CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

A - 14 Ruimtelijke Ordening (30) 3. BP Bijlmer Sportcentrum toelichting rege

RAAD 10 november 2021, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Vaststellen van het bestemmingsplan Bijlmer Sportcentrum e.o. VN2021-02590828.805 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 4

Bestemmingsplan Bijlmer Sportcentrum E.O.

Vastgesteld

Gemeente Amsterdam Ruimte en Duurzaamheid bestemmingsplan Bijlmer Sportcentrum e.o.

Colofon

Opdrachtgever Opdrachtnemer

Ruimte en Duurzaamheid

IMRO_idn

NL.IMRO.0363.T1701BPSTD-VG01

Datum print

27 Augustus 2021

Planstatus

vastgesteld

blz. 3

Inhoudsopgave Toelichting Hoofdstuk 1

7 Inleiding

9

Aanleiding Bevoegdheden Leeswijzer

9 9 10

Plankader

11

Ligging en begrenzing Doelstelling Geldend planologisch kader Beschrijving van het plangebied Geschiedenis van het plangebied Eerdere besluitvorming

11 12 12 13 14 15

Beleidskader

17

Rijksbeleid Provinciaal beleid Regionaal beleid Gemeentelijk beleid

17 19 21 22

Het ruimtelijk kader

33

Ruimtelijk-functionele aspecten Verkeer en parkeren Openbare ruimte

33 38 38

Hoofdstuk 5

M.e.r. / mer-beoordelingsplicht

41

Hoofdstuk 6

Verkeer en parkeren

43

6.1 6.2 6.3 6.4

Algemeen Beleid en regelgeving Bereikbaarheid Parkeren

43 43 46 48

Geluid

57

Algemeen Beleid en regelgeving Plangebied Conclusie

57 57 60 63

Luchtkwaliteit

65

Algemeen Beleid en regelgeving Conclusie

65 65 69

Bodem

71

Algemeen Beleid en regelgeving

71 71

1.1 1.2 1.3 Hoofdstuk 2 2.1 2.2 2.3 2.4 2.5 2.6 Hoofdstuk 3 3.1 3.2 3.3 3.4 Hoofdstuk 4 4.1 4.2 4.3

Hoofdstuk 7 7.1 7.2 7.3 7.4 Hoofdstuk 8 8.1 8.2 8.3 Hoofdstuk 9 9.1 9.2

Gemeente Amsterdam

blz. 4

9.3 9.4

Resultaten onderzoeken Conclusie

72 73

Cultuurhistorie en archeologie

75

Algemeen Beleid en regelgeving Resultaten onderzoeken Conclusie

75 75 77 78

Duurzaamheid

79

Algemeen Beleid en regelgeving Duurzaamheid plangebied Conclusie

79 79 84 86

Hoofdstuk 12

Externe veiligheid

87

12.1 12.2 12.3 12.4

Algemeen Beleid en regelgeving Plangebied Conclusie

87 87 90 91

Hoofdstuk 13

Hoogbouwaspecten

93

13.1 13.2 13.3

Beleid en regelgeving Resultaten onderzoek Conclusie

93 96 101

Hoofdstuk 14

Luchthavenindelingsbesluit

103

Hoofdstuk 15

Milieuhinder bedrijvigheid

105

Beleid en regelgeving Plangebied - resultaten onderzoeken Conclusie

105 105 110

Hoofdstuk 16

Natuur en Landschap

111

16.1 16.2 16.3 16.4 16.5

Algemeen Beleid en regelgeving Resultaten onderzoeken Hoofdgroenstructuur Conclusie

111 111 113 114 115

Water

117

Algemeen Beleid en regelgeving Watertoets Conclusie

117 117 121 124

Juridische planbeschrijving

125

Algemeen Artikelgewijze toelichting

125 125

Hoofdstuk 19

Economische uitvoerbaarheid

131

Hoofdstuk 20

Maatschappelijke uitvoerbaarheid

133

Hoofdstuk 10 10.1 10.2 10.3 10.4 Hoofdstuk 11 11.1 11.2 11.3 11.4

15.1 15.2 15.3

Hoofdstuk 17 17.1 17.2 17.3 17.4 Hoofdstuk 18 18.1 18.2

bestemmingsplan_Bijlmer Sportcentrum e.o. (vastgesteld)

blz. 5

20.1 20.2 20.3

Participatie Overleg met betrokken overheden (art. 3.1.1. Bro) Zienswijzen

Regels Hoofdstuk 1 Artikel 1 Artikel 2 Hoofdstuk 2 Artikel 3 Artikel 4 Artikel 5 Artikel 6 Artikel 7 Hoofdstuk 3 Artikel 8 Artikel 9 Artikel 10 Artikel 11 Artikel 12 Hoofdstuk 4

133 133 133

135 Inleidende regels

136

Begrippen Wijze van meten

136 146

Bestemmingsregels

148

Groen Maatschappelijk Verkeer Water Wonen

148 149 150 151 152

Algemene regels

155

Anti-dubbeltelregel Algemene bouwregels Algemene gebruiksregels Algemene afwijkingsregels Algemene wijzigingsregels

155 156 158 159 160

Overgangs- en slotregels

161

Artikel 13 Overgangsrecht Artikel 14 Slotregel

161 162

bijlagen bij toelichting Bijlage 1

Verslaglegging participatie

Bijlage 2

Adviezen toetscommissies

Bijlage 3

Mer aanmeldingsnotitie

Bijlage 4

Wegverkeerslawaai onderzoek

Bijlage 5

Ontwerpbesluit hogere waarden

Bijlage 6

Bodem

Bijlage 7

(Water) bodem

Bijlage 8

Archeologisch bureauonderzoek

Bijlage 9

Cultuurhistorische verkenning

Bijlage 10

Variantenstudie duurzaamheid

Bijlage 11

Bezonningsstudie

Gemeente Amsterdam

blz. 6

Bijlage 12

Beschouwing wind

Bijlage 13

Nader windonderzoek

Bijlage 14

Akoestisch onderzoek sportcentrum

Bijlage 15

Akoestisch onderzoek terrassen

Bijlage 16

Quick-scan flora en fauna

Bijlage 17

Aerius-berekening

Bijlage 18

Grondwatertoets

Bijlage 19

Advies Tac

Bijlage 20

Nota van beantwoording zienswijzen en wijzigingen

Bijlage 21

Toelichting

Bijlagen regels Bijlage 1

Regels

Bijlage 2

Verbeelding

bestemmingsplan_Bijlmer Sportcentrum e.o. (vastgesteld)

blz. 7

Toelichting

Gemeente Amsterdam

blz. 8

bestemmingsplan_Bijlmer Sportcentrum e.o. (vastgesteld)

blz. 9

Hoofdstuk 1 1.1

Inleiding

Aanleiding

In 2006 is voor 'Marktplein zuid, cluster 6' een stedenbouwkundig programma van eisen en bijbehorende grondexploitatie opgesteld. De zelfstandige functies, zoals het stadsdeelkantoor, het Bijlmer Sportcentrum en het Bijlmer Parktheater en een deel van de woningbouw zijn gerealiseerd. Het overgrote deel van de woningbouw ontwikkeling is, als gevolg van de crisis, niet tot stand gekomen. In 2018 en 2019 is er gewerkt aan een aangepast stedenbouwkundig plan dat past bij de ambities en opgaven van deze tijd. Dat plan wordt eind 2020 vastgesteld. Het nieuwe plan voorziet in een bouwvolume van ca 40.500 m2 bvo voor woningbouw (maximaal 440 woningen). De maatschappelijke en commerciële voorzieningen bevatten maximaal 1.900 m2 bvo. Het woningbouwprogramma is verdeeld in een verhouding 26% sociaal, 53% middensegment en 21% marktkoopwoningen. De ontwikkeling is geen losstaande ontwikkeling, maar vormt een schakel in andere vernieuwingsprojecten in Zuidoost. Het beoogde nieuwe programma is niet mogelijk binnen het geldende bestemmingsplan 'De Nieuwe Bijlmer' uit 2009. Het bestemmingsplan ‘Bijlmer Sportcentrum e.o.' biedt het juridische-planologische kader, waarbinnen de ontwikkeling tot stand kan komen. Het geeft aan op welke gronden welke functies toegestaan zijn en hoe deze gronden bebouwd mogen worden. 1.1.1

Crisis- en herstelwet

De Crisis- en herstelwet beoogt een versnelling in de ontwikkeling en verwezenlijking van ruimtelijke projecten te bewerkstelligen, teneinde bij te dragen aan de bestrijding van de economische crisis. Hiertoe zijn tijdelijke wijzigingen in de ruimtelijke procedures (bijvoorbeeld het bestemmingsplan) van toepassing verklaard op verschillende soorten projecten. Zo zijn bijvoorbeeld de behandelingstermijnen bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State verkort. De projecten waarvoor dit geldt zijn opgenomen in bijlage I en II van de Crisis- en herstelwet. In bijlage I van de Crisis- en herstelwet is als categorie van gevallen onder andere genoemd de 'ontwikkeling en verwezenlijking van werken en gebieden krachtens afdeling 3.1 of afdeling 3.3 van de Wet ruimtelijke ordening ten behoeve van de bouw van meer dan 11 woningen in een aaneengesloten gebied of de herstructurering van woon- en werkgebieden'. Voorliggend bestemmingsplan moet worden gezien als een onderdeel van deze categorie.

