A - 06 Volkshuisvesting (43) 2. Nota v beantwoording AAV
Tekst van het document
Het college vindt bewonersondersteuning, van zowel individuen als bewonersorganisaties, erg belangrijk en blijft stichting !WOON daarom als onafhankelijk steunpunt voor alle Amsterdammers met een woonvraag financieel ondersteunen. Voor dienstverlening aan bewonersgroepen (van complex tot op stedelijk niveau) kunnen Amsterdammers bij stichting !WOON terecht. De dienstverlening van stichting !WOON bestaat uit informatie en advies aan bewonersgroepen bij beheer, onderhoud, renovatie en sloop/nieuwbouw. En informatie, advies en ondersteuning van bewoners initiatieven en buurtplatforms. Stichting !WOON onderneemt tal van activiteiten, waarvan een aantal specifiek aansluiten bij de reacties van de insprekers: › Het bieden van, over het algemeen kort, advies aan bewonersgroepen. › Indien nodig en wenselijk het organiseren van een bewonersbijeenkomst t.b.v. het oprichten van een bewonerscommissie (indien van toepassing in overleg met huurderskoepels). › Ondersteuning bij overleggen met de beheerder, verhuurder of eigenaar. › Het bevorderen van constructief overleg tussen huurders en vve leden binnen gemengde vve’s. › Het proactief benaderen van bewoners in complexen waar renovatie of een andere ingrijpende aanpak gepland staat.
6.4 Betere positie huurdersgroepen Een individuele inspreker, Huurdersvereniging Arcade en Bewonersvereniging Olympia hebben aangegeven dat de positie van huurders in gemengde complexen ontbreekt in de AAV. Bewonersvereniging en – commissie Olympia benadrukt dat een vve ook spreekt en beslist over leefbaarheid, en dat huurders hierbij onterecht afhankelijk zijn van kopers. Werkgroep Wonen Stadsdorp VondelHelmers vindt dat bewoners meer ondersteuning nodig hebben op collectief niveau.
6.5 Transparant woningaanbod: aanbodplatform De IVBN, MVA, FAH en FHCS hebben gereageerd op het doel om een transparant woningaanbod te realiseren, waarvoor een aanbodplatform voor alle gereguleerde huurwoningen in Amsterdam een instrument is. De IVBN spreekt van een potentiële toename van mutatieleegstand door het aanbieden van woningen op een platform en vindt het niet wenselijk dat de gemeente ingrijpt in het bestaande evenwichtige verhuursysteem. De MVA waarschuwt voor malafide praktijken door alle voorgenomen regelgeving omdat er behoefte is aan een flexibele schil aan woningen. Zij ziet het beschermen van de titel makelaar/taxateur als een betere oplossing voor een transparant woningaanbod en vindt dat dit onderdeel moet zijn van de Wet goed verhuurderschap. De FHCS vinden een transparant aanbodplatform wenselijk en willen graag dat alle woningen van particuliere verhuurders hierop aangeboden worden voor een eerlijke en transparante toewijzing.
Reactie college Het college vindt het wenselijk dat huurders participeren bij leefbaarheidsvraagstukken. Huurders zijn tijdens de vve-vergadering vertegenwoordigd door de eigenaar-vertegenwoordiger van de woningcorporatie. Het college denkt dat een meer directe vorm van participatie op leefbaarheid mogelijk is. In de praktijk ziet het college dat dit ook al gebeurt, zoals huurders die bij een deel van de vve-vergadering worden uitgenodigd. Huurders en woningeigenaren in vve’s zouden samen moeten spreken en beslissen over leefbaarheidsvraagstukken.
67
Reactie college Het college is blij dat de FAH en de FHCS het transparanter aanbieden van woningen voor een betere positie van huurders ook als oplossing zien. Het college kiest er echter voor om, anders dan in de inspraakversie van de AAV van 13 februari 2023 is geformuleerd, nu niet in te zetten op het aanbodplatform. Dit is een ingrijpende en kostbare maatregel en het college kiest er voor om prioriteit te leggen bij andere inspanningen uit de AAV. Het beschermd maken van het beroep makelaar/taxateur vindt het college een goed idee, maar dat is nu geen onderdeel van de landelijke Wet goed verhuurderschap. Het college vindt het hierbij wel belangrijk om te vermelden dat een transparanter woningaanbod niet alleen bedoeld is om controle uit te oefenen op het aanbod, maar er met name voor zorgt dat het hele huuraanbod bijdraagt aan de volkshuisvestelijke opgaven waar we voor staan: een transparante en eerlijke verdeling van woningen, doorstroming en de huisvesting van specifieke doelgroepen (zoals onder meer bepaalde beroepsgroepen).
68
Doel 7 Leefbare en veerkrachtige wijken met toegang tot zorg en voorzieningen 7.1 Algemene reacties op Leefbare en veerkrachtige wijken met toegang tot zorg en voorzieningen
ringweg A10. Twee insprekers betogen dat voldoende maatschappelijke voorzieningen bijdragen aan gemengde wijken. Eén individu en één organisatie (Bewonersvereniging en -commissie Olympia) verklaren het ontstaan van een gedeelde stad door de kloof tussen koop en huur binnen buurten en vragen om dit tegen te gaan op zowel complex- als buurtniveau.
Cascade Real Estate, Werkgroep Wonen Stadsdorp VondelHelmers en drie individuele insprekers zijn overwegend positief over de doelstellingen, uitgangspunten en de voorgenomen inzet bij doel 7 Leefbare en veerkrachtige wijken met toegang tot zorg en voorzieningen. De insprekers benadrukken het belang om hierop in te zetten en geven tegelijkertijd ook mee dat er in de afgelopen jaren al veel is verbeterd. Stadsdorp VondelHelmers benadrukt daarnaast het belang van de samenwerking met partners en bewoners, het benutten van de aanwezige vitaliteit in buurten en het leveren van maatwerk.
