A - 08 Ruimtelijke Ordening (30) 5. Klaprozenbuurt bijlagen bij toelichting
Tekst van het document
75
7.3 Fietsverkeer Met name aan de randen van het plangebied worden aanpassingen gedaan in het fietsnetwerk, om de verschillende buurten in betere verbinding met elkaar te brengen. Hierbij is rekening gehouden met bestaand beleid over het fietsnetwerk. De aanpassingen in het fietsnetwerk op een rij: ■ Het fietspad parallel aan de Waterlandse Zeedijk komt op de getailleerde dijk te liggen. Er wordt óver de Kamperfoelieweg heen gestoken (ipv de huidige situatie met een fietstunnel onderlangs). ■ Er komt een nieuwe fietsroute vanaf de Landsmeerdijk richting Buiksloterham (parallel aan Zijkanaal I). ■ De Klaprozenweg krijgt aan twee zijden een fietsroute; grotendeels is dit nu al het geval. Aanpassingen in de fietsinfrastructuur op de brug over Zijkanaal I is geen onderdeel van project Klaprozenbuurt. ■ Aansluitend op de aanpassingen bij de kruising Kamperfoelieweg-Floraweg inclusief het entreeplein komen de fietsverbindingen hier ook anders te liggen. ■ De fietsroute aan de achterzijde van het oude politiebureau wordt doorgetrokken. ■ Er wordt een voet-fietspad-doorsteek gemaakt door het hart van de schooltuinen, om de Buiksloterham in betere verbinding te stellen met de Bloemenbuurt.
Fietsverkeer bestaand
Fietsverkeer nieuw
76
7.4 Autoverkeer De Klaprozenweg heeft conform stedelijk vastgesteld beleid de status van ‘plusnet’ auto en ‘plusnet’ OV. Zoals beschreven in het voorgaande hoofdstuk blijft het bestaand, recent opgeleverde wegprofiel gehandhaafd. De belangrijkste verkeerskundige aanpassing vindt, zoals beschreven, plaats bij de kruising Floraweg-Kamperfoelieweg. Vanaf het Mosplein richting het noorden wordt de route Mosplein-Klaprozenweg-Floraweg-Kamperfoelieweg de hoofdroute (ipv Mosplein-Kamperfoelieweg). De Bloemenbuurt krijgt een entreeplein met een rotonde. Behalve de Floraweg en de Klaprozenweg wordt het gehele gebied een 30-km zone. De belangrijkste aanpassingen in het bestaande stratenpatroon zijn: ■ Het opheffen van de Vuurwerkerweg en het versmallen van de Floraweg; ■ Het doortrekken van de Polijsterweg naar het noorden; ■ Het doortrekken van de Slijperweg naar het westen over de kavels van GVB en TenneT; ■ Het opheffen van de Metaalbewerkersweg;
Autoverkeer bestaand
Alle straten worden in principe twee-richtingsstraten. Bij het opstellen van het maaiveldontwerp voor het hele plangebied, na vaststelling van het investeringsbesluit, zal er ook een verkeerscirculatieplan worden opgesteld die de samenhang bekijkt tussen alle 30km wegen in het gebied en de Klaprozenweg en Floraweg. Hierdoor wordt meer inzicht gekregen in de effecten van de aansluitingen op de doorstroomcapaciteit van de Klaprozenweg en Floraweg, en het benodigde ruimtebeslag van de kruispunten. Ook worden de effecten van het rijden van de GVB bussen door de stadsbuurt in deze studie meegenomen.
Autoverkeer nieuw
77
7.5 Parkeren
Bij een woningprogramma van 2000 woningen en een 40-40-20 verdeling, betekent dit dat er 400 vrije sectorwoningen komen en dat er minimaal tussen de 120 en 240 parkeerplaatsen op eigen terrein moeten worden gerealiseerd voor de bewoners (uitgaande van een minimale grote van 30 m2 voor de vrije sector woningen).
Amsterdam autoluw De gemeente wil de stad bereikbaar en leefbaar houden met voldoende en aantrekkelijke openbare ruimte en meer ruimte voor de fietser en voetganger, spelende kinderen en groen. Met de verwachte groei van de stad (woningen, kantoren etc.) is het noodzakelijk dat Amsterdam grenzen stelt aan het aantal geparkeerde auto’s in de openbare ruimte.
De norm voor bezoekers van bewoners is 0,1 parkeerplaats per woning, deze parkeerplaatsen komen op maaiveld. Uitgaande van 2.000 woningen betekent dit dat er 200 bezoekersparkeerplaatsen in de openbare ruimte worden aangelegd (plus de parkeerplaatsen bij de woonboten). Het bezoekersparkeren wordt hoofdzakelijk via dwars parkeren geregeld, zodat er maar aan een kant van de straat geparkeerde auto’s staan.
