A - 10 Ruimtelijke Ordening (21) 4. Nota van beantwoording zienswijze Beslui
Tekst van het document
Nota van beantwoording zienswijze en wijzigingen Besluit Hogere waarden Draka Terrein Hamerkwartier 13 mei 2022
1
Colofon Opdrachtgever Opdrachtnemer
Grond en ontwikkeling Ruimte en duurzaamheid
2
Algemeen Overeenkomstig het bepaalde in de Wet ruimtelijke ordening heeft het ontwerpbestemmingsplan ‘Draka Terrein Hamerkwartier’ met de daarop betrekking hebbende stukken, waaronder het ontwerpbesluit Hogere waarden industrielawaai, ter inzage gelegen. Het ontwerpbesluit Hogere waarden industrielawaai heeft met ingang van 27 januari 2022 gedurende zes weken (tot en met 9 maart 2022) voor belanghebbenden ter inzage gelegen met de mogelijkheid om zienswijzen in te dienen. Op de zienswijze wordt hieronder inhoudelijk ingegaan. De zienswijze is in samengevatte vorm weergegeven en is volledigheidshalve integraal als bijlage bij deze nota opgenomen.
Behandeling zienswijzen 1.1 Formele aspecten: Van de volgende adressanten is een zienswijze ontvangen op het ontwerpbestemmingsplan:
nr. I
adressant adres Albemarle Catalysts Company Amsterdam BV, Site Amsterdam Noord, (hierna: Albemarle)
datum ontvangst 7-3- 2022 (per post ontvangen 83-2022)
De door de adressant ingediende zienswijze is tijdig ingediend.
3
1.2 Inhoudelijke behandeling zienswijzen
Adressant I:
Albemarle
“Deze zienswijze is gericht tegen het ontwerpbesluit "Vaststelling hogere grenswaarden Wet Geluidhinder, bestemmingsplan “Draka Terrein Hamerkwartier" (het "Ontwerpbesluit") dat met het ontwerpbestemmingsplan "Draka Terrein Hamerkwartier" (het "Ontwerpbestemmingsplan") met ingang van 27 januari 2022 gedurende zes weken ter inzage ligt. Albemarle kan zich niet met het Ontwerpbesluit verenigen en dient daarom de volgende zienswijze in. 1. ACHTERGROND 1. De gemeente Amsterdam heeft plannen voor de ontwikkeling van het Hamerkwartier naar een grootschalig woon- en werkgebied. Het Ontwerpbestemmingsplan is het tweede ruimtelijke besluit in het kader van de ontwikkeling van het Hamerkwartier. 2. Het plangebied Draka Terrein is gelegen binnen de zones van een aantal gezoneerde wegen. Daarnaast ligt het plangebied in de geluidzone van het gezoneerde industrieterrein Johan van Hasselkanaal Oost. Voor geluidsgevoelige bestemmingen, zoals woningen, geldt binnen de geluidszone een voorkeurswaarde van 50 dB(A). 3. Ten behoeve van het Ontwerpbesluit is door Peutz een akoestisch onderzoek uitgevoerd. Op grond van het akoestisch onderzoek wordt geconcludeerd dat niet op alle punten wordt voldaan aan de voorkeursgrenswaarde van 50 dB(A). Op een deel wordt tevens niet voldaan aan de maximale ontheffingswaarde. Voor deze woningen zijn aanvullende maatregelen benodigd.
