A - 07 Zuidas en Marineterrein (19) 6. Zuidas-Vivaldi kavel 13, kavel voorma
Tekst van het document
Gebouwen moeten zijn voorzien van inpandige voorzieningen voor het gescheiden inzamelen van rest-, glas-, papier en karton-, plastic- en gf(t)afval; i. Met betrekking tot autoparkeervoorzieningen gelden de volgende bepalingen: 1. Parkeren is uitsluitend toegestaan in gebouwde ondergrondse parkeervoorzieningen; 2. De in- en uitrit van de parkeervoorziening mag niet direct worden ontsloten aan de westzijde van het Gemeente Amsterdam
blz. 14
bestemmingsvlak of rechtstreeks op de Domenico Scarlattilaan; 3. Een omgevingsvergunning voor bouwen wordt slechts verleend indien is voorzien in 104 autoparkeerplaatsen ten behoeve van de ten westen daarvan gelegen gronden met de bestemming Gemengd in het uitwerkingsplan 'Zuidas-Vivaldi eerste uitwerking' of zoveel minder autoparkeerplaatsen indien hiertoe een schriftelijk verzoek is ingediend door de erfpachter van diezelfde gronden; 4. Bij het verlenen van een omgevingsvergunning voor bouwen moet, naast het onder 3.2, onder j, onder 3 genoemde aantal parkeerplaatsen in overeenstemming met het geldende parkeerbeleid parkeergelegenheid worden gerealiseerd. Dit betekent dat wordt voldaan aan de normen in de beleidsregels die zijn vastgelegd in de Nota parkeernormen auto. Indien voornoemde beleidsregels gedurende de planperiode wijzigen, moet worden uitgegaan van de gewijzigde beleidsregels; 5. Het bepaalde onder 3 en 4, is niet van toepassing op parkeerplaatsen ten behoeve van kort parkeren in de vorm van wegbrengen en ophalen en taxistandplaatsen. j. Voor fietsparkeren gelden de volgende bepalingen: 1. Fietsparkeervoorzieningen dienen inpandig te worden gerealiseerd en kunnen zowel boven- als ondergronds worden gerealiseerd; 2. Het bovengronds realiseren van fietsparkeervoorzieningen is niet toegestaan aan de zijde van de Domenico Scarlattilaan; 3.
Bij het verlenen van een omgevingsvergunning voor bouwen moet voldoende parkeergelegenheid ten behoeve van fietsen worden gerealiseerd. Dit betekent dat wordt voldaan aan de normen in de beleidsregels die zijn vastgelegd in de Nota parkeernormen voor fietsen en scooters 2018. Indien voornoemde beleidsregels gedurende de planperiode wijzigen, moet worden uitgegaan van de gewijzigde beleidsregels. 3.3
Nadere eisen
a. Burgemeester en wethouders kunnen bij omgevingsvergunning, aan bouwplannen met een bouwhoogte van 30 meter of meer, ter voorkoming van overmatige windhinder, nadere eisen stellen ten aanzien van situering en vormgeving van bouwwerken. In dat kader kunnen burgemeester en wethouders tevens van een initiatiefnemer van een bouwplan verlangen een windtunnelonderzoek aan hen te overleggen; b. Burgemeester en wethouders kunnen bij omgevingsvergunning, indien advisering van de Regionale Brandweer daartoe aanleiding geeft en voor zover dat redelijkerwijs mogelijk is, nadere eisen stellen aan bouwplannen met betrekking tot de situering van vluchtwegen van de te vestigen bestemmingen ter vergroting van de zelfredzaamheid van gebruikers van de bouwwerken. c. Burgemeester en wethouders kunnen nadere eisen stellen aan (de constructie van) bouwplannen met betrekking tot het beperken van trillingshinder als gevolg van het treinverkeer op de geprojecteerde bebouwing. In dat kader kunnen burgemeester en wethouders tevens van de initiatiefnemer van een bouwplan verlangen een onderzoek naar trillingen als gevolg van het bestaande treinverkeer aan hen te overleggen. 3.4
