A - 14 Ruimtelijke Ordening (30) 6. Meerjarenbegroting OD NKZG 2023-2026 1.0
Tekst van het document
Meerjarenbegroting 2023 – 2026
3 maart 2022
1
Begroting 2023 - 2026 Omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied
2
Inhoud 1.
INLEIDING ....................................................................................................................................... 4
2.
ONTWIKKELINGEN ............................................................................................................................ 7 2.1 SPEERPUNTEN IN DE STRATEGISCHE AGENDA 2022-2024 ............................................................ 7 1. INHOUDELIJKE OPGAVEN: KLIMAAT, MILIEU-GERELATEERDE GEZONDHEID, EN TRANSFORMATIE GEBIEDEN8 2. VERSTERKING VAN HET INSTRUMENTARIUM OP HET VAKGEBIED VERGUNNING VERLENEN, TOEZICHT HOUDEN, HANDHAVEN EN ADVISEREN ...................................................................................................... 8 3. ORGANISATIEONTWIKKELING: DE OD NZKG VAN NU EN MORGEN ........................................................ 9 2.2 SPEERPUNTEN 2023 ................................................................................................................... 9 OMGEVINGSWET .................................................................................................................................... 9 WET KWALITEITSBORGING BOUW .......................................................................................................... 10 OPVOLGING AANBEVELINGEN ONDERZOEKEN ........................................................................................ 10 2.3 ONTWIKKELING OMZET............................................................................................................... 11
3.
PROGRAMMABEGROTING 2023 ........................................................................................................ 12 3.1 PRODUCTEN.............................................................................................................................. 12 3.2 CAPACITEIT ............................................................................................................................... 13 3.3 PROGRAMMA BOUW .................................................................................................................. 14 3.4 PROGRAMMA BODEM................................................................................................................. 16 3.5 PROGRAMMA MILIEU & BRZO ................................................................................................... 18 TATA STEEL......................................................................................................................................... 22 3.6 PROGRAMMA RANDVOORWAARDELIJK ........................................................................................ 23 3.7 PROGRAMMA BEDRIJFSVOERING ................................................................................................ 26
4.
FINANCIËLE BEGROTING .................................................................................................................. 29 4.1 4.2 4.3 4.4 4.5 4.6 4.7
5.
RESULTAATMODEL .................................................................................................................... 29 UITGANGSPUNTEN VOOR DE RAMING BEGROTING OD NZKG 2023-2026 .................................... 30 TOELICHTING BIJ DE MEERJARENBEGROTING EN FINANCIËLE POSITIE............................................ 30 WEERSTANDSVERMOGEN EN RISICOBEHEERSING........................................................................ 31 ONDERHOUD KAPITAALGOEDEREN.............................................................................................. 38 FINANCIERING ........................................................................................................................... 38 BEDRIJFSVOERING .................................................................................................................... 39 BIJLAGEN...................................................................................................................................... 41
5.1 5.2 5.3 5.4 5.5 5.6 5.7 5.8
RESULTAATMODEL PER PROGRAMMA EN TAAKVELD DE BATEN EN LASTEN..................................... 41 UITVOERINGSOVEREENKOMSTEN PER DEELNEMER ...................................................................... 42 KOSTEN PER UUR, CAPACITEIT IN UREN EN FTE’S ....................................................................... 42 MEERJARIG OVERZICHT VAN DE RISICO’S .................................................................................... 43 OVERZICHT RENTE, AFSCHRIJVINGEN, EMU SALDO EN VENNOOTSCHAPSBELASTING .................... 44 GEPROGNOTISEERDE BALANS .................................................................................................... 46 VERKLARING KENGETALLEN ....................................................................................................... 47 FINANCIËLE ONTWIKKELINGEN .................................................................................................... 48
3
1.
Inleiding
De Omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied staat voor een gezonde, veilige en duurzame leefomgeving: een mooie missie in een dynamisch werkgebied waar veel verschillende en soms tegenstrijdige belangen spelen. Omdat we door de aard van ons werk meldingen en zienswijzen krijgen van omwonenden én veel bij bedrijven komen, weten we als geen andere overheid wat er speelt in ons werkgebied. We vertalen beleidsmatige opgaven van gemeenten en provincies naar de praktijk van de bedrijven, en voeden vice versa de beleidsmakers met onze ervaring in de uitvoeringspraktijk.
Strategisch agenda 2022-2024 Voor de komende drie jaar hebben we een bestuurlijk gedragen Strategische Agenda voor de OD NZKG. Bij keuzes en prioritering in de uitvoering hebben we daarmee een duidelijke focus op welke inhoudelijke doelen we als dienst bepaalde resultaten willen boeken. We adresseren daarmee de inhoudelijke opgaven op het gebied van klimaat, milieu-gerelateerde gezondheid, en transformatie gebieden. Ook versterken we ons instrumentarium op het vakgebied vergunning verlenen, toezicht houden, handhaven en adviseren en sluiten we de cyclus beleid-uitvoering. Hiermee blijven we als dienst de reguliere taken doen, en geven de grote maatschappelijke opgaven hier mede richting aan. De schaarse capaciteit én snelheid waarmee veranderingen op ons afkomen, vragen daarbij om scherpe keuzes; waarop behouden we onze inzet op het bestaande kwaliteitsniveau, waar willen wij onze inzet op intensiveren en innoveren, en wat kunnen we niet doen. Transparantie en commitment hierop geeft focus, richting en voorkomt verrassingen.
Samenlevingsgericht werken Het werk van onze dienst staat volop in de aandacht van bewoners, belangengroepen, politiek en media. De belangstelling gaat uit naar onze kennis over diverse milieuthema’s zoals de stikstofproblematiek, (opkomende of potentiële) zeer zorgwekkende stoffen, externe veiligheid en de energietransitie. Dit omvat ook de bedrijven waar veel om te doen is als het bijvoorbeeld gaat om overlast, externe veiligheid en milieu gerelateerde gezondheid. Vanuit de omgeving is er soms de kritiek dat wij als OD NZKG te soepel zouden zijn, vanuit bedrijven dat we te streng zouden zijn. Juist daarom is het belangrijk alle belanghebbenden goed te horen. Samenlevingsgericht wil zeggen dat we alle belangen die samen een samenleving maken, meewegen in ons werk. We merken dat aan het aantal vragen van bewoners en belangengroepen en die van journalisten toeneemt.
Follow-up rapport Van Aartsen Een jaar geleden heeft de commissie Van Aartsen het rapport ‘Om de leefomgeving – omgevingsdiensten als gangmaker voor het bestuur’ gepubliceerd. De commissie kwam met adviezen om het stelsel beter te laten werken en te komen tot het eerder ingrijpen om milieuschade voor te zijn. Als OD NZKG hebben we op de tien aanbevelingen een reactie en (indien nodig) acties geformuleerd. Deze hebben we gedeeld met onze opdrachtgevers en ons algemeen bestuur. Wij zijn blij met het rapport en met de aanbevelingen. De kracht van het rapport zit in de samenhang van de tien aanbevelingen. Het is de combinatie van de tien die ervoor zorgen dat het stelsel verstevigd wordt. Als OD NZKG zijn we met de aanbevelingen aan de slag samen met het Rijk, landelijke inspectiediensten, provincies, veiligheidsregio’s en andere omgevingsdiensten. Dit doen wij onder meer op kennisdeling, informatie-uitwisseling en uniformiteit van werken.
4
Regionale samenwerkingsagenda 2022-2024 In het najaar van 2021 is een nieuwe regionale Samenwerkingsagenda 2022-2024 vastgesteld. In deze Samenwerkingsagenda zijn afspraken gemaakt hoe Omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied, Omgevingsdienst IJmond, Omgevingsdienst Noord-Holland Noord en Omgevingsdienst Flevoland, Gooi & Vechtstreek samen gaan werken op diverse onderwerpen. Dit is bijvoorbeeld op data gestuurd werken, het bestrijden van milieucriminaliteit en op de bedrijfsvoering. Ook wordt, in vervolg op de eerdere vier afzonderlijke regionale VTH-strategieën, de volgende regionale VTH-strategie door de vier Omgevingsdiensten samen opgesteld. Deze samenwerking gaat een bijdrage leveren aan het creëren van een level playing field voor de bedrijven in Noord-Holland. De thema’s sluiten naadloos aan bij de aanbevelingen uit het rapport “Om de leefomgeving” van de commissie Van Aartsen. Als voorbeeld: één van de aanbevelingen uit dit landelijke rapport zoomt in op milieucriminaliteit. De ontwikkelingen in de maatschappij laten zien dat milieucriminaliteit (gemeentelijk) grensoverschrijdend is. Samenwerking in het opsporen en handhaven op crimineel gedrag is cruciaal en vergroot de kans op strafrechtelijke vervolging.
