A - 10 Duurzaamheid en Circulaire Economie (29) Bijlage B3 analyse tarieven
Tekst van het document
Bijlage 3: beschouwing op de tarieven afvalstoffenheffing Bijlage bij de raadsvoordracht afvalstoffenheffing 2022 Hieronder vindt u onder A een vergelijking van de tarieven van Amsterdam 2021 met de tarieven in de andere G4 gemeenten over 2021. Onder B vindt u een beschouwing van de (landelijke) kostenontwikkeling afvalstoffenheffing van de afgelopen 25 jaar. A. Benchmark G4 2021 In onderstaande tabel is een vergelijking opgenomen tussen de totale kosten per huishouden van de G4 gemeenten. Hierin is te zien dat het tarief per huishouden van Amsterdam ongeveer 15-18% hoger ligt dan de andere G4 gemeenten. Dat verschil wordt kleiner als de kwijtschelding niet wordt meegerekend (het verschil wordt dan 0-15%). In Rotterdam wordt de kwijtschelding niet gedekt uit de afvalstoffenheffing In tegenstelling tot Amsterdam en Utrecht worden in Den Haag en Rotterdam de kosten niet volledig gedekt vanuit de afvalstofheffing tarief. In deze steden wordt ongeveer 85% van de kosten gedekt vanuit het tarief, de rest uit algemene middelen. Tabel1: vergelijking tarieven afvalstoffenheffing G4 gegevens 2021, Bron: Coelo tarieven 2021 (EUR per huishouden per jaar) Tarieven ASH in Euro per huishouden (totaal)
Amsterdam
Den Haag
Rotterdam
Utrecht
Totaal (mixtarief) Relatief verschil met Amsterdam tarief 1-persoonshuishoudens
389,-
318,-
332,-
329,-
18%
15%
16%
326,-
293,-
291,-
295,-
tarief 3+persoonshuishoudens
435,-
360,-
377,-
345,-
331,-
282,-
332,-
304,-
15%
0%
8%
Benadering van het mixtarief als er geen kwijtschelding zou zijn Relatief verschil met Amsterdam
Voorlopige analyse van de tarieven de G4 wijst er op dat: - Amsterdam verreweg de hoogste solidariteitsheffing kent (100% van het tarief), met een relatief hoog aantal mensen dat op kwijtschelding is aangewezen (>15%). Rotterdam scheldt 85% kwijt aan mensen die op de solidariteitsheffing zijn aangewezen; - Amsterdam hoge kosten voor grof afval heeft. In vergelijking met de andere steden kent Amsterdam een veel hoger serviceniveau, dat bestaat uit een hoge frequentie waarin grof afval zonder afspraak aan huis wordt opgehaald, zes punten waar Amsterdammers grof afval kunnen brengen, en/of de mogelijkheid om grof afval door kringloopwinkels aan huis op te laten halen (waarvoor de kringloopwinkels een vergoeding van de gemeente ontvangen). De inzameling van overige fracties is relatief efficiënt (al kan dat nog verbeteren), waardoor de totale inzamellasten ten opzichte van andere gemeenten wel hoger zijn, maar niet extreem ‘uit de pas loopt’;
1
Als alle woonlasten samen worden genomen, dus gemiddelde OZB, rioolheffing en afvalstoffenheffing, dan verandert het beeld en wordt Utrecht de duurste gemeente van de G4 en wordt Amsterdam een ‘middenmoter’. Tabel2: vergelijking tarieven woonlasten G4 gegevens 2021. Bron: Coelo Tarieven woonlasten 2021 (EUR per huishouden per jaar) Gemiddelde woonlasten (OZB, riool- en Amsterdam Den Haag Rotterdam afvalstoffenheffing) in Euro per huishouden (totaal) tarief 1-persoonshuishoudens 652,596,707,tarief 3+persoonshuishoudens 761,664,793,-
Utrecht
783,833,-
B. Landelijke kostenontwikkeling afvalstoffenheffing Landelijk is al langere tijd sprake van een stijgende trend in de tarieven afvalstoffenheffing. Op de afbeelding van Rijkswaterstaat hieronder is te zien dat de tarieven voor de niet-diftar gemeenten sinds 1998 tot 2014 met ca 3,5% per jaar gestegen is. Na een flinke correctie in 2014 ten gevolge van sterke daling van de verwerkingstarieven, is na een aantal jaren van stabilisatie sinds 2018 een gemiddelde stijging van 9% per jaar. In 2020 stegen de tarieven afvalstoffenheffing landelijk met 8,4%. Voor 2021 werd dat 10%.
In Amsterdam was nog een snellere stijging waarneembaar. In de afvalketen zijn de afgelopen drie jaar (2018- 2021) de kosten van ca. 136 miljoen naar 178 miljoen gestegen (ca. 25%). De ontwikkelingen die hieraan bijdroegen zijn het duurder worden van de verwerkingskosten incl. verzwaren lasten op verbranding, de effecten van Corona en tegenvallers rondom de integratie van de zeven stadsdeelorganisaties naar één inzamelorganisatie (Afval en Grondstoffen). Aanscherping van duurzaamheidseisen (zoals de introductie van de CO2 heffing) zullen naar verwachting de komende jaren tot hogere kosten voor vervoer en verwerking leiden, met name van de kostbare restafvalstroom. Als de trend van de afgelopen jaren doorzet, met ca 3% per jaar, zal dat voor Amsterdam betekenen – op zichzelf genomen – dat de totale kosten per jaar met 5 miljoen toenemen. 2
Concluderend is de vertrekpositie van Amsterdam dat de totale kosten in vergelijking met Rotterdam nagenoeg gelijk zijn, maar met ruimte voor verbetering (in vergelijking met Den Haag en Utrecht). Zeker als de ambitie is om naast de totale kosten ook de doorberekende tarieven gunstig te laten afsteken bij de andere G4 gemeenten. Dit laatste kan Amsterdam realiseren door de komende jaren de kosten minder snel te laten stijgen dan de verwachte landelijke stijging van 3%.
3