CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

A - 15 Raadsaangelegenheden (7) bijlage 2. verslag hoozitting Hoogte Kadijk

RAAD 29 november 2023, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Instemmen met het niet-ontvankelijk verklaren van het bezwaar tegen het besluit tot vestiging van het gemeentelijk voorkeursrecht op locatie Hoogte Kadijk 401 te Amsterdam VN2023-0248571.563 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Verslag hoorzitting donderdag 28 september 2023 Kenmerk DJ.23.013.951.00i

Hoorzitting inzake bezwaar tegen het besluit van 1.0 mei 2023, waarmee door de gemeenteraad een voorkeursrecht is bestendigd op locatie Hoogte Kadijk 4o3. te Amsterdam. De hoorzitting heeft plaatsgevonden op 28 september 2023 in de Piet Nakzaal van het Stadhuis. Aanwezig waren: Bezwaarschriftencommissie gemeenteraad •

Mevrouw mr. N.A. van Renssen, voorzitter bezwaarschriftencommissie gemeenteraad

•

De heer drs. M. Belkasmi, commissielid bezwaarschriftencommissie gemeenteraad

•

Mevrouw mr. L. van Langen, am btelijk secretaris bezwaarschriftencommissie gemeenteraad Bezwaarmaker

• Verweerder • •

1.

, Juridisch Grondzakendeskundige en Register-Taxateur , adviseur Grond en Ontwikkeling

Opening hoorzitting

De voorzitter opent de hoorzitting, vraagt de aanwezigen zich voorte stellen en licht de bezwaarprocedure toe. Daarbij merkt zij op dat de bezwaarschriftencommissie (commissie) bestaat uit leden van de gemeenteraad die door hun fractie voor deze commissie voorgedragen zijn. Het betreft dus een commissie die wordt gevormd door leden van het bestuursorgaan dat het besluit genomen heeft. Dit is van belang omdat dit betekent dat niet vereist is dat de leden niet bij de voorbereiding van het betrokken besluit betrokken mogen zijn geweest. Verder licht de voorzitter toe dat de commissie aan de hand van de stukken en deze hoorzitting een advies uitbrengt aan de gemeenteraad. Vervolgens beslist de gemeenteraad op het bezwaar. 2. Eerste termijn bezwaarmaker gaat allereerst in op de stelling van verweerder dat hij geen belanghebbende zou zijn bij het bestreden besluit. Hij zegt op een bepaalde manier wel belanghebbende te zijn, aangezien hij zich al vijftien jaar inzet voor het behoud van de groenstrook.

merkt op n.000,- euro aan

advocaatkosten te hebben betaald in een procedure tegen de gemeente om de bomen op het perceel waar zijn woonboot aan grenst te behouden en dat is ook gelukt. De gemeente heeft naar aanleiding hiervan belooft onderhoud te plegen, maar dit is volgens

nooit gebeurd.

heeft op

eigen kosten onderzoek laten uitvoeren naar de staat van de bomen. Hij spreekt de hoop uit dat de gemeente en de ontwikkelaar het belang zien om de groenstrook te behouden.

Daarnaast vindt

dat de gemeente te makkelijk uitgaat van de juistheid van de

kadastertekening. Volgens

komt de tekening niet overeen met de ligplaatsen van de

woonboten. De gemeente zou hier onderzoek naar moeten doen. Tot slot vindt

dat de gemeente in heldere taal moet communiceren met bewoners. Als het

de bedoeling is om een elektraverdeelstation te plaatsen, noem het dan ook zo en niet 'openbare nutsvoorziening, verkeer en cultuur met bijbehorende voorzieningen.' Volgens

kan

iedereen begrijpen dat een verdeelstation nodig is, maar hij roept de gemeente op de groenstrook te behouden en de buurt beter te informeren. 3.