Voor alle gevels met een geluidbelasting van meer dan 50 dB(A) worden hogere waarden vanwege industrielawaai aangevraagd. 4. De resultaten van het akoestisch onderzoek zijn blijkens het Ontwerpbesluit vastgelegd in de volgende twee rapporten: (i) het rapport `Nieuwbouwproject Draka te Amsterdam Noord, akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai' d.d. 16 december 2021 en (ii) het rapport `Nieuwbouwproject Draka te Amsterdam Noord, onderzoek industrielawaai, scheepvaartlawaai en beschouwing bedrijven en milieuzonering' d.d. 22 december 2021. Het tweede rapport (Nieuwbouwproject Draka te Amsterdam Noord, onderzoek industrielawaai, scheepvaartlawaai en beschouwing bedrijven en milieuzonering), dat als bijlage 15 is gevoegd bij het Ontwerpbestemmingsplan, is gedateerd op 21 december 2021. Het is onduidelijk voor Albemarle of het Ontwerpbesluit is gebaseerd op een latere versie van het rapport of dat het om een verschrijving gaat. Albemarle verzoekt uw college hierover duidelijkheid te verschaffen. Reactie:
4
Het ontwerpbesluit "Vaststelling hogere grenswaarden Wet Geluidhinder, bestemmingsplan Draka Terrein Hamerkwartier" dat ter visie heeft gelegen is gebaseerd op het akoestisch onderzoek met het rapportnummer H6120-3-RA-011 d.d. 22 december 2022. In deze rapportage is namelijk ook voor woningen waar de maximale ontheffingswaarde van 55 dB(A) wordt overschreden de benodigde hogere waarde aangegeven (tabel 7.1), zoals opgenomen in het ontwerpbesluit hogere grenswaarden industrielawaai. 2. JURIDISCH KADER 5. Rond een industrieterrein dient ingevolge artikel 40 Wet geluidhinder ("Wgh") een geluidszone te worden vastgesteld. Artikel 44 Wgh bepaalt de ten hoogste toelaatbare geluidbelasting vanwege het betrokken industrieterrein, van de gevel van woningen binnen deze geluidszone. Zie artikel 44 Wgh: "De ten hoogste toelaatbare geluidsbelasting vanwege het betrokken industrieterrein, van de gevel van woningen binnen een krachtens artikel 40 vast te stellen zone is, behoudens artikel 45, 50 dB(A)." 6. Artikel 45 Wgh biedt de mogelijkheid om een hogere waarde vast te stellen. Voor geprojecteerde woningen kan maximaal een hogere waarde van 55 dB(A) worden vastgesteld. Zie artikel 45 Wgh: "1.
Voor de ter plaatse ten hoogste toelaatbare geluidsbelasting, bedoeld in artikel 44, kan een hogere dan de in dat artikel genoemde waarde worden vastgesteld, met dien verstande dat deze waarde voor geprojecteerde woningen 55 dB(A) en voor aanwezige of in aanbouw zijnde woningen 60 dB(A) niet te boven mag gaan. 2. Bij algemene maatregel van bestuur kan worden bepaald dat de bevoegdheid, bedoeld in het eerste lid, enkel in bij die maatregel aan te geven gevallen kan worden toegepast." 7. Op grond van artikel 110a lid 5 Wgh mag het College van B&W de bevoegdheid tot het vaststellen van een hogere waarde alleen toepassen indien de maatregelen om de geluidsbelasting te verminderen (i) onvoldoende doeltreffend zijn of (ii) op overwegende bezwaren stuiten van stedenbouwkundige, verkeersdeskundige, vervoerskundige, landschappelijke of financiële aard.