Omgevingswet De Omgevingswet en de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen wijzigen de inhoud en organisatie van ons werk ingrijpend. OD NZKG voert ter voorbereiding een implementatieprogramma uit, dat al enige jaren een behoorlijk beslag legt op onze interne capaciteit en ons opleidingsbudget. De voorbereidingen zoals het opleiden van collega’s en het aanpassen van werkprocessen lopen op schema. Veel inzet is nodig rond het Digitaal Stelsel Omgevingswet (DSO), dat ons nog grote zorgen baart en landelijk nog lang niet optimaal functioneert. Dit was voor de nieuwe minister op 1 februari 2022 aanleiding om de inwerkingtreding verder uit te stellen naar 1 januari 2023. Dit zal de transitiekosten verder doen oplopen.
Financiële uitdagingen Zoals gezegd heeft de implementatie van de Omgevingswet grote impact op ons werk. Momenteel wordt de impact in beeld gebracht en verwachten wij een sterk gewijzigde producten diensten catalogus en daaraan gekoppelde kengetallen en financiering. Gezien deze verandering valideren we onze kengetallen pas als we meer zicht en ervaring hebben op de gevolgen van de Omgevingswet op ons werk. Echter, aangezien dit een jaar later is dan voorzien is het noodzakelijk om meerdere producten eerder te valideren en met een voorstel te komen tot aanpassing van de kengetallen/volumes. De consequenties worden besproken met de opdrachtgevers. Daarnaast hebben we te maken met een aantal wettelijk taken waarvoor extra inzet nodig is. Dit betreft onder andere de implementatie van de Wet Openbare Overheid, inzet op Zeer Zorgwekkende Stoffen en het uitvoeren van de wettelijke basistaak gesloten bodem energie systemen. In 2021 zien we een toenemende vraag in oprichtingsvergunningen en Milieu Effect Rapportages.
5
In deze meerjarenbegroting zijn – na het besluit over de kadernota 2023 – daar waar mogelijk deze taken gekwantificeerd en als begrotingswijziging meegenomen. In de bijlagen van de begroting wordt duidelijk welke impact dit heeft voor onze opdrachtgevers. Hiermee hopen we richting onze opdrachtgevers transparant te zijn over wat er naar ons inzicht nodig is en om specifiek financiële mogelijkheden te onderzoeken in het begrotingsproces van de eigen gemeente of provincie. Daarnaast vormt het een basis om vanaf de zomer 2022 onze gesprekken te voeren met de opdrachtgevers voor een verdere vertaling in de afspraken voor de UVO’s 2023. De eerstvolgende wijziging van deze begroting 2023 ligt dan ook begin 2023 voor bij ons bestuur. Bovenstaande ontwikkelingen vertalen zich in de omzet en capaciteit van onze organisatie. Tata De dynamiek en de politieke aandacht in het Tata Steel dossier blijft onverminderd groot. Recent heeft Tata Steel aangekondigd om over te stappen op de waterstofroute, waarbij een beroep op de overheden is gedaan om deze ontwikkeling maximaal te faciliteren en extra inzet te plegen om vergunningsprocedures versneld te kunnen doorlopen. Deze ontwikkeling noodzaakt om extra te investeren in de uitvoering van de VTH-taken door de OD NZKG
Nieuwe werken=hybride werken Het thuiswerken tijdens de pandemie levert nieuwe inzichten op het werken op kantoor versus het werken vanuit huis. We hebben daarom een visie ontwikkeld op het nieuwe werken, die er van uitgaat dat medewerkers tijd- en plaatsbewust werken. Naar verwachting zijn medewerkers gemiddeld de helft van hun tijd nog aanwezig op ons kantoor waarbij het accent ligt op ontmoeten, samenwerken en overleggen met collega’s. Tevens is gekeken naar regelingen die dit ondersteunen en naar ons vervoersbeleid.
Tot slot We vernieuwen, sturen bij en agenderen waar nodig. In de huidige context van onder meer de enorme klimaatopgave, de stikstofcrisis en de nodige issues op het gebied van externe veiligheid doet ons werk er meer toe dan ooit. Werk waar we trots op zijn.
Loes De Maat, Algemeen directeur Omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied
6
2.
Ontwikkelingen
Wat we doen ligt voor een groot deel vast in wet- en regelgeving en in de beleidsdoelen van onze opdrachtgevers. Daarop blijft onze inzet uiteraard gericht. De maatschappelijke trends, wettelijke ontwikkelingen, bestuurlijke ambities, risico’s en opgaven in ons werkgebied leiden ook tot verschuivingen in ons werk en onze focus. Dit vertaalt zich in onze opgave voor de komende jaren zoals opgenomen in de kaderbrief 2023-2026.
2.1
Speerpunten in de Strategische Agenda 2022-2024
Om focus te houden hebben we een Strategische Agenda 2022-2024 opgesteld. In de meerjarenbegroting benoemen we de belangrijkste opgaven voor de komende jaren. De Strategische Agenda bestaat uit drie samenhangende en elkaar versterkende onderdelen: 1. 2. 3.
Inhoudelijke opgaven op het gebied van klimaat, milieu-gerelateerde gezondheid, en transformatie gebieden Versterking van ons instrumentarium op het vakgebied vergunning verlenen, toezicht houden, handhaven en adviseren Organisatieontwikkeling: wat is er nodig binnen de ODNZKG om punt 1 en 2 te realiseren.
In een turbulente omgeving en met schaarse middelen is het nodig om een heldere agenda te hebben, waarop we aanspreekbaar zijn. We verdiepen en verstevigen op de inhoud, op VTH & advies, en op organisatieontwikkeling om beide mogelijk te maken.
7
1. Inhoudelijke opgaven: klimaat, milieu-gerelateerde gezondheid, en transformatie gebieden Als OD NZKG voeren we onze kerntaken op het gebied van milieu, bodem en bouw, op hoog niveau uit. En dat blijven we doen. Landelijk onderscheiden we ons met een hoog kennisniveau op het gebied van complexe bouwprojecten, tunnelveiligheid, geluid en constructieve veiligheid. We houden vast waar we goed in zijn door hier blijvend in te investeren. We hebben drie inhoudelijke thema’s benoemd waar wij onze inzet op intensiveren en innoveren. Deze thema’s geven mede richting aan ons reguliere VTH-werk. Bij schaarste aan capaciteit en middelen kennen wij hier prioriteit aan toe. Klimaat Duurzame energiebronnen zijn de toekomst en er is veel aandacht voor energiebesparing en energieopslag. Als OD NZKG richten we ons op de maximale benutting van onze kennis en expertise voor CO2-reductie en het terugdringen van het gebruik van primaire grondstoffen. Het gaat hier met name om het (her)gebruik van grondstoffen, industriële innovatie, verlaging van het energieverbruik waar mogelijk en optimaal gebruik van nieuwe vormen van energie en warmte. In de VTH-uitvoeringspraktijk kennen we prioriteit toe aan de aan deze klimaatopgave gerelateerde taken op het gebied van milieu, bodem en bouw. Verbetering van milieugerelateerde gezondheid Bedrijven en bewoners zitten dicht bij elkaar in ons werkgebied.