Wooncafé 020 benadrukt dat de ongedeelde stad de leefbaarheid bevordert en noemt een goede verdeling van prijssegmenten in de wijken en de stad als remedie, maar waarschuwt tegelijkertijd voor een afname van de sociale voorraad in nieuwbouw- en transformatiegebieden. Huurdersvereniging Arcade, de huurdersvereniging van Lieven de Key, uit zorgen over eenzijdig doelgroepenbeleid en vraagt om menging van alle groepen huurders. Een diverse bewonerssamenstelling zorgt voor een fijnere woonsfeer. Het toepassen van tijdelijke contracten is nadelig voor de sociale cohesie in buurten en wijken. Het HNA benoemt dat ongelijk investeren voor gelijke kansen belangrijk is om de tweedeling tussen ‘arm’ en ‘rijk’ bij stedelijke vernieuwing tegen te gaan. En vraagt daarom om een minimum van 45% sociale huur in alle gebieden en het behoudt van sociale huurcomplexen in bestaande wijken en buurten.
Reactie college Het college is tevreden over de hoge graad van erkenning voor het belang van dit doel en de voorgenomen inzet en onderschrijft het belang van participatie in buurten en wijken waarbij gebruik gemaakt wordt van bestaande sociale structuren.
7.2 Ongedeelde stad en gemengde wijken
Eén inspreker maakt zich zorgen over verdringing van zittende oudere bewoners door particuliere verhuurders met als doel om de betreffende woningen in een duurder segment te kunnen verkopen. Volgens de inspreker zouden ouderen beter beschermd moeten worden tegen verdringing en draagt dit door een betere diversiteit in de wijk ook bij aan de leefbaarheid.
Zestien insprekers benadrukken het belang van een ongedeelde stad, waarvan tien individuen en vier organisaties (Wooncafé 020, HNA, Huurdersvereniging Arcade, Bewonersvereniging en -commissie Olympia). Allen benadrukken het belang van variatie in de bevolkingssamenstelling. Velen verzoeken om bij nieuwbouw en uitbreiding rekening te houden met de samenstelling van buurten, met name de verdeling tussen zittende en nieuwe bewoners en de spreiding van kwetsbare bewonersgroepen. Twee insprekers opperen een goede balans tussen de verschillende prijssegmenten van het woningaanbod als oplossing. Eén inspreker wijst op het belang van menging van leeftijden, zodat bewoners elkaar onderling kunnen helpen. Eén inspreker noemt als oplossing voldoende betaalbare woningen in de hele stad, ook binnen in de
Reactie college In de missie van de AAV staat dat er gestreefd wordt naar een ongedeelde stad. Dit streven naar gemengde wijken en buurten is terug te vinden bij de uitwerking van de verschillende doelen in de AAV. Het college steunt dan ook de verzoeken om gemengde wijken en buurten. We bouwen aan een complete, duurzame en ongedeelde stad. Voor alle huishoudenssamenstellingen en voor jonge, oude en nieuwe Amsterdammers.
69
Het college stuurt in de nieuwbouw niet op een specifieke verhouding koop en huur maar op de toevoeging van zoveel mogelijk betaalbare woningen. De betaalbaarheid staat voorop, daarom is het uitgangspunt bij nieuwbouwprojecten 40% sociale huurwoningen, 40% middeldure en 20% vrije sectorwoningen. Naast de zogenoemde 40-40-20-regeling wordt de nieuwbouw gebiedsgericht voor doelgroepen geprogrammeerd. Daarmee wordt de variatie van de woningvoorraad, naar prijs als woningtypen, in nieuwbouw- en transformatiegebieden geborgd. Daarnaast wordt door middel van de gebiedsgerichte doelgroepenprogrammering ook rekening gehouden met de verdeling van doelgroepen, zoals jongeren en studenten. Om ook in bestaande gebieden de sociale woningvoorraad te behouden worden er op basis van de AAV Samenwerkingsafspraken met woningcorporaties gemaakt over verkoop en liberalisatie, in de AAV staat bijvoorbeeld ‘geen verkoop van sociale huurwoningen, tenzij’.
en zorg in de wijk (o.a. door te gaan werken met woonzorgcirkels) en te investeren in de sociale infrastructuur resoneert in de reacties. Daarnaast delen veel insprekers in hun reactie ook persoonlijke verhalen en zorgen over voldoende maatschappelijke- en zorgvoorzieningen en het belang om deze voorzieningen dichtbij de woning te hebben. Deze inspraakreacties op het gebied van voorzieningen in de wijk en leefbaarheid gaan over veel meer dan een woning. Ze gaan over nabijheid en toegankelijkheid voor alle Amsterdammers van zorgvoorzieningen, buurthuizen, buurtteams, winkels, openbaar vervoer, groen en horeca, zowel in bestaande als in nieuwbouwwijken. Er wordt, met andere woorden, aan de gemeente gevraagd om meer aandacht te besteden aan de samenhang tussen al deze onderwerpen. Er wordt gevraagd om meer regie, om integraal te werken en te programmeren in de stad. Ook waar dit al gebeurt, zoals bij de ontwikkeling van buurtteams, wooncirkels, masterplannen, wordt gevraagd om meer regie en verduidelijking van rollen. Er wordt een beroep gedaan op de gemeente om gebiedsgericht, integraal en opgavegericht te werken.
De corporaties en zorgaanbieders gaan bij de toewijzing zorgvuldig te werk: zij houden zowel rekening met de stapeling van kwetsbaarheid in buurten als met de invloed van de omgeving op het herstel van de kwetsbare bewoner. Corporaties stemmen daarvoor af met andere corporaties in dezelfde buurt. Het college heeft begrip voor de wens om in wijken waar de draagkracht onder druk staat terughoudend om te gaan met het huisvesten van kwetsbare groepen (voor een uitgebreide reactie zie de tekst betreffend inspraakreacties op doel 3 Meer woningen voor hen die ze het hards nodig hebben.)
Drie insprekers en de FHCS vragen om voldoende maatschappelijke, culturele en commerciële voorzieningen voor alle huishoudens, ook voor jongeren en gezinnen. Eén inspreker vraagt specifiek om meer ziekenhuizen in Amsterdam. De AFWC vraagt tot slot om concrete plannen voor fysieke plekken in buurten waar instanties samen gehuisvest zijn. Reactie college Het college herkent de problematiek die diverse insprekers delen over hun persoonlijke situatie en de behoefte aan voldoende voorzieningen in de wijk. Met de bouw van nieuwbouwwoningen die veelal geschikt zijn voor ouderen, dan wel het vrijmaken van voor ouderen geschikte betaalbare woningen in de bestaande bouw nabij voorzieningen hoopt het college meer en beter aanbod van ouderenwoningen te creëren.