1.2

Bevoegdheden

Het plangebied is niet aangewezen als grootstedelijk gebied. De voorbereiding, het opstellen van het voorontwerpbestemmingsplan en het vrijgeven van het voorontwerp, is de bevoegdheid van het Dagelijks Bestuur van Stadsdeelcommissie Zuidoost. Dit voorontwerp gaat ter kennisname naar het Algemeen Bestuur. Het ontwerpbestemmingsplan wordt door het college van B&W vrij gegeven voor ter inzage legging en de gemeenteraad stelt het bestemmingsplan vast.

Gemeente Amsterdam

blz. 10

1.3

Leeswijzer

Het bestemmingsplan bestaat uit regels, een verbeelding en gaat vergezeld van een toelichting. Op de verbeelding zijn de bestemmingen in het plangebied weergegeven. Deze bestemmingen zijn gerelateerd aan de in de regels opgenomen juridische regeling. De verbeelding en de regels vormen samen de bestemmingsplanregeling zoals deze door de gemeenteraad wordt vastgesteld. De toelichting geeft de achtergronden (relevant beleid, resultaten van uitgevoerde onderzoeken) bij de bestemmingsplanregeling. De toelichting van dit bestemmingsplan bestaat uit 20 hoofdstukken. Hier wordt in het kort de inhoud van deze hoofdstukken beschreven. Na dit eerste inleidende hoofdstuk volgt in hoofdstuk 2 een beschrijving van het plankader. Er wordt onder andere ingegaan op de ontstaansgeschiedenis, beschrijving van het plangebied als ook de beschrijving van de bestaande functies. In hoofdstuk 3 volgt een beschrijving van het relevante ruimtelijk beleid afkomstig van het Rijk, de provincie, de regio en de gemeente. Hoofdstuk 4 beschrijft het te realiseren plan. In hoofdstuk 5 tot en met 17 worden diverse omgevingsaspecten beschreven. In hoofdstuk 18 wordt uitgelegd op welke wijze dit is vertaald in juridische zin. In hoofdstuk 19 wordt ingegaan op de economische uitvoerbaarheid en tot slot behandelt hoofdstuk 20 de maatschappelijke uitvoerbaarheid (het overleg ex artikel 3.1.1 Bro).

Tot slot zijn de relevante rapporten als bijlage bij de toelichting en regels gevoegd.

bestemmingsplan_Bijlmer Sportcentrum e.o. (vastgesteld)

blz. 11

Hoofdstuk 2 2.1

Plankader

Ligging en begrenzing

Het plangebied ligt in de wijk Amsterdamse Poort, centraal in de Bijlmer en grenst aan de westkant aan de Arenapoort en aan de zuidkant aan het Nelson Mandelapark. Daarmee vormt het een schakelpunt tussen een grootstedelijk centrum en de groene waterrijke woonbuurt.

Schematische weergave context ontwikkeling. Het plangebied van het bestemmingsplan 'Bijlmer Sportcentrum e.o.' wordt globaal als volgt begrensd: in het noorden grenst het plangebied aan het stadsdeelkantoor van bestuurscommissie Zuidoost en de verhoogd aangelegde stadsboulevard Bijlmerdreef; in het oosten is de watergang en een fiets- en voetgangersverbinding die de scheiding vormen met de woonwijk Vogeltjeswei; in het zuiden ligt het Nelson Mandelapark (een groot stadspark op lokaal en stedelijk schaalniveau); in het westen grenst het gebied aan het Anton de Komplein. Deze sluit als marktplein programmatisch aan op het winkelgebied Amsterdamse Poort en ligt op 10 minuten loopafstand van het Station Bijlmer Arena en de Arena Boulevard.

Gemeente Amsterdam

blz. 12

Omgeving van het plan Voor de exacte begrenzing van het plangebied wordt verwezen naar de digitale verbeelding.

2.2

Doelstelling

Gelet op de huidige wet- en regelgeving is het noodzakelijk een bestemmingsplan in procedure te brengen dat voorziet in een goede eigentijdse planologische en juridische regeling voor het gebied. Dit bestemmingsplan voorziet hier in.

2.3

Geldend planologisch kader

Voor het gebied geldt het bestemmingsplan 'De Nieuwe Bijlmer', dat op 26 juni 2007 door de voormalige deelraad van stadsdeel Zuidoost is vastgesteld en op 24 juni 2009 onherroepelijk is geworden. Met het plan worden in totaal 158 woningen en maximaal 1.100 m2 aan horeca (categorie I) mogelijk gemaakt.

Uitsnede bestemmingsplan 'De Nieuwe Bijlmer' (bron: www.ruimtelijkeplannen.nl) De gronden, bestemd voor 'Woningen c.a. (Wx)', zijn aangewezen voor woningen met inbegrip van bergingen, aan- en uitbouwen en andere nevenruimten. Tevens zijn binnen deze bestemming aan huis gebonden beroepen en gebouwde parkeervoorzieningen toegestaan. De gronden, bestemd voor 'Woningen c.a. en Gemengde voorzieningen (Wx+Gv)', zijn aangewezen voor woningen met inbegrip van bergingen, aan- en uitbouwen en andere nevenruimten en gemengde voorzieningen. Tevens zijn binnen deze bestemming horeca I (restaurant, cafe, luncheroom of ijssalon) met een maximum oppervlakte van 250 m2 bvo, aan huis gebonden beroepen en gebouwde parkeervoorzieningen toegestaan. De gronden, op de plankaart bestemd voor 'Maatschappelijke voorzieningen (Mx)' zijn aangewezen voor maatschappelijke voorzieningen. Ter plekke van het (reeds gerealiseerde) sportcentrum is tevens een horeca I (restaurant, cafe, luncheroom of ijssalon) met een maximum oppervlakte van 850 m2 bvo en gebouwde parkeervoorzieningen toegestaan. De gronden bestemd voor "Tuinen" (T), zijn aangewezen voor tuinen, met inbegrip van bijbehorende voetpaden, groenvoorzieningen en parkeervoorzieningen. Op deze gronden mogen uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde, ten behoeve van de tuinbestemming worden gebouwd.

De gronden bestemd voor 'Groenvoorzieningen (G)', zijn aangewezen voor groenvoorzieningen met bestemmingsplan_Bijlmer Sportcentrum e.o. (vastgesteld)

blz. 13

bijbehorende speelvoorzieningen en verhardingen, voet- en fietspaden, water en oevervoorzieningen, afvalinzamelingssystemen en geluidsschermen voor wegverkeerslawaai en/of railverkeerslawaai. Op deze gronden mogen uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde, ten behoeve van de groenbestemming worden gebouwd. De gronden, op de plankaart bestemd voor 'Openbare ruimte' (Vo), zijn aangewezen voor pleinen, fietsen voetpaden, groenvoorzieningen met bijbehorende verhardingen, c. een dagelijkse markt, daar waar dat met de nadere aanduiding, een beeldmuur (zijnde een muur of scherm waarop videobeelden weergegeven worden, ter plaatse van de oostzijde van het Anton de Komplein) en afval inzamelingssystemen. Op deze gronden mogen uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde, ten behoeve van de bestemming worden gebouwd. De gronden, op plankaart bestemd voor 'Verblijfsgebied' (Va2), zijn aangewezen voor woonerven en buurtwegen met bijbehorende bermen, fiets- en voetpaden, ongebouwde parkeervoorzieningen, openbare ruimte en groenvoorzieningen, water en oevervoorzieningen, een beeldmuur (zijnde een muur of scherm waarop videobeelden weergegeven worden, ter plaatse van de oostzijde van het Anton de Komplein) en afvalinzamelingssystemen. Op deze gronden mogen uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde, ten behoeve van de bestemming worden gebouwd.

Zowel de ligging en de omvang van de bouwvlakken, als het maximaal aantal toegestane woningen, de maximale toegestane bouwhoogten en de bestemming zijn niet passend voor het nieuwe stedenbouwkundige plan. Bovendien is het bestemmingsplan inmiddels 10 jaar oud. Allemaal redenen voor Bestuurscommissie Zuidoost om een nieuw bestemmingsplan op te stellen.

