CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

A - 11 Openbare Orde en Veiligheid (2) 05a Programmabegroting 2024 en actual

RAAD 28 juni 2023, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Geen zienswijze in te dienen bij de Jaarrekening 2022 en Ontwerpprogrammabegroting 2024 inclusief actualisatie 2023 van Veiligheidsregio Amsterdam-Amstelland VN2023-01462816.437 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Het risico bestaat dat, indien bij de uitlenende organisatie een WAADI registratie voor de betreffende medewerker ontbreekt en om die reden een boete riskeert, BAA eveneens een boete kan verwachten. Subtotaal kwantificeerbare risico's

500 13

3.738

26

13

346

5.083

Programmabegroting 2024 & actualisatie 2023 VrAA

Bedragen x € 1.000 Niet-kwantificeerbare risico's Risico Niet kwantificeerbare risico's Incidentele middelen benodigd om te kunnen inspelen op ontwikkelingen Niet op alle functies gekwalificeerd personeel kunnen vinden Overige (onvoorziene) exploitatierisico's VRAA

Gevolg

Onvoorziene omstandigheden die nieuw/aanvullende maatregelen vereisen in het lopende boekjaar.

Mogelijk negatief exploitatiesaldo boekjaar ten aanzien van de multidisciplinaire projecten

10%

480

48

Krapte op de arbeidsmarkt, veranderende omstandigheden.

Het is voor BAA bijvoorbeeld de afgelopen jaren steeds moeilijker geworden om voldoende gekwalificeerde medewerkers te werven. Mogelijk negatief exploitatiesaldo boekjaar

50%

592

282

10

291

2,0%

93.329

1.776

61

1.837

Onvoorziene omstandigheden ten aanzien van de reguliere exploitatie. Naast het wegvallen van baten kan de veiligheidsregio worden geconfronteerd met onvoorziene kosten, zoals bijvoorbeeld claims, onbekende gebreken aan gebouwen en andere risico’s.

Percentage

Bedrag begroting

BAA

Benodigde weerstandscapaciteit

Oorzaak

GHOR

48

Subtotaal niet kwantificeerbare risico's

2.106

71

2.177

Totaal kwantificeerbare en niet kwantificeerbare risico's

5.843

417

7.260

7.2 Bedrijfsvoering Bedrijfsvoering betreft de bedrijfsprocessen binnen een organisatie om de beleidsdoelstellingen te kunnen realiseren evenals de sturing en beheersing daarvan (Artikel 14 BBV). De ontwikkeling van de bedrijfsvoering, het programma excellente bedrijfsvoering uit het beleidsplan Buiten Gewoon Veilig, is in hoofdstuk 6 opgenomen (informatiegestuurd werken, informatiebeveiliging, digitalisering ondersteunende processen en duurzaamheid). In deze paragraaf gaan we nader in op enkele onderwerpen die in hoofdstuk 6 aan de orde zijn gekomen. Formatie en bezetting VrAA/BAA:  

De huidige formatie bedraagt 744,5 fte. De huidige bezetting (excl. externen en vrijwilligers) bedraagt 729 fte.

Ziekteverzuim Het reguliere ziekteverzuim bij VrAA/BAA is met een gemiddeld verzuimpercentage van 10,4% nog onverminderd hoog. De lage verzuimdrempel speelt hierin een rol. Ook is een hoog aandeel psychisch verzuim (vaak relatie met PTSS) en veel verzuim is werk-gebonden. Met het nieuwe gezondheidsbeleid is er een focus op duurzame werkhervatting om zo de langdurige verzuimdossiers structureel op te lossen. Het doel is om het reguliere verzuimpercentage VrAA/BAA binnen 3 jaar (2024) te verlagen naar 7%. In de aanpak is aandacht voor frequent verzuim, mentale veerkracht en suïcide preventie. 7.3 Financiering 7.3.1 Treasury Leidend voor de treasuryfunctie is het Treasurystatuut van de Veiligheidsregio, met daarin de volgende uitgangspunten: -

het risico wordt laag gehouden door gebruik te maken van een liquiditeitsplanning en niet toestaan van het gebruik van allerlei risicovolle financiële producten; externe financiering wordt zoveel mogelijk beperkt door interne financieringsbronnen aan te spreken; 27

Programmabegroting 2024 & actualisatie 2023 VrAA

-

tijdelijke overschotten worden via Schatkistbankieren ondergebracht bij de het Ministerie van Financiën.

Afhankelijk van de ontwikkelingen in daadwerkelijke investeringen en de ontwikkelingen van reserves en voorzieningen worden mogelijk extra financiële middelen aangetrokken. De kasgeldlimiet en renterisiconorm zijn daarbij kaderstellend. In de geactualiseerde begroting 2023 is hier maar beperkt rekening mee gehouden i.v.m. de onzekerheid omtrent de rente en prijspeil ontwikkelingen.

7.3.2 Schatkistbankieren Het wetsvoorstel Schatkistbankieren, waarin alle gemeenschappelijke regelingen en gemeenten verplicht zijn om hun overtollige middelen in de schatkist (SKB-rekening) te storten, is op 15 december 2013 van kracht gegaan. Sinds 2017 boekt huisbankier BNG het banksaldo boven een bedrag van € 0,250 mln. automatisch over naar onze SKB-rekening. Hierdoor is het onmogelijk om boven het bestaande drempelbedrag van € 0,700 mln. uit te kome 7.3.3 Financiering vaste activa In totaal zijn zeven vaste geldleningen afgesloten (in 2016 ging het om een aantal van drie en in 2019 om een aantal van één). Daarnaast is er begin 2021 een lening met een looptijd van 3 maanden afgesloten, die inmiddels is afgelost. In 2022 zijn er drie nieuwe leningen afgesloten voor een totaal bedrag van € 35 miljoen en is er een bedrag van € 28,3 miljoen aan leningen afgelost. De specificaties staan in het onderstaande overzicht weergegeven. De bedragen zijn weergeven in duizenden euro’s. leningnr

Leninggever

Datum

Hoofdsom

Totale looptijd

Werkelijke rente Aflossing in 2022

x € 1.000

Restschuld 31 Aflossing in 2023 december 2022

Restschuld 31 december 2023

x € 1.000

x € 1.000

x € 1.000

x € 1.000

40.110960

BNG

22-dec-16

5.000

10 jr

1%

500

2.000

500

1.500

40.110961

BNG

22-dec-16

8.000

15 jr

1%

533

5.000

533

4.467

40.110962

BNG

22-dec-16

10.000

10 jr

1%

0

10.000

0

10.000

40.113266

BNG

2-dec-19

10.000

5 jr

0%

2.000

4.000

2.000

2.000

532522 BNG

2-mrt-21

15.000

3 mnd

0%

0

0

0

0

BNG

1-jan-22

15.000

1

1%

15.000

0

0

0

BNG

1-jan-22

10.000

1

1%

10.000

0

0

0

BNG

1-jan-22

10.000

1

1%

0

10.000

10.000

BNG

1-jan-23

22.938

5

BNG

1-jan-24

11.126

5

BNG

1-jan-25

13.921

5

BNG

1-jan-26

18.177

5

1-jan-27

12.182

5

Totaal

22938

161.344

28.033

31.000

13.033

40.905

7.3.4 Renterisiconorm De Wet Fido begrenst via de renterisiconorm het deel van de totale langlopende schuld dat in een gegeven jaar een renterisico mag hebben. De renterisiconorm bepaalt dat het bedrag van de langlopende schuld dat binnen een gegeven jaar verplicht moet worden afgelost, of waarvan de rente moet worden herzien, maximaal 20% van het begrotingstotaal mag bedragen. Het doel van deze norm is dat de portefeuille van langlopende leningen zodanig over de jaren verdeeld is, dat het 28

Programmabegroting 2024 & actualisatie 2023 VrAA

renterisico dat voortkomt uit herfinanciering en renteherzieningen gelijkmatig wordt gespreid. In onderstaande tabel zijn de gegevens met betrekking tot de renterisiconorm opgenomen. Bedragen x € 1.000

Renterisiconorm A. Renteherzieningen B. Aflossingen C. Renterisico (A + B) D. Begrotingstotaal E. Renterisiconorm (D * 20%) Ruimte (+) / overschrijding (-) (E - C)