Parkeren De Klaprozenbuurt wordt een zogenaamde ‘productieve wijk’ met bedrijven en voorzieningen op de begane grond en woningen erboven. Volgens de Nota Parkeernormen Auto, die op 29 november 2017 is vastgesteld door de gemeenteraad, worden in nieuwe situaties geen vergunningen voor parkeren op straat meer uitgegeven. Bewoners en werknemers van bedrijven dienen op eigen terrein te parkeren. Alleen voor bezoekers en laden/lossen worden parkeerplekken op straat gecreëerd, maar dat laatste kan ook inpandig of op eigen terrein. De toekomstige bewoners van de Klaprozenbuurt krijgen dus geen parkeervergunning of parkeerontheffing om in de openbare ruimte te parkeren. Op het moment van schrijven van de investeringsnota geldt er in het gehele projectgebied betaald parkeren met uitzondering van de strook langs de woonboten in Zijkanaal I. De verwachting is dat uiteindelijk ook hier betaald parkeren wordt ingevoerd. Aan de woonbootbewoners zullen, als uitzondering op bovenstaande regel, wel parkeervergunningen worden afgegeven.
Parkeernormen fiets Uitgangspunt is dat ook het fietsparkeren voor bewoners op eigen terrein wordt opgelost. Bij de uitwerking van de bouwplannen zal conform het Bouwbesluit 2012 aandacht worden besteed aan voldoende en goed bereikbare (fietsen) bergingen. De gemeente Amsterdam geeft de voorkeur aan een gezamenlijke fietsenstalling boven individuele fietsenbergingen (zie bouwbrief 2015-130). Hierbij moet ook voldoende ruimte gecreëerd worden voor bijzondere modellen, zoals bakfietsen en gemotoriseerde tweewielers. In de Nota Parkeernormen Fiets & Scooter zijn concrete normen in relatie tot woninggrootte en voorzieningen vastgesteld. Conform de Nota Parkeernormen Fiets en Scooter worden ook in de openbare ruimte de benodigde fietsparkeervoorzieningen gerealiseerd.
Parkeernormen auto Voor de Klaprozenbuurt geldt een maximum parkeernorm van 1 parkeerplaats per woning, de minimale parkeernorm verschilt per woningtype en functie. De parkeernormen voor woningen en bedrijven zijn weergegeven in onderstaande tabel: Soort woning
Oppervlakte woning Parkeernorm
sociale huur middeldure huur/koop vrije sector vrije sector vrije sector
n.v.t. n.v.t. < 30 m2 bvo 30 – 60 m2 bvo > 60 m2 bvo
Gebruikspppervlakte woning < 50 m2 50 – 75 m2 75 – 100 m2 100– 125 m2 > 125 m2
minimaal 0 pp per woning* minimaal 0 pp per woning minimaal 0,1 pp per woning minimaal 0,3 pp per woning Minimaal 0,6 pp per woning
Aantal fietsplekken 2 3 4 5 6
Benodigde interne berging Nvt 2,7 m2 2,7 m2 2,7 ,m2 2,7 m2
Tabel: Aantal fietsparkeerplekken per woning (in gezamenlijke berging)
Tabel: Minimale parkeernormen voor wonen
78
7.6 Openbare ruimte, profielen Voor de inrichting van de openbare ruimte zijn een aantal leidende principes gehanteerd: ■ Door de bouwblokken slim te schuiven zijn kleine openbare ruimten en pleinen geïntroduceerd (zie paragraaf 6.3). Deze dienen als ontmoetingsruimte voor de buurt. ■ Het groen wordt zo veel mogelijk de buurt in getrokken; bij de straten met productieve bedrijvigheid geldt dit in mindere mate (ivm de aard van deze bedrijfsvoering). ■ De leidraad Puccini wordt gehanteerd in de uitwerking. Dit is een menukaart voor keuzes in de materialisering. Het dijkpark geldt als verbijzondering. ■ Het parkeren wordt zoveel mogelijk aan de schaduwzijde (westkant) van de straat geregeld via dwars-parkeren. ■ Sport en spel is zoveel mogelijk terug te vinden in het Buiksloterdijkpark. Conform de Bewegende Stad nodigt de buurt uit tot beweging. Spelen
Bewegende stad In Amsterdam doet een op de drie volwassenen te weinig aan beweging en een kwart van de kinderen heeft overgewicht. Het stedelijk programma De Bewegende Stad wil daar verandering in aanbrengen. Een gezonde en groene leefomgeving is een randvoorwaarde voor een gezonde leefstijl. Klaprozenbuurt wordt een wijk waar de openbare ruimte uitnodigt tot bewegen. Onderdeel van het programma is ‘De Amsterdamse beweeglogica’, die een relatie legt tussen de inrichting van de stad en de keuze van mensen om te bewegen: ■ De bewegende stad geeft ruim baan aan de fietser en de voetganger. ■ In de bewegende stad is sport om de hoek. ■ In de bewegende stad is een speeltuin voor jong en oud.