De bedrijfsactiviteiten hebben effecten op de gezondheid van mensen en natuur. Industriële bedrijvigheid levert een significante bijdrage aan de uitstoot van schadelijke stoffen en de stikstofdepositie op natura-2000 gebieden. We gaan scherper aan de wind varen bij regulering en toezicht op de effecten van industriële activiteiten die invloed hebben op de gezondheid van de omgeving. Dit kan door bijvoorbeeld bij wettelijke normeringen met bandbreedtes te zorgen dat de laagste (strengste) norm wordt gehanteerd en daarmee de leefomgeving maximaal wordt beschermd. Ook worden vroegtijdig gezondheidsrisico’s gesignaleerd bij keuzes in de benutting van de ruimte voor nieuwe/andere functies. Transformatiegebieden Dit zijn gebieden in onze regio die ontwikkeld worden van bedrijfsterrein naar een woon-/werkgebied. Vanuit onze expertise op het gebied van milieu, bodem en bouw adviseren wij over de bestemmingskeuze van deze gebieden en maatregelen in het stedenbouwkundig ontwerp. Wij doen dit door het toepassen van kennis van relevante milieu-, bouw- en bodemaspecten aan de voorkant van het VTH-proces (ontwerp) en ruimtelijke planvormingsproces, zodat het bijdraagt aan een verantwoord gebruik van grond en milieuruimte. De OD NZKG wordt door gemeenten herkend als expertisecentrum en belangrijke stakeholder bij te maken keuzes in de benutting van de fysieke ruimte boven en onder de grond
2. Versterking van het instrumentarium op het vakgebied vergunning verlenen, toezicht houden, handhaven en adviseren De OD NZKG is de oren, ogen en neus van de regio. Onze kennis en informatie is onmisbaar voor bestuurders, beleidsmakers en inwoners. De kern van het werk is het beschermen en verbeteren van het milieu, bodem en deels bouw. Vertrekpunt zijn de beleidskaders voor VTH en de inhoudelijke wet- en regelgeving. Een belangrijke uitdaging is om beleid en uitvoering continu goed op elkaar aan te laten sluiten, dit organiseren we volgens de BIG 8 methode. Grote maatschappelijke opgaven, zoals klimaat en gezondheid, maar ook veranderende wetten en regelgeving, zoals de Omgevingswet, vragen om continu versterken en verbeteren van de VTH-inzet. De Omgevingswet, die naar verwachting op 1 januari 2023 in werking treedt, is het fundament voor een opgavegerichte werkwijze. De huidige VTH-werkwijze is overwegend taakgericht en daarmee gericht op een bronaanpak. Vraagstukken als de aanpak van milieucriminaliteit en ondermijning, maar ook opgaven als de energietransitie en verduurzaming maken een omslag naar het werken vanuit de opgave noodzakelijk. Dat vraagt om een andere werkwijze, programmering en samenwerking. Daarbij kijken we
8
ook steeds meer naar de hele keten, denk aan circulaire economie waar afvalstromen weer leiden tot grondstofstromen. Om daarbij meer informatie gestuurd te werken is een goede basis nodig met een hoge kwaliteit van de data en actuele, valide en volledige informatie. Aan de hand van acht inhoudelijke thema’s geur, geluid, externe veiligheid, duurzaamheid, afval, luchtkwaliteit, bodem en water (basistaken milieu en bodem) worden de belangrijkste regionale verbeterpunten in het beleid en de uitvoering in kaart gebracht. Dit kan gaan over beleidstekorten op landelijk, regionaal of gemeentelijk niveau, maar ook over ontwikkelopgaven in de uitvoering. Het opstellen van deze regionale Ontwikkelagenda doen we in nauwe samenwerking met de beleidsmakers. Wij geven daarbij prioriteit aan de inhoudelijke opgaven op het gebied van klimaat, milieu-gerelateerde gezondheid, en transformatie gebieden. We werken nauw samen met onze omgeving. Leidraad voor de samenwerking met de overheden is de gesloten beleidscyclus, waarin allen hun rol, belang en bijdrage hebben. Het uitgangspunt hiervoor is één overheid. Uniformiteit of harmonisatie van beleid waar het kan en maatwerk waar het moet draagt bij aan een effectieve uitvoering en een gelijk speelveld voor bedrijven.
Daarbij treedt de ODNZKG op als adviseur bij het maken van beleid en als vergunningverlener, toezichthouder en handhaver in de uitvoering van dat beleid. Door samenlevingsgericht te werken versterken we het vertrouwen van bewoners, bedrijven en partners en creëren we meer draagvlak voor ons werk.
3. Organisatieontwikkeling: De OD NZKG van nu en morgen De strategische agenda met de keuze voor de drie inhoudelijke thema’s “klimaat, milieu gerelateerde gezondheid en transformatiegebieden” en de doorontwikkeling van onze VTH-instrumenten geeft een duidelijke richting aan de ontwikkeling van onze organisatie voor de komende jaren. De OD NZKG past zich aan om up to standard te blijven op technologische - en maatschappelijke ontwikkelingen. De eerste fase van de ontwikkeling van de dienst is bepaald door het oprichten en neerzetten van een nieuwe organisatie. Een sterk “doe” karakter en “handen uit de mouwen” kenmerkte ons. Het was bepalend voor en toonde onze professionaliteit. Daar bouwen we nu op voort. Innovatie en vernieuwing De OD NZKG heeft de afgelopen jaren stevig geïnvesteerd in informatie- en data gestuurd werken en blijft dat doen. In een steeds veranderende omgeving moeten we door ontwikkelen om “up tot standard” te blijven. Bedrijven passen complexe en innovatieve technieken toe en dat stelt steeds vergaande eisen aan ons werk. Onze agenda en onze opgaven en de uitvoering van onze VTH-taken maken dat we verder willen innoveren en nog meer nieuwe technologie gaan toepassen. Ook investeren we in datakwaliteit. We “digitaliseren” door en zorgen ervoor dat onze gegevensbestanden op orde zijn.
2.2
Speerpunten 2023
Omgevingswet
De inwerkingtreding van de Omgevingswet staat op moment van schrijven gepland voor 1 januari 2023. De nieuwe regels hebben ingrijpende gevolgen voor bijna alle taken en werkprocessen van de omgevingsdiensten. In de jaren 2023-2025 zal blijken hoe de nieuwe regels in de praktijk uitpakken en zullen onduidelijkheden langzamerhand via jurisprudentie worden opgehelderd. Een zorgpunt is het Digitaal Stelsel Omgevingswet (DSO), dat op een minimaal niveau van start zal gaan en in de loop der jaren verder moet worden ontwikkeld. Op dit moment is zelfs wat betreft regelgeving nog niet alles duidelijk. Zo is er nog volop discussie tussen het Rijk en de koepels over het nieuwe basistakenpakket van de
9
omgevingsdiensten. Voor een goed verloop van het primaire proces is de ODNZKG afhankelijk van een goed functionerend DSO. Ook over de financiering is veel onzeker: denk aan de bekostiging van de gemeenten voor de te decentraliseren bodemtaken en aan de door de VNG geclaimde omvangrijke bijdragen van het Rijk in de oplopende transitiekosten van de decentrale overheden en hun uitvoeringsorganisaties.
Wet Kwaliteitsborging bouw Volgens planning treedt Wet kwaliteitsborging bouw (Wkb) voor de 1e fase gelijktijdig met de Omgevingswet in werking. De impact wordt voor de OD NZKG in kaart gebracht. De wijziging in de uitvoering van taken heeft in ieder geval personele consequenties. Vooralsnog gaan we ervan uit dat dit opgevangen kan worden door de flexibele schil. De verwachting is dat de impact voor 2023 bij de halfjaarrapportage 2022 bekend is.
Opvolging aanbevelingen onderzoeken In 2021 zijn verschillende rapporten gepubliceerd die relevant zijn voor onze organisatie. Zoals het rapport van de commissie Van Aartsen: “Om de leefomgeving”. Concreet worden in dit rapport tien aanbevelingen voor het versterken van het VTH-stelsel gegeven. Deze hebben we voor onze organisatie en samen met de regionale partners geduid. Het betreft aanbevelingen waarmee de OD NZKG zelf aan de slag gaat maar ook punten waarbij we vooral actief de ontwikkelingen (vanuit Den Haag) moeten volgen. In dit kader is eind 2021 de Kamerbrief verbeterplan VTH-stelsel gepubliceerd. Deze Kamerbrief bevat aanzetten voor de aanpak van de tien aanbevelingen van de commissie Van Aartsen. Over de invulling praten we met andere (regionale) overheden in 2022 door in regiobijeenkomsten, die zijn ingepland door Ministerie van I&W. Onder meer de plannen met betrekking tot landelijke normfinanciering kunnen van invloed zijn op de financiering in 2023 en verder. Ook is het onderzoeksrapport gepubliceerd van de Randstedelijke Rekenkamer: “Stof tot nadenken. Onderzoek naar de kwaliteit van de uitvoering van VTH-taken bij Tata Steel en Harsco”. Op de bevindingen en aanbevelingen hierin heeft de OD NZKG een actieplan opgesteld.