2022

2023

2024

2025

2026

2027

28.033 28.033

13.033 13.033

7.621 7.621

7.846 7.846

20.630 20.630

13.765 13.765

104.179 20.836

112.624 22.525

112.243 22.449

111.557 22.311

111.547 22.309

111.069 22.214

14.828 +

14.466 +

7.197- +

9.492 +

1.679 +

8.448

Het renterisico van de veiligheidsregio ligt in de jaren 2022 t/m 2027 tussen € 7,000 mln. en € 21,000 mln. Dit risico ligt alle jaren (m.u.v. 2022) in deze periode binnen de renterisiconorm, die zich in die periode bevindt tussen € 20,000 mln. en € 23,000 mln. 7.3.5 Kasgeldlimiet De Wet Fido begrenst middels de kasgeldlimiet de maximale kortlopende schuld. Deze limiet bepaalt dat de kortlopende schuld maximaal 8,2% van het begrotingstotaal mag zijn. De eindstand van het betreffende boekjaar wordt getoetst aan het bedrag van de kasgeldlimiet. In onderstaande tabel zijn de betreffende gegevens opgenomen. Bedragen x € 1.000

Kasgeldlimiet A. Begrotingstotaal B. Kasgeldlimiet (A * 8,2%) C. Netto kortlopende schuld Ruimte (+) / overschrijding (-) (B - C)

+

2022

2023

2024

2025

104.179 8.543 6.704 1.839 +

112.624 9.235 3.250 5.985 +

112.243 9.204 3.250 5.954 +

111.557 9.148 3.250 5.898 +

2026

2027

111.547 111.069 9.147 9.108 3.250 3.250 5.897 + 5.858

De veiligheidsregio verwacht in de periode 2022 t/m 2027 ruim binnen de kasgeldlimiet te opereren.

29

Programmabegroting 2024 & actualisatie 2023 VrAA

7.4 Investeringen 7.4.1 Investeringsbudget onder druk Investeringen zijn begroot in de meerjaren investeringsbegroting op basis van de historische aanschafwaarde en vastgestelde afschrijvingstermijnen. De meerjaren investeringsbegroting wordt periodiek herijkt. Hierbij wordt rekening gehouden met conditiemetingen (eventueel uitstel van investeringen als er geen operationele noodzaak is) en planning (capaciteit, termijnen lopende raamcontracten en aanbestedingskalender). Ook zijn de uitgangspunten verwerkt uit het in september 2020 door het Veiligheidsbestuur vastgestelde strategisch vastgoedplan VrAA 2020-2030. Het structureel investeringsbudget staat onder druk. In de huidige systematiek van investeren en afschrijven wordt binnen de VrAA in beperkte mate rekening gehouden met prijsindexatie of rente schommelingen. Huidige aanschafwaarden worden (in veel gevallen) ook tegen historische aanschafprijs opgenomen t.b.v. toekomstige vervanging. Voor renteontwikkelingen wordt jaarlijks een standaard (interne) rekenrente toegepast die meerjarig constant is. Dit leidt ertoe dat de gehanteerde vervangingswaarde niet toereikend is om de daadwerkelijke investering op langere termijn te kunnen financieren. Dit speelt met name voor investeringen met een economische levensduur van meer dan 10 jaar.

Recente ontwikkelingen op het gebied van het Amsterdams vastgoed hebben ervoor gezorgd dat (onderliggende berekeningen uit) het strategisch vastgoedplan bijgesteld moet worden. Dit betekent dat het verloop van de egalisatievoorziening kapitaallasten voor het Maatwerk (kazernes) van Amsterdam nu een meerjarig een negatief beeld laat zien.2 De kosten voor de renovatie van kazerne Dirk zijn door wet- en regelgeving, eisen en wensen van monumentenzorg en prijsontwikkelingen, namelijk hoger dan verwacht. Ook de verkoopopbrengst van de grond van kazerne Pieter zal naar verwachting lager uitvallen dan een eerdere opgave onder meer door eisen van de gemeente Amsterdam t.a.v. de invulling van de woningbouwopgave. Dit zal zijn effect hebben op het financiële kader van de geplande renovatie van kazerne Hendrik. Hiervoor zullen verschillende haalbare scenario’s moeten worden beoordeeld alvorens een gedegen besluit kan worden genomen. 7.4.2 Totaaloverzicht investeringen komende vijf jaar Onderstaande tabel bevat een overzicht van de geplande investeringen in de komende vijf jaar. Rijlabels 1 Kleine Voertuigen en aanhangers 10 Uniformen 11 Vaartuigen 2 Grote voertuigen 3 Inventaris voertuigen 4 Persoonlijke Beschermingsmiddelen 7 Tele- Communicatieapparatuur 8 Inventaris gebouwen en apparatuur 9 Grond en gebouwen Overig Eindtotaal

2

Som van Investering 2022 Som van Investering 2023 Som van Investering 2024 Som van Investering 2025 Som van Investering 2026 Som van Investering 2027 2.029.137 1.002.920 78.250 45.000 1.194.500 950.550 280.000 2.624.500 737.600 8.805.000 10.715.000 300.000 3.210.000 399.340 456.516 330.000 1.897.025 40.917 1.000.000 459.800 1.216.903 1.514.303 833.423 393.250 393.250 493.250 393.250 69.336 558.445 254.844 4.602.372 11.864.888 150.000 150.000 150.000 150.000 640.865 281.500 287.187 281.500 393.643 281.500 14.056.878 16.726.759 10.713.687 11.999.550 1.636.737 6.776.153

De dekking van de kapitaallasten verloopt via de bijdrage (budget) kapitaallasten. Het jaarlijkse verschil tussen de bijdrage en de daadwerkelijke kapitaallasten wordt gedoteerd of onttrokken aan egalisatievoorziening kapitaallasten.

30

Programmabegroting 2024 & actualisatie 2023 VrAA

7.4.3 Grond en gebouwen Begin 2022 is het eigendom van kazerne Weesp overgedragen aan VrAA en activering heeft na een kleine verbouwing aan het einde van het jaar inmiddels plaatsgevonden (€ 2,417 mln.). Daarnaast zijn binnen deze categorie verbouwingen en diverse aanpassingen aan de Amsterdamse kazernes IJsbrand, Osdorp, Pieter, Teunis, Victor en Maxima opgenomen (1,692 mln.), als ook voor de kazerne Amstelveen (€ 0,178 mln.) en de kazerne Uithoorn (€ 0,167 mln.). 7.4.4 Inventaris Bij de investeringen in 2022 in de inventaris van gebouwen gaat het om inrichtingskosten en buitenzonwering van kazernes IJsbrand en Weesp (€ 0,069 mln.). De investeringen in 2022 in de inventaris van voertuigen hebben met name betrekking op AED’s, first defenders, QRT, hydraulisch redgereedschap, kettingzagen, een gammaspectrometer en een polarisatiemicroscoop (€ 0,387 mln.). 7.4.5 Vaartuigen De investeringen in de vaartuigen in 2022 betreffen twee boten inclusief een aanhanger voor een bedrag van € 0,280 mln.) voor de kazernes Nico en Aalsmeer. 7.4.6 Grote voertuigen In 2022 zijn de grootste investeringen binnen deze categorie de aanschaf van drie autoladders (€ 2,400 mln.), vijf tankautospuiten (€ 1,405 mln.), vier dompelpompunits (€ 0,800 mln.) en een hulpverleningswagen (€ 0,545 mln.). Voor de beoogde investeringen geldt dat waar mogelijk eerst een conditiemeting wordt gedaan.

Op basis hiervan kan het zijn dat enkele vervangingen in de tijd worden doorgeschoven omdat de conditie dat toelaat. 7.4.7 Kleine voertuigen en aanhangers in 2022 hebben de investeringen betrekking op 37 personenwagens en -bussen (€ 1,386 mln.), zes commandowagens (€ 0,726 mln.) en een waterongevallenvoertuig (€ 0,236 mln.). 7.4.8 Persoonlijke beschermingsmiddelen De investeringen in persoonlijke beschermingsmiddelen in 2022 betreffen vooral uitrukkleding (€ 0,608 mln.) en ademluchtcilinders (€ 0, 114 mln.). 7.4.9 Overig In 2022 betreffen de grootste investeringen binnen deze categorie enkele stelposten (€ 0,282 mln.), een mobiele pompcontainer (€ 0,150 mln.), sportkleding (€ 0,054 mln.) en een graafmachine (0,041 mln.). 7.4.10 Communicatiemateriaal en ICT in 2022 gaat het binnen deze categorie om investeringen in kantoorautomatisering (€ 0,393 mln.), een nieuw financieel en logistiek pakket (€ 0,383 mln.), objectportofoons (€ 0, 367 mln.), laptops (€ 0,220 mln.) en twee weg pagers voor de vrijwilligers (€ 0,100 mln.).

