CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

A - 11 Ruimtelijke Ordening (22) 3. 08112022 Zeeburgereiland Bedrijvenstrook

RAAD 21 december 2022, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Vaststellen van het reparatiebesluit bestemmingsplan Bedrijvenstrook Zeeburgereiland VN2022-03585734.353 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 4

29

Zeeburgereiland Bedrijvenstrook Amsterdam (Centrale stad), Gemeente Amsterdam vastgesteld

indicatief profiel Sportheldenbuurt Bob Haarmslaan Op de Bedrijvenstrook zullen de profielen van de oost-weststraten bestaan uit brede trottoirs waarop om de circa 14 meter bomen staan. Tussen de bomen komen parkeerplaatsen op plekken waar geen entree voor bedrijven zit. De 14 meter tussen de bomen is voldoende om wagens met een lengte van 12 meter het kavel te laten bereiken. Dit is hetzelfde profiel als de straten van de Sportheldenbuurt die in het verlengde liggen. Hierdoor ontstaat er eenheid tussen de twee gebieden.

30

Zeeburgereiland Bedrijvenstrook Amsterdam (Centrale stad), Gemeente Amsterdam vastgesteld

indicatief profiel Marie Baronlaan Op de Marie Baronlaan na worden alle straten van de Bedrijvenstrook met klinkers ingericht. Klinkerbestrating betekent dat er een extra fundering nodig is om bestand te zijn tegen zwaarder verkeer. De Marie Baronlaan is de belangrijkste ontsluiting voor de Bedrijvenstrook en de Sportheldenbuurt. Deze laan heeft een asymmetrisch profiel. Aan de zijde van de bedrijven komt een bomenrij. Deze komen verder uit elkaar te staan dan in de oost-weststraten zodat het in deze straat mogelijk is om de kavels met grotere voertuigen, circa 17,5 meter, te bereiken. Waar geen toegang tot de kavels zit komen tussen de bomen parkeerplaatsen. Aan de kant van de A10 ligt een groene zoom met een vrijliggend fiets- en voetpad op verzoek van de buurt en ruimte voor waterberging. Of hier ook ruimte is voor bomen moet nader onderzocht worden. In de groene zone tussen Marie Baronlaan en A10 ligt namelijk een primaire waterkering. Hier kunnen alleen buiten de kernzone bomen of struiken worden geplant. Deels is deze grond van Rijkswaterstaat. Bij het bepalen van parkeerplaatsen in de openbare ruimte zal rekening gehouden worden met de toegangen naar bedrijven. De ritmering van de bomen wordt zo min mogelijk onderbroken.

De Bob Haarmslaan is voornamelijk een ontsluitingweg ten behoeve van de Sportheldenbuurt en de bezoekers aan de kleine bedrijven die hieraan gelegen zijn. Ten oosten van de laan wordt langsgeparkeerd. Daarnaast ligt een vrijliggend fietspad in twee richtingen en het trottoir, gescheiden van de parkeerstrook door een rij bomen. De rijbaan, parkeervakken en trottoir worden in rode klinkers uitgevoerd. Het fietspad is van asfalt. 31

Zeeburgereiland Bedrijvenstrook Amsterdam (Centrale stad), Gemeente Amsterdam vastgesteld

rainproof Rainproof openbare ruimte Hemelwater dat op het openbare terrein van de Bedrijvenstrook valt zal zoveel mogelijk lokaal worden geborgen. Echter is in de Bedrijvenstrook beperkt ruimte om grote plekken te maken waar voldoende water kan worden geborgen. Om de kansen voor rainproof inzichtelijk te maken heeft Waternet een oplossingenkaart gemaakt waarop maatregelen voor de Bedrijvenstrook zijn weergegeven. De belangrijkste maatregel is het maken van waterspreidende straten waarin zoveel mogelijk ruimte wordt gezocht voor berging en infiltratie. Dit kan door extra te vergroenen. Bijvoorbeeld door parkeerplaatsen een waterbergende capaciteit te geven. Of extra groenvoorzieningen te treffen in de openbare ruimte door middel van groenstroken. Overtollig hemelwater zal via hemelwaterafvoer uitkomen in het oppervlakte water rondom de Sportheldenbuurt. Het maaiveld rondom Kriterion is het laagste punt van de Bedrijvenstrook. Er komen watertegenhoudende drempels om te voorkomen dat al het water zich daar verzamelt en goed afgevoerd wordt naar het oppervlaktewater. Ten westen van Kriterion moet een waterplein of vergelijkbare oplossing het water verzamelen dat in deze zone valt. In de groene zoom langs de Marie Baronlaan ligt ook een kans om water te bergen. De Marie Baronlaan is een ontsluitingsweg voor de Bedrijvenstrook en de Sportheldenbuurt.

Om deze reden ligt het fietspad los van de rijbaan. Door tussen het fietspad en de rijbaan zoveel mogelijk ruimte te creëren ontstaat er een strook van circa 3,50 meter waarin water kan worden geborgen en het kan infiltreren in de bodem. Met een juiste inrichting van planten geeft dit een extra kwaliteit aan de fietsroute. Inrichting hiervan is in overleg met eigenaar van de grond, Rijkswaterstaat.

32

Zeeburgereiland Bedrijvenstrook Amsterdam (Centrale stad), Gemeente Amsterdam vastgesteld

voorbeeld waterinfiltrerende parkeerplaatsen Bij wijze van experiment komt er een waterbergende straat in de Iet van Feggelenstraat, de tussenstraat in bouwveld 2. Een waterbergende straat betekent dat parkeervakken een bergende functie moeten hebben en er veel ruimte is voor groenvakken waar water naar toe kan worden gestuurd. In samenwerking met de Commissie Puccinimethode zal hiervoor een pilot worden opgezet. Deze maatregelen zullen verder worden uitgewerkt in het ontwerp van de openbare ruimte. Inrichtingselementen Alle openbaar toegankelijke ruimtes moeten goed verlicht zijn. Uitgangspunt voor het op te stellen verlichtingsplan is dat dit wordt afgestemd op het verlichtingsplan voor de Sportheldenbuurt. De structuur van de Bedrijvenstrook is een voortzetting van de stratenstructuur uit de Sportheldenbuurt. Door in de straten eenzelfde gelijkende bomen (nader te bepalen) te planten in een zelfde ritme wordt deze structuur versterkt. In het profiel van de Bob Haarmslaan wordt langs de ringsloot, op verzoek van bewoners van de Sportheldenbuurt, een derde rij bomen toegevoegd. De bomen worden in het voorjaar van 2020 geplant. Bedrijven worden geacht zelf hun afval te scheiden en op te slaan op eigen terrein en te zorgen voor het ophalen daarvan. Er komen geen ondergrondse bergingsystemen in de openbare ruimte.

Het ontwerp voor en de eisen aan het straatmeubilair worden in het Voorlopig Ontwerp Openbare Ruimte verder uitgewerkt. Nutsvoorzieningen Stroom en transformatorkasten dienen zorgvuldig in de gevels van bebouwing te worden opgenomen zodat de openbare ruimte vrij blijft van verrommeling. Uitzondering hierop vormt de toekomstige HWC welke gezien de markante zichtlocatie, bijzondere functie en technische randvoorwaarden vraagt om een verbijzondering in architectuur. Parkeren Uitgangspunt bij de Bedrijvenstrook is dat parkeren, zowel voor medewerkers als bezoekers, op eigen terrein moet worden georganiseerd. Als leidraad wordt de Nota Parkeernormen Auto en Nota Parkeernormen Fiets en Scooter gehanteerd. Dat betekent 33

Zeeburgereiland Bedrijvenstrook Amsterdam (Centrale stad), Gemeente Amsterdam vastgesteld

dat parkeren op een slimme wijze op eigen kavel moet worden opgelost om ook ambities zoals waterberging en klimaatadaptief bouwen mogelijk te maken binnen het kavel. In de voorbeeldverkaveling die gebruikt is om de parkeerbehoefte te berekenen zijn de kavels in het blok tegenover de Sportheldenbuurt een uitzondering op deze regel. De kavels hebben een beperkte maat waarin naar verwachting parkeren op eigen terrein financieel en ruimtelijk niet haalbaar is. Voor deze strook moeten 40 parkeerplaatsen in de openbare ruimte worden opgenomen. In de voorbeeldverkaveling heeft de Iet van Feggelenstraat, de tussenstraat door blok 2, ruimte voor 33 parkeerplaatsen. De overige 7 moeten rondom 2.1 een plek krijgen. Hiervoor is ruimte in de Bob Haarmslaan en in de Faas Wilkesstraat of de Anthonie van Akenstraat. Aan de Bob Haarmslaan is ruimte voor 49 parkeerplaatsen. Wanneer blijkt dat er in de Sportheldenbuurt op piekmomenten, zoals evenementen bij de Urban Sport Zone, in de sporthal en in de Silo's, te weinig parkeerplekken zijn, kan deze ruimte worden omgezet naar parkeerplekken. Ontsluiting Bedrijvenstrook Door de ligging aan de A10 is de Bedrijvenstrook een aannemelijke locatie voor weggebonden transport en verkeer. Echter loopt de IJburglaan steeds meer dicht in de spits. Er is door de goede overige voorzieningen zoals openbaar vervoer en fietsinfra een aantrekkelijk alternatief.