Zie artikel 110a lid 5 Wgh: "Het eerste en tweede lid vinden slechts toepassing indien toepassing van maatregelen, gericht op het terugbrengen van de geluidsbelasting vanwege het industrieterrein, de weg of spoorweg, van de gevel van de betrokken woningen of andere geluidsgevoelige gebouwen onderscheidenlijk aan de grens van de betrokken geluidsgevoelige terreinen tot de ten hoogste toelaatbare geluidsbelasting onvoldoende doeltreffend zal zijn dan wel overwegende bezwaren ontmoet van stedenbouwkundige, verkeerskundige, vervoerskundige, landschappelijke of financiële aard. Bij algemene maatregel van bestuur kan worden bepaald dat de in dit lid bedoelde bevoegdheid enkel in bij die maatregel aan te geven gevallen kan worden toegepast." 8. Op grond van artikel 110a lid 6 Wgh mag alleen een hogere waarde worden vastgesteld als de gecumuleerde geluidbelastingen niet leiden tot een onaanvaardbare geluidbelasting. Zie artikel 110a lid 6 Wgh: "Indien artikel 110f van toepassing is geven burgemeester en wethouders slechts toepassing aan het derde en vierde lid voor zover de gecumuleerde geluidsbelastingen na de correctie op 5
grond van artikel 110f, derde lid, niet leiden tot een naar hun oordeel onaanvaardbare geluidsbelasting." 9. Daarnaast moet rekening gehouden worden met de normen uit het Amsterdams Geluidbeleid 2016, hogere waarde Wet Geluidhinder, zoals vastgesteld door het college van B&W op 5 maart 2019 ("Amsterdams Geluidbeleid"), dat een akoestisch aanvaardbaar woon- en leefklimaat bij het bouwen van woningen en andere geluidgevoelige functies op geluidbelaste locaties verzekert. Het uitgangspunt van het Amsterdams Geluidbeleid is dat iedere woning een stille zijde dient te hebben. Een woning die moet worden uitgevoerd met een dove gevel dient in ieder geval voorzien te zijn van een stille zijde. Voorts is van belang dat er een onaanvaardbare geluidbelasting optreedt als de gecumuleerde waarde meer dan 3 dB(A) hoger is dan de hoogste van de maximaal toegestane ontheffingswaarden. Hierna wordt ingegaan op de verschillende zienswijzen tegen het ontwerpbesluit. 3. HET ONTWERPBESLUIT IS ONZORGVULDIG TOT STAND GEKOMEN 10. Albemarle meent dat het Ontwerpbesluit in strijd met de vereiste zorgvuldigheid is opgesteld. Het akoestisch onderzoek dat ten grondslag is gelegd aan het Ontwerpbesluit is onzorgvuldig tot stand gekomen en had niet ten grondslag mogen worden gelegd aan het Ontwerpbesluit. 11. Albemarle zal dit toelichten. 3.1 De gecumuleerde geluidbelasting is onzorgvuldig onderzocht 12.
In het Ontwerpbesluit wordt ingegaan op de berekening van de gecumuleerde geluidbelasting waarbij wordt geconcludeerd dat het plan op verschillende zijden door verschillende bronnen belast wordt. Aan de noordzijde is er met name geluidbelasting door verkeer, aan de oostzijde door industrielawaai en aan de zuidzijde door scheepvaartlawaai — aldus het Ontwerpbesluit. Er is in dit kader echter geen onderzoek gedaan naar de geluidbelasting van kleinschalige bedrijven (zowel binnen als buiten het Ontwerpbestemmingsplan) en overige geluidbelastingen binnen het Ontwerpbestemmingsplan (waaronder bijvoorbeeld een basisschool). Het akoestisch onderzoek is hiermee onzorgvuldig. Reactie: Er is onderzoek gedaan naar de geluidbelasting van (kleinschalige) bedrijven, zie hoofdstuk 4.2 ‘milieuzonering bedrijven’. Het geldende bestemmingsplan Hamerstraatgebied staat bedrijven tot maximaal categorie 2 en onder voorwaarden categorie 3.1 toe. Voor het Hamerkwartier en voorliggend bestemmingsplan is functiemenging het uitgangspunt. Het bestemmingsplan Draka Terrein Hamerkwartier staat functies toe voor zover deze in de van deze regels deel uitmakende "Staat van Inrichtingen" vallen in milieuhindercategorie 1 en 2 en zijn dus goed verenigbaar met de woonfunctie. Naast mogelijk maken van functiemenging in het gebied zijn eventuele belemmeringen in beeld gebracht van bestaande bedrijven.
