A - 11 Bouwen en Wonen (25) 00 Voordracht Nieuwe standaard achtervangovereen
Tekst van het document
Gemeenteraad
VN2021-018751 Wonen
RAAD
Voordracht voor de raadsvergadering van 15 september 2021
Portefeuille
Bouwen en Wonen Financiën (15)
Agendapunt
10
Datum besluit
B&W 6 juli 2021 Onderwerp
Uiten van wensen en bedenkingen over de nieuwe standaard achtervangovereenkomst WSW (Waarborgfonds Sociale Woningbouw). De gemeenteraad van Amsterdam besluit
1. 2. 3.
4.
Kennis te nemen van de nieuwe standaard achtervangovereenkomst van het WSW met gemeenten voor het borgen van nieuwe leningen en herfinanciering van bestaande leningen. Kennis te nemen van de toekomstige wijze waarop met de Amsterdamse corporaties afspraken over de ontwikkeling van de achtervang worden gemaakt en hoe deze worden gemonitord. Kennis nemen van het besluit van het college van burgemeester en wethouders, onder voorbehoud van wensen en bedenkingen van de Raad, voor het aangaan van de nieuwe overeenkomst van het WSW met gemeenten voor het borgen van nieuwe leningen en herfinanciering van bestaande leningen. Te verklaren dat de raad - overeenkomstig het bepaalde in art. 169, 4e lid van de Gemeentewet - in de gelegenheid is gesteld wensen en bedenkingen over te brengen aan het college van burgemeester en wethouders over de nieuwe standaard achtervangovereenkomst.
Wettelijke grondslag
Artikel 169, lid 4 Gemeentewet. Zij geven de raad vooraf inlichtingen over de uitoefening van de bevoegdheden, bedoeld in artikel 160, eerste lid, onder e, f, g en h, indien de raad daarom verzoekt of indien de uitoefening ingrijpende gevolgen kan hebben voor de gemeente. In het laatste geval neemt het college geen besluit dan nadat de raad in de gelegenheid is gesteld zijn wensen en bedenkingen ter kennis van het college te brengen Bestuurlijke achtergrond
Het College heeft op 17 november 2020 ingestemd met de verlenging van de generieke achtervangovereenkomst met WSW met limitering en verhoging van het maximaal geborgde bedrag naar € 9,18 miljard voor 2021. In het kader van de verlenging is het college geïnformeerd dat in 2021 een nieuwe achtervangovereenkomst beschikbaar komt waarin de resultaten van het Strategisch Programma WSW verwerkt zijn. De Raad heeft op 16 december 2020 geen wensen en bedenkingen geuit betreffende de verlenging. Amsterdam fungeert op dit moment als achtervang voor negen corporaties, zijnde De Alliantie, De Key, DUWO, Eigen Haard, Stadgenoot, Ymere, Rochdale, Woonzorg Nederland en Stichting Habion. In 2019 zijn nieuwe samenwerkingsafspraken 2020-2023 tussen de Federatie Amsterdamse Huurderskoepels (FAH) , de Amsterdamse Federatie van Woningcorporaties (AFWC) en de gemeente gemaakt. De besluitvorming omtrent deze afspraken heeft op 12 november 2019 in het college plaatsgevonden. De gemeentelijke achtervang WSW heeft een directe relatie met de ambitie van de Amsterdamse corporaties en gemeente die zijn vastgelegd in de samenwerkingsafspraken 2020-2023 tussen FAH, AFWC en gemeente. Met de achtervangovereenkomst faciliteert de gemeente Amsterdam de gewenste volkshuisvestelijke
Gegenereerd: v1.16
1
Gemeenteraad
VN2021-018751 Wonen
RAAD
Voordracht voor de raadsvergadering van 15 september 2021
prestaties van de corporaties. Conform het gemeentelijk lening- en garantiebeleid moeten materiële wijzigingen met betrekking tot leningen en garanties aan de Gemeenteraad voorgelegd worden voor wensen en bedenkingen. Onderbouwing besluit
Ad 1. Kennis te nemen van de nieuwe standaard achtervangovereenkomst van het WSW met gemeenten voor het borgen van nieuwe leningen en herfinanciering van bestaande leningen. Eind 2018 is WSW gestart met een Strategisch programma, om alle regelgeving rondom en van het WSW door te lichten. In december 2020 heeft de VNG ingestemd met de afronding van de afgesproken maatregelen en het overgaan tot implementatie. De VNG heeft per brief d.d. 6 november 2020 een voorstel gedaan aan het Waarborgfonds Sociale Woningbouw (WSW) voor een nieuwe standaard achtervangovereenkomst, mede gebaseerd op een ledenraadpleging in juni 2020. De VNG heeft er voor gekozen om, gelet op de 30% van de gemeenten die tegen waren, de systematiek alleen voor nieuwe leningen in te voeren. Het WSW heeft deze voorstellen samen met een aantal wijzigingen als gevolg van het Strategisch programma van WSW verwerkt. Er is brede steun voor de nieuwe achtervangovereenkomst bij betrokken partijen. De overeenkomst is opgesteld door WSW en goedgekeurd door het Ministerie van BZK, de VNG, Aedes en de Deelnemersraad van WSW (de vertegenwoordiging van deelnemende corporaties). De nieuwe overeenkomst heeft betrekking op nieuwe leningen die corporaties aangaan, op herfinanciering van bestaande leningen en op de nieuwe obligolening. Voor bestaande leningen blijven de huidige achtervangovereenkomsten van toepassing.