7.7 Bovenwijkse nutsvoorzieningen In het westelijk deel van de kernzone bevinden zich een schakelstation van TenneT, een ontvangst- en verdeelstation van Gasunie/Liander en de busremise van GVB. Deze bovenwijkse nutsvoorzieningen brengen voor de transformatie van de Klaprozenbuurt extra randvoorwaarden, kosten en ook onzekerheden met zich mee. Daarom zal dit deelgebied in een latere fase worden uitgevoerd. Mogelijk is dan meer bekend over eventuele verplaatsing van de GVB-remise. In principe worden de bovengrondse stations ingepast door te comprimeren (Tennet), verplaatsen (Gasunie en Liander) of vooralsnog te handhaven (remise). Oostelijker bevindt zich een rioolgemaal van Waternet dat ook wordt gehandhaafd.
De Klaprozenbuurt wordt een buurt die uitnodigt tot bewegen. Het plan voldoet aan vrijwel alle bouwstenen van De Bewegende Stad. In het dijkpark krijgen sport en spel ruim baan, met een aantal voetbalvelden, natuurlijke speeltuinen en waterpartijen. De Klaprozenbuurt wordt autoluw en aantrekkelijk ingericht voor fietsers en voetgangers. Er komen ruimschoots langzaam verkeersverbindingen met omliggende wijken. De Kadoelerscheg is binnen handbereik voor een hardloopronde of een fietstocht naar Waterland. De buurt wordt toegankelijk ingericht voor ouderen en mindervaliden, zodat een levensloopbestendige wijk ontstaat.
Van en naar deze stations lopen grote transportleidingen door de Klaprozenbuurt, die gezien de kosten bij voorkeur worden ingepast maar deels ook zullen moeten worden verplaatst. De gemeente is (of gaat) met betreffende nutspartijen in overleg om de investeringen en kansen op korte en op middellange termijn te verkennen. Deze keuzes hangen sterk samen met de ondergrond en de wijze waarop die geschikt kan worden gemaakt voor de transformatie van het gebied (zie volgende paragraaf).
79
Profiel 1
Profiel 3
80 Profiel 4
Profiel 2
Profielen
Profiel 5
81
Gasontvangst/gasdrukregelstation en hogedrukleidingen van Gasunie en Liander Aan de Draaierweg bevindt zich een gasontvangststation van Gasunie en een gasdrukregelstation van Liander met aan- en afvoerleidingen onder hogedruk van 40bar, 8bar en 1bar. Deze blijven noodzakelijk in het landelijke netwerk dat pas in de komende 30 jaar wordt ontmanteld. Voor de ontwikkeling van de Klaprozenbuurt vormen deze stations en leidingen in toenemende mate een belemmering en zijn stap voor stap maatregelen nodig: ■ Gelet op de Externe Veiligheid en Milieuzoneringen wijst onderzoek door LBP Sight uit dat de huidige locatie en buistracés kunnen blijven liggen om het beoogde programma (exclusief basisscholen) mogelijk te maken. ■ De 40 bar leiding ter plaatse van de Gammakavel wordt, gelet op het Amsterdamse beleid voor Externe Veiligheid, verlegd voor de realisatie van de 1e basisschool in blok A4 (waar nu de Gamma zit). In overleg met Gasunie wordt een nieuw tracé bepaald. ■ Wat betreft de 40 bar leiding langs de Metaalbewerkerweg is het uitgangspunt dit tracé (evenals de TenneTkabel van 150kV en Drinkwaterleiding van 400mm) te handhaven in combinatie met (of onder) een omvangrijke waterberging die in dit gebied noodzakelijk is om regenwater te bufferen bij incidentele piekbuien (Rainproof).
■ De 40 bar leiding door de Vuurwerkerweg en Slijperweg kan pas komen te vervallen als de twee gasstations worden verplaatst. Tot die tijd beperkt het de mogelijkheden om de openbare ruimte (ondergronds en op maaiveld) in te richten of is tussentijds nog een verlegging noodzakelijk. In overleg met Liander en Gasunie wordt onderzocht of het dan niet voordeliger is om die verlegging al tegelijk met eerder genoemde verlegging vanwege de school uit te voeren, door middel van een rechtstreekse doorsteek onder de Draaierweg naar de hoofdleiding. Dan hoeft maar één keer een kostbaar afsluiterschema te worden aangelegd. ■ Ook de hogedrukleidingen van 1 bar en 8 bar hebben geen functie voor de Klaprozenbuurt maar kosten wel ruimte in de ondergrond en verhogen de verlegkosten in de bouwrijpfase van de betreffende straten. ■ In overleg met Gasunie, Liander en HHNK is binnen het plangebied de nieuwe locatie voor de gasstations gevonden. Na verplaatsing kan de ontwikkeling van het westelijk deel van het plangebied worden uitgevoerd.
