A - 10 Lucht- en Zeehaven (incl. Schiphol) (41) 3. Wijzigingstabel RH NZKG 2
Tekst van het document
BIJLAGE 3 Wijzigingstabel behorend bij de Regionale Havenverordening Noordzeekanaalgebied 2023 met artikelsgewijze aanpassingen en bijbehorende toelichting Oud Overwegingen
Wijzigingen bij artikel 1.1. definities Gewijzigd in: Overwegingen
- de Regionale Havenverordening Noordzeekanaalgebied 2019 stelt regels ter bevordering van een goed havenbeheer, daaronder begrepen de ordening, de veiligheid en het milieu van de haven en de omgeving van de haven, en de kwaliteit van de dienstverlening in de haven;
- de Regionale Havenverordening Noordzeekanaalgebied 2023 stelt regels ter bevordering van een goed havenbeheer, daaronder begrepen de ordening (efficiënt gebruik van de haven), de veiligheid en het milieu van de haven en de omgeving van de haven, en de kwaliteit van de dienstverlening in de haven;
Toelichting bij deze wijziging In de aanhef van de verordening wordt het woord ‘ordening’ gebruikt, een van de onderliggende motieven van de verordening. Omdat het begrip misverstanden kan oproepen – het heeft met de openbare orde niets van doen, net zo min als met de ruimtelijke ordening – is in de definities bepaald wat met het begrip wordt bedoeld, namelijk een efficiënt gebruik van de haven. In de rest van de verordening wordt telkens gesproken over een efficiënt gebruik van de haven. Artikel 1 Definities binnentankschip: binnenschip, gebouwd voor of aangepast aan het vervoer van onverpakte vloeibare lading in ladingtanks;
binnentankschip: binnenschip, gebouwd voor of aangepast aan het vervoer van onverpakte vloeibare lading of gas als bedoeld in het ADN in ladingtanks;
Toelichting bij deze wijziging Het begrip is aangepast omdat het gaat om vloeibare stoffen die tevens schadelijke stoffen kunnen zijn. De definitie sluit nu beter aan op de praktijk. controlelijst: lijst die wordt gebruikt ter controlelijst: lijst die wordt gebruikt ter controle controle van de overslag van gevaarlijke van de overslag van vloeibare gevaarlijke of stoffen, bunkeren, debunkeren of het aan schadelijke stoffen, bunkeren, debunkeren of het boord brengen van hulpstoffen. aan boord brengen van hulpstoffen Toelichting bij deze wijziging De controle lijst gaat over een groter aantal stoffen – ook schadelijke stoffen – dan in de verordening van 2019 was vermeld. Zie artikel 6.2. dampretourleiding: dampretourleiding: dampdrukvereffeningssyteem tussen de (dampdrukvereffenings)syteem tussen de bij de bij de directe overslag betrokken directe overslag betrokken ladingtanks waardoor ladingtanks waardoor de overslag de overslag emissieloos plaatsvindt. emissieloos plaatsvindt. Toelichting bij deze wijziging In de gewijzigde verordening is tot uitdrukking gebracht dat dampretourleidingen ook systemen kunnen zijn die niet met dampdrukvereffening werken. 1
dienstverlenend schip: elk schip dat betrokken is bij de volgende vormen van dienstverlening: a. dienstverlening die verband houdt met het repareren of schoonmaken zowel open, gesloten als anderszins; b. het brengen of halen van voorraden of scheepsonderdelen, of; c. een ontvangstvoorziening;
dienstverlenend schip: elk schip dat betrokken is bij de volgende vormen van dienstverlening aan schepen, die verband houden met: a. het repareren of reinigen; b. het schoonmaken, zowel open, gesloten als anderszins ; c. het brengen of halen van voorraden of scheepsonderdelen; d. het inzamelen van scheepsafvalstoffen, of; e. het inspecteren van de scheepshuid; f. het vervoer van personeel van en naar zeeschepen .
Toelichting bij deze wijziging De belangrijkste wijziging betreft het toevoegen van het inspecteren van de scheepshuid en het vervoer van scheepspersoneel van en naar schepen (dus geen passagiers die om toeristische redenen meevaren). Deze dienstverlening vindt ook plaats in de haven. haven: wateren binnen het Noordzeekanaalgebied die voor de scheepvaart openstaan zoals aangegeven op de kaart in bijlage 1 bij deze verordening;
haven: wateren, havens of vaarwegen alsmede alle tot deze wateren behorende kunstwerken, scheepshellingen, dokken, scheepsreparatiewerven en los- en laadplaatsen binnen het grondgebied van de gemeente in het Noordzeekanaalgebied die voor de scheepvaart openstaan zoals aangegeven op de kaart in bijlage 1 bij deze verordening;
Toelichting bij deze wijziging Door de nieuwe definitie van haven is duidelijker dan voorheen beschreven welke onderdelen buiten het water onder het begrip vallen en waar dus de Havenverordening van toepassing is. Nieuw begrip
Infrastructuur: het geheel van plaatsgebonden, duurzame investeringsgoederen voor het verkeer en vervoer van: a. personen en vracht, zoals waterwegen, bruggen, tunnels, kades, sluizen en zeehavens; b. bovengrondse masten en kabels voor elektriciteit en telecommunicatie, of; c. ondergrondse (of onderzeese) pijpleidingen voor water, gas en olie, rioleringen, kabels voor telecommunicatie e.d.;
Toelichting bij deze wijziging Het begrip infrastructuur komt in de verordening voor, bijvoorbeeld in artikel 3.7. Het opnemen van een definitie voorkomt onduidelijkheid over de strekking van het artikel waar het begrip in voorkomt. Kwetsbare objecten
Begrip verwijderd
2
Toelichting bij deze wijziging In verband met de komst van de Omgevingswet en het (ontwerp) Besluit BKL bijlage VI wordt dit begrip gewijzigd in ‘Zeer kwetsbare gebouwen’ ladingresiduen: de restanten van lading in ruimen of tanks aan boord van een schip die na het laden, lossen of schoonmaken achterblijven, met inbegrip van restanten na morsingen;
ladingresiduen: de restanten van lading die na het laden of lossen op het dek of in ruimen of tanks achterblijven, met inbegrip van overschotten of restanten die het gevolg zijn van morsen bij het laden en lossen, in natte of droge toestand of meegevoerd in waswater, en exclusief ladingstof dat na vegen op het dek achterblijft of stof op de buitenoppervlakken van het schip;
Toelichting bij deze wijziging Door de gewijzigde Wet voorkoming verontreiniging door schepen vallen ladingresiduen nu ook onder de scheepsafvalstoffen. Waar in de verordening wordt gesproken over scheepsafvalstoffen, wordt tevens bedoeld ladingresiduen. De definitie sluit aan bij de definitie uit de wet. LNG: Liquefied Natural Gas LNG-aangedreven schip: schip dat gebruik maakt of mede gebruik maakt van LNGbrandstof voor voortstuwing; LNG-brandstof: LNG dat wordt gebruikt als brandstof voor de voortstuwing of hulplocatie van een schip
Begrippen verwijderd.
Toelichting bij deze wijziging In de verordening wordt niet meer over een specifieke brandstof gesproken. In de verordening kunnen per brandstof specifieke regels wordt gesteld. oliehaven: gebied ingericht voor de afhandeling van een tankschip met gevaarlijke vloeibare lading met uitzondering van enkel schadelijke stoffen.
oliehaven (oliehavengebied): gebied ingericht voor de afhandeling van een tankschip met gevaarlijke stoffen.
Toelichting bij deze wijziging Het gaat in een oliehavengebied enkel om vloeibare stoffen. En voor stoffen die alleen maar schadelijk zijn is het niet noodzakelijk de veiligheidsregels voor oliehavengebieden van toepassing te laten zijn. ontvangst van scheepsafval en ladingresiduen: de ontvangst van scheepsafval en ladingsresiduen door een vaste, drijvende of mobiele voorziening die is ingericht voor de ontvangst van scheepsafval of ladingresiduen als omschreven in Richtlijn 2000/59/EG van het Europees Parlement en de Raad, of zoals nadien gewijzigd of herzien.
ontvangst van scheepsafvalstoffen: de ontvangst van scheepsafvalstoffen door een vaste, drijvende of mobiele voorziening die is ingericht voor de ontvangst van scheepsafvalstoffen als omschreven in Richtlijn 2019/883/EG van het Europees Parlement en de Raad, of zoals nadien gewijzigd of herzien.
