A - 09 Verkeer, Vervoer en Luchtkwaliteit (40) bijl 2. CCC 2nd opinion SC de
Tekst van het document
13 december 2021, versie definitief advies
Second opinion Commissariaat Civiele Constructies (CCC) Onderwerp: implementatie CBTC systeem (verkeersleiding en treinbeveiliging) op het Amsterdamse metronet
Motto: De aanhouder wint! Inleiding De commissie heeft een aantal mensen in en rond het programma gesproken. Hun positie varieerde van politiek bestuurder, programmadirectie tot werknemers, die dagelijks met het systeem en de moeilijkheden bezig zijn. Daaronder was ook een vertegenwoordiging van de verkeersleiders van het GVB. De commissie dankt hen voor de openhartige wijze waarop zij hun ervaringen en inzichten hebben gedeeld. Op grond van deze gesprekken komt de commissie tot de volgende aanbevelingen. Aanbevelingen Er is op afzienbare termijn géén inhoudelijk betere en praktisch toepasbare oplossing dan het, op basis van ervaring in de praktijk en het gebruik ervan door de verkeersleiding, voortgaand verbeteren van het CBTC systeem. Omdat het gaat om het voortdurend aanpassen van het systeem met opeenvolgende ‘’patches’’, waarvan de werking op zich en de interactie met voorgaande patches nooit 100% zeker is, blijft de kans op verstoringen van het metrosysteem voorlopig bestaan. Fouten kunnen alleen gevonden worden als het systeem in bedrijf is, (kleine) incidenten zijn een uiting van het noodzakelijke leerproces en leiden tot verbetering. Ook het leren gebruiken door de verkeersleiders van een systeem, dat regelmatig moet worden aangepast, kan verrassingen opleveren, die echter steeds weer leiden tot verdere verbetering.
Verkeersleiders zijn zich hiervan bewust, maar vinden dat onaangenaam, omdat zij zich als professionals willen inspannen voor de best mogelijke dienstverlening aan de reizigers. In het diepst van hun hart missen zij nu nog het echte vertrouwen in het CBTC en in de verbeteringen daarvan tot op heden. Zij beseffen echter dat het gebruik van het systeem in de praktijk noodzakelijk is voor het verbeteren en hun eigen leerproces. Zij wensen een intensievere uitwisseling van kennis en ervaring met de systeembouwers. Op dat vlak is veel te winnen. Ook geven een aantal informanten aan dat overwogen zou moeten worden een geheel nieuw systeem te bouwen op basis van het oude ‘’blok’’ principe. Zij zijn van mening dat het huidige CBTC systeem in principe minder geschikt is voor het Amsterdamse infra-systeem van voertuigen, baan, stations en emplacementen samen met het safe haven principe. Daar komt het vervlochten net nog bij. De komende verbinding met Schiphol en de sluiting van de ringlijn worden ook als een uitdaging voor het huidige systeem gezien. Deze observaties van nauw-betrokkenen verdienen aandacht. De indruk bestaat dat het commerciële enthousiasme het destijds heeft gewonnen van de technische 1
degelijkheid, een effect dat men ook ziet bij grote projecten als de zeesluis in IJmuiden en de Ring rond Groningen. In het licht van bovenstaande is het de taak van de bestuurders van de stad en de regio om dit pad van voortdurende verbetering van het systeem uiteen te zetten en zo bij te dragen aan de aanvaardbaarheid voor de reizigers en de burgers. Daarom verdienen de voordelen van de nieuwe opzet veel meer aandacht. Daarbij hoort ook de boodschap dat het pad helaas onverwachte valkuilen zal bevatten, die het metroverkeer kunnen verstoren, maar die tegelijkertijd de aanzet leveren voor verbetering. Over het algemeen zullen dat kleine incidenten zijn, maar het is niet (volledig) uit te sluiten dat een uitzonderlijke uitval, zoals op 25 september jongstleden, zich nogmaals voordoet. Pas in de herfst van 2022 zal het systeem naar onze verwachting voldoende ‘stabiel en voltooid’ zijn. Wij raden aan, alles overwegende, het volgende te doen. Probeer de gezamenlijke kennis van de CBTC mensen (inclusief Alstom) en de verkeersleiders beter te ontsluiten en te benutten met name met het oog op de toekomst. Gedeelde diepgaande kennis van het systeem en de bediening daarvan aan de zijde van de Opdrachtgever (Metro, GVB, RIB) is noodzakelijk. Een eerste concrete actie om dat te bereiken is het voorbereiden en geven van een nieuwe versie van de opleiding van de verkeersleiders.
Dit werpt tenminste de onderstaande vruchten af: 1. Het maken van de cursus dwingt tot de abstractie van het systeem en de bediening, waarbij de gemaakte fouten en ervaringen worden omgezet in praktische kennis 2. Het levert de verkeersleiders nieuw inzicht in de laatste versie van het systeem met de verbeteringen gebaseerd op hun ervaringen.
De aandacht en inzet moet volledig naar het nieuwe systeem gaan, totdat het goed functioneert. Kies daarom nu niet voor radicaal nieuwe oplossingen als ‘’ontvlechten net’’, maar bestudeer deze later wel grondig, qua technische voor- en nadelen én qua kosten en baten voor de burgers van de stad. Doe dat pas als CBTC in voldoende mate functioneert. Bekijk dan tenminste de volgende alternatieven/maatregelen: 1. Voortzetten van het voortdurende verbeteringsproces van het CBTC 2. Het toepassen van een ontvlochten net. 3. Tracht met voortvarendheid een definitieve en éénduidige oplossing te vinden voor het gebruik van twee zones in het Amsterdamse metronetwerk, met per zone een eigen server. Het passeren van de scheidslijn tussen de zones door een (gekoppeld) metrovoertuig en het overdragen van dat voertuig van de ene naar de andere server leidt nu immers tot overgangsstoringen. Vorm hiertoe een “crash-groep”, waarvan de boven reeds genoemde opleidingsgroep deel uitmaakt. Deze groep treedt op bij verstoringen en bestudeert de vier alternatieven. Aanvulling met kenners van de kosten baten afweging voor de reizigers is noodzakelijk om tot een afgewogen advies te komen. Vanuit deze groep wordt langzaam een permanente “expert-groep” gevormd en verankerd in de lijnorganisatie van het GVB.