Hoogspanningstracés (TenneT) De drie 150kV kabeltracés, die het schakelstation verbinden met een onderstation aan de Papaverweg, de Hemwegcentrale en een schakelstation aan de Hoogte Kadijk kunnen worden gehandhaafd. Rondom deze tracés geldt een belemmeringsvrije zone van respectievelijk 17, 17 en 7,2 meter en magneetveldzone. Ten noorden van het huidige schakelstation zal het station worden gecomprimeerd in twee gebouwen aan de noordkant. Omdat dit minder goed te combineren is met woningbouw wordt nog onderzocht of de werkplaats van GVB en de gasstations hier kunnen worden ingepast. Stadswarmteleiding Deze leiding loopt onder Vuurwerkweg en moet worden verlegd om de rooilijn van blok D te kunnen opschuiven. Transportleidingen Waternet Ten noorden van de Metaalbewerkerweg ligt, naast de 40bar leiding van Gasunie en de 150 kV kavel van TenneT, een drinkwaterleiding 500mm van Waternet. De inzet is om deze leiding niet te verplaatsen.
7.8 De ondergrond Hoewel de openbare ruimte bij huidig gebruik nog wel even mee kan, voldoet het niet aan het eindbeeld en wordt de impact op de ondergrond al snel groot zodra er nieuwe bewoners komen die van groen willen genieten, kunnen parkeren en aangesloten zijn op alle nutsvoorzieningen. Zodra het wegdek open gaat om bouwrijp te maken of een boom te planten, zal het grondwaterpeil stijgen en zijn maatregelen nodig om aan de ontwateringsnorm te voldoen. Integraal ophogen is een beproefde methode maar voor dit transformatiegebied ontstaan dan te grote hoogteverschillen met de omgeving en tussen oud- en nieuwbouw onderling. Daarom wordt bij voorkeur het grondwaterpeil verlaagd. Hiervoor moet de bovenste bodemlaag worden vervangen met doorlatend zand aangevuld met drains. Bij beide methodes (ophogen of grondwaterpeil verlagen) kunnen de nutsbedrijven genoodzaakt zijn om kabels en leidingen (die een maximale en minimale gronddekking nodig hebben) te verplaatsen. Gelet op de vele bovenwijkse leidingen kan dat in de Klaprozenbuurt ingrijpend en kostbaar zijn.
82
Bodemlaag
Dikte (m)
Bovenkant (m NAP)
Onderkant (m NAP)
Geohydrologie
Ophooglaag, puin, stortmateriaal, baggerslib
1,0 à 1,5
Maaiveld
0 à 0,5
Antropogene laag
Klei, siltig zand en veen
5à6
0 à 0,5
-5,5 à -6,0
Holocene wadafzettingen
4à5
-5,5 à -6,0
-10,5 à -11,0
Oude zeeklei
0,5 à 1
-10,5 à -11,0
-11,5 à -12,0
Basisveen
0,5 à 1
-11,5 à -12,0
-12,0 à -13,0
1e zandlaag
3à4
-12,0 à -13,0
-15,5 à -16,0
Alleröd klei
2à3
-15,5 à -16,0
-17,0 à -17,5
2e zandlaag
13 à 15
-17,0 à -17,5
-28,0 à -30,0
Eemklei
13 à 15
-30,0
Slecht doorlatende laag
1e watervoerend pakket
Slecht doorlatende laag
Schema bodemopbouw
De transformatie vraagt om een integrale aanpak van de bodem, het grond-,oppervlakte en regenwater en de kabels en leidingen, in relatie tot de ontwikkelstrategie van zelfrealisatie. Hierna worden de belangrijkste invalshoeken verkend in relatie tot het beleid en/of bevoegd gezag die randvoorwaardelijk zijn voor de ondergrond. Er zal gezocht worden – mogelijk per deelgebied- naar een optimum en de uitgangspunten voor dit investeringsbesluit benoemd.
In de tweede helft vorige eeuw is het gebied verder opgehoogd tot circa + 1,0 m NAP. In juni 1962 is het stratenplan met straatnamen vastgesteld en is het gebied in ongeveer een decennium in gebruik genomen met huidige verkaveling en bebouwing als bedrijventerrein van in totaal circa 43.000 m2 bvo. De antropogene laag van 1 à 1,50 m dik bestaat uit siltig zand en op diverse locaties is op ongeveer 1 meter onder maaiveld een dunne laag puinresten of slakhoudend zand aangetroffen wat wijst op de scheiding in bodemlagen tussen het einde van de periode als slibdepot en de ophoging tot bedrijfsgebied in de jaren zestig. Daaronder bevindt zich een holoceen pakket tot circa NAP -12 m à NAP 13 m, bestaande uit zand, klei en veenlagen. Onder het basisveen is voornamelijk pleistoceen zand (de 1e zandlaag) aanwezig tot een diepte van circa NAP -30,0 m.