Het college stuurt op menging met de 40-40-20 regel en de gebiedsgerichte doelgroepenprogrammering voor nieuwbouw en transformatie en maakt afspraken over het behoud van sociale huurwoningen van corporaties in de Samenwerkingsafspraken. Het college spreekt zich uit tegen verdringingspraktijken met als enige doel om vrijstaande woningen duurder te kunnen verhuren. Geen huurder met een vast huurcontract kan gedwongen worden om te verhuizen.
In de AAV staat dat we bij gebiedsontwikkeling werken vanuit het uitgangspunt van de complete stad met aandacht voor maatschappelijke voorzieningen, groen en sociale infrastructuur. In de AAV wordt verwezen naar het ‘Bouwstenenboek voor de Inclusieve Stad’, een handreiking hoe je een gezonde woonomgeving realiseert met zorg- en welzijnsvoorzieningen in de nabijheid. Deze handreiking zal worden gebruikt bij de planvorming.
7.3 Voorzieningen in de wijk Veertien individuele insprekers zijn positief over het vergroten van het aanbod van woningen voor ouderen en zorgbehoeftigen in de nabijheid van voorzieningen in de eigen wijk. Ook de FAH is positief. Goede voorzieningen zijn onmisbaar om langer zelfstandig thuis te kunnen blijven wonen. De AFWC vraagt de gemeente hier een regierol in te nemen. Het belang dat in de AAV wordt gehecht aan toegang tot goede voorzieningen
In 2018 heeft het college de Amsterdamse referentienorm voor maatschappelijke voorzieningen en groen vastgesteld. Met dit instrument zorgen we ervoor dat in alle gebiedsontwikkeling ruimte gereserveerd wordt in
70
de planvorming voor maatschappelijke voorzieningen zoals een huis van de wijk, school, huisarts en een buurtteam.
zelfstandig te leren wonen. De huisvesting van deze groepen wordt zoveel mogelijk verdeeld over reguliere sociale corporatie huurwoningen overal in de stad (zie ook Nota van beantwoording doel 3 Huisvesting voor hen die ze het hards nodig hebben). Daarnaast zijn er buurtteams en is er andere ondersteuning om de mensen die iets extra nodig hebben te begeleiden, om ook zo overlast zoveel als mogelijk te vermijden.
Doel van de in de AAV genoemde woonzorgconcepten zoals de woonzorgcirkel en de Lang Leven Thuisflats is ook een efficiëntere inzet van zorgpersoneel. Door geclusterde woningen en woningen in de nabijheid van 24-uurszorg kan zorgpersoneel sneller en meer mensen zorg bieden. Gezien het toenemende tekort aan zorgpersoneel is het belangrijk daar bij huisvestingsconcepten rekening mee te houden.
Het zelfstandig wonen helpt mensen bij hun herstel, maar het college erkent dat het soms minder goed uitpakt. Dit kan met verschillende factoren te maken hebben en daar is over nagedacht. Samen met de corporaties en de zorgaanbieders zijn de Tien Werkafspraken ‘Thuis in de Wijk’ gemaakt over passend wonen met zorg op maat, hierin is onder andere een overlastprotocol opgenomen om snel te kunnen handelen.
7.3.1 Buurtteams Drie insprekers benoemen de noodzaak van buurtteams en/of het belang om wonen en zorg in samenhang te beschouwen bij het zoeken naar oplossingen. Insprekers vragen ook om de buurtteams te verbeteren. Volgens één inspreker zijn buurtteams nog onvoldoende vindbaar, waardoor schrijnende situaties ontstaan. Zoals ouderen die te lang zelfstandig blijven wonen en daardoor vereenzamen of vervuilen.
De corporaties en zorgaanbieders gaan bij de toewijzing zorgvuldig te werk: zij houden zowel rekening met de stapeling van kwetsbaarheid in buurten als met de invloed van de omgeving op het herstel van de kwetsbare bewoner.
Reactie college Het college deelt het belang van buurtteams. Het is belangrijk dat mensen met een hulpvraag en al dan niet via doorverwijzing het buurtteam weten te vinden en we zien dat dat steeds beter lukt. De verschillende partners in de stadsdelen hebben afspraken gemaakt of zijn daar mee bezig om ouderen in een ‘niet-pluis’-situatie vroegtijdig in beeld te krijgen. Bijvoorbeeld rondom dementie.
7.3.3 Maatwerk en regie door de gemeente in het kader van voorzieningen in de wijk De AFWC vraagt aan de gemeente om meer regie te nemen voor een goede samenhang en toegankelijkheid van buurtteams, meldpunten zorg- en woonoverlast, wooncirkels, wijkactieteams en masterplannen en de rolverdeling en middelen te verduidelijken. De Werkgroep Wonen Stadsdorp VondelHelmers vraagt om meer maatwerk per buurt.
7.3.2 Zelfstandig wonen in de wijk Eén inspreker maakt zich zorgen over mensen met een zorgvraag die zelfstandig in de wijk wonen en overlast veroorzaken.
Reactie college Het college onderschrijft het belang van regie en het pakken van deze rol door de gemeente (zie ook de reactie hierboven). In de AAV ligt de focus op Wonen en Volkshuisvesting, vanuit het besef dat samenwerking met andere partijen en tussen de organisatieonderdelen binnen de gemeente net zo noodzakelijk is als het betrekken van bewoners. Het college kan het niet alleen en zal daarom stadsdelen, partners en bewoners betrekken bij de uitwerking, beleidsvorming en uitvoering. Waarbij wordt toegewerkt naar gebiedsgerichte uitwerking in uitvoeringsprogramma’s per stadsdeel, dan wel de nieuwe Samenwerkingsafspraken.
Reactie college Het college hecht eraan dat Amsterdam een stad is waar iedereen kan wonen, ook mensen die daarbij zorg en ondersteuning nodig hebben. Zelfstandig wonen in de wijk helpt hen om volwaardig deel te kunnen nemen aan de samenleving. Daarbij worden zij zo goed als mogelijk geholpen. Toch kan het wel eens misgaan, en dat kan zoals de inspreker naar voren brengt traumatiserend zijn voor omwonenden. Het college betreurt het dat de inspreker dit heeft moeten meemaken.