Toelichting bij deze wijziging 3
In de nieuwe definitie die is gebaseerd op de gewijzigde wetgeving, zit een verwijzing naar de Europese richtlijn die de aanleiding is geweest voor de wetswijziging. ontvangstvoorziening: voorziening voor de ontvangst van scheepsafval, overige schadelijke stoffen of restanten van schadelijke stoffen
ontvangstvoorziening: voorziening voor de ontvangst van scheepsafvalstoffen
Toelichting bij deze wijziging Deze wijziging heeft te maken met de wijziging van de Wet voorkoming verontreiniging door schepen. passagiersschip: elk schip dat is ingericht voor het vervoer van meer dan twaalf passagiers en dat in het bezit is van toereikende en geldige certificaten.
passagiersschip: een binnenschip dat is bestemd of wordt gebruikt voor het bedrijfsmatig vervoer van meer dan twaalf personen buiten de bemanning
Toelichting bij deze wijziging Dit is een belangrijk begrip in verband met de invoering van het nieuwe artikel 3.17. De regeling geldt voor passagiersvaartuigen in het havenwater en de regeling wijkt af van de regeling voor het binnenwater. scheepsafval: afval, met inbegrip van sanitair afval, en residuen, niet zijnde ladingresiduen, die ontstaan tijdens de bedrijfsvoering van een zeeschip en vallen onder het toepassingsgebied van de bijlagen I, IV, V en VI van MARPOL 73/78, en ladinggebonden afval zoals omschreven in de Guidelines voor de uitvoering van bijlage V van MARPOL 73/78
scheepsafvalstoffen: al het afval van het schip, met inbegrip van ladingresiduen, dat tijdens de exploitatie van een zeeschip of tijdens laad-, losen schoonmaakactiviteiten ontstaat en binnen het toepassingsgebied van de bijlagen I, II, IV, V en VI bij het MARPOL-verdrag valt, evenals passief opgevist afval
Toelichting bij deze wijziging De aanpassing was nodig in verband met de wijziging van de Wet voorkoming verontreiniging door schepen. ventileren: het laten drogen van openstaande ladingtanks of sloptanks van een tankschip naar de atmosfeer nadat deze met water zijn gewassen of op een andere wijze zijn schoongemaakt.
ventileren: het drogen van openstaande ladingtanks of sloptanks van een tankschip naar de atmosfeer nadat deze zijn schoongemaakt waarbij de concentratie gevaarlijke gassen en dampen in het uitgeblazen mengsel op de plaats van uittreding: a. niet meer dan 10% van de onderste explosiegrens bedraagt , of b. zich onder de grenswaarde bevindt, als bedoeld in artikel 4.3 van het Arbeidsomstandighedenbesluit, voor stoffen als bedoeld in het ADN waarbij in kolom 18 van tabel C een giftigheidsmeter wordt vereist;
Toelichting bij deze wijziging 4
Met de definitie van ventileren wordt aangesloten bij de bepalingen uit het (nog vast te stellen) CDNI. Het CDNI stelt een grens waaronder de dampen naar de buitenlucht mogen worden geventileerd, de zogenaamde Accepted Vent Free Level. Deze komt overeen met 10% van de onderste explosiegrens van een (brandbare) stof. werkschip: elk schip dat onderhoudswerkzaamheden uitvoert aan de haveninfrastructuur, uitgezonderd een schip dat baggerwerkzaamheden uitvoert
werkschip: elk schip dat onderhoudswerkzaamheden uitvoert aan de infrastructuur, uitgezonderd een schip dat baggerwerkzaamheden uitvoert
Toelichting bij deze wijziging Deze definitie is aangepast door de wijziging van het begrip infrastructuur Nieuw begrip ter vervanging van begrip: ‘kwetsbaar object’
Zeer kwetsbare gebouwen: gebouwen als bedoeld in bijlage VI, onder E van het (ontwerp) Besluit kwaliteit leefomgeving.
Toelichting bij dit artikel In het (ontwerp) Besluit kwaliteit leefomgeving bijlage VI wordt niet meer gesproken over ‘kwetsbare objecten’, maar zeer kwetsbare gebouwen. Na een extern uitgevoerd onderzoek is geconcludeerd dat de zones uit de ligplaatszonering qua betekenis vergelijkbaar zijn met aandachtsgebieden uit de Omgevingswet. Hiermee wordt aangesloten bij de landelijke manier van denken en werken met de komende Omgevingswet. Het is daarom logisch om in regelgeving voor ligplaatszonering uit te gaan van zeer kwetsbare gebouwen. Zeetankschip: zeeschip, gebouwd voor of aangepast aan vervoer van onverpakte vloeibare lading in zijn ladingtanks
Zeetankschip: zeeschip, gebouwd voor of aangepast aan het vervoer van onverpakte vloeibare lading of gas als bedoeld in de IGC-code in zijn ladingtanks.
Toelichting bij deze wijziging Deze definitie is aangepast mede in verband met de wijziging van de definitie van binnentankschip. Het vervoer van gas is toegevoegd. En omdat de definitie van gas in het ADN (voor binnenvaartschepen) en de IGC-code (voor zeeschepen) anders is, is dit onderscheidende element in de definitie van beide begrippen toegevoegd.
Artikel Art. 1.5
Art. 1.5
Wijzigingen overige artikelen Oude tekst Nieuwe tekst 1. Het college kan aan een 1. Het college kan aan een toestemming, toestemming of aanwijzing aanwijzing of maatregel voorschriften en voorschriften en beperkingen beperkingen verbinden. Deze voorschriften verbinden. Deze voorschriften en en beperkingen zijn bedoeld ter beperkingen zijn bedoeld ter bescherming van het belang of de belangen bescherming van het belang of de van de betreffende toestemming, belangen van de betreffende aanwijzing of maatregel. 2. Degene aan wie een toestemming of toestemming of aanwijzing. aanwijzing is gegeven dan wel een 2. Degene aan wie een toestemming of aanwijzing is gegeven, houdt zich maatregel is opgelegd, houdt zich aan de daaraan verbonden voorschriften en aan de daaraan verbonden beperkingen voorschriften en beperkingen. Toelichting bij deze wijziging
5
Omdat de voorwaarden voor toepassing van artikel 1.5 ook geldt voor het nemen van een maatregel, en een maatregel niet een toestemming of aanwijzing is, is de maatregel toegevoegd aan dit artikel. Art. 1.6
Het college kan de toestemming weigeren, wijzigen of intrekken als: a. bij de aanvraag onjuiste of onvolledige gegevens zijn verstrekt; b. dit noodzakelijk is ter bescherming van de veiligheid, de ordening, het milieu in de haven of de omgeving van de haven, alsmede kwaliteit van de dienstverlening;
Het college kan de toestemming weigeren, wijzigen of intrekken als: a. bij de aanvraag onjuiste of onvolledige gegevens zijn verstrekt; b. dit noodzakelijk is ter bescherming van de veiligheid, het efficiënt gebruik van de haven, het milieu in de haven of de omgeving van de haven, alsmede kwaliteit van de dienstverlening;
Art. 1.6
Toelichting bij deze wijziging Met de komst van de Omgevingswet krijgt het begrip ‘ordening’ een andere betekenis dan in de Havenverordening wordt bedoeld. Daarom wijzigen we dit in ‘efficiënt beheer van de haven’ om verwarring te voorkomen.
Art. 1.7
1. De toestemming geldt voor maximaal 5 jaar. 2. In afwijking van het bepaalde in het eerste lid kan een erkenning voor onbepaalde duur worden verleend.
Art. 1.7
Toelichting bij deze wijziging Een toestemming die wordt verleend voor een eenmalige gedraging of handeling, wordt verleend voor de duur van die gedraging of handeling. De termijn is vermeld in de ontheffing en hangt samen met de aanvraag. Een toestemming kan worden verleend voor de maximale duur van vijf jaar. Het tweede, nieuwe lid, geeft de mogelijkheid om in bepaald omschreven situaties hiervan af te wijken.
Art. 1.9
2. Het college gebruikt deze bevoegdheid slechts als: a. daardoor de ordening, de veiligheid, het milieu in de haven of de omgeving van de haven niet worden geschaad, en;
Art. 1.9
Toelichting bij deze wijziging Met de komst van de Omgevingswet krijgt het begrip ‘ordening’ een andere betekenis dan in de Havenverordening wordt bedoeld. Daarom wijzigen we dit in ‘efficiënt beheer van de haven’ om verwarring te voorkomen.