Bestuurlijk ligt het plangebied geheel binnen de gemeente Amsterdam. Het plangebied valt onder de waterschappen Amstel, Gooi en Vecht (AGV) en Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier (HHNK). Rijkswaterstaat (RWS) is de beheerder van het Zijkanaal I dat ten westen van het plangebied ligt. Bodemopbouw De Klaprozenbuurt is onderdeel van de Buiksloterhampolder en is tot halverwege vorige eeuw grotendeels opgehoogd met havenslib. Er zijn diverse watergangen geweest die tegenwoordig allemaal zijn gedempt. Het meest westelijke deel (’t Landje) is een aanplemping van zijkanaal I en de noordelijke strook van het plangebied ter plaatse van de dijk is in de periode 1960-1969 opgehoogd met zand.
Bodemkwaliteit In het hele plangebied (uitgezonderd de zone rond de dijk) is de bodem tot maaiveldniveau verontreinigd en slecht doorlatend. Volgens de bodemkwaliteitskaart van de gemeente Amsterdam wordt het bedrijventerrein getypeerd als “> Industrie “. Deze classificatie betekent dat de verwachte algemene bodem-
83
Scenario
Effecten
0 – Huidige situatie, lekkende riolen
Grondwaterstand wordt beheerst door lekkende riolen, in delen van de buurt wordt de ontwateringsnorm niet gehaald
1 – Brede (>=20 m) cunetten, drainage (basisscenario)
Dankzij de brede cunetten en drainage is de ontwatering grotendeels voldoende. Er zullen ‘zwakke’ plekken zijn in onverharde gebieden en in straten waar geen drainage ligt.
2 – Smalle (=<10 m) cunetten, drainage
Afwateringcapaciteit van smalle cunetten is lager, vooral in ongedraineerde straten is de hogere grondwaterstand merkbaar.
3 – Brede cunetten, drainage, lage k (5 m/d i.p.v. 7 m/d)
Gering effect op de grondwaterstanden in vergelijking met Scenario 1
4 – Brede cunetten, geen drainage
Zonder drainage stijgen de grondwaterstanden in een groot deel van het gebied tot aan maaiveld, wat onacceptabel is.
5 – Brede cunetten, drainage, kelders (100%)
In de Klaprozenbuurt leidt aanleg van kelders tot een plaatselijke stijging van grondwaterstanden
6 – Smalle cunetten, drainage, kelders (onder 100% van de kavels)
Door het gecombineerde effect van kelders en smalle cunetten zijn de grondwaterstanden hoger dan in Scenario 2 of in Scenario 5, en wordt de ontwateringsnorm op meer locaties niet gehaald.
kwaliteit matig tot sterk verontreinigd is en dat eventueel vrijkomende grond niet zomaar overal kan worden toegepast. Verwijderen en afvoeren naar een verwerker is kostbaar en niet circulair. Om toch te voldoen aan de kwaliteit voor de nieuwe bestemming “wonen” zijn maatregelen nodig om contactrisico te vermijden. Dat kan bijvoorbeeld door het toepassen van een gesloten verharding en bebouwing (in feite de huidige situatie); door verwijderen van de grond en bouwen van een ondergrondse parkeergarage; door op te hogen met een leeflaag van schoon en doorlatend zand (0,5 meter in openbaar plantsoen en 1,0 meter in tuinen); of door het verwijderen van de bovenste grondlaag en vervangen met schoon en doorlatend zand (ook 0,5 resp. 1,0 meter).
geen contactrisico is onder een volledig bebouwde kavel. Om eventuele kelders te realiseren moet natuurlijk wel (verontreinigde) grond worden afgevoerd. Uiteraard is gericht bodemonderzoek voor iedere grondtransactie of bouwproject verplicht en kan een ernstig geval (spot) naar voren komen die eerst moet worden gesaneerd.
In de openbare ruimte moet contactrisico dus worden voorkomen door een leeflaag van minimaal 0,5 meter in plantsoenen of boomvakken en bij werkzaamheden in de ondergrond, zoals grondverzet en kabels en leidingen, door sanering of ARBO-protocol.
Grondwater De grondwaterzorgplicht vereist dat ontwikkelingen in het plangebied zowel tijdens uitvoering als in de eindsituatie geen verslechtering van de grondwatersituatie veroorzaken, ook niet voor naastgelegen gebieden. Conform gemeentelijke grondwaternorm (GRPA 2016-2021) is de minimale ontwateringsdiepte 0,5 m –mv en 0,9 m-mv daar waar bomen worden geplant. Naar verwachting wordt deze norm in 2021 bijgesteld naar 0,9 –mv. Volgens het stedenbouwkundig plan worden in vrijwel alle straten bomen geplant. Daarom is een ontwatering van minimaal 0,9 m uitgangspunt voor de transformatie van de Klaprozenbuurt.
