CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

A - 09 Ruimtelijke Ordening (30) Bijlage 2 Advies delegatie mandaat adviesrecht Raad

RAAD 26 januari 2022, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Gebruikmaken van aanwijzingsbevoegdheden bij de Omgevingswet VN2021-0349391.630 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Advies delegatie/mandaat adviesrecht Raad Van

Ruimte en Duurzaamheid, E. J Hetebrij, e.j.hetebrij@amsterdam.nl Dienst Juridische Zaken, H. Nota, h.nota@amsterdam.nl

Datum Bijlagen

17 januari Bijlage 1. Advies bevoegdheden bestuurscommissies, Nauta Dutilh Bijlage 2. Bevoegdheden territoriale bestuurscommissies, de Greef, R.J.M.H.; Munneke, S.A.J.; Zijlstra, S.E.2013

Ls,

1. Naar verwachting treedt de Omgevingswet op 1 juli 2022 in werking. De omgevingsvergunning zoals we die nu kennen, wordt onder de Omgevingswet in een andere opzet voortgezet. Er komen bevoegdheden van de gemeenteraad over een bindend adviesrecht en verplichte participatie bij de omgevingsvergunning tot afwijking van het omgevingsplan. Het college krijgt de bevoegdheid om de uitgebreide procedure van toepassing te verklaren op de totstandkoming van een omgevingsvergunning tot afwijking van het omgevingsplan. 2. Op grond van artikel 16.15a aanhef lid a sub 1 Omgevingswet wordt de gemeenteraad als adviseur aangewezen als het gaat om een aanvraag om een omgevingsvergunning voor in door de gemeenteraad aangewezen gevallen van een buitenplanse omgevingsplanactiveit. Op basis van dit artikel wijst de gemeenteraad gevallen van een buitenplanse omgevingsactiviteit aan waarin hij als (bindend) adviseur optreedt. 3. Bij behandeling van een Raadsvoordracht “Verkennen gebruikmaken aanwijzingsbevoegdheden Omgevingswet bij de omgevingsvergunning tot afwijking van het omgevingsplan” zijn vragen gesteld met betrekking tot de overdraagbaarheid van dit adviesrecht naar de stadsdeelcommissies: 1. 2.

Kan de bevoegdheid tot het aanwijzen van gevallen worden gedelegeerd of gemandateerd aan de stadsdeelcommissie? Kan de uitoefening van de adviestaak vwb de aangewezen gevallen worden gedelegeerd of gemandateerd aan de stadsdeelcommissie?

4. Voor de beantwoording van deze vraag is de juridische status van de stadsdeelcommissie van belang. Op grond van artikel 23 van de (nieuwe) Verordening stadsdelen en stadsgebied Amsterdam 2022 is de stadsdeelcommissie een bestuurscommissie ingesteld door de raad. De raad is op grond van artikel 83 Gemeentewet bevoegdheid om een bestuurscommissie in te stellen. Op grond van artikel 156 lid 1 Gemeentewet kan de

Gemeente Amsterdam

Datum 14 januari 2022 Pagina 2 van 4

gemeenteraad bevoegdheden overdragen aan een door hem ingestelde bestuurscommissie, tenzij de aard van de bevoegdheid zich daartegen verzet. Onder 'overdracht van bevoegdheden', wordt hier delegatie bedoeld. 5. In 2013 zijn in relatie tot de Wet afschaffing deelgemeenten1 en ter voorbereiding op de opheffing van de stadsdeelraden en het instellen van territoriale bestuurscommissies in Amsterdam, nagenoeg dezelfde of in ieder geval vergelijkbare vragen gesteld. Hierover is vervolgens extern advies gevraagd aan hoogleraren aan de VU en aan de gemeenteadvocaat. Het ging toen om de mogelijkheid tot delegatie of mandaat van het vaststellen van bestemmingsplannen, uitwerkingsplannen, wijzigingsplannen (Wro) en projectafwijkingen en het aanwijzen van categorieën waarvoor een verklaring van geen bedenkingen niet nodig is bij een aanvraag om omgevingsvergunning die afwijkt van het bestemmingsplan (VVGB). 6. De nu voorliggende aanwijzingsbevoegdheid vervangt met de Omgevingswet de laatste genoemde VVGB. De raad kan straks middels een ‘aanwijzingsbesluit’ gevallen aanwijzen, waarbij hij een bindend adviesrecht heeft bij de aanvraag tot afwijking van het omgevingsplan. Als dit zogenoemde aanwijzingsbesluit door de raad is genomen, dan moet bij de aangewezen gevallen advies aan de raad worden gevraagd, welk advies door het college in acht genomen moet worden bij het besluit op de aanvraag.