2.4

Beschrijving van het plangebied

Het plangebied ligt in de wijk Amsterdamse Poort, centraal in de Bijlmer en grenst aan de westkant aan de Arenapoort en aan de zuidkant aan het Nelson Mandelapark. Daarmee vormt het een schakelpunt tussen een grootstedelijk centrum en de groene waterrijke woonbuurt. Het plangebied ligt ten opzichte van de Bijlmerdreef verlaagd en grenst direct aan het Anton de Komplein. Het plein wordt drie maal per week gebruikt als marktplein. Doordat het stadsdeelkantoor, het sportcentrum, het theater en een aantal woningen reeds gerealiseerd zijn, heeft het gebied een 'onaf' karakter. De solitaire gebouwen van het sportcentrum en het theater staan op een open vlakte.

Gemeente Amsterdam

blz. 14

Bestaande situatie

2.5

Geschiedenis van het plangebied

Het plangebied is een erfenis uit de stedelijke vernieuwing Bijlmermeer van de jaren negentig van de vorige eeuw. Deze was bedoeld om een prettigere woonomgeving te creëren. Het stedenbouwkundig plan uit 2006 voorzag op de locatie een overgangszone van het stedelijk centrum naar het Nelson Mandelapark met maatschappelijke voorzieningen en circa 135 (voornamelijk laagbouw) koopwoningen. Tot 2010 werden het Bijlmer Sportcentrum, het Bijlmer Parktheater en de 24-uurs opvang gerealiseerd, maar het overgrote deel van de woningbouw werd uitgesteld. De ontwikkeling (ook bekend onder de naam 'Marktplein Zuid') loopt parallel aan diverse vernieuwingsprojecten in Zuidoost, zoals de Bijlmerdreef die wordt omgevormd naar stadsboulevard met groene uitstraling en de mogelijke verdichting van het ArenApoort gebied. In het naastgelegen Nelson Mandelapark worden ook woningen gebouwd. Aan de zuidkant van het Nelson Mandelapark wordt de A9 ondertunneld. Het park wordt daarmee een doorgaand groengebied richting de Gaasperplas. Het plangebied bevindt zich daarmee op het snijvlak van een grote groenzone en een stedelijk centrumgebied.

bestemmingsplan_Bijlmer Sportcentrum e.o. (vastgesteld)

blz. 15

Schematische ligging plangebied in groter verband

2.6

Eerdere besluitvorming

Het stedenbouwkundig plan, en de haalbaarheidsstudie waar het stedenbouwkundig plan op is gebaseerd, zijn op verschillende manieren en momenten met de omgeving besproken. De buurt is in deze sessies geconsulteerd en geïnformeerd. De verslagen hiervan zijn in bijlage 1 opgenomen. 2.6.1

Bestemmingsplan De Nieuwe Bijlmer

Zoals beschreven in paragraaf 2.3 is in 2009 het bestemmingssplan 'De Nieuwe Bijlmer' onherroepelijk geworden. De zelfstandige functies, zoals het stadsdeelkantoor, het Bijlmer Sportcentrum en het Bijlmer Parktheater en een deel van de woningbouw zijn gerealiseerd. Het overgrote deel van de woningbouw ontwikkeling is, als gevolg van de crisis, niet tot stand gekomen. Het nieuwe programma is groter dan het beoogde programma uit 2009. Daarom is een nieuw bestemmingsplan nodig. Voorafgaand daaraan wordt eerst een stedenbouwkundig plan en een investeringsnota vastgesteld door de gemeenteraad. 2.6.2

Stedenbouwkundig plan en Investeringsnota Marktplein Zuid

Het nieuwe plan heeft geresulteerd in een stedenbouwkundig plan en een investeringsnota dat eind 2020 door de gemeenteraad is vastgesteld. Bij de totstandkoming zijn naast overlegpartners, verschillende toetscommissies, ook bewoners en bedrijven in de buurt geinformeerd over de nieuwe plannen. De afstemmingsmomenten die met omwonenden en andere belanghebbenden hebben plaats gevonden, zijn: 1. tijdens de inventarisatiefase zijn twee marktsessies georganiseerd op 26 en 30 oktober 2017 en één informatieavond op 2 november 2017; 2. de opbrengsten van de inventarisatiefase zijn in maart 2018 in de 'verdiepingsfase' weer voorgelegd; 3. ten behoeve van het stedenbouwkundige plan is op 12 november 2019 een bijeenkomst georganiseerd.

Gemeente Amsterdam

blz. 16

Een overzicht en de verslagen van deze afstemmingsmomenten zijn in bijlagen 1 en 2 toegevoegd. Het stedenbouwkundige plan is op 5 november 2020 door de gemeenteraad vastgesteld.

bestemmingsplan_Bijlmer Sportcentrum e.o. (vastgesteld)

blz. 17

Hoofdstuk 3

Beleidskader

3.1

Rijksbeleid

3.1.1

Nationale omgevingsvisie (NOVI)

De Nationale omgevingsvisie (NOVI) is een instrument van de nieuwe Omgevingswet en loopt vooruit op de inwerkingtreding van die wet. De NOVI is op 11 september 2020 vastgesteld. Het Nationaal Milieubeleidsplan (NMP4, 2001) en de Rijksnatuurvisie 2014 gaan op in en worden vervangen door de NOVI en het bijbehorende Nationaal Milieubeleidskader. De Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) vervalt in z'n geheel (behalve paragraaf 4.9 Caribisch Nederland en Caribische Exclusieve Economische Zone). De NOVI geldt verder als wijziging van enkele onderdelen van het Nationaal Waterplan 2016-2021 (NWP) op grond van de Waterwet. De NOVI biedt een langetermijnperspectief op de ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland tot 2050. Met de NOVI geeft het kabinet richting aan de grote opgaven die het aanzien van Nederland de komende dertig jaar ingrijpend veranderen. Denk aan het bouwen van nieuwe woningen, ruimte voor opwekking van duurzame energie, aanpassing aan een veranderend klimaat, ontwikkeling van circulaire economie en omschakeling naar kringlooplandbouw. Alles met zorg voor een gezonde bodem, schoon water, behoud van biodiversiteit en een aantrekkelijke leefomgeving. Omgevingskwaliteit is daarmee het kernbegrip: dat wil zeggen ruimtelijke kwaliteit én milieukwaliteit.

De NOVI stelt een nieuwe aanpak voor: integraal, samen met andere overheden en maatschappelijke organisaties, en met meer regie vanuit het rijk. De opgaven die voortkomen uit de nationale belangen van het Rijk zijn vertaald in vier integrale prioriteiten, namlijk: ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie; bevorderen duurzaam economisch groeipotentieel; sterke en gezonde steden en regio’s; stimuleren van een toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied. Om beleidskeuzes te helpen maken hanteert het rijk een omgevingsinclusieve benadering en drie afwegingsprincipes: 1. combinaties van functies gaan voor enkelvoudige functies; 2. kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal; 3. afwentelen wordt voorkomen. NOVI-gebieden In de NOVI op vier thema's voorlopig acht zogenaamde NOVI-gebieden benoemd welke onderdeel worden van de Omgevingsagenda. Het Rijk zal in deze gebieden een actieve rol gaan spelen. Deze thema's en bijbehorende gebieden zijn: Transities van havengebieden in Regio Rotterdam en Amsterdam Transities landelijk gebied: De Peel en Groene Hart Energie- en klimaattransities in relatie tot verstedelijking: Groningen en regio Zwolle Transities in grensoverschrijdende context: Zuid-Limburg en de Zeeuwse havens/Zeeuws Vlaamse kanaalzone.

De NOVI gaat vergezeld met een Uitvoeringsagenda, waarin staat hoe het Rijk invulling geeft aan zijn rol bij de uitvoering van de NOVI. De Uitvoeringsagenda zal, indien nodig, jaarlijks worden geactualiseerd. Zo helpt de NOVI om keuzes te maken waar dat moet. Want niet alles kan overal.