7.3.4 Afstand van voorzieningen Eén inspreker vraagt wat een redelijke afstand tot voorzieningen in de wijk is.
Het PHKG speelt een belangrijke rol bij het huisvesten van mensen die uitstromen uit de MOBW. Deze laatste groep bestaat o.a. uit mensen die perspectief hebben op zelfstandig wonen, maar eerst nog wonen met begeleiding op maat en een huurcontract op naam van de zorginstelling. Deze begeleiding stelt hen in staat
Reactie college Voor ouderenhuisvesting heeft de gemeente afstanden beschreven in de brochure: “Ouderen wonen in de
71
7.4 Tegengaan overlast
stad. Aandachtspunten voor het ontwerp in de ouderenhuisvesting”. In de brochure wordt een rollatorradius voor minder mobiele ouderen gehanteerd van ca. 250 – 500 meter tussen woning en belangrijke voorzieningen.
Over de uitgangspunten van de AAV ten aanzien van leefbaarheid zijn de inspraakreacties kritisch positief. Tegelijkertijd worden ook de overlast door toeristische verhuur, bewoners, zwerfvuil, ongedierte en horeca genoemd. Er zijn zes reacties die betrekking hebben op verschillende vormen van overlast, één van een individu en vier van organisaties (de FAH, de AFWC, de Bewonersvereniging en -commissie Olympia en de FHCS).
7.3.5 Voorzieningen juist in nieuwbouwbuurten te weinig Drie insprekers gaan specifiek in op het slechte voorzieningenaanbod in nieuwbouwwijken. Dit gaat over maatschappelijke voorzieningen maar ook over voorzieningen voor dagelijkse behoeften zoals toegang tot openbaar vervoer, scholen, supermarkten, winkels, restaurants, en markten. Ook de FAH geeft in haar inspraak mee dat mensen behoefte hebben aan prettig wonen in wijken met voldoende voorzieningen. Volgens de FAH dient in alle bouwplanen hieraan verplicht aandacht besteed te worden zodat er vanaf het begin van de planvorming voldoende ruimte gereserveerd wordt.
Reactie college Amsterdam is een bruisende stad met veel inwoners en bezoekers. De populariteit van Amsterdam leidt er toe dat Amsterdammers vaker overlast ervaren. Overlast kent vele vormen en heeft invloed op de leefbaarheid en het woongenot. Het college vindt het belangrijk dat de leefbaarheid in Amsterdamse wijken en buurten wordt gewaarborgd, zodat Amsterdammers prettig kunnen leven en wonen. Daarom zet het college op verschillende manieren in op vroegtijdige interventie en het oplossen van overlast. Daarnaast is het belangrijk dat Amsterdammers overlast melden bij de gemeente, zodat overlast effectief kan worden aangepakt.
Reactie college Het college is het hier mee eens. Het college wil graag een complete stad maken met zowel nieuwbouw woningen maar ook voorzieningen in de wijk zoals huisartsenpraktijk, kinderopvang en winkel. Volkshuisvesting kan nooit op zichzelf staan, en dat gebeurt ook niet. Het uitgangspunt van de complete stad is verankerd in de Omgevingsvisie 2050. De masterplannen en het voornemen om per stadsdeel uitvoeringsprogramma’s te maken getuigen hiervan; in de gebiedsontwikkeling wordt rekening gehouden met het inplannen van maatschappelijke voorzieningen en is er een werkwijze waarbij per gebied bepaald wordt welke maatschappelijke voorzieningen nodig zijn. We leven in een complexe tijd. De wereld verandert in hoog tempo we hebben als overheid te maken met grote vraagstukken, zoals tekorten aan woningen en personeel. Het college beseft dat het juist in die context belangrijk is om zaken in hun onderlinge samenhang aan te pakken. We doen dit al met vele andere partijen in de aanpak Amsterdam Vitaal & Gezond, maar zijn er nog niet. Erkent wordt dat niet elke partij die op zoek is naar ruimte in de stad een (betaalbare) plek vindt, in de bestaande stad of de nieuwe wijken. De populariteit van Amsterdam zorgt er voor dat er meer vraag is dan ruimte. Daardoor zien we dat mooie (sociale) initiatieven moeite hebben om ruimte te vinden, dit moet beter.
Door in te zetten op Samen Stad Maken en lokale coalities te vormen zoals in de masterplannen gebeurt zorgen we er voor dat de fysieke en sociale wereld samen komen en het knelpunt onder de aandacht komt.
Lawaai, stank, vuil en dreigende situaties in en om woningen door buren of toeristische verhuur worden geschaard onder de noemer woonoverlast. Het college beschikt over een aantal instrumenten om woonoverlast aan te pakken als na bemiddeling of waarschuwing de overlast niet stopt. Het college zet juridische maatregelen in om de eigenaar van de woning of de overlastgever te dwingen de overlast te stoppen. Als een woning illegaal toeristisch verhuur wordt, dan wordt er gehandhaafd. Zwerfvuil en ongedierte in de openbare ruimte geeft overlast. Aan de hand van meldingen van Amsterdammers bij de gemeente, wordt zwerfvuil opgeruimd en dierplagen bestreden. In samenwerking met de GGD worden hotspots van bijvoorbeeld rattenplagen aangepakt. Horecagelegenheden kunnen verschillende vormen van overlast veroorzaken voor omwonenden, zoals: bezoekerslawaai, vuil en stankoverlast. Door toezicht te houden en te handhaven dringt het college horecaoverlast terug.
72
7.5 Herdefinieer de begrippen
Zij benadrukken het belang van een groene stad en betogen dat bouwen niet ten kosten mag gaan van het groen. Groen is volgens hen belangrijk voor de gezondheid en daarmee voor de leefbaarheid in wijken en buurten. Eén inspreker vraagt om meer groen door middel van gemeenschappelijke tuinen, het onderhoud kan bijdragen aan sociale verbinding tussen ouderen en andere bewoners. Ook hangende tuinen worden genoemd als oplossing voor meer groen.
