CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

A - 15 Raadsaangelegenheden (7) bijlage 1. advies bezwaarschriftencommissie

RAAD 29 november 2023, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Instemmen met het niet-ontvankelijk verklaren van het bezwaar tegen het besluit tot vestiging van het gemeentelijk voorkeursrecht op locatie Hoogte Kadijk 401 te Amsterdam VN2023-0248571.995 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

X

x x

Gemeente Amsterdam

Advies bezwaar inzake het besluit van de gemeenteraad van 10 mei 2023, waarmee een voorkeursrecht is gevestigd op locatie Hoogte Kadijk 401 te Amsterdam

Advies over het bezwaarschrift ingediend door

,

tegen het besluit van de gemeenteraad van de gemeente Amsterdam van io mei 2023 tot vestiging van het gemeentelijk voorkeursrecht ex artikelen 2 en 5 van de Wet voorkeursrecht gemeenten op locatie Hoogte Kadijk 4oite Amsterdam.

Aan de gemeenteraad, i. Advies De bezwaarcommissie adviseert om: Het bezwaar niet-ontvankelijk te verklaren, omdat

geen belanghebbende is bij het

besluit van 1.0 mei 2023. U treft hieronder de overwegingen aan. 2. Inleiding en procesverloop

Bij besluit van 14 februari 2023 heeft het college van burgemeester en wethouders het gemeentelijk voorkeursrecht van toepassing verklaard op de locatie Hoogte Kadijk 4oi te Amsterdam. Dit betreft de percelen kadastraal bekend als gemeente Amsterdam, sectie 0, nummers, 4233 en 5127. Dit besluit is in werking getreden met ingang van 16 februari 2023. Op 10 mei 2023 heeft de gemeenteraad het, door het besluit van burgemeester en wethouders van 14 februari 2023 gevestigde gemeentelijk voorkeursrecht, bestendigd op grond van artikelen 2 en 5 Wet voorkeursrecht gemeenten. Dit raadsbesluit is door middel van publicatie bekendgemaakt in het Gemeenteblad van 11 mei 2023, waarna het gemeentelijk voorkeursrecht in werking is getreden met ingang van 12 mei 2023. (bezwaarmaker) heeft bij brief van 20 juni 2023 bezwaar ingediend tegen het besluit van io mei 2023. Hij is woonachtig in een woonboot die grenst aan perceel met nummer 5127.

Advies (very(*)

Gemeente Amsterdam

Pagina 2 van 6

Op 28 september 2023 heeft een hoorzitting over het bezwaar plaatsgevonden. Een verslag van de hoorzitting is bijgevoegd bij dit advies. 3. Juridisch kader Het juridisch kader in deze zaak wordt gevormd door de Algemene wet bestuursrecht (Awb) en meer specifiek door de Wet voorkeursrecht gemeenten (Wvg): Artikel 1:2 Awb 1. Onder belanghebbende wordt verstaan: degene wiens belang rechtstreeks bij een besluit is betrokken. 2.Ten aanzien van bestuursorganen worden de hun toevertrouwde belangen als hun belangen beschouwd. 3.Ten aanzien van rechtspersonen worden als hun belangen mede beschouwd de algemene en collectieve belangen die zij krachtens hun doelstellingen en blijkens hun feitelijke werkzaamheden in het bijzonder behartigen. In de artikelen i en volgende van de Wvg staat: Artikel 1 In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder: a. bestemmingsplan: bestemmingsplan als bedoeld in artikel 3.1 van de Wet ruimtelijke ordening; b. inpassingsplan: inpassingsplan als bedoeld in artikel 3.26 onderscheidenlijk 3.28 van de Wet ruimtelijke ordening; c. Onze Minister: Onze Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer; d. structuurvisie: structuurvisie als bedoeld in artikel 2.1, 2.2 onderscheidenlijk 2.3 van de Wet ruimtelijke ordening; e.

vervreemder: eigenaar van een onroerende zaak of rechthebbende op een beperkt recht als bedoeld in onderdeel f die tot vervreemding wenst over te gaan, alsmede degene die bij ontbinding van een gemeenschap met de vereffening is belast en tot vervreemding wenst over te gaan; f. vervreemding: overdracht in eigendom of verdeling van een onroerende zaak alsmede overdracht of verdeling dan wel vestiging van een recht van opstal, erfpacht, beklemming of vruchtgebruik, waaraan een onroerende zaak is onderworpen. Artikel 2 De gemeenteraad kan gronden aanwijzen waarop de artikelen io tot en met 15, 24 en 26 van toepassing zijn.

Artikel 3

2

Advies (vervolg)

Gemeente Amsterdam

Pagina 3 van 6

1. Voor aanwijzing komen in aanmerking gronden waaraan bij het bestemmingsplan of inpassingsplan een niet-agrarische bestemming is toegekend en waarvan het gebruik afwijkt van dat plan. 2. Een besluit tot aanwijzing vermeldt ten aanzien van de onroerende zaken waarop het betrekking

heeft: a. de kadastrale aanduiding; b. de grootte van elk van de desbetreffende percelen volgens de kadastrale registratie; c. de grootte van een perceelsgedeelte, indien de aanwijzing betrekking heeft op een gedeelte van een onroerende zaak, en d. de namen van de eigenaren van de desbetreffende onroerende zaken en van de rechthebbenden op de beperkte rechten waaraan die zaken zijn onderworpen. 3. Bij het besluit behoort een kadastraal overzicht waarop duidelijk zijn aangegeven de gronden waarop de aanwijzing betrekking heeft en de bijbehorende percelen of perceelsgedeelten.