Specifieke gebruiksregels
a. Voor de in lid 3.1 genoemde gronden geldt dat het bepaalde in artikel 9 in acht dient te worden genomen; b. Geluidgevoelige functies en gevoelige bestemmingen luchtkwaliteit zijn niet toegestaan; c. Voor de functies als bedoeld in artikel 3.1, onder a tot en met h, geldt een totaal maximum bvo van 30.000 m2. d. Voor de functie kantoor geldt een maximum bvo van 29.700 m2. e. Voor de functies als bedoeld in lid 3.1, onder b tot en met h gezamenlijk geldt een minimum bvo van 300 m2 en een maximum bvo van 2.000 m2 met inachtneming van de hierna volgende bepalingen; f. De functies als bedoeld in artikel 3.1, onder b tot en met h mogen uitsluitend worden gerealiseerd in de eerste bouwlaag, met uitzondering van horeca II welke functie ook is toegestaan in de bovenste bouwlaag van het gebouw; bestemmingsplan_Zuidas-Vivaldi k avel 13, kavel voormalig Drentestaete fase I en 2e partiële herziening (vastgesteld)
blz. 15
g. Voor horeca II geldt een maximum bvo van 1.000 m2; h. Voor consumentverzorgende, zakelijke dienstverlening en horeca III en IV geldt een maximum bvo van 250 m2 per vestiging; i. Voor horeca I geldt een maximum bvo van 100 m2 per vestiging; j. Met betrekking tot parkeren geldt dat de autoparkeerplaatsen als bedoeld in lid 3.2, onder h, onder 3 exclusief zijn bestemd voor de gebruikers van de ten westen hiervan gelegen gronden met de bestemming Gemengd in het uitwerkingsplan 'Zuidas-Vivaldi eerste uitwerking'.
Gemeente Amsterdam
blz. 16
Artikel 4 4.1
Kantoor - 2
Bestemmingsomschrijving
De voor Kantoor - 2 aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. b. c. d. e. f.
kantoren; horeca III en IV; maatschappelijke dienstverlening; consumentverzorgende dienstverlening; zakelijke dienstverlening; sportvoorzieningen;
met daarbij behorende g. nutsvoorzieningen h. wegen; i. voet- en fietspaden; j. warmte- en koudeopslag; k. parkeervoorzieningen, met daarbij behorende in- en uitritten; l. groenvoorzieningen; m. waterberging. 4.2
Bouwregels
Op en onder de in lid 4.1 genoemde gronden mag uitsluitend worden gebouwd ten dienste van de bestemming, met inachtneming van de volgende bepalingen: a. Gebouwen mogen uitsluitend binnen het bouwvlak worden gebouwd, met uitzondering van ondergrondse parkeervoorzieningen met daarbij behorende in- en uitritten; b. Voor gebouwen geldt een maximumbouwhoogte zoals op de verbeelding staat aangegeven; c. Ter plaatse van de 'specifieke bouwaanduiding-1' geldt dat de westzijde van het gebouw vanaf maximaal 21 meter bouwhoogte terugloopt naar minimaal 4,5 meter binnen de bouwgrens; d. Ter plaatse van de 'specifieke bouwaanduiding-1' geldt dat de noordzijde van het gebouw vanaf maximaal 21 meter bouwhoogte terugloopt naar minimaal 3,5 meter binnen de bouwgrens; e. Ter plaatse van de 'specifieke bouwaanduiding-2' geldt dat de oostzijde van het gebouw vanaf minimaal 60 meter bouwhoogte terugloopt naar minimaal 4,5 meter binnen de bouwgrens tot maximaal 86 meter bouwhoogte; f. Ter plaatse van de 'specifieke bouwaanduiding-2' geldt dat de zuidzijde van het gebouw vanaf minimaal 60 meter bouwhoogte terugloopt naar minimaal 3,5 meter binnen de bouwgrens tot maximaal 86 meter bouwhoogte; g. Voor overige bouwwerken geen gebouwen zijnde geldt een maximum bouwhoogte van 3 meter; h.