Dit heeft als eerste focus Tata Steel, maar krijgt ook een bredere scope dan Tata Steel voor ingezette verbeteringen en manier van werken van de OD NZKG als geheel. Verder verschenen in 2021 publicaties van de Algemene Rekenkamer over de kwaliteit van data en de effectiviteit van de aanpak van milieucriminaliteit en –overtredingen bij Brzo en net-niet Brzo-inrichtingen, de rapporten: “Een onzichtbaar probleem” en “Handhaven in het duister”. Dit maakt duidelijk dat investeringen in de datakwaliteit nodig zijn. Ook is inzichtelijk gemaakt dat verbeteringen nodig zijn voor bijvoorbeeld normen rondom effectiviteit, informatiepositie en begrijpelijke keuzes in de handhaving. Recent verscheen over deze thematiek de Kamerbrief Omgevingsveiligheid aan de Tweede Kamer. In deze Kamerbrief wordt de voortgang gemeld van het programma ‘Liever een goede buur’, waarin Rijk, provincies, gemeenten en Omgevingsdiensten samen optrekken om VTH te versterken en milieucriminaliteit tegen te gaan.
10
2.3
Ontwikkeling omzet
De UVO 2022 vormt conform de kaderbrief de basis voor de omzet ontwikkeling 2023-2026. Met de opdrachtgevers is voor 2023 financiële rust afgesproken. Alleen voor de werkvelden Bouw en Bodem is een eerste inschatting van de impact van invoering van de omgevingswet gemaakt. Voor beide werkvelden geldt dat de daadwerkelijke effecten pas duidelijk worden in de loop van 2022. In 2023 wordt de omzet ontwikkeling beïnvloed door de wet Kwaliteitsborging bouw. Ten opzichte van de UVO 2022 is de verwachting dat de omzet van het werkveld bouw als gevolg van fase 1 van de wet Kwaliteitsborging bouw daalt met 588K (50%) oplopend naar 1.187K (100%) in 2024 ev.. De verwachting is het eerste jaar lager vanwege de uitvoering van werkzaamheden die nog onder de oude wetgeving vallen. In het bodem werkveld is sprake van een overdracht van provinciale bodemtaken naar gemeenten. In de begroting wordt ervan uitgegaan dat het effect voor de OD NZKG naar verwachting nihil is. In de kaderbrief is aangeven dat OD NZKG te maken heeft met verschillende volume/kengetal
vraagstukken, autonome ontwikkelingen en beleidswensen. Voor de omzetting van inrichting naar MBA, het energiebesparingsakkoord, data ontwikkeling, gesloten bodem energiesystemen (GBES), ketentoezicht, TATA, stijging complexe aanvragen, stijging WOB verzoeken, MER oprichtingsvergunningen en grondwaterbeschermingsgebieden is hiervoor vanaf 2023 een bedrag opgenomen in de begroting. Daarnaast zijn er nog verschillende PM posten waarvan nu nog niet duidelijk is hoeveel het gaat kosten. Deze posten worden betrokken bij het opstellen van de UVO 2023 en voortijdig besproken met de verschillende opdrachtgevers. Zie voor een volledig overzicht bijlage 5.8 De totale omzet 2023 is circa 6.221K hoger dan 2022 door een daling van 502K als gevolg van WKB, Bodem omgevingswet en Wbb, een stijging als gevolg van indexatie ad 1.304K conform de kaderbrief en een stijging van de omzet als gevolg van volume/kengetal vraagstukken, autonome ontwikkelingen en beleidswensen van 5.950K . Daarnaast wordt er 377K minder onttrokken uit reserves. Vanaf 2024 neemt het effect van de wet Kwaliteitsborging bouw toe op de geïndexeerde omzetontwikkeling.
Grafiek: Ontwikkeling omzet OD NZKG (in mln euro)
11
3.
Programmabegroting 2023
De programmabegroting 2023 en verder is opgesteld conform het Besluit Begroten en Verantwoorden (BBV). De programma’s binnen de OD NZKG komen overeen met de werkzaamheden, ingedeeld in werkvelden conform de uitvoeringsovereenkomsten. Per programma maken we inzichtelijk wat het aandeel in de omzet van de OD NZKG is. Het programma bedrijfsvoering is een ondersteunend programma en daarom niet opgenomen in onderstaand tabel.
Tabel: Omzetverdeling naar programma’s (inclusief maatwerk) Programma's Bouw
Uren 2023 Aandeel 144.779
25%
Bodem
70.677
12%
Milieu & BRZO
292.680
50%
Randvoorwaardelijk
77.854
13%
Totaal
585.990
100%
Inclusief maatw erkuren
3.1
Producten
Via de PGF-begrotingsmethodiek betaalt elke opdrachtgever voor zijn eigen producten. Per werkveld kennen we een categorie outputproducten en een categorie regieproducten. In de uitvoeringsovereenkomsten die afgesproken zijn met de opdrachtgevers is een verdeling output- en regieproduct gemaakt. De verhouding van de producten wordt in de grafiek getoond en vervolgens per programma weegegeven. Daarnaast kennen we een randvoorwaardelijk pakket waarin randvoowaardelijke producten zoals procesondersteuning en taken van algemeen nut zijn opgenomen, bijvoorbeeld de Consignatiedienst. De werkzaamheden op het product procesondersteuning zijn grotendeels direct te relateren aan de inzet op de werkpakketten. Voor de overige Randvoorwaardelijk producten wordt per opdrachtgever een verdeelsleutel vastgesteld op basis van de ureninzet per pakket en de afname binnen deze pakketten Naast de inkomsten vanuit de uitvoeringsovereenkomsten heeft de OD NZKG overige inkomsten uit het maatwerk, dat bestaat uit werkzaamheden die gefinancierd worden uit subsidies en op basis van offertes.
12
3.2
Capaciteit
Vanuit de afspraken met opdrachtgevers wordt de ureninzet vertaald naar de mogelijke invulling door het eigen personeel en door inhuur. Voor 1 fte wordt 1.365 productieve uren gerekend. Vanuit de benodigde inzet zijn de kosten per programma weergegeven. Het streven is een flexibele schil van 10% met uitzondering voor Bouw waar een percentage van 30% voor geldt. De flexibele schil zorgt dat de OD NZKG wendbaar blijft. Dit is noodzakelijk om op de veranderende wetgeving en wijziging van de omvang van het takenpakket te kunnen anticiperen. Aandachtspunt hierbij is dat er een match moet zijn tussen de wijziging van taken en de flex-schil, zodat de nog benodigde kennis wel beschikbaar blijft. Naast de capaciteit zijn in de programma’s materiele kosten opgenomen.
13
3.3
Programma Bouw
Baten: 16,3 mln Het programma bouw heeft als doelstelling bij te dragen aan de grote bouwopgaven in de regio en onaanvaardbare risico’s af te vangen, vooral op het gebied van veiligheid en gezondheid. Voor het verlenen van omgevingsvergunningen, behandelen van meldingen, toezicht en handhaving op bouw en sloop in realisatie- en gebruiksfase is per bouwactiviteit een toetsingsniveau vastgesteld met een oplopende intensiteit per categorie. Wat gaan we daarvoor doen in 2023 Ondanks de coronacrisis zien we in onze regio nog steeds een aanzienlijke bouwopgave. Dit maakt dat er vraag blijft naar de inzet van de OD NZKG op de bouwproducten zoals vergunningverlening, constructief advies en toezicht op de vele bouwwerken die in ons gebied gerealiseerd worden. Ook zien wij een ontwikkeling naar meer complexe bouwprojecten, hetgeen van invloed is op de benodigde ervaring en gevraagde tijdsinspanning. Onzekerheid bestaat over het moment van invoering van de Wet Kwaliteitsborging Bouw (WKB) en de Omgevingswet. Recent is de verwachte invoeringsdatum verschoven naar 1 januari 2023. Vooralsnog is in deze meerjarenbegroting een eerste inschatting opgenomen voor het effect van invoering van fase 1 van de WKB per 2023. De daadwerkelijk benodigde uren zijn afhankelijk van de uitwerking van de wet.