Gemeente Amsterdam

blz. 18

Consequentie NOVI voor plangebied Met de beoogde ontwikkeling wordt bijgedragen aan drie van de vier prioriteiten en de afwegingssprincipes van de NOVI. Dat blijkt uit de hoofdstukken 5 t/m 17. Daarmee is de ontwikkeling in overeenstemming van de SVIR. 3.1.2

Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro)

De nationale belangen uit de SVIR worden in de Amvb Ruimte juridisch geborgd. Deze Amvb Ruimte wordt in juridische termen aangeduid als: Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro). Op 30 december 2011 is het Barro in werking getreden. In het Barro zijn bepalingen opgenomen ten aanzien van de mainportontwikkeling van Rotterdam, bescherming van de waterveiligheid in het kustfundament en in en rond de grote rivieren, de uitoefening van defensietaken en bescherming en behoud van de Waddenzee en enkele werelderfgoederen, zoals de Beemster, de nieuwe Hollandse Waterlinie en de Stelling van Amsterdam. Op 1 oktober 2012 is het Barro gewijzigd en treden delen van het Barro in werking die al waren vastgesteld, maar die voor hun inwerkingtreding wachtten op deze wetswijziging. Met deze aanpassingen in de regelgeving is de wettelijke borging van het beleid in de SVIR nagenoeg voltooid. Het gaat om de eerder aangekondigde onderwerpen Ecologische hoofdstructuur, electriciteitsvoorziening, toekomstige uitbreiding hoofd(spoor)wegennet, veiligheid rond rijksvaarwegen, verstedelijking in het IJsselmeer, bescherming van primaire waterkeringen buiten het kustfundament en toekomstige rivierverruiming van de Maastakken.

Ook treden de eerder vastgestelde regels op 1 oktober 2012 verlaat in werking met betrekking tot de ruimtelijke bescherming van het erfgoed van de Stelling van Amsterdam, de Beemster, de Nieuwe Hollandse Waterlinie en de Romeinse Limes en met betrekking tot voorwaarden aan windmolens en hoge bebouwing rond militaire radarposten. Consequentie Bro voor plangebied Het Barro heeft geen consequenties voor het binnenstedelijk gelegen plangebied. 3.1.3

Besluit ruimtelijke ordening (Bro)

Ladder voor duurzame verstedelijk ing De ladder is per 1 oktober 2012 als motiveringseis in het Besluit ruimtelijke ordening (artikel 3.1.6, lid 2) opgenomen. Doel van de ladder voor duurzame verstedelijking is een goede ruimtelijke ordening door een optimale benutting van de ruimte in stedelijke gebieden. Hierbij dient de behoefte aan een stedelijke ontwikkeling te worden aangetoond. Bij een nieuwe stedelijke ontwikkeling is duurzame verstedelijking het uitgangspunt. Als stedelijke ontwikkeling wordt verstaan: ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen. De tot 1 juli 2017 in artikel 3.1.6, tweede lid, aanhef en onder a, (en vierde lid) van het Bro opgenomen eis dat de actuele regionale behoefte dient te worden beschreven is gewijzigd in die zin dat de elementen "actuele" en "regionale" komen te vervallen. Bestemmingsplannen die een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maken, dienen in de toelichting een beschrijving te bevatten van de behoefte aan de voorgenomen stedelijke ontwikkeling. bestemmingsplan_Bijlmer Sportcentrum e.o. (vastgesteld)

blz. 19

De Afdeling hanteert een aantal uitgangspunten, die gehanteerd worden bij de beoordeling of er sprake is van een stedelijke ontwikkeling (uitspraak 201608869/1/R3). Wanneer een bestemmingsplan voorziet in niet meer dan 11 woningen die gelet op hun onderlinge afstand als één woningbouwlocatie als bedoeld in artikel 1.1.1, eerste lid, van het Bro, kunnen worden aangemerkt, kan deze ontwikkeling in beginsel niet als een stedelijke ontwikkeling worden aangemerkt. Wanneer een bestemmingsplan voorziet in een terrein met een ruimtebeslag van meer dan 500 m2 of in een gebouw met een bruto-vloeroppervlakte groter dan 500 m2, dient deze ontwikkeling in beginsel als een stedelijke ontwikkeling te worden aangemerkt. Consequentie Bro voor plangebied Met voorliggend plan vindt er een intensivering van de woningbouwplannen uit 2009 plaats in binnenstedelijk gebied: een toename van maximaal 282 woningen ten opzichte van het aantal woningen dat op grond van het geldende bestemmingplan mogelijk is. Daarmee is er sprake van nieuwe stedelijke ontwikkeling en dient onderbouwd te worden dat er behoefte is aan extra woningen. Zoals blijkt uit de paragraven 3.3 en 3.4.1 t/m 3.4.4 is de vraag naar woningen in Amsterdam hoog.

3.2

Provinciaal beleid

3.2.1

Omgevingsvisie NH2050 - Balans tussen economische groei en leefbaarheid

Op 19 november 2018 is de omgevingsvisie vastgesteld. De Omgevingsvisie NH2050 borduurt voort op de Structuurvisie Noord0Holland 2040. Noord-Holland herbergt vele kwaliteiten. Kwaliteiten die een basis bieden voor verdere ontwikkeling richting de toekomst. De visie houdt rekening met alle invloeden die op de provincie afkomen. Ook wordt in de visie gekeken naar hoe de provicie verbonden is met Nederland, Europa en de rest van de wereld. Vanuit die context - van aanwezige kwaliteiten en verbinding met de omgeving - wordt gekeken hoe naar de toekomst. Amsterdam is vanouds een internationale handelsstad, waar dagelijks grote stromen mensen, goederen, informatie en geld doorheen gaan. In de 17e eeuw uitgegroeid tot wereldhandelsstad, berust de huidige economie nog steeds op handel, logistiek en bankieren. De toegang tot de globale netwerken via luchthaven, zeehaven en internethub zijn daarbij essentieel. Een aantal aspecten zijn van belang voor de stad: Landschap als onderdeel metropolitaan systeem. Het is noodzakelijk dat het landschappelijke raamwerk in de metropool wordt versterkt, bijvoorbeeld door het verbinden van gebieden. Verdichting in de stad vraagt ook om versterking van groen in en om de stad. Een voorbeeld zijn de transformatiegebieden van Greenport Aalsmeer. Hier kan het landschappelijk raamwerk zelfs worden uitgebreid.

Ontwikkelingen zijn mogelijk, mits onder strikte voorwaarden. Het metropolitane landschap zal steeds vaker verschillende opgaven moeten stapelen en diverse belangen moeten verenigen. Nieuwe ontwikkelingen zijn zo veel mogelijk natuurinclusief. Bij alle ontwikkelingen wordt gestreefd naar het vergroten van de biodiversiteit. Meer biodiversiteit draagt bij aan een gezonde leefomgeving. Natuurinclusiviteit (groen en water) in de stad draagt bij aan het voorkomen van hittestress, klimaatadaptatie en een gezonde leefomgeving. Optimale energiemix. De regionale optimale energiemix voor opwekking van hernieuwbare energie in de ondergrond, op de bovengrond en in de bebouwde omgeving past bij de regionale landschappelijke en gebiedskwaliteiten en de economische kansen. De warmtevoorziening is een belangrijk onderdeel van de energietransitie in Noord-Holland. Er moeten strategieën komen voor warmtesystemen die de warmte van hernieuwbare bronnen samen met restwarmte van bedrijven naar afnemers brengen (bedrijf, wijk en regio). Gemeente Amsterdam

blz. 20

3.2.2

Omgevingsverordening Noord-Holland 2020

De doorwerking van de omgevingsvisie naar de gemeenten toe wordt geregeld met de provinciale omgevingsverordening. Op 17 november 2020 is de omgevingsverordening in werking getreden. De verordening bevat algemene regels omtrent de inhoud van onder andere gemeentelijke bestemmingsplannen (en omgevingsplannen). Het gaat daarbij niet alleen om de inhoud in strikt juridische zin, maar ook om eisen aan de toelichting. De omgevingsverordening bevat de volgende artikelen die mogelijk relevant zijn voor het plangebied: Paragraaf 6.1.6: wonen binnen de LIB 5 zone Schiphol Artikel 6.62: k limaatadaptatie Paragraaf 6.1.6 Wonen binnen de LIB 5 zone Schiphol Deze paragraaf ziet op het toevoegen van woningen binnen de LIB 5 zone Schiphol, zijnde het planologisch afwegingsgebied, zoals bedoeld in het Luchthavenindelingbesluit Schiphol.

Deze paragraaf bevat regels met het oog op: het waarborgen van terughoudendheid met woningbouw in het landelijk gebied binnen de LIB 5 zone Schiphol; het expliciet meewegen van luchtvaartgeluid in ruimtelijke plannen waarin woningen worden toegevoegd binnen de LIB 5 zone Schiphol Voor zover een ruimtelijk plan nieuwe woningen toestaat op gronden die liggen binnen het werkingsgebied LIB 5 zone wordt in de toelichting op dat plan rekenschap gegeven van het feit dat op de betreffende locatie sprake is van geluid vanwege het luchtverkeer en worden de redenen vermeld die er toe hebben geleid om op de betreffende locatie nieuwe woningen te bestemmen.