Met de maatregelen uit het Mobiliteitsplan blijft dit in de toekomst gegarandeerd en verder versterkt. De Marie Baronlaan en de Bob Haarmslaan zijn de twee straten die toegang geven tot het gebied. Beide zijn aangesloten op de IJburglaan door voorrangskruisingen geregeld met verkeerslichten. Op deze straten zijn zijstraten aangesloten die verdere toegang geven tot de overige kavels. De straten in het gebied zijn allemaal gecategoriseerd als erftoegangsweg met een maximale snelheid van 30 km/h. Deze snelheid wordt afgedwongen door de inrichting van de weg waarbij gebruik gemaakt wordt van drempels en plateaus. De tussenstraat is een uitzondering en wordt ingericht als erf. Voor langzaam verkeer is een doorsteek voorzien van de Anthonie van Akenstraat naar de Bob Haarmslaan. Binnen een 30 km/h zone is het gebruikelijk om langzaam en snel verkeer te mengen. Maar omdat de Marie Baronlaan en de Bob Haarmslaan onderdeel zijn van het grotere fietsnetwerk van het Zeeburgereiland is er voor gekozen hier vrijliggende tweerichtingenfietspaden aan leggen. Momenteel zijn de Bob Haarmslaan en de Marie Baronlaan de ontsluitingen voor de oostelijke zijde van de Sportheldenbuurt. Als maatregel uit het Mobiliteitsplan is hier het voorstel om een knip te maken bij de kruising Bob Haarmslaan-IJburglaan.

Met deze maatregel is het niet meer mogelijk om vanuit de Bob Haarmslaan af te slaan richting IJburg en A10. Deze maatregel leidt tot een betere doorstroming op de IJburglaan. De Marie Baronlaan zal hiermee nadrukkelijker de hoofdontsluiting worden voor zowel de Bedrijvenstrook als het oostelijk deel van de Sportheldenbuurt. In het kader van de verbetering van de doorstroming op de IJburglaan voor auto en voor tram en meerdere ruimteclaims op Zeeburgereiland vinden nog verschillende studies plaats. Dit kan op een later moment leiden tot aanpassingen van het verkaveling en de ontsluiting. Hierover zal dan nadrukkelijk besluitvorming plaatsvinden.

34

Zeeburgereiland Bedrijvenstrook Amsterdam (Centrale stad), Gemeente Amsterdam vastgesteld

Ontsluiting fiets- en autoverkeer Bedrijvenstrook 2.2.5

Bebouwing

Het past bij de ambitie om een verscheidenheid aan grootte van ontwikkelingen mogelijk te maken om variatie in bedrijvigheid een plek te kunnen geven op de Bedrijvenstrook. Die variatie moet ook terug te zien zijn in de bebouwing. Herkenbare eenheden geven een gedifferentieerd straatbeeld. Naar de belangrijkste openbare ruimte dient de bebouwing een representatieve uitstraling te krijgen zodat er een relatie ontstaat tussen de bebouwing en de openbare ruimte.

35

Zeeburgereiland Bedrijvenstrook Amsterdam (Centrale stad), Gemeente Amsterdam vastgesteld

hoofdopzet Bedrijvenstrook

beeld Bob Haarmslaan; gevarieerde invulling Rooilijnen Het stedelijke karakter komt tot uiting in het heldere onderscheid tussen openbare ruimte en de bebouwing. Door bouwen in de rooilijn verplicht te maken worden kavels richting de openbare ruimte uitgevuld en blijft er geen ruimte over voor verrommeling in de vorm van opslag, expeditie en parkeren. Al dit soort activiteiten dienen te gebeuren in of achter het gebouw. Bebouwing aan de Bob Haarmslaan is per blok aaneengesloten. Hier zijn openingen ten behoeve van expeditie niet mogelijk vanwege het vrijliggende fietspad. De continue bebouwing is een begeleiding van de laan en draagt bij aan het stedelijke karakter. Gevels richting de IJburglaan vormen één facade en staan 100% in de rooilijn. Hier zijn geen openingen ten behoeve van expeditie. Een mogelijke uitzondering hierop is een entree van de P+R. Hoofdentrees van de gebouwen kunnen wel in deze gevels een plek krijgen om de vindbaarheid te verbeteren en de zichtbaarheid vanaf de IJburglaan te benutten. Voor de Iet van Feggelenstraat (de tussenstraat; locatie indicatief) is de strikte regel van bouwen in de rooilijn niet van toepassing. Deze straat biedt de mogelijkheid tot kleinschaligere ontwikkelingen die een gezamenlijk terrein voor parkeren delen. Bouwhoogten Het is voor te stellen dat bedrijven maar één laag bouwen. Daarvoor geldt een minimale bouwhoogte van 6 meter.

Wanneer een bedrijf een tweede of misschien wel derde bouwlaag maakt geldt dat de eerste bouwlaag een minimale hoogte heeft van 4 meter. De maximale hoogte van de Bedrijvenstrook is 12 meter aan de zijde van de Sportheldenbuurt en 18 36

Zeeburgereiland Bedrijvenstrook Amsterdam (Centrale stad), Gemeente Amsterdam vastgesteld

meter aan de IJburglaan en Marie Baronlaan. Voor de locatie van de P+R is het mogelijk om de bouwhoogte te verhogen naar 22,5 meter om een kwalitatief hoogwaardig gebouw te kunnen realiseen. Daarnaast zijn er enkele kavels waar een hoogte accent is gewenst; de kop van kavel 1 richting het water, kavel 2.4 op de hoek van de Marie Baronlaan en Anthonie van Akenstraat, de kop van kavel 3.1 richting de IJburglaan en kavel 4. Deze kavels staan op beeldbepalende plekken in de Bedrijvenstrook. Ze zijn van grotere afstand zichtbaar of markeren een hoek. Deze accenten zijn maximaal 18 meter hoog.

bouwhoogten en bouwlagen Er bestaat een kans dat de HWV een zogenaamd buffervat en een schoorsteen nodig heeft. Deze kan een hoogte hebben van 30 meter. De maximale gebouwhoogte bedraagt hier 18 meter. Omdat de Bedrijvenstrook een intensief bebouwd gebied wordt is er weinig ruimte om een buitenplek te realiseren om bijvoorbeeld te lunchen. Daarom is het toegestaan om daken te gebruiken voor bijvoorbeeld dakterrassen.

aanzichten bouwhoogten

37

Zeeburgereiland Bedrijvenstrook Amsterdam (Centrale stad), Gemeente Amsterdam vastgesteld

aanzicht langs IJburglaan en mogelijke vormgeving hoekkavel Entrees en park eren De bedrijven hebben hun entrees aan de openbare ruimte. De gevels aan de openbare ruimte krijgen hierdoor een open karakter en het bevordert levendigheid op en aan de openbare ruimte. De bedrijven in de strook aan de Bob Haarmslaan hebben hun hoofdentree aan de Bob Haarmslaan en een secundaire entree via de Iet van Feggelenstraat. Bezoekers en werknemers van de bedrijven moeten parkeren op de eigen kavel of in het geval van bedrijven aan de Iet van Feggelenstraat op een gedeeld terrein. Naar de belangrijkste straten zijn de gevels zoveel mogelijk aaneengesloten. Langs de Faas Wilkesstraat, Anthonie van Akenstraat en de Marie Baronlaan zijn openingen van maximaal 5 meter breed toegestaan. Dit is voldoende om een vrachtwagen met een lengte van 14,5 meter in te laten draaien. Op deze manier kunnen deze kavels op eigen terrein laden en lossen. Deze toegangen dienen gebruikt te worden om een achterliggend terrein te bereiken of om te laden en te lossen. Langdurige opslag van goederen is hier niet toegestaan. Dit dient zo opgelost te worden dat dit niet vanaf de openbare ruimte zichtbaar is Er geldt één opening per kavel. Als bouwregel geldt hier dat minimaal 100% minus 5 meter in de rooilijn gebouwd dient te worden. Er geldt één opening per gevelzijde per kavel.

