A - 06 Volkshuisvesting (43) Stadsdeeladviezen compleet
Tekst van het document
Bij renovatie of sloop worden huishoudens met inwonende kinderen van 18 tot 23 jaar gedwongen te verhuizen, maar krijgt het verhuizende huishouden een woning aangeboden die past bij een kleiner huishouden, omdat de 18 – 23-jarigen niet tot het huishouden gerekend worden. Het voorstel is daarom om inwonende kinderen van 18 tot 23 jaar mee te tellen met het huishouden (conform de wens van de corporaties en huurders). Inwonende kinderen worden in dit voorstel alleen tot het huishouden gerekend indien zij voorafgaand aan de afgifte van de peildatum langer dan vijf jaar onafgebroken ingeschreven hebben gestaan op het adres van de huurder die een stadsvernieuwingsurgentie verkrijgt en daar ook feitelijk gewoond hebben. Daarmee wordt beoogd te voorkomen dat de regeling op oneigenlijke wijze gebruikt wordt door huurders die een grotere woning toegewezen wensen te krijgen zonder dat hun gezinsomvang dat rechtvaardigt. - Economisch daklozen toevoegen als nieuwe urgentiecategorie; In het Bestuurlijk Thematisch Team Huisvesting Kwetsbare Groepen van 12 januari 2023 is een akkoord gegeven om urgentiecriteria te ontwerpen voor de meest kwetsbare economisch daklozen zodat zij onder het Programma Huisvesting Kwetsbare Groepen (PHKG) komen te vallen.
Het betreft een groep economisch daklozen die geen toegang krijgt tot de Maatschappelijke Opvang (MO), maar ook na het aanbod in de keten van economisch daklozen van tijdelijk wonen en ondersteuning onvoldoende stappen zet en soms zelfs verslechtert. Ze zijn kwetsbaar, maar kunnen wel op korte termijn zelfstandig wonen, als ze lichte maar op hun situatie toegesneden langduriger ondersteuning kunnen krijgen. Veelal is voor psychologische hulp zoals traumaverwerking een stabiele woonsituatie een voorwaarde van de behandelaar. Het voorstel is om deze urgentiegroep toe te voegen aan de verordening en op jaarbasis circa 30 mensen die deel uitmaken van deze groep urgentie toe te kennen. Dit voorstel is afgestemd met het Stedelijk Team Economisch Daklozen (STED) van de Regenboog Groep (DRG) en HVO Querido Passantenhotel en pensions (HVO Q). Dit zijn ook de partijen die de meest kwetsbare economisch daklozen voordragen voor urgentie. Zij
Registratienummer Z17-81484 / 2605 Pagina 2 van 14
hebben de kennis en kunde om in te kunnen schatten wie er voor deze urgentie in aanmerking komt. Dit voorstel is ook in concept opgenomen in de Amsterdamse Aanpak Volkshuisvesting (AAV). - Regels over woning weigeren ook laten gelden voor MO/BW; In de Huisvestingsverordening en de Nadere regels urgenties is opgenomen dat een urgentieaanvraag wordt geweigerd als de aanvrager een urgentieverklaring had die minder dan twee jaar geleden werd ingetrokken. Een urgentieverklaring wordt bijvoorbeeld ingetrokken wanneer de urgentiehouder een passende woonruimte heeft geweigerd. Hoewel de Centrale Toegang Maatschappelijke Opvang (CTMO) en de zorgaanbieders veronderstelden dat deze weigeringsgrond ook gold voor urgenten die uitstromen uit de maatschappelijke opvang of beschermd wonen, is dat niet zo geregeld in de Huisvestingsverordening. Zij hebben daarom verzocht om de verordening hierop aan te passen. De vrees bij de CTMO is dat cliënten veel vaker woningen zullen weigeren wanneer bekend wordt dat een weigering geen consequenties heeft. Het voorstel is nu ook voor de groep die uitstroomt uit de maatschappelijke opvang of beschermd wonen geldt dat een urgentieaanvraag wordt geweigerd als de aanvrager een urgentieverklaring had die minder dan twee jaar geleden werd ingetrokken.
- Voorrangsregeling voor Driemonders in Weesp; Per 1 januari 2023 is vanwege de fusie met Weesp een voorrangsregeling vastgesteld waarbij de bewoners van Weesp voorrang hebben op 60% van het vrijkomende aanbod van corporatiewoningen. Voor Driemond werd voorgesteld om de stadsdeelvoorrang te behouden in het stadsdeel Zuidoost. Dit was niet in lijn met het advies van de bestuurscommissie van Weesp. In de raadsvergadering van 30 november 2022 heeft de raad motie 521.22 Onderzoek voorrang Driemond bij stadsgebied Weesp aangenomen. Deze motie is in de raadsbrief ‘Amsterdamse Aanpak Volkshuisvesting vrijgegeven voor inspraak’ d.d. 13 februari 2023 afgedaan, waarbij woningzoekenden uit Driemond stadsdeelvoorrang krijgen op aangewezen nieuwbouwcomplexen in het stadsgebied Weesp. Het college kiest er echter bij nader inzien voor om de voorrangsregeling voor Weesper woningzoekenden gelijk te trekken voor het hele stadsgebied Weesp, inclusief Driemond, gezien de sterke wens van de bestuurscommissie om alle bewoners binnen het stadsgebied Weesp gelijk te behandelen en omdat Driemonders veelal aangewezen zijn op voorzieningen in Weesp.
- Jongerenvoorrang alleen van toepassing op een deel van de vrijkomende woningen; De voorrang voor Amsterdamse jongeren is al sinds 1 januari 2021 opgenomen in de Huisvestingsverordening van Amsterdam en deze voorrang wordt sinds september 2022 uitgevoerd in WoningNet. De bindingseis van de voorrang is gebaseerd op artikel 14 van de Huisvestingswet waarin staat opgenomen dat iemand binding heeft met een gemeente als die persoon in de afgelopen 10 jaar ten minste 6 jaar aaneengesloten in die gemeente heeft gewoond. Na invoering van de voorrang bleek dat veel jongeren die wel degelijk een lang Amsterdams woonverleden hebben met deze bindingsdefinitie toch worden uitgesloten van de regeling. Omdat de voorrang geldt voor het volledige aanbod van jongerenwoningen in WoningNet, komen jongeren die niet voldoen aan de bindingseis helemaal niet meer in aanmerking voor een jongerenwoning. Het gaat bijvoorbeeld om jongeren die al hun hele leven in Amsterdam wonen, maar vanwege hun studie een aantal maanden uitgeschreven waren. Daarom is op 13 juli 2022 aan de gemeenteraad toegezegd om schriftelijk terug te komen op welke mogelijkheden er zijn om van de bindingsdefinitie uit de Huisvestingswet af te wijken. Na verkenning is gebleken dat het juridisch niet mogelijk is om af te wijken van de bindingseis zoals deze is geformuleerd in de Huisvestingswet.
In de consultatiereactie van de gemeente Amsterdam op de wijzigingen van de Huisvestingswet is aangegeven dat we graag meer ruimte zouden willen om het begrip ‘binding’ zelf in te vullen. Dit voorstel is vooralsnog niet overgenomen door BZK. Daarnaast kost het alsnog maken van uitzonderingen voor individuele gevallen capaciteit waar geen rekening mee is gehouden bij het ontwerpen van de regeling. Daarom is het voorstel om de voorrang voor Amsterdamse jongeren maar op een deel van het vrijkomende aanbod op WoningNet toe te passen. Hierdoor blijft een deel van de jongerenwoningen nog steeds beschikbaar voor regulier woningzoekende jongeren zonder binding met Amsterdam. Om het voor de corporaties werkbaar te houden, is het voorstel om een bandbreedte te hanteren en de voorrang voor Amsterdamse jongeren toe te passen op 30% tot 50% van de vrijkomende jongerenwoningen. We monitoren met de corporaties of de voorrang niet te veel of te weinig wordt toegepast. Registratienummer Z17-81484 / 2605 Pagina 3 van 14
Hoewel er geen mogelijkheden zijn om af te wijken van de bindingsdefinitie die wordt opgelegd in de Huisvestingswet, wordt met dit voorstel wel meer ruimte geboden voor jongeren die niet aan de bindingsdefinitie voldoen. b. Woonruimtevoorraad - Afroming B&B quota met 30% per wijk (met dit voorstel wordt motie 551 afgehandeld); Aanleiding De wens om het quotum B&B te verlagen is opgenomen als doelstelling in de concept- Amsterdamse Aanpak Volkshuisvesting, als maatregel in het kader van de Verordening op het toerisme in balans en vastgelegd in de motie 551 waarbij het college verzocht wordt een onderzoek te starten naar de beperking van het ongebruikte quotum B&B in de gehele stad en daarbij de mogelijkheid te onderzoeken geen nieuwe vergunningen B&B meer te verlenen. Juridische kaders Binnen de juridische kaders is onderzocht of er mogelijkheden zijn om de quota aan te passen. Van belang daarbij is vooral de Europese Dienstenrichtlijn omdat een dienst als het verhuren van woonruimte alleen beperkt mag worden als de opgelegde beperking niet discriminerend is en tevens gerechtvaardigd (noodzakelijk) en evenredig (proportioneel) is. Daarnaast moet toetreding tot de markt door nieuwe aanbieders mogelijk blijven. Een nadere analyse van de juridische risico’s leest u in de juridische bijlage.