Ligging plangebied ten opzichte van de LIB5 zone (bron: www.ruimtelijkeplannen.nl) Artikel 6.62 Klimaatadaptatie De toelichting van een ruimtelijk plan dat een nieuwe ruimtelijke ontwikkeling mogelijk maakt bevat een

bestemmingsplan_Bijlmer Sportcentrum e.o. (vastgesteld)

blz. 21

beschrijving van de wijze waarop in het plan rekening is gehouden met de risico’s van klimaatverandering. In de beschrijving wordt in ieder geval betrokken het risico op: wateroverlast; overstroming; hitte en droogte. De beschrijving omschrijft tevens de maatregelen en voorzieningen die worden getroffen om de omschreven risico’s te voorkomen of te beperken en de afweging die daarbij is gemaakt. De beschrijving wordt opgesteld na overleg met in ieder geval het waterschap in wiens beheergebied de ontwikkeling plaats vindt. 3.2.3

Conclusie provinciaal beleid

1. Het plangebied ligt binnen bestaand stedelijk gebied en ligt buiten de LIB5 zone van Schiphol. Nadere argumentatie voor het aspect luchtvaart-geluid is niet nodig. 2. In de hoofdstukken 11 en 17 wordt nader in gegaan op het voorkomen van wateroverlast en het voorkomen van hitte en droogte. Geconstateerd wordt dat de ontwikkeling voldoet aan het provinciale beleid.

3.3

Regionaal beleid

3.3.1

Metropoolregio Amsterdam

De Metropoolregio Amsterdam is het informele samenwerkingsverband van lokale en provinciale overheden in de noordvleugel van de Randstad. Belangrijk kenmerk van de metropoolsamenwerking vormt het feit dat dit gebeurt op vrijwillige basis. De democratische legitimatie van besluiten vindt plaats in de Staten en Raden van de aangesloten gemeenten en provincies. Het versterken van de concurrentiepositie, nationaal en internationaal, vormt de rode draad binnen de metropoolsamenwerking. Om in de Europese top mee te kunnen blijven spelen, is de gezamenlijke ambitie gericht op het creëren van een hoogwaardig, veilig en duurzaam leef- en woonmilieu voor bedrijven, bewoners en bezoekers, nu en straks. Door in te zetten op compacte, hoogwaardige en bereikbare steden die omringd worden door recreatief groen moet het vestigingsklimaat aantrekkelijk blijven. Rond de beleidsvelden verkeer en vervoer, economie, verstedelijking, landschap en duurzaamheid zijn drie regionale bestuurlijke overlegorganen geformeerd. De samenwerking in metropoolverband levert de regio bovendien structureel meer kracht en zeggenschap op richting het Rijk. Jaarprogramma 'wonen', MRA 2020 Het Jaarprogramma Wonen in de MRA 2020 kent de volgende strategische opgaven: 1.

Realiseren en behouden van divers en betaalbaar woningaanbod en voldoende instroom- en doorstroomkansen voor diverse groepen, zowel in de nieuwbouw als in de bestaande voorraad. Met een evenwichtige spreiding binnen de MRA en behoud van leefbare, aantrekkelijke steden en kernen. 2. Aanjagen woningproductie (15.000 woningen per jaar) en gebiedsontwikkeling korte termijn. 3. Afstemming woningbouwopgave in samenhang met andere (ruimtelijke) opgaven, met focus op de Sleutelgebieden. De drie strategische opgaven komen samen in een aantal trajecten, die in 2020 prioriteit hebben: Woondeal MRA met het Rijk, met onder meer afspraken over woningproductie en over borgen van

Gemeente Amsterdam

blz. 22

de betaalbaarheid Versnelling woningbouw: actieprogramma woningproductie MRA 2018-2025 Uitvoering Sleutelgebieden De grote woningopgave voor de regio heeft een grote impact op de ruimte en de bereikbaarheid in de regio. Hierbij is hulp van het Rijk nodig. Om richting te geven aan de gesprekken met het rijk zijn een aantal 'sleutelgebieden' (kansrijke groter regionale woningbouwlocaties). Het plangebied valt daar niet onder. 3.3.2

Conclusie regionaal beleid

Met dit bestemmingsplan worden maximaal 440 woningen mogelijk gemaakt. Ruim een kwart van de woningen worden sociale huurwoningen. Aanvullend wordt 35% in het segment middensegment huur gerealiseerd en bijna 20% in het middensegment koop. Daarmee bevat het woningbouwprogramma een groota aantal woningen voor betaalbare woningen. Het borgen van de betaalbaarheid vindt plaats in de uit te geven erfpachtovereenkomsten (privaatrechtelijk). Daarmee is er geen noodzaak om de doelgroepenverordening toe te passen in dit bestemmingsplan (bestuursrechtelijke borging). Het beoogde woningbouwprogramma past binnen de opgaven van de MRA.

3.4

Gemeentelijk beleid

3.4.1

Structuurvisie Amsterdam 2040 'Economisch sterk en Duurzaam'

Met de Structuurvisie Amsterdam 2040 'Economisch sterk en Duurzaam' (17 februari 2011) legt Amsterdam zichzelf, inclusief de stadsdelen, regels op waar ruimtelijke plannen aan moeten voldoen. Amsterdam heeft zichzelf onder meer voor de opgave gesteld te verdichten en tegelijk het omliggende landschap open te houden. Dat leidt tot belangrijke uitgangspunten: het groen in en rond de stad vraagt om stevige bescherming, terwijl andere delen van de stad optimaal worden benut. Verdichting leidt ook tot (geleidelijke) transformatie en toenemende menging. Dat vergt veel van de bestaande infrastructuur en openbare ruimte. Respect voor de rijkdom aan cultuurhistorische schatten van Amsterdam is hierbij een belangrijke voorwaarde. De centrale ambitie van de Structuurvisie is dat Amsterdam zich verder ontwikkelt als kernstad van een internationaal concurrerende, duurzame, Europese metropool. Intensivering van het grondgebruik in de stad biedt aan tal van mensen woon- en werkruimte. Het betekent extra draagvlak voor voorzieningen, extra investeringen in de openbare ruimte en in recreatief gebruik van water en groen en efficiënter omgaan met energie en vervoer, zodat buiten de stad minder landschap hoeft te worden aangetast.

De ambitie is om 70.000 woningen en bijbehorende voorzieningen toe te voegen tot 2040, een intensiever gebruik van de haven en huidige bedrijventerreinen te realiseren en ruimte te maken voor waterberging. De ambitie is om woningen toe te voegen door met name verdichting en transformatie. Verdichting is het beter benutten of intensiveren van bestaand stedelijk gebied. Een andere manier om de woningvoorraad uit te breiden is het omvormen van bestaande gebouwen (bijvoorbeeld leegstaande kantoren) tot wooncomplexen. Hiermee wordt één van de belangrijkste kwaliteiten van Amsterdam verder uitgebouwd: de menging van wonen, werken en ontspanning. In een economie, die in toenemende mate een kennisen netwerkeconomie is, werkt dat gegeven als een magneet op bedrijven en ondernemers. Zuidflank - ArenApoort

bestemmingsplan_Bijlmer Sportcentrum e.o. (vastgesteld)

blz. 23

Het plangebied en de ArenApoort vormen een onderdeel van de zuidflank. In dit deel van zuidoost staan trekkers als stadion ArenA, de Heineken Music Hall en de grotere woonwinkels. De ontwikkeling in zuidoostelijke richting is altijd ‘onrustig’ geweest. Infrastructuur richting Midden-Nederland (A2, A9 en de spoorlijn Amsterdam Utrecht) heeft dit deel van Amsterdam versnipperd. Dit leidde tot tal van ad-hocontwikkelingen en tot een grote ontvankelijkheid voor grotere sport- en leisurefuncties. De ambitie is om het centrumgebied van Zuidoost, ArenAPoort (Arenagebied en winkelcentrum de Amsterdamse Poort) verder te ontwikkelen als ‘grootstedelijk kerngebied’, een plek om te winkelen, uit te gaan, te werken en te wonen. De ontwikkeling is al geruime tijd gaande. ArenAPoort geniet reeds nationale en internationale faam als plek voor grootschaliger (overdekte) sport- en entertainment-evenementen, in stadion ArenA, de Heineken Music Hall en de Ziggo-dome. In het gebied concentreren zich ook mediabedrijven met bijbehorende studiofaciliteiten (Endemol). De ambitie voor het gebied vraagt nadrukkelijk om doorontwikkeling en diversifisering. Het gaat dan om vestiging van (grootschalige en perifere) detailhandel, versterking van het winkelgebied Amsterdamse Poort en de ontwikkeling van grootschalige leisure. Het plangebied grenst aan de hoofdgroenstructuur (stadspark).

Voor meer informatie hierover wordt verwezen naar hoofdstuk 16.