Als bouwregel geldt hier dat per gevel minimaal 100% minus 5 meter in de rooilijn gebouwd dient te worden. Voor de gevels aan de Iet van Feggelenstraat is deze bouwregel niet van toepassing. Hier kunnen meerder kleine ontwikkelingen gebruik maken van gezamenlijk, in erfpacht uitgegeven ruimte voor parkeren.

38

Zeeburgereiland Bedrijvenstrook Amsterdam (Centrale stad), Gemeente Amsterdam vastgesteld

Entrees, toegangen tot achterterreinen en de rijcurves van vrachtwagens met een lengte van ca. 14,5 meter 2.2.6

Welstand en ruimtelijke kwaliteit

Voor de Bedrijvenstrook is de welstandsnota “De Schoonheid van Amsterdam’ van toepassing. Zeeburgereiland valt samen met IJburg onder het ruimtelijk systeem van de ‘IJ-landen’. Er geldt voor de Bedrijvenstrook een gewoon welstandsniveau. De welstandsnota heeft naast algemene criteria aanvullende criteria voor Zeeburgereiland waaraan nieuwbouw moet voldoen. De criteria gaan over: Ligging Gebouwen maken deel uit van een stedenbouwkundig patroon, waarin vooral de voorgevelrooilijnen en hoeken van belang zijn; Gebouwen met de voorgevel richten op de belangrijkste openbare ruimte(n); Nieuwbouw inpassen in de structuur, waarbij met name aandacht uitgaat naar doorzichten en zichtlijnen in samenhang met doorlopende groenstructuren en waterpartijen. Massa De bouwmassa is gedifferentieerd en evenwichtig en afgestemd op de samenhang in rij of cluster bezien vanuit de openbare ruimte; Accenten in hoogte en vormgeving hebben een stedenbouwkundige aanleiding; 39

Zeeburgereiland Bedrijvenstrook Amsterdam (Centrale stad), Gemeente Amsterdam vastgesteld

Uitbreidingen zoals aanbouwen en dakkapellen indien goed zichtbaar vanuit de openbare ruimte vormgeven als ondergeschikt element of opnemen in de hoofdmassa en bij voorkeur per woningtype gelijk uitvoeren (volgens de trendsettermethode); Gebouwen met bijzondere functies harmoniëren met het karakter van het gebied en kunnen afhankelijk van hun ligging afwijken van de gebruikelijke massa, opbouw en vorm. Architectonische uitwerking De architectonische uitwerking en detaillering zijn zorgvuldig en evenwichtig; Aan voorkanten van rijen en blokken zowel de aanwezige herhaling als de aanwezige differentiatie behouden; De overgang tussen privé en openbaar zorgvuldig vormgeven wijzigingen en toevoegingen in stijl en afwerking afstemmen op het hoofdvolume. Materiaal en kleur Materialen en kleuren zijn bij voorkeur terughoudend en aan voorkanten per stedenbouwkundige eenheid in samenhang; Gevels bij voorkeur in baksteen of vergelijkbaar steenachtig materiaal uitvoeren, hout en metaal is eventueel denkbaar; Op- en aanbouwen indien goed zichtbaar vanuit de openbare ruimte in materiaal en kleur afstemmen op de hoofdmassa. Reclameuitingen Reclameuitingen mogen, passend in de criteria van de welstandsnota, in de gevel worden opgenomen of aan de gevel worden bevestigd. Uitingen haaks op de gevel zijn toegestaan vanaf 3 meter hoogte en mogen maximaal een meter uit de gevel steken.

Beeldkwaliteit De gewenste beeldkwaliteit van een stedelijk karakter moet worden bereikt door heldere kavelregels voor te leggen. Sleutel-elementen zijn daarbij vaste rooilijnen, op bepaalde plekken toestaan van kleine onderbrekingen voor entrees en voorschrijven van het open/transparante karakter van gevels. Naast de bouwregels is de uitgifte van de kavels een belangrijk element in het bereiken van de gewenste beeldkwaliteit. Hiermee kan de gemeente sturen op een gevarieerde korrelgrootte. Belangrijk is dat gebouwen als individuele ontwikkelingen herkenbaar zijn waardoor het gevarieerde beeld wordt versterkt. De grootschalige bebouwing komt door middel van geleding in de gevel minder volumineus over. Representatieve uitstraling De straten in het verlengde van de Sportheldenbuurt, langs de Bob Haarmslaan en aan de IJburglaan zijn dagelijks in het zicht van mensen die de Bedrijvenstrook niet bezoeken, maar die wel het gezicht van de Bedrijvenstrook bepalen. De Bedrijvenstrook ligt op een plek waar veel mensen langs komen. Voor het imago en het bereiken van een stedelijk karakter zijn er gevels aangewezen waar een representatieve uitstraling gewenst is. Open en transparant karakter Aanvullend op de herkenbare eenheden en geleding dienen de gevels aan de Bob Haarmslaan en IJburglaan een open of transparant karakter te hebben.

Dit geeft de bedrijven een uitnodigende uitstraling en zorgt voor meer sociale veiligheid. 40

Zeeburgereiland Bedrijvenstrook Amsterdam (Centrale stad), Gemeente Amsterdam vastgesteld

Architectuur specifiek Vier plekken op de Bedrijvenstrook zijn geschikt om architectonische accenten te maken. Dit zijn plekken die van een afstand zichtbaar zijn en daarmee de Bedrijvenstrook herkenbaar maken of het is een markatie van een moment. Accenten zijn zowel in hoogte als in extra aandacht voor architectuur. De noordpunt staat aan het grote water van het IJmeer en is een schakel tussen de Sportheldenbuurt en de Oostpunt, zichtbaar vanaf de Zuider IJdijk. Kavel 3.1 staat direct aan de IJburglaan en steekt voorbij de rooilijn van de Sportheldenbuurt. Het kavel is daardoor zichtbaar vanaf de Piet Heintunnel. De HWV staat op een plek die enerzijds de driehoek van de Bedrijvenstrook complementeerd en anderzijds opzichzelf staat. Ook de functie van het gebouw vraagt om een bijzondere vormgeving. De laatste is het kavel van het Recyclepunt. Hier is een hoekverdraaing waardoor dit kavel een markante vorm krijgt.

Plekken die aanleiding zijn voor expressieve architectuur

41

Zeeburgereiland Bedrijvenstrook Amsterdam (Centrale stad), Gemeente Amsterdam vastgesteld

referenties beeldkwaliteit Bezonning In het kader van de voorbereiding van het bestemmingsplan is de schaduwwerking van de nieuwe gebouwen op de Bedrijvenstrook, op de omgeving in beeld gebracht (zie bijlagen). Hieruit kan worden opgemaakt dat er geen negatieve effecten zijn op de bezonning van de omgeving.

42

Zeeburgereiland Bedrijvenstrook Amsterdam (Centrale stad), Gemeente Amsterdam vastgesteld

Hoofdstuk 3

Beleidskader

In dit hoofdstuk wordt een overzicht gegeven van het relevante beleidskader. Het sectorale beleid met betrekking tot lucht, geluid, bodem, externe veiligheid, water (en waterkeringen), archeologie en cultuurhistorie, ecologie en duurzaamheid wordt in de hoofdstukken 4 en 5 uiteengezet.

3.1

Rijksbeleid

3.1.1

Nationale Omgevingsvisie (NOVI)

De Nationale Omgevingsvisie (NOVI, 2020) biedt een duurzaam perspectief voor onze leefomgeving. Hiermee kunnen we inspelen op de grote uitdagingen die voor ons liggen. Allerlei trends en ontwikkelingen hebben invloed op onze leefomgeving. Veranderende en groeiende steden, de overgang naar een duurzame en circulaire economie en het aanpassen aan de gevolgen van de klimaatverandering vormen slechts een deel van de opgave. Dit biedt kansen, maar vraagt wel om zorgvuldige keuzes. Want onze ruimte, zowel boven-, als ondergronds, is een schaars goed. Het combineren van al die opgaven vraagt een nieuwe manier van werken. Niet van bovenaf opgelegd, maar in goede samenwerking tussen overheden, bedrijven, kennisinstellingen, maatschappelijke organisaties en burgers. De NOVI biedt een kader, geeft richting en maakt keuzes waar dat kan. Tegelijkertijd is er ruimte voor regionaal maatwerk en gebiedsgerichte uitwerking. Omdat de verantwoordelijkheid voor het omgevingsbeleid voor een groot deel bij provincies, gemeenten en waterschappen ligt, kunnen inhoudelijke keuzes in veel gevallen het beste regionaal worden gemaakt. Met de NOVI zetten we een proces in gang waarmee we keuzes voor onze leefomgeving sneller en beter kunnen maken. Zo bouwen we samen aan een mooier en sterker Nederland. De NOVI komt voort uit de Omgevingswet, die naar verwachting in 2022 in werking treedt.

