CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

A - 15 Openbare Orde en Veiligheid (4) 00 Voordracht Wijzigen Algemene Plaat

RAAD 26 mei 2021, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Wijzigen Algemene Plaatselijke Verordening (APV) in verband met een uitbreiding van de grondslagen voor verblijfsverboden en enkele andere wijzigingen. VN2021-0103131.405 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Gemeenteraad

VN2021-010313 Directie juridische zaken

RAAD

Voordracht voor de raadsvergadering van 26 mei 2021

Portefeuille

Openbare Orde en Veiligheid

Agendapunt

14

Datum besluit

26 maart 2021 26 maart 2021 Onderwerp

Wijzigen Algemene Plaatselijke Verordening (APV) in verband met een uitbreiding van de grondslagen voor verblijfsverboden en enkele andere wijzigingen De gemeenteraad van Amsterdam besluit

vast te stellen de ‘Verordening van de raad van de gemeente Amsterdam tot wijziging van de Algemene plaatselijke verordening 2008 in verband met een uitbreiding van de grondslagen voor verblijfsverboden en enkele andere wijzigingen (Verordening uitbreiding verblijfsverboden Amsterdam)’ zoals opgenomen in bijlage 1, waarmee de APV zo gewijzigd wordt dat: 1. een verblijfsverbod in de zin van artikel 2.9 kan worden afgegeven bij hinderlijk gedrag in of bij gebouwen zoals bedoeld in artikel 2.18, eerste en tweede lid, APV; 2. de bevoegdheid van de burgemeester om groepsrondleidingen te verbieden wordt verwijderd; 3. het opleggen van een last onder bestuursdwang of dwangsom wegens hinder in en om de woning zowel aan de gebruiker, als de huurder, verhuurder of eigenaar van de woning kan worden opgelegd. Wettelijke grondslag

Artikel 149 Gemeentewet De raad maakt de verordeningen die hij in het belang van de gemeente nodig oordeelt. Artikel 151d Gemeentewet De raad kan bij verordening bepalen dat degene die een woning of een bij die woning behorend erf gebruikt of tegen betaling in gebruik geeft, er zorg voor draagt dat door gedragingen in of vanuit die woning of dat erf of in de onmiddellijke nabijheid van die woning of dat erf geen ernstige en herhaaldelijke hinder voor omwonenden wordt veroorzaakt. Bestuurlijke achtergrond

Ten aanzien van verblijfsverboden (artikel 2.9) Op 26 maart jl. heeft uw gemeenteraad een brief ontvangen van de driehoek met het onderwerp ‘Maatregelen en onderzoeken straatdealers en ingezetenencriterium coffeeshops’. Deze voorgestelde APV-wijziging is één van de maatregelen die worden aangekondigd in de brief. Ten aanzien van groepsrondleidingen (artikel 2.16B) Het college heeft het rondleidingenbeleid aangescherpt in het ‘Ontheffingsbeleid rondleidingen 2020’. Dit beleid is verderstrekkend dat het op basis van dit artikel gevoerde beleid van de burgemeester. De bevoegdheid uit dit artikel is om die reden achterhaald. Ten aanzien van hinder in en om de woning (artikel 2.18A) Het artikel uit de Gemeentewet waarop de APV-bepaling is opgenomen (artikel 151d, ook wel Wet aanpak woonoverlast genoemd) is begin 2021 gewijzigd. Vanwege die wijziging kan een uitbreiding van de APV worden voorgesteld, in die zin dat het opleggen van een last onder bestuursdwang

Gegenereerd: v1.1

1

Gemeenteraad

VN2021-010313 Directie juridische zaken

RAAD

Voordracht voor de raadsvergadering van 26 mei 2021

of dwangsom wegens hinder in en om de woning zowel aan de gebruiker, als de (ver)huurder of eigenaar van de woning kan worden opgelegd. De verordening heeft niet ter inspraak gelegen, omdat het voorstel van ondergeschikte betekenis is (artikel 4 onder c van de Inspraakverordening). Onderbouwing besluit

Ten aanzien van verblijfsverboden (artikel 2.9) De driehoek heeft de gemeenteraad bij brief van 26 maart 2021 geïnformeerd over maatregelen en onderzoeken straatdealers mede in relatie tot het ingezetenencriterium coffeeshops. In deze brief worden maatregelen aangekondigd die zich primair richten op het tegengaan van de met het straatdealen in (nep)drugs samenhangende overlast en openbare orde problemen in de binnenstad. Door de COVID-19 pandemie en de hiertegen genomen kabinetsmaatregelen is het straatdealen gedurende de lockdowns sterk afgenomen. Gedurende de huidige lockdown is er om evidente redenen zelfs vrijwel geen sprake van straatdealen en bijbehorende problematiek. Aannemelijk is echter dat vanaf het moment dat de coronamaatregelen (sterk) versoepeld worden en er weer meer bewoners, bezoekers en toeristen op straat zijn, ook de problematiek weer (sterk) zal toenemen. Dit gebeurde ook in de zomer van 2020, toen de coronamaatregelen werden versoepeld. De driehoek wil niet wachten totdat deze problemen zich ook in de zomer van dit jaar gaan voordoen. De driehoek presenteert daarom in de brief van 26 maart jl. maatregelen die zullen worden uitgevoerd zodra dat aan de orde is. Het gaat om maatregelen op het gebied van repressie, zorg en preventie die voortbouwen op de huidige aanpak.