Eerste termijn verweerder benadrukt dat met het bestreden besluit een voorkeursrecht is gevestigd op twee

percelen. Dit heeft tot gevolg dat de eigenaar of een beperkt gerechtigde bij een voorgenomen verkoop, hun (eigendom op de) percelen als eerst aan de gemeente te koop dienen aan te bieden. stelt dat alleen de eigenaar en beperkt zakelijk gerechtigden belanghebbende bij een besluit tot vestiging van voorkeursrecht zijn. In dit geval is het Rijksvastgoedbedrijf eigenaar van de percelen. Hij begrijpt dat

zich zorgen maakt, omdat

woonachtig is op het

is volgens

echter geen

woonschip nabij de vestigingslocatie.

belanghebbende bij het bestreden besluit. Hij is namelijk geen eigenaar en hij is geen beperkt zakelijk gerechtigde als bedoeld in de Wet voorkeursrecht gemeenten.

kan zijn bezwaren pas in

een latere fase naar voren brengen, namelijk bij de totstandkoming van het omgevingsplan waarbij hij waarschijnlijk wel belanghebbende zal zijn. Vervolgens merkt

op dat de Wet voorkeursrecht gemeenten voorschrijft dat de

toegedachte bestemming wordt genoemd. Een 'verdeelstation' is geen bestemming, een nutsvoorziening is dat wel. Over de kadastrale kaart zegt

dat aan de wettelijke verplichting is voldaan door een

kaart afkomstig van het Kadaster bij het besluit te voegen. De gemeente mag uitgaan van de juistheid daarvan en er geldt volgens Tot slot geldt merkt

geen nadere onderzoeksplicht. op dat de mededeling van een besluit tot aanwijzing alleen

hoeft worden gedaan aan de eigenaar of de beperkt gerechtigde. Aangezien

dat niet is, is

er geen individuele mededeling aan hem gedaan. 4.

Vragen commissie aan bezwaarmaker

De commissie vraagt allereerst of

kan aanwijzen waar precies zijn woonboot ligt.

wijst dit aan op de luchtfoto die hij bij zijn bezwaarschrift heeft gevoegd. De commissie constateert dat de woonboot, met tussenkomst van een steiger, grenst aan perceel 5127. Dit perceel is de groenstrook waar een voorkeursrecht op is gevestigd. Op de vraag van de commissie hoe

gebruikt maakt van de groenstrook, antwoordt hij dat

hij hier dagelijks gebruik van maakt als toegang tot zijn woonboot en als twin. Ook voor de bewoner van de woonboot gelegen naast die van woonboot.

functioneert de groenstrook als toegang tot de

licht toe geen overeenkomst te hebben met het Rijksvastgoedbedrijf over het

gebruik van de groenstrook. Volgens bezwaarmaker heeft de vorige eigenaar van het perceel (NS) destijds aangegeven dat

de groenstrook kon gebruiken, omdat deze eigenaar hier niets meedeed.

De commissie vraagt daarna welke gevolgen het bestreden besluit volgens

heeft.

merkt op dat hij bang is dat al het groen zal verdwijnen en daarmee het aanzicht en de schaduw die de groenstrook biedt. 5.

Vragen commissie aan bezwaarmaker

De commissie vraagt waarom de gemeente is overgegaan tot het vestigen van een voorkeursrecht op de twee percelen.

licht toe dat er een traject is gestart om te bekijken waar de onderstations

gerealiseerd kunnen worden. Het traject bevindt zich nog in een verkennende fase. Er vinden gesprekken plaats met TenneT en Liander.

merkt op dat voor het realiseren van de onderstations door

Tennet en Liander naast de twee percelen van het Rijksvastgoedbedrijf ook het perceel van EG Esso onderdeel van de verkenning is. Meer dan dat is op dit moment nog niet duidelijk. op de zorgen van

merkt

te begrijpen. De intentie van de gemeente is om de overlast te beperken.