Voorstel Het college stelt voor om in alle wijken de B&B quota te verminderen met 30%, met dien verstande dat in wijken waar dit zou leiden tot een lager quotum dan het aantal reeds verleende en nog in aanvraag zijnde vergunningen, het quotum wordt vastgesteld op het aantal verleende en nog in aanvraag zijnde vergunningen. Dit heeft een sterk matigend effect op juist die wijken waar B&B’s al veel aanwezig zijn. In 43 wijken waar nu al veel B&B-vergunningen zijn verleend in verhouding tot het nu geldende quotum, worden geen nieuwe vergunningen B&B meer verleend tenzij er in die wijken ruimte vrijvalt door het intrekken van bestaande vergunningen. Zo wordt in stadsdeel Centrum, waar 40% van alle vergunde B&B’s zijn gelegen, het quotum gelijk aan het aantal reeds verleende of nog in aanvraag zijnde vergunningen op 1 februari 2023. In 41 wijken waar dit percentage lager ligt, is per wijk nog ruimte voor maximaal 5 nieuwe B&B’s. In 21 wijken is het aantal B&B nog zo gering dat het college het verantwoord acht om daar nog wat meer ruimte (6-11) te bieden aan nieuwe B&B’s.
Aanvragen in de periode tussen 1 februari 2023 en 1 januari 2024 Tussen het tijdstip van de meting ten behoeve van de opstelling van dit voorstel (1 februari 2023) en de inwerkingtreding (1 januari 2024) ligt een ruime periode waarin nog aanvragen B&B ingediend kunnen worden, zij het dat het moeilijk in te schatten is in hoeverre dat ook echt gaat gebeuren. Het college wil echter voorkomen dat het nu berekende quotum op 1 januari 2024 naar boven moet worden bijgesteld. Daarom wordt tevens besloten dat alle aanvragen die tussen 1 februari 2023 en 1 januari 2024 zijn ingediend weliswaar worden vergund op grond van het huidige quotum, maar als dit mocht leiden tot een overschrijding van het quotum dat in dit voorstel is opgenomen, dan wordt het nieuwe quotum niet verhoogd, maar worden deze vergunningen ‘verrekend’ met eventuele ingetrokken aanvragen in die wijk. Pas nadat alle aanvragen uit de periode 1 februari 2023 tot 1 januari 2024 op deze wijze zijn verrekend, kunnen ingetrokken aanvragen weer gecompenseerd worden door nieuwe aanvragen. In de afgelopen drie jaren zijn circa 140 vergunningen ingetrokken (meestal op eigen verzoek of na verhuizing). Voorstel in beeld Onderstaande kaarten en tabel geven een beeld van de huidige situatie en de situatie na vermindering van de B&B quota.
Registratienummer Z17-81484 / 2605 Pagina 4 van 14
Tabel 1: Vergelijking vrije ruimte quota 2023 en 2024 na wijziging Stadsdeel
Quotum 2023
Vergund 12-2023
% Vrije ruimte 2023
Quotum 2024
% Vrije ruimte 2024
Centrum West Zuid Oost Noord Nieuw-West
1058 469 459 421 339 283
860 314 288 283 209 128
19% 33% 37% 33% 38% 55%
860 349 341 312 252 204
0% 10% 16% 9% 17% 37%
Zuidoost Totaal
109 3138
49 2131
55% 32%
84 2402
42% 11%
Stadsgebied Weesp vooralsnog buiten beschouwing Voor het stadsgebied is nog onlangs per 1 januari 2023, na de samenvoeging van Amsterdam en Weesp, een nieuw quotum vastgesteld. Daar zijn nog nauwelijks (vier) vergunningen verleend of in behandeling en gaat in Weesp de vergunningplicht formeel pas in op 1 jul 2023. Pas eind 2023/begin 2024 ontstaat daar een duidelijker beeld over de werkelijke omvang van B&B en daarom is een aanpassing van het quotum daar prematuur. Het college wacht de ontwikkeling in dat stadsgebied af. Mocht hiertoe aanleiding zijn, dan kan later het quotum in Weesp alsnog worden aangepast. Onderbouwing
Registratienummer Z17-81484 / 2605 Pagina 5 van 14
Inhoudelijke onderbouwt het college de beperking van het quotum op basis van de schaarste woonruimtevoorraad, de leefbaarheid van wijken en het streven naar een verminderd aanbod aan logiesruimte. a. Een beperking van het quotum acht het college gerechtvaardigd op basis van de krappe woningmarkt in Amsterdam. In 2022 had de MRA een tekortpercentage aan woningen van 5,4%, hoger dan het landelijk gemiddelde, en de woondruk-index-analyse geeft een tekort aan van 200.000 woningen in Amsterdam. Ingezet wordt op veel nieuwbouw en aanvullende maatregelen in de bestaande voorraad en dan kan het toeristisch verhuren van woonruimte niet buiten beschouwing blijven. Een B&B betekent per definitie dat bewoners woonruimte over hebben die zij kunnen verhuren. Voor het college is het niet vanzelfsprekend dat dat ook verhuur aan toeristen moet betekenen. b. Verder is het voor de leefbaarheid van wijken van belang dat toeristische verhuur wordt beperkt. ‘Toeristificatie’ van woonbuurten is niet in het belang van de bewoners en het college wil dit waar mogelijk tegengaan. Een B&B trekt toeristen aan die het hele jaar door in woningen verblijven. De bezoekersprognose 2022-2024 van Onderzoek en Statistiek (O&S) laat zien dat het toerisme de komende jaren weer flink aantrekt tot wellicht in 2024 zelfs boven het niveau van 2019.
De meer centraal gelegen stadswijken ervaren de meeste druk van het toerisme, zo blijkt uit het onderzoek Toeristische draagkracht van wijken 2021 van O&S. Hetzelfde onderzoek laat zien dat de leefbaarheid waar het toeristische druk betreft, tijdens de Covid-periode is verbeterd. Die verbetering wil het college in het belang van de bewoners vasthouden. c. Het college voert een restrictief hotelbeleid. Nieuwe hotels zijn alleen nog maar toegestaan als zij in een ‘nee, tenzij-gebied’ liggen. In het kader van de Verordening op het toerisme in balans heeft de gemeenteraad in december 2022 een aanvullend pakket van maatregelen vastgesteld, waarbij ook extra of verbreding van de maatregelen in de hotelsector aan de orde zijn. Gezien het feit dat een B&B ook logies aanbiedt en qua aard en karakter dichtbij een hotel ligt, vindt het college het niet gewenst dat het aantal B&B’s de komende jaren nog met bijna 50% zou kunnen toenemen. Ook vanuit het oogpunt van een gelijk speelveld met hotels is dit niet verdedigbaar. Gezien bovenstaande is het naar het oordeel van het college onontkoombaar dat wordt ingegrepen in het quotum. Niets doen zou betekenen dat nog meer ruimte wordt geboden aan het gebruiken van schaarse woonruimte als logiesruimte voor permante duur aan toeristen.