31

Programmabegroting 2024 & actualisatie 2023 VrAA

7.5 Kapitaalgoederen In het Strategisch vastgoedplan 2020-2030 VrAA (vastgesteld door het bestuur op 21 september 2020) is een overzicht gegeven van de vastgoedlocaties in de regio, met ambities voor de toekomst en een overzicht van de diverse financiële aspecten. Zodra al het vastgoed in eigendom van de Veiligheidsregio is (dit namelijk nog niet het geval voor de kazernes Aalsmeer en Duivendrecht) zal het systeem rondom en de hoogte van de maatwerkbijdrage opnieuw tegen het licht worden gehouden i.v.m. de verandering van het eigendom. Begin 2022 is het eigendom van de kazerne Weesp overgedragen aan VrAA. Het onderhoud van gebouwen wordt uitgevoerd op basis van een meerjarenplanning. De kosten worden geëgaliseerd via de daarvoor gevormde voorziening(en). Jaarlijks vindt bijstelling van de meerjarenplanning plaats door een nieuwe opname en inventarisatie van de stand van zaken. Omdat de individuele voorzieningen per gemeente separaat worden geadministreerd, kan per gemeente een bijstelling worden doorgevoerd. Van bestedingen aan andere doeleinden dan het vastgoed binnen de betreffende gemeente kan simpelweg vanuit het oogpunt van rechtmatigheid geen sprake zijn. Ook de accountant ziet hier op toe. Het onderhoud van de voertuigen en overig materieel (waaronder de blusboot) vindt plaats op basis van een planning die is eveneens vastgelegd in een geautomatiseerd systeem.

De kosten hiervan lopen echter niet via een voorziening 7.6 Verbonden partijen Een verbonden partij is volgens het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) een privaatrechtelijke of publiekrechtelijke organisatie waarin de veiligheidsregio zowel een bestuurlijk als een financieel belang heeft. Onder een financieel belang wordt verstaan een aan de verbonden partij ter beschikking gesteld bedrag dat niet verhaalbaar is indien de verbonden partij failliet gaat (het bedrag waarvoor aansprakelijkheid bestaat indien de verbonden partij haar verplichtingen niet nakomt). Onder een bestuurlijk belang wordt verstaan zeggenschap, via vertegenwoordiging in het bestuur of via stemrecht. Dit houdt concreet in dat er sprake is van een bestuurlijk belang als een burgemeester of ambtenaar van de veiligheidsregio namens de veiligheidsregio in het bestuur van de verbonden partij plaatsneemt of namens de veiligheidsregio stemt. Dit houdt in dat organisaties waar bijvoorbeeld enkel sprake is van een financieel belang niet worden gezien als een verbonden partij. Bij verbonden partijen gaat het om privaatrechtelijke, publiekrechtelijke organisaties en publiek-private samenwerkingen (PPS). VrAA kent twee verbonden partijen, namelijk de Gezamenlijke Brandweer Amsterdam (GBA) en de Stichting Risicobeheer Veiligheidsregio’s.

32

Programmabegroting 2024 & actualisatie 2023 VrAA

8. Geconsolideerde begroting VrAA 8.1 Geconsolideerd overzicht van baten en lasten en meerjarenbegroting VrAA Voor de toelichting op de geconsolideerde begroting wordt verwezen naar hoofdstuk 10, waarin de exploitatieoverzichten van de werkmaatschappijen zijn opgenomen en toegelicht. De meerjarenbegroting 2024 tot en met 2027 geeft inzicht in het financiële kader bij ongewijzigd beleid. bedragen x € 1.000

Rekening 2022

Begroting 2023

Actualisatie 2023

Begroting 2024

Begroting 2025

Begroting 2026

Begroting 2027

Baten Uitgeleend personeel Huren Overige goederen en diensten Inkomensoverdrachten - Rijk Inkomensoverdrachten - Gemeenten Inkomensoverdrachten - Gemeenschappelijke Regelingen Overige bijdragen Rentebaten Totale baten

443 150 3.829 9.969 88.421 1.250 22 104.083

98 111 3.706 10.836 87.139 101.891

389 112 4.080 12.270 90.043 1.287 108.180

389 112 4.080 12.148 90.043 1.287 108.058

389 112 4.080 12.148 90.043 1.287 108.058

389 112 4.080 12.148 90.043 1.287 108.058

389 112 4.080 12.148 90.043 1.287 108.058

Lasten Salarissen en sociale lasten Belastingen Kapitaallasten Duurzame goederen Ingeleend personeel Overige goederen en diensten Totale lasten

69.062 2 8.096 116 5.299 21.604 104.179

68.669 30 7.622 113 2.524 20.009 98.967

73.502 30 7.777 92 3.293 27.930 112.624

74.024 30 7.777 92 2.390 27.930 112.243

73.338 30 7.777 92 2.390 27.930 111.557

73.327 30 7.777 92 2.390 27.930 111.547

72.849 30 7.777 92 2.390 27.930 111.069

97-

2.924

4.444-

4.185-

3.499-

3.488-

3.010-

RESERVES Onttrekkingen Dotaties Mutaties in reserves

4.098 2.264 1.834

206 3.130 2.924-

4.558 686 3.872

985 686 299

299 686 387-

288 686 398-

125 1.001 876-

Resultaat

1.737

-

572-

3.886-

3.886-

3.886-

3.886-

VrAA

Saldo van baten en lasten

Bovenstaand overzicht bevat het geconsolideerd (concept) resultaat over 2022 en verder. Aangezien het jaarrekening proces nog loopt kan dit resultaat nog wijzigen. Bovengenoemd resultaat is inclusief de baten en lasten van het FLO-overgangsrecht (FLO) en nog voor resultaatsbestemming en onttrekking aan de algemene reserve. Daarnaast wordt ook het meerjarig verlieslatend saldo zichtbaar vóór onttrekking aan de algemene reserve. Het begrote resultaat 2023 komt vooralsnog uit op € -0,572 mln Ten aanzien van de baten o.a.:  

Extra bijdrage van gemeente Amsterdam voor loon- en prijscompensatie (€ 1,182 mln.); Hogere Rijksbijdragen t.o.v. 2022 t.a.v. Crisisbeheersing en Informatie & Innovatie (€ 1,800 mln)

33

Programmabegroting 2024 & actualisatie 2023 VrAA

Ten aanzien van de lasten onderstaande opmerkingen:    

Hogere personeelslasten o.b.v. werkelijke loonkosten 2023 (€ 4,000 mln) Hogere personeelslasten a.g.v. FLO uitkeringen € 0,300 mln Daling ingeleend personeel € 2,000 mln Hogere lasten overige goederen en diensten € 6,300 mln als gevolg van o.a. prijs indexaties

8.2 Structureel begrotingssaldo meerjarenbegroting VrAA In de notitie structurele en incidentele baten en lasten (d.d. 30 augustus 2018) adviseert de commissie BBV het structurele begrotingssaldo te presenteren. Hiermee wordt inzicht gegeven of de begroting en meerjarenraming structureel in evenwicht zijn. De incidentele baten en lasten beïnvloeden het structureel begrotingssaldo. Incidentele lasten beïnvloeden het structureel begrotingssaldo positief en incidentele baten beïnvloeden het structureel begrotingssaldo negatief. bedragen x € 1.000

Structureel begrotingssaldo Saldo van baten en lasten Toevoegingen en onttrekkingen aan reserves Begrotingssaldo na bestemming (+/+ is batig) Waarvan incidentele baten en lasten (saldo) Structureel begrotingssaldo (+/+ is batig)

Rekening 2022 971.834 1.737 1.4653.202

Begroting 2023 2.924 2.92400-

Actualisatie 2023 4.4443.872 572675 1.247-

Begroting 2024 4.185299 3.8863.886-

Begroting 2025 3.4993873.8863.886-

Begroting 2026 3.4883983.8863.886-

Begroting 2027 3.0108763.8863.886-

Toekomstige incidentele onttrekkingen en dotaties zij nog niet in te schatten. Maar zullen in lijn liggen met 2022 waardoor een structureel negatiever begrotingssaldo ontstaat dan in bovenstaande tabel gepresenteerd. Daarnaast is in bovengenoemde cijfers nog niet de impact van de meest recente CAO onderhandelingen verwerkt. Ook dit thema zal het structureel begrotingssaldo nog verder onder druk brengen. 8.3 Geconsolideerde geprognosticeerde balans VrAA en financiële kengetallen 8.3.1 Algemeen De begroting is opgesteld met inachtneming van het “Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten” en de financiële verordening VrAA met de bijbehorende nota’s.