Als bij de kavelontwikkeling geen tuinen in volle grond worden aangelegd zijn vanwege de classificatie “> Industrie “ geen aanvullende maatregelen nodig omdat er
Om dat te bereiken gaat de gemeente bij voorkeur uit van een integrale ophoging van het maaiveld met 1 meter. Echter voor de Klaprozenbuurt ligt dit niet voor de
84
hand omdat de gemeente vanwege zelfrealisatie geen sturing heeft op de kavelsgewijze voortgang en volgorde van de bouw van de kavels en het op juiste hoogte aansluiten. Omdat het maaiveld niet wezenlijk kan worden opgehoogd zal het grondwaterpeil worden verlaagd door middel van zandcunetten en drainage.
ve van andere projecten in het peilgebied, bijvoorbeeld de Buiksloterham. De nieuwe oever of insteekhaven wordt niet als zwemplek ingericht. De waterbodem in het IJ en de havens is op de meeste locaties sterk verontreinigd met zware metalen, PAK en minerale olie. Voor het slaan of trekken van palen, baggeren, dempen en het plaatsen van objecten in zijkanaal I gelden de voorschriften van Rijkswaterstaat en moet rekening worden gehouden met sanerende maatregelen om verspreiding van verontreiniging in de diepte tegen te gaan. Ontwikkelingen in het oppervlaktewater en aan de oevers zijn in veel gevallen watervergunningsplichtig of meldingsplichtig. Alle ontwikkelingen in Klaprozenbuurt moeten voldoen aan de eisen uit de Europese Kaderrichtlijn Water (KRW).
Om de grondwatersituatie te beoordelen en de invloed van maatregelen te kwantificeren is op basis van de plankaart versie 27-6-2019 een grondwatermodel opgezet (met softwarepakket MicroFEM) en meerdere scenario’s doorgerekend. De resultaten zijn in onderstaande tabel samengevat. Op basis van de modelstudie is de conclusie dat goed doorlatende cunetten noodzakelijk zijn aangevuld met een drain (aangelegd in een grindkoffer) om in de Klaprozenbuurt voldoende ontwateringsdiepte te realiseren. Daar waar bomen worden geplant zullen de cunetten dieper liggen tot NAP - 0,6 m en een minimale breedte van 5 m, ook voorzien van een drain in grindkoffer. Per straat zal in de vervolgfase een optimum worden uitgewerkt. Bij de aanleg van cunetten en drainage wordt rekening gehouden met mogelijke aanwezigheid van mobiele verontreinigingen, om verplaatsing te vermijden. Bij aanleg van kelders wordt voorgeschreven om grondwaterneutraal te bouwen, dat wil zeggen met voorzieningen die grondwater om, onder of door het obstakel geleiden. Ook ondoorlatende kadeconstructies kunnen een blokkade veroorzaken voor de afstroming van grondwater. Eventueel nieuw aan te brengen kadeconstructies worden dus waterdoorlatend gemaakt.
Waterveiligheid Het grootste gedeelte van het plangebied Klaprozenbuurt bevindt zich binnen dijkring 44. Het lager gelegen gebied ten noorden van de Klaprozenbuurt bevindt zich binnen dijkring 13. Daartussen, in de noordelijke rand van het plangebied, bevindt zich de Buiksloterdijk die sinds de jaren 70 is bedekt met een zandlichaam voor een tracé van een weg die er nooit gekomen is. Deze is onderdeel van de primaire waterkering “de Waterlandse Zeedijk”, die is aangemerkt als provinciaal monument. Dijkring 13 en de Waterlandse Zeedijk vallen onder het HHNK. Volgens artikel 3.2 van de Keur is het verboden om zonder watervergunning van het HHNK gebruik te maken van de Beschermingszones aan weerszijden van de dijk.
Oppervlaktewater Zijkanaal I en het Papaverkanaal ten zuiden van het plangebied maken deel uit van de Noordzeekanaalboezem. Waterbeheerder Rijkswaterstaat (RWS) onderhoudt hierin een streefpeil van NAP -0,4 m. Langs de oever van zijkanaal I ligt een aaneengesloten rij woonboten met tuinen. Vanuit de watervisie Amsterdam 2040 is het gewenst om de kades en oevers openbaar toegankelijk te maken om het water beleefbaar en zichtbaar te maken voor het publiek. Dit geldt zeker voor de Klaprozenbuurt en het aan te leggen dijkpark.
Conform het theoretisch dwarsprofiel in de Legger ligt de kruin van de dijk over een breedte van 30 meter op +0,5 m NAP. Het bestaande zandlichaam is tot +3,8 m NAP hoog. Om weer een dijk in oorspronkelijke proporties te realiseren kan er dus veel worden af gegraven. Onderzocht wordt of het nodig is om te wachten op afwaardering naar een regionale waterkering. Dit is aan de orde als de Lekdijk en de waterkering in IJmuiden zijn verbeterd (uiterlijk in 2050) waarmee het beschermingsniveau van dijkring 44 hoger wordt en de taak van een deel van dijkring 13 over neemt. Eventuele afwaardering van de waterkering heeft geen directe gevolgen voor de waterhuishouding in het plangebied.