Red Amsterdam Nood vraagt om een herdefiniëring van de begrippen ‘leefbaarheid’ en ‘veerkracht’ specifiek voor Amsterdam Noord en vraagt om dit samen met bewoners te doen. Volgens hen zijn dit context-afhankelijke begrippen. Reactie college Het college streeft naar leefbaarheid en veerkracht in alle gebieden. Ook al zijn alle gebieden verschillend, zo zijn de uitgangspunten voor leefbare en veerkrachtige buurten hetzelfde. De doelstellingen zoals geformuleerd in de AAV gelden voor alle gebieden. Het college is er wel van overtuigd dat initiatieven van bewoners bijdragen aan de leefbaarheid en veerkracht van wijken. Bij de gebiedsgerichte uitwerking in de stadsdelen zal de gemeente de samenwerking met bewoners dan ook opzoeken.
Drie organisaties, de FAH, HNA en Red Amsterdam Nood, benadrukken het belang van groen voor een leefbare woonomgeving. De FAH wil in Amsterdam geen buurten met alleen woontorens en een steeds verder gaande verdichting. Het HNA benadrukt dat de klimaatverandering, en daardoor water-, droogte- en hittestress, steeds hoger eisen aan de leefomgeving stelt. Het HNA mist in de AAV hoe de gemeente gaat inspelen op deze uitdagingen. Zij vragen niet alleen om meer groen, maar om: een leefbare omgeving voor flora én fauna, het benoemen van groene oases, ecologische verbindingszones en biodiversiteit. Ook volgens Red Amsterdam Nood is het fundament voor leefbaarheid in de wijken in de eerste plaats voldoende stadsnatuur en groen. Red Amsterdam Noord mist in de AAV een voorstel voor beleid voor het herstel en behoud van stadsnatuur. Red Amsterdam Noord vraagt ook om de bestaande groennorm te herijken en om de ecologische hoofdstructuur in Amsterdam Noord intact te laten.
7.6 Verdichting Red Amsterdam Noord benoemt de zorg rondom leefbaarheid in het kader van grootschalige verdichting. Volgens de belangengroep is de balans hierin verstoord met negatieve gevolgen voor de zittende bewoners in Noord. Red Amsterdam Noord vraagt de gemeente om de leefbaarheid te verbeteren door nieuwbouw te beperken. Reactie college
Reactie college Het college erkent het belang van groen voor de leefbaarheid en gezondheid. Ook wordt erkent dat de openbare ruimte en groene ruimte niet volledig mee kan groeien met de groei van de stad. Wel zorgt de gemeente ervoor dat bij gebiedsontwikkeling er genoeg ruimte is voor groen en sport en spel. Het onderwerp vergroening staat hoog op de gemeentelijke agenda. Het vormt de kern van de Groenvisie (2020) en is één van de vijf strategische keuzes (rigoureus vergroenen) in de Omgevingsvisie Amsterdam (2021). De AAV omarmt de keuzes in deze beleidsstukken en trajecten. Het programma Amsterdam Klimaatneutraal legt de koppeling tussen ruimtelijke inrichting en de opwarming van de stad, de kans op toenemende droogte of juist wateroverlast (overstromingsrisico’s) etc. Er wordt stevig geïnvesteerd in vergroening: zo wordt er in de komende jaren voor 53 miljoen euro geïnvesteerd in de uitbereiding of kwaliteitsverbetering van stedelijke groengebieden (via het Strategisch Huisvestingsplan Bovenwijks Groen). En er is of wordt nieuw groen gerealiseerd in de gebiedsontwikkelingen en transformatiegebieden, zoals: Schinkelkwartier, Hamerkwartier, Amstelkwartier en Amstel III. Op kleinere schaal wordt gewerkt aan bijvoorbeeld het groene-stegenplan in de
Het college herkent de zorgen van zittende bewoners maar weet ook dat steeds meer mensen in Amsterdam behoefte hebben aan een woning. Uitbreiding maar ook verdichting is daarom hard nodig (zie ook doel 1 Meer woningen in de AAV). In de Omgevingsvisie Amsterdam 2050 is aangegeven waar in de stad de gemeente ruimte ziet om de stad verder te verdichten. Momenteel werkt de gemeente aan een Ontwikkelstrategie 2035 die dit concretiseert in een inzet voor de middellange termijn. Het college erkent dat verdere verdichting druk zet op bestaande sociale structuren en tot gevolg kan hebben dat wijken veranderen. Daarom is het belangrijk dat we in de gebiedsontwikkeling oog houden voor de belangen van de zittende bewoners, vandaar ook dat het college vanuit de AAV in wil zetten op doorstromingsmogelijkheden en stadsdeelvoorrang in de nieuwbouw.
7.7 Behoud van groen Het onderwerp groen in de stad krijgt veel aandacht van insprekers. Volgens vijf insprekers wordt er in de AAV bijzonder weinig aandacht besteed aan groen.
73
Binnenstad en het vergroenen van straten en andere openbare ruimte bij herinrichting/groot onderhoud. Groen in de buurt kan daarnaast ook een sociaal verbindende rol vervullen (ontmoeting, samenwerking, bewonersbeheer). Het belangrijkste groen in Amsterdam is goed beschermd omdat het onderdeel uitmaakt van de Hoofdgroenstructuur; hierin is bebouwing in principe niet toegestaan, tenzij het om functies gaat die onderdeel uitmaken van het groengebied. Denk aan een theehuis in een stadspark, of een landhuis op een landgoed. Voor grootschalige woningbouw is geen plek in de Hoofdgroenstructuur. Het stimuleren van groen op daken, aan gevels of dichtbij woonbebouwing (stoeptuinen, binnenterreinen) is onderdeel van het groenbeleid zoals vastgelegd in de Groenvisie (2020). Juist omdat het groen in de stad door de beperkte ruimte niet veel kan uitbreiden en omdat mensen wel behoefte hebben aan groen dichtbij huis, zet het beleid stevig in op vergroening van de directe woon- en leefomgeving. Dat doet de gemeente via stimuleringsregelingen (tegels wippen, subsidie groen daken), via voorlichting en inspiratie (bijvoorbeeld de Handleiding Geveltuinen) en door groentoevoegingen te hanteren als selectiecriterium bij tenders (uitgifte van kavels voor (woning) bouwprojecten).