34

Programmabegroting 2024 & actualisatie 2023 VrAA

8.3.2 Waardering De vaste activa zijn gewaardeerd op basis van historische aanschafwaarde onder aftrek van de afschrijvingen. De afschrijvingen vinden bij de meeste activa lineair plaats en zijn afhankelijk van de verwachte economische levensduur, waarbij geen rekening wordt gehouden met restwaarden. Op grond wordt niet afgeschreven. Op verzoek van de gemeenten Amstelveen en Diemen vindt er annuïtaire afschrijving plaats op het maatwerk om de kapitaallasten gelijkmatig over de tijd te spreiden. Met ingang van 2022 maakt VrAA gebruik van een nieuw financieel en logistiek softwarepakket en is daarmee overgestapt op het waarderen van de voorraden op basis van de fifo-regel (first-in firstout). Daarvoor werd de vaste verrekenprijs (v.v.p.) gebruikt. De investeringen die nog niet opgeleverd zijn in het lopende jaar, worden per ultimo boekjaar als onderhanden werk (activa in uitvoering) in de jaarrekening verantwoord. -

-

De vorderingen zijn gewaardeerd tegen nominale waarde, onder aftrek van een voorziening voor het risico van oninbaarheid. Liquide middelen zijn gewaardeerd tegen nominale waarde. Onder het eigen vermogen zijn opgenomen de algemene reserves, de bestemmingsreserves en het saldo van de rekening van baten en lasten. Voorzieningen worden gewaardeerd op het nominale bedrag van de voorzienbare verplichting, het verlies en/of risico’s, voor zover de omvang hiervan redelijkerwijs is in te schatten. Voor arbeidskosten gerelateerde verplichtingen van een jaarlijks vergelijkbaar volume wordt geen voorziening getroffen of op andere wijze een verplichting opgenomen. De kortlopende schulden zijn gewaardeerd tegen de nominale waarde.

35

Programmabegroting 2024 & actualisatie 2023 VrAA

8.3.3 Geconsolideerde balans VrAA Bedragen x € 1.000

ACTIVA

Ultimo 2022

Ultimo 2023

Ultimo 2024

Ultimo 2025

Ultimo 2026

Ultimo 2027

Vaste activa Materiële vaste activa

74.879

92.782

94.494

98.137

92.627

87.117

Voorraden

11.016

431

431

431

431

431

Gereed product en handelsgoederen Onderhanden werk

543 10.473

431 -

431 -

431 -

431 -

431 -

Vorderingen korter dan één jaar

16.866

1.526

1.526

1.526

1.526

1.526

Vorderingen op openbare lichamen Rek. cour. Verh. Niet fin. Instellingen Overige vorderingen Overige uitzettingen

1.808 15.058

1.526 -

1.526

1.526

1.526

1.526

Liquide middelen

42

250

250

250

250

250

Bank- en girosaldi

42

250

250

250

250

250

Vlottende activa

Overlopende activa

3.374

1.675

1.675

1.675

1.675

1.675

Overige nog te ontvangen bedragen en vooruit betaalde bedragen

3.374

1.675

1.675

1.675

1.675

1.675

106.176

96.664

98.376

102.019

96.509

90.999

Totaal

Bedragen x € 1.000

PASSIVA

Ultimo 2022

Ultimo 2023

Ultimo 2024

Ultimo 2025

Ultimo 2026

Ultimo 2027

Vaste passiva Eigen vermogen

24.140

20.643

19.398

17.351

14.628

12.373

Algemene reserve Bestemmingsreserve Resultaat voor bestemming

8.621 13.782 1.737

9.803 10.840 694-

9.109 10.289 2.182-

6.927 10.424 2.869-

4.058 10.570 2.879-

1.179 11.194 3.357-

Voorzieningen

23.986

22.538

23.206

23.235

22.639

21.174

Voorzieningen

23.986

22.538

23.206

23.235

22.639

21.174

Langlopende schulden langer dan één jaar

31.039

40.483

42.772

48.433

46.242

44.452

Overige binnenlandse sectoren Financial Lease

30.800 239

40.483 -

42.772 -

48.433 -

46.242 -

44.452 -

Vlottende passiva Netto vlottende schulden korter dan één jaar

21.804

3.000

3.000

3.000

3.000

3.000

Bank- en girosaldi Overige schulden

479 21.325

3.000

3.000

3.000

3.000

3.000

Overlopende passiva

5.207

10.000

10.000

10.000

10.000

10.000

Verplichtingen voorlopend begrotingsjaar

5.207

5.500

5.500

5.500

5.500

5.500

106.176

96.664

98.376

102.019

96.509

90.999

Totaal

36

Programmabegroting 2024 & actualisatie 2023 VrAA

In bovenstaande overzichten is de geprognosticeerde meerjarenbalans opgenomen. Hiervoor zijn de volgende uitgangspunten gehanteerd: -

De materiele vaste activa zijn berekend op basis van de afschrijvingen en meerjaren investeringsbegroting; De voorraden zijn berekend op basis van het gemiddelde van de afgelopen jaren; De vorderingen zijn berekend op basis van het gemiddelde van de afgelopen jaren; Het restant van de benodigde middelen wordt gefinancierd middels een leningenportefeuille bij de BNG; De ontwikkeling van de algemene reserve, de bestemmingsreserve en de voorzieningen is gebaseerd op de meerjarenramingen; De overlopende activa en passiva zijn berekend op basis van het gemiddelde van de afgelopen jaren; Het banksaldo is de resultante van alle overige mutaties.

37

Programmabegroting 2024 & actualisatie 2023 VrAA

8.3.4 Financiële kengetallen In het BBV Wijzigingsbesluit van 15 mei 2015 is in artikel 11 een nieuw onderdeel over (financiële) kengetallen toegevoegd. Het opnemen van kengetallen in de begroting en rekening past in het streven naar meer transparantie en omdat daarmee wordt beoogd provinciale staten, de raad en besturen van openbare lichamen in staat te stellen gemakkelijker inzicht te krijgen in de financiële positie en over de baten en de lasten. De kengetallen vormen een verbinding tussen de verschillende de aspecten die het bestuur en de gemeenteraden in hun beoordeling van de financiële positie moeten betrekken om daar een verantwoord oordeel over te kunnen geven. Voor veiligheidsregio’s zijn de volgende kengetallen relevant: - netto schuldquote; - netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen; - solvabiliteitsratio; - structurele exploitatieruimte; - EMU-saldo. In de onderstaande tabellen zijn de kengetallen van de VrAA weergegeven. Netto schuldquote en netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen De twee kengetallen 'netto schuldquote' en de 'netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen' zijn voor VrAA identiek aangezien zij geen leningen aan derden verstrekt.

De netto schuldquote weerspiegelt het niveau van de schuldenlast van de veiligheidsregio ten opzichte van de eigen middelen en geeft een indicatie van de druk van de rentelasten en de aflossingen op de exploitatie (Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden, jaargang 2015, 206). De netto schuldquote (en ook de netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen) van de veiligheidsregio voor de rekening 2022, actualisatie 2023 zijn respectievelijk 36,3% en 46,3%. In de VNG-uitgave ‘Houdbare Gemeentefinanciën’ (2013) is aangegeven dat wanneer een schuld lager is dan het begrotingstotaal (de quote is <100%), dit als voldoende kan worden bestempeld en boven de 130% als onvoldoende. De percentages van de veiligheidsregio liggen ruim binnen de normen van de VNG. Bedragen x € 1.000 Rekening 2022

Actualisatie 2023

Begroting 2024

Begroting 2025

Begroting 2026

Begroting 2027

Ratio netto schuldquote (A+B+C-D1-E-F-G)/H*100% Ratio netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen (A+B+C-D2-E-F-G)/H*100%

36,3%

46,3%

48,4%

53,7%

51,6%

50,0%

36,3%

46,3%

48,4%

53,7%

51,6%

50,0%

A. Een raming van het totaal van de vaste schulden. B. Een raming van het totaal van de netto vlottende schulden. C. Een raming van het totaal van de overlopende passiva.