Voor gebouwen geldt dat daken tot 50 meter, waar niet voorzien van zonnepanelen of in gebruik als dakterras, voor 50% van het betreffende dakoppervlak dienen te worden voorzien van dakbegroeiing; i. Gebouwen dienen te voldoen aan de normen van de beoordelingsrichtlijn 'BREAAM-NL nieuwbouw en renovatie 2014 v2.0' op tenminste het kwaliteitsniveau excellent; j. Gebouwen moeten zijn voorzien van inpandige voorzieningen voor het gescheiden inzamelen van rest-, glas-, papier en karton-, plastic- en gf(t)afval; k. Autoparkeren is uitsluitend toegestaan in gebouwde ondergrondse parkeervoorzieningen; l. Voor fietsparkeren geldt dat bij het verlenen van een omgevingsvergunning voor bouwen in voldoende parkeergelegenheid ten behoeve van fietsen wordt voorzien. Dit betekent dat wordt voldaan aan de normen in de beleidsregels die zijn vastgelegd in de Nota parkeernormen voor fietsen en scooters 2018. Indien voornoemde beleidsregels gedurende de planperiode wijzigen, moet worden uitgegaan van de gewijzigde planregels. De parkeergelegenheid voor fietsen ten behoeve van de functies als bestemmingsplan_Zuidas-Vivaldi k avel 13, kavel voormalig Drentestaete fase I en 2e partiële herziening (vastgesteld)
blz. 17
bedoeld in 4.1, a tot en met f, zal inpandig op de gronden met de bestemming Kantoor - 3 worden gerealiseerd. 4.3
Nadere eisen
a. Burgemeester en wethouders kunnen, indien advisering van de Regionale Brandweer (veiligheidsregio) daartoe aanleiding geeft, nadere eisen stellen aan bouwplannen met betrekking tot de situering van vluchtwegen van de te vestigen bestemmingen ter vergroting van de zelfredzaamheid van gebruikers van de bouwwerken. b. Burgemeester en wethouders kunnen nadere eisen stellen aan bouwplannen met een bouwhoogte van 30 meter of meer met betrekking tot de plaatsing en vormgeving van bouwwerken ter voorkoming of beperking van windhinder. In dat kader kunnen burgemeester en wethouders tevens van een initiatiefnemer van een bouwplan verlangen een windtunnelonderzoek aan hen te overleggen. 4.4
Specifieke gebruiksregels
a. Voor de in lid 4.1 genoemde gronden geldt dat het bepaalde in artikel 9 in acht dient te worden genomen; b. Geluidgevoelige functies en gevoelige bestemmingen luchtkwaliteit zijn niet toegestaan; c. Voor de functies als bedoeld in artikel 4.1, onder a tot en met f geldt een totaal maximum van 22.000 m2 bvo met inachtneming van de volgende regels: 1. Voor kantoor geldt een maximum bvo van 21.500 m2; 2. Voor de functies als bedoeld in lid 4.1, onder b tot en met f geldt gezamenlijk met bestemming Kantoor - 3 een maximum bvo van 3.200 m2; 3. Voor de functies als bedoeld in lid 4.1, onder b tot en met f geldt een minimum bvo van 500 m2 in de eerste en tweede bouwlaag; 4. Voor de functies als bedoeld in artikel 4.1, onder c tot en met f geldt dat zij uitsluitend zijn toegestaan in de eerste vier bouwlagen; 5. Voor horeca III en IV geldt dat deze functies uitsluitend zijn toegestaan in de eerste vier bouwlagen en de bovenste twee bouwlagen, inclusief het dak.
Gemeente Amsterdam
blz. 18
Artikel 5 5.1
Kantoor - 3
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Kantoor - 3' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. b. c. d. e. f. g.
parkeervoorzieningen ten behoeve van fietsen en scooters; kantoren; horeca III en IV; maatschappelijke dienstverlening; consumentverzorgende dienstverlening; zakelijke dienstverlening; sportvoorzieningen.