Art. 3.2
Het college kan gebieden aanwijzen waar bepaalde categorieën van schepen zich niet mogen bevinden, daaronder begrepen het nemen van
1. De toestemming geldt voor maximaal 5 jaar. 2. In afwijking van het bepaalde in het eerste lid kan door het college: a. een erkenning voor onbepaalde duur worden verleend; b. de vergunningen als bedoeld in artikel 8.1 of artikel 8.5 voor een afwijkende maximale geldigheidsduur worden verleend.
2. Het college gebruikt deze bevoegdheid slechts als: a. daardoor het efficiënt gebruik van de haven, de veiligheid, het milieu in de haven of de omgeving van de haven niet worden geschaad, en;
1. Het college kan gebieden aanwijzen waar: a. bepaalde categorieën van schepen zich wel of niet mogen bevinden,
6
ligplaats. Het college kan in de aanwijzing periodes aangeven waarbinnen de aanwijzing van toepassing is.
daaronder begrepen het nemen van een ligplaats, dan wel: b. bepaalde activiteiten wel of niet zijn toegestaan. 2. Het college kan in de aanwijzing periodes aangeven waarbinnen de aanwijzing van toepassing is.
Art. 3.2
Toelichting bij deze wijziging Artikel 3.2 is uitgebreider geworden. Het college kan nu ook besluiten dat op bepaalde ligplaatsen alleen bepaalde schepen wel of niet mogen liggen, maar ook kan het college besluiten dat daar bepaalde activiteiten wel of niet zijn toegestaan. Dat kan het college doen als de ordening of een van de andere motieven van de verordening daarom vragen.
Art. 3.3
b. in overeenstemming met een bekendmaking met dezelfde strekking als een verkeersteken; of
Art. 3.3 Art. 3.6
Toelichting bij deze wijziging Het woord “of” is verwijderd in de nieuwe verordening. 1. Een schip mag geen voortstuwers, 1. Een schip mag geen voortstuwers, boegschroeven of hekschroeven boegschroeven of hekschroeven gebruiken, gebruiken, als: als: a. (…) a. (…) b. (…) b. (…) c. het op korte afstand van c. de voortstuwers, de kade of de oever boegschroeven of gaande wordt gehouden, hekschroeven worden of; gebruikt om het schip tegen d. de voortstuwers, de kade of de oever aan te boegschroeven of drukken, anders dan hekschroeven worden onmiddellijk voor het gebruikt om het schip ontmeren of afmeren; tegen de kade of de d. dit schade kan toebrengen aan oever aan te drukken, de infrastructuur; anders dan onmiddellijk 2. Wat in het eerste lid, onder b staat, voor het ontmeren of geldt niet als het schip aan een ander afmeren; schip gemeerd ligt en moet bij- of 2. Het eerste lid, onder b geldt niet afdraaien ter voorkoming van schade. als het schip aan een ander schip 3. (…) gemeerd ligt en moet bij- of 4. Wat in het derde lid staat, geldt niet als afdraaien ter voorkoming van het schip: schade. (…) 3. (…) 4. Het derde lid geldt niet als het schip: (…) Toelichting bij deze wijziging Deze wijziging is doorgevoerd om de tekst in overeenstemming te brengen met de tekst zoals die met hetzelfde oogmerk in andere bepalingen is neergelegd. Het
Art. 3.6
7
b. in overeenstemming met een bekendmaking met dezelfde strekking als een verkeersteken;
bepaalde in lid 1 sub c is gewijzigd omdat het daar bepaalde niet realistisch was. De tekst is vervangen door een tekst die meer recht doet aan wat is bedoeld. Het bepaalde in het eerste lid onder d is toegevoegd als algemeen uitgangspunt dat het gebruik van deze middelen niet mag als het gebruik schade kan toebrengen aan de infrastructuur Art. 3.7
1c. als het gebruik geen schade toebrengt of schade kan toebrengen aan infrastructuur, in de waterbodem aangebrachte ondergrondse infrastructuur of oever- of kadeverdedigingswerken. (…) 3.Het eerste lid geldt niet voor een anker als dit wordt gebruikt door een zeeschip op advies van een loods: a. (...)
1c. als het gebruik geen schade toebrengt of schade kan toebrengen aan infrastructuur, in de waterbodem aangebrachte ondergrondse infrastructuur of oeverbeschermingswerken. (…) 3. Wat in het eerste lid staat, geldt niet voor een anker als dit wordt gebruikt door een zeeschip op advies van een loods: (…)
Art. 3.7
Toelichting bij deze wijziging De begrippen oever- of kadeverdedigingswerken zijn veranderd in het meer algemeen aanvaarde begrip oeverbeschermingswerken.
Art. 3.8 Art. 3.8
3.8 Overlast aan schepen
Art. 3.10
1. Een zeeschip dat behoort tot een door het college vast te stellen categorie van zeeschepen en dat op weg is van of naar een binnen de gemeentegrenzen gelegen ligplaats, meldt aan de havenmeester de door het college vast te stellen gegevens omtrent: (…) 2. Het eerste lid is niet van toepassing voor zover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien bij of krachtens het Besluit meldingsformaliteiten en gegevensverwerkingen scheepvaart en/of het Binnenvaartpolitiereglement.
Art. 3.10
Toelichting bij deze wijziging De agent is toegevoegd aan het normadressaat in lijn met o.a. Besluit meldingsformaliteiten en gegevensverwerking scheepvaart. De agent deed in de praktijk ook al vaak deze meldingen en is hier nu ook op aan te spreken.
Art. 3.11
4. Bunker- of dienstverlenende schepen mogen voor het uitvoeren van hun werkzaamheden geheel of
3.8 Rechthebbenden
Toelichting bij deze wijziging De tekst van het artikel kwam niet overeen met de titel van het artikel. Dat is met de wijziging gerepareerd. 1. De kapitein, de exploitant of de agent van een zeeschip dat behoort tot een door het college vast te stellen categorie van zeeschepen en dat op weg is van of naar een binnen de gemeentegrenzen gelegen ligplaats, meldt aan de havenmeester de door het college vast te stellen gegevens omtrent: (…) 2. Wat in het eerste lid staat, geldt niet voor zover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien bij of krachtens het Besluit meldingsformaliteiten en gegevensverwerkingen scheepvaart en/of het Binnenvaartpolitiereglement.
8
4. Bunker- of dienstverlenende schepen mogen voor het uitvoeren van hun werkzaamheden geheel of gedeeltelijk
gedeeltelijk buiten de operationele ruimte ligplaats innemen na een melding aan de havenmeester.
buiten de operationele ruimte ligplaats innemen na een melding aan de havenmeester, tenzij het college in het besluit als bedoeld in het eerste lid anders bepaalt.
Art. 3.11
Toelichting bij deze wijziging Bepaalde soorten schepen mogen zonder ontheffing buiten de operationele ruimte ligplaats nemen, nl. bunker- en dienstverlenende schepen. Andere schepen hebben een ontheffing nodig als ze buiten deze ruimte willen liggen. Het college kan al in het besluit tot aanwijzing van de operationele ruimte bepalen dat ook andere schepen zonder ontheffing buiten de operationele ruimte ligplaats mogen nemen.
Art. 3.12
1. Het college kan maatregelen opleggen ter bescherming van veiligheids-, ordenings- of milieubelangen aan een schip, als: a. (...) 2. Degene aan wie de maatregelen zijn opgelegd, is verplicht daaraan gevolg te geven.
Art. 3.12
Toelichting bij deze wijziging Het bepaalde in lid 2 is geschrapt omdat in artikel 9.1 is geregeld dat de regels in de verordening en de uitvoeringsregels moeten worden nageleefd. Deze dubbelbepaling was daarom overbodig en geschrapt.
Art. 3.13
1. De diensten van Bootman mogen alleen worden verricht door een bootman voor een zeeschip: a. met een lengte van meer dan 75 meter; of b. met een lengte van 75 meter of minder dat is gebouwd of wordt gebezigd voor het vervoer van vloeibare gevaarlijke stoffen in bulk, tenzij het schip leeg is en de tanks van die stoffen zijn gereinigd. 2. Het eerste lid geldt niet als: a. terstond als bootman wordt gehandeld door de bemanningsleden die, bij aankomst of vertrek van het schip op de betreffende ligplaats, aan boord zijn en de kapitein dit meldt aan de havenmeester; (…)
Art. 3.13
Toelichting bij deze wijziging Met de wijziging in de kop van het eerste lid is beoogd eenheid in regeling te krijgen voor eenzelfde soort bepalingen. In sub b is beter omschreven wat de bedoeling is van waar men een bootman voor moet inschakelen.