31.039 21.804 5.207

40.483 3.000 10.000

42.772 3.000 10.000

48.433 3.000 10.000

46.242 3.000 10.000

44.452 3.000 10.000

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

16.866 42 3.374

1.526 250 1.675

1.526 250 1.675

1.526 250 1.675

1.526 250 1.675

1.526 250 1.675

104.083

108.058

108.058

108.058

108.058

108.058

Omschrijving kengetal

D1. Het totaal saldo van de financiële vaste activa, genoemd in artikel 36, onderdelen d,e en f, van het BBV provincies en gemeenten. D2. Het totaal saldo van de financiële vaste activa, genoemd 36, onderdelen b,c,d,e en f, van het BBV provincies en gemeenten. E. Een raming van het totaal van de uitzettingen met een rentetypische looptijd korter dan 1 jaar. F. Een raming van het totaal van alle liquide middelen. G. Een raming van het totaal van de overlopende activa. H. Het geraamde totaal saldo van de baten, exclusief de mutaties reserves.

38

Programmabegroting 2024 & actualisatie 2023 VrAA

Solvabiliteitsratio De solvabiliteitsratio drukt het eigen vermogen uit als een percentage van het totale vermogen en geeft daarmee inzicht in de mate waarin de veiligheidsregio in staat is aan haar financiële verplichtingen te voldoen (Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden, jaargang 2015, 2016). Hoe hoger de solvabiliteitsratio, hoe groter de weerbaarheid van veiligheidsregio. De solvabiliteitsratio’s van de veiligheidsregio voor de rekening 2022 en actualisatie 2023 zijn respectievelijk 22,7% en 21,4%. In de VNG-uitgave ‘Houdbare Gemeentefinanciën’ (2013) is aangegeven dat wanneer een solvabiliteitsratio hoger is dan 30% dit als voldoende kan worden bestempeld en lager dan 20% als onvoldoende. De percentages van de veiligheidsregio komen op langere termijn dus zwaar onder druk te staan.

De structurele exploitatieruimte De structurele exploitatieruimte wordt bepaald door de optelsom van het saldo van de structurele baten en lasten en het saldo van de structurele onttrekkingen en toevoegingen aan reserves te delen door de totale baten, uitgedrukt in een percentage. Een positief percentage betekent dat de structurele baten toereikend zijn om de structurele lasten te dekken (Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden, jaargang 2015, 206). De ratio’s structurele exploitatieruimte van de Veiligheidsregio voor de rekening 2022 en actualisatie 2023 zijn -2,7% en -1.9 % . Dit betekent dat de structurele baten in 2022 en verder niet toereikend zijn om de structurele lasten te dekken. Duidelijk is dat extra (incidentele) baten noodzakelijk zijn om de ambities te kunnen realiseren en tegelijkertijd de bezetting op peil te houden gezien het hoge ziekteverzuim en diverse openstaande vacatures. Het is nodig om extra uitrukpersoneel te werven en op te leiden. Daarnaast is een incidentele impuls nodig voor onder meer de verdere inrichting van het HRM-pakket en de doorontwikkeling van het in 2022 in gebruik genomen financieel en logistiek pakket. In de periode 2024 t/m 2027 is het percentage net niet toereikend. Bedragen x € 1.000 Omschrijving kengetal Ratio structurele exploitatieruimte ((B-A)+(D-C))/E*100%

A. Structurele lasten = het totaal van de geraamde lasten minus het geraamde totaal van de incidentele lasten per programma. B. Structurele baten = het geraamde totaal van de baten minus het geraamde totaal van de incidentele baten per programma C. Het beoogde totaal van de structurele toevoegingen aan de reserves voor het overzicht. D. Het totaal van de structurele onttrekkingen aan de reserves voor het overzicht. E. Het geraamde totaal van de baten, exclusief de mutaties reserves.

Rekening 2022

Actualisatie 2023

Begroting 2024

Begroting 2025

Begroting 2026

Begroting 2027

-2,7%

-1,9%

-1,8%

-2,4%

-2,4%

-2,6%

103.819

112.624

111.721

111.721

111.721

111.721

100.660

109.240

109.240

109.240

109.240

109.240

2.264

434

434

434

434

434

2.627

1.774

985

299

288

125

104.083

108.058

108.058

108.058

108.058

108.058

39

Programmabegroting 2024 & actualisatie 2023 VrAA

EMU-saldo Het EMU-saldo geeft inzicht in hoe de uitgaven zich verhouden tot de inkomsten in een jaar (en hoe investeringen in een jaar zich verhouden tot de afschrijvingen). Bij een negatief EMU-saldo besteedt de Veiligheidsregio meer geld dan dat zij ontvangt (en overstijgen de investeringen de afschrijvingen), bij een positief EMU-saldo is dit andersom. Het EMU-saldo gaat niet uit van baten en lasten, maar gaat uit van ontvangsten en uitgaven, berekend op transactiebasis en overeenkomstig de voorschriften van het Europese systeem van nationale en regionale rekeningen in de Europese Unie. Investeringen tellen bijvoorbeeld niet mee in het stelsel van baten en lasten, waarbij wordt uitgegaan van de kapitaallasten van de investeringen. Investeringen in een jaar tellen echter wel volledig mee in het EMU-saldo. Bij een sluitende begroting kan een gemeente daardoor toch een negatief EMU-saldo hebben. Bedragen x € 1.000 Rekening 2022

Actualisatie 2023

Begroting 2024

Begroting 2025

Begroting 2026

Begroting 2027

EMU-Saldo (A+B+C-D+E+F-G+H-I-J-K)

3.877

-22.347

-5.897

-7.142

2.022

2.500

A. Exploitatiesaldo vóór toevoeging aan c.q. onttrekking uit reserves. B. Afschrijvingen ten laste van de exploitatie. C. Bruto dotaties aan de post voorzieningen ten laste van de exploitatie minus de vrijval van de voorzieningen ten bate van de exploitatie. D. Investeringen in (im)materiële vaste activa die op de balans worden geactiveerd. E. Baten uit bijdragen van andere overheden, de Europese Unie en overigen, die niet op de exploitatie zijn verantwoord en niet al in mindering zijn gebracht bij post D. F. Desinvesteringen in (im)materiële vaste activa: Baten uit desinvesteringen in (im)materiële vaste activa (tegen verkoopprijs), voor zover niet op exploitatie verantwoord. G. Aankoop van grond en de uitgaven aan bouw-, woonrijp maken e.d. (alleen transacties met derden die niet op de exploitatie staan) H. Baten bouwgrondexploitatie: Baten voorzover transacties niet op exploitatie verantwoord. I. Lasten op balanspost Voorzieningen voorzover deze transacties met derden betreffen. J. Lasten ivm transacties met derden, die niet via de onder post A genoemde exploitatie lopen, maar rechtstreeks ten laste van de reserves (inclusief fondsen en dergelijke) worden gebracht en die nog niet vallen onder één van bovenstaande posten. K. Verwachte boekwinst op exploitatie van verkoop van effecten.