Het Waarborgfonds Sociale Woningbouw (WSW) en de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) hebben ons bij brief van 17 mei 2021 gevraagd om in te stemmen met een nieuwe achtervangovereenkomst. Verbeteringen De nieuwe overeenkomst bevat een aantal verbeteringen voor een robuuster stelsel en de positie van de gemeente als achtervanger. De belangrijkste verbeteringen worden hieronder kort toegelicht: 1. Een aangepaste verdeelsleutel voor de gemeentelijke achtervang, gebaseerd op de marktwaarde per gemeente van het bezit van elke corporatie. De nieuwe verdeelsleutel leidt tot meer solidariteit tussen de gemeenten, omdat het achtervangrisico wordt verdeeld over alle gemeenten waar een corporatie actief is en niet langer bij één gemeente. De nieuwe verdeelsleutel wordt jaarlijks geactualiseerd, dus veranderingen in de omvang en waarde van het bezit worden jaarlijks verwerkt. Die wijziging ziet alleen op toekomstige geborgde geldleningen en dus niet op al lopende geborgde geldleningen. Voor de bestaande leningen geldt vooralsnog de huidige achtervangovereenkomst met een verdeling zoals vastgelegd in de betreffende leningsovereenkomsten tussen corporaties en financiers. Dat in de nieuwe situatie gewerkt moet worden met twee achtervangovereenkomsten maakt de materie in geval van een aanspraak complexer.
Voor al bestaande/lopende leningen kan de gemeente Amsterdam in gesprek gaan met andere gemeenten en betrokken corporaties, om op basis van vrijwilligheid tot herverdeling van de achtervang te komen. De VNG heeft hiertoe opgeroepen. 2. De tweede laag van de achtervang – obligo bijdrage vanuit de corporaties – wordt zekerder. Vanuit het strategisch programma WSW wijzigt de opzet voor obligo dat WSW kan heffen bij corporaties middels een leningsfaciliteit. Het nieuwe systeem versterkt de robuustheid van het
Gegenereerd: v1.16
2
Gemeenteraad
VN2021-018751 Wonen
RAAD
Voordracht voor de raadsvergadering van 15 september 2021
stelsel met als voordeel voor gemeenten dat de obligobijdrage zekerder is, en het risico voor gemeenten daarmee afneemt aangesproken te worden voor het verstrekken van renteloze leningen. 3. De terugbetaling van renteloze leningen die (worst case) verstrekt worden aan het WSW door de achtervangende gemeenten en de staat wordt beter geregeld. In de huidige achtervangovereenkomst is de terugbetaling van renteloze leningen, verstrekt door gemeenten aan WSW, in de praktijk niet goed geregeld. Het risico voor de gemeenten is dat ze hun renteloze leningen verstrekt aan WSW niet terugbetaald krijgen. In de nieuwe systematiek is een wijziging opgenomen die leidt tot eerdere terugbetaling van de renteloze geldleningen aan gemeenten en de staat. 4. De regels rond herfinanciering van bestaande geborgde leningen zijn aangescherpt. In de nieuwe achtervangovereenkomst staat een nieuwe definitie van herfinanciering. De nieuwe definitie en voorwaarden zorgen voor een voor gemeenten betere, duidelijkere en striktere aakening van de herfinancieringsverplichting. Amsterdamse lening- en garantiebeleid De nieuwe overeenkomst voldoet op twee punten niet aan het Amsterdamse lening- en garantiebeleid gezien het geen mogelijkheid biedt de maximale omvang van de achtervang te limiteren en de achtervang voor onbepaalde tijd wordt gesloten (zonder einddatum).