Bij nadere beschouwing kan gesteld worden dat de quota per 1 januari 2020, vanuit overigens toentertijd begrijpelijke beweegredenen, hoger zijn vastgesteld dan feitelijk nodig en gewenst was. Dat wil het college nu repareren. De periode tot 1 juli 2028 is te lang om niets te doen. - B&B’s in een zolderruimte toestaan; Tot 2020 was het beleid dat zolderruimtes ook als B&B gebruikt mochten worden. Op 19 december 2019 heeft de gemeenteraad ingestemd met een wijziging van de Huisvestingsverordening, waaronder de definitie van een B&B. Met deze wijziging werd door het college beoogd dat een B&B niet in een externe zolderruimte was toegestaan. Het argument hiervoor was dat de zolderruimte zich niet in de woning van de B&B-eigenaar bevindt en dit deel zich daarom onttrekt aan het directe toezicht door de B&B-eigenaar. Het desbetreffende artikel dat in de Huisvestingsverordening van 1 januari 2020 werd opgenomen, bleek in de praktijk bij de uitvoering en in juridische procedures onvoldoende duidelijk te zijn. Om deze interpretatie te verduidelijken heeft het college in 2020 voorgesteld om de verordening op dit punt te wijzigen. Uit de discussie in de gemeenteraad van december 2020 kon echter worden afgeleid dat de meerderheid van de gemeenteraad op dit punt een beleid voorstond dat vergelijkbaar was met het beleid van 2019.
Zolderruimtes werden daarbij als deel van de woning gezien, tuinhuisjes niet. De raad heeft op 17 december 2020 een amendement aangenomen dat de wijziging op dit punt ongedaan wordt gemaakt, maar daar geen anders geformuleerd artikel of toelichting voor in de plaats gesteld. De Huisvestingsverordening bleef dus onveranderd en daarmee onduidelijk. De belangenvereniging Amsterdam Gastvrij heeft in november 2021 een e-mail naar de wethouder Wonen gestuurd waarin Amsterdam Gastvrij stelt dat de gemeente de Huisvestingsverordening niet goed uitvoert en dat voorbij wordt gegaan aan het feit dat de raad bij amendement een voorstel tot wijziging van de verordening heeft verworpen. Als reactie op deze e-mail heeft de wethouder Amsterdam Gastvrij laten weten de praktijk van 2019 voorlopig aan te houden, in ieder geval tot aan de wijziging van de Huisvestingsverordening. Het college heeft op 24 mei 2022 besloten de keuze om B&B’s wel of niet toe te staan in zolders uit te stellen tot de Huisvestingsverordening van 2024.
Registratienummer Z17-81484 / 2605 Pagina 6 van 14
Het voorstel voor de Huisvestingsverordening 2024 is om toe te staan dat zolderruimtes als B&B gebruikt mogen worden en dit te verduidelijken in de Huisvestingsverordening. Het college vindt echter het van groot belang dat de zolderruimtes voldoen aan de bouwvoorschriften en de brandveiligheidseisen. Daarom wordt ook voorgesteld de indieningsvereisten van een aanvraag op dit onderdeel aan te scherpen. De vluchtwegen en rookmelders moeten op de plattegrond van de B&B worden aangegeven. Voorafgaand aan het gebruik wordt dan een controle uitgevoerd waarbij niet alleen aan de eisen van de Huisvestingsverordening moet zijn voldaan, maar ook aan voorwaarden van het Besluit Bouwwerken Leefomgeving. Zo wordt bevorderd dat zolderruimtes op een verantwoorde manier aan toeristen worden verhuurd. Overigens is gebleken dat maar weinig zolderruimtes als B&B worden gebruikt. Het quotum op B&B voorkomt dat in de toekomst er veel van deze B&B’s bij zullen komen. - Aanpassingen van de Opkoopbeschermingsregeling; Per 1 april 2022 is de regeling opkoopbescherming voor alle stadsdelen van de gemeente Amsterdam van kracht waardoor koopwoningen met een WOZ-waarde tot en met € 512.000 (prijsgrens voor 2022) na aankoop voor vier jaar niet verhuurd mogen worden, tenzij er een vergunning of ontheffing is verleend.
Uit de praktijk is gebleken dat op onderstaande punten aanscherping of verduidelijking nodig is: i. Roerenderuimtebelasting (RRB) en koopsom als peilwaarde naast de WOZ-waarde; Een woonruimte kan onder het werkingsgebied van de opkoopbescherming vallen indien de WOZ-waarde op het moment van de registratie van de akte van levering aan de nieuwe eigenaar een WOZ-waarde heeft tot en met € 533.000,- (prijsgrens voor 2023). In de praktijk blijken er woonruimten te zijn zonder een WOZ-waarde. Voor nieuwgebouwde of gevormde woningen is bijvoorbeeld niet altijd direct een WOZ-waarde vastgesteld door de gemeente. Tevens heet de WOZ-waarde voor woonboten Roerenderuimtebelasting-waarde (RRB-waarde). Voorgesteld wordt om in de verordening te verduidelijken dat bij afwezigheid van een WOZ-waarde de RRB-waarde wordt gebruikt. En als de RRB-waarde ook ontbreekt om als restcategorie de recente koopprijs te hanteren als waardebepaling. ii. Toevoegen van de opkoopbescherming als weigeringsgrond voor de vergunning woningvormen; In Amsterdam is het mogelijk om met een vergunning op grond van de Huisvestingsverordening één woning te verbouwen naar twee of meer woningen. Dat wordt woningvormen genoemd. Deze woningen krijgen een eigen huisnummer en WOZ-waarde.
Mocht de opkoopbescherming van toepassing zijn op de woning van waaruit wordt gevormd, vervalt de werking na het vormen van de nieuwe woningen. De oorspronkelijke woning met het oude huisnummer en WOZ-waarde op basis waarvan de woning onder het werkingsgebied van de opkoopbescherming viel, bestaat namelijk na het vormen niet meer in die hoedanigheid. Voor de gevormde woningen kan de opkoopbescherming pas weer gaan gelden als de woning wordt verkocht. Het kan dus gebeuren dat een woning na aankoop niet verhuurd mag worden vanwege de opkoopbescherming, er gevormd wordt naar twee woningen en dat die vervolgens allebei wel verhuurd mogen worden. Om deze onwenselijke situatie te kunnen voorkomen wordt voorgesteld om bij een vergunning woningvormen de toepasselijkheid van de opkoopbescherming als weigeringsgrond op te nemen. Opnemen van weigeringsgronden bij samenloop van voorraadvergunningen; Vergunningen, Toezicht en Handhaving (VTH) signaleert dat er weigeringsgronden voor voorraadvergunningen ontbreken in de huidige Huisvestingsverordening. Het gaat dan om gevallen waarbij er meerdere voorraadvergunningen worden aangevraagd op een adres. Bijvoorbeeld: een B&B mag alleen gehouden worden in een zelfstandige woonruimte.
Als een woning echter middels een kamerverhuurvergunning onzelfstandig is geworden kan de aangevraagde en evident strijdige B&B vergunning op dit moment niet op voorhand geweigerd worden. Door het toevoegen van weigeringsgronden voor dergelijke situaties kan VTH de vergunning weigeren. Ook wordt het voor vergunningaanvragers op voorhand duidelijk welke vergunningen niet gecombineerd kunnen worden, waardoor onnodige aanvragen en daarmee samenhangende kosten en leges, voorkomen kunnen worden. Voor bepaalde voorraadvergunningen (bijvoorbeeld de mogelijkheid om een kamerverhuurvergunning te weigeren indien de woning recentelijk bouwkundig gesplitst is) bestaan al weigeringsgronden, maar voor enkele andere vergunningen ontbreekt deze weigeringsgrond nog. Voorgesteld wordt om voor alle voorraadvergunningen weigeringsgronden op te nemen die zien op een onwenselijke samenloop van vergunningen. Registratienummer Z17-81484 / 2605 Pagina 7 van 14
- Definitie grondgebonden woningen bij woningvormen verduidelijken; Woningvorming is het verbouwen van één woning naar meerdere woningen. Middels een vergunningplicht en met name de minimale oppervlakte-eisen wil de gemeente de voorraad grotere woningen in de stad behouden ten behoeve van grote huishoudens. Vanaf 2021 zijn de voorwaarden voor woningvormen aangescherpt. Er is toen onderscheid gemaakt tussen grondgebonden woningen en niet-grondgebonden woningen. Voor grondgebonden woningen is woningvormen alleen toegestaan als de woning van waaruit wordt gevormd een minimale oppervlakte heeft van 200 m2 en de gevormde woningen gemiddeld 100 m2 zijn. In de praktijk blijkt dat de toepassing van huidige begrip ‘grondgebonden woning’ tot gevolg heeft dat er grote gezinswoningen die weliswaar laag liggen, buiten het begrip vallen. Zo kan een grachtenpand met een souterrain en een trapje naar de voordeur een niet-grondgebonden woning zijn. Dit strookt niet met de bedoeling van het huidige beleid om grote laaggelegen woningen te behouden voor gezinnen. Daarom is het voorstel een het begrip ‘grondgebonden woning’ te vervangen door ‘laaggelegen woning’ met de volgende definitie: ‘Woning bestaande uit twee of meer woonlagen, die rechtstreeks toegankelijk is op straatniveau. Een woonlaag betreft een bouwlaag waar zich tenminste een verblijfsruimte in bevindt.
