de ambitie. Bepaalde maatregelen kunnen op korte termijn worden uitgevoerd, terwijl andere maatregelen pas op de langere termijn (kunnen) worden uitgevoerd om de ambitie te behalen. Dit past bij het groeimodel dat in het bestemmingsplan is toegepast. In bijlage 21 Ambities, hoofdkeuzes en maatregelen is een uitgebreide uitwerking opgenomen van de gemaakte hoofdkeuzes en daaraan gekoppelde maatregelen.
bestemmingsplan_IJburg 2e fase - Strandeiland (vastgesteld)
blz. 99
Van de benoemde maatregelen maakt een deel integraal onderdeel uit van het Stedenbouwkundige plan dat in november 2019 is vastgesteld. Andere maatregelen zijn bedoeld voor de langere termijn. In deze paragraaf wordt deze tweedeling in maatregelen nader uitgewerkt. Voor de maatregelen die onderdeel uitmaken van het Stedenbouwkundige plan geldt dat deze bij de effectbeoordelingen in de hoofdstukken 5 t/m 10 meegenomen zijn. Mogelijke (positieve of negatieve) effecten als gevolg van deze maatregelen zijn integraal in de effectbeoordeling verwerkt. De lange termijn maatregelen zullen in die hoofdstukken terugkomen als mitigerende, optimaliserende of compenserende maatregelen die op langere termijn genomen kunnen worden. Het bepalen van de mogelijkheid en soms misschien noodzaak om deze lange termijn maatregelen uit te voeren kan als onderdeel van het monitoringsplan voor Strandeiland worden meegenomen. Hier wordt nader op ingegaan in paragraaf 20.3. In onderstaand schema is een overzicht gegeven van de hoofdkeuzes die per ambitie zijn gemaakt.
Schema met gemaakte hoofdkeuzes per ambitie zoals opgenomen in bijlage 21 Ambities, hoofdkeuzes en maatregelen
4.3
Referentiesituatie, planvoornemen en alternatieven
In het kader van het MER worden de effecten van de voorgenomen activiteit afgezet tegen de 'referentiesituatie'. Als referentiesituatie geldt de situatie die ontstaat wanneer bestemmingsplan IJburg 2e fase uit 2009 volledig wordt gerealiseerd. Dit MER kijkt dus naar de verschillen in effecten die het aangepaste plan voor Strandeiland heeft ten opzichte van het plan IJburg 2e fase zoals dat op dit moment gerealiseerd kan worden. In dit hoofdstuk wordt uitgebreid stil gestaan bij de verschillen tussen de huidige situatie, de autonome ontwikkelingen, de referentiesituatie en de voorgenomen activiteit.