2
De reeds verrichte studies van de alternatieven samen met de kennis van het bestaande net en de ervaringen met het verbeteren en gebruiken van het CBTC moeten het startpunt vormen van deze organisatie-ontwikkeling op langere termijn.
De beantwoording van de specifieke vragen gesteld bij opdracht voor de second opinion De opdracht voor de second opinion kende een vijftal specifieke vragen, die wij hieronder herhalen en beantwoorden Over de aanpak in zijn algemeenheid: 1. In hoeverre vormen de incidenten op 24 en 25 september en de eerdere verstoringen aanleiding om de strategie van gefaseerde ingebruikname te heroverwegen? a. Er is geen reden de strategie te herzien. De gefaseerde ingebruikname is de enige begaanbare weg binnen de gestelde tijd. Wij hebben de indruk dat de kennis en de energie onder in de organisatie beter ontsloten en benut kan worden. Dat geldt ook voor de samenwerking met de verkeersleiders en wellicht Alstom. Hierboven hebben wij aangegeven hoe een kiem voor dat proces kan worden geplant en opgekweekt. 2. Wat vindt u van de strategie die de programmaorganisatie hanteert richting opdrachtnemer Alstom? Welke aanvullingen en/of bijstellingen hierin zou de programmaorganisatie moeten overwegen? a. Sommige van onze gesprekspartners vinden dat Alstom vooral in het begin meer inzet had kunnen tonen. Nu is dat beter. Een concrete klacht is dat de bouwers nooit lesboeken voor het gebruik van het systeem produceerden. Dat deed het programma zelf voor de verkeersleiders. b.
Enkele technische specialisten zijn van mening dat het CBTC systeem eigenlijk niet geschikt is voor de Amsterdamse infrastructuur. Amsterdam heeft het basissysteem van Alstom gekocht, dat wereldwijd wordt toegepast, maar dat naar nu blijkt veel aanpassing vereist voor een vervlochten stelsel zoals in Amsterdam (en Milaan). Om deze observatie te onderzoeken hebben wij hierboven een fundamentele vergelijking van de mogelijke oplossingen in alle aspecten aanbevolen. Over het functioneren van de overheidspartijen: 1. Hoe evalueert u de samenwerking tussen MeT, Vervoerregio en het GVB bij de implementatie van CBTC? + verbetervoorstellen a. De samenwerking is nog jong, ontwikkelt zich goed, maar niet snel genoeg. Een meer projectmatige samenwerking van de partijen in gezamenlijke projecten is o.i. de weg naar verbetering. Daarbij moet de VRA als toekomstig opdrachtgever niet vergeten worden. De regio moet meer de rol van deskundig opdrachtgever gaan vervullen. Tussentijdse evaluaties van de effectiviteit en de efficiency van de nieuwe manier van werken zijn gewenst. 2. Hoe evalueert u ontwikkeling van het GVB met het CBTC, gegeven het feit dat het GVB het CBTC opereert + verbetervoorstellen. a. De samenwerking met het GVB ontwikkelt zich goed, zoals o.a. de productie van lesmateriaal laat zien.
Serieuze aandacht en begrip voor het ongemak van de verkeersleiders, die moeten werken met een nieuw systeem in ontwikkeling en die in het licht van de publiciteit staan als er iets fout gaat, is dringend nodig om te voorkomen dat zij de moed verliezen, hetgeen zich zal kunnen uiten in afnemende arbeidsvreugde en 3
personeelsverloop. Ter verbetering hebben wij een ontwikkelingstraject voorgesteld, dat start met een ” crashgroep” en hopelijk eindigt in een expertgroep in de lijnorganisatie metronet. 3. Hoe evalueert u de betrokkenheid van de bestuurders van de gemeente en de Vervoerregio bij CBTC? a. Wij hebben het gevoel dat de afstand tussen bestuurders en de werkvloer (te) groot is. Op politiek niveau en programma-niveau uit men zich in welsprekende zinnen, maar de taal van de problemen op de werkvloer is een heel andere. Daardoor voelt men zich op de werkvloer niet altijd begrepen hetgeen naar onze observatie knaagt aan het werkplezier van de mannen en de vrouwen die voor het vuur staan. Daarom adviseren wij een periode van luisteren naar de werkvloer. Vraag de actieven (enkelen bekleden tot drie verschillende functies in de organisatie), de deskundigen en de verkeersleiders wat zij vinden van de boven geformuleerde voorstellen en of de geschetste ontwikkeling van opleidingsgroep naar ‘’crash’’groep , die eindigt in en expertgroep bij het GVB een verstandige weg is. b. Tot slot ware het te overwegen zelf actief storingen te melden op de website, met de verwachte hersteltermijn en de te bereiken verbetering. Bij de NZ-lijn had men daar goede ervaringen mee. Tenslotte raden wij af om het oude (ZUB) systeem) langer overeind te houden.
De aanwezigheid van ZUB als terugvaloptie kan er toe leiden, dat de volle inzet niet op CBTC is gericht.
Namens het CCC: Kees de Graaff Piet Grinwis Han Vrijling
Ondersteuning: Ingrid Koedood
Besproken in het CCC op 8 december 2021 en unaniem onderschreven.
4