Door beheermaatregelen, het investeren in de kwaliteit en gebruiksmogelijkheden van bestaand groen, de spreiding van bezoekers en het aanwijzen van verschillend groentypen in de Hoofdgroenstructuur (waaronder ook rustige en natuurgerichte groengebieden) zorgt de gemeente ervoor dat elk groengebied een passende ‘bezoekersdruk’ krijgt. Voor de groengebieden in en nabij de binnenstad, die de meeste drukte te verwerken krijgen, wordt met de Aanpak Binnenstad en het terugdringen van massatoerisme ingezet om de trend van steeds meer bezoekers en steeds meer drukte te keren.
74
V. Gebiedsgerichte uitwerking AAV Er zijn vijf inspraakreacties gekomen op de gebiedsgerichte uitwerking van de AAV. De coalitie Groei van de stad wil weten hoe de algemene principes van de AAV worden vertaald naar verschillende schaalniveaus en de AFWC geeft aan dat de corporaties graag willen meedenken bij de gebiedsgerichte uitwerking en wil dat het college concreter wordt in de plannen voor gebiedsgerichte uitwerking en mist in de AAV de kansen die de gebieden bieden. Red Amsterdam Noord, FAH en HNA vragen expliciet om het steunen en betrekken van buurtinitiatieven ten behoeve van sociale cohesie en draagkracht van buurten en voor het toezien op leefbaarheid als bij nieuwbouw en verdichting.
Het college ziet ook het belang aan te sluiten bij de kansen die de gebieden bieden. Aan de hand van kwantitatieve en kwalitatieve informatie en in overleg met stadsdelen en lokale partijen hopen we daarvan een goed beeld te krijgen. Met de keuze voor samen stadmaken is de samenwerking tussen samenleving, markt en de gemeente in de Omgevingsvisie ook als belangrijk uitgangpunt genomen. Dit geldt niet alleen binnen de gebiedsgerichte uitwerkingen van de AAV maar ook voor de gebiedsontwikkelingsprojecten. Inmiddels kent de stad hier vele voorbeelden van en buurtinitiatieven en -netwerken zijn hierin van cruciale waarde. Het college hecht veel waarde aan de samenwerking met bewoners en andere lokale partijen. Als belangrijke samenwerkingspartner zullen bij de gebiedsgerichte uitwerking van de AAV ook corporaties betrokken worden. Hierbij wordt meegenomen wat in het bod van de corporaties staat en wat in de uiteindelijke Samenwerkingsafspraken komt te staan.
Reactie college Het college gaat samen met de stadsdelen werken aan de gebiedsgerichte uitwerking van de AAV. In overleg komen we tot een plan van aanpak. Daarin zullen maatregelen uit de AAV indien mogelijk en gewenst gebiedsgericht uitgewerkt worden. Daarbij worden ook data op verschillende schaalniveaus betrokken. Kwantitatieve en kwalitatieve informatie zijn nodig om goede keuzes te kunnen maken voor deze uitwerking. Later wordt bepaald wat er van opgenomen kan worden in de gebiedsplannen.
75
VI. Samenwerking met corporaties Drie insprekers, waaronder de FAH en Red Amsterdam Noord reageren op de afspraken die de gemeente Amsterdam gaat maken met corporaties en huurders. Eén inspreker vindt deze afspraken nu ge vrijblijvend en stelt voor dat monitoring per stadsdeel en corporatie moet gebeuren. Ook de FAH geeft aan een voorstander te zijn van monitoring per corporatie. Red Amsterdam Noord vindt dat er prestatieafspraken voor stadsdeel Noord gemaakt moeten worden, in lijn met de Aanpak Noord. Reactie college Het college zet in op collectieve afspraken met transparantie over individuele bijdrage per corporatie. Hiermee willen we samen werken aan de gezamenlijke ambities voor de aanpak van de wooncrisis in Amsterdam. Zo blijven we als drie partijen overzicht houden en bijsturen op het gezamenlijk gewenste resultaat voor de stad en worden corporaties gestimuleerd om ieder individueel een zo groot mogelijke bijdrage te leveren. Bij het maken van de collectieve afspraken is aandacht voor die zaken die voor gebieden verschillend liggen. Mochten de collectieve afspraken waartoe we kunnen komen, ons niet voldoende vertrouwen geven in de te leveren resultaten, dan kan het college kiezen om op afgebakende onderwerpen, zoals verkoop of duurzaamheid, individuele afspraken te maken met corporaties.
De bestuurlijke delegatie van de gemeente bestaat uit de twee betrokken wethouders en twee stadsdeelbestuurders, om de inbreng vanuit de gebieden te waarborgen. Verdere uitwerking van de Samenwerkingsafspraken en de monitoring daarvan vindt plaats in de bestuurlijke gesprekken over de Samenwerkingsafspraken.
76
VII. Financiën De AFWC en Red Amsterdam Noord geven aan een financiële onderbouwing te missen van de maatregelen die in de AAV staat. Daarnaast verzoekt Red Amsterdam Noord het college extra middelen te reserveren voor de Aanpak Noord. Reactie college Het college heeft in hoofdstuk 8 van de AAV de huidige financiële inzet tot en met 2026 voor belangrijke maatregelen in de AAV opgenomen. Er zijn coalitiemiddelen voor de Aanpak Noord die worden ingezet. Met de AAV komen er geen extra middelen voor de Aanpak Noord.