met daarbij behorende: h. nutsvoorzieningen; i. in- en uitgangen ten behoeve van de parkeervoorzieningen; j. groenvoorzieningen; 5.2
Bouwregels
Op en onder de in de in lid 5.1 genoemde gronden mag uitsluitend worden gebouwd ten dienste van de bestemming met in achtneming van de volgende regels: a. Gebouwen mogen uitsluitend binnen het bouwvlak worden gebouwd; b. Voor gebouwen geldt een maximum bouwhoogte zoals op de verbeelding staat aangegeven. c. De in- en uitgang van de parkeervoorziening voor fietsen en scooters mag niet direct worden ontsloten op de Domenico Scarlattilaan; d. Ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - 1' is bebouwing toegestaan uitsluitend ten behoeve van een aansluiting van het gebouw op de bestaande bebouwing met de bestemming Kantoor-2 als bedoeld in bestemmingsplan 'Zuidas-Vivaldi', zoals op de verbeelding staat aangegeven; e. Voor bouwwerken, geen gebouwen zijnde geldt een maximale bouwhoogte van 3 meter; f. Bij het verlenen van een omgevingsvergunning voor bouwen moet voldoende parkeergelegenheid ten behoeve van fietsen worden gerealiseerd ten behoeve van de functies op de gronden als bedoeld in lid 4.1 a tot en met f en lid 5.1 b tot en met g. Dit betekent dat wordt voldaan aan de normen in de beleidsregels die zijn vastgelegd in de Nota parkeernormen voor fietsen en scooters 2018. Indien voornoemde beleidsregels gedurende de planperiode wijzigen, moet worden uitgegaan van de gewijzigde planregels. 5.3
Specifieke gebruiksregels
Voor de in lid 5.1 genoemde gronden gelden de volgende gebruiksregels: a. Het parkeren van fietsen en scooters is uitsluitend toegestaan in de eerste, tweede en derde bouwlaag; b. Voor de functies als bedoeld in 5.1, onder b tot en met g geldt binnen de bestemming Kantoor - 3 een maximum bvo van 700 m2; c. Voor de functies als bedoeld in lid 5.1, onder c tot en met g, geldt gezamenlijk met bestemming Kantoor - 2 een maximum bvo van 3.200 m2.
bestemmingsplan_Zuidas-Vivaldi k avel 13, kavel voormalig Drentestaete fase I en 2e partiële herziening (vastgesteld)
blz. 19
Artikel 6
Verkeer
De regels van de bestemming Verkeer - 2 van het bestemmingsplan Zuidas-Vivaldi van 22 juni 2016 en Zuidas-Ravel van 13 juli 2016 worden gewijzigd en vervangen door onderstaande regels, alleen voor zover betrekking hebbend op de gronden binnen de bestemming Verkeer zoals op de verbeelding staat aangegeven. 6.1
Bestemmingsomschrijving
De voor Verkeer aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. b. c. d.
straten en wegen; ondergrondse parkeervoorzieningen, alsmede in- en uitritten; voet- en fietspaden; nutsvoorzieningen;
met daarbij behorende: a. groenvoorzieningen; b. andere bijbehorende verkeerskundige voorzieningen. 6.2
Bouwregels
a. Op en onder de in lid 6.1 genoemde gronden mogen uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde, worden gebouwd ten dienste van de bestemming, met een maximum bouwhoogte van 3 meter. b. Ter plaatse van de functieaanduiding 'parkeergarage' zijn uitsluitend ondergrondse parkeervoorzieningen toegestaan met een maximale diepte van twee bouwlagen. 6.3
Specifieke gebruiksregels
a. Voor de in lid 6.1 genoemde gronden geldt dat het bepaalde in artikel 9 in acht dient te worden genomen; b. Voor ondergronds parkeren geldt dat het maximum aantal parkeerplaatsen zoals bepaald in artikel 12.1 in acht dient te worden genomen; c. Voor rijwegen geldt een maximum snelheid van 30 km/uur; d. Het maximum aantal rijstroken: 2.
Gemeente Amsterdam
blz. 20
Hoofdstuk 3 Artikel 7
Algemene regels Anti-dubbeltelregel
Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.
bestemmingsplan_Zuidas-Vivaldi k avel 13, kavel voormalig Drentestaete fase I en 2e partiële herziening (vastgesteld)
blz. 21
Artikel 8
Algemene bouwregels
1. Het is toegestaan de in dit plan aangegeven bouwvlak- en/of bestemmingsgrenzen, met uitzondering van de bouwhoogte, te overschrijden ten behoeve van: a. stoepen, stoeptreden, funderingen, plinten, kozijnen, standleidingen voor hemelwater, gevelversieringen, wanden van ventilatiekanalen, schoorstenen en dergelijke delen van gebouwen, mits de overschrijding niet meer bedraagt dan 0,2 meter; b. gevelaccenten, gevel- en kroonlijsten, pilasters, overstekende daken, erkers, balkons en dergelijke delen van gebouwen, mits de overschrijding niet meer bedraagt dan 1,5 meter en deze werken niet lager gelegen zijn dan 9 meter boven een rijweg of boven een strook ter breedte van 1,5 meter langs een rijweg danwel boven een rijwielpad en danwel boven een voetpad, voor zover dit rijwielpad of voetpad geen deel uitmaakt van de bedoelde strook van 1,5 meter.