Op zijn vroegst in 2023 komt meer duidelijkheid over het geheel van wegvallende, gewijzigde en nieuwe taken door de invoering van de WKB. Ook houden we rekening met een toename van het aantal aanvragen eind 2022 om nog onder het bestaande regime te worden beoordeeld, met een doorloop in 2023. In 2022 zijn voor het tweede jaar voor asbesttaken uren gecontracteerd. Op basis van de ervaringen met deze nieuwe taken in 2021 kan een nauwkeuriger raming van de benodigde ureninzet voor 2022 e.v. worden gemaakt. Ook op het gebied van energieprestatie gebouwen is de wetgeving vernieuwd (EPBD, Label C) en onder het bouwbesluit gebracht. De doorwerking van de benodigde uren voor deze nieuwe taken komen sinds 2021 beter in beeld. Doorlopend werkzaamheden zijn het programma bruggen en kades van Amsterdam, het programma Hoog Frequent Spoor in Amsterdam, het programma Aanpak Wegtunnels Amsterdam en de Metrolijnen in Amsterdam en SAA A9 Amstelveen. Daarnaast is de OD NZKG betrokken bij diverse projecten zoals: -
Schiphol Markermeerdijken Zuid-As-Dok HOV ’t Gooi Uithoornlijn Oostlijn
14
Ontwikkelingen 2023, capaciteit en lasten Ten aanzien van het risicogericht kwaliteitsniveau zijn grote stappen gezet. Alleen voor het onderdeel constructieve veiligheid werken wij nog op het aangepaste risico gestuurde niveau en is het nog onzeker of dit, als gevolg van blijvende krapte op de arbeidsmarkt per 2023 behaald kan worden. De analyse van het kwaliteitsniveau zal direct na de komst en implementatie van de Omgevingswet en de wet Kwaliteitsborging bouw opnieuw beoordeeld worden. Op basis daarvan kijken we of dat aanleiding geeft tot bespreking met onze opdrachtgevers. Voor de wet Kwaliteitsborging bouw is in de begroting een eerste inschatting ( uitgaande van beoogde variant dat de markt de taken volledig uitvoeren) van fase 1 opgenomen ad 588K lagere opbrengsten voor 2022 oplopend naar circa 1.187K 2024. Analoog aan de invoering van de Omgevingswet waar een ‘inwerkjaar’ is overeengekomen, is het belangrijk dit ook voor de invoering van de Wkb vast te stellen en de ervaringen in dat jaar mee te nemen naar de begroting 2024. De verwachting is dat het eerste halfjaar er nog sprake zal zijn van de afronding van werkzaamheden die vallen onder de oude wetgeving. De directe lasten bouw en de overhead (programma bedrijfsvoering) zijn bijgesteld op deze omzetdaling. Voor zover mogelijk wordt daarvoor eerst de flexibele schil teruggebracht.
15
3.4
Programma Bodem
Baten: 7,3 mln Het doel van het programma bodem is de bescherming van de leefomgeving, ten aanzien van bodemverontreiniging. Concreet betekent dit dat de OD NZKG toetst en erop toeziet of de uitvoering van bodemwerkzaamheden plaatsvindt binnen de kaders van wet- en regelgeving voor bodembescherming. Hierbij hoort ook de toetsing en controle aan standaardvereisten zoals Bus-saneringen (Besluit uniforme saneringen) en de door bevoegde gezagen opgestelde beschikking op een saneringsplan. Door de komst van de Omgevingswet verandert er veel voor bodem. Naast een verschuiving van opdrachtgeverschap voor een deel van de productie dienen het beleid, het VTH-instrumentarium en processen hierop te worden aangepast. Wat gaan we daarvoor doen in 2023 In onze dynamische regio is sprake van veel activiteiten in (verontreinigde) bodem, zowel voor (nieuw)bouw/infrastructuur/funderingsherstel als wel in het kader van energietransitie voor het aanleggen van nieuwe kabels, leidingen en warmtenetten. Dit maakt dat er veel vraag blijft naar onze inzet op bodem. Het gebruik van de bodem-app blijkt in de praktijk succesvol. Illegale handelingen kunnen sneller worden gesignaleerd en actief worden aangepakt. Het leveren van kennis en expertise vanuit Bodem voor de Omgevingsverordening, de Omgevingsvisies en Omgevingsplannen van de opdrachtgevers zal ook in 2023 veel aandacht vragen.
Daarnaast is er sprake van de ‘warme overdracht’ waarbij bepaalde Wet bodembescherming bevoegdheden die nu belegd zijn bij de Provincie Noord-Holland overgedragen gaan worden aan de gemeenten Haarlemmermeer, Aalsmeer, Amstelveen, Diemen, Ouder-Amstel en Uithoorn. De gemeenten Amsterdam en Zaanstad waren zelf al bevoegd voor deze taken. Ook wijzigt het basistakenpakket, waardoor bepaalde reguleringstaken bodem bij de omgevingsdiensten worden belegd, en deze dan ook voor Zaanstad zullen worden gaan uitgevoerd. Het samengaan van de gemeente Weesp met de gemeente Amsterdam in 2022 vraagt de nodige voorbereiding. De Omgevingswet vereist een integrale aanpak voor de inrichting en het beheer van de fysieke leefomgeving. Dat betekent dat de OD NZKG intensiever zal samenwerken met zijn opdrachtgevers in het verbinden van het beleid met de uitvoering. Dit zal leiden tot een grotere geïntegreerde, en daarmee complexere, adviesvraag voor de uitwerking en uitvoering van de nieuwe omgevingsvisies, omgevingsplannen en omgevingsverordeningen en de monitoring/ evaluatie van de beleidsrealisatie van onze deelnemers. Wij verwachten overall een stijging van 15% van het volume van de adviestaken op het gebied van bodem. Afhankelijk van de ambities zal de adviesvraag per deelnemer fluctueren. Grote beleidswijzigingen in een omgevingsplan vergen meer tijd dan een beleid neutrale aanpak.
Door de keuze van het Rijk voor een wijziging in de beleidsfasering (van saneren naar beheren) en de warme overdracht van bevoegdheden van de provincie naar gemeenten is voor de bodemadviestaken vooralsnog geen sprake van beleidsneutraliteit. Voor de inbedding van de nieuwe opzet zijn nieuwe samenwerkingsafspraken nodig, onder andere voor het te formuleren bodembeleid, toevalvondsten, PFAS en Zeer Zorgwekkende Stoffen. Afstemming hierover, nu nog met drie bevoegde gezagen met veel ervaring, wordt omgebouwd naar
16
afstemming met acht bevoegde gezagen, waarvan vijf zonder ervaring. Die ombouw leidt tot een tijdsintensievere samenwerking. Door regionale samenwerking kunnen we hierin gezamenlijk efficiëntie realiseren. De verwachte stijging van de uren voor de adviestaken kan voor een substantieel deel worden gedekt uit de afname van de benodigde uren voor de voorbereidingen op de invoering van het Omgevingswetstelsel.