Met de inwerkingtreding van NOVI vervalt de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) geheel, behalve paragraaf 4.9 Caribisch Nederland en Caribische Exclusieve Economische Zone. De NOVI geldt verder als wijziging van enkele onderdelen van het Nationaal Waterplan 2016-2021 (NWP) op grond van de Waterwet. Uitgangspunt in de nieuwe aanpak is dat ingrepen in de leefomgeving niet los van elkaar plaatsvinden, maar in samenhang. Zo kunnen we in gebieden komen tot betere, meer geïntegreerde keuzes. Op de Noordzee ligt er bijvoorbeeld een opgave om meer windmolens te plaatsen. Dat kan alleen als we goede afspraken maken met andere gebruikers. Ook moeten we goed nadenken over de plekken waar de opgewekte windenergie aan land komt. Het is efficiënt om juist daar plaats te bieden aan bedrijven die veel stroom gebruiken. Vier prioriteiten Aan de hand van een toekomstperspectief op 2050 brengt de NOVI de langetermijnvisie in beeld. Op nationale belangen wil het Rijk sturen en richting geven. Die komen samen in vier prioriteiten:

43

Zeeburgereiland Bedrijvenstrook Amsterdam (Centrale stad), Gemeente Amsterdam vastgesteld

1. Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie Nederland moet zich aanpassen aan de gevolgen van klimaatverandering, zoals zeespiegelstijging, hogere rivierafvoeren, wateroverlast en langere perioden van droogte. Nederland is in 2050 klimaatbestendig en waterrobuust. Dit vraagt maatregelen in de leefomgeving, bijvoorbeeld voldoende groen en ruimte voor wateropslag in onze steden. Voordeel is dat daarmee tegelijk de leefomgevingskwaliteit verbeterd wordt en het kansen biedt voor natuur. In 2050 heeft Nederland een duurzame energievoorziening. Dit vraagt ruimte, onder meer voor windmolens en zonnepanelen. Wind op zee heeft de voorkeur, maar ook op land zijn windmolens nodig. Door deze zoveel mogelijk te clusteren, voorkomen we versnippering over het landschap en benutten we de ruimte zo efficiënt mogelijk. Voorwaarde is steeds dat bewoners echt goed betrokken zijn en invloed hebben op het gebruik, en waar dat kan meeprofiteren in de opbrengsten. De aanleg van zonneparken in het landschap moeten we zoveel mogelijk beperken. We plaatsen bij voorkeur eerst zoveel mogelijk zonnepanelen op daken en gevels. Het Rijk zet zich in voor het maken van ruimtelijke reserveringen voor het hoofdenergiesysteem op nationale schaal. 2. Duurzaam economisch groeipotentieel Nederland werkt toe naar een duurzame, circulaire, kennisintensieve en internationaal concurrerende economie in 2050.

Daarmee kan ons land zijn positie handhaven in de top vijf van meest concurrerende landen ter wereld. Dit vraagt goede verbindingen via weg, spoor, lucht, water en digitale netwerken en een nauwe samenwerking met onze internationale partners, zowel met onze directe buren als met andere landen in Europa en over de wereld, ook op defensieterrein. We zetten in op een sterk en innovatief vestigingsklimaat met een goede quality of life: een leefomgeving die de inwoners volop voorzieningen biedt op het gebied van wonen, bewegen, recreëren, ontmoeten en ontspannen. Belangrijk is wel dat onze economie toekomstbestendig wordt, oftewel concurrerend, duurzaam en circulair. We zetten in op het gebruik van duurzame energiebronnen en op verandering van productieprocessen, zodat we niet langer afhankelijk zijn van eindige, fossiele bronnen. 3. Sterke en gezonde steden en regio’s Er zijn vooral in steden en stedelijke regio’s nieuwe locaties nodig voor wonen en werken. Het liefst binnen de bestaande stadsgrenzen, zodat de open ruimten tussen stedelijke regio’s behouden blijven. Dit vraagt optimale afstemming op en investeringen in mobiliteit. Tegelijk willen we de leefbaarheid en klimaatbestendigheid in steden en dorpen verbeteren.

Schonere lucht, voldoende groen en water en genoeg publieke voorzieningen waar mensen kunnen bewegen (wandelen, fietsen, sporten, spelen), ontspannen en samenkomen. Daarbij hoort een uitstekende bereikbaarheid en toegankelijkheid, ook voor mensen met een handicap. We zorgen dat de leefomgevingskwaliteit en -veiligheid verder toeneemt. Dit betekent dat voorafgaand aan de keuze van nieuwe verstedelijkingslocaties helder moet zijn welke randvoorwaarden de leefomgevingskwaliteit en -veiligheid daar stelt en welke extra maatregelen nodig zijn wanneer er voor deze locaties wordt gekozen. Zo blijft de gezondheid in steden en regio’s geborgd. Niet alleen groei heeft onze aandacht. Ook in gebieden met bevolkingsdaling versterken we de vitaliteit en leefbaarheid. 4. Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied Er ontstaat een nieuw perspectief voor de Nederlandse landbouwsector als koploper in de duurzame kringlooplandbouw. Een goed verdienpotentieel voor de bedrijven wordt 44

Zeeburgereiland Bedrijvenstrook Amsterdam (Centrale stad), Gemeente Amsterdam vastgesteld

gecombineerd met een minimaal effect op de omgevingskwaliteit van lucht, bodem en water. Dit levert ook een noodzakelijke positieve bijdrage aan het verbeteren van de biodiversiteit. Bodemdaling moet worden aangepakt. Verhoging van het waterpeil is in bepaalde veenweidegebieden op termijn noodzakelijk. Met de betrokken regio’s en gebruikers wordt afgesproken waar en hoe dit zorgvuldig zal gebeuren. In alle gevallen zetten we in op ontwikkeling van de karakteristieke eigenschappen van het Nederlandse landschap. Dit vertegenwoordigt een belangrijke cultuurhistorische waarde. Verrommeling en versnippering, bijvoorbeeld door wildgroei van distributiecentra, is ongewenst en wordt tegengegaan. Conclusie Geconcludeerd wordt dat de ontwikkeling van het plangebied een bijdrage levert aan de priorititen van de NOVI. 3.1.2 Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro, 2011) en Regeling algemene regels ruimtelijke ordening (Rarro) Het besluit van 22 augustus 2011, houdende algemene regels ter bescherming van nationale ruimtelijke belangen (Besluit algemene regels ruimtelijke ordening), is in werking getreden op 30 december 2011.

Het gaat om de volgende nationale belangen: Rijksvaarwegen, Project Mainportontwikkeling Rotterdam, Kustfundament, Grote rivieren, Waddenzee en waddengebied, Defensie, Ecologische hoofdstructuur, Erfgoederen van uitzonderlijke universele waarde, Hoofdwegen en hoofdspoorwegen, Elektriciteitsvoorziening, Buisleidingen van nationaal belang voor vervoer van gevaarlijke stoffen, Primaire waterkeringen buiten het kustfundament en IJsselmeergebied (uitbreidingsruimte). De SVIR (voorloper NOVI) bepaalt welke kaderstellende uitspraken zodanig zijn geformuleerd dat deze bedoeld zijn om beperkingen te stellen aan de ruimtelijke besluitvormingsmogelijkheden op lokaal niveau. Ten aanzien daarvan is een borging door middel van normstelling, gebaseerd op de Wet ruimtelijke ordening, gewenst. Die uitspraken onderscheiden zich in die zin, dat van de provincies en de gemeenten wordt gevraagd om de inhoud daarvan te laten doorwerken in de ruimtelijke besluitvorming. Zij zijn concreet normstellend bedoeld en worden geacht direct of indirect, d.w.z. door tussenkomst van de provincie, door te werken tot op het niveau van de lokale besluitvorming, zoals de vaststelling van bestemmingsplannen.