Artikel s 1. In afwijking van de artikelen 3, eerste lid, en 4, eerste lid, komen voor aanwijzing ook in aanmerking gronden die nog niet zijn opgenomen in een bestemmingsplan, inpassingsplan, of structuurvisie, maar waarbij in het besluit tot aanwijzing aan de betrokken gronden een nietagrarische bestemming wordt toegedacht en waarvan het gebruik afwijkt van die bestemming. In het besluit tot aanwijzing wordt aangegeven of nadien nog zal worden overgegaan tot het vaststellen van een structuurvisie. 2. Artikel 3, tweede en derde lid, is van toepassing.

Artikel 7 1. Het besluit tot aanwijzing of voorlopige aanwijzing wordt door het college van burgemeester en wethouders bekendgemaakt. Het besluit treedt in werking de dag na dagtekening van het gemeenteblad waarin het is bekendgemaakt. 2. Van het besluit tot aanwijzing of voorlopige aanwijzing wordt door het college van burgemeester en wethouders mededeling gedaan aan ieder van de in het besluit vermelde eigenaren en beperkt gerechtigden. 4. Bezwaren Tegen het besluit zijn de volgende bezwaren aangevoerd door bezwaarmaker:

a. Het perceel kadastraal bekend als gemeente Amsterdam, sectie 0, nummer 5127, is een beschermde en compleet omheinde groenstrook die toegang tot de woonboot van bezwaarmaker biedt en tevens de tuin van bezwaarmaker is. Het bijvoegen van dit perceel leidt tot nadelige consequenties voor de bewoners, hun privacy en woongenot.

3

Advies (vervolg)

Gemeente Amsterdam

Pagina 4 van 6

b.

Bezwaarmaker acht de reden en noodzaak om bij voorbaat de groenstrook te betrekken in het vestigingsgebied niet aangetoond. Bovendien zijn de ideeen van de gemeente te vaag en is er slechts sprake van 'verkennend onderzoek'.

c.

Bezwaarmaker heeft geen afzonderlijke kennisgeving mogen ontvangen, terwijI in de kennisgeving wel is vermeld: 'eigenaren en beperkt gerechtigden met betrekking tot deze percelen ontvangen een dezer dagen een afzonderlijke kennisgeving'.

d. Bezwaarmaker stelt dat de kadastertekening geheel niet overeenkomt met de werkelijke situatie van de ligplaatsen van de woonboten. e.

Ten slotte maakt bezwaarmaker bezwaar tegen het feit dat er in het besluit alleen wordt gesproken van een 'openbare nutsvoorziening, verkeer, en cultuur met bijbehorende voorzieningen', in plaats van een elektraverdeelstation. Bezwaarmaker is van mening dat de gemeente had moeten zeggen dat er een elektraverdeelstation komt.

5. Verweren In het verweerschrift is -zakelijk samengevat- het volgende naar voren gebracht: Allereerst stelt verweerder dat bezwaarmaker geen belanghebbende is in de zin van artikel 1:2 van de Awb. Dit heeft tot gevolg dat het bezwaar niet-ontvankelijk is. Volgens verweerder is bezwaarmaker geen belanghebbende, omdat hij geen eigenaar of beperkt zakelijk gerechtigde is van de percelen waar een voorkeursrecht op gevestigd is. Uit de Wet voorkeursrechten gemeenten, artikel 1:2 van de Awb en vaste jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State volgt dat alleen de eigenaar of zakelijk beperkt gerechtigde belanghebbende is bij een besluit tot vestiging van een voorkeursrecht. Alleen deze belanghebbenden dienen namelijk als gevolg van dit besluit hun eigendom of zakelijk recht eerst aan de gemeente te koop te bieden. Ondanks het feit dat verweerder van mening is dat het bezwaar niet-ontvankelijk is, is verweerder in het verweerschrift ingegaan op de bezwaren van bezwaarmaker. a.

Door de vestiging van een gemeentelijk voorkeursrecht moeten eigenaren hun percelen als eerst aan de gemeente te koop dienen aan te bieden. De bezwaren die bezwaarmaker heeft zijn voornamelijk planologisch van aard en niet zozeer gericht tegen het voorkeursrechtbesluit. De behandeling van dergelijke bezwaren komt pas aan de orde in

4

Advies (vervolg)

Gemeente Amsterdam

Pagina 5 van 6

het kader van de totstandkoming van het omgevingsplan, waarbij bezwaarmaker hoogstwaarschijnlijk wel belanghebbende in de zin van artikel 1:2 van de Awb zal zijn. b.