-96 5.957

-4.444 7.147

-4.185 7.147

-3.499 7.147

-3.488 7.147

-3.010 7.147

4.780

0

0

0

0

0

5.359

25.051

8.859

10.790

1.637

1.637

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

1.405

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

EMU-Saldo

40

Programmabegroting 2024 & actualisatie 2023 VrAA

8.4 Begroting VrAA/BAA overzicht Het onderstaande overzicht bevat het meerjarig financieel beeld VrAA/BAA. bedragen x € 1.000

Rekening 2022

Begroting 2023

Actualisatie 2023

Begroting 2024

Begroting 2025

Begroting 2026

Begroting 2027

Baten Uitgeleend personeel Huren Overige goederen en diensten Inkomensoverdrachten - Rijk Inkomensoverdrachten - Gemeenten Inkomensoverdrachten - Gemeenschappelijke Regelingen Overige bijdragen Rentebaten Totale baten

443 150 3.829 7.526 88.041 938 22 100.948

98 111 3.706 8.183 86.759 98.858

389 112 4.080 9.793 89.648 974 104.995

389 112 4.080 9.671 89.648 974 104.873

389 112 4.080 9.671 89.648 974 104.873

389 112 4.080 9.671 89.648 974 104.873

389 112 4.080 9.671 89.648 974 104.873

Lasten Salarissen en sociale lasten Belastingen Kapitaallasten Duurzame goederen Ingeleend personeel Overige goederen en diensten Totale lasten

69.057 2 7.972 116 3.955 20.411 101.513

68.669 30 7.597 113 842 18.603 95.853

73.502 30 7.697 92 1.727 26.643 109.691

74.024 30 7.697 92 824 26.643 109.310

73.338 30 7.697 92 824 26.643 108.624

73.327 30 7.697 92 824 26.643 108.614

72.849 30 7.697 92 824 26.643 108.136

565-

3.005

4.696-

4.437-

3.751-

3.741-

3.263-

RESERVES Onttrekkingen Dotaties Mutaties in reserves

4.098 2.264 1.834

125 3.130 3.005-

4.558 434 4.124

985 434 551

299 434 135-

288 434 146-

125 749 624-

Resultaat

1.269

-

572-

3.886-

3.886-

3.886-

3.886-

VrAA/BAA

Saldo van baten en lasten

Het jaarrekeningresultaat over 2022 komt voorlopig uit op € 1,269 mln. na onttrekking reserves en exclusief het resultaat GHOR , actualisatie 2023 komt uit op € 0,572 mln.

41

Programmabegroting 2024 & actualisatie 2023 VrAA

8.5 Toelichting baten 8.5.1 Rentebaten bedragen x € 1.000

Rekening 2022

Begroting 2023

Actualisatie 2023

Begroting 2024

Begroting 2025

Begroting 2026

Begroting 2027

Rente rekening-courant

22

-

-

-

-

-

-

Totaal

22

-

-

-

-

-

-

Rekening 2022

Begroting 2023

Actualisatie 2023

Begroting 2024

Begroting 2025

Begroting 2026

Begroting 2027

Opbrengsten detachering

443

98

389

389

389

389

389

Totaal

443

98

389

389

389

389

389

Rekening 2022

Begroting 2023

Actualisatie 2023

Begroting 2024

Begroting 2025

Begroting 2026

Begroting 2027

Huuropbrengsten

150

111

112

112

112

112

112

Totaal

150

111

112

112

112

112

112

Rekening 2022

Begroting 2023

Actualisatie 2023

Begroting 2024

Begroting 2025

Begroting 2026

Begroting 2027

746

570

591

591

591

591

591

-

1.585

Rentebaten

8.5.2 Uitgeleend personeel bedragen x € 1.000

Uitgeleend personeel

8.5.3 Huren bedragen x € 1.000

Huren

8.5.4 Overige goederen en diensten bedragen x € 1.000

Overige goederen en diensten

Baten Veiligh.-& Vergunningsadv. Baten ETC Externe omzet BOCAS

1.336

2.154

1.585

1.585

1.585

1.585

Baten overige dienstverlening

631

304

289

289

289

289

289

Extern gefinancierde activiteiten

86

210

1.085

1.085

1.085

1.085

1.085

Overige baten

645

100

149

149

149

149

149

Buitengewone baten

384

368

381

381

381

381

381

3.829

3.706

4.080

4.080

4.080

4.080

4.080

Rekening 2022

Begroting 2023

Actualisatie 2023

Begroting 2024

Begroting 2025

Begroting 2026

Begroting 2027

Algemene Rijksbijdrage Incidentele bijdrage naleving controle op CTB Bijzondere bijdrage CBRNE Overig

7.229 175 122

7.887

9.494

9.374

9.374

9.374

9.374

175 122

176 122

175 122

175 122

175 122

175 122

Totaal

7.526

8.183

9.793

9.671

9.671

9.671

9.671

Totaal

8.5.5 Rijksbijdragen bedragen x € 1.000

Rijksbijdragen VRAA/BAA

42

Programmabegroting 2024 & actualisatie 2023 VrAA

8.5.6 Gemeentelijke bijdragen – regionaal bedragen x € 1.000

Rekening 2022

Begroting 2023

Actualisatie 2023

Begroting 2024

Begroting 2025

Begroting 2026

Begroting 2027

Aalsmeer Amstelveen Amsterdam Diemen Ouder-Amstel Uithoorn

1.164 4.595 66.024 1.142 622 1.227

1.164 4.595 64.741 1.142 622 1.227

1.232 4.872 68.665 1.211 658 1.300

1.232 4.872 68.665 1.211 658 1.300

1.232 4.872 68.665 1.211 658 1.300

1.232 4.872 68.665 1.211 658 1.300

1.232 4.872 68.665 1.211 658 1.300

Totaal

74.773

73.491

77.939

77.939

77.939

77.939

77.939

Begroting 2023

Actualisatie 2023

Begroting 2024

Begroting 2025

Begroting 2026

Begroting 2027

Gemeentelijke regionale bijdrage VrAA/BAA

De nominale ontwikkeling 2023 is toegepast.

8.5.7 Gemeentelijke bijdragen – maatwerk bedragen x € 1.000

Gemeentelijke maatwerk bijdrage VrAA/BAA

Rekening 2022

Aalsmeer

66

66

68

68

68

68

68

Amstelveen

612

612

637

637

637

637

637

Amsterdam

12.264

12.264

10.699

10.699

10.699

10.699

10.699

189

189

197

197

197

197

197

-

-

-

-

-

-

Diemen Ouder-Amstel Uithoorn

137

137

106

106

106

106

106

Totaal

13.268

13.268

11.708

11.708

11.708

11.708

11.708

De nominale ontwikkeling 2023 is toegepast op alle onderdelen behalve op de maatwerkbijdrage FLO.

43

Programmabegroting 2024 & actualisatie 2023 VrAA

8.6 Toelichting lasten 8.6.1 Salarissen en sociale lasten bedragen x € 1.000

Rekening 2022

Begroting 2023

Actualisatie 2023

Begroting 2024

Begroting 2025

Begroting 2026

Begroting 2027

Loonkosten beroeps en vrijwilligers FLO-uitkeringen Bijdrage GMK Projecten

60.372 7.537 1.148

62.912 4.872 885

64.516 7.838 1.148

64.516 8.360 1.148

64.516 7.674 1.148

64.516 7.663 1.148

64.516 7.185 1.148

Totaal

69.057

68.669

73.502

74.024

73.338

73.327

72.849

Salarissen en sociale lasten

Loonkosten beroeps en vrijwilligers De stijging van de loonkosten in de geactualiseerde begroting 2023 is vooral het gevolg van de eerdere CAO ontwikkelingen. FLO-uitkeringen Er was in 2022 wederom sprake van flink hogere loonkosten voor het FLO-overgangsrecht t.o.v. de begroting echter flink lager dan in 2021 (€ 14,481 mln). Door het stopzetten van de levensloopregeling in 2022 zijn er in 2020 en in 2021 extra bijdragen betaald aan de levenslooptegoeden FLO-regeling. De kosten zullen in 2023 en 2024 vergelijkbaar zijn met 2022 om vervolgens weer te dalen op de langere termijn. In 2015 is een FLO (functioneel leeftijdsontslag) convenant afgesloten tussen de VrAA en de gemeenten Amsterdam en Amstelveen, waarin de afspraken zijn vastgelegd over het beleid en dekking van de kosten met betrekking tot de tweede loopbaan en andere consequenties van het FLO akkoord. Vervolgens is in samenspraak met de gemeenten Amsterdam en Amstelveen een plan van aanpak opgesteld voor de tweede loopbaan, dat vanaf 2016 geleidelijk wordt uitgevoerd. Amsterdam betaalt een jaarlijkse maatwerkbijdrage voor de uitvoering van het FLO-akkoord. In 2021 € 9,500 mln. en daarna € 7,500 mln. om vanuit de reserve FLO aan de plichten te kunnen voldoen die de komende jaren voortvloeien uit de bestaande regeling(en.