In beide varianten voor het openbaar maken van de oever (zie hoofdstuk 6) wordt er extra water gegraven. De positieve waterbalans kan ingezet worden ten behoe-
Op sommige plaatsen is het maaiveldniveau iets lager dan +1 m NAP. Om aan te sluiten bij de ambitie van het waterschap AGV op het gebied van waterveiligheid
85
Rainproof Oplossingenkaart 62d Klaprozenbuurt
d a
c
b
Doel van de kaart: Deze kaart geeft een overzicht van globale oplossingen hoe het overtollige regenwater tijdens een wolkbreuk kan worden verwerkt. Bij iedere aanpassing in de openbare ruimte dient naar dit wensbeeld te worden toegewerkt. Algemeen: Voor een overzicht van gebieden met risico op overlast en schade bij een wolkbreuk raadpleeg de Rainproof Factsheet ...... Neem hiervoor contact op met assetbeheer van Waternet. Zij kunnen ook ondersteunen met locatie specifieke oplossingen. Legenda kaart: Mogelijke maatregelen te vinden op www.rainproof.nl/toolbox/maatregelen waterspreidende buurtstraten
(water bergen tussen stoepen, extra vergroenen, infiltreren indien mogelijk, drempels)
waterafvoerende straten
(geen obstructies, water tussen stoepen, in open goten en groenzones onder afschot afvoeren)
waterbergende straten (bergen in groen, onder parkeervlakken, in stoepen en tussen stoepen (niet op rijweg bij hoofdwegen)
waterbergend kansgebied (vergroenen, verdiepte maaiveld locaties)
watertegenhoudende drempel uitloop / overloop verzamel afvoerpunt buurt (meer) infiltratie wenselijk in zomer grens buurt grens hydrologische wijk gebouwen water Analyse van huidige Rainproof kenmerken: .... Fysieke Rainproof kenmerken: ....
0
25
50
Versie 1 - 17 oktober 2019
100
150
200 m
86 Waternet Databeheer - IB20190106
wordt een toekomstig maaiveldniveau van minimaal NAP+1,0 m nagestreefd, waarvoor plaatselijk geringe aanvullingen nodig zijn. Bij dit maaiveldniveau wordt dus een GHG nagestreefd tussen +0,1 m NAP en -0,4 m NAP (streefpeil oppervlaktewater). Hemelwater Waternet voert de gemeentelijke rioleringstaak uit namens de Gemeente Amsterdam. In nieuwe en her te ontwikkelen gebieden wordt over het algemeen aangestuurd op een gescheiden rioolstelsel, waarbij HWA-riool en DWA-riool worden aangelegd. Om verontreiniging van afstromend hemelwater, oppervlaktewater, grondwater en de waterbodem te voorkomen is het gebruik van uitlogende materialen ( PAK, lood, zink en koper) niet wordt toegestaan, conform de richtlijnen van Waternet/ AGV.
In de rode gebieden is het huidige maaiveld lager dan NAP +1,0 m (op basis van AHN3). De grijze gebieden zijn de contouren van de bebouwing.
Conform de doelstellingen van Amsterdam Rainproof en het GRPA 2016-2021 wordt de Klaprozenbuurt zodanig ontworpen dat een bui van 60 mm in 1 uur kan worden verwerkt zonder schade aan huizen en vitale infrastructuur te veroorzaken. Hierbij kan circa 20 mm in 1 uur worden verwerkt door het regenwaterriool en de andere 40 mm in de openbare ruimte. Voor verwerking van het (overtollige) hemelwater geldt conform de NBW (Nationaal Bestuursakkoord Water 2001 en NBW-actueel 2008) de drietrapsstrategie ‘vasthouden, bergen, afvoeren’. Deze drietrapsstrategie is verwerkt in een Rainproof oplossingenkaart. Op de oplossingenkaart is inzichtelijk gemaakt waar de kansen in het gebied liggen om water vast te houden of te bergen en waar het hemelwater naartoe kan worden afgevoerd. De Klaprozenbuurt is qua bodemopbouw geen geschikt gebied voor infiltratie. Voor de nieuw te ontwikkelen kavels wordt ervan uitgegaan dat geen hemelwater actief wordt geïnfiltreerd in de bodem (freatisch pakket). Dit wordt als voorwaarde in de bouwregels opgenomen. Op basis van de oppervlakten zijn de hoeveelheden te bergen water berekend. Hieruit blijkt dat een aanzienlijk deel van het oppervlak nodig is als bergingsruimte. Dit kan door dubbel gebruik, bijvoorbeeld een park, straat of parkeervak dat Toekomstige maaiveldhoogtes
87
88