7.

In 2013 luidde de conclusie van de gemeente advocaat2, dat de wijzigingsbevoegdheid, de uitwerkingsplicht en het nemen van een afwijkingsbesluit en het aanwijzen van categorieën van gevallen waarvoor een verklaring van geen bedenkingen niet is vereist, zich naar hun aard niet lijken te lenen voor (sub)delegatie aan een bestuurscommissie. Het is juridisch echter voorstelbaar dat met betrekking tot de Wabo afwijkingsbesluiten een uitzondering wordt gemaakt voor 'kleinere', nader te specificeren, projecten. Waarbij wel gelijk de kanttekeningen zijn geplaatst bij de praktische uitvoerbaarheid van het maken van een dergelijk onderscheid, aangezien het niet eenvoudig zal zijn een categorie van afwijkingsbesluiten zodanig te formuleren dat geen sprake is van strijdigheid met de bedoeling van de wetgever om bestuurscommissies enkel een voorbereidende en uitvoerende taak toe te kennen. Eerder had hadden de VU en Konijnenbelt3 in een advies al geconcludeerd dat het vaststellen van bestemmingsplannen moet worden aangemerkt als een besluit dat naar zijn aard niet kan worden gedelegeerd omdat daarvoor een brede belangenafweging, zoals hiervoor beschreven, is vereist.

1 Wet tot wijziging van de Gemeentewet en enige andere wetten in verband met het afschaffen van de

bevoegdheid van gemeentebesturen om deelgemeenten in te stellen 2 5009.5824 - Advies bevoegdheden bestuurscommissies, Nauta Dutilh 3 Bevoegdheden territoriale bestuurscommissies, de Greef, R.J.M.H.; Munneke, S.A.J.; Zijlstra, S.E. 2013

Gemeente Amsterdam

Datum 14 januari 2022 Pagina 3 van 4

8. De argumentatie hierbij was dat de gemeenteraad weliswaar de onder gemeentewet in beginsel bevoegdheden kan overdragen aan bestuurscommissies maar dat niet voldaan kan worden aan een belangrijke voorwaarde hierbij: dat de aard van de bevoegdheid zich daartegen niet verzet. 9. Belangrijke overwegingen hiertoe waren als volgt: De wetgever beschouwt een bestuurscommissie als een territoriaal, functioneel orgaan. Zij is, in tegenstelling tot een deelraad, geen algemeen vertegenwoordigend orgaan, zodat rechtstreekse verkiezingen op grond van artikel 4 van de Grondwet niet noodzakelijk zijn. Aan een bestuurscommissie kan volgens de wetgever niet de behartiging van een aanzienlijk deel van de belangen van een deel van de gemeente worden opgedragen. Het takenpakket van een dergelijke commissie kan dus nooit zo breed en algemeen zijn als dat van een deelgemeente, ofwel het mag geen 'brede belangenafweging' vergen. Onder een brede belangenafweging moet hier worden verstaan een afweging van de belangen die bij bovengenoemde ruimtelijke bevoegdheden zijn betrokken in relatie tot andere bevoegdheden in het ruimtelijk- en omgevingsdomein, zoals, zonder limitatief te zijn, die op grond van de Woningwet, de Huisvestingswet, de Wabo en de Wet milieubeheer.

Wel kan - en dat stelt de VU ook - een bestuurscommissie het college, dan wel de raad, voorzien van advies en ondersteuning bij het uitoefenen van dergelijke aan de raad dan wel het college toegekende bevoegdheden, zolang de raad of het college uiteindelijk formeel zelf het besluit neemt. 10. Daarbij werd ook bepaald dat vaststellen van bestemmingsplannen moet worden aangemerkt als een besluit dat naar zijn aard niet kan worden gedelegeerd omdat daarvoor een brede belangenafweging, zoals hiervoor beschreven, is vereist. Wij zijn van mening dat deze redenering in beginsel ook opgaat voor de bevoegdheid tot het nemen van Wabo afwijkingsbesluiten en voor het besluit van de raad om categorieën van gevallen aan te wijzen waarvoor een verklaring van geen bedenkingen niet is vereist. Dergelijke besluiten vergen in het kader van een goede ruimtelijke ordening vaak eenzelfde brede belangenafweging waartoe, zoals beschreven, een bestuurscommissie naar zijn aard niet bevoegd kan zijn. 11. De argumentatie ten aanzien van mandaat was niet anders. Naast delegatie kunnen bevoegdheden ook aan een bestuurscommissie gemandateerd worden. Anders dan bij delegatie gaat het bij mandaat om een bevoegdheidsuitoefening waarvoor het mandaterende bestuursorgaan verantwoordelijk blijft en waarover het dan ook de zeggenschap blijft houden.