De Amstelveense FLO-kosten maken geen onderdeel uit van de exploitatie van de VrAA, omdat deze kosten direct worden doorbelast aan de gemeente. De VrAA heeft tot en met het jaar 2046 FLO-verplichtingen van in totaal € 129,000 mln voor de FLO’ers van Amsterdam.

44

Programmabegroting 2024 & actualisatie 2023 VrAA

8.6.2 Belastingen bedragen x € 1.000

Rekening 2022

Begroting 2023

Actualisatie 2023

Begroting 2024

Begroting 2025

Begroting 2026

Begroting 2027

Te betalen Vennootschapsbelasting

2

30

30

30

30

30

30

Totaal

2

30

30

30

30

30

30

Rekening 2022

Begroting 2023

Actualisatie 2023

Begroting 2024

Begroting 2025

Begroting 2026

Begroting 2027

Rente vaste activa Toevoeging egalisatievoorziening Onttrekking egalisatievoorziening Afschrijvingen materiële vaste activa Boekwinst/-verlies vaste activa Buitengewone baten/lasten vaste activa

156 3.361 7935.633 384-

1.081 235 1.0597.339 -

1.081 314 8447.147

1.081 314 8447.147 -

1.081 314 8447.147 -

1.081 314 8447.147 -

1.081 314 8447.147 -

Totaal

7.972

7.597

7.697

7.697

7.697

7.697

7.697

Rekening 2022

Begroting 2023

Actualisatie 2023

Begroting 2024

Begroting 2025

Begroting 2026

Begroting 2027

Kleine inventaris en meubilair

116

113

92

92

92

92

92

Totaal

116

113

92

92

92

92

92

Rekening 2022

Begroting 2023

Actualisatie 2023

Begroting 2024

Begroting 2025

Begroting 2026

Begroting 2027

Bedrijfsvoering Crisisbeheersing Risicobeheersing en preparatie Projecten Overig

1.530 196 1.251

450

978

257 495 90

1.070 95 112

257 477 90

257 477 90

257 477 90

257 477 90

Totaal

3.955

842

1.727

824

824

824

824

Belastingen

8.6.3 Kapitaallasten bedragen x € 1.000

Kapitaallasten

8.6.4 Duurzame goederen bedragen x € 1.000

Duurzame goederen

8.6.5 Personeel van derden bedragen x € 1.000

Personeel van derden

45

Programmabegroting 2024 & actualisatie 2023 VrAA

8.6.6 Overige goederen en diensten bedragen x € 1.000

Rekening 2022

Begroting 2023

Actualisatie 2023

Begroting 2024

Begroting 2025

Begroting 2026

Begroting 2027

Brandweerspecifieke kosten Buitengewone lasten Energie Gebouwgerelateerde kosten Kleding Opleiden, oefenen en ontwikkeling (extern) Overige materiële kosten Personeelsgerelateerde kosten Voertuig gerelateerde kosten

439 435 1.037 4.123 294 2.854 5.921 3.554 1.754

530 452 1.050 3.770 330 1.959 5.713 3.029 1.769

5.220 359 2.901 2.821 460 1.567 10.005 2.441 870

5.220 359 2.901 2.821 460 1.567 10.005 2.441 870

5.220 359 2.901 2.821 460 1.567 10.005 2.441 870

5.220 359 2.901 2.821 460 1.567 10.005 2.441 870

5.220 359 2.901 2.821 460 1.567 10.005 2.441 870

Totaal

20.411

18.603

26.643

26.643

26.643

26.643

26.643

Overige goederen en diensten

46

Programmabegroting 2024 & actualisatie 2023 VrAA

8.7 Toelichting mutaties reserves 8.7.1 Onttrekkingen aan de reserves bedragen x € 1.000

Onttrekkingen VrAA/BAA

Rekening 2022

Algemene reserve Bestemmingsreserve WW Bestemmingsreserve Vastgoed Amsterdam Bestemmingsreserve FLO Amsterdam Bestemmingsreserve Strategisch HRM Bestemmingsreserve Informatiebesturing Bestemmingsreserve Mobiliteit Bestemmingsreserve Innovatie Bestemmingsreserve Opleiden en Oefenen

92 2.000 424 482 197 535 367

Totaal

4.097

Begroting 2023

125

125

Actualisatie 2023 1.182 125 896 447 268 203 753 684 4.558

Begroting 2024

Begroting 2025

Begroting 2026

Begroting 2027

125

125

125

125

860

174

163

985

299

288

125

Onttrekkingen aan de reserve FLO zijn noodzakelijk indien de lasten boven de norm uitkomen. 8.7.2 Dotaties aan de reserves bedragen x € 1.000

Dotaties VrAA/BAA Algemene reserve Bestemmingsreserve WW Bestemmingsreserve Vastgoed Amsterdam Bestemmingsreserve FLO Amsterdam Bestemmingsreserve Strategisch HRM Bestemmingsreserve Informatiesturing Bestemmingsreserve Mobiliteit Bestemmingsreserve Innovatie Bestemmingsreserve Opleiden en Oefenen Totaal

Rekening 2022

Begroting 2023

Actualisatie 2023

Begroting 2024

Begroting 2025

Begroting 2026

2.696

Begroting 2027

315

2.264

434

434

434

434

434

434

2.264

3.130

434

434

434

434

749

De aan het veiligheidsbestuur voorgelegde resultaatbestemming 2022 is in bovenstaand overzicht nog niet in de actualisatie 2023 opgenomen.

47

Programmabegroting 2024 & actualisatie 2023 VrAA

8.8 Meerjarenbegroting VrAA/BAA bedragen x € 1.000

Rekening 2022

Begroting 2023

Actualisatie 2023

Begroting 2024

Begroting 2025

Begroting 2026

Begroting 2027

Baten Uitgeleend personeel Huren Overige goederen en diensten Inkomensoverdrachten - Rijk Inkomensoverdrachten - Gemeenten Inkomensoverdrachten - Gemeenschappelijke Regelingen Overige bijdragen Rentebaten Totale baten

443 150 3.829 7.526 88.041 938 22 100.948

98 111 3.706 8.183 86.759 98.858

389 112 4.080 9.793 89.648 974 104.995

389 112 4.080 9.671 89.648 974 104.873

389 112 4.080 9.671 89.648 974 104.873

389 112 4.080 9.671 89.648 974 104.873

389 112 4.080 9.671 89.648 974 104.873

Lasten Salarissen en sociale lasten Belastingen Kapitaallasten Duurzame goederen Ingeleend personeel Overige goederen en diensten Totale lasten

69.057 2 7.972 116 3.955 20.411 101.513

68.669 30 7.597 113 842 18.603 95.853

73.502 30 7.697 92 1.727 26.643 109.691

74.024 30 7.697 92 824 26.643 109.310

73.338 30 7.697 92 824 26.643 108.624

73.327 30 7.697 92 824 26.643 108.614

72.849 30 7.697 92 824 26.643 108.136

565-

3.005

4.696-

4.437-

3.751-

3.741-

3.263-

RESERVES Onttrekkingen Dotaties Mutaties in reserves

4.098 2.264 1.834

125 3.130 3.005-

4.558 434 4.124

985 434 551

299 434 135-

288 434 146-

125 749 624-

Resultaat

1.269

-

572-

3.886-

3.886-

3.886-

3.886-

VrAA/BAA

Saldo van baten en lasten

In de meerjarenbegroting zijn alle bekende meerjarige ontwikkelingen verwerkt. Met name de hoogte van reserves geeft meerjarig niet meer genoeg ruimte om negatieve resultaten te dekken. We zien dan ook een afname van de onttrekkingen na 2023.