Met ingang van 1 oktober 2012 (en meest recent aangepast in 2016) is het besluit aangevuld met voorschriften voor de andere beleidskaders uit de SVIR, het Nationaal Waterplan en het Derde Structuurschema Elektriciteitsvoorziening. Het gaat hierbij om de volgende onderwerpen: Rijksvaarwegen, hoofdwegen en hoofdspoorwegen, elektriciteitsvoorziening, buisleidingen van nationaal belang voor vervoer van gevaarlijke stoffen, natuurnetwerk, primaire waterkeringen buiten het kustfundament, en IJsselmeergebied (uitbreidingsruimte). Voor de onderwerpen die met name van belang zijn voor het plangebied, namelijk de rijksvaarwegen en de hoofdwegen, werden in 2012 aanvullende voorschriften opgesteld. Dit heeft geresulteerd in: 1. een vrijwaringszone langs het Buiten-IJ en het Amsterdam Rijnkanaal van 25 meter aan weerszijden van de begrenzingslijn (oeverkant) van de vaarwegen; 45

Zeeburgereiland Bedrijvenstrook Amsterdam (Centrale stad), Gemeente Amsterdam vastgesteld

2. een reserveringsgebied voor de A10 van ten hoogste 34 meter aan weerszijden van de hoofdweg ten behoeve van de mogelijke verbreding per rijrichting met één rijstrook; 3. bescherming van de primaire waterkering. Artikel 2.1.2 Barro Vrijwaringszone vaarweg Het Amsterdam Rijnkanaal wordt in de database 'Vaarwegkenmerken in Nederland' (ViN) aangemerkt als een vaarweg met een CEMT-klasse Het Buiten-IJ wordt in de database 'Vaarwegkenmerken in Nederland' (ViN) aangemerkt als een vaarweg met een CEMT-klasse Va. Voor beide klassen geldt een vrijwaringszone van 25 meter aan weerszijden van de rijksvaarwegen (conform artikel 2.1.2 Barro). Binnen de vrijwaringszone mag een bestemmingsplan, op grond van artikel 2.1.3 Barro, geen functies en bouwwerken mogelijk maken die een belemmering vormen voor: de doorvaart van de scheepvaart in de breedte, hoogte en diepte; de zichtlijnen van de bemanning en de op het schip aanwezige navigatieapparatuur voor de scheepvaart; het contact van de scheepvaart met bedienings- en begeleidingsobjecten; de toegankelijkheid van de rijksvaarweg voor hulpdiensten, en het uitvoeren van beheer en onderhoud van de rijksvaarweg.

Vrijwaringszone vaarweg ter hoogte van het plangebied (bron: geoservices.rijkswaterstaat.nl) Het plangebied valt met een afstand van ca. 120 meter ruim buiten de vrijwaringszone vaarweg waar ten minste een afstand van 25 meter afstand van moet worden gehouden. De vrijwaringszone zorgt hiermee niet voor belemmeringen voor de uitvoerbaarheid van voorliggend bestemmingsplan. 46

Zeeburgereiland Bedrijvenstrook Amsterdam (Centrale stad), Gemeente Amsterdam vastgesteld

Artikel 2.7.2 Barro (reservering weg) Bij ministeriële regeling worden hoofdwegen of delen daarvan aangewezen waarvoor een bij die regeling vast te stellen reserveringsgebied geldt aan een of beide zijden van de hoofdweg ten behoeve van een mogelijke uitbreiding daarvan. De breedte van een reserveringsgebied als bedoeld in het eerste lid, wordt gemeten vanaf de buitenste kantstreep en bedraagt ten hoogste: 34 meter aan weerszijden van de hoofdweg ten behoeve van de mogelijke verbreding per rijrichting met één rijstrook; 38 meter aan weerszijden van de hoofdweg ten behoeve van de mogelijke verbreding per rijrichting met twee rijstroken; 41 meter aan weerszijden van de hoofdweg ten behoeve van de mogelijke verbreding per rijrichting met drie rijstroken, of 45 meter aan weerszijden van de hoofdweg ten behoeve van de mogelijke verbreding per rijrichting met vier rijstroken.

Bron: Regeling algemene regels ruimtelijke ordening (Rarro) Een bestemmingsplan dat betrekking heeft op een reserveringsgebied mag de volgende activiteiten of bestemmingen niet mogelijk maken: het bouwen van een bouwwerk waarvoor een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder a van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, is vereist; stortplaats voor afvalstoffen; bergingsgebied als bedoeld in artikel 1.1 van de Waterwet. Een bergingsgebied is een gebied voor waterstaatkundige doeleinden bestemd gebied, niet zijnde een oppervlaktewaterlichaam of onderdeel daarvan, dat dient ter verruiming van de bergingscapaciteit van een of meer watersystemen en ook als bergingsgebied op de legger is opgenomen. Op www.ruimtelijkeplannen.nl is ter hoogte van het plangebied een reserveringszone aan de oostzijde van de A10 opgenomen. Titel 2.11 Barro (regels over primaire waterkering) Het Barro bevat in titel 2.11 regels ter bescherming van primaire waterkeringen. Gronden van een bestemmingsplan die betrekking hebben op een primaire waterkering en gronden die deel uitmaken van een beschermingszone krijgen de bestemming waterkering en een gebiedsaanduiding. In het bestemmingsplan is de primaire en regionale kering voorzien van 47

Zeeburgereiland Bedrijvenstrook Amsterdam (Centrale stad), Gemeente Amsterdam vastgesteld

een bestemming Waterkering en is de daarbij behorende beschermingszone op de verbeelding opgenomen. Voor wat betreft de westzijde wordt voor wat betreft de beschermingszone in overleg met de beheerder een passende breedte van de beschermingszone aangehouden. Het bestemmingsplan staat het belang van de primaire kering niet in de weg. Conclusie Uit het bovenstaande kan worden geconcludeerd dat het Barro de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan niet in de weg staat. Het bestemmingsplan houdt rekening met de te bechermen belangen. Het plangebied ligt buiten de vrijwaringszone vaarwegen en buiten het reseveringsgebied van de A10. De primaire waterkering is op de verbeelding aangeduid en voorziem van een beschermende regeling. 3.1.3

Besluit ruimtelijke ordening - Ladder duurzame verstedelijking

Op grond van artikel 3.1.6. lid 2 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) bevat de toelichting van een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, een beschrijving van de behoefte aan die ontwikkeling, en, indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien. Het artikel beoogt vanuit een oogpunt van ruimtelijke ordening ongewenste leegstand te vermijden en zorgvuldig ruimtegebruik te stimuleren. Als stedelijke ontwikkeling wordt gezien (artikel 1.1. Bro): de ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen. Als bestaand stedelijk gebied wordt aangemerkt het bestaand stedenbouwkundig samenstel van bebouwing ten behoeve van wonen, dienstverlening, bedrijvigheid, detailhandel of horeca, alsmede de daarbij behorende openbare of sociaal culturele voorzieningen, stedelijk groen en infrastructuur. Indien het ruimtebeslag van een nieuwe stedelijke ontwikkeling minder dan 500 m2 bedraagt, is in beginsel geen sprake van een stedelijke ontwikkeling. Relevantie plangebied Met het bestemmingsplan Bedrijvenstrook wordt een bedrijventerrein mogelijk gemaakt.

De ontwikkeling kan daarmee worden gezien als een nieuwe stedelijke ontwikkeling. De Bedrijvenstrook maakt onderdeel uit van het bestaand stedelijk gebied als behorend bij bestaand stedenbouwkundig samenstel binnen de Ring A10. Het bestemmingsplan maakt reguliere bedrijven mogelijk, PDV en in beperkte mate horeca en sport. In het kader van het voornemen zijn de ontwikkelingen getoetst aan de Ladder voor Duurzame Verstedelijking. De Ladder voor Duurzame Verstedelijking is sinds 1 oktober 2012 opgenomen in artikel 3.1.6, tweede lid van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) en stelt eisen aan ruimtelijke besluiten met het oog op een zorgvuldige afweging, transparante besluitvorming en een optimale benutting van de ruimte. De Ladder voor Duurzame Verstedelijking heeft als doel om zorgvuldig ruimtegebruik te stimuleren en overprogrammering of leegstand elders te voorkomen. Hiervoor moet aangetoond worden dat de voorgenomen stedelijke ontwikkeling voorziet in een actuele behoefte en dat de 48

Zeeburgereiland Bedrijvenstrook Amsterdam (Centrale stad), Gemeente Amsterdam vastgesteld

stedelijke ontwikkeling niet binnen bestaand stedelijk gebied kan worden gerealiseerd. Zeeburgereiland - en daarmee de Bedrijvenstrook - wordt binnen bestaand stedelijk gebied gerealiseerd. Hieronder wordt ingegaan op de behoefte aan reguliere bedrijvigheid, PDV en sport/horeca. Reguliere bedrijvigheid Met voorliggend bestemmingsplan wordt circa 76.500m2 bvo aan bedrijvigheid mogelijk gemaakt in de milieucategorie tot en met 3.2. Milieueffectrapportage Zeeburgereiland In het kader van Mileueffectrapportage (MER) Zeeburgereiland is behoefte onderzoek gedaan (Toets ladder voor duurzame verstedelijking niet-woonprogramma Bedrijvenstrook, Sluisbuurt en Baaibuurten, BRO 22 maart 2018), waarbij is ingegaan op de positionering van de (reguliere) bedrijvigheid op de Bedrijvenstrook. Bedrijven hechten steeds sterker aan de kwaliteit van pand en locatie. Bereikbaarheid (met auto en OV) en multifunctionaliteit staan daarbij bovenaan het wensenlijstje. Door het grote aanbod is er sprake van een vragersmarkt waarin huurders ook in de positie zijn om eisen te stellen. De kwaliteit van de Bedrijvenstrook is vooral de grote mate van vrije ruimte om te bouwen. Er zijn ruime mogelijkheden om een diverse korrelmaat aan kavels te realiseren. Een andere kwaliteit is dat het gebied duidelijk is afgescheiden van gevoelige functies.