Echter, ook voor mandaat geldt dat een bestuursorgaan geen mandaat kan verlenen indien de aard van de bevoegdheid zich daartegen verzet. Hoewel voor mandaatverlening meer ruimte wordt gezien dan voor delegatie lijkt mandaat zich evenmin goed te verdragen met de aard van de wijzigingsbevoegdheid en de 'grotere' afwijkingsbesluiten. Het betreffen, zoals gezegd, bevoegdheden die een brede belangenafweging vergen en een relatief grote beleidsvrijheid geven. Dit gaat verder dan de door de wetgever beoogde taakstelling aan de bestuurscommissies. 12. Mede op basis van deze adviezen werd indertijd ervoor gekozen om genoemde plannen bij de Raad te laten, alsmede de aanwijzingsbevoegdheid vvgb. De “grote”

Gemeente Amsterdam

Datum 14 januari 2022 Pagina 4 van 4

projectafwijkingsbesluiten bleven bij het college. Hierbij is wel voorzien in een adviesmogelijkheid voor de bestuurscommissies, juist ook vanuit waar zij voor zijn ingesteld: gebiedsgericht en de ogen en oren in het gebied. Ook bij de voorbereiding van de besluitvorming kregen de bestuurscommissies een belangrijke taak toebedeeld. 13. Voor wat betreft de mogelijkheid tot delegeren of mandateren van het adviesrecht van Raad aan de stadsdeelcommissies gelden dezelfde argumenten. Het adviesrecht wordt bij de Raad neergelegd, waarmee zij als hoogste bestuursorgaan als beste vanuit een brede belangenweging kan bepalen wanneer advies benodigd is en een advies kan geven. Deze bevoegdheid is sterk verbonden met de specifieke rol van de raad in dit kader. Het betreft hier een bevoegdheid die een brede belangenafweging vergt en een relatief grote beleidsvrijheid geeft. Dit gaat verder dan de door de wetgever beoogde taakstelling aan de bestuurscommissies en behoeft voorts democratische legitimatie. 14. Een stadsdeelcommissie zou dat bovendien ook alleen op niveau van gebied kunnen, en dan nog al snel haar eigen deelbelang niet kunnen wegen met het brede belang. Hierbij moet vooral in aanmerking genomen worden dat bij het aanwijzen een verwijzing zit naar al dan niet strijdigheid met specifieke stedelijke kaders.

Advisering hierop kan gelet op wat boven overwogen is alleen worden uitgeoefend door het bestuursorgaan dat deze kaders heeft vastgesteld. Hierbij wordt opgemerkt dat een oprekking van de categorieën tot waar de bestuurscommissies voor zijn ingesteld niet logisch zou zijn , aangezien de aanvragen dan al snel binnen de stedelijke kaders zouden vallen en dus al als stedelijk wenselijk kunnen worden gezien. 15. In lijn met de besluitvorming kan het goed zijn om ten aanzien van het adviesrecht aan te haken op de bestaande praktijk en een voorbereidende taak van de stadsdeelcommissies te koppelen aan de categorieën van gevallen waarbij advies gevraagd moet worden aan de Raad. Deze voorbereidende rol zou zoveel mogelijk belegd moeten worden bij de beoordeling van de aanvraag en afweging of er in strijd met het omgevingsplan en stedelijk kader medewerking wordt voorgesteld aan de Raad. Bij deze weging zou een rol van de stadsdeelcommissie een logische zijn. 16. De slotsom is dat de aard van de hierboven genoemde bevoegdheid zich niet goed lijkt te verhouden met het instrument van delegatie en mandaatverlening. Een rol van de stadsdeelcommissie zou gezocht moeten worden in de voorbereiding.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11067133/1