Met de huidige achtervangovereenkomst heeft de gemeente de mogelijkheid om zelf het maximale borgingsplafond en de looptijd van de overeenkomst vast te stellen. Dit gebeurt in overleg met de Amsterdamse corporaties op basis van de financieringsbehoefte resulterend uit de prestatieafspraken tussen corporaties, huurdersvertegenwoordigers en de gemeente. In de nu voorliggende nieuwe overeenkomst is de limitering niet meer per afzonderlijke gemeente mogelijk, maar alleen in samenwerking met alle gemeenten waar een corporatie actief is. Aangezien de negen corporaties in Amsterdam (op één na) actief zijn in meerdere gemeenten - of zelfs landelijk actief zijn - is een gezamenlijke afstemming zeer complex. Uit navraag bij de Amsterdamse corporaties blijkt dat een aantal corporaties deze vorm van limitering onwerkbaar vinden. Reden hiervoor is dat de afstemming voor enkele corporaties met veel gemeenten met verschillende standpunten plaats dient te vinden en een administratief en tijdrovend proces gevreesd wordt. Hierover zullen de komende periode gesprekken gevoerd worden om te kijken welke mogelijkheid wel werkbaar kan zijn. Hierbij zijn twee smaken mogelijk. Enerzijds kan gekeken worden naar een overzichtelijk proces om gezamenlijk met de gemeenten waarin corporaties actief zijn te komen tot een limitering.
Anderzijds kan op basis van de samenwerkingsafspraken tussen de gemeente Amsterdam en de corporaties gekeken worden naar de vertaling van de afgesproken prestaties in financieringsbehoefte en daarmee de omvang van de maximale Amsterdamse achtervangpositie voor de komende periode. Deze tweede optie lijkt op dit moment het meest voor de hand liggend en effectief en wordt vervolgens onder beslispunt 2 nader toegelicht. Omdat de nieuwe standaard achtervangovereenkomst ook geen limitering kent in de tijd is er met deze nieuwe overeenkomst geen moment van verlenging meer. Nu dit straks niet meer mogelijk is, is er alleen nog de keuze om de overeenkomst op te zeggen. Indien we het contract opzeggen blijven we (in het nieuwe contract gelimiteerd voor 25 jaar) aan de lat staan voor de achtervang van bestaande leningen. Daarnaast is er dan een grote kans dat de corporaties rechtstreeks bij de gemeente garantieverzoeken zullen indienen. In dat geval kunnen we geen beroep doen op het zekerhedenstelsel van het WSW en staan we alleen voor de financiële verplichting zonder de solidariteit in het stelsel en de corporaties onderling, het vermogen van het WSW en de 50% achtervang van de staat.
Gegenereerd: v1.16
3
Gemeenteraad
VN2021-018751 Wonen
RAAD
Voordracht voor de raadsvergadering van 15 september 2021
Dat de nieuwe overeenkomst op deze punten niet voldoet aan het gemeentelijke lening- en garantiebeleid is kenbaar gemaakt aan de VNG. Daarbij is ook aangegeven dat het onwenselijk is om als gemeente garanties af te geven waarbij geen / of alleen indirecte sturing is op de financiële verplichtingen. VNG heeft aangegeven geen andere oplossing te zien om nieuwe scheeeid in de achtervang te voorkomen doordat gemeenten op een gegeven moment niet meer / beperkt meedoen in de achtervang. Per saldo wegen, volgens ons, de verbeteringen van de nieuwe overeenkomst op tegen deze twee laatst genoemde punten. Ad 2. Kennis nemen van de toekomstige wijze waarop met de Amsterdamse corporaties afspraken over de ontwikkeling van de achtervang worden gemaakt en hoe deze worden gemonitord. In het verleden was het moment waarop de overeenkomst verlengd werd, ook het moment waarop gekeken werd hoe de sector en de Amsterdamse corporaties er (financieel) voor staan, welke risico’s spelen en voor welk bedrag er een nieuwe achtervangovereenkomst afgesloten moest worden. Monitoring van de financiële situatie en de omvang van de geborgde schulden van de Amsterdamse corporaties is daarvoor essentieel.