Het college kan maatregelen opleggen ter bescherming van veiligheids- of milieubelangen dan wel het belang van een efficiënt gebruik van de haven aan een schip, als: (....) Lid 2 vervalt
9
1. Het is eenieder verboden de diensten van bootman te verrichten ten behoeve van een zeeschip: a. met een lengte van meer dan 75 meter; of b. met een lengte van 75 meter of minder dat is gebouwd of wordt gebezigd voor het vervoer van vloeibare gevaarlijke stoffen in bulk, tenzij het schip leeg en schoon is gemaakt van die stoffen. 2. Het eerste lid geldt niet als: a. onmiddellijk als bootman wordt gehandeld door de bemanningsleden die, bij aankomst of vertrek van het schip op de betreffende ligplaats, aan boord zijn en de kapitein dit meldt aan de havenmeester; (…)
Art. 3.15
Het college verleent een erkenning voor een bootliedenorganisatie, als deze: a. voorzien is van een geldig ISO 9001, 9002 of daarmee vergelijkbaar certificaat; (...) e. aan de bootlieden een legitimatiebewijs verstrekt dat is voorzien van een goedgelijkende pasfoto en dat ten minste vermeldt: 1°. (…) 3°.de naam van de bootliedenorganisatie waarbij de bootman is aangesloten.
Het college verleent een erkenning voor een bootliedenorganisatie, als deze: a. voorzien is van een geldig ISO 9001 of daarmee vergelijkbaar certificaat; (…) e. aan de bootlieden een legitimatiebewijs verstrekt dat is voorzien van een goedgelijkende pasfoto en dat ten minste vermeldt: 1°. (…) 3°. de naam van de bootliedenorganisatie waarbij de bootman is aangesloten of werkzaam is.
Art. 3.15
Toelichting bij deze wijziging Een ISO-norm die niet langer van toepassing is, is verwijderd uit dit artikel. Met de toevoeging dat een bootman ook bij een bootliedenorganisatie werkzaam moet zijn wil het artikel duidelijk maken dat een bootman niet alleen de goede diploma’s moet hebben maar ook werkzaam moet zijn bij een organisatie die is erkend.
Art. 3.17
Nieuw artikel
Art. 3.17
Toelichting bij deze wijziging Tot de invoering van dit artikel was het exploitatievergunningstelsel voor de passagiersvaart, ook voor het havenwater, opgenomen in de Verordening op het binnenwater 2010. Omdat het stelsel voor het havenwater (algemene regels) gaat afwijken van het stelsel voor het binnenwater, ligt het voor de hand het stelsel voor het havenwater op te nemen in de Havenverordening, nu deze verordening voor de haven nautische regels bevat. Ook voor pleziervaartuigen bevat dit artikel een regeling die overeenkomt met wat op het binnenwater is geregeld. Het varen met meer personen van 13 is verboden. Voor het varen met minder personen zijn er geen regels. Omdat er geen regels speciaal voor de passagiersvaart in deze verordening zijn opgenomen, is dit artikel in paragraaf 3 opgenomen dat regels bevat voor het efficiënt gebruik van de haven. De primaire vaarwegen in het derde lid zijn het
Vervoer van personen 1. Het is verboden op pleziervaartuigen meer dan 13 personen te vervoeren 2. Het bedrijfsmatig vervoeren van passagiers moet voldoen aan de minimale veiligheids- en milieuregels. 3. Het bepaalde in het tweede lid is niet van toepassing als het schip doorvaart op de primaire vaarwegen zonder dat in Amsterdam wordt afgemeerd en de doorvaart geen op Amsterdam gerichte economische activiteit behelst. 4. Het college kan regels stellen met betrekking tot de minimale veiligheids- en milieuregels.
10
Afgesloten-IJ, Buiten-IJ, het Noordhollandsch Kanaal, het Noordzeekanaal en het Amsterdam-Rijnkanaal. Art. 4.2
1. Het college kan gebieden aanwijzen waarin het verboden is aan boord van een binnenschip een generator of een hoofd- of hulpmotor te gebruiken (…)
Het college kan gebieden aanwijzen waarin het verboden is aan boord van een schip een generator of een hoofd- of hulpmotor te gebruiken (…).
Art. 4.2
Toelichting bij deze wijziging Dit voorschrift is aangepast om duidelijk te maken dat ook het gebruik van een hoofdof een hulpmotor aan boord van een zeeschip in de aangewezen gebieden niet geoorloofd is.
Art. 4.3
Gevaar, schade of hinder opleverende schepen Het college kan als naar diens oordeel een schip mogelijk gevaar, schade of hinder, of verstoring van de ordening in of in de omgeving van de haven veroorzaakt of kan veroorzaken dan wel de veiligheid in gevaar brengt of kan brengen:
Art. 4.3
Toelichting bij deze wijziging Met de komst van de Omgevingswet krijgt het begrip ‘ordening’ een andere betekenis dan in de Havenverordening wordt bedoeld. Daarom wijzigen we dit in ‘efficiënt beheer van de haven’ om verwarring te voorkomen.
Art. 4.4
1.Een afgemeerd schip beschikt over een toegang, die geen gevaar of schade kan veroorzaken.
Art. 4.4
Toelichting bij deze wijziging Het woord ‘geen gevaar of schade’ gaf in de oude tekst niet duidelijk genoeg weer wat de bedoeling van de regeling was. Dat is nu duidelijk omdat het erom gaat dat een schip een veilige toegang heeft.
Art. 4.5
1. Een ieder mag aan een schip of aan een voorwerp aan boord van een schip werkzaamheden verrichten of doen verrichten, die verband houden met de bedrijfsgereedheid , aanpassing, het herstel of de verbetering van het schip of het voorwerp, als: a. het schip ligplaats heeft op of bij een scheepswerf, of; b. de werkzaamheden: 1°. ten hoogste 7 x 24 uur aaneengesloten in beslag nemen; (…) 3. Het is een ieder verboden om werkzaamheden uit te voeren aan de LNG-installaties van een schip, tenzij
Gevaar, schade of hinder opleverende schepen Het college kan als naar diens oordeel een schip mogelijk gevaar, schade of hinder, of verstoring van het efficiënt gebruik van de haven in of in de omgeving van de haven veroorzaakt of kan veroorzaken dan wel de veiligheid in gevaar brengt of kan brengen:
Een afgemeerd schip beschikt over een veilige toegang.
11
1. Eenieder mag aan een schip of aan een voorwerp aan boord van een schip werkzaamheden verrichten of doen verrichten, die verband houden met de bedrijfsgereedheid , aanpassing, het herstel of de verbetering van het schip of het voorwerp, als: a. het schip ligplaats heeft bij een locatie waar deze activiteiten zijn toegestaan, of; b. werkzaamheden: 1°. plaatsvinden binnen een periode van 7 x 24 uur na aanvang van de eerste werkzaamheden (…); (…) 3. Het college kan brandstoffen, energiebronnen of hulpstoffen aanwijzen
de werkzaamheden plaatsvinden op of bij een scheepswerf. 4. Sloopwerkzaamheden aan een schip mogen alleen worden verricht, als het schip ligplaats heeft op of bij een inrichting die deze sloopwerkzaamheden mag uitvoeren.
voor installaties waaraan aan boord van een schip geen werkzaamheden mogen worden verricht door eenieder, tenzij de werkzaamheden plaatsvinden op een locatie waar deze activiteiten zijn toegestaan. 4. Sloopwerkzaamheden aan een schip mogen alleen worden verricht, als het schip ligplaats heeft op een locatie waar deze activiteiten mogen worden uitgevoerd. (…)
Art. 4.5
Toelichting bij deze wijziging Dit artikel heeft in de praktijk nogal wat voeten in de aarde. Zo is het de vraag of de termijn van 7 dagen betrekking heeft op één bepaalde werkzaamheid of alle werkzaamheden die op het schip gedaan moeten worden en of het innemen van een andere ligplaats betekent dat de termijn opnieuw begint te lopen. Dat is van belang voor de vraag wanneer de initiatiefnemer ontheffing moet vragen. De wijziging betekent dat niet van belang is om welke werkzaamheden het gaat die de initiatiefnemer binnen 7 dagen moet doen – het gaat om alle werkzaamheden – en het gaat om de werkzaamheden die binnen een periode van maximaal 7 dagen binnen het havengebied kunnen plaatsvinden. Het derde lid is algemener gemaakt omdat er meer nieuwe brandstoffen in ontwikkeling zijn, zoals methanol en waterstof. Het bepaalde in het vierde lid is veranderd omdat in de nieuwe Omgevingswet het begrip inrichting niet meer terugkomt. Van belang is dan dat onder die wet de werkzaamheden bij een locatie kunnen plaatsvinden waar die activiteiten zijn toegestaan. Hetzelfde is daarmee beoogd maar de terminologie is aangepast aan de nieuwe wetgeving.