48

Programmabegroting 2024 & actualisatie 2023 VrAA

9. Begroting GHOR 9.1 Begroting GHOR overzicht Het onderstaande overzicht bevat de begroting de GHOR. bedragen x € 1.000

GHOR

Rekening 2022

Begroting 2023

Actualisatie 2023

Begroting 2024

Begroting 2025

Begroting 2026

Begroting 2027

Baten Uitgeleend personeel Huren Overige goederen en diensten Inkomensoverdrachten - Rijk

2.442

2.653

2.477

2.477

2.477

2.477

2.477

Inkomensoverdrachten - Gemeenten

380

380

395

395

395

395

395

Inkomensoverdrachten - Gemeenschappelijke Regelingen

313

313

313

313

313

313

3.033

3.185

3.185

3.185

3.185

3.185

124

26

80

80

80

80

80

Ingeleend personeel

1.344

1.682

1.566

1.566

1.566

1.566

1.566

Overige goederen en diensten

1.193

1.406

1.287

1.287

1.287

1.287

1.287

Totale lasten

2.666

3.114

2.933

2.933

2.933

2.933

2.933

469

81-

252

252

252

252

252

RESERVES Onttrekkingen

-

81

-

Dotaties

-

-

252

252

252

252

252

Mutaties in reserves

-

81

252-

252-

252-

252-

252-

469

0

-

0

0

0

0

Overige bijdragen Rentebaten Totale baten

3.135

Lasten Salarissen en sociale lasten

5

Belastingen Kapitaallasten Duurzame goederen

Saldo van baten en lasten

Resultaat

Het resultaat GHOR laat over 2022 een positief resultaat zien van € 0,469 mln. Ook in 2023 wordt een positief resultaat verwacht van € 0,252 mln.

49

10.Bijlagen 10.1 Overzicht gemeentelijke bijdragen 10.1.1 Actualisatie 2023 bedragen x € 1.000

Gemeente

Aalsmeer

Amstelveen

Regionale bijdrage begroting 2023 Maatwerkbijdrage begroting 2023 Bijdrage GHOR Af: taakstelling FLO 2023 Totaal begrote bijdrage 2023

1.164 66 10

4.595 612 28

1.239

Bij: gewogen nominale ontwikkeling 2023 (4,24%) regionaal Bij: gewogen nominale ontwikkeling 2023 (4,24%) maatwerk Bij gewogen nominale ontwikkeling 2023 GHOR (3,84%) Totaal actualisatie 2023 Percentages Structurele extra L&P vanaf 2023

49 3 0,38 1.292 1,46% 19

Amsterdam

Diemen

Ouder-Amstel

1.142 189 9

622 4

5.235

64.741 12.264 319 2.00075.325

1.340

195 26 1,09 5.457 6,15% 82

2.742 435 12,25 78.514 88,51% 1.182

48 8 0,36 1.397 1,58% 21

Uithoorn

Totaal

627

1.227 137 9 341.339

73.491 13.268 380 2.03485.105

26 0,17 653 0,74% 10

52 4 0,36 1.396 1,57% 21

3.113 476 14,62 88.708 100,00% 1.335 90.044

Totaal per bijdrage Regionale bijdrage begroting 2023 (incl L&P bijstelling) Maatwerkbijdrage begroting 2023

Ghor

1.232 68 10 1.311

4.872 637 29 5.539

68.665 10.699 331 79.696

1.211 197 10 1.418

658 4 663

1.300 107 10 1.417

77.939 11.709 395 90.044

In de geactualiseerde begroting 2023 is de begroting 2023 als basis genomen en hierop is de nominale ontwikkeling 2022 toegepast. De nominale ontwikkeling op de regionale bijdrage is in totaal € 3,113 mln. De nominale ontwikkeling op de maatwerkbijdrage bedraagt in totaal € 0,476 mln. Daarnaast is tevens de structurele L&P compensatie verwerkt in de geactualiseerde begroting 2023.

Programmabegroting 2024 & actualisatie 2023 VrAA

bedragen x € 1.000

Maatwerk VrAA/BAA per gemeente

Aalsmeer

Amstelveen

FLO

Amsterdam

Diemen

Ouder-Amstel

Uithoorn

Totaal

-

-

7.500

-

-

-

7.500

69

618

2.795

162

-

107

3.750

Blusboot

-

-

87

-

-

-

87

Preventie

-

-

-

35

-

Jeugdbrandweer

-

19

-

-

-

Eigenaarslasten kazernes

Overige (GMK)

35 -

19 318

318

Begroting 2023

69

637

10.699

197

0

107

11.708

Bovenstaande tabel geeft de opbouw van de maatwerkbijdrage weer t.a.v. de geactualiseerde begroting 2023.

GHOR bedragen x € 1.000

Gemeente

Aalsmeer

Amstelveen

Amsterdam

Diemen

Ouder-Amstel

Uithoorn

Totaal

Bijdrage GHOR

10

28

319

9

4

9

380

Bij gewogen nominale ontwikkeling 2023 GHOR (3,84%) Totaal actualisatie 2023

0,38 10

1,09 29

12,25 331

0,36 10

0,17 4

0,36 10

14,62 395

De totale bijdrage voor de GHOR bedraagt € 0,395 mln. inclusief de nominale ontwikkeling van 3,8%.

51

10.2 Tarieventabel BAA

Tarieven Brandweer Amsterdam-Amstelland Nr.

Omschrijving

1

Inzet operationeel personeel en materieel voor dienstverlening buiten de wettelijke taak

1.1

1.2 1.3 1.4

Inzet operationeel personeel (6 personen) Inzet tankautospuit Inzet autoladder Afhijsen van patiënten Inzet duikers (4 personen) Inzet duikwagen incl. boot Verrichten van duikwerkzaamheden Inzet operationeel personeel voor overige werkzaamheden Inzet van materieel: - Tankautospuit - Autoladder (ladderwagen) - Blusboot

2

Overige dienstverlening

2.1

Inzet van adviseurs - Inzet senior adviseur - Inzet medior adviseur - Inzet junior adviseur Werkzaamheden (adembescherming)werkplaats - Vullen cilinders adembescherming - Controleren maskers adembescherming - Overige werkzaamheden werkplaats

2.2

Tarief 2021 (€)

Tarief 2022 (€)

Tarief 2023 (€) Eenheid

238,56 131,19 302,24 671,99 159,04 131,19 290,23 39,76

242,88 133,16 306,77 682,81 161,92 133,16 295,08 40,48

246,54 135,02 311,06 692,62 per inzet 164,36 135,02 299,38 per uur 41,09 per uur

131,19 302,24 573,80

133,16 306,77 582,41

135,02 per uur 311,06 per uur 590,56 per uur

115,75 99,21 82,69

117,83 100,98 84,16

119,60 per uur 102,49 per uur 85,42 per uur

7,43 10,03 77,17

7,56 10,21 78,54

7,67 per stuk 10,36 per stuk 79,72 per uur

3

Bijzondere bepalingen bij alle voorgaande rubrieken

3.1 3.2

De vermelde tarieven zijn exclusief omzetbelasting. Voor de berekening van de duur van de operationele inzet wordt uitgegaan van de tijd tussen vertrek en terugkomst van de eenheid op de kazerne, waarbij minimaal één uur in rekening wordt gebracht. Daarna wordt de inzet afgerond op 0,25 uur. De inzet van adviseurs wordt afgerond op 0,25 uur.

3.3

Programmabegroting 2024 & actualisatie 2023 VrAA

10.3 Taakvelden Taakvelden rekening 2022 - baten

732

1.823

237

3.135

87.894

10.263

Totaal

Organisatieontwikkeling

Algemene dekkingsmiddelen

GHOR

Crisisbeheersing

Risicobeheersing

Taakveldnr. Omschrijvingtaakveld Crisisbeheersing en brandweer 1.1

Programma's Incidentbestrijding

Taakvelden

104.083

bedragen x € 1.000

Taakvelden rekening 2022 - lasten

Crisisbeheersing en brandweer

2.595

53

Organisatieontwikkeling

GHOR

Crisisbeheersing

0 -50.663

10 0 0 0 -1.376

0 0 0 0 469

0 0 0 0 84.740

50 21.519 2 -1.833 -31.405

52.485

1.613

2.665

3.154

21.930

Totaal

1.1

0 0 0 -1.863

Algemene dekkingsmiddelen

Omschrijvingtaakveld Bestuur Overhead Vennootschapsbelasting (VpB) Mutaties reserves Resultaat van de rekening van baten en lasten

Risicobeheersing

Taakveldnr. 0.1 0.4 0.9 0.10 0.11

Programma's Incidentbestrijding

Taakvelden

60 21.519 2 -1.833 -97 0 84.443

Programmabegroting 2024 & actualisatie 2023 VrAA

54

Veiligheidsregio Amsterdam-Amstelland Bezoekadres: Ringdijk 98, 1097 AH Amsterdam Postadres: Postbus 92171, 1090 AD Amsterdam Telefoon: 020 555 6550 Website: veiligheidsregioaa.nl

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12897751/1