Structuurvisie (bron: https://nieuwemeer.info/gab/pdf/structuurvisie_amsterdam_2040_web.pdf) Consequentie structuurvisie voor plangebied Met een verhoging van het aantal woningen van 158 naar maximaal 440 wordt er een bijdrage geleverd aan de hoge woningbouwbehoefte van Amsterdam. Daarbij is sprake van een verdere intensivering van de plannen tot nu toe. Een verdichting die bijdraagt aan een mening van wonen, werken en ontspanning. De plannen zijn daarmee volledig in overeenstemming met de doelstellingen van de gemeentelijke structuurvisie. 3.4.2

Omgevingsvisie Amsterdam 2050

Op 8 juli 2021 heeft de Omgevingsvisie Amsterdam 2050 vastgesteld. De centrale gedachte van de omgevingsvisie is dat de gemeente voorbereid wil zijn op een groei. De ontwikkeling van de economie en de toename van de bevolking wil de gemeente gebruiken om een betere stad te worden, met meer kansengelijkheid, leefbaarder voor mens en dier en duurzamer in een vitale en goed verbonden regio. De groeiambities van de 'Structuurvisie Amsterdam 2040. Economisch sterk en Duurzaam' uit 2011 wordt doorgezet: de stad mikt op minimaal 150.000 woningen erbij in 2050, dat is een voortzetting van het groeitempo van de afgelopen 10 jaar. Plus 200.000 nieuwe arbeidsplaatsen. Deze groei wordt aan voorwaarden gebonden. Amsterdam wil dat de groei enerzijds het sociale fundament van de stad versterkt en anderzijds het draagvermogen van de planeet niet overschrijdt. Daarom mag de groei alleen

Gemeente Amsterdam

blz. 24

plaatsvinden binnen de huidige stadsgrenzen. Op die manier wordt de kwaliteit van bestaande buurten versterkt en kunnen woningen en bedrijfsgebouwen verduurzaamd worden en blijven de kwetsbare landschappen open. De omgevingsvisie heeft vijf strategische keuzes geformuleerd: 1. 2. 3. 4. 5.

meerkernige ontwikkeling; groeien binnen grenzen; duurzaam en gezond bewegen; rigoureus vegroenen; samen stad maken.

Hoe de omgevingsvisie in de praktijk haar doorwerking zal krijgen, wordt nog uitgewerkt in een Uitvoeringsagenda omgevingsvisie Amsterdam. Consequentie omgevingsvisie voor plangebied De beoogde ontwikkeling is helemaal in lijn met de recent vastgesteld omgevingsvisie. Met het toevoegen van maximaal 440 woningen en het vergroten van het programma aan voorzieningen wordt er bijgedragen aan de doelstellingen van de recent vastgestelde omgevingsvisie. 3.4.3

Koers 2025 - Ruimte voor de stad

De 'Koers 2025' operationaliseert de Structuurvisie en de ambitie voor de bouw van 50.000 woningen in een ontwikkelstrategie voor de stad tot 2025. De koers is in 2016 vastgesteld door de gemeenteraad. Het college wil de druk op de woningmarkt verlichten en maakt daarom tot 2025 de bouw mogelijk van 50.000 woningen binnen de stadsgrenzen. De huidige voorraad aan woningbouwplannen is onvoldoende om hierin te voorzien. Nieuwe woningen worden gerealiseerd in nieuwbouwprojecten, maar ook door transformatie van leegstaand en leegkomend vastgoed. De plannen bieden ook ruimte aan voorzieningen en bedrijven. Op welke plekken dit kan gebeuren staat in Koers 2025, een integrale en stadsbrede inventarisatie van woningbouwlocaties. Koers 2025 is op 12 januari 2016 vastgesteld door het college van burgemeester en wethouders. De gemeenteraad is hierover tijdens de raadsvergadering van 9 maart 2016 geïnformeerd. Met de acties uit Koers 2025 schept het gemeentebestuur voor de periode tot 2025 ruimte voor het realiseren van 50.000 woningen in de stad. Dit gebeurt gefaseerd. Voor zuidoost wordt met name gewerkt aan verschillende verdichtingsprojecten. Het Nelson Mandelapark worden in Koers 2025 aangewezen als versnellingslocaties.

bestemmingsplan_Bijlmer Sportcentrum e.o. (vastgesteld)

blz. 25

Bouwsteen 5 - zuidoost (bron: Koers 2025 - Ruimte voor de stad) Consequentie Koers 2025 voor plangebied Het plangebied ligt te midden van gebieden, die specifiek zijn aangemerkt als versnellingslocaties. Het gebied zelf is niet aangemerkt als versnellingslocatie. Met de bouw van maximaal 440 woningen, waar momenteel 158 woningen mogelijk zijn, is er sprake van verdichting. Met de toename van bijna 300 woningen wordt intensiever bijgedragen aan de doelstelling om 50.000 woningen extra woningen te realiseren. 3.4.4

Woonagenda 2025

De Woonagenda 2025 is opgesteld in opdracht van het gemeentebestuur van Amsterdam en is op 19 juli 2017 vastgesteld door de gemeenteraad van Amsterdam. De vraag die centraal staat in de woonagenda is: wat is er nodig om te zorgen dat Amsterdam een gezonde, dynamische, gemengde stad blijft waar ruimte is voor iedereen? Voor oude Amsterdammers en voor nieuwe Amsterdammers. Voor gezinnen en voor starters. Voor studenten en voor ouderen. Voor mensen met alle soorten inkomens. Die opgave is ingewikkeld. Hoe ontwikkelen de woningvoorraad en de woningbehoefte zich tot 2025? Dit inzicht is nodig om te weten waar op gestuurd moet worden om de woningvoorraad en de woningbehoefte in 2025 beter op elkaar te laten aansluiten. In de woonagenda is een figuur opgenomen waarin de woningvoorraad in 2025 vergeleken met de woningbehoefte in dat jaar. Voor deze prognose is uitgegaan van bestaand beleid ten aanzien van de woningvoorraad, zonder de aanvullende acties uit de woonagenda. De prognose maakt duidelijk waar de komende jaren tekorten in de voorraad ontstaan en voor welke uitdagingen Amsterdam nog staat.

Gemeente Amsterdam

blz. 26

Woningvoorraad en - behoefte in 2025 (bron: Woonagenda 2025) Uit de prognose van de woningbehoefte en de woningvoorraad blijkt dat voor heel Amsterdam in 2025 het grootste tekort zit in de gereguleerde huurvoorraad. Dit zijn woningen met een huurprijs tot maximaal € 710,68. Ook wel 'sociale huurwoningen' genoemd. In de woonagenda zijn actie's benoemd die bijdragen aan voldoende, betaalbare en kwalitatief goede woningen. Consequentie woonagenda voor plangebied Van de maximaal 440 woningen, wordt 26% sociale huurwoning. Het bestaande woningbouwaanbod in Bijlmer Centrum bedraagt momenteel 76% sociale huur, 22% middensegment en 2% koopwoningen. Er is inzichtelijk gemaakt hoe het toekomstige woningaanbod in Bijlmer Centrum zich ontwikkeld, rekening houdend met wat er in lopende projecten als programma is voorzien. Hier is ook Marktplein Zuid in meegenomen. Een lager percentage sociale huurwoningen in dit plan, zorgt voor meer diversiteit in het woningaanbod in Bijlmer Centrum. Uit een doorrekening blijkt dat de college ambities van 45% sociaal op gebiedsniveau met dit aangepaste programma gehaald worden. Daarmee is het woningbouwprogramma in lijn met de woonagenda. 3.4.5

Actieplan wooncoöperaties

Op 17 september 2019 heeft het college van B&W het 'Actieplan wooncoöperaties' vastgesteld. Hierin staat dat de gemeente Amsterdam de groei van het aantal wooncoöperaties in de stad sterk gaat stimuleren. In de periode 2020-2021 starten 15 tot 20 wooncoöperaties met huurwoningen in het sociale en middensegment. Het aantal coöperatieve woningen moet in de jaren daarna oplopen tot 7.000 in 2025 om daarna door te groeien tot 40.000 coöperatieve woningen in 2040. Een wooncoöperatie is een vorm van collectief wonen, waarbij de bewoners gezamenlijk vorm geven aan zelfbeheer en zelfbestuur. Een gemeenschap waarin bewoners meer met elkaar delen, variërend van een gemeenschappelijke tuin tot een gezamenlijk huishouden of de gezamenlijke opvang van de

bestemmingsplan_Bijlmer Sportcentrum e.o. (vastgesteld)

blz. 27

kinderen. Er is altijd sprake van een collectief element tussen bewoners en gebruikers van een pand of een gebied. Het actieplan streeft er naar het percentage middeldure huurwoningen te verhogen. Wooncoöperaties dragen bij aan het blijvend beschikbaar houden van woningen in het sociale - en middenhuursegment. Consequentie actieplan voor plangebied De vraag naar middeldure huurwoningen is toegenomen doordat huishoudens met een middeninkomen niet meer in de sociale huursector terecht kunnen en steeds meer mensen een flxibel arbeidscontract hebben. Daarnaast zijn steeds meer huishoudens door de stijgende prijzen in de koopsector, aangewezen op een middeldure huurwoning. Ruim 60% van het te realiseren woningbouwprogramma betreft sociale huur en middensegment huur woningen. Daarmee is het woningbouwprogramma in overeenstemming met de doelstellingen van het actieplan. 3.4.6