77
Bijlage: Overzicht inspraakreacties AAV Meedenktraject totstandkoming AAV, referentienummers: 7247-8058 0207-3121 3204-1561 1654-8219 Probleemanalyse, referentienummers: 7110-3193 6518-7989 0207-3121 Missie en uitgangspunten AAV, referentienummers: 6663-4538 6702-1256 7768-0706 3321-0688 3877-7744 2610-9286 8506-0093 3518-9634 8819-2378 8610-7331 8745-8123 4060-0265 6423-8035 4617-2222 4318-9405 0207-3121 6692-3546 Doel 1. Meer woningen, referentienummers: 8228-3169 5502-8903 6951-7562 6699-0524 2999-5406 0207-3121 2607-3375 0315-4131 5012-1835 7247-8058
4607-8949 3775-8274 5138-7158 6692-3546 1654-8219 8203-1062 3174-2928 9629-3134 4976-0830 8934-5498 2906-7603 5143-1268 3003-6437 1717-5381 6801-4073 6759-1651 8602-9999 1130-1950 9522-9676 2366-5938 1523-3413 1388-5274 2403-1856 4708-7718 8271-4969 1868-6239 4060-0265 6139-8595 0803-4242 9227-0752 3385-4565 9484-4960 1376-2832 6066-5549 3613-8878 4591-5845 8610-7331 5534-8198 2568-0238 2455-2590 0893-1994 1208-5863 8570-0750 3875-2991 4617-2222 6663-4538 8260-6365
8123-5006 9728-5074 1108-9115 6518-7989 8417-7693 2818-9051 5915-4630 5473-5665 6370-0335 9475-9643 1996-7203 0946-2715 6819-1790 9737-2364 4850-0684 8412-6413 5184-0441 2303-3179 7490-5415 5761-3848 8120-4827 8799-1470 3937-1371 4478-0437 2945-0077 0701-4626 2202-4778 5140-5961 7743-6958 7186-2046 5687-2935 5027-2757 7768-0706 6718-8210 8405-7625 0795-0942 3124-5472 6423-8035 7951-0060 5276-3952 3933-3344 8390-7156 4615-7257 4318-9405 7200-7817 2975-2641 8308-3469
78
2706-3956 2667-3279 1740-8230 5184-7177 1824-9479 1224-3522 0263-2589 8819-2378 8822-1149 2486-5631 2382-7296 0622-4678 1747-7864 3210-6054 3867-3733 1544-2774 3608-8174 6406-2114 0817-5434 5594-5576 9682-8770 6205-1084 0036-6947 6624-0570 0183-4463 3629-2842 7110-3193 3204-1561 1822-7934 2434-0480 3339-5072 4375-6829 9118-2360 3291-9984 1722-7756 6898-3189 5272-7887 6582-5870 2233-1440 3787-0889 6994-4031 8770-7207 5417-4313 8958-4887 1818-6099 3015-4888 7468-5376
5843-4334 3566-7436 2210-9723 9481-3058 7053-7051 4706-1814 2549-8306 2360-7267 6241-6975 8296-9910 5097-3381 1418-0984 0100-1849 7077-7563 8243-7202 1048-6662 3535-4469 0206-1839 4288-0809 4131-1038 7943-1618 7662-2558
Doel 2. Betaalbaarder wonen, referentie nummers: 0701-4626 0714-0384 1208-5863 1402-9018 1523-3413 1733-1992 2008-5921 2430-2684 3152-7694 3671-5154 3878-5687 4060-0265 5184-0441 5372-3484 5647-7258 5691-0771 5977-3572 6370-2906 6518-7989 7363-7944 7969-6597 8120-4827 8587-9069 9444-5807 9657-6706 9803-9881 4247-3313 2274-5892 1868-6239 4591-5845
8819-2378 6951-7562 9446-5947 4511-6173 1721-4885 1996-7203 4230-4523 5138-7158 7233-5067 6205-1084 1544-2774 4797-9013 5999-3626 2610-9286 7982-9249 5276-3952 4850-0684 8799-1470 5473-5665 2303-3179 6759-1651 3518-8501 9730-1775 3670-7615 5594-5576 0635-5315 0163-1541 3010-3688 3510-3458 1824-9479 6259-3158 8660-0634 3366-5536 2222-3675 5915-4630 6295-0480 5477-4423 9682-8770 9168-2118 6423-8035 4281-4161 6066-5549 2344-9493 2046-7621 7490-5415 5761-3848 2999-5406 6406-2114 9728-5074 2699-3780 0795-0942 4617-2222 5687-2935 5236-8951 4645-5188 5827-7480
8822-1149 3385-4565 7186-2046 7974-9702 9484-4960 1654-8219 3204-1561 0207-3121 5317-6539 6692-3546 6904-5275 4318-9405 7247-8058 2607-3375 4615-7257 1533-9054 6801-4073 6663-4538 6718-8210 6702-1256 1822-7934 2434-0480 5137-3969 0913-7296 5197-5141 6282-7718 5435-9273 8093-8454 6929-3557 9131-2746 6723-3130 4416-6732 7188-9335 8876-6826 0852-5856 8197-2803 1805-7657 6676-9120 2364-2708 4542-5514 8043-9156 2135-3314 6016-2130 5468-2696 2181-5262 3024-4276 2389-6229 1461-7120 9493-5702 5520-5813 0944-8414 9842-1735 3530-4195 9155-9213 5641-2530 0393-1746
79
3146-9480 4348-8852 5080-5640 9643-0364 7842-2986 9025-2701 8635-4721 0419-8275 0953-9265 5020-4987 9229-6248 5677-7151 1408-4823 8643-5536 3199-7453 4082-6423 1750-2824 3947-3163 1723-5534 0630-6551 6384-8201 5764-4230 1650-2684 0841-0121 6408-7685 8632-6409 7390-9818 4138-3035 6452-3970 0291-1217 3524-8652 2536-7059 4321-8022 0577-6594 1784-0567 6869-4215 6798-8844 4386-1016 7674-3790 1861-3153 1194-7774 8632-7856 3860-3190 6500-1413 1034-6762 4789-0400 8993-7758 5804-7283 5446-7799 2826-3821 4027-4205 2704-5476 7283-2004 7494-3391 5746-3466 6584-7241
2737-8013 4858-2539 3926-0958 9408-7223 0585-6531 9481-3058 7053-7051 4706-1814 2549-8306 2360-7267 6241-6975 7296-9708 8296-9910 5097-3381 1418-0984 0100-1849 7077-7563 8243-7202 1048-6662 4288-0809 4131-1038 7943-1618