Ook probeert de gemeente de buurt op een goede manier bij dit proces te betrekken. Op de vraag van de commissie of

geen beperkt zakelijk gerechtigde is, antwoordt

als volgt. In de Wet voorkeursrecht is een beperkt zakelijk gerechtigde enkel degene met een recht van opstal, erfpacht, beklemming of vruchtgebruik.

is van mening dat

geen beperkt zakelijk gerechtigde is. Op de vraag van de voorzitter of er geen sprake is van erfdienstbaarheid antwoordt

dat de Wet voorkeursrecht gemeenten hier geen

betrekking op heeft. De heer Belkasmi stelt vervolgens een vraag over een uitspraak die in het verweerschrift staat (ECLI:NL:RBMNE:2o23:1676). In die zaak ging het over een bewoner wiens perceel direct grenst aan de aangewezen percelen. De rechtbank oordeelde dat deze bewoner geen belanghebbende is. De heer Belkasmi vraagt of de uitspraak van toepassing is, omdat gebruik maakt van het perceel als tuin.

antwoordt dat ook dan

geen

belanghebbende is. De voorzitter vraagt of een groenstrook ook onder de toegedachte bestemming 'openbare nutsvoorziening, verkeer en cultuur met bijbehorende voorzieningen' kan vallen. antwoordt dat hij niets kan beloven; veel is nog onduidelijk omdat het traject zich in de eerste fase van het planproces bevindt. Zo is er gedacht aan een expositieruimte, maar dat is nog niet concreet. merkt op dat het niet bij voorbaat de bedoeling is van de gemeente om alles weg te halen, tegelijkertijd is er een ambitie om de capaciteit van het elektriciteit netwerk uit te breiden. vult aan dat het voor toepassing van artikel 5 van de Wvg voldoende is dat er een globaal beeld is. Verdere planvorming zal moeten uitwijzen of groenstrook kan blijven. Op de vraag of de gemeente al voor de hoorzitting met dat hij inderdaad uitgebreid met bevestigt dit en geeft aan dat het een prettig gesprek was.

in contact is getreden, antwoordt heeft gesproken. merkt op dat hij worstelt met

de juiste wijze om de buurt te betrekken. Niet omdat hij dat niet wil, maar meer omdat het traject zich nog in de eerste fase bevindt. Toch is zijn voornemen om via een brief of bijeenkomst de buurt te informeren over het proces. Daarbij zal hij wel duidelijk aangeven dat er nog veel onzekerheden in het proces zitten.

De voorzitter vraagt of

weet welke toezeggingen de gemeente heeft gedaan over het

onderhoud van de groenstrook.

antwoordt dat hij dat niet weet, maar wel kan kijken of er

destijds afspraken zijn gemaakt en of hij daarin lets kan betekenen. 6.

Tweede termijn bezwaarmaker wenst nogmaals het belang van de groenstrook te benadrukken.

vindt dat

er al zo weinig groen is in de stad. Als de groenstrook kan worden behouden roept hij op de gemeente die te behouden. Tot slot zegt hij dat communicatie met buurt op prijs stelt. 7.

Tweede termijn verweerder merkt op dat hij begrijpt dat de groenstrook een prettige plek is voor de buurt. Hij zegt dat

hij vanuit zijn rol zal proberen het belang van de groenstrook goed in het oog te houden. tegelijkertijd ligt er een lastige opgave om in de buurt de capaciteit te vergroten gezien de beperkte ruimte. En ook Liander en TenneT zullen met eisen komen. Het is aan de gemeente om beide belangen in te passen. 8.

Sluiting hoorzitting

De voorzitter merkt op dat de commissie een advies zal opstellen. Dit advies wordt naar verwachting aan de gemeenteraad ter besluitvorming voorgelegd tijdens de raadsvergadering van 8 november 2023. De voorzitter sluit daarop de hoorzitting. Amsterdam, 1.3 november 2023 De bezwaarschriftencommissie,

N

van Renssen

,'Utter bezw rcommissie gemeenteraad

L. van Langen Ambtelijk secretaris

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13513461/1