Art. 4.7
1. Een schip geladen met bulklading in vaste vorm, waarbij de lading is ontsmet, mag alleen ligplaats nemen of zich op een ligplaats bevinden, als: (…): c. de nautische en operationele afwikkeling van het schip plaatsvindt overeenkomstig een door het college vastgesteld plan van aanpak.
1. Een schip geladen met bulklading in vaste vorm, waarbij de lading is ontsmet , mag zich op een ligplaats bevinden, als:(…) c. de nautische en operationele afwikkeling van het schip plaatsvindt overeenkomstig het plan van aanpak.
Art. 4.7
Toelichting bij deze wijziging In het eerste lid is nu opgenomen dat onder het zich op een ligplaats bevinden ook het nemen van ligplaats valt. In zekere zin was het ligplaats nemen in het eerste lid dubbel geregeld. In lid 1c. is de toevoeging “door het college” geschrapt, omdat dat in lid 2 wordt genoemd.
Art. 4.8
De ontvangst van scheepsafval en ladingresiduen van zeeschepen mag alleen als de ontvangstvoorziening beschikt over een vergunning van het college.
Art. 4.8
Toelichting bij deze wijziging De wijziging is een gevolg van de wijziging van de Wet voorkoming verontreiniging door schepen. Ladingresiduen zijn nu onderdeel van de scheepsafvalstoffen. 12
De ontvangst van scheepsafvalstoffen van zeeschepen mag alleen als de ontvangstvoorziening beschikt over een vergunning van het college.
Art. 4.9
1. Het college kan minimumeisen stellen aan de vergunninghouder en de vergunning voor de ontvangst van scheepsafval en ladingresiduen. (…) 2 c. de uitrusting die nodig is om scheepsafval en ladingresiduen in normale en veilige omstandigheden in ontvangst te nemen en het vermogen om deze uitrusting op het vereiste niveau te houden; 2d. de beschikbaarheid om scheepsafval en ladingresiduen in ontvangst te nemen voor alle gebruikers, aan alle aanlegplaatsen en zonder onderbrekingen, dag en nacht, het hele jaar door;
1. Het college kan minimumeisen stellen aan de vergunninghouder en de vergunning voor de ontvangst van scheepsafvalstoffen. (…) 2c. de uitrusting die nodig is om scheepsafvalstoffen in normale en veilige omstandigheden in ontvangst te nemen en het vermogen om deze uitrusting op het vereiste niveau te houden; 2d. de beschikbaarheid om scheepsafvalstoffen in ontvangst te nemen voor alle gebruikers, aan alle aanlegplaatsen en zonder onderbrekingen, dag en nacht, het hele jaar door;
Art. 4.9
Toelichting bij deze wijziging De wijziging is een gevolg van de wijziging van de Wet voorkoming verontreiniging door schepen. Ladingresiduen zijn nu onderdeel van de scheepsafvalstoffen.
Art. 4.10
Een mobiele ontgasvoorziening mag alleen dampen van ladingrestanten van een tankschip ontvangen als zij beschikt over een vergunning van het college
Art 4.10
Toelichting bij deze wijziging Deze meldverplichting is opgenomen omdat het een bijzondere handeling betreft waar wij toezicht op willen houden. Bovendien is met ODNZKG afgesproken dat wij dit bijhouden voor schepen die ontgassen naar een ontgassingsinstallatie die op de wal buiten een inrichting staat. Zo kan de ODNZKG nagaan of de emissienormen die in de beleidsregel/ontheffing staan worden nageleefd.
Art. 4.11
1. Een tankschip mag haar ladingtanks of sloptanks leeg van de volgende stoffen alleen gesloten schoonmaken: a. van een gevaarlijke of schadelijke stof die ingevolge de IBC Code of het ADN vervoerd moet worden in een tank met een aansluiting voor een dampretourleiding of gesloten vervoerd moet worden, of; b. van een vloeistof als bedoeld in
13
1. Een mobiele ontgasvoorziening mag alleen dampen van ladingrestanten van een tankschip ontvangen als zij beschikt over een vergunning van het college. 2. Direct voorafgaand aan en direct na afloop van het gesloten schoonmaken van ladingtanks via een mobiele ontgasvoorziening wordt een melding gedaan aan de havenmeester, tenzij het schoonmaken plaatsvindt op een locatief waar deze activiteit is toegestaan.
1. Een tankschip mag haar ladingtanks of sloptanks leeg van de volgende stoffen alleen gesloten schoonmaken: a. een gevaarlijke of schadelijke stof die ingevolge de IBC Code vervoerd moet worden in een tank met een aansluitmogelijkheid voor een dampretourleiding, of; b. een gevaarlijke of schadelijke stof die ingevolge het ADN gesloten vervoerd moet worden, of;
bijlage 2, of; c. van een vluchtige organische stof.
c. een vloeistof als bedoeld in bijlage 2, of; d. een vluchtige organische stof.
2. Een tankschip mag haar ladingtanks of sloptanks open schoonmaken, als het eerste lid niet voorschrijft dat het gesloten moet gebeuren.
2. Ladingtanks of sloptanks van een tankschip, leeg van andere stoffen als bedoeld in het eerste lid mogen open worden schoongemaakt op de daartoe door de havenmeester aangewezen locaties.
3. Ladingtanks van een tankschip dat vloeibare gassen als bedoeld in het ADN of de IGC code vervoert mogen alleen worden schoongemaakt als het schip op de ligplaats ligt: a. bij een locatie dat deze schoonmaakactiviteiten mag uitvoeren, en; b. dit locatie de restanten van de vloeibare gassen in ontvangst neemt. 4. Ladingtanks of sloptanks van tankschepen mogen alleen worden geventileerd wanneer deze na het schoonmaken nog restanten van gevaarlijke stoffen bevatten die: a. brandbaar zijn en de atmosfeer in de ladingtanks zich onder tien procent van de onderste explosiegrens bevindt, of; b. giftig zijn en de atmosfeer in de ladingtanks zich onder de grenswaarde, bedoeld in artikel 4.3, eerste lid, van het Arbeidsomstandighedenbesluit bevindt. 5. Ladingtanks of sloptanks van een binnentankschip, leeg van stoffen als bedoeld in ADN nummer 7.2.3.7.1.3 (niet T-stoffen) mogen in afwijking van het eerste lid overeenkomstig het gestelde in paragraaf 7.2.3.7 van het ADN open worden schoongemaakt of geventileerd op de daartoe door de havenmeester aangewezen locaties. 6.Wat in het vierde en vijfde lid staat, is niet van toepassing op stoffen die zijn genoemd in bijlage 2. 7. Het college kan regels stellen omtrent het beperken of verbieden van schoonmaken of ventileren buiten inrichtingen indien de atmosferische 14
3. Ladingtanks van een tankschip dat vloeibare gassen als bedoeld in het ADN of de IGC code vervoert mogen alleen worden schoongemaakt als het schip zich op de ligplaats bevindt: a. 0p een locatie waar deze schoonmaakactiviteiten zijn toegestaan, en; b. Op deze locatie de restanten van de vloeibare gassen in ontvangst worden genomen. 4. Het ventileren van ladingtanks of sloptanks van een tankschip, is alleen toegestaan op de daartoe door de havenmeester aangewezen locaties. 5. Wat in het tweede en vierde lid staat geldt niet voor de stoffen die zijn genoemd in bijlage 2. 6. Het college kan regels stellen omtrent het beperken of verbieden van schoonmaken of ventileren buiten bedrijven indien de atmosferische of plaatselijke omstandigheden zodanig zijn dat door het vrijkomen van de betrokken stoffen gevaar, schade, stankhinder of hinder ontstaat of kan ontstaan. 7. (…)
of plaatselijke omstandigheden zodanig zijn dat door het vrijkomen van de betrokken stoffen gevaar, schade, stankhinder of hinder ontstaat of kan ontstaan. 8. (…) Art. 4.11
Toelichting bij deze wijziging De wijziging in dit artikel is voor een deel het herschikken van het artikel – het regelen op een logischer wijze – alsook het weglaten van onderdelen die voor zich spreken (mogelijkheid open schoonmaken). Nieuw is het vierde lid dat regelt dat het verboden is ladingtanks en sloptanks van een tankschip te ventileren tenzij het gebeurt op een door het college aangewezen ligplaats.