Maatbestemde bedrijven met een hogere milieucategorie waarvan de bedrijfsvoering is beëindigd, zijn reeds 'wegbestemd' met het bestemmingsplan 'Hamerstaatgebied, 1e herziening' welke op 8 juli 2021 is vastgesteld. Met het oog op de beoogde functiemenging zijn de belemmeringen van de huidige bedrijfsfuncties geïnventariseerd (Milieuzones Hamerstraatgebied in Amsterdam Noord, LBP 6
SIGHT, 2020). Uit het onderzoek naar bestaande milieuzones in het Hamerkwartier blijkt dat de milieuzone van GVB Veren over het plangebied van het Draka-terrein valt. Uit nader onderzoek voor GVB Veren volgt dat – wat het langtijdgemiddelde beoordelingsniveau (vanaf 2025) betreft – wordt voldaan aan de van toepassing zijnde geluidgrenswaarden. Daar aan de geluidgrenswaarden wordt voldaan wordt niet verwacht dat deze bedrijvigheid (ook mede vanwege de stedelijke ligging van het plan) zal leiden tot een onaanvaardbare gecumuleerde geluidbelasting. Zowel GVB Veren als Albemarle zijn gelegen aan de oostzijde van het plangebied. De maximale geluidbelasting op de grens van het Draka terrein als gevolg van GVB Veren in 2025 bedraagt 46 dB(A). De maximale geluidbelasting ter plaatse van de geprojecteerde bebouwing van Draka terrein ten gevolge van het geluidgezoneerde industrieterrein Johan van Hasseltkanaal Oost bedraagt 58 dB(A). De geluidbelasting van het industrieterrein Johan van Hasseltkanaal Oost (met de maatgevende bron zijnde Albemarle) ligt dus significant hoger dan de geluidbelasting van GVB Veren. De bijdrage van (het niet geluidgezoneerde) GVB Veren aan de gecumuleerde geluidbelasting is zeer beperkt. In het akoestisch onderzoek van Peutz (rapportnummer H 6120-3-RA-014 d.d.
5 mei 2022) is nader beschouwd hoe de beoogde school en het bijbehorende schoolplein kan worden ingepast rekening houdend met een goed woon- en leefklimaat. Om bij de verdere uitwerking van de plannen zo nodig maatregelen te kunnen treffen, is hiertoe een nadere eisenregeling opgenomen in de planregels van het bestemmingsplan. 13. Daarbij merkt Albemarle op dat in het akoestisch onderzoek dat ten grondslag ligt aan het Ontwerpbesluit een verkeerde formule is gehanteerd voor de berekening van het L*IL. Op grond van bijlage 2 van de Handleiding meten en reken industrielawaai is de correcte formule: L*IL = 1,00 LH. + 1,00. In het akoestisch onderzoek wordt echter de formule L*IL = 1,00 LIL 1,00 gehanteerd. Hierdoor wordt bijvoorbeeld de bijdrage van industrielawaai 2 dB lager berekend dan de wettelijke rekenregels voorschrijven. Het gebruik van deze foute formule leidt tot onderschatting van de daadwerkelijke geluidbelasting. Dit is onzorgvuldig. Reactie: Per abuis is in deze passage een typefout geslopen; de stukken worden hierop gecorrigeerd. De conclusies uit het akoestisch onderzoek ten aanzien van de gecumuleerde geluidbelasting blijven echter ongewijzigd, de berekeningen zijn namelijk wel conform de Handleiding meten en rekenen industrielawaai opgesteld. 3.2 Geen strategische / alternatieve indelingen onderzocht 14.
In het Ontwerpbesluit wordt gesteld dat door middel van een strategische indeling van het plangebied, waarbij gebruik wordt gemaakt van bebouwing met een afschermende werking, en door juist niet geluidgevoelige functies op de meest geluidbelaste posities te situeren, bij de verdere uitwerking van het ontwerp rekening gehouden kan worden met de relatief hoge geluidbelastingen als gevolg van wegverkeerslawaai. Indien alsnog sprake is van hoge geluidbelastingen ter plaatse van de gevels van geluidgevoelige functies, en hier geen sprake is van een stille zijde, kunnen maatregelen getroffen worden aan de woningen om hier alsnog in te voorzien. Deze maatregelen betreffen maatwerk, en zullen in een later stadium nader uitgewerkt worden — aldus het Ontwerpbesluit. 15. Albemarle merkt op dat de precieze indeling van het plangebied alsmaar vooruitgeschoven wordt, terwijl — gelet op alle wet- en regelgeving waaraan moet worden 7