Om dit toekomstig vorm te geven, worden in de toekomstige samenwerkingsafspraken ook afspraken gemaakt over de ontwikkeling van de benodigde financiële middelen om de volkshuisvestelijke ambities te realiseren en daarmee de verwachte omvang van de WSW achtervang. Sinds 2018 maakt de AFWC twee keer jaarlijks een overzicht van de financieringsbehoefte van de corporaties. Het overzicht is opgebouwd uit de geborgde schuld, de aflossingen en nieuwe leningen voor investeringen op basis van de prestatieafspraken en voor een beperkt gedeelte van de corporaties ook de eventuele liquiditeitsbehoefte voor bestaande derivaten per corporatie. De ontwikkeling hiervan en de realisatie werd vervolgens jaarlijks besproken. De gemeente is met de AFWC en de corporaties in gesprek om dit proces te continueren en waar nodig aan te passen om de toekomstige behoefte aan achtervang twee keer jaarlijks in kaart te brengen en vervolgens met de Amsterdamse corporaties te bespreken en de realisatie te monitoren. Het jaarlijkse financieel IJkpunt en een door de AFWC opgestelde borgingsprognose vormen daarbij de basis voor de gesprekken. Mocht op basis van dit geschetste proces blijken dat er sprake is van een materiele verandering van de omvang / risico’s van de financiële verplichting uit gemeentelijke WSW achtervang, dan worden deze besproken in B&W.
Het college kan vervolgens besluiten om de raad voor te leggen om de overeenkomst met het WSW op te zeggen. Ad 3. Kennis nemen van het besluit van het college van burgemeester en wethouders, onder voorbehoud van wensen en bedenkingen van de Raad, voor het aangaan van de nieuwe overeenkomst van het WSW met gemeenten voor het borgen van nieuwe leningen en herfinanciering van bestaande leningen. Het WSW borgt leningen van woningcorporaties. Dat betekent dat wanneer een corporatie in financiële problemen verkeert, het WSW zorgt dat rente en aflossing van geborgde leningen van deze corporaties betaald worden. WSW doet dit in eerste instantie uit eigen kapitaal. Dat kapitaal kan worden aangevuld door extra kapitaal (obligolening) bij alle deelnemende corporaties op te halen. Pas wanneer dat onvoldoende is, komen de staat en gemeenten als achtervanger in beeld om renteloze leningen te verstrekken. Staat en gemeenten staan elk voor 50% in de achtervang bij het WSW (25% wordt verdeeld over alle gemeenten en 25% wordt toegerekend aan de gemeente die in de lening overeenkomst tussen de betreffende woningcorporatie en de financier is vermeld). Tot nu toe heeft WSW daar geen beroep op gedaan. Met WSW borging kunnen corporaties goedkoper geld lenen waardoor investeringen in de sociale woningbouw (beter) haalbaar worden. De financiering
Gegenereerd: v1.16
4
Gemeenteraad
VN2021-018751 Wonen
RAAD
Voordracht voor de raadsvergadering van 15 september 2021
van woningcorporaties en de daarmee samenhangende achtervang is van groot maatschappelijk belang in verband met de huisvesting voor huishoudens met lage inkomens in Amsterdam. Gezien het bovenstaande is er een groot volkshuisvestelijk belang dat de Amsterdamse corporaties gebruik kunnen maken van de borging van het WSW. Zonder borging zijn de corporaties meer geld kwijt aan rente en risico opslagen en kunnen ze minder investeren in de volkshuisvestelijke opgaven in Amsterdam. Voor de borging is het afsluiten van de nieuwe standaard achtervangovereenkomst voorwaardelijk. Naast het volkshuisvestelijke belang is er noodzakelijk dat de nieuwe achtervangovereenkomst tussen de gemeente Amsterdam en het WSW getoetst wordt aan het lening- en garantiebeleid van de gemeente Amsterdam zoals vastgesteld door de gemeenteraad op 28 juni 2017. Er wordt afgeweken van het lening- en garantiebeleid omdat er geen limitering is in bedrag en looptijd.