Art. 4.12
Langs een zeetankschip waarvan ladingtanks vloeibare gevaarlijke stoffen bevatten of als laatste hebben bevat en open worden schoongemaakt of geventileerd, mogen aan elke zijde (….)
Art. 4.12
Toelichting bij deze wijziging Wanneer schepen vloeibare gevaarlijke stoffen hebben bevat, zijn ze leeg daarvan. De terminologie die in de wijziging staat is duidelijker.
Art. 4.13
1. Het is verboden gevaarlijke of schadelijke vloeistoffen tussen een schip en een mobiele voorziening op de wal: a. (…); c. als scheepsafval of ladingresiduen in te zamelen; tenzij deze activiteit onderdeel uitmaakt van een inrichting waar deze werkzaamheden mogen worden uitgevoerd. 2. (…)
Art. 4.13
Toelichting bij deze wijziging Deze wijzigingen zijn een gevolg van de wijziging van de Wet voorkoming verontreiniging door schepen.
Art. 5.2
1. Een schip mag zich alleen in een oliehaven bevinden als: a. (…) b. het schip van de haveninfrastructuur gebruikt maakt, heeft gemaakt of zal maken tijdens, kort voor of kort na het lossen, het laden, het schoonmaken van ladingtanks of sloptanks of te bunkeren; (….) f. het schip rechtstreeks en zonder onderbreking vaart naar of van 15
Langs een zeetankschip waarvan ladingtanks vloeibare gevaarlijke stoffen bevatten of leeg daarvan zijn en open worden schoongemaakt of geventileerd, mogen aan elke zijde (….):
1. Het is verboden gevaarlijke of schadelijke vloeistoffen tussen een schip en een mobiele voorziening op de wal: a. (...) c. als scheepsafvalstoffen in te zamelen; tenzij deze activiteit onderdeel uitmaakt van een locatie waar deze activiteiten zijn toegestaan. 2. (…)
1. Een schip mag zich alleen in een oliehaven bevinden als: a. (…) b. het schip van de infrastructuur gebruikt maakt, heeft gemaakt of zal maken tijdens, kort voor of kort na het lossen, het laden, het schoonmaken van ladingtanks of sloptanks of te bunkeren; (…) f. het schip rechtstreeks en zonder onderbreking vaart naar of van infrastructuur buiten de oliehaven; (….)
haveninfrastructuur buiten de oliehaven; (….) j. het een LNG-bunkerschip is.
j. het een bunkerschip is.
Art. 5.2
Toelichting bij deze wijziging Deze wijzigingen hebben te maken met de introductie van het begrip infrastructuur (die definities) en het schrappen van de definitie van het begrip LNG.
Art. 5.3
1. Het is een ieder verboden om in een oliehaven of aan boord van een zich aldaar bevindend schip: (…) c. activiteiten te ondernemen waardoor vonkvorming naar de buitenlucht optreedt of kan optreden. (…)
Art. 5.3
Toelichting bij deze wijziging De ruimten op een schip waar gerookt mag worden in een oliehavengebied zijn uitgebreid met gesloten ruimten. In de (inter)nationale wetgeving zijn voorschriften opgenomen waaraan moet zijn voldaan wil er gerookt kunnen worden in ruimten die toegankelijk zijn van buiten. Voor binnenschepen is dat het ADN. De tekst van dit artikel sluit daarbij aan. Zo is er geen gevaar verbonden aan het roken in een gebied waar gevaarlijke stoffen worden overgeslagen.
Art. 5.4
1. Tankschepen waarvan de lading- of sloptanks gevaarlijke stoffen of residuen daarvan bevatten mogen alleen ligplaats nemen in een oliehaven of op door het bevoegde orgaan aangewezen ligplaatsen buiten een oliehaven. 2. Tankschepen mogen ook op ligplaatsen buiten een oliehaven ligplaats nemen als de lading- of sloptanks: (…) b. alleen kaliumhydroxide, natriumhydroxide, fosforzuur, schadelijke stoffen die geen gevaarlijke stoffen zijn of residuen daarvan bevatten of leeg daarvan zijn
Art. 5.4
Toelichting bij deze wijziging De stoffen die in het tweede lid onder b waren opgenomen, staan nu in een lijst die uitgebreider is dan de in het tweede lid onder b genoemde lijst.
Art. 5.5
In afwijking van artikel 5.4, eerste lid, mag een binnentankschip ook buiten een oliehaven ligplaats nemen als:
1. Het is eenieder verboden om in een oliehaven of aan boord van een zich aldaar bevindend schip: (….) c. in het schip te roken, tenzij dit plaatsvindt in een ruimte die niet rechtstreeks van buiten toegankelijk is, gesloten is, dan wel deze ruimte -woning of dienstruimte - voldoet aan nationale of internationale wetgeving, of; (…)
1. Tankschepen waarvan de lading- of sloptanks gevaarlijke stoffen of residuen daarvan bevatten mogen zich alleen op een ligplaats bevinden in een oliehaven of op door het bevoegde orgaan aangewezen ligplaatsen buiten een oliehaven. 2. Tankschepen mogen zich ook op ligplaatsen bevinden buiten een oliehaven als de lading- of sloptanks: (…) b. alleen de in bijlage 4 genoemde stoffen of residuen daarvan bevatten of leeg daarvan zijn.
In afwijking van artikel 5.4, eerste lid, mag een binnentankschip zich buiten een oliehaven op een ligplaats bevinden als: 16
a. kortstondig ligplaats wordt genomen: 1°. op een aangewezen autoafzetplaats om een auto onmiddellijk af te zetten of aan boord te nemen; 2°. bij een inrichting waar onmiddellijk brandstof ingenomen wordt, of; 3°. bij een aangewezen plaats voor het onmiddellijk innemen van drinkwater , of; b. Het schip een ontvangstvoorziening is en voldoet aan de vereisten die het ADN stelt aan een binnenschip van het type C waarvan de ladingtanks of de sloptanks een inerte atmosfeer bevatten.
a. kortstondig ligplaats wordt genomen: 1°. op een aangewezen autoafzetplaats om een auto onmiddellijk af te zetten of aan boord te nemen; 2°. op een locatie waar brandstof ingenomen wordt en dit is toegestaan, of; 3°. bij een aangewezen plaats voor het onmiddellijk innemen van drinkwater, of; b. het schip een ontvangstvoorziening is dat ter plaatse uitsluitend wordt gebruikt ten behoeve van de ontvangst van scheepsafvalstoffen.
Art. 5.5
Toelichting bij deze wijziging In de wijziging is tot uitdrukking gebracht dat het zich op een ligplaats bevinden ook het ligplaats nemen omvat. Verder gaat het voorstel ervanuit dat een binnentankschip bij een bunkerstation altijd onmiddellijk brandstof inneemt zonder dat dat als een expliciete verplichting is opgenomen. Een schip dat een ontvangstvoorziening is mag alleen in de oliehaven komen als het daar is om afval te ontvangen. Onderdeel a onder 2. De woorden ‘vaste locatie’ worden vervangen door ‘een locatie waar brandstof innemen is toegestaan’. Met het woord ‘vaste locatie’ is bedoeld een locatie, dat wil zeggen een locatie waar die activiteit is toegestaan ((ontwerp) Omgevingswet). De onderdelen 2 en 3 van onderdeel b zijn vervallen omdat de eisen gebaseerd zijn op hogere regelgeving (onderdeel 2) dan wel al uit artikel 5.4 volgen (de eisen van artikel 5.4. gelden naast de eisen die in de artikelen 5.5 tot en met 5.7 zijn opgenomen.