voldaan en gelet op het feit dat het plan aan tenminste drie zijden geluidbelast is — het een uitdaging zal zijn om het plangebied in te delen op een manier zodat dit voldoet aan de eisen van het Amsterdams geluidbeleid ten aanzien van het realiseren van geluidluwe gevels in combinatie met het toestaan van de maximaal toelaatbare grenswaarden voor (industrie)lawaai en dove gevels. Albemarle acht het van belang dat zo snel mogelijk zorgvuldig onderzoek wordt verricht naar de meest strategische indeling van het Draka Terrein (of eigenlijk van het gehele Hamerkwartier), waarbij ook alternatieve indelingen dan de huidige indeling onderzocht moeten worden. Er is bijvoorbeeld geen indeling van het Draka Terrein onderzocht waarbij de hoge torens zo ver mogelijk verwijderd zijn van Albemarle (aan de westkant in plaats van aan de oostkant). Dit geldt te meer nu op grote delen van het plan de voorkeursgrenswaarden en maximaal toelaatbare grenswaarden worden overschreden. Op grond van het Amsterdams Geluidbeleid is een onderzoek naar maatregelen (zoals een onderzoek naar een alternatieve indeling) immers vereist, indien deze grenswaarden worden overschreden. Nu een dergelijk onderzoek ontbreekt, is het akoestisch onderzoek onzorgvuldig (want: onvolledig). De vraag of sprake is van een goede ruimtelijke ordening en hiermee een aanvaardbaar woon- en leefklimaat blijft onbeantwoord.
Reactie: In Hamerkwartier is gekozen voor een specifieke stedenbouwkundige opzet, namelijk ‘het Hamerblok’. Dit samengestelde blok met verschillende gebouwtypen en een gevarieerde opbouw in hoogte biedt veel voordelen ten opzichte van het traditionele gesloten bouwblok, zoals meer doorzichten op het IJ (ook vanuit bestaande buurten), lichttoetreding en bezonning, de combinatie van slanke torens met bedrijfsloodsen. Dit stedenbouwkundige principe geldt ook voor het Draka Terrein en ligt ten grondslag aan het onderhavige bestemmingsplan en is in overeenstemming met het Stedenbouwkundig Plan zoals opgenomen in het Investeringsbesluit Hamerkwartier zoals door de gemeenteraad vastgesteld. Voordat een hogere waarde wordt vastgesteld, moet eerst zijn onderzocht of maatregelen kunnen worden getroffen om een lagere geluidbelasting te realiseren. Volgens het bepaalde in artikel 110a, vijfde lid, Wgh, mag alleen een hogere waarde worden verleend als toepassing van maatregelen gericht op het terugbrengen van de geluidbelasting onvoldoende doeltreffend is, of overwegende bezwaren ontmoet van stedenbouwkundige, verkeerskundige, vervoerskundig of financiële aard. Dit onderzoek heeft plaatsgevonden in het kader van het MER Hamerkwartier, dit ontwerpbestemmingsplan en het bijbehorende ontwerpbesluit Hogere waarden industrielawaai.
In het onderzoek worden voor wat betreft industrielawaai drie mogelijkheden ten aanzien van maatregelen aangedragen. Dit betreffen: Maatregelen bij de bron: het toepassen van geluidreducerende maatregelen bij de bedrijven op het gezoneerde industrieterrein Johan van Hasseltkanaal Oost. In voorliggende situatie zijn de mogelijkheden voor maatregelen aan de bron en in de overdracht beperkt. Maatregelen aan de woningen zijn daarbij het meest kansrijk. Daarnaast is het wenselijk om juist niet geluidgevoelige functies op de meest geluidbelaste posities te situeren. Bij het ontwerp dient bij een geluidbelasting hoger dan 50 dB(A) rekening gehouden te worden met de eis vanuit het gemeentelijke geluidbeleid dat een dergelijke woning over een stille zijde moet beschikken. Een stille zijde kan hierbij gecreëerd worden door gedeeltelijk gesloten balkons en geluidsabsorberende plafonds of loggia’s. 8
Maatregelen in de overdracht: dit kan bijvoorbeeld bestaan uit het plaatsen van schermen of wallen. Rekening houdend met de ligging van het plangebied ten opzichte van het industrieterrein, kan worden geconcludeerd dat het treffen van een maatregel in het overdrachtsgebied niet effectief is. Ook uit het MER Hamerkwartier volgt dat bron- en overdrachtsmaatregelen (zoals een geluidsscherm) voor het gezoneerde industrieterrein niet doelmatig zijn. Maatregelen bij de ontvanger: conform het gemeentelijke geluidbeleid dienen nieuwbouwwoningen in eerste aanleg over een stille zijde te beschikken. Wanneer gemotiveerd kan worden dat het redelijkerwijs niet mogelijk is om maatregelen te treffen om de geluidsbelasting te verlagen, is een geringe overschrijding van de voorkeursgrenswaarde (bij de stille zijde) van 3 dB acceptabel en wordt geacht sprake te zijn van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. In voorliggende situatie beschikt een groot aantal woningen reeds over een stille zijde, of is sprake van een geringe overschrijding van de voorkeursgrenswaarde. Op deze posities zijn maatregelen nodig om een stille zijde te realiseren. Opgemerkt wordt dat voor een deel van de gevels van de beoogde woningen sprake is van een geluidbelasting van meer dan 55 dB(A). Hier zullen dove gevels toegepast worden. Het binnenmilieu wordt beschermd door de eisen opgelegd vanuit het Bouwbesluit.