Huisvestingsverordening Amsterdam 2020

De gemeenteraad heeft de Huisvestingsverordening Amsterdam 2020 aangenomen. De nieuwe regels zijn per 1 januari 2020 in werking gegaan. Deze verordening bevat regels voor alle Amsterdamse woningen. De nieuwe huisvestingsverordening is er om te zorgen dat de woningvoorraad en de leefbaarheid in de Amsterdamse buurten beschermd worden. De gemeente wil dat woningen worden gebruikt om in te wonen en dat er woningen zijn voor alle mensen die in Amsterdam willen wonen. In de verordening staan onder andere nieuwe regels met betrekking tot het toestaan van een Bed & Breakfast (B&B). Het college van B&W heeft een quotum vastgesteld per wijk. Vergunningen voor het gedeeltelijk onttrekken aan de bestemming tot bewoning ten behoeve van een B&B worden, met inachtneming van een door burgemeester en wethouders per wijk vastgesteld quotum, verstrekt. Wanneer het aantal aanmeldingen voor een wijk hoger is dan het quotum, geschiedt de verdeling middels loting.

Aan een vergunning voor het gedeeltelijk onttrekken van een woonruimte aan de bestemming tot bewoning ten behoeve van een B&B worden voorwaarden gesteld, waaronder: de B&B beschikt over maximaal vier slaapplaatsen voor gasten; de woonruimte die ten behoeve van B&B wordt onttrokken is een deel van een zelfstandige woonruimte; de woonruimte waarbinnen wordt onttrokken is niet in eigendom van een woningcorporatie; de vergunning is geldig voor een periode van ten hoogste acht jaar. Consequentie huisvestingsverordening voor plangebied Met dit bestemmingsplan wordt de regeling uit de huisvestingsverordening vertaald: een B&B is als strijdig gebruik aangemerkt, maar het bevoegd gezag kan, onder voorwaarden, besluiten een B&B toch toe te staan (middels een afwijkingsbevoegdheid).

Gemeente Amsterdam

blz. 28

3.4.7

Horecanota Zuidoost, 2007 - 2012

Op 18 december 2007 heeft het voormalige Stadsdeel Zuidoost de horecanota vastgesteld.De nota is gericht op de vernieuweingsoperatie van de Bijlmermeer en de plannen rond de ArenA Boelevard, waar toen sprake van was. Horeca kan bijdragen aan het aantrekkelijker maken van de woon-, werk-, en leefomgeving. De nota dient als toetsingskader voor ontwikkelingen en planvorming rond de horeca, vergunningverlening en handhaving. De vernieuwingsoperatie was gericht op een integrale aanpak, waarbij er meer andere vormen van horeca komen met een opwaardering van de horecavoorzieningen als gevolg. In 2007 werd een uitbreiding van het aantal horecavestigingen van 15 tot 20 als wenselijk geacht voor de locaties 'centrumgebied', de grondgebieden, bedrijventerrein Amstel III en de wijk-, winkel- en woongebieden. Voor het Anton de Komplein was het beleid gericht om van het plein een levendig en cultureel plein te maken, zowel overdag als in de avonduren. Naast een geschikt marktplein, is het plein een ontmoetingsplek voor wijkbewoners en bezoekers. Voor de levendigheid van het plein is het van belang dat aan verschillende kanten van het plein horeca aanwezig is. Het plein biedt de mogelijkheid voor een 'horecaconcentratiegebied'.

Consequentie plangebied In het geldende bestemmingsplan is in totaal 1.100 m2 (250 m2 + 850 m2) aan horecavoorzieningen (horeca I, III en IV) mogelijk, waarvan 850 m2 in het sportcentrum. De rechten voor het sportcentrum blijven met dit bestemmingsplan behouden. Voor de rest wordt het oppervlakte aan horeca verhoogd naar maximaal 500 m2 aan horeca III en/of IV. Deze verdubbeling is passend binnen de marktruimte van 3.300 m2 in de gehele Arenapoort. 3.4.8

Amsterdamse Referentienormen

Met de Amsterdamse referentienormen wordt gestreefd naar het creëren van ruimte voor maatschappelijke voorzieningen, groen en spelen. Het zijn richtlijnen die nieuwe en aanwezige voorzieningen (of het tekort hieraan) binnen een gebied een belangrijke plaats geven. Het college van B&W heeft op 31 januari 2018 ingestemd met de referentienormen. Nadien zijn de normen op onderdelen aangepast. Het doel van een stedelijke referentienorm is om te voorzien in voldoende en divers kwalitatief aanbod van voorzieningen (maatschappelijk, groen en spelen) en deze niet-woonfuncties steviger te verankeren in de groei van de stad. Resultaat is een Amsterdamse referentienorm voor maatschappelijke voorzieningen, groen en spelen die in beeld brengt welke opgave hoort bij de in Koers 2025 vastgestelde woningbouwambitie. De referentienormen houden rekening met de verschillende woonmilieus (centrum stedelijk, gemengd stedelijk en groen/blauw) die in de stad worden onderscheiden. Met de referentienormen wordt een onderscheid gemaakt tussen voorzieningen die in elke buurt aanwezig moeten zijn en voorzieningen die bovenwijks van belang zijn.

bestemmingsplan_Bijlmer Sportcentrum e.o. (vastgesteld)

blz. 29

Referentienormen voor groen en spelen in openbare ruimte (op buurtniveau) In het rapport 'Naar een complete stad' zijn de referentienormen voor de realisatie van de 30.000 nieuwe woningen in Zuidoost in kaart gebracht. Een deel van de voorzieningen zijn en worden binnen het plangebied van dit bestemmingsplan gerealiseerd. 3.4.9

Shortstay

Shortstay is het tijdelijk wonen in een zelfstandige woning voor een periode van minimaal zeven nachten en maximaal zes maanden. Shortstay in één appartement is toegestaan voor één huishouden of voor maximaal 4 personen als deze personen deel uitmaken van meerdere huishoudens. Voor de overnachtingen in een shortstay-appartement moet toeristenbelasting worden betaald. Shortstay is bedoeld voor tijdelijk verblijf van expats en internationals die tijdelijk voor werk naar Amsterdam komen. Shortstay is uitdrukkelijk niet bedoeld voor het onderbrengen van toeristen. In de bestaande woningbouw kan shortstay alleen worden uitgevoerd als daar een tijdelijke woningonttrekking op basis van de Huisvestingswet voor is afgegeven. Sinds 14 januari 2014 worden geen nieuwe vergunningen voor shortstay in de bestaande woningbouw meer afgegeven. Consequentie plangebied Met dit bestemmingsplan wordt short-stay niet mogelijk gemaakt. Short-stay wordt aangemerkt als strijdig gebruik.

Gemeente Amsterdam

blz. 30

3.4.10 De schoonheid van Amsterdam Op 14 september 2016 heeft de gemeenteraad van Amsterdam de welstandsnota 'De schoonheid van Amsterdam' vastgesteld. De stad hecht waarde aan de kwaliteit van de gebouwde omgeving; het is een publiek belang om zorgvuldig met die omgeving om te gaan. Tegelijkertijd wil de gemeente burgers niet onnodig beperken in de mogelijkheid gebouwen aan te passen. Het beoordelen van bouwplannen op redelijke eisen van welstand is een manier om deze twee uitganspunten in de praktijk te brengen. De welstandnota maakt onderscheid in verschillende welstandsniveaus. Het plangebied wordt aangemerkt als 'bijzonder'. Van deze gebieden mag worden verwacht dat een ontwikkeling (een ontwerp) bij draagt aan de kwaliteit van de omgeving. Dit zijn gebieden die van groot belang zijn voor het aanzien van de stad. Volgens het 'stroomschema welstand' zijn de regels in hoofdstuk 8 (criteria voor ruimtelijke systemen) relevant en van toepassing.