Daarnaast is het hoogteverschil tussen het maaiveld en de bovenkant van de afgewerkte vloer ter plaatse bij de toegangsdeur van de woning en een woonlaag niet meer dan 2,1 meter.’ Vervolgproces Na verwerking van uw advies en de reacties uit de inspraakronde, worden definitieve voorstellen gedaan aan de gemeenteraad voor vaststelling. Besluitvorming voor definitieve vaststelling van de Huisvestingsverordening per 1 januari 2024 volgt in het najaar. Aan het dagelijks bestuur van stadsdeel Zuidoost wordt gevraagd uiterlijk 17 juli 2023 advies uit te brengen over de beleidsvoorstellen in de Huisvestingsverordening per 1 januari 2024.
Conceptadvies DB: Het dagelijks bestuur formuleert hier -indien van toepassing- t.b.v. de stadsdeelcommissievergadering een conceptadvies
Het Dagelijks Bestuur van stadsdeel Zuidoost kan zich in grote lijnen vinden in de voorgestelde wijzigingen van de Huisvestingsverordening per 1 januari 2024. Een deel van de door het college van B&W voorgestelde aanpassingen zijn technisch van aard. Het betreft logische, algemene en beleidsarme reparaties die vooral de uitvoering van bestaand beleid verbeteren of verduidelijken. Op een aantal andere punten hebben wij wel een reactie en/of een aanvullend advies. Aanpassing Beroepsgroepen Het Dagelijks Bestuur kan zich vinden in de keuze om leerkrachten uit het speciaal onderwijs extra voorrang te geven binnen de regeling Beroepsgroepen. De tekorten in dit type onderwijs zijn, heel hoog zijn. Ook het toevoegen van de politieaspiranten aan de regeling kan op de instemming van het DB rekenen. Zij vallen nu nog buiten de regeling en dat is niet wenselijk, aangezien zij een belangrijke rol vervullen. Inwonende jongeren van 18-23 jaar meerekenen tot het huishouden bij stadsvernieuwingsurgentie Stadsdeel Zuidoost is zeer tevreden dat dit knelpunt bij de herhuisvesting van gezinnen met oudere kinderen structureel wordt opgelost. Door kinderen van 18 tot 23 jaar voortaan mee te rekenen bij het huishouden wordt voorkomen dat gezinnen na verhuizing bij sloop of renovatie in een te krappe woning terecht komen.
Urgentie economisch daklozen De doelgroep meest kwetsbare economisch daklozen krijgen in dit voorstel urgentie en vallen dan onder de zogenoemde “kwetsbare groepen” van het Programma Huisvesting Kwetsbare Groepen. Het betreft een groep economisch daklozen die geen toegang krijgt tot de Maatschappelijke Opvang (MO), kwetsbaar is, maar wel Registratienummer Z17-81484 / 2605 Pagina 8 van 14
zelfstandig kan wonen, als ze lichte maar op hun situatie toegesneden langduriger ondersteuning kunnen krijgen. Voor deze groep is het belangrijk dat zij, met een stabiele woonsituatie, kunnen werken aan hun toekomst. Het voorstel is om op jaarbasis circa 30 mensen die deel uitmaken van deze groep urgentie toe te kennen. Ondanks dat het DB van mening is dat het goed is dat deze groep hulp krijgt bij de huisvesting, wil zij daarbij wel de kanttekening plaatsen dat ook het belang van de regulier woningzoekenden niet uit het oog te verliezen. De wachttijden voor regulier woningzoekenden zijn al fors. Het DB adviseert dan ook om het aantal urgenties voor deze groep beperkt te houden. Beperking jongerenvoorrang Het college van B&W stelt voor om de jongerenvoorrang te beperken om Amsterdamse jongeren die tijdelijk (bijvoorbeeld voor studie) de stad verlieten ook een kans te geven om na terugkeer een jongerenwoning te bemachtigen. Dit omdat het nu juridisch niet mogelijk is om de strenge bindingseisen uit de Huisvestingswet soepel toe te passen. Stadsdeel Zuidoost verzoekt het college om bij het Rijk te blijven aandringen om de bindingseisen in de wet te versoepelen, en daarmee in de toekomst alle Amsterdamse jongeren (ook als zij de stad kortstondig verlaten) weer voorrang op alle Amsterdamse jongerenwoningen te kunnen geven.
Door deze aanpassing wordt het beslag dat wordt gelegd op de totale ruimte voor voorrangsgroepen verminderd. Dit zou, zo lang de Rijksregelgeving (nog) niet is aangepast, “gecompenseerd” kunnen worden door het nu geldende maximale percentage bij stadsdeelvoorrang bij nieuwbouwwoningen te verhogen van 25% naar bijvoorbeeld 75%. Deze suggestie wil het DB van Zuidoost graag meegeven aan het College van B & W. Afroming B&B quota met 30% per wijk Het stadsdeel ondersteunt de gekozen lijn van het college om de B&B-quota met 30% af te romen. Dit is in lijn met de concept-Amsterdamse Aanpak Volkshuisvesting (AAV). Zo wordt voorkomen dat potentiële woonplekken aan toeristen worden verhuurd. Een belangrijke onderbouwing bij deze aanpassing ligt volgens het College in de schaarste op de woningmarkt. Het DB van Zuidoost kan zich vinden in de uitspraak dat “woningen er zijn om in te wonen”, en daarmee in dit voorstel om de ruimte voor vestiging van B&B’s in wijken, verder in te perken. Overigens is het aantal B&B’s in stadsdeel Zuidoost in vergelijking met andere delen van de stad nog relatief beperkt. B&B in een zolderruimte toestaan De huidige Huisvestingsverordening is op het punt van het al dan niet toestaan van B&B in een zolderruimte onduidelijk. Het is goed dat in de Huisvestingsverordening 2024 nu duidelijkheid wordt gegeven over het toestaan van een B&B op zolders.
Het college kiest ervoor om B&B op zolders toe te staan, al is dit volgens het stadsdeel moeilijk te verenigen met het gestelde in de AAV dat woningen zijn om in te wonen. Zolders kunnen bijvoorbeeld ook aan studenten worden verhuurd. Het is bij het toestaan van een B&B op zolders inderdaad van groot belang dat zolderruimtes voldoen aan de bouwvoorschriften en brandveiligheidseisen. Indien een woonruimte wordt gebruikt als B&B verandert het gebruik van wonen- naar een logiesfunctie. Het college stelt voor om de indieningsvereisten aan te passen en voorafgaand aan gebruik een controle uit te voeren, niet alleen op de eisen uit de Huisvestingsverordening maar ook op de voorwaarden van het Besluit Bouwwerken Leefomgeving. Het betreft dan vooral de brandveiligheidseisen uit het Besluit Bouwwerken Leefomgeving ten aanzien van het gebruik van zolders als logiesverblijf. Het stadsdeel hecht eraan erop te wijzen dat de risico’s m.b.t. brandveiligheid bij exploitatie van een B&B in een zolderruimte toenemen. De vluchtroute is voor toeristen langer, zij kennen het gebouw minder en ook het toezicht van de exploitant is minder aanwezig ten opzichte van exploitatie van een B&B in een deel van de woning. Deze risico’s zijn, ook met de voorgestelde controle, niet geheel weg te nemen.