De afstand tot de woningen op aangrenzende Sportheldenbuurt is circa 65 meter of meer. Hierdoor is er sprake van een ruime buffer. De Sportheldenbuurt is door de ligging nabij de snelweg en de functiemenging aan te merken als 'gemengd gebied'. Aan de noord-, oosten zuid-zijde grenst de Bedrijvenstrook aan infrastructuur en/of water. Hierdoor zijn in de Bedrijvenstrook bedrijven met max. categorie 3.2 mogelijk. Door de goede bereikbaarheid en de beschikbare ruimte voldoet de Bedrijvenstrook op Zeeburgereiland aan de gemeentelijke vestigingsplaatseisen voor een binnenstedelijk stadsverzorgend bedrijventerrein. De locatie is ontsloten op de A10-Oost via de S114 en afrit 14 die op korte afstand van de Bedrijvenstrook ligt. Ook de OV-bereikbaarheid is goed door de nabijheid van bus- en tramhaltes (halte Bob Haarmslaan). Daarbij is de Bedrijvenstrook een relatief kleine locatie van 9 ha., waarvan ruim 76.000 m² (7,65 ha.) uitgeefbaar is voor de opvang van reguliere bedrijven. Gezien de functie, is de Bedrijvenstrook geschikt voor de opvang van de volgende typen bedrijven: industrie, ambacht, groot-handel, opslag en/of transport. Het betreft hier terreinen waar bedrijven met een beperkte milieuruimte tot en met 3.2 (geluid, gevaar, geur en stof) worden gevestigd.

Bedrijvenstrategie Amsterdam Duurzaam Productief In het voorjaar 2020 stelt de raad een nieuwe strategie voor behoud en ontwikkeling van bedrijfsruimte in Amsterdam vast. Met de Bedrijvenstrategie 'Amsterdam Duurzaam Productief' zet het college in om in Amsterdam voldoende ruimte te behouden en creëren voor onder andere de maakindustrie, logistiek en ambachtelijke bedrijven. De strategie gaat uit van de volgende ruimtelijke speerpunten: (1) maximaal de kansen benutten om bedrijvigheid en wonen te combineren, (2) het bestendigen, intensiveren en verduurzamen van bedrijventerreinen, (3) selectief omgaan met de laatste vrije kavels op bedrijventerrein (4) een regionale aanpak voor bedrijfslocaties.

49

Zeeburgereiland Bedrijvenstrook Amsterdam (Centrale stad), Gemeente Amsterdam vastgesteld

De positionering van de bedrijvenstrook Zeeburgereiland in de strategie is een nieuw binnenstedelijk bedrijventerrein, dat intensief en duurzaam zal worden bebouwd. De gemeente wil nadrukkelijk ruimte houden voor de stadsverzorgende bedrijvigheid binnen de ring A10. Onder meer, de Bedrijvenstrook op het Zeeburgereiland moet daartoe ruimte bieden. Aanbod en behoefte aan bedrijfsruimte De groei van de stad en de grootschalige transformatie van bedrijventerreinen naar stedelijke wijken maakt dat de verhoudingen tussen vraag en aanbod van bedrijfslocaties recentelijk flink zijn gewijzigd. Er is in Amsterdam sprake van een krappe markt, met minder leegstand en sterk stijgende markthuren voor bedrijfsruimten in bestaand vastgoed. STEC groep heeft begin 2019 in opdracht van gemeente Amsterdam het aanbod en de toekomstige behoefte aan bedrijfsruimte in kaart gebracht, in het licht van de grootschalige transformaties en de groei van de vraag door o.a. de energietransitie en opkomst van circulaire economie (Bedrijvenstrategie). De behoefte is opgebouwd uit: 1. Vervangingsvraag, de vraag van bedrijven die uit transformatiegebieden verplaatsen. 2. Uitbreidingsvraag, de behoefte aan bedrijfsruimte die ontstaat door startups, groeiende bedrijven, (scale-ups) of nieuwvestigers13; 3. Transitiegerelateerde vraag, te verwachten vraag naar bedrijfsruimte vanwege de energietransitie en 4.

de transitie naar een circulaire economie. Er zijn binnen de gemeentegrenzen nog maar beperkt (75 ha netto, inclusief Zeeburgereiland) vrije kavels op bedrijventerreinen. Deze ruimte concentreert zich aan de westzijde van de stad: Sloterdijk III en IV (37 ha netto), Business Park Osdorp 2e fase (31 ha netto, nog te ontwikkelen), en Alfadriehoek18 (3,5 ha netto). Zeeburgereiland is met 3,8 ha netto het enige terrein met beschikbare kavels aan de Oostzijde van Amsterdam. De totale vraag in Amsterdam komt neer op ca. 12,7 ha per jaar, wat betekent dat er in Amsterdam al mogelijk binnen 6 jaar een tekort aan bedrijventerreinen ontstaat. Er is daarmee veel vraag naar de ruimte die bedrijvenstrook Zeeburgereiland gaat bieden. Daarbij tonen diverse marktonderzoeken aan dat de vraag het meest nijpend is voor kleinschalige bedrijfsruimten (< 1000 m2) en zich concentreert in stedelijke ambacht en maakindustrie, groothandel- en (kleinschalige) stedelijke (retour)logistiek. Voor deze segmenten biedt de bedrijvenstrook een zeer aantrekkelijke propositie. Regionale afstemming De gemeente heeft in het Platform Bedrijventerreinen en Kantoren afspraken gemaakt over de planning van kantoren en bedrijventerreinen binnen de Metropoolregio Amsterdam (MRA).

Hierin is voor Zeeburgereiland geen 'harde' plancapaciteit voor kantoren of voor bedrijventerreinen opgenomen, ook niet voor de Bedrijvenstrook. Gezien de beperkte omvang (kleiner dan 10 ha. bedrijventerrein) van het plan voor de Bedrijvenstrook kan het plan de status 'hard' krijgen, mits de gemeente ontwikkeling bij de provincie meldt. Conclusie reguliere bedrijvigheid Binnen de het saldo van de behoefte naar nieuw bedrijventerrein en de transformatie van de bestaande binnenstedelijke bedrijventerreinen is er sterke behoefte aan de Bedrijvenstrook 50

Zeeburgereiland Bedrijvenstrook Amsterdam (Centrale stad), Gemeente Amsterdam vastgesteld

op het Zeeburgereiland. Geconcludeerd wordt dat voor de bedrijventerreinen binnen de ring A10 geldt dat de bestaande bedrijventerreinen in dit gebied in toenemende mate verkleuren door een toename van functies als perifere detailhandel, leisure, creatieve en niet-creatieve kantoren. Zoals hierboven aangegeven, wil de gemeente evenwel ruimte houden voor de stadsverzorgende bedrijvigheid binnen de ring A10. Onder meer, de Bedrijvenstrook op het Zeeburgereiland moet daartoe ruimte bieden. Binnen de het saldo van de behoefte naar nieuw bedrijventerrein en de transformatie van de bestaande binnenstedelijke bedrijventerreinen blijft dan ook behoefte aan de Bedrijvenstrook op het Zeeburgereiland. Daarmee past het beoogde oppervlak van ruim 76.000 m² bvo reguliere bedrijven tot en met categorie 3.2 binnen de behoefte. Perifere detailhandel De bedrijvenstrook Zeeburgereiland is een kansrijke plek voor PDV gericht op de consument in de directe omgeving. Verzorgingsgebied: Zeeburgereiland, IJburg, wellicht Indische buurt en Zeeburg. Omdat solitaire locaties (te) weinig aantrekkingskracht bieden op zichzelf, is enige clustering wel gewenst. Tegelijkertijd wil de gemeente ook graag ruimte bieden aan een bredere groep bedrijven, met name uit transformatiegebieden.