Art. 5.6
1. als een zeetankschip, als bedoeld in artikel 5.4, tweede lid, onderdeel a, onder 2°, buiten een oliehaven ligplaats neemt: a. zal door een gasdeskundige het door de havenmeester vastgestelde formulier ‘verklaring gasdeskundige’ worden afgegeven; b. blijven ladingtanks of sloptanks gesloten, en; c. zullen er geen schoonmaakwerkzaamheden plaatsvinden van gevaarlijke stoffen of residuen met uitzondering van plantaardige of dierlijke oliën of alleen schadelijke stoffen genoemd in de IMDG Code, klasse 9. 2.Wanneer een zeetankschip, zoals bedoeld in het eerste lid, buiten een
17
1. als een zeetankschip, als bedoeld in artikel 5.4, tweede lid, onderdeel a, subonderdelen 2° en 3°, zich op een ligplaats buiten een oliehaven bevindt : a. wordt het door de havenmeester vastgestelde formulier ‘verklaring gasdeskundige’ afgegeven; b. blijven ladingtanks of sloptanks gesloten, en; c. vinden er geen handelingen met gevaarlijke stoffen plaats. 2. Wanneer een zeetankschip, zoals bedoeld in het eerste lid, buiten een oliehaven ligplaats neemt, wordt dit vooraf gemeld aan de havenmeester.
Art. 5.6
oliehaven gaat liggen, wordt dit vooraf gemeld aan de havenmeester. Toelichting bij deze wijziging Een zeetankschip mag zich bij uitzondering buiten een oliehavengebied op een ligplaats bevinden. Dat mag onder bepaalde voorwaarden die in artikel 5.6 zijn opgenomen. Het onderdeel c is uitgebreid: handelingen met gevaarlijke stoffen mogen niet plaatsvinden. Dat waren alleen schoonmaakwerkzaamheden. Zeetankschepen mogen alleen ligplaats nemen buiten een oliehaven ligplaats nemen wanneer wordt voldaan aan alle voorwaarden zoals gesteld in het eerste lid. De verklaring van een gasdeskundige is dus altijd nodig. De kapitein dient zorg te dragen dat een gasdeskundige de "verklaring gasdeskundige" afgeeft.
Art. 5.7
1. In afwijking van artikel 5.4, eerste lid, mag een combinatietankschip buiten een oliehaven ligplaats nemen als: a. door een gasdeskundige het door de havenmeester vastgestelde formulier ‘verklaring gasdeskundige’ is afgegeven; (…) c. alle overige tanks, met uitzondering van bunkertanks, en ruimten vrij zijn van brandbare vloeistoffen met een vlampunt dat lager ligt of gelijk is aan 55 graden Celsius of residuen; d. er geen schoonmaakwerkzaamheden plaatsvinden van gevaarlijke stoffen, en; e. (…) 2. Wanneer een combinatietankschip buiten een oliehaven gaat liggen, wordt dit vooraf gemeld aan de havenmeester.
Art. 5.7
Toelichting bij deze wijziging Combinatietankschepen mogen alleen buiten een oliehaven ligplaats nemen wanneer wordt voldaan aan alle voorwaarden zoals gesteld in het eerste lid. De verklaring van een gasdeskundige is dus altijd nodig. De kapitein dient zorg te dragen dat een gasdeskundige de "verklaring gasdeskundige" afgeeft. De overige wijzigingen in dit artikel zijn slechts een terminologiewijziging
Art. 6.1
1. Het college kan boeien en afmeerpalen aanwijzen die buiten de reikwijdte van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht of de Wet Milieubeheer vallen, waar tankschepen geladen met of leeg van vloeibare, gevaarlijke of schadelijke stoffen mogen afmeren. 2. Het college kan aan de aanwijzing, bedoeld in het eerste lid, voorwaarden verbinden aan de aard en hoeveelheid 18
1. In afwijking van artikel 5.4, eerste lid, mag een combinatietankschip zich op een ligplaats buiten een oliehaven ligplaats bevinden als: a. het door de havenmeester vastgestelde formulier ‘verklaring gasdeskundige’ is afgegeven; (…) c. alle overige tanks, met uitzondering van bunkertanks, en ruimten vrij zijn van brandbare vloeistoffen of residuen daarvan met een vlampunt dat lager ligt of gelijk is aan 55 graden Celsius ; d. er geen handelingen plaatsvinden met gevaarlijke stoffen; e. (…) 2. Wanneer een combinatietankschip buiten een oliehaven ligplaats neemt, wordt dit vooraf gemeld aan de havenmeester.
1. Het college kan ligplaatsen aanwijzen die buiten de reikwijdte van de Omgevingswet/het (ontwerp) Besluit activiteiten leefomgeving vallen, waar tankschepen geladen met of leeg van vloeibare, gevaarlijke of schadelijke stoffen mogen afmeren. 2. Het college kan aan de aanwijzing, bedoeld in het eerste lid, voorwaarden verbinden aan de aard en hoeveelheid van de lading en de uit te voeren activiteiten
van de lading en de uit te voeren activiteiten door de schepen.
door de schepen voor zover het (ontwerp) Besluit activiteiten leefomgeving daaraan geen voorwaarden verbindt.
Art. 6.1
Toelichting bij deze wijziging Deze wijzigingen hebben alleen te maken met een wijziging van hogere wetgeving: invoering van de Omgevingswet en daarmee samenhangende wetgeving. Het woord ontwerp is tussen haken gezet omdat de nieuwe Omgevingswet nog niet geldt op het moment dat de wijziging van de Havenverordening in werking treedt.
Art. 6.2
1. De directe overslag van vloeibare gevaarlijke of schadelijke stoffen tussen tankschepen onderling of de overslag tussen een zeetankschip en een inrichting mag alleen plaatsvinden als voor de betreffende activiteit de controlelijst als bedoeld in de ISGOTT, StSTGP of ISGINTT overeenkomstig het bepaalde in de hiervoor bedoelde controlelijst door de betrokken partijen is ingevuld en ondertekend.
Art. 6.2
Toelichting bij deze wijziging Omdat het begrip inrichting in de nieuwe Omgevingswet, die onder meer de Wet algemene bepalingen milieuhygiëne vervangt, niet meer voorkomt, is de terminologie in artikel 6.2 aangepast aan de nieuwe wetgeving.
Art. 6.3
1. Tijdens de overslag tussen tankschepen onderling van de volgende vloeibare gevaarlijke stoffen: a. van een gevaarlijke of schadelijke stof die ingevolge de IBC Code of het ADN vervoerd moet worden in een tank met een aansluiting voor een dampretourleiding of gesloten vervoerd moet worden, of; b. van een vloeistof als bedoeld in bijlage 2, of; c. van een vluchtige organische stof wordt gebruik gemaakt van een: 1°. tussen betrokken ladingtanks aangesloten dampretourleiding, of; 2°. van een ontgasvoorziening op zodanige wijze dat er geen dan wel zo min mogelijk emissie naar de atmosfeer plaatsvindt buiten de kaders zoals aangegeven in de vergunning van de ontgasvoorziening.
Art. 6.3
Toelichting bij deze wijziging
19
1. De directe overslag van vloeibare gevaarlijke of schadelijke stoffen tussen tankschepen onderling of de overslag tussen een zeetankschip en een locatie waar deze activiteit is toegestaan mag alleen plaatsvinden als voor de betreffende activiteit de controlelijst als bedoeld in de ISGOTT, StSTGP of ISGINTT overeenkomstig het bepaalde in de hiervoor bedoelde controlelijst door de betrokken partijen is ingevuld en ondertekend.
1. Tijdens de overslag tussen tankschepen onderling van de volgende vloeibare gevaarlijke stoffen: a. een gevaarlijke of schadelijke stof die ingevolge de IBC Code vervoerd moet worden in een tank met een aansluitmogelijkheid voor een dampretourleiding; b. een gevaarlijke of schadelijke stof die ingevolge het ADN gesloten vervoerd moet worden; c. een vloeistof als bedoeld in bijlage 2, of; d. een vluchtige organische stof, wordt gebruik gemaakt van een: 1°. tussen betrokken ladingtanks aangesloten dampretourleiding, of; 2°. ontgasvoorziening op zodanige wijze dat er geen dan wel zo min mogelijk emissie naar de atmosfeer plaatsvindt buiten de kaders zoals aangegeven in de vergunning van de ontgasvoorziening.
De gevaarlijke of schadelijke stoffen in de IBC Code en het ADN komen niet overeen. Daarom zijn deze bepalingen uit elkaar gehaald. Art. 6.4
Artikel 6.4 Overslag van gas als bedoeld in de IGC Code of het ADN
Art. 6.4
Toelichting bij deze wijziging De titel van dit artikel is korter gemaakt. De inhoud is niet gewijzigd.