Verweerder stelt dat bij vestiging van het voorkeursrecht door toepassing van artikel 5 Wvg, er nog geen concreet plan behoeft te zijn om tot vestiging over te kunnen gaan. Met name bij toepassing van artikel 5 Wvg is inherent is dat van de toegedachte bestemmingen nog slechts een globaal beeld bestaat.

c.

Ingevolge artikel 7, lid 2 Wet voorkeursrecht gemeenten dient door het college van burgemeester en wethouders enkel mededeling te worden gedaan aan ieder van de in het besluit vermelde eigenaren en beperkt gerechtigden. Bezwaarmaker is volgens de registers van het Kadaster geen eigenaar van of beperkt zakelijk gerechtigde van een van de percelen en daarom is aan hem geen afzonderlijke kennisgeving gestuurd.

d.

De gemeente is ingevolge artikel 3, lid 3, Wet voorkeursrecht gemeenten gehouden om een kadastraal overzicht aan het besluit toe te voegen. Verweerder is van mening dat de gemeente van de juistheid van het materiaal afkomstig uit de openbare registers van het Kadaster mag gaan.

e.

Ingevolge artikel 5, lid 1, Wet voorkeursrecht gemeenten gehouden om in het vestigingsbesluit aan te geven dat de toegedachte niet-agrarische bestemmingen afwijken van het huidige gebruik. Een elektraverdeelstation is geen afzonderlijke bestemming, maar deze valt onder de bestemming openbare nutsvoorziening. Dit is volgens verweerder de reden waarom de gemeente deze terminologie heeft gehanteerd.

6. Ontvankelijkheid Een bezwaar kan niet-ontvankelijk worden verklaard. Als dat het geval is, dan betekent dit dat het bezwaar niet inhoudelijk wordt behandeld. Er zijn volgens de wet verschillende redenen om een bezwaar niet-ontvankelijk te verklaren. Zo kan een bezwaarschrift te laat zijn ingediend. Of iemand maakt bezwaar tegen een beslissing van de raad of college waartegen geen bezwaar mogelijk is, omdat het geen besluit is in de zin van de Awb. Een bezwaar kan ook niet-ontvankelijk worden verklaard als de indiener geen belanghebbende is. Uit artikel 1:2, eerste lid, van de Awb volgt dat een belanghebbende degene is wiens belang rechtstreeks bij het besluit is betrokken. Uit jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak over dit artikel blijkt dat sprake moet zijn van een objectief bepaalbaar, actueel, eigen en persoonlijk belang dat hem in voldoende mate onderscheidt van anderen en dat rechtstreeks wordt geraakt door het bestreden besluit (zie bijvoorbeeld ABRvS 27 november 2019,

5

Advies (vervolg)

Gemeente Amsterdam

Pagina 6 van 6

ECLI:NL:RVS:2019:40o7).

heeft slechts een afgeleid belang en geen belang dat

rechtstreeks bij het bestreden besluit is betrokken. De commissie is van oordeel dat bezwaarmaker daarom geen belanghebbende is bij het besluit van 10 mei 2023. Uit de Wet voorkeursrecht gemeenten en jurisprudentie volgt dat alleen eigenaren of rechthebbenden van een beperkt recht belanghebbende zijn bij een besluit tot vestiging van een voorkeursrecht.

is geen eigenaar van een van de percelen waar een voorkeursrecht

op is gevestigd. De eigenaar is het Rijksvastgoedbedrijf. Het Rijksvastgoedbedrijf heeft wel een rechtsreeks belang bij het besluit en zou wel bezwaar kunnen maken tegen het besluit van lo mei 2023. Ook heeft de commissie vastgesteld dat

geen rechthebbende van een beperkt recht

is als bedoeld in artikel 1, onder f van de Wvg. Dat zijn een recht van opstal, erfpacht, beklennnning of vruchtgebruik. Ondanks dat

de strook gebruikt om zijn woonboot te bereiken en

heeft geInvesteerd in het onderhoud van het groen, leidt dit niet tot een beperkt recht als bedoeld in de Wvg. Daarom is bezwaarmaker niet belanghebbend bij het bestreden besluit op grond van de Wet voorkeursrecht gemeenten. Aangezien het bezwaar van

niet-ontvankelijk is, gaat de commissie niet in op de

bezwaren die hij in zijn bezwaarschrift heeft genoemd. De commissie merkt hierbij wel op dat verweerder tijdens de hoorzitting een toelichting heeft gegeven per bezwaargrond. Bovendien heeft verweerder op de hoorzitting aan

toegelicht in welke fase van de planvorming

hij wel zijn bezwaren over de groenstrook kan uiten. Ten slotte vindt de commissie het van belang dat verweerder heeft toegezegd te proberen de buurtbewoners beter op de hoogte te houden van de plannen. Zie hiervoor het verslag van de hoorzitting. 7. Conclusie en advies De commissie adviseert de raad het bezwaar van

gericht tegen het besluit van io

mei 2023 niet-ontvankelijk te verklaren. Amsterdam, 13 november 2023

N.A.

n,

V erzitter bezwaa

L. van Langen, mmissie gemeenteraad

Ambtelijk secretaris

6

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13513460/1