De risico’s van het gebruik van een ruimte met hogere brandveiligheidsrisico’s vallen immers niet geheel te beheersen met wettelijke bouwkundige maatregelen. Incidenten van brandveiligheid hebben een groot fysiek en bestuurlijk risico. Ook omdat het stadsdeel (VTH) het mandaat heeft voor het toezicht op brandveiligheid, hecht het stadsdeel eraan om deze risico’s te benadrukken. Ook zijn er bij exploitatie van een B&B op zolders reële risico’s op overlast, mede door het ontbreken van direct toezicht van de exploitant die verblijft op een andere verdieping en daarmee geen direct toezicht kan uitoefenen. Het is een bestuurlijke afweging om de belangen te wegen van het faciliteren van toeristische verhuur naast deze genoemde risico’s van brandveiligheid en leefbaarheid c.q. overlast voor omwonenden. Registratienummer Z17-81484 / 2605 Pagina 9 van 14
Het stadsdeel adviseert om bovenstaande redenen het exploiteren van een B&B op zolders niet toe te staan. Toevoegen van de opkoopbescherming als weigeringsgrond voor de vergunning Woningvormen Na vorming van een aan gekochte woning naar twee woningen blijkt dat deze woningen wel verhuurd mogen worden. Het stadsdeel ondersteunt om die reden het voornemen om bij aanvragen Woningvormen opkoopbescherming als weigeringsgrond toe te voegen. Opnemen weigeringsgronden bij samenloop van voorraadvergunningen Voorgesteld wordt om, op aangeven van VTH, weigeringsgronden op te nemen als meerdere voorraadvergunningen worden aangevraagd op één adres. Het stadsdeel adviseert positief over deze voorgestelde wijziging in de Huisvestingsverordening. Definitie grondgebonden woningen bij woningvormen verduidelijken De huidige definitie van een grondgebonden woning is inderdaad onduidelijk. Vanuit de uitvoering van de vergunningverlening (VTH) is behoefte aan meer duidelijkheid over de nieuwe definitie. Daarnaast is het zaak om de nieuwe definitie van een grondgebonden woning voor de uitvoering van VTH te verwerken in de indieningsbescheiden bij aanvragen waardoor VTH toetsing op een efficiënte wijze uit kan voeren.
Advies stadsdeelcommissie: Advies van de stadsdeelcommissie aan het DB
De SDC is, gelijk het DB, overwegend positief over de voorgestelde wijzigingen in de HVV 2024. Benadrukt moet worden dat niet alle onderdelen in de HVV van even groot belang zijn voor stadsdeel Zuidoost. Zo zijn bijvoorbeeld de B&B quota vooral van belang voor de stadsdelen die binnen de ring zijn gelegen en van relatief gering belang voor ons stadsdeel. De SDC wil vooral adviseren over het onderdeel “verdeling woonruimte” wat overigens wel de hoofdmoot van de HVV vertegenwoordigt. Beperking jongerenvoorrang Het DB doet zelf 1 extra suggestie om in de HVV 2024 op te nemen. Er ligt ten aanzien van de gewenste voorrang voor Amsterdamse jongeren het probleem voor dat de jongeren die tijdelijk (bijvoorbeeld voor studie) de stad verlieten na terugkeer niet (meer) aan de bindingseisen zoals vastgelegd in de Huisvestingswet voldoen. Daardoor hebben zij geen recht meer op voorrang bij toewijzing van een jongerenwoning in Amsterdam. Het DB stelt nu dat de uitsluiting van deze groep (nog altijd) Amsterdamse jongeren van de voorrangsregeling tot een vermindering van de totale ruimte voor voorrangsgroepen zou leiden. Deze redenering kan de SDC niet goed volgen en de voorgestelde “compensatie” nog veel minder.
De verhoging van het maximale percentage stadsdeelvoorrang bij nieuwbouwwoningen tot wel 75% zou ten gunste komen van inwoners van Zuidoost maar zeker niet noodzakelijk aan de “uitgesloten” jongeren want die zullen bij de daar geldende voorwaarden op dezelfde bindingseisen stuiten waar ze niet aan kunnen voldoen. Het SDC staat allerminst afwijzend tegenover een verhoging van het percentage stadsdeelvoorrang bij nieuwbouwwoningen maar dan wel op basis van weloverwogen redenen. Meetellen 18-23 jarigen bij huishoudens Bij huishoudens betrokken in het kader van stadsvernieuwing is de SDC het eens met het voorstel om inwonende kinderen van 18 tot 23 jaar mee te tellen in dat huishouden. Dit zou de rechten van deze inwonende jongeren beschermen en ervoor zorgen dat ze niet gedwongen worden (samen met andere gezinsleden) te verhuizen naar een kleinere woning.
Registratienummer Z17-81484 / 2605 Pagina 10 van 14
Beroepsgroepenregeling Aanpassingen van de beroepsgroepenregeling: De SDC is het eens met het actualiseren van het toewijzingsquotum voor maatschappelijke beroepsgroepen zoals onderwijs, zorg en politie op basis van de meest recente data. Ook specifiek met het voorstel om leraren werkzaam in het speciaal onderwijs en politie aspiranten op te nemen in de groep met voorrang. Wel met duidelijke kaders die erop gericht zijn langdurig en bestendige inzet in de beroepen die Amsterdam nu zo hard nodig heeft. Binding met het stadsdeel waar de werkzaamheden verricht worden is nodig. Het is daarom logisch en wenselijk dat de leraar, politieambtenaar, en zorgmedewerker die in stadsdeel Zuidoost een woning krijgt toegewezen ook daadwerkelijk zijn/haar werkzaamheden in Zuidoost gaat verrichten. Woonruimteverdeling De zogenaamde statistische schaarste, of het absolute tekort, aan woningen in geheel Amsterdam wordt op minimaal 45.000 berekend. De feitelijke woondruk (rekening houdend met verhuiswensen van mensen die al een woning hebben maar niet van de gewenste kwaliteit) zou maar liefst 200.000 woningen omvatten. Het grootste probleem blijft onverminderd de bijna onmogelijkheid voor mensen die niet tot enige doelgroep of voorrangsregeling horen om een gereguleerde huurwoning te verkrijgen.
In het kalenderjaar 2021 werd het zeer lage aantal van 23 sociale huurwoningen aan de “gewone” woningzoekenden toegewezen en in het jaar 2022 zelfs nog eentje minder bij een duidelijk hoger aantal verhuismutaties dan in het eerdere (Covid) jaar. Aan de beroerde situatie van deze woningzoekenden wordt met de HVV 2024 niets verbeterd. Wel is al in het lopende jaar 2023 een puntensysteem geïntroduceerd bij toewijzing sociale huurwoningen. Na aanvankelijke bedenkingen beschouwt de SDC dit nu wel als een verbetering hoewel met kanttekeningen. Zo is het is goed dat er consequenties zijn voor woningzoekenden die niet reageren op het moment dat zij een woning mogen bezichtigen of die in enig stadium een aangeboden woning weigeren. Het is niet verkeerd om actieve woningzoekers op enige manier (met zoekpunten) te belonen. Er is een stimulans om actief op het woningaanbod te reageren maar dit leidt uiteraard wel tot veel meer reacties op een gelijkblijvend woningaanbod dus zijn verreweg de meeste van de reacties voor de vorm en dat kan uiteindelijk ook weer leiden tot frustratie bij woningzoekenden. Het kan mogelijk wel helpen om uitstroom te bevorderen in de maatschappelijke opvang en/of beschermd wonen door ook voor daarin betrokken mensen consequenties te laten gelden bij woningweigering. Dit zou het proces van woningtoewijzing nog consistenter en efficiënter kunnen laten verlopen.
De voorrangsregeling voor een aantal woningzoekenden die in een sociaal problematische situatie verkeren is met de introductie van het puntensysteem gewijzigd van een absolute- naar een relatieve voorrangsregeling. Deze groep mensen krijgt vanaf dit jaar zogenaamde “situatiepunten” toebedeeld die, op eenzelfde manier als de zoekpunten, de positie op de ranglijst van woningzoekenden verbeteren. Het puntensysteem biedt ook een nieuw instrument tot sturing. Zo bestaat het probleem van jongeren met een zogenaamd jongerencontract die na 5 jaar of uiterlijk op de 33e verjaardag hun huurwoning moeten verlaten en die dan weliswaar hun oorspronkelijke inschrijvingsduur mogen behouden maar dat is ontoereikend, in de huidige omstandigheden, om weer direct een andere woning te verkrijgen. Voor hen ontstaat dan een onderbreking in de woon carrière en dat was nu juist niet de bedoeling. Door deze mensen een extra 10 zoekpunten toe te bedelen, zes maanden voorafgaande aan het einde van hun wooncontract, krijgen deze mensen een betere mogelijkheid om een onderbreking in de woon carrière te vermijden. Ook hier geldt echter weer dat de begunstiging van de ene groep woningzoekenden de benadeling van een andere groep betekent want het woningaanbod blijft gelijk. De grote schaarste heeft tot meer aanscherpingen in toewijzingsbeleid geleid die niet of slecht zijn gecommuniceerd.