Omdat er zodanig weinig ruimte is voor bedrijven aan de oostkant van de stad, zal de bedrijvenstrook Zeeburgereiland mogelijk een pilotlocatie worden voor gestapelde bedrijvenfuncties. Daarbij moeten we rekening houden met de beperkte verkeerscapaciteit van o.a. de IJburglaan. Dit overwegende gaan de gedachten uit naar een combinatie van enkele PDV concepten (max 6.000 m2), waarin ruimte is voor één volwaardige bouwmarkt van 2.000-5.000 m2, aangevuld met enkele kleinere PDV-zaken (250-500 m2) en/of bedrijven die goed passen in het cluster zoals een meubelmaker, groothandel voor tegels/houthandel. In de 'Ruimtelijk-functionele effectenanalyse bouwmarkt en tuincentrum, Zeeburgereiland' (BRO, april 2015) is de behoefte aan een bouwmarkt (en een tuincentrum) op Zeeburgereiland reeds eerder onderzocht. Hierbij is geconstateerd dat in kwantitatieve zin zowel behoefte bestaat aan een zelfstandige bouwmarkt van gemiddelde omvang (tot 5.000 m² bvo, zijnde 4.000 m² wvo) als aan een zelfstandig tuincentrum (tot 9.375 m² bvo, zijnde 7.500 m² wvo). Daarbij is geconcludeerd dat, gezien de marktruimte, de effecten van de vestiging van een bouwmarkt en tuincentrum op de beoogde locatie in de Bedrijvenstrook voor de detailhandelsstructuur relatief beperkt zullen zijn.

Van in ruimtelijke zin onaanvaardbare leegstandseffecten zal geen sprake zijn, waarmee de ontwikkeling van de bouwmarkt (en het tuincentrum) aanvaardbaar is voor het woon-, leef- en ondernemersklimaat. Verder is het van belang dat de vestiging van een bouwmarkt in kwalitatieve zin inspeelt op actuele trends in vraag en aanbod op het gebied van doelgericht en thematisch aankopen doen (o.a. schaalvergroting, gemak, keuzemogelijkheden voor de consument). Ook omdat het autobezit in stedelijke gebieden beduidend lager is dan gemiddeld, wat betekent dat de consument sterker afhankelijk is van het aanbod in de omgeving, heeft vestiging van een bouwmarkt op Zeeburgereiland positieve effecten op consumentenverzorging van inwoners van Zeeburgereiland en omgeving. Ook op basis van het regionale koopstromen onderzoek 2018 kan worden opgemaakt dat er marktruimte is voor meer PDV in de regio Amsterdam. De gemeente heeft in 2019-2020 een Ontwikkelingsperspectief opgesteld (Studie naar ontwikkelperspectief perifere detailhandel 2020-2026). Het Ontwikkelingsperspectief is een 51

Zeeburgereiland Bedrijvenstrook Amsterdam (Centrale stad), Gemeente Amsterdam vastgesteld

uitwerking van het detailhandelsbeleid 2018-2022 (vastgesteld door de raad op 20 december 2017). Het ontwikkelperspectief is een studie naar de huidige staat en de toekomst van perifere detailhandel in Amsterdam. Amsterdam wil borgen dat er voor de inwoners van de stad passende voorzieningen zijn die voorzien in de behoefte om de (nieuwe) woning in te richten en te (ver)bouwen en dat deze locaties vanwege de woningbouwdruk niet komen te verdwijnen. Deze analyse biedt inzicht in de ontwikkeling en mogelijkheden van PDV in een groeiende stad en geeft richting aan hoe PDV in Amsterdam zich kan ontwikkelen gezien de schaalsprong die de stad maakt. Deze studie biedt kaders, niet alleen voor de projecten in de gebiedsontwikkeling vanuit de gemeente Amsterdam, maar ook voor marktpartijen zodat zij gerichter investeringskeuzes voor de toekomst kunnen maken. Dit is onderzocht aan de hand van kwantitatieve data zoals het koopstromenonderzoek en consumenten enquêtes van OI&S. Verder zijn diverse marktpartijen geconsulteerd uit de PDV sector zoals Gamma, Praxis, Hornbach, Ikea etc. Tevens zijn alle stadsdelen geconsulteerd voor input. Er is marktruimte aan nieuwe PDV-locaties en behoefte vanuit de markt aan een locatie aan de oostkant van de stad.

De conclusies voor Zeeburgereiland in het Ontwikkelingsperspectief zijn: “Op Zeeburgereiland wordt in de plannen voor dit gebied ruimte gemaakt voor één volwaarde bouwmarkt (van 2.000– 5.000 m2), aangevuld met één á twee kleinere PDV-winkels (van 250-500 m2) die passen in het cluster van productieve bedrijvigheid. Dit wordt tevens opgenomen in een investeringsbesluit voor de gebiedsontwikkeling van dit gebied". Het Ontwikkelingsperspectief is voorgelegd aan de Adviescommissie Detailhandel Noord-Holland-Zuid (ADZ) op 2 juli 2019. Het perspectief is voorgelegd omdat het een uitwerking van het detailhandelsbeleid vormt, die regionale effecten kan sorteren. Het (positieve) advies is gedateerd 15 juli 2019. Conclusie perifere detailhandel Op basis van verschillende behoefte onderzoeken naar PDV, waaronder de recente studie naar PDV in Amsterdam wordt bevestigd dat er weinig bouwmarkten zijn aan de oostelijke kant van de stad. Dit rechtvaardigt uitbreiding van bouwmarkten. In 2015 en 2019 heeft de regionale adviescommissie positief geadviseerd (zie bijlage) over de vestiging van een bouwmarkt (en/of tuincentrum).

Met het bestemmingsplan wordt ruimtelijk voorgestorteerd op de komst van PDV en bedrijven uit transformatiegebieden door een kavelontwerp te hanteren dat ruimte biedt voor een volwaardige bouwmarkt aangevuld met 1 á 2 kleinere PDV/groothandel units in geclusterde vorm: bijvoorbeeld dicht bij de locatie van het recyclecentrum en de transferiumlocatie (kan parkeerlocatie zijn in het weekend en voorkomt veel verkeer over het terrein). Door de detailhandelsbranches op de bedrijvenstrook te beperken tot volumineuze detailhandel (PDV) blijft de bedrijvenstrook voor deze detailhandelsvormen ook echt beschikbaar. De ruimtelijke effecten van een tuincentrum kunnen anders zijn dan een bouwcentrum. Zo is een tuincentrum in veel gevallen niet overdekt, een bouwmarkt wel. Een tuincentrum wordt daarom niet mogelijk gemaakt met dit bestemmingsplan. Horeca en sport Voor horeca wordt in voorliggend bestemmingsplan ruimte geboden voor maximaal 4 vestigingen met een maximale omvang van 300m2 bvo per vestiging. Daarnaast mag één combinatie worden gemaakt met een sportvoorziening zoals een zwembad. Een zwemschool heeft een bassin van ca 20x15m, dus netto 300 m2 bvo. Daarnaast is ook +/300 m2 nodig voor een kleine horeca (koffie voor wachtende ouders), kleedkamers en verkeersruimten; totaal van ca 600 m2 bvo. 52

Zeeburgereiland Bedrijvenstrook Amsterdam (Centrale stad), Gemeente Amsterdam vastgesteld

Milieueffectrapportage Zeeburgereiland In het MER Zeeburgereiland is de behoefte aan horeca beschouwd. Hierin is opgenomen dat mengvormen met horeca/leisure (en dienstverlening) passend zijn in de beoogde stedelijke omgeving. Met de blurring van functie kan worden ingespeeld op de behoefte aan beleving (in vers), lokaliteit, flexibiliteit en beleving. De omvang van de horeca (2.500m2 bvo voor Zeeburgereiland) is afgestemd op het draagvlak in de Sluisbuurt (en de Baaibuurten). Voor de Bedrijvenstrook is geen eigen programma opgenomen. Beleid horeca en behoefte Stadsdeel Oost/Zeeburgereiland Het meest recente horecabeleid voor het Zeeburgereiland dateert uit 2012 (Horecanota Stadsdeel Oost 2012). In de nota zijn voor Zeeburgereiland de volgende reevante ambities van belang. In groeiende stadsdelen (met in de toekomst meer inwoners en bezokers) is ruimte voor uitbreiding van het aantal horecavestigingen. Gestreefd wordt naar een gelijklopende groei van het aantal horecavestigingen en het aantal inwoners/bezoekers.

In de nota wordt gesteld dat voor de leefbaarheid van nieuwe woongebieden de aanwezigheid van enkele (zelfstandige) horecafuncties belangrijk is (vooral in de avonduren); De groei van horeca vindt in Oost hoofdzakelijk plaats op en rondom de economische assen en in voorzieningen- en horecaclusters; Bij de uitbreiding van het aanbod wordt kwaliteit verkozen boven kwantiteit. Er wordt gestreefd naar een gevarieerd, kwalitatief goed en hoogwaardig horeca aanbod. Uit het geldende horecabeleid voor het stadsdeel Oost kan worden geconcludeerd dat, mits er geen ernstige belasting is voor het woon- en leefklimaat en het inspeelt op de behoefte, horeca-uitbreiding op Zeeburgereiland inspeelt op de behoefte. Belangrijk is dat Zeeburgereiland een plek wordt om te wonen en te recreeren, ook in de avond. De beoogde ontwikkeling speelt daar op in. De horecasector is een groeimarkt. Vooral de afgelopen vijf jaar is de omzet in de horecasector hard gegroeid. Ten opzichte van 2015 is de omzet van de gehele horecasector met bijna 25% gestegen in 2018 (CBS, 2018). Ook de horecaomzet in Amsterdam laat een positieve groei zien. In Amsterdam steeg de horecaomzet met 20% in de periode 2012 tot met een 2016 (Laddertoets horeca, STEC september 2020). De toenemende vraag naar horecagelegenheden genereert ook extra aanbod.