Gemeente Amsterdam
blz. 22
Artikel 9
Algemene gebruiksregels
a. De functies als bedoeld in dit bestemmingsplan zijn uitsluitend toegestaan voor zover deze vallen onder categorie 1 en 2 in de van deze regels deel uitmakende Staat van Inrichtingen; b. Onder verboden gebruik als bedoeld in artikel 2.1, lid 1, onder c van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht wordt in elk geval begrepen het gebruik van gronden en bebouwing ten dienste van: 1. inrichtingen als aangewezen in bijlage I, onderdeel D van het Besluit omgevingsrecht; 2. de functies als bedoeld in lid 3.1 van artikel 3 voor zover deze in de van deze regels deel uitmakende Staat van Inrichtingen vallen in milieuhindercategorie hoger dan 2; 3. het gebruik van gronden en bebouwing ten behoeve van automatenhallen, seksinrichtingen, raamresp. straatprostitutie en prostitutiebedrijven, telefoneerinrichtingen of belhuis, geldwisselkantoren, smartshops en internetcafés; 4. de opslag en/of stalling van kampeermiddelen, voer- of vaartuigen, schroot, afbraak- en bouwmaterialen, grond en bodemspecie, puin- en vuilstortingen, en aan hun gebruik onttrokken machines, het gebruik van water en aangrenzende gronden ten behoeve van woonboten en andere vaartuigen, behoudens gebruik dat strekt tot realisering van de bestemming en gebruik dat voortvloeit uit het normale dagelijkse gebruik en onderhoud dat ingevolge de bestemming is toegestaan; 9.1
Afwijken van de algemene gebruiksregels
Burgemeester en wethouders zijn bevoegd om bij omgevingsvergunning af te wijken van het bepaalde in artikel 9, sub b en onder 2, ten behoeve van het gebruik van gronden en bebouwing ten behoeve van een functie die: 1. niet in de Staat van Inrichtingen voorkomt en in vergelijking met bedrijven die vallen onder de categorieën 1 en 2 geen blijvende, onevenredige afbreuk doet aan het woon- en leefmilieu; 2. in de Staat van Inrichtingen valt onder één of meer categorieën hoger dan toegestaan, mits het desbetreffende bedrijf in vergelijking met bedrijven die vallen onder de categorieën 1 en 2 geen blijvende, onevenredige afbreuk doet aan het woon- en leefmilieu; 3. na uitbreiding, wijziging of aanpassing in de Staat van Inrichtingen valt onder één of meer categorieën dan toegestaan, mits de uitbreiding, wijziging of aanpassing niet tot gevolg heeft, dat het bedrijf in vergelijking met bedrijven die vallen onder de categorieën 1 en 2, blijvende, onevenredige afbreuk doet aan het woon- en leefmilieu.
bestemmingsplan_Zuidas-Vivaldi k avel 13, kavel voormalig Drentestaete fase I en 2e partiële herziening (vastgesteld)
blz. 23
Artikel 10
Algemene afwijkingsregels
1. Indien niet op grond van een andere bepaling van deze regels omgevingsvergunning om af te wijken van de bouw- dan wel gebruiksregels kan worden verleend, zijn burgemeester en wethouders bevoegd omgevingsvergunning te verlenen om af te wijken van de desbetreffende regels van dit bestemmingsplan met dien verstande dat: 2. gebouwen ten behoeve van nutsvoorzieningen en elektriciteitsvoorzieningen kunnen worden toegestaan met een maximale bouwhoogte van 6 meter, gemeten vanaf maaiveld, en een maximale brutovloeroppervlakte van 25 m²; 3. bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zoals gedenktekens, plastieken, straatmeubilair, vrijstaande muren, keermuren, trapconstructies, bebouwing ten behoeve van al dan niet ondergrondse afvalopslag, geluidwerende voorzieningen, steigers, duikers en andere waterstaatkundige werken worden toegestaan; 4. geringe afwijkingen worden toegestaan welke in het belang zijn van een ruimtelijke en/of technisch beter verantwoorde plaatsing van bouwwerken, wegen en anderszins, of welke noodzakelijk zijn in verband met de werkelijke toestand van het terrein, mits de afwijking in situering niet meer bedraagt dan 1 meter.