Voorbeeld hiervan zijn de voorrangsregelingen “kleine gezinnen” en “grote gezinnen” Registratienummer Z17-81484 / 2605 Pagina 11 van 14
waarbij de bestaande gezinssituatie van woningzoekenden op datum ondertekening huurcontract al overeen moet komen met de beoogde gezinssituatie in de nieuwe huurwoning. Dit stelt met name woningzoekenden met een migratieachtergrond zoals bijvoorbeeld Ghanezen of burgers van Nigeria nogal eens voor onoverkomelijke problemen. Zij willen met hun kinderen in Amsterdam leven maar die kinderen wonen op datum ondertekening huurcontract nog in Ghana of Nigeria. De kinderen kunnen in beginsel vaak wel naar Nederland overkomen, zeker als deze al de Nederlandse nationaliteit bezitten, maar zolang er geen adequate huisvesting voor die kinderen in Nederland beschikbaar is, blijkt dit te lastig. Die adequate huisvesting komt echter eerst beschikbaar als de kinderen al in Nederland wonen. Een hele vervelende “catch 22” situatie voor deze woningzoekenden dus. Ook de eis die aan woningzoekenden komend uit gebroken relaties maar met kinderen worden gesteld levert problemen op. Het kunnen overleggen van een notarieel vastgelegd ouderschapsplan is in de praktijk, om uiteenlopende redenen, nogal eens te moeilijk. SDC-advies De schaarste aan woonruimte is zeer groot. De mogelijkheden van de gemeente Amsterdam om de schaarste te verminderen zijn, zeker op korte termijn, beperkt. Er zijn tal van knelpunten in de verdeling van woonruimte net als dat daarin moeilijke keuzen zijn te maken.
De SDC adviseert om nog eens integraal een inventarisatie te maken van al die knelpunten en om woningzoekenden die echt in te bezwarende of onmogelijke situaties terecht komen te helpen. Speciale aandacht zou hierbij moeten gaan naar mensen komend uit verbroken relaties die ook zorg dragen voor minderjarige kinderen en voor woningzoekenden met zorg voor kinderen die in de nieuwe huurwoning een andere gezinssituatie beogen dan die in hun huidige woonsituatie.
Finaal advies DB: Advies van het dagelijks bestuur aan het college van burgemeester en wethouders
Het Dagelijks Bestuur van stadsdeel Zuidoost kan zich in grote lijnen vinden in de voorgestelde wijzigingen van de Huisvestingsverordening per 1 januari 2024. Een deel van de door het college van B&W voorgestelde aanpassingen zijn technisch van aard. Het betreft logische, algemene en beleidsarme reparaties die vooral de uitvoering van bestaand beleid verbeteren of verduidelijken. Daarnaast zijn niet alle onderdelen in de HVV van even groot belang zijn voor stadsdeel Zuidoost. Zo zijn bijvoorbeeld de B&B quota vooral van belang voor de stadsdelen die binnen de ring zijn gelegen en van relatief gering belang voor ons stadsdeel. Op een aantal andere punten hebben wij wel een reactie en/of een aanvullend advies. Aanpassen beroepsgroepen Het Dagelijks Bestuur kan zich vinden in de keuze om leerkrachten uit het speciaal onderwijs extra voorrang te geven binnen de regeling Beroepsgroepen. De tekorten in dit type onderwijs zijn hoog. Ook het toevoegen van de politieaspiranten aan de regeling kan op de instemming van het DB rekenen. Zij vallen nu nog buiten de regeling en dat is niet wenselijk, aangezien zij een belangrijke rol vervullen. Wel met duidelijke kaders die erop gericht zijn langdurig en bestendige inzet in de beroepen die Amsterdam nu zo hard nodig heeft.
Het Dagelijks Bestuur neemt het advies dat “beroepsgroepers” die een woning krijgen in Zuidoost ook daar moeten werken niet over. Met name agenten, maar soms ook leerkrachten, geven aan liever niet in het stadsdeel waar zij werken ook te willen wonen. Dit blijkt uit gesprekken met (vertegenwoordigers van) de doelgroepen. Verder is de beroepsgroepenregeling opgezet vanuit de gedachte dat de tekorten die er zijn in bepaalde (voor de stad vitale) beroepsgroepen opgelost dienen te worden. Het toevoegen van een “extra drempel” (verplichting om te wonen waar je werkt) maakt de regeling nodeloos ingewikkeld, lastiger in de uitvoering en zorgt mogelijk juist voor afnemend gebruik van de regeling. Inwonende jongeren van 18-23 jaar meerekenen tot het huishouden bij stadsvernieuwingsurgentie Stadsdeel Zuidoost is zeer tevreden dat dit knelpunt bij de herhuisvesting van gezinnen met oudere kinderen Registratienummer Z17-81484 / 2605 Pagina 12 van 14
structureel wordt opgelost. Door kinderen van 18 tot 23 jaar voortaan mee te rekenen bij het huishouden wordt voorkomen dat gezinnen na verhuizing bij sloop of renovatie in een te krappe woning terecht komen. Beperking jongerenvoorrang Het college van B&W stelt voor om de jongerenvoorrang te beperken om Amsterdamse jongeren die tijdelijk (bijvoorbeeld voor studie) de stad verlieten ook een kans te geven om na terugkeer een jongerenwoning te bemachtigen. Dit omdat het nu juridisch niet mogelijk is om de strenge bindingseisen uit de Huisvestingswet soepel toe te passen. Stadsdeel Zuidoost verzoekt het college om bij het Rijk te blijven aandringen om de bindingseisen in de wet te versoepelen, en daarmee in de toekomst alle Amsterdamse jongeren (ook als zij de stad kortstondig verlaten) weer voorrang op alle Amsterdamse jongerenwoningen te kunnen geven. Het college stelt voor om in de nieuwe HVV2024 slechts een deel (75%) van de woningen te reserveren voor Amsterdamse jongeren, in plaats van (nu nog) 100%. Deze 25% komt nu beschikbare voor Amsterdamse jongeren die niet voldoen aan de strenge bindingseis en/of jongeren die niet in Amsterdam wonen. Door deze daling wordt het beslag dat wordt gedaan op de totale ruimte voor voorrangsgroepen / lokale binding verminderd. De gemeente mag namelijk maximaal 50% van alle vrijkomende woningen toewijzen aan huishoudens met lokale binding.
Het Dagelijks Bestuur stelt voor om de ruimte die ontstaat aan te wenden om het nu geldende maximale percentage bij stadsdeelvoorrang bij nieuwbouwwoningen te verhogen van 25% naar 75%. Deze suggestie wil het DB van Zuidoost graag meegeven aan het College van B & W. De jongeren die niet voldoen aan de strenge bindingseisen worden hiermee niet geholpen, omdat ook voor stadsdeelvoorrang de strenge bindingseis geldt, en daarom dringen we bij het college ook aan om druk te blijven uitvoeren op het ministerie om de bindingseisen te versoepelen. De andere huishoudens uit Zuidoost met een binding met het stadsdeel hebben hier (tijdelijk) dus wel voordeel van. Urgentie economisch daklozen De doelgroep meest kwetsbare economisch daklozen krijgen in dit voorstel urgentie en vallen dan onder de zogenoemde “kwetsbare groepen” van het Programma Huisvesting Kwetsbare Groepen. Het betreft een groep economisch daklozen die geen toegang krijgt tot de Maatschappelijke Opvang (MO), kwetsbaar is, maar wel zelfstandig kan wonen, als ze lichte maar op hun situatie toegesneden langduriger ondersteuning kunnen krijgen. Voor deze groep is het belangrijk dat zij, met een stabiele woonsituatie, kunnen werken aan hun toekomst. Het voorstel is om op jaarbasis circa 30 mensen die deel uitmaken van deze groep urgentie toe te kennen.