De geluidwering van de gevel dient zodanig te zijn, dat het resterende geluidniveau in de woning niet meer bedraagt dan 33 dB. Bij deze berekening wordt de cumulatieve geluidbelasting ten gevolge van het wegverkeer gebruikt. Aangezien bron- en overdrachtsmaatregelen bij dit project zoals hierboven omschreven niet mogelijk of niet doelmatig zijn, dient het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Amsterdam hogere waarden vast te stellen waar de voorkeursgrenswaarde wordt overschreden De woningen waarvoor sprake is van een overschrijding van de voorkeursgrenswaarde als gevolg van het gezoneerd industrieterrein 'Johan van Hasseltkanaal Oost' zullen worden voorzien van een stille zijde. Hiermee wordt voldaan aan het gemeentelijke geluidbeleid. Geconcludeerd kan worden dat er sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. 3.3 Het onderzoek naar de piekgeluiden is onzorgvuldig 16. Het akoestisch onderzoek waarop het Ontwerpbesluit is gebaseerd richt zich niet op piekgeluiden als gevolg van bedrijfsactiviteiten op het industrieterrein. Dit wordt onderbouwd door te stellen dat piekgeluiden slechts incidenteel optreden bij een calamiteit en daarmee geen onderdeel van de reguliere bedrijfsvoering uitmaken. Dit is onjuist.
Piekgeluiden ten gevolge van laden, lossen, schoonblazen van doekenfilters en andere kortstondige verhogingen van reguliere activiteiten en installaties behoren tot de akoestische representatieve bedrijfssituatie. Daarbij kunnen ook veiligheidsventielen aangesproken worden die kortstondig tot hogere geluidbelastingen leiden. De mogelijke negatieve effecten van deze piekgeluiden op het woon- en leefklimaat zijn ten onrechte niet onderzocht en afgewogen en dit is onzorgvuldig. Het is immers bekend dat piekgeluiden veelal tot klachten leiden, óók indien zij onder de maximumgrenswaarden blijven. Reactie: Het akoestisch onderzoek is op dit punt naar aanleiding van de zienswijze aangevuld. Piekgeluiden als gevolg van de bedrijfsactiviteiten op het industrieterrein zijn in het onderzoek 9
nu kwalitatief beschouwd. In de vigerende vergunning van Albemarle uit 2018 zijn voorschriften ten aanzien van het maximale geluidniveau (LAmax) opgenomen. Het maximale geluidniveau (LAmax) veroorzaakt door de tot inrichting behorende toestellen en installaties en door de tot de inrichting behorende verrichte werkzaamheden en/of activiteiten mag ter plaatse van het controlepunt aan de Nieuwendammerkade 4 (ter plaatse van de zuidgevel, op een hoogte van 1,5 meter, van de woonboot op dit adres) maximaal 60, 60 en 59 dB(A) in respectievelijk de dag-, avond- en nachtperiode bedragen. Dit controlepunt bevindt zich op circa 55 meter afstand van de inrichting van Albemarle. In het akoestisch onderzoek wat ten grondslag ligt aan de vigerende vergunning wordt aangegeven dat de piekgeluiden als gevolg van de inzet van trucks maatgevend zijn voor het berekende maximale geluidniveau. Ter plaatse van het controlepunt wordt aan de voornoemde vergunningswaarden voldaan. Aangezien de beoogde woningen zich, met een afstand van ruim 400 meter, op een ruimschoots grotere afstand tot de inrichting van Albemarle (en de maatgevende bronnen voor het maximale geluidniveau) bevinden zal ook ter plaatse van de beoogde woningen geen sprake zijn van hogere maximale geluidniveaus dan in de vigerende vergunning zijn opgenomen.