Kabels en leidingen Zowel bij integrale ophoging als verlagen van het grondwaterpeil door middel van zandcunetten is het de vraag of kabels en leidingen kunnen blijven liggen. Er valt hierin wel wat te sturen maar het maaiveldontwerp en bouwfasering zijn hierin ook bepalend. Om toch een indicatie van de impact en kosten te geven, zijn alle bestaande kabels en leidingen geïnventariseerd op basis van Oriëntatiemeldingen in 2019. De volgende Kabel en Leiding Beheerders hebben assets in het plangebied: ■ Waternet Afvalwater (vrij-verval riolering en persleidingen); ■ Waternet Drinkwater; ■ Liander gas (hoge- en lagedruk); ■ Liander elektra (laag- en midden spanning); ■ Liander telecom; KPN;Tele2; Eurofiber; Reggefiber; Colt; A-Fiber; BT; RWS ■ TenneT ■ Gasunie ■ NUON-Warmte
bij extreme neerslag vol loopt als tijdelijke waterberging om in de uren daarna langzaam af te voeren. Dit zal in de (straat)profielen worden uitgewerkt bij het opstellen van het maaiveldontwerp. Er wordt dan ook gekeken naar mogelijkheden om de bergingsbehoefte te verdelen (tussen deelgebieden) of reduceren (door de HWA iets ruimer te dimensioneren waarbij een groter deel van (extreme) neerslag door het riool kan worden afgevoerd). Andere optie is om neerslag over maaiveld af te voeren naar het oppervlaktewater. In eerste instantie wordt per deelgebied bekeken of voldoende water kan worden geborgen, daarna kan worden doorgevoerd naar naastgelegen deelgebieden of het hele plangebied. Dit vindt plaats bij de civieltechnische uitwerking. Ter indicatie: om in de openbare ruimte van 150.000 m2 een bui van 60 mm/uur te verwerken is een berging nodig van 20.000 m2 à 60.000 m2, afhankelijk van de gekozen oplossingen. Dit is los van het regenwater dat tijdens die zelfde bui valt op de uitgeefbare kavels die samen ook 80.000 m2 bestrijken.” Momenteel is in Amsterdam een hemelwaterverordening in de maak, waarbij alle nieuw uit te geven kavels als waterneutrale kavels ingericht moeten worden. Dit betekent dat de kavels minimaal een bui van 60 millimeter (60 l/m2) moeten kunnen verwerken op eigen terrein.
De waterbergingsvoorziening moet na 60 uur weer leeg en beschikbaar zijn voor een volgende bui.
Naast het lokale ondergrondse distributienetwerk met huisaansluitingen bevinden zich ook (bovenwijkse) transportleidingen in het gebied. Deels liggen deze tamelijk apart maar in sommige straten komen alle smaken voor. De aanpak van kabels en leidingen is per deelgebied verschillend. ■ In de kernzone blijft het huidige stratenpatroon in grote lijnen ongewijzigd zodat geen dwang ontstaat wanneer de particuliere erfpachters of ontwikkelcombinaties hun bouwplannen uitvoeren en de verkaveling geen aanleiding is om het huidige distributienetwerk met huisaansluitingen te verleggen. Wel zal het gebied worden ontwikkeld naar de actuele maatstaven voor ontwatering, Rainproof en bodemkwaliteit en wordt de openbare ruimte opnieuw ingericht in afstemming op de nieuwe woon-werkfunctie. Dit kan er toe leiden dat nutsbedrijven hun infrastructuur toch tijdelijk of definitief in een ander tracé moeten leggen. Bovendien zullen nutsbedrijven de netwerkcapaciteit willen uitbreiden zodra het aantal aansluitingen toeneemt door verdichting in het gebied. ■ In het Buiksloterdijkpark kunnen verleggingen noodzakelijk zijn voor het realiseren van een park met waterberging, het herprofileren van de Waterlandse Zeedijk en omdat de Metaalbewerkerweg vervalt. Uitgangspunt is verleggingen te minimaliseren en hierop het maaiveldontwerp aan te passen.
■ In de Floraweg/Kamperfoelieweg kunnen verleggingen nodig zijn door aan-
Hemelwater geborgen op de kavels mag via geknepen afvoer (bovengronds) aan openbare ruimte worden afgevoerd met een maximaal debiet van 1 l/m2/uur (1 mm/uur). Deze eisen ten aanzien van particuliere hemelwaterverwerking worden opgenomen in een bouwregel / de kavelpaspoorten.
89
7.9 Nieuw over oud, uitgeefbaar terrein
bestaande situatie
90
91
7.10 Bezonning
21 maart 9:00 uur
21 juni 9:00 uur
92
21 maart 13:00 uur
21 maart 17:00 uur
21 juni 13:00 uur
21 juni 17:00 uur
93