Ondanks dat het DB van mening is dat het goed is dat deze groep hulp krijgt bij de huisvesting, wil zij daarbij wel de kanttekening plaatsen dat ook het belang van de regulier woningzoekenden niet uit het oog te verliezen. De wachttijden voor regulier woningzoekenden zijn al fors. Het DB adviseert dan ook om het aantal urgenties voor deze groep beperkt te houden. Afroming B&B quota met 30% per wijk Het stadsdeel ondersteunt de gekozen lijn van het college om de B&B-quota met 30% af te romen. Dit is in lijn met de concept-Amsterdamse Aanpak Volkshuisvesting (AAV). Zo wordt voorkomen dat potentiële woonplekken aan toeristen worden verhuurd. Een belangrijke onderbouwing bij deze aanpassing ligt volgens het College in de schaarste op de woningmarkt. Het DB van Zuidoost kan zich vinden in de uitspraak dat “woningen er zijn om in te wonen”, en daarmee in dit voorstel om de ruimte voor vestiging van B&B’s in wijken, verder in te perken. Overigens is het aantal B&B’s in stadsdeel Zuidoost in vergelijking met andere delen van de stad nog relatief beperkt. B&B in een zolderruimte toestaan De huidige Huisvestingsverordening is op het punt van het al dan niet toestaan van B&B in een zolderruimte onduidelijk. Het is goed dat in de Huisvestingsverordening 2024 nu duidelijkheid wordt gegeven over het toestaan van een B&B op zolders.
Het college kiest ervoor om B&B op zolders toe te staan, al is dit volgens het stadsdeel moeilijk te verenigen met het gestelde in de AAV dat woningen zijn om in te wonen. Zolders kunnen bijvoorbeeld ook aan studenten worden verhuurd. Het is bij het toestaan van een B&B op zolders inderdaad van groot belang dat zolderruimtes voldoen aan de Registratienummer Z17-81484 / 2605 Pagina 13 van 14
bouwvoorschriften en brandveiligheidseisen. Indien een woonruimte wordt gebruikt als B&B verandert het gebruik van wonen- naar een logiesfunctie. Het college stelt voor om de indieningsvereisten aan te passen en voorafgaand aan gebruik een controle uit te voeren, niet alleen op de eisen uit de Huisvestingsverordening maar ook op de voorwaarden van het Besluit Bouwwerken Leefomgeving. Het betreft dan vooral de brandveiligheidseisen uit het Besluit Bouwwerken Leefomgeving ten aanzien van het gebruik van zolders als logiesverblijf. Het stadsdeel hecht eraan erop te wijzen dat de risico’s m.b.t. brandveiligheid bij exploitatie van een B&B in een zolderruimte toenemen. De vluchtroute is voor toeristen langer, zij kennen het gebouw minder en ook het toezicht van de exploitant is minder aanwezig ten opzichte van exploitatie van een B&B in een deel van de woning. Deze risico’s zijn, ook met de voorgestelde controle, niet geheel weg te nemen. De risico’s van het gebruik van een ruimte met hogere brandveiligheidsrisico’s vallen immers niet geheel te beheersen met wettelijke bouwkundige maatregelen. Incidenten van brandveiligheid hebben een groot fysiek en bestuurlijk risico. Ook omdat het stadsdeel (VTH) het mandaat heeft voor het toezicht op brandveiligheid, hecht het stadsdeel eraan om deze risico’s te benadrukken.
Ook zijn er bij exploitatie van een B&B op zolders reële risico’s op overlast, mede door het ontbreken van direct toezicht van de exploitant die verblijft op een andere verdieping en daarmee geen direct toezicht kan uitoefenen. Het is een bestuurlijke afweging om de belangen te wegen van het faciliteren van toeristische verhuur naast deze genoemde risico’s van brandveiligheid en leefbaarheid c.q. overlast voor omwonenden. Het stadsdeel adviseert om bovenstaande redenen het exploiteren van een B&B op zolders niet toe te staan. Toevoegen van de opkoopbescherming als weigeringsgrond voor de vergunning Woningvormen Na vorming van een aan gekochte woning naar twee woningen blijkt dat deze woningen wel verhuurd mogen worden. Het stadsdeel ondersteunt om die reden het voornemen om bij aanvragen Woningvormen opkoopbescherming als weigeringsgrond toe te voegen. Opnemen weigeringsgronden bij samenloop van voorraadvergunningen Voorgesteld wordt om, op aangeven van VTH, weigeringsgronden op te nemen als meerdere voorraadvergunningen worden aangevraagd op één adres. Het stadsdeel adviseert positief over deze voorgestelde wijziging in de Huisvestingsverordening. Definitie grondgebonden woningen bij woningvormen verduidelijken De huidige definitie van een grondgebonden woning is inderdaad onduidelijk.
Vanuit de uitvoering van de vergunningverlening (VTH) is behoefte aan meer duidelijkheid over de nieuwe definitie. Daarnaast is het zaak om de nieuwe definitie van een grondgebonden woning voor de uitvoering van VTH te verwerken in de indieningsbescheiden bij aanvragen waardoor VTH toetsing op een efficiënte wijze uit kan voeren. Woonruimteverdeling De schaarste aan woonruimte is zeer groot. De mogelijkheden van de gemeente Amsterdam om de schaarste te verminderen zijn, zeker op korte termijn, beperkt. Er zijn tal van knelpunten in de verdeling van woonruimte net als dat daarin moeilijke keuzen zijn te maken. De SDC adviseert om nog eens integraal een inventarisatie te maken van al die knelpunten en om woningzoekenden die echt in te bezwarende of onmogelijke situaties terecht komen te helpen. Speciale aandacht zou hierbij moeten gaan naar mensen komend uit verbroken relaties die ook zorg dragen voor minderjarige kinderen en voor woningzoekenden met zorg voor kinderen die in de nieuwe huurwoning een andere gezinssituatie beogen dan die in hun huidige woonsituatie. Het Dagelijks Bestuur neemt dit advies over.
Registratienummer Z17-81484 / 2605 Pagina 14 van 14
Adviesaanvraag college aan dagelijks bestuur Invullen door directie: Onderwerp adviesaanvraag: Inspraakvoorstel HVV 2024
Volkshuisvesting Wonen Datum behandeling staf WH 15 mei 2023 Datum adviesaanvraag: 5 juli 2023 Deadline ontvangst advies: 17 juli 2023 Mapvoordracht en j.frielink@amsterdam.nl Advies mailen naar: s.hamimid@amsterdam.nl, s.toorenburg@amsterdam.nl burgemeester.docx Meegestuurde stukken: Huisvestingsverordening, Nadere regels, schaarste rapport Heeft er consultatie vooraf Wetgevingsagenda is besproken in het BOSS van 27 maart 2023 Portefeuille: Directie:
plaatsgevonden?
Invullen door stadsdeel: Zuid Marianne Heesen Datum weekstart/staf: 19 juni 2023 Datum stadsdeelcommissie: 5 juli 2023 Datum dagelijks bestuur: 27 juni 2023 Registratienr. (optioneel): … Stadsdeel: Procesbegeleider:
Over gevraagde adviezen: Conform de Verordening op de stadsdelen en het stadsgebied Amsterdam 2022: -
(art. 12, lid 1) betrekt college en BM het DB bij voorbereiding van stedelijke kaders als deze kaders betrekking hebben op taken en bevoegdheden van DB of DB een rol krijgt in uitvoering van die kaders, of
-
(art. 12, lid 2) als college of BM voornemens is over stedelijke kaders besluit te nemen of voornemens is ander besluit te nemen waarbij belangen van een of meer stadsdelen zijn betrokken, in ieder geval bij vaststellen van bestemmingsplannen, wint college of
BM bij DB advies in. DB legt deze adviezen voor aan SDC (art. 19). Bij besluitvorming maakt DB inzichtelijk wat advies van SDC is en hoe eventuele voorstellen of moties als bedoeld in art. 30, lid 3, zijn verwerkt. DB neemt advies van SDC over indien is vastgesteld met meerderheid van stemmen en past binnen stedelijke en budgettaire kaders. DB kan uitsluitend schriftelijk met zeer zwaarwegende redenen afwijken van advies of voorstel van SDC. (art. 19, lid 5) Als standpunten van stadsdeelcommissieleden bij uitbrengen van advies uiteenlopen, worden in advies standaard alle verschillende standpunten binnen commissie kenbaar gemaakt. (art. 30, lid 5)
Adviesvraag college Formuleer hier de vraag aan het dagelijks bestuur
Het college geeft voorgenomen beleidsvoorstellen voor de Huisvestingsverordening per 1 januari 2024 vrij voor inspraak. Het voorstel omvat onder meer het voorstel om de B&B quota met 30% te verminderen per wijk (waarmee motie 551 wordt afgehandeld), het voorstel om de jongerenvoorrang op een deel van het vrijkomende woningaanbod toe te passen en het voorstel om een nieuwe urgentiecategorie op te nemen voor economisch daklozen. De belangrijkste voorstellen voor wijziging van de Huisvestingsverordening Amsterdam 2024 (HVV) per 1 januari 2024 zijn*: *zie de bijgevoegde beleidstoelichting voor een uitgebreide toelichting op bovenstaande punten. a. Woonruimteverdeling - Aanpassingen van de Beroepsgroepenregeling;
Pagina 1 van 48
Amsterdam geeft bij de toewijzing van sociale en middenhuurwoningen voorrang aan de maatschappelijke beroepsgroepen van onderwijs, zorg en politie. Per 1 januari 2024 worden de volgende wijzigingen voor de beroepsgroepenregeling voorgesteld: i. Actualiseren van het toewijzingsquotum: Voor de beroepsgroepenregeling wordt vanaf 1 januari 2023 gewerkt met een toewijzingsquotum. Jaarlijks worden de quota herijkt op basis van de meest recente beschikbare data over werkgelegenheid in de sectoren. Het quotum is gebaseerd op de omvang van de sector in fte, er wordt alleen gekeken naar de functies die in aanmerking komen voor de regeling. Voor de sector zorg geldt dat voor het voorgaande quotum de deeltijdsector niet op correcte wijze was toegepast, dat is nu gecorrigeerd. Voorstel voor het herijkte toewijzingsquotum is 19% politie, 32 % onderwijs en 49% zorg. Het betreft een inspanningsverplichting waarbij vanwege het passend toewijzen op basis van huishoudgrootte en inkomen, de percentages net anders kunnen uitvallen. ii. Speciaal onderwijs ook voorrang geven binnen de groep leraren: Momenteel krijgen leraren op scholen in het primair onderwijs met een schoolweging vanaf 35 voorrang boven andere leraren. Speciaal onderwijs valt niet onder deze groep met de meeste voorrang, terwijl de tekorten in het speciaal onderwijs ook heel hoog zijn.