Doel 3. Meer woningen voor hen die ze het hardst nodig hebben, referentienummers: 5502-8903 7110-3193 0795-0942 8120-4827 3629-2842 4230-4523 2455-2590 2008-5921 6259-3158 0946-2715 6085-8304 5473-5665 0207-3121 4060-0265 3613-8878 6406-2114 3010-3688 7233-5067 3607-6414 6759-1651 1996-7203 7768-0706 5752-6394 6205-1084 7186-2046 1263-0550 3124-5472 2303-3179 1523-3413
8412-6413 1224-3522 4976-0830 8934-5498 2999-5406 3115-0773 5594-5576 7247-8058 6692-3546 4318-9405 5184-0441 1221-1794 3204-1561 0635-5315 0163-1541 9522-9676 5691-0771 1544-2774 4247-3313 9783-6702 6518-7989 9227-0752 5236-8951 6296-7920 2551-0496 8745-8123 1721-4885 5647-7258 1717-5381 0701-4626 9737-2364 8417-7693 3328-6952 3671-5154 0528-3680 9475-9643 2645-4096 0893-1994 6812-8504 2945-0077 5827-7480 4215-4966 7363-7944 1533-2670 2046-7621 2222-3675 2803-5721 9190-6801 4909-1588 8680-0374 1824-9479 5761-3848 8602-9999 5317-6539 8818-4359 3608-8174
8602-7200 1208-5863 2434-0480 9125-3669 3339-5072 8665-7465 5472-4385 7220-6843 9481-3058 7053-7051 4706-1814 2549-8306 7296-9708 8296-9910 5097-3381 9872-7521 3535-4469 0206-1839 4288-0809 4131-1038 7943-1618 7662-2558
Doel 4. Passender wonen, referentie nummers: 0036-6947 0315-4131 0635-5315 1224-3522 1225-8714 1263-0550 5236-8951 1544-2774 1717-5381 1868-6239 2222-3675 2366-5938 2455-2590 2551-0496 3010-3688 3020-5823 3328-6952 3510-9816 3613-8878 3671-5154 4151-4553 5473-5665 5687-2935 5706-3337 5827-7480 6066-5549 6085-8304 6259-3158 6296-7920 6951-7562
80
7110-3193 8334-2385 8587-9069 8799-1470 9682-8770 9783-6702 6692-3546 4318-9405 1533-9054 0854-2807 2329-1998 7247-8058 0207-3121 6801-4073 1376-2832 3204-1561 1654-8219 8765-4321 5317-6539 8260-6365 2706-3956 2667-3279 1740-8230 3776-8142 0163-1541 2699-3780 6406-2114 2999-5406 3518-8501 2382-7296 5121-9825 0717-6026 4425-6312 3366-5536 1824-9479 7186-2046 3869-6659 0183-4463 5184-0441 1518-8014 0893-1994 5477-4423 3357-5581 6699-0524 4700-4819 6423-8035 3476-8363 1221-1794 7671-7030 9495-8844 2945-0077 2590-8540 9276-5423 3670-7615 4607-8949 2825-0364
8004-7562 3124-5472 4389-6231 4927-9179 8032-5093 4797-9013 6718-8210 8776-3470 9123-1192 5347-3212 1472-2165 8506-0093 1355-6019 3666-0341 1126-8943 4439-3926 1393-3694 8602-7200 9389-3255 0054-5811 5293-9917 2607-3375 4615-7257 7874-1279 8514-6076 0432-7143 8909-8896 1676-7087 7584-2081 6679-0951 9481-3058 7053-7051 4706-1814 2549-8306 4288-0809 4131-1038
Doel 5. Duurzame woningen van goede kwaliteit, referentienummers: 5473-5665 9227-0752 7490-5415 4607-8949 2568-0238 0635-5315 4850-0684 5012-1835 5477-4423 1108-9115 5977-3572 6759-1651 3204-1561 6692-3546 7884-0670
7478-9511 0128-6878 7053-7051 4706-1814 5097-3381 4288-0809 4131-1038 7662-2558
8776-3470 7685-3973 5138-7158 1824-9479 6904-5275 7186-2046 8260-6365 2706-3956 2667-3279 1740-8230 9484-4960 9737-2364 8796-8194 4060-0265 8610-7331 9048-7625 1523-3413 8120-4827 4946-5735 9337-4166 4591-5845 2046-7621 3937-1371 5317-6539 9682-8770 1263-0550 0163-1541 1533-9054 3510-9816 4151-4553 6806-2310 7110-3193 0207-3121 8863-3622 6423-8035 5184-0441 4318-9405 8412-6413 7982-9249 8791-2244 2008-5921 2455-2590 6259-3158 0803-4242 3613-8878 4919-1506 6139-8595 0893-1994 8390-7156 6718-8210 0183-4463 9168-2118 2999-5406 3321-0688 1717-5381 2596-1854
Doel 6. Betere positie Amsterdammers op de woningmarkt, referentienummers: 4617-2222 7363-7944 3937-1371 1824-9479 4438-9244 8260-6365 2706-3956 2667-3279 1740-8230 7247-8058 7186-2046 1654-8219 6692-3546 6718-8210 4607-8949 3009-4979 5097-2887 1208-5863 2455-2590 4318-9405 9484-4960 0207-3121 9682-8770 2607-3375 4615-7257 1533-9054 6663-4538 0946-2715 6406-2114 3608-8174 2999-5406 0183-4463 8654-5129 5915-4630 4646-0398 7782-9763 0862-6751 2968-1810 9536-6904 7053-7051 9872-7521 4288-0809 4131-1038
81
Doel 7. Leefbare en veerkrachtige wijken met toegang tot zorg en voorzieningen, referentienummers: 0635-5315 0795-0942 0893-1994 1108-9115 1224-3522 1523-3413 1717-5381 2046-7621 2382-7296 2455-2590 3613-8878 3776-8142 4850-0684 5236-8951 5473-5665 5447-2988 5477-4423 5687-2935 5827-7480 5977-3572 6296-7920 6370-1030 6406-2114 6423-8035 6759-1651 7110-3193 7490-5415 8610-7331 8271-4969 8654-5129 8791-2244 8819-2378 8822-1149 8988-0713 9227-0752 9444-5807 9490-5600 6692-3546 4318-9405 1533-9054 9649-1115 7247-8058 7186-2046 3204-1561 0207-3121 2607-3375 4615-7257 5317-6539 3339-5072 7053-7051
2944-4115 4288-0809 4131-1038
Gebiedsgerichte uitwerking AAV, referentienummers: 0054-5811 6692-3546 3204-1561 7247-8058 0207-3121 Samenwerking met corporaties, referentienummers: 3510-9816 3204-1561 7247-8058 Financiën, referentienummers: 6692-3546 3204-1561
82