Ontwikkelingen 2023, capaciteit en lasten Zoals hierboven geschetst, zal bij de warme overdracht van taken vooralsnog geen sprake kunnen zijn van volledige beleidsneutraliteit. Bij de Provincie Noord-Holland blijft beleidsadvies van belang voor onder meer de resterende taken, als grondwaterkwaliteit (PFAS, ZZS), werkgroepen IPO, overgangsrecht Wbb en spoedlocaties. Voor de vijf bevoegd gezagen geldt - naast de inzet voor een zorgvuldige warme overdracht - eveneens de opbouw en invulling van de rol van het bevoegd gezag (netwerk met gemeente), toevalvondsten, VNG-WEB, beleidsvraagstukken bodemverontreiniging (waaronder diffuus lood, PFAS, ZZS). Voor Zaanstad speelt dat het basistakenpakket uitbreidt, waardoor ook beleidsadvisering toeneemt. In 2022 wordt het bodembeleidskader onder de Ow, als opvolger van de gemeentelijke nota bodembeheer, definitief gemaakt en aangeboden aan gemeenten om vast te stellen door B&W voor de start van de Omgevingswet. Ook wordt hierbij een lijst met noodzakelijke aanpassingen bodemregels Omgevingsplan bijgevoegd, zodat gemeenten deze regels kunnen meenemen in het traject van de eerste aanpassing van het Omgevingsplan. Voor het bodeminformatiesysteem NAZCA is in 2021 een Visie BIS onder de Ow opgesteld. In 2022 wordt met externe projectfinanciering van onze opdrachtgevers het BIS klaar gemaakt voor de start van de Ow.
In deze eerste fase wordt een strategie uitgewerkt hoe de visie verder volledig kan worden gerealiseerd. Een eerste raming van de kosten voor het realiseren van de visie voor 2026 is begroot tussen de € 1,5 en € 2,0 miljoen. Daarnaast wordt in 2022 met externe VNG-financiering een verkenning uitgevoerd naar het instellen van een regionaal kennisschakelpunt Bodem, waarvoor de OD NZKG gezamenlijk met de provincie NoordHolland de projectleiding verzorgt. In de bestuurlijke besluitvorming over de structurele voortzetting van het kennisschakelpunt Bodem dient de financiering hiervan voor de komende jaren te worden meegenomen. In deze meerjarenbegroting is hiervoor een PM post opgenomen.
17
Financieel is de overdracht van de bodemtaken vooralsnog budgettair neutraal opgenomen. In de loop van 2023 zal dit geactualiseerd worden op basis van de UVO afspraken voor de bodemtaken onder de Omgevingswet. Met de invoering van de Omgevingswet wordt de uitvoering van de regulerings- en toezicht/handhavingstaken van gesloten bodemenergiesystemen (GBES) een basistaak voor Omgevingsdiensten. De mandatering hiervoor moet nog geregeld worden (2022). Op basis van een inventarisatie van uit te voeren taken, een inschatting van de hiervoor benodigde uren en de aantallen systemen is een raming gemaakt van kosten en capaciteit. Voor deze nieuwe taak is een jaarlijkse (structurele) extra inzet begroot van ± 3.900 uur vanaf 2023. In 2023 zal op basis van de uitvoeringspraktijk een nauwkeuriger beeld verkregen worden van de benodigde capaciteit.
3.5
Programma Milieu & BRZO
Baten: 33,1 mln Doel van het programma Milieu & BRZO is het waarborgen van een schoon, veilig, gezond & leefbaar en duurzaam Noordzeekanaalgebied. De OD NZKG voert ook VTH-taken uit voor de meest risicovolle bedrijven in de provincies Noord-Holland, Utrecht en Flevoland. Deze bedrijven vallen onder het Besluit risico's zware ongevallen (Brzo) en/of de Richtlijn Industriële Emissies (RIE-4) en onder de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo). We houden per opdrachtgever rekening met de gewenste verdere ontwikkeling van de (complexe) bedrijvigheid, infrastructuur en woningbouw bij een steeds intensiever gebruik van de ruimte. Hiervoor zetten we alle gebruikelijke VTH-instrumenten in: vergunningverlening, toezicht en handhaving, behandelen van meldingen en klachten, het uitvoeren van projecten en programma’s en het leveren van specialistische inhoudelijke en juridische adviezen. De analyses op basis van basisbeelden (per bedrijf) of brancheplannen geven zicht op waar extra inzet noodzakelijk is.
18
Wij inspecteren de Brzo-bedrijven met regelmaat op naleving van deze wetgeving. Voor de Brzo-bedrijven hebben wij een intensieve samenwerkingsrelatie opgebouwd met de andere Brzo-OD’s en inspectiepartners als Inspectie Sociale Zaken en Werkgelegenheid en de Veiligheidsregio’s. Bij de uitvoering komt meer aandacht voor samenlevingsgericht werken. Op basis van de uitgangspunten van het programma actualiseren zetten wij in op actuele vergunningen. Wij verkennen de mogelijkheden om op basis van de meest actuele inzichten over de best beschikbare technieken scherper te vergunnen. Wat gaan we daarvoor doen in 2023 De doelstelling is om de VTH-werkzaamheden uit te voeren conform het uniforme uitvoeringsniveau voor al onze opdrachtgevers (gelijk speelveld in het gehele verzorgingsgebied van de OD NZKG) en een gelijk speelveld voor BRZO-bedrijven in Nederland. Het op 21 december 2018 vastgestelde ‘Bestuurlijk referentiekader voor de regionale strategie voor VTH, OD NZKG 2019 t/m 2022 speelt een belangrijke rol hierin. Vanaf 2023 zullen de nog te maken afspraken over doorontwikkeling van de regionale VTH-strategie een plek moeten gaan krijgen in de VTH-uitvoering. Grote beleidswijzigingen in een omgevingsplan of verordening vergen meer tijd dan een beleid neutrale aanpak.
Intensieve samenwerking opdrachtgevers De Omgevingswet en de milieuopgaven maken een integrale aanpak voor de inrichting en het beheer van de fysieke leefomgeving noodzakelijk. Dat betekent dat de OD NZKG intensiever zal samenwerken met zijn opdrachtgevers in het verbinden van het beleid met de uitvoering, wat zal leiden tot een grotere geïntegreerde en daarmee complexere adviesvraag voor de uitwerking en uitvoering van de nieuwe omgevingsvisies, omgevingsplannen en omgevingsverordeningen en de monitoring en evaluatie van de beleidsrealisatie van onze deelnemers. Stijging adviestaken milieu De komst van de Omgevingswet beoogt decentralisatie van bevoegdheden en een grotere rol voor omwonenden en de private sector. Gelijktijdig zien wij vanuit het Rijk de beweging naar meer centrale sturing vanuit uitvoeringsprogramma’s op basis van ambitieuze milieudoelen. De vertaling naar regionaal en lokaal beleid en de uitvoering hiervan leidt tot een toename naar de vraag om inzet van kennis en expertise en het delen daarvan. Wij verwachten een algemene stijging van het volume van de adviestaken op het gebied van milieu. Afhankelijk van de ambities zal de adviesvraag per deelnemer fluctueren.
Duurzaamheid Op basis van de afspraken met opdrachtgevers leggen wij in de uitvoering meer focus op duurzaamheidsthema’s zoals de energietransitie en bijbehorende verduurzaming waarbij onder andere door inzet op een regionaal energieakkoord wordt gestreefd naar een (regionaal) eenduidige inzet van het VTH instrumentarium bij de naleving van wetgeving op het gebied van energiebesparende maatregelen. Met het vierjarige energiebesparingsakkoord van de provincie Noord-Holland kan het toezicht op energiebesparende maatregelen geïntensiveerd worden. De gevraagde inspanning aan de OD NZKG zal groot zijn en toenemen in relatie tot de huidige werkzaamheden. Maar ook het terugdringen van CO2 uitstoot en emissies van stoffen naar lucht, water en bodem en inclusief het terugdringen van Zeer Zorgwekkende Stoffen is een steeds grotere rol gaan spelen. Met de provincie Noord-Holland wordt ingespeeld op de stikstofproblematiek door onder meer het inzetten van gespecialiseerde kennis natuur en stikstof in de uitvoering en het versterken van de VTH-uitvoering op het gebied van waterkwaliteit door inzet van gespecialiseerde kennis water.