Voorstel is om ook speciaal onderwijs deel te maken van de groep met de meeste voorrang op een woning binnen de groep leraren. iii. Politie aspiranten ook in aanmerking laten komen voor de regeling: Politie aspiranten zijn zeer waardevol voor de politie, maar zij kunnen geen aanspraak maken op studentenhuisvesting en vallen ook niet onder de voorrangsregeling. Ze voldoen namelijk niet aan de voorwaarde dat ze onderdeel uitmaken van de landelijke functiematrix. Voorstel is dat politie aspiranten na een positieve beoordeling van de werkgever in Q4 van de opleiding toch onder de regeling kunnen vallen. - Meetellen 18-23 jarigen bij het huishouden in het kader van stadsvernieuwing; Er zit momenteel een hiaat in de regelgeving rond stedelijke vernieuwing met betrekking tot jongvolwassenen. Kinderen tot 18 jaar worden meegerekend met het huishouden bij een verhuizing op basis van een stadsvernieuwingsurgentie in geval van sloop of renovatie, terwijl inwonende jongeren vanaf 23 jaar in dat geval semistadsvernieuwingsurgentie krijgen. Zij komen in aanmerking voor een eigen woning. Voor inwonende kinderen van 18 tot 23 jaar is (nog) niets geregeld. Zij worden niet gerekend tot het huishouden maar hebben ook geen recht op semi-stadsvernieuwingsurgentie.
Bij renovatie of sloop worden huishoudens met inwonende kinderen van 18 tot 23 jaar gedwongen te verhuizen, maar krijgt het verhuizende huishouden een woning aangeboden die past bij een kleiner huishouden, omdat de 18 – 23-jarigen niet tot het huishouden gerekend worden. Het voorstel is daarom om inwonende kinderen van 18 tot 23 jaar mee te tellen met het huishouden (conform de wens van de corporaties en huurders). Inwonende kinderen worden in dit voorstel alleen tot het huishouden gerekend indien zij voorafgaand aan de afgifte van de peildatum langer dan vijf jaar onafgebroken ingeschreven hebben gestaan op het adres van de huurder die een stadsvernieuwingsurgentie verkrijgt en daar ook feitelijk gewoond hebben. Daarmee wordt beoogd te voorkomen dat de regeling op oneigenlijke wijze gebruikt wordt door huurders die een grotere woning toegewezen wensen te krijgen zonder dat hun gezinsomvang dat rechtvaardigt. - Economisch daklozen toevoegen als nieuwe urgentiecategorie; In het Bestuurlijk Thematisch Team Huisvesting Kwetsbare Groepen van 12 januari 2023 is een akkoord gegeven om urgentiecriteria te ontwerpen voor de meest kwetsbare economisch daklozen zodat zij onder het Programma Huisvesting Kwetsbare Groepen (PHKG) komen te vallen.
Het betreft een groep economisch daklozen die geen toegang krijgt tot de Maatschappelijke Opvang (MO), maar ook na het aanbod in de keten van economisch daklozen van tijdelijk wonen en ondersteuning onvoldoende stappen zet en soms zelfs verslechtert. Ze zijn kwetsbaar, maar kunnen wel op korte termijn zelfstandig wonen, als ze lichte maar op hun situatie toegesneden langduriger ondersteuning kunnen krijgen. Veelal is voor psychologische hulp zoals traumaverwerking een stabiele woonsituatie een voorwaarde van de behandelaar. Het voorstel is om deze urgentiegroep toe te voegen aan de verordening en op jaarbasis circa 30 mensen die deel uitmaken van deze groep urgentie toe te kennen. Dit voorstel is afgestemd met het Stedelijk Team Economisch Daklozen (STED) van de Regenboog Groep (DRG) en HVO Querido Passantenhotel en pensions (HVO Q). Dit zijn ook de partijen die de meest kwetsbare economisch daklozen voordragen voor urgentie. Zij
Registratienummer Z17-81484 / 2605 Pagina 2 van 48
hebben de kennis en kunde om in te kunnen schatten wie er voor deze urgentie in aanmerking komt. Dit voorstel is ook in concept opgenomen in de Amsterdamse Aanpak Volkshuisvesting (AAV). - Regels over woning weigeren ook laten gelden voor MO/BW; In de Huisvestingsverordening en de Nadere regels urgenties is opgenomen dat een urgentieaanvraag wordt geweigerd als de aanvrager een urgentieverklaring had die minder dan twee jaar geleden werd ingetrokken. Een urgentieverklaring wordt bijvoorbeeld ingetrokken wanneer de urgentiehouder een passende woonruimte heeft geweigerd. Hoewel de Centrale Toegang Maatschappelijke Opvang (CTMO) en de zorgaanbieders veronderstelden dat deze weigeringsgrond ook gold voor urgenten die uitstromen uit de maatschappelijke opvang of beschermd wonen, is dat niet zo geregeld in de Huisvestingsverordening. Zij hebben daarom verzocht om de verordening hierop aan te passen. De vrees bij de CTMO is dat cliënten veel vaker woningen zullen weigeren wanneer bekend wordt dat een weigering geen consequenties heeft. Het voorstel is nu ook voor de groep die uitstroomt uit de maatschappelijke opvang of beschermd wonen geldt dat een urgentieaanvraag wordt geweigerd als de aanvrager een urgentieverklaring had die minder dan twee jaar geleden werd ingetrokken.
- Voorrangsregeling voor Driemonders in Weesp; Per 1 januari 2023 is vanwege de fusie met Weesp een voorrangsregeling vastgesteld waarbij de bewoners van Weesp voorrang hebben op 60% van het vrijkomende aanbod van corporatiewoningen. Voor Driemond werd voorgesteld om de stadsdeelvoorrang te behouden in het stadsdeel Zuidoost. Dit was niet in lijn met het advies van de bestuurscommissie van Weesp. In de raadsvergadering van 30 november 2022 heeft de raad motie 521.22 Onderzoek voorrang Driemond bij stadsgebied Weesp aangenomen. Deze motie is in de raadsbrief ‘Amsterdamse Aanpak Volkshuisvesting vrijgegeven voor inspraak’ d.d. 13 februari 2023 afgedaan, waarbij woningzoekenden uit Driemond stadsdeelvoorrang krijgen op aangewezen nieuwbouwcomplexen in het stadsgebied Weesp. Het college kiest er echter bij nader inzien voor om de voorrangsregeling voor Weesper woningzoekenden gelijk te trekken voor het hele stadsgebied Weesp, inclusief Driemond, gezien de sterke wens van de bestuurscommissie om alle bewoners binnen het stadsgebied Weesp gelijk te behandelen en omdat Driemonders veelal aangewezen zijn op voorzieningen in Weesp.