Bovendien is een constante behoefte aan het aanbod om bezoekers te blijven trekken. Inspelen op de veranderende horecabehoefte van de consument is belangrijk voor een gezonde bedrijfsvoering én een gezonde marktsituatie. Mede gelet op de verdere ontwikkeling van Oost is er voldoende marktruimte voor het toevoegen van horeca.

53

Zeeburgereiland Bedrijvenstrook Amsterdam (Centrale stad), Gemeente Amsterdam vastgesteld

omzetontwikkeling horeca (2015=100, bron CBS) Conclusie sport en horeca Met de functies sport en horeca wordt een bijdrage geleverd aan de diversiteit van functies op de Bedrijvenstrook, en de levendigheid in het gebied, ook in de avond. Het toevoegen van sport past in de ambitie om een bijdrage te leveren aan de sportnorm. Met het toevoegen van programma neemt ook de behoefte aan horeca toe. Deze horeca is ook toegankelijk voor de bewoners van Zeeburgereiland en omliggende wijken. 3.1.4

Regeling algemene regels ruimtelijke ordening (Rarro)

De Regeling algemene regels ruimtelijke ordening (Rarro) geeft uitwerking aan enkele bepalingen in het Barro. In artikel 2.1 en bijlage 8.4 van het Rarro zijn zeven radarposten met de daarbij behorende toetsingsgebieden van het ministerie van Defensie aangewezen. De toetsingsplicht maakt onderscheid in windturbines enerzijds en gebouwen en andere bouwwerken anderzijds.

54

Zeeburgereiland Bedrijvenstrook Amsterdam (Centrale stad), Gemeente Amsterdam vastgesteld

Kaart radarstations en radarverstoringsgebieden Het plangebied ligt buiten de zones met hoogtebeperkingen voor gebouwen en windturbines. Van een belemmering voor de ontwikkeling is daarom geen sprake. Conclusie Het plangebied is gelegen buiten de radarverstoringsgebieden. Er is daarom geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan. 55

Zeeburgereiland Bedrijvenstrook Amsterdam (Centrale stad), Gemeente Amsterdam vastgesteld

3.1.5

Luchthavenindelingsbesluit

Het LIB regelt welk gebied bestemd is voor gebruik als luchthaven en voor welk gebied daaromheen beperkingen gelden ten behoeve van de veiligheid en geluidsbelasting. Voor bepaalde gebieden rondom Schiphol is een “beperkingengebied” aangewezen. Binnen dat gebied gelden beperkingen ten aanzien van: maximale bouwhoogten, vogelaantrekkende functies en toegestane functies. Het LIB geeft regels voor gebruik en bestemming van de grond in deze gebieden. Op basis van het LIB kan de rijksoverheid beperkingen opleggen aan bouwinitiatieven in zones rondom de luchthaven Schiphol. Primaire doelen zijn: voorkomen dat het gebruik van de grond en de bebouwing op en rond Schiphol een gevaar zou kunnen vormen voor de veiligheid van het luchtverkeer; beperken van het aantal nieuwe en bestaande door vliegtuiggeluid gehinderde bewoners en gebruikers. Het plangebied Het gehele Zeeburgereiland ligt buiten het gebied, waarvoor beperkingen gelden voor gebruik. Met de ontwikkeling van de Bedrijvenstrook neemt het aantal door vliegtuiggeluid gehinderden niet toe.

Gebied waarvoor beperkingen gelden voor gebruik (bron: LIB) Het gehele Zeeburgereiland ligt binnen het invloedsgebied van luchthaven Schiphol. Dit heeft te maken met de maximaal toegestane bouwhoogten (146 meter). De bouwmogelijkheden in het bestemmingsplan overstijgen deze maximale bouwhoogte niet. Daarmee vormt dit bestemmingsplan geen belemmering voor de vliegroutes van de vliegtuigen. 56

Zeeburgereiland Bedrijvenstrook Amsterdam (Centrale stad), Gemeente Amsterdam vastgesteld

Maximaal toegestane bouwhoogte (bron: LIB) Voor het goed functioneren van de radarapparatuur (met het oog op veilig luchtverkeer) gelden lagere bouwhoogten. Uit bijlage 4a van het LIB blijkt dat voor het deel van het Zeeburgereiland waar de Bedrijvenstrook ligt een maximale bouwhoogte van 80-100 meter geldt. Hogere bebouwing is toegestaan, mits uit een advies van de Inspectie Leefomgeving en Transport blijkt dat hogere bebouwing geen belemmering vormt voor het functioneren van de radarapparatuur. Voor het goed functioneren van de radarapparatuur (met het oog op veilig luchtverkeer) gelden lagere maximaal toelaatbare bouwhoogten.

57

Zeeburgereiland Bedrijvenstrook Amsterdam (Centrale stad), Gemeente Amsterdam vastgesteld

Toetshoogte radar Bedrijvenstrook (bron: LIB) De regels uit voorliggend bestemmingsplan voorzien niet in hoogbouw die deze maximale hoogte overschrijd. Conclusie Het voorliggende bestemmingsplan voorziet in een maximale bouwhoogte van 18 meter voor gebouwen en 30 meter voor bouwwerken, geen gebouwen zijnde (HWV). Het LIB vormt daarmee geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan.

3.2

Provinciaal beleid

3.2.1

Omgevingsvisie NH2050 (2018)

Op 19 november 2018 heeft de Provincie Noord-Holland de Omgevingsvisie NH2050 'Balans tussen economische groei en leefbaarheid' vastgesteld; hier mee wil de Provincie voor een goede balans tussen economische groei en leefbaarheid zorgen zodat toekomstige generaties het welvaarts-en welzijnsniveau in Noord-Holland op een hoog niveau kunnen houden. Om een goede kwaliteit van de fysieke leefomgeving te kunnen borgen, hanteert de Provincie twee basisrandvoorwaarden die volgen uit Europese/Nationale regelgeving en gaan over gezondheid, veiligheid en klimaatadaptatie. Daarnaast gelden vier generieke ontwikkelprincipes. De basisvoorwaarden luiden als volgt: 1. Overal wordt voldaan aan de wettelijke basiskwaliteit voor een gezonde en veilige leefomgeving voor mens, plant en dier; 2. Alle nieuwe ruimtelijke (her)ontwikkelingen doorlopen een klimaatstresstest. waarbij de volgende ontwikkelprincipes worden gehanteerd: 1. Ontwikkelingen en beheer zijn passend bij de waarden, de karakteristiek en het 58

Zeeburgereiland Bedrijvenstrook Amsterdam (Centrale stad), Gemeente Amsterdam vastgesteld

draagvermogen van het landschap; 2. Nieuwe ontwikkelingen zijn zo veel mogelijk natuurinclusief; 3. Nieuwe ruimtelijk-economische ontwikkelingen worden zo veel mogelijk ruimtelijk geclusterd op locaties nabij OV-, weg-, energie en data-knooppunten; 4. Bij nieuwe ontwikkelingen worden de effecten op de ondergrond meegewogen. De Omgevingsvisie NH2050 kent ambities en doelstellingen op verschillende thema's: Leefomgeving a. Klimaatverandering: ontwikkelen en inrichten van een klimaatbestendig en waterrobuuste stad, land en infrastructuur; b. Gezondheid en veiligheid: het behouden en waar mogelijk verbeteren van de kwaliteit van bodem-,water- en lucht, externe veiligheid, geluidbelasting en (ontwikkelingen in) de ondergrond; c. Biodiversiteit en natuur: ambitie is om de biodiversiteit in Noord-Holland te vergroten. Gebruik van de leefomgeving a. Economische transitie: ambitie is een duurzame economie, met innovatie als belangrijke motor. We bieden daarom ruimte aan de ontwikkeling van circulaire economie, duurzame landbouw, energietransitie en experimenten. b. Wonen en Werken: ambitie is dat vraag en aanbod van woon- en werklocaties (kwantitatief en kwalitatief) beter met elkaar in overeenstemming zijn. De woningbouwbehoefte wordt vooral in en aansluitend op de bestaande verstedelijkte gebieden gepland, in overeenstemming met de kwalitatieve behoeftes en trends.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12185143/1