19
We bereiden ons voor op de gevolgen van de vele milieu en beleidsopgaven, waaronder de afspraken uit het klimaat- en grondstoffenakkoord, het schone lucht akkoord en het programma Delta aanpak waterkwaliteit. Voor de VTH-uitvoering van milieutaken worden majeure veranderingen verwacht, waarbij de uitvoering complex zal zijn. Deze opgaven zorgen voor een vergrote druk op het werkveld, zoals bijvoorbeeld het schone lucht akkoord en het programma gezonde leefomgeving, waarbij de OD NZKG inzet op scherper vergunnen en hiermee de emissies probeert te verminderen bij industriële bedrijven. Samen met PNH bereiden wij pilots voor om het effect van het beleid eind 2023 te evalueren met als doel een scherper beeld te vormen op realistische doelen en noodzakelijke acties om die te behalen. De verduurzaming van de industrie en milieuactiviteiten, vraagt om het opbouwen van nieuwe kennis en opschaling van specifieke bestaande kennis en expertise. Ook wordt een toename aan Mer-procedures verwacht. Maar ook bijvoorbeeld de implementatie van het Energielabel C bij kantoorgebouwen zorgt voor meer druk. Per 1 januari 2023 moet elk kantoorgebouw met een vloeroppervlakte van meer dat 100 m2 minimaal energielabel C hebben. Voldoet het pand dan niet aan deze eisen, dan mag het niet meer als kantoor gebruikt worden. Deze verplichting staat in het Bouwbesluit 2012.
Dit heeft, dankzij het verplichte karakter, een positief effect op de reguliere taken, maar het moet wel goed geïmplementeerd worden. Het is van groot belang dat bedrijven weten van de label C-plicht én dat gemeenten hierop gaan toezien. Deze boodschap is in samenwerking met de gemeenten krachtig gecommuniceerd. Daarbij moeten de effecten hiervan op het meldingsgedrag worden gemeten, om vanaf 2023 zo goed mogelijk voorbereid de fase van handhaving te kunnen starten. Ook vragen innovatieve ontwikkelingen waarbij meerdere inrichtingen vanuit de keten betrokken zijn om een andere wijze van werken dan bij de vergunningaanvraag van 1 bedrijf. Dit vraagt onder meer door het projectmatig aanpakken van ontwikkelingen bij bedrijven vanuit een breder perspectief en onderling gerelateerde processen. In de aanpak van milieuovertredingen en -criminaliteit maakt ketentoezicht inzichtelijk welke wegen product-/grond- of afvalstromen hebben doorlopen. Door dit verloop in samenhang te beschouwen worden veelplegers en ondermijnende activiteiten zichtbaar. De aanpak van ketentoezicht bestaat uit gerichte pilots op de aanpak van bepaalde stromen (zoals asbest, E-waste, grondstromen). De pilots zijn verankerd in de samenwerkingsagenda van de 4 OD-s en de aanpak conform het dreigingsbeeld Milieucriminaliteit.
Door koppeling van de aanpak veelplegers, Ondermijning, Ketentoezicht en strafrecht is het mogelijk om hier meer grip op te krijgen. Dit vraagt om intensivering van de samenwerking tussen opsporingsdiensten en adequate opvolging in de strafrechtketen naast de inzet bestuursrechtelijke handhavingsinstrumenten.
20
Ontwikkelingen 2023, capaciteit en lasten De regio blijft onverminderd aantrekkelijk om te wonen en te werken met als gevolg een blijvende hoge druk op de beschikbare (milieu)ruimte. Het wordt steeds ingewikkelder om tegemoet te komen aan de vraag naar woningbouw, bedrijvigheid en infrastructurele voorzieningen. We informeren onze opdrachtgevers tijdig over risicovolle situaties bij bedrijven en zullen ook actiever gaan inspelen op de behoefte die leeft in de samenleving en bij omwonenden. De aandacht voor verdere professionalisering, zoals branche-gerichte aanpak, innovatie en informatiegericht werken blijft. De hierboven genoemde ontwikkelingen, thema’s, en opgaven zullen zorgen voor een toenemende impact op de VTH-uitvoering waarbij wet en regelgeving per definitie achterlopen op het kunnen faciliteren van de gewenste innovatie. Dit vraagt om meer inzet op het beïnvloeden van wet en regelgeving en uitvoerbare beleidskaders. Met de inwerkingtreding van de Omgevingswet is het werk voor het implementeren van de stelselwijziging niet af. Ook in het nationaal milieubeleidskader wordt verdere innovatie van de milieuwetgeving aangekondigd. In de praktijk zullen de gevolgen van de wijzigingen in het stelsel zichtbaarder worden en al doende en lerende een plek in de VTH-uitvoering krijgen.
De omgevingsplannen, die op dat moment zijn vastgesteld zijn het eerste startpunt maar zullen naar verwachting in de periode tot 2029 nog veelvuldig aan veranderingen onderhevig zijn. Ook reparatiewetgeving en nieuwe jurisprudentie zullen zorgen voor de nodige dynamiek in de VTH-uitvoeringspraktijk en de milieuadvisering. Voor het huidige milieuwerkveld betekent dat ‘inrichtingen’ worden ingedeeld in milieubelastende activiteiten (mba’s). Elke inrichting zal voortaan bestaan uit één of meerdere mba’s. De kernactiviteit is vergunning plichtig, de functioneel ondersteunende activiteiten niet. Concreet betekent dit dat het hele bedrijvenbestand van ruim 17.000 bedrijven omgezet moet worden in mba’s zodat wij ons VTH-werk kunnen uitvoeren. Deze omzettingen vragen een grote inzet bij de OD NZKG en zullen tot en met 2024 worden uitgevoerd. Hiervoor is budget opgenomen in onze meerjarenbegroting. De capaciteit om vergunningen te actualiseren staat onder druk door de toenemende hoeveelheid en complexiteit van de aanvragen in combinatie met de beleidsambities. Deze druk zal komende jaren verder toenemen. De overgang naar nieuwe producten van de Omgevingswet geven – evenals de vertaling van de beleidsopgaven naar de uitvoering – onzekerheden over de capaciteit en lasten.
Het ligt in de rede te verwachten dat de beleidsopgaven vragen om een hoger kwaliteitsniveau in de VTH-uitvoering inclusief de daarvoor benodigde middelen. Met opdrachtgevers wordt gesproken over de gevolgen van de wijziging van de bevoegdheden en taken in relatie tot de komst van de Omgevingswet, zo leidt de Omgevingswet tot wijziging van het basistakenpakket wet VTH. Uitgangspunt is om in 2023 de uitvoering van taken door de OD NZKG waar mogelijk op eenzelfde wijze te continueren. Grondwaterbeschermingsgebieden, grondwateronttrekking voor open bodemenergiesystemen (WKO), drinkwater en industrie vallen nu nog onder de Waterwet maar worden straks gereguleerd door de Omgevingswet. De belangrijkste wijziging voor de activiteit ontgronding is dat de ontgrondingsvergunning onderdeel is van de omgevingsvergunning en niet (meer) apart wordt aangevraagd. Vooruitlopend op de Omgevingswet is met de komst van de Omgevingsverordening NH2020 (OVNH2020) het absolute verbod op activiteiten in het Grondwaterbeschermingsgebied (GWBG) opgeheven. Voor de komst van OVNH2020 werd het aantal ontheffingen GWBV altijd op nihil begroot. Met de invoering van
21
OVNH2020 zijn activiteiten wel toegestaan maar dat betekent niet dat elke aanvraag resulteert in een ontheffing terwijl er wel capaciteit hiervoor wordt ingezet. De materiële lasten bestaan voornamelijk uit de kosten voor luchtmeetnet en kosten voor wettelijk verplichte bouw adviezen (de materiële lasten voor bouw, bodem, brzo en milieu zijn verwerkt in programma milieu). Hierbij rijst ook de vraag of de huidige materiële lasten, gezien de hierboven genoemde ontwikkelingen, voldoende zullen zijn om in de toekomst de lading te kunnen dekken.