Deze maatregelen zijn bedoeld om de meest nijpende problemen op het vlak van overlast en openbare orde aanpakken. Deze maatregelen lopen vooruit op de meer integrale en op de (middel)lange termijn gerichte vernieuwing van de aanpak straatdealers die later dit jaar zal verschijnen. Eén van de voorgestelde maatregelen heeft tot doel een effectievere handhaving door politie en gemeente op straatdealers. Tot medio 2018 was de gedraging ‘hinderlijk ophouden bij gebouwen’ (ex. artikel 2.18 APV) een grond voor een bestuurlijk verblijfsverbod. Bij een APVwijziging in 2018 is deze grond abusievelijk verwijderd van de lijst met gronden voor een verblijfsverbod. De burgemeester heeft zich gebogen over het instrument verblijfsverboden en heeft toen besloten u niet te vragen de abusievelijke verwijdering van deze grond uit de APV te herstellen. De geringe ernst van de gedraging leek niet in verhouding te staan tot de zwaarte van een verblijfsverbod. De driehoek komt nu met een pakket aan maatregelen om de overlast en openbare orde problemen die met het straatdealen van (nep)drugs gepaard gaan aan te pakken. Het pakket aan maatregelen is bovendien bedoeld om de aantrekkingskracht van de binnenstad op kwetsbare jongeren als plek om te dealen te verminderen. Om die reden wordt uw raad nu alsnog voorgesteld artikel 2.18 APV weer op te nemen op de lijst van gronden voor een verblijfsverbod.

Hierdoor kan de politie effectiever optreden bij hinderlijk gedrag bij gebouwen dat gepaard gaat met de kenmerken en/of handelingen van het straatdealen. In het verleden is dit een effectief middel gebleken om overlast van dealers tegen te gaan, bovendien is hiervoor relatief minder personele inzet van de politie nodig. Ten aanzien van groepsrondleidingen (artikel 2.16B) Op grond van artikel 2.16B kan de burgemeester in het belang van de openbare orde of veiligheid, de verkeersveiligheid, de leeaarheid of ter bestrijding van overlast in bepaalde perioden en gebieden een verbod instellen op het rondleiden van vijf of meer personen op of aan de weg. Op basis hiervan heeft de burgemeester de Wallen aangewezen waar na 19.00 uur geen rondleidingen meer mochten worden gegeven. Inmiddels heeft het college op grond van artikel 2.50 het rondleidingenbeleid aangescherpt in het ‘’Ontheffingsbeleid rondleidingen 2020’’, en geldt er een algeheel verbod op rondleidingen langs prostitutieramen. Het recente beleid is verderstrekkend dan het besluit uit 2019. De bevoegdheid uit

Gegenereerd: v1.1

2

Gemeenteraad

VN2021-010313 Directie juridische zaken

RAAD

Voordracht voor de raadsvergadering van 26 mei 2021

artikel 2.16b is met de vaststelling van het nieuwe beleid achterhaald. Reden het artikel uit de APV te schrappen. Ten aanzien van hinder in en om de woning (artikel 2.18A) Artikel 2.18A APV, ook wel bekend als de Wet aanpak woonoverlast, verbiedt het veroorzaken van overlast of hinder vanuit of bij woningen. Bij ernstige en herhaaldelijke gemelde of door toezichthouders geconstateerde overlast kan de burgemeester overgaan tot het opleggen van een gedragsaanwijzing. Daaraan kan een last onder bestuursdwang, dan wel dwangsom, verbonden worden. In uitzonderlijke gevallen kan ook een tijdelijk huisverbod worden opgelegd. Het derde lid bepaalt op dit moment dat de gebruiker van de woning kan worden aangeschreven. Daarnaast kan ook de verhuurder worden aangeschreven als de gebruiker geen ingezetene is van Amsterdam. Die laatste toevoeging maakt dat per geval zal moeten worden vastgesteld wie de gebruiker is van de woning en waar deze persoon ingezeten is. Met ingang van 2021 heeft de wetgever de onderliggende bevoegdheid uit de gemeentewet uitgebreid. Artikel 151d is op zo’n manier gewijzigd dat de verhuurder altijd kan worden aangeschreven. Het is niet langer vereist dat de gebruiker een niet ingezetene is. Dit biedt kansen, met name bij woningen en daaraan gelijkgestelde gebouwen, die telkens kort verhuurd worden.

Dit betekent dat verhuurders sneller kunnen worden aangesproken op overlast vanuit woningen die zij verhuren. Met name bij regelmatige korte verhuur biedt dit uitkomst. De wijziging kan leiden tot effectievere inzet van de bevoegdheid van de burgemeester. Woonoverlast zal beter bestreden kunnen worden. Financiële onderbouwing Conclusie

De genoemde beslispunten in de voordracht hebben geen financiële consequenties. Geheimhouding

niet van toepassing

Welke stukken treft u aan Meegestuurd

Registratienr.

Naam

AD2021-037523

Gemeenteraad Voordracht (pdf)

AD2021-037524

Verordening APV verblijfsverbod 29-3.docx (msw12)

Registratienr.

Naam

Ter Inzage

Behandelend ambtenaar (naam, telefoonnummer en e-mailadres)

Fouzia Mahdaoui, 0612285294, f.mahdaoui@amsterdam.nl Rik Nomden, 0630166049, r.nomden@amsterdam.nl

Gegenereerd: v1.1

3

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10140694/1