Uitsnede niveaukaart 'De schoonheid van Amsterdam' (bron: Schoonheid van Amsterdam)

Uitsnede kaart welstandsgebied De schoonheid van Amsterdam' (bron: Schoonheid van Amsterdam)

bestemmingsplan_Bijlmer Sportcentrum e.o. (vastgesteld)

blz. 31

Consequentie welstand voor projectgebied Op 18 april 2018 heeft de subcommissie Integrale Ruimtelijke Kwaliteit (SIRK) het plan beoordeeld. De vraag die toen voorgelegd is, is: is de gekozen bouwhoogte en typologie van bebouwing passend voor deze locatie en leidt de positionering van de toegevoegde bebouwing tot een kwalitatief aantrekkelijke openbare ruimte? De commissie onderschrijft de hoofduitgangspunten van het plan, waarbij het bestaande sportcentrum wordt voorzien van een open kraag van omringende bebouwing, die aan alle zijden reageert op de kenmerken van de aanliggende openbare ruimte. De commissie vraagt aandacht voor: de verbinding tussen het Anton de Komplein en het cultuurplein op de kop van het Nelson Mandelapark; de toe te voegen bebouwing mag niet de zichtrelatie tussen de dreef en de groenstrook blokkeren; de overgang van privé terrein naar het openbaar groen; het aantrekkelijk maken van het dak van het sportcomplex, waarbij een groen dak voor de hand ligt. De Commissie adviseert de uitwerking van alle openbare ruimte in het plangebied tegelijk op te laten lopen met de nadere uitwerking van de bouwkundige ensembles en de functionele programmering van de plint. Daarnaast wordt geadviseerd vroeg in het proces het gewenste welstandskader en welstandsniveau te benoemen en procedureel vast te leggen. Dit kan in overleg met het Bureau van de CRK.

Een volledig verslag is in bijlage 2 toegevoegd. Het plan is overeenkomstig het advies aangepast. 3.4.11 Agenda Groen De Agenda Groen is op 30 september 2015 vastgesteld in de gemeenteraad. Elke Amsterdammer moet straks een groene omgeving in de buurt hebben. In deze agenda wordt de koers uitgezet voor investeringen in het groen tussen 2015 en 2018 en daarmee geeft de agenda duidelijk richting aan initiatieven. De prioriteit wordt daarbij de komende jaren gelegd op vier thema's: stadsparken, klimaat en biodiversiteit, groen in de buurt en verbindingen en toegankelijkheid. 1. Stadsparken Stadsparken zijn bij uitstek de gemeenschappelijke tuinen van de stad. Ze zijn er voor iedereen en ze worden steeds intensiever en op heel uiteenlopende manieren gebruikt: werken, leren over de natuur, barbecueën, wandelen, sporten, zonnen, een feestje vieren of een evenement bezoeken. Het doel is om stadsparken beter in te richten op dat intensieve gebruik. Ook komen er meer en betere alternatieven voor de drukke stadsparken, om zo de bezoekersdrukte beter te spreiden over de groengebieden in en om de stad. De komende jaren worden tenminste drie stadsparken ingrijpend verbeterd voor duurzamer en intensiever gebruik. 2. Klimaat en biodiversiteit De groene ruimte speelt een belangrijke rol bij het klimaatbestendig maken van de stad. Buien worden steeds extremer en temperaturen hoger.

Een effectieve manier om regenwater op te vangen en de temperatuur te beperken, is door het oppervlakte aan groen te vergroten. Daarnaast kan groen bijdragen aan meer biodiversiteit in de stad. Daarom wordt de komende jaren ingezet op 50.000 m2 extra groen dak in de stad, bij voorkeur groen dak met een dik groenpakket. 3. Groen in de buurt

Gemeente Amsterdam

blz. 32

Amsterdammers hechten veel waarde aan mooi en bruikbaar groen in de directe omgeving van de woning. Groen in de buurt heeft een belangrijke functie als ontmoetingsplek en zorgt ervoor dat mensen meer bewegen. Bewoners weten zelf het beste waar behoefte aan is, daarom bieden we ruimte aan buurtinitiatieven. Daarom wordt de komende jaren ingezet op meer groene plekken in de buurt door het vergroenen of aanleggen van tenminste twintig postzegelparken. 4. Verbindingen en toegankelijkheid Het laatste thema in de Agenda Groen is gericht op het verbeteren van wandel- en fietsroutes tussen en binnen groengebieden voor dagelijks recreatief en sportief gebruik. Amsterdam is rijk aan groen en veel van dat groen kan beter worden gebruikt als het toegankelijker is of beter met elkaar is verbonden. Ingezet wordt op het zichtbaar verbeteren van fietsverbindingen naar de landschappen rondom de stad. Knelpunten in de schakels tussen stad en land worden opgelost en er wordt geinvesteerd in de belevingswaarde van deze routes. Consequentie agenda groen voor het plan Bij de inrichting van de openbare ruimte is veel aandacht besteed aan groen, spelen en langzaamverkeersverbindingen. In de de paragraven 3.4.8, 4.3 en 11.3 wordt hier nader op in gegaan.

Uit die paragraven blijkt dat de inrichting van de openbare ruimte, maar deels ook de realisatie van een groen dak, in lijn is met de doelstellingen van de Agenda Groen.

bestemmingsplan_Bijlmer Sportcentrum e.o. (vastgesteld)

blz. 33

Hoofdstuk 4

Het ruimtelijk kader

De Investeringsnota Marktplein Zuid is een actualisatie van het stedenbouwkundig plan van eisen van Marktplein Zuid en de grondexploitatie die zijn vastgesteld in 2006. Delen van dit plan, zoals het stadsdeelkantoor, het Bijlmer Sportcentrum en het Bijlmer Parktheater zijn al gerealiseerd. De woningbouw ontwikkeling is als gevolg van de economische crisis tot op heden niet ontwikkeld. De ontwikkeling van Marktplein Zuid is geen losstaande ontwikkeling. De gemeentelijke kaders en bestaande omgeving waarin de ontwikkeling plaats vindt, maakt dit tot een complexe opgave.

4.1

Ruimtelijk-functionele aspecten

4.1.1

Uitgangspunten

4.1.1.1 Ruimtelijke uitgangspunten Het plangebied heeft enkele publieke functies, zijnde het stadsdeelkantoor, het Bijlmer Sportcentrum, het Bijlmer Parktheater en het politiebureau. In het Arenapoort gebied zijn winkel- en horecafuncties. De gebouwen in het plangebied staan als losse architectonische objecten in de ruimte, met uitzondering van het stadsdeelkantoor dat onderdeel uitmaakt van een gesloten bouwblok. Hiermee mist het gebied stedenbouwkundige en architectonische karakter en samenhang. Om deze samenhang te versterken zijn de volgende uitganspunten geformuleerd voor de herontwikkeling: versterken van de kwaliteit van de waterloop met de bestaande bomen aan de kant van de Vogeltjeswei; versterken van de verbinding vanaf het Anton de Komplein richting het Nelson Mandelapark.

Integreren van het (met de achterkant) aan de route gelegen politiekantoor in het openbare ruimte ontwerp; de loop- en fietsroutes en de ontwikkelingsvisie 'Stadsboulevard Bijlmerdreef' bieden aanleidingen voor de programmering van de begane grond en de situering van gebouwen en entrees aan een levendige openbare ruimte; verschillende voetgangers- en fietsverbindingen kruisen door het plangebied en het gebied wordt alleen toegankelijk voor gemotoriseerd bestemmingsverkeer; houd rekening met aanwezig kabels & leidingen traces; aanwezige voorzieningen in het gebied behouden hun functie en kunnen deze blijven uitvoeren; de bomen langs de sloot aan de kant van de Vogeltjeswei blijven behouden en worden goed ingepast. Bovengenoemde uitgangspunten hebben geresulteerd in een plan dat bestaat uit een ensemble van gebouwen rondom het Bijlmer Sportcentrum en een toren aan de Bijlmerdreef. De nieuwe bebouwing omarmt het Bijlmer Sportcentrum als het ware.

Gemeente Amsterdam

blz. 34

Schematische weergave nieuwbouw (bron: Investeringsnota Marktplein Zuid) Routes en zichtlijnen De routes en zichtlijnen zijn belangrijk voor de ruimtelijke structuren in het gebied en worden versterkt door de stedenbouwkundige opzet. Drie hoogteaccenten markeren de zichtlijnen en routes in het gebied: de toren aan het Anton de Komplein en het markante complex met uitzicht op het Nelson Mandelapark accentueren de stedelijke verbinding tussen ArenApoort en het Nelson Mandelapark. Aan de Bijlmerdreef komt een derde hoogte accent als reactie op het volume aan de andere zijde van de Bijlmerdreef.

Hoogteaccenten en zichtlijnen

bestemmingsplan_Bijlmer Sportcentrum e.o. (vastgesteld)

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10726763/1