Dit is, gezien het publieke belang van de achtervang en het feit dat het gaat om een standaard overeenkomst waar Amsterdam niet van af kan wijken, acceptabel onder de volgende voorwaarden: • in de toekomstige samenwerkingsafspraken worden afspraken gemaakt over de ontwikkeling van de benodigde financiële middelen om de volkshuisvestelijke ambities te realiseren en daarmee de verwachte omvang van de WSW achtervang; • periodiek de toekomstige behoefte aan achtervang in kaart gebracht, met de corporaties besproken en gemonitord word, • de omvang en inschatting van de risico’s van de gemeente als achtervang WSW expliciet toegelicht worden in de Jaarrekening en Begroting in de financieringsparagraaf. De toetsing aan het lening- en garantiebeleid kent een zestal vormvereisten, onderstaand wordt ingegaan op deze vormvereisten. I) Aan wie wordt de garantie verstrekt De gemeente Amsterdam gaat een achtervangpositie (garantie) aan met de Stichting Waarborgfonds Sociale Woningbouw (WSW), deze nieuwe overeenkomst heeft betrekking op nieuwe leningen die corporaties aangaan, op herfinanciering van bestaande leningen en op de nieuwe obligolening. Voor bestaande leningen blijft de huidige achtervangovereenkomst van toepassing.
II) Garantiebehoefte Het WSW staat borg voor de rente en aflossingen van leningen aan woningcorporaties, waardoor deze toegang hebben tot de kapitaalmarkt en tegen gunstige voorwaarden kunnen lenen. Ultimo 2020 borgde het WSW landelijk voor € 81 miljard aan leningen, daarmee is het volume aan geborgde leningen gedurende 2020 gestegen met € 1,4 miljard (stand ultimo 2019: € 79,6 miljard). De geborgde achtervang gerelateerd aan de gemeente Amsterdam bedroeg € 8,2 miljard per 31 december 2020 en is daarmee onveranderd ten opzichte van 2019 (€ 8,2 miljard). Afwijkend van een ‘gewone’ garantie staat de gemeente in het geval van de WSW achtervang niet rechtstreeks garant voor verstrekte leningen aan woningcorporaties of burgers, maar vormt de gemeente samen met het Rijk de achtervang voor de Waarborgfondsen die deze garantieverplichtingen zijn aangegaan. De achtervang heeft de verplichting het risicovermogen van de waarborgfondsen middels het verstrekken van renteloze leningen aan te vullen indien dit door aanspraken op de waarborgfondsen nodig blijkt. In de nieuwe overeenkomst is een limitering van de achtervang in tijd (looptijd achtervangovereenkomst), voor welke corporaties de gemeente achtervang wil verstrekken en omvang niet meer (voor omvang per afzonderlijke gemeente) mogelijk. Tot op heden waren deze drie limiteringen wel van toepassing.
Het is onwenselijk om als gemeente garanties af te geven waarbij geen / of alleen indirecte sturing is op de financiële verplichtingen. Het lening- en garantiebeleid van de gemeente Amsterdam is hier duidelijk over: “de omvang van de garantie is gemaximeerd en eenduidig vast te stellen door
Gegenereerd: v1.16
5
Gemeenteraad
VN2021-018751 Wonen
RAAD
Voordracht voor de raadsvergadering van 15 september 2021
een duidelijk verband met een financiële transactie met een beperkte looptijd”. Hieraan kan met de voorgestelde methodiek in de nieuwe overeenkomst niet worden voldaan. Bij garantstellingen kan in principe ook een garantstelling gedaan worden zonder een maximum bedrag aan te geven (toelichting op art. 50 BBV, Staatsblad 2003/27). Met een dergelijke garantstelling wordt uiteraard een groot risico aangegaan. Het is raadzaam van dergelijke algemene garantstellingen af te zien. Indien er toch een algemene garantstelling is gedaan dient dit in de toelichting op de balans expliciet te worden aangegeven (zie artikel 57, het derde lid). Op basis hiervan zien we de mogelijkheid om af te wijken van het lening- en garantiebeleid om geen limitering in bedrag en looptijd te accepteren, onder de voorwaarde ook toekomstig de systematiek, omvang en inschatting van de risico’s van de gemeente als achtervang WSW expliciet toe te lichten in de Jaarrekening en Begroting in de financieringsparagraaf. Mocht in de toekomst mede uit het informatieproces met de corporaties, het WSW en de Autoriteit woningcorporaties blijken dat er sprake is van een materiele verandering van de omvang/risico’s van de financiële verplichting betreffende de gemeentelijke WSW achtervang, worden deze besproken in B&W. Het college kan vervolgens besluiten om de raad voor te leggen om de overeenkomst met het WSW op te zeggen.