Daarnaast zijn de beoogde woningen deels op hoge hoogte gelegen waarmee de afstand feitelijk nog groter zal zijn ten opzichte van de maatgevende bron (te weten de trucks) voor het maximaal geluidniveau . Hiermee kan ook worden gesteld dat ter plaatse van de beoogde woningen sprake is van een aanvaardbare situatie. Daarnaast wordt in de vigerende vergunning van Albemarle aangegeven dat er in incidentele situaties veiligheidsventielen kunnen worden aangesproken die hogere geluidpieken veroorzaken. Deze piekgeluiden treden zeer incidenteel op bij een calamiteit, en zijn hiermee geen onderdeel van de reguliere bedrijfsvoering. Deze piekgeluiden vormen dan ook geen belemmeringen voor het woon- en leefklimaat ter plaatse van de beoogde woningen. Resumerend gesteld is daarom door de Omgevingsdienst het langtijdgemiddelde beoordelingsniveau (Lar,LT) berekend, daar dit in voorliggende situatie maatgevend is voor de beoordeling van de geluidsituatie.
3.4 Geen afwijking van de dove gevels 17. In het Ontwerpbesluit wordt (op grond van het akoestisch onderzoek) een hogere waarde vastgesteld van 55 dB(A) voor (i) de gevels met een geluidbelasting tot de maximale ontheffingswaarde van 55 dB(A) en (ii) de gevels met een geluidbelasting van hoger dan de maximale ontheffingswaarde van 55 dB(A). Deze tweede categorie gevels moet worden voorzien van een dove gevel of geluidwerend vlies. In het Ontwerpbesluit wordt gesteld dat van deze dove gevelverplichting slechts onder voorwaarden kan worden afgeweken, namelijk indien (met een nader akoestisch onderzoek) is aangetoond dat als gevolg van gewijzigde omstandigheden wordt voldaan aan de maximaal toelaatbare geluidsnormen zoals deze zijn vastgesteld bij het (nu nog) Ontwerpbesluit. 18. Dit wordt ook vastgelegd in artikel 3.6 sub j van de planregels, dat bepaalt dat mag worden afgeweken van het bepaalde in artikel 3.2.2 sub t tot en met x (de planregels met betrekking tot dove gevels), indien is aangetoond dat wordt voldaan aan de maximaal toelaatbare geluidsnormen zoals deze zijn vastgesteld bij het (nu nog) Ontwerpbesluit.
10
19. Ten aanzien van de gevels die nu al een geluidsbelasting hebben die hoger is dan 55 dB(A) voorziet het Ontwerp hogere waarde besluit in een hogere waarde van 55 dB(A). De werkelijke geluidbelasting is echter hoger, waardoor hier dus een dove gevel geplaatst moet worden. Aangezien in het Ontwerpbesluit wordt geconcludeerd dat bron- en overdrachtsmaatregelen niet mogelijk zijn, is niet goed denkbaar onder welke omstandigheden toch geen dove gevel nodig is. Gelet daarop verzoekt Albemarle u om artikel 3.6 sub j van de planregels te verwijderen, dan wel, te verduidelijken onder welke omstandigheden van de artikelen 3.2.2 sub t tot en met x mag worden afgeweken, bijvoorbeeld door een verwijzing naar paragraaf 6.7 van het Amsterdams Geluidsbeleid. Reactie: De bedoelde planregel luidt als volgt: “3.6 Afwijken van de bouwregels Het bevoegd gezag is bevoegd om omgevingsvergunning te verlenen voor: j. het afwijken van het bepaalde in lid 3.2.2 onder t tot en met x, indien is aangetoond dat wordt voldaan aan maximaal toelaatbare geluidsnormen zoals deze zijn vastgesteld bij het ten behoeve van dit bestemmingsplan op grond van de Wet geluidhinder vastgestelde besluit hogere waarden industrielawaai of de voorkeursgrenswaarden van de Wet geluidhinder.” Albemarle onderbouwt in haar zienswijze niet wat onduidelijk zou zijn aan deze bepaling.