Tata Steel
2022 Recente plannen doen beroep op extra inzet door de OD NZKG. Deze zijn niet verwerkt in de begroting van de UVO 2022, omdat hiervoor nog besluitvorming door provinciale staten nodig is. Dit heeft ook een doorwerking in de raming voor de UVO 2023. Het gaat onder meer over de Roadmap+ van Tata Steel, waarin extra maatregelen zijn aangekondigd om de leefbaarheid in de IJmondregio te verbeteren, de uitvoering van taken door de OD NZKG in het kader van de energietransitie (groen staal) en de aanpak van de Zeer Zorgwekkende Stoffen. Met de provincie Noord-Holland zijn we in gesprek hoe we hier op een goede manier invulling aan kunnen geven. Meerjarenraming 2023-2026 De dynamiek en de politieke aandacht in het Tata Steel dossier blijft onverminderd groot. Recent heeft Tata Steel aangekondigd om over te stappen op de waterstofroute, waarbij een beroep op de overheden is gedaan om deze ontwikkeling maximaal te faciliteren en extra inzet te plegen om vergunningsprocedures versneld te kunnen doorlopen. Deze ontwikkeling noodzaakt om extra te investeren in de uitvoering van de VTH-taken door de OD NZKG De ambities zijn groot, maar de voorgestelde waterstofeconomie staat nog in de kinderschoenen. De OD NZKG is een breder traject gestart om de ontwikkelingen rondom waterstof in relatie tot de (toekomstige) werkzaamheden, ook voor de andere opdrachtgevers in kaart te brengen.
De reservering in de meerjarenraming beperkt zich tot de extra kennis en inzet die nodig is in relatie tot de vergunningaanvragen van Tata Steel. Deze ontwikkeling noodzaakt om extra te investeren in de uitvoering van de VTH-taken door de OD NZKG. Voor de onderbouwing van het benodigde budget voor deze extra uitgaven zijn we uitgaan van de planning van de vergunningaanvragen van Tata Steel. Grofweg is de voorlopige inschatting dat we de komende vier jaren 80 extra vergunningen verwachten. Daarnaast blijft de maatschappelijke druk om de vergunningen van Tata Steel maximaal aan te scherpen en de leefomgevingskwaliteit in de IJmondregio te verbeteren. Het uitvoeringsprogramma Tata Steel VTH 20202022 kent een doorloop naar 2023 vanwege de gevraagde extra inspanningen om de Roadmap+ te monitoren, de extra vergunningaanvragen in dit kader adequaat te kunnen afhandelen en de huidige inzet op verbetering van de relaties met de omgeving te kunnen continueren. Daarnaast heeft de transitie van Tata Steel ook consequenties voor de huidige vergunningen van de bestaande werkeenheden. Om financieel inzicht te geven aan de genoemde ontwikkelingen is getracht om deze ontwikkelingen te kwantificeren wat geresulteerd heeft in een hoger benodigd budget vanaf 2023. Daarnaast zijn er zogenaamde post-memorie (PM) posten in de meerjarenbegroting van de OD NZKG opgenomen.
Hieronder volgt een opsomming van deze posten die betrekking hebben op het programma milieu. Voor een verdere toelichting van deze posten, zie Bijlage 5.8 (financiële ontwikkelingen).
22
Onderwerp 1.
Omzetting van inrichting naar MBA
2.
Energiebesparingsakkoord 2022-2025
3.
ZZS-taken gemeenten
4.
Cyber security
5.
Scherper vergunnen
6.
Varend ontgassen en E-noses
7.
Ketentoezicht
8.
Strafrecht (n.a.v. rekenkamer rapport)
9.
TATA
10. Materieel budget Milieu 11. Complexere aanvragen en stijgende volumevraag 12. MER en oprichtingsvergunningen en WOB verzoeken 13. Datacenters
3.6
Programma Randvoorwaardelijk
Baten: 8,1 mln In dit programma zit een aantal rand voorwaardelijke producten die voor elke opdrachtgever noodzakelijk zijn: zoals bijvoorbeeld: procesondersteuning, consignatiedienst bestuur ondersteuning, verzoeken in het kader van de Wet Openbaar Bestuur (WOB) en accountmanagement. Voor een deel van deze producten is bij de prestatie gerichte financiering een vast budget afgesproken met de afspraak om dit in 2023 te valideren ervan uit gaande dat de Omgevingswet zou zijn ingevoerd. Inmiddels zien we door extreme toename van de WOB verzoeken, de toename van data analyse maar ook extra inzet van accountmanagement en klachten op het regiebureau een toename van de inzet van 25%. De werkzaamheden op het product Procesondersteuning zijn grotendeels direct te relateren aan de ondersteuning aan de inzet op de werkpakketten (regie en output). Voor de overige randvoorwaardelijke
23
producten wordt per opdrachtgever een verdeelsleutel vastgesteld op basis van de ureninzet per pakket en de afname binnen deze pakketten. Wat gaan we daarvoor doen in 2023
Van WOB naar WOO De Wet open overheid (Woo) is de opvolger van de Wet openbaarheid van bestuur. De Woo heeft tot doel om overheden transparanter te maken. De wet moet er voor zorgen dat overheidsinformatie beter vindbaar, uitwisselbaar, eenvoudig te ontsluiten en goed te archiveren is. Het wetsvoorstel maakt de toegang en het hergebruik van publieke informatie tot rechten van burgers. Daarnaast wordt de actieve openbaarheid versterkt door het verplicht stellen ervan voor bepaalde categorieën informatie. Overheidsorganen moeten online een register gaan bijhouden van documenten (zoals ingekomen en uitgaande post en belangrijke interne stukken) en datasets waarover zij beschikken. Voor 2023 zijn hiervoor extra middelen nodig, de omvang hiervan is PM.
WOB verzoeken Zoals aangegeven in de kaderbrief 2023-2026 is het noodzakelijk om meerdere producten eerder te valideren en met een voorstel te komen tot aanpassing van de kengetallen/volumes per 2023. Burgers en bedrijven verwachten steeds meer transparantie in de besluitvorming en in het handelen van/door de overheid. Er is dan ook sprake van een stijgende trend als het gaat om ingediende omvangrijke Wobverzoeken. Het opvragen van honderden tot duizenden documenten in één Wob-verzoek is meer regel dan uitzondering geworden. Deze verzoeken zijn zeer arbeidsintensief en kostbaar. De inzet die hiervoor nodig is pas niet binnen het vaste prijzenpakket. In 2021 was de inzet ruim 4.600 uren meer dan in het vaste prijzenpakket was voorzien, de verwachting is dat de benodigde inzet verder zal stijgen. Voor 2023 zijn hiervoor extra middelen nodig, de omvang hiervan is 500K.
Transparantie overheid start met actieve openbaarmaking In 2020 heeft de OD besloten over te gaan op het actief openbaar maken van de documenten uit het Tata Steel-dossier. Daar is inmiddels een start mee gemaakt. Deze openbaar gemaakte stukken zullen op korte termijn ook via een zogenoemde e-tool met zoekfunctie worden ontsloten zodat de stukken altijd openbaar en voor de burger goed vindbaar zijn. Hiermee loopt de OD NZKG voor op de verplichting die is opgenomen in de Wet Open Overheid. Het is de bedoeling dat de OD op termijn ook dossiers van andere bedrijven actief openbaar gaat maken.
Borgen data en data ontwikkeling Het belang van het goed borgen en toepassen van data neemt ieder jaar toe. Tal van ontwikkelingen dragen daar aan bij: de samenleving verwacht van de Omgevingsdienst een effectieve inzet van toezicht, handhaving en vergunningverlening. Goede data zijn daarvoor onontbeerlijk. Denk aan: welke bedrijven kennen een hoog, of juist een laag risico? Wat is de uitstoot in een bepaald gebied? Bij welke windrichting is geluidsoverlast voor burgers het grootst? De Omgevingsdiensten hebben zich gezamenlijk gecommitteerd tot een datagerichte aanpak van risicoanalyses en programmering van werkzaamheden. De Omgevingsdienst NZKG gaat ervoor zorgen dat onze data kwalitatief op een hoger niveau worden gebracht. Dat onze bedrijfsbestanden actueel en valide zijn, en waar mogelijk aangevuld met extra informatie gericht op het effect van ons werk op de maatschappelijke opgaven. We zorgen voor een branchegerichte aanpak en risico-gestuurde inspecties. Natuurlijk handelen we daarbij niet alleen op basis van data, maar ook altijd op basis van menselijk inzicht. Voor zo’n informatie gestuurde manier van werken, is het nodig dat de basis op orde is. In de komende jaren zet de Omgevingsdienst daarom stevig in op het invullen van de benodigde randvoorwaarden om datagericht werken mogelijk te maken.