III) Validatie De achtervangpositie van de gemeente Amsterdam ten behoeve van het WSW past binnen het kader van de wet FIDO (Financiering decentrale overheden). Het publieke belang ligt in het maatschappelijke belang van de sociale huisvesting. IV) Financiële analyse Conclusie: Naar aanleiding van twee aanspraken op het WSW gedurende 2017 en 2018 heeft het WSW een Strategisch Programma opgezet met het doel om een voldoende robuust borgstelsel te kunnen garanderen en het zo mogelijk te blijven maken dat corporaties tegen zo laag mogelijke kosten financierbaar zijn. De resultaten van het strategisch programma worden middels deze nieuwe standaard achtervangovereenkomst op dit moment geïmplementeerd. Eind 2020 hebben we de “Analyse achtervangrisico gemeente Amsterdam 2020” aangeboden aan het gemeentebestuur. Daarin werd geconcludeerd dat de financiële positie van de Amsterdamse corporaties de komende jaren als stabiel verwacht wordt. Gezien de druk op corporaties om te investeren hoog blijft verwacht het WSW een toename van het geborgde achtervangvolume. De sectorbrede conclusie over een toename van de risico’s op de borg op termijn door deze ontwikkeling geldt ook voor de Amsterdamse corporaties.
V) Risicoanalyse Conclusie op basis van de analyse achtervangrisico gemeente Amsterdam 2020: Door de onderlinge waarborg binnen het WSW is er sprake van solidariteit tussen corporaties en een buffer voordat de overheid eventueel wordt aangesproken. Hierdoor is sprake van een efficiënt en effectief stelsel met minder directe uitgaven en risico’s voor de overheid. De gemeente Amsterdam is zich, mede op basis van het in 19 juli 2020 gepubliceerde rapport ’Toezicht WSW 2019’ van de Aw, bewust van de onzekerheden omtrent het WSW. De Aw concludeert dat het onzeker is of het risicokapitaal van het WSW toereikend is om mogelijke verliezen van het WSW te dekken. Het WSW heeft middels het Strategisch Programma in overleg met de Aw aan een oplossing van deze onzekerheid gewerkt. De staat en de VNG gaan ervan uit dat het WSW kan voldoen aan de afspraak dat er geen beroep wordt gedaan op de staat en gemeenten. Ook is het behoud van de zeer hoge ‘AAA’ rating van rating agencies S&P en Moody’s een belangrijk signaal. De gemeente Amsterdam blijft de ontwikkelingen omtrent het risicoprofiel van het WSW, en de sector kritisch volgen. Vooralsnog continueert de gemeente Amsterdam het risico op ‘laag’. VI) Beheer In aanvulling op het risicoprofiel was het beheer voor de verlenging van de achtervang tijdelijk intensief in plaats van regulier. Door de afronding van het Strategisch programma en de
Gegenereerd: v1.16
6
Gemeenteraad
VN2021-018751 Wonen
RAAD
Voordracht voor de raadsvergadering van 15 september 2021
implementatie van de gemaakte afspraken in de nieuwe overeenkomst wordt het beheer bijgesteld van intensief naar regulier. De directie Wonen van de gemeente Amsterdam is de beheerder van de achtervang en treedt gezamenlijk met de afdeling Treasury namens de gemeente op. Ad 4. Te verklaren dat de raad - overeenkomstig het bepaalde in art. 169, 4e lid van de Gemeentewet - in de gelegenheid is gesteld wensen en bedenkingen over te brengen aan het college van burgemeester en wethouders over de nieuwe standaard achtervangovereenkomst. Alleen wanneer de gemeenteraad wensen of bedenkingen heeft en de voordracht niet ongewijzigd aanneemt, wordt deze opnieuw geagendeerd voor B&W. Wanneer de gemeenteraad instemt met de voordracht is een tweede behandeling in het College van B&W niet noodzakelijk. Conform het gemeentelijk lening - en garantiebeleid moeten materiële wijzigingen met betrekking tot leningen en garanties aan de gemeenteraad voorgelegd worden. Financiële onderbouwing Conclusie
De genoemde beslispunten in de voordracht hebben geen financiële consequenties. Geheimhouding
n.v.t.
Welke stukken treft u aan Meegestuurd
Registratienr.
Naam
AD2021-084297
Bijlage: Achtervangovereenkomst WSW-gemeente (pdf)
AD2021-069286
Gemeenteraad Voordracht (pdf)
Registratienr.
Naam
Ter Inzage
Behandelend ambtenaar (naam, telefoonnummer en e-mailadres)
DMC, G. Irmscher, 06 3036 2552, g.irmscher@amsterdam.nl. Directie Wonen, C. van Groenigen, 06 8362 3194, c.vangroenigen@amsterdam.nl
Gegenereerd: v1.16
7