Ter verduidelijking is aanvullend de vetgedrukte passage “ indien is aangetoond dat als gevolg van gewijzigde omstandigheden wordt voldaan aan..” in de planregel opgenomen. Bovendien is in hoofdstuk 5 “Juridische planbeschrijving” een nadere toelichting opgenomen op deze planregel: “..Van de (dove gevel)verplichting kan slechts onder voorwaarden worden afgeweken: namelijk indien (met een nader akoestisch onderzoek) is aangetoond dat als gevolg van gewijzigde omstandigheden wordt voldaan aan de maximaal toelaatbare geluidsnormen zoals deze zijn vastgesteld bij het ten behoeve van dit bestemmingsplan op grond van de Wet geluidhinder vastgestelde besluit hogere waarden industrielawaai of de voorkeursgrenswaarden van de Wet geluidhinder.” Bij gewijzigde omstandigheden kan bijvoorbeeld worden gedacht aan extra afscherming of aan bronmaatregelen ter beperking van het industrielawaai. Het enkele feit dat deze nu niet mogelijk zijn, zegt niets over de toekomst. Om die reden wordt wel vastgehouden aan de betreffende planregel. 3.5 Bijlage A bij het Ontwerpbesluit is onzorgvuldig 20. In Bijlage A bij het Ontwerpbesluit zijn in de tabel de gevels opgenomen waarvoor hogere waarden worden verleend. Per bouwdeel is hierbij in enkelvoud aangegeven of dit gaat om de noord, oost- of zuidgevel.
De informatie in de tabel is echter onduidelijk, omdat er voor de bouwdelen waarin de torens voorzien zijn meerdere gevels zijn die dezelfde oriëntatie hebben. Zo zijn er binnen bouwdeel E drie zuidgevels aanwezig: een van het lagere deel en twee van de torens. Albemarle verzoekt uw college om deze tabel te verduidelijken. Reactie: De tabel in bijlage A van het besluit is als volgt verduidelijkt (nadere specificatie positie gevelzijden) in zowel het akoestisch onderzoek als het hogere waarden besluit:
11
Hieronder de aanduiding van de bouwblokken/ bouwdelen (zoals ook in ontwerpbesluit was opgenomen)
Bovendien zijn in het Besluit Hogere waarden de volgende toelichtende 3D afbeeldingen opgenomen:
12
4. CONCLUSIE 21. Gelet op het vorenstaande is het Ontwerpbesluit in zoverre in strijd met artikelen 3:2 en 3:46 Awb en artikelen 110a Wgh en 110f Wgh en het Amsterdams Geluidbeleid. 22. Albemarle verzoekt uw college om bij het vaststellen van het besluit "Vaststelling hogere grenswaarden Wet Geluidhinder, bestemmingsplan Draka Terrein Hamerkwartier" rekening te houden met het voorgaande en meent dat dit besluit niet ongewijzigd ten opzichte van het Ontwerpbesluit kan worden vastgesteld.” Reactie Wijziging hogere waarden besluit: Ja, de tabel van het Hogere waardenbesluit is verduidelijkt naar aanleiding van deze zienswijze. Verder zijn enkele ambtshalve tekstuele aanpassingen (aanpassen rapportdata etc.) gedaan. Het akoestisch onderzoek is aangevuld met een kwalitatieve beschouwing van maximale geluidniveaus.
13
Bijlage (volledige pdf zienswijze)
14