Par. 7
Paragraaf 7 Zoneringsregeling schepen met gevaarlijke stoffen in verpakking of bulk
Par. 7
Toelichting bij deze wijziging De titel van dit hoofdstuk is in overeenstemming gebracht met de titel van het enige artikel uit dit hoofdstuk.
Art. 7.1
1. Een schip dat geladen is met een in 1. Een schip dat geladen is met een in bijlage bijlage 3 genoemde gevaarlijke stof in 3 genoemde gevaarlijke stof in verpakking verpakking mag alleen ligplaats nemen mag alleen ligplaats nemen binnen een in binnen een in bijlage 3 genoemde bijlage 3 genoemde afstand van de afstand van een kwetsbaar object, als stuwpositie van de gevaarlijke stof tot wordt gehandeld in overeenstemming zeer kwetsbare gebouwen, als wordt met de in bijlage 3 opgenomen gehandeld in overeenstemming met de in bepalingen. bijlage 3 opgenomen bepalingen. 2. (…) 2. (…) Toelichting bij deze wijziging In de wijziging is preciezer tot uitdrukking gebracht van waar de afstand moet worden gemeten. Dat is de plaats op het schip van waar het gevaar zich eventueel kan manifesteren. Doel van deze ligplaatszonering is dat mocht er onverhoopt een incident plaatsvinden met een schip met een gevaarlijke stof, dat er een voldoende veilige afstand is tussen het schip en kwetsbare objecten.
Art. 7.1
Artikel 6.4 Overslag van gas
Paragraaf 7 Zoneringsregeling schepen met gevaarlijke stoffen in verpakking
Par. 8
Paragraaf 8 Bunkeren en van of aan boord brengen van hulpstoffen
Paragraaf 8 Bunkeren, debunkeren en van of aan boord brengen van hulpstoffen
Par. 8
Toelichting bij deze wijziging In de titel van deze paragraaf is het woord debunkeren opgenomen want ook dit onderwerp is geregeld in deze paragraaf.
Art. 8.1
1. Door het college aangewezen brandstoffen of energiebronnen mogen alleen met een vergunning van het college gebunkerd of gedebunkerd worden. 2. (…) 3. (…) 4. Een vergunning is niet nodig als het bunkeren of debunkeren plaatsvindt bij een inrichting waar die bunkeractiviteit mag worden uitgevoerd. 20
1. Door het college aangewezen brandstoffen of energiebronnen mogen door eenieder alleen met een vergunning van het college gebunkerd of gedebunkerd worden. 2. (…) 3. (…) 4. Een vergunning is niet nodig als het bunkeren of debunkeren plaatsvindt bij een bedrijf waar die activiteiten zijn toegestaan. 5. Het college kan brandstoffen of energiebronnen aanwijzen die één of
Art. 8.1
Art. 8.3
5. Gelijktijdige activiteiten mogen meerdere eigenschappen van een tijdens een LNG-bunkering aan boord gevaarlijke stof bevatten waarbij van het ontvangende schip alleen gelijktijdige activiteiten met het bunkeren plaatsvinden, als deze zijn toegestaan of debunkeren van deze brandstoffen of in een klasse goedgekeurd LNGenergiebronnen zijn toegestaan. bunkermanagementplan Toelichting bij deze wijziging De wijziging van het vijfde lid schept een bevoegdheid voor het college om voor bepaalde brandstoffen en energiebronnen gelijktijdige activiteiten met het (de)bunkeren toe te laten. Het gaat dan om brandstoffen en energiebronnen die bepaalde eigenschappen hebben. Juridisch gezien is het noodzakelijk dat we hier blijven verwijzen naar een bedrijf waar deze activiteiten zijn toegestaan i.p.v. locatie zoals in de rest van de verordening. (…..) 3. Aan de vergunning kunnen voorschriften en beperkingen worden verbonden, die betrekking hebben op:
(…) 3. Aan de vergunning kunnen onder andere voorschriften en beperkingen worden verbonden, die betrekking hebben op:
b. de operationele veiligheid en de procedures die zien op de uitvoering van het bunkeren of debunkeren, inclusief het al dan niet toestaan van andere activiteiten die gelijktijdig met het bunkeren of debunkeren plaatsvinden; c. (…) d. de externe veiligheid, en; e. het doen van operationele meldingen die betrekking hebben op het bunkeren of debunkeren.
b. de operationele veiligheid en de procedures die zien op de uitvoering van het bunkeren of debunkeren, alsmede het al dan niet toestaan van andere activiteiten die gelijktijdig met het bunkeren of debunkeren plaatsvinden; c. (…) d. de externe veiligheid; e. het doen van operationele meldingen die betrekking hebben op het bunkeren of debunkeren, en; f. de onderwerpen als bedoeld in artikel 8.2, tweede lid.
Art. 8.3
Toelichting bij deze wijziging De toevoeging aan lid 3 is bedoeld om volledig te zijn. Ook zonder die toevoeging zou het bepaalde in artikel 8.2, tweede lid, van toepassing zijn. In sublid 3.b is een taalkundige verheldering aangebracht.
Art. 8.4
Het college kan beperkingen stellen aan het aantal, de locatie en het type schepen dat mag afmeren langszij een schip dat gebunkerd of gedebunkerd wordt met door het college aangewezen brandstoffen of soorten energiebronnen.
Art. 8.4
Toelichting bij deze wijziging Het artikel beoogt geen wijziging, alleen een andere duidelijker redactie.
Art. 8.5
1. Door het college aangewezen hulpstoffen mogen alleen met een vergunning van het college van of aan boord van een schip worden gebracht. 2. (…) 21
Het college kan brandstoffen en energiebronnen aanwijzen waarbij beperkingen gelden aan het aantal, de locatie en het type schepen dat mag afmeren langszij een schip dat gebunkerd of gedebunkerd wordt met deze brandstoffen of energiebronnen
1. Door het college aangewezen hulpstoffen mogen door eenieder alleen met een vergunning van het college van of aan boord van een schip worden gebracht.
3. Een vergunning is niet nodig als het van of aan boord van schepen brengen van hulpstoffen plaatsvindt bij een inrichting waar de activiteit van het aan boord van schepen brengen van hulpstoffen mag worden uitgevoerd.
2. (…..) 3. Een vergunning is niet nodig als het van of aan boord van schepen brengen van hulpstoffen plaatsvindt bij een locatie waar de activiteiten zijn toegestaan.
Art. 8.5
Toelichting bij deze wijziging Deze wijziging is een gevolg van de invoering van de Omgevingswet en het niet langer gelden van de Wet algemene bepalingen milieuhygiëne
Art. 8.6
1. (….) 3. Aan de vergunning kunnen voorschriften en beperkingen worden verbonden, die betrekking hebben op: a. (….) b. de operationele veiligheid en de procedures die zien op de uitvoering van het van of aan boord van schepen brengen van hulpstoffen, inclusief het al dan niet toestaan van andere activiteiten die gelijktijdig plaatsvinden met het van of aan boord van schepen brengen van hulpstoffen;
Art. 8.6
Toelichting bij deze wijziging Het derde lid van artikel 8.6 is geen limitatieve opsomming. Er kunnen meer voorschriften en beperkingen worden opgenomen in de vergunning naast de genoemde. In sublid 3.b is een taalkundige verheldering aangebracht.
Art. 8.7
1. Het college kan voor het bunkeren of het debunkeren van bepaalde door het college aan te wijzen brandstoffen en energiebronnen of het van of aan boord brengen van bepaalde door het college aan te wijzen hulpstoffen een controlelijst vaststellen. 2. Het college kan tevens categorieën van schepen aanwijzen waar de controlelijst voor geldt.
Art. 8.7
Toelichting bij deze wijziging De gewijzigde redactie van dit artikel heeft geen inhoudelijke wijziging op het oog maar een duidelijker redactie.
Art. 8.8
8.8 Seinvoering 1. Tijdens het bunkeren van LNG voert een LNG-aangedreven zeeschip als bijkomend teken tussen zonsopgang en zonsondergang de internationale seinvlag “B” en tussen zonsondergang en zonsopgang een rood helder rondom schijnend licht. 22
1. (…) 3. Aan de vergunning kunnen voorschriften en beperkingen worden verbonden, die onder meer betrekking hebben op: a. (…) b. de operationele veiligheid en de procedures die zien op de uitvoering van het van of aan boord van schepen brengen van hulpstoffen, alsmede het al dan niet toestaan van andere activiteiten die gelijktijdig plaatsvinden met het van of aan boord van schepen brengen van hulpstoffen;