Gemeente Amsterdam
blz. 24
Artikel 11
Algemene procedureregels
Burgemeester en wethouders nemen bij het stellen van nadere eisen als bedoeld in artikel 3.3, lid 4.3, de volgende regels in acht: a. Burgemeester en wethouders leggen het ontwerp van de te stellen nadere eis, met de daarop betrekking hebbende stukken die redelijkerwijs nodig zijn voor een beoordeling van het ontwerp ter inzage; b. Voorafgaand aan de terinzagelegging geven burgemeester en wethouders in een of meer dag-, nieuws-, of huis-aan-huisbladen of op andere geschikte wijze kennis van het ontwerp, volstaan kan worden met het vermelden van de zakelijke inhoud; c. Belanghebbenden kunnen bij burgemeester en wethouders naar keuze schriftelijk of mondeling hun zienswijze over de ontwerp naar voren brengen; d. De termijn voor het naar voren brengen van zienswijzen als bedoeld in het voorgaande lid bedraagt twee weken, welke termijn aanvangt met ingang van de dag waarop het ontwerp ter inzage is gelegd.
bestemmingsplan_Zuidas-Vivaldi k avel 13, kavel voormalig Drentestaete fase I en 2e partiële herziening (vastgesteld)
blz. 25
Artikel 12 12.1
Overige regels
Parkeren (artikel 2)
De regels van de bestemming Kantoor-1 van het bestemmingsplan Zuidas-Vivaldi partiële herziening van 10 mei 2017 worden gewijzigd zoals hierna is aangegeven. Behoudens onderstaande wijziging en voor zover betrekking hebbend op de gronden binnen de verbeelding van deze tweede herziening, blijven de overige regels van artikel 2 van Zuidas-Vivaldi partiële herziening ongewijzigd van toepassing. De tekst in lid 2.3 onder b en d komt te vervallen, voor de gronden binnen deze herziening en wordt in dit bestemmingsplan vervangen door het volgende lid: a. Ten aanzien van de adressen Barbara Strozzilaan 101-125 en 201-229 in relatie tot de 21.400 m2 bvo aanwezige bestaande kantoorbebouwing en het programma binnen de gronden met de bestemming Kantoor - 2 en Kantoor - 3 geldt een maximum aantal parkeerplaatsen van 238; b. Het bepaalde in lid 12.1 onder a geldt ongeacht de normen in de Nota parkeernormen auto en ongeacht een wijziging van voornoemde beleidsregels gedurende de planperiode.
Gemeente Amsterdam
blz. 26
Hoofdstuk 4 Artikel 13 13.1
Overgangs- en slotregels Overgangsrecht
Overgangsrecht bouwwerken
a. Een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan aanwezig of in uitvoering is, dan wel gebouwd kan worden krachtens een omgevingsvergunning voor het bouwen, en afwijkt van het plan, mag, mits deze afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot, 1. gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd; 2. na het teniet gaan ten gevolge van een calamiteit geheel worden vernieuwd of veranderd, mits de aanvraag van de omgevingsvergunning voor het bouwen wordt gedaan binnen twee jaar na de dag waarop het bouwwerk is teniet gegaan. b. Burgemeester en wethouders kunnen eenmalig in afwijking van het gestelde onder a een omgevingsvergunning verlenen voor het vergroten van de inhoud van een bouwwerk als bedoeld onder a met maximaal 10%. c. Het gestelde onder a is niet van toepassing op bouwwerken die weliswaar bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan, maar zijn gebouwd zonder vergunning en in strijd met het daarvoor geldende plan, daaronder begrepen de overgangsbepaling van dat plan. 13.2
Overgangsrecht gebruik
a. Het gebruik van grond en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet. b. Het is verboden het met het bestemmingsplan strijdige gebruik, bedoeld onder a, te veranderen of te laten veranderen in een ander met dat plan strijdig gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind. c. Indien het gebruik, bedoeld onder a, na het tijdstip van inwerkingtreding van het plan voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten. d. Het gestelde onder a is niet van toepassing op het gebruik dat reeds in strijd was met het voorheen geldende bestemmingsplan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan.
bestemmingsplan_Zuidas-Vivaldi k avel 13, kavel voormalig Drentestaete fase I en 2e partiële herziening (vastgesteld)
blz. 27
Artikel 14
Slotregel
Deze regels worden aangehaald als: Regels van het bestemmingsplan 'Zuidas-Vivaldi kavel 13, kavel voormalig Drentestaete fase I en 2e partiële herziening'.
Gemeente Amsterdam