A - 06 Openbare Orde en Veiligheid (4) 01 Bijlage 1 Reactie op inspraak 20-1
Tekst van het document
1.0 11 januari 2022
Reactie op inspraak op de conceptverordening Speelautomaten en Speelautomatenhallen dd. 20 april 2021
Gemeente Amsterdam
1.0 11 januari 2022
Reactie op inspraak op de concept-verordening Speelautomaten en Speelautomatenhallen dd. 20 april 2021
Samenvatting wijzigingen verordening In dit document wordt op alle inspraakreacties en adviezen van stadsdelen door het college gereageerd. Waar deze reacties hebben geleid tot aanpassingen, staat dat in de tekst vermeld. Daarnaast zijn enkele juridisch-technische aanpassingen doorgevoerd in de nu voor besluitvorming voorliggende verordening, bijvoorbeeld naar aanleiding van extern juridisch advies. Hieronder staan de belangrijkste wijzigingen ten opzichte van de versie van de verordening zoals die voor inspraak is vrijgegeven. -
-
-
-
-
-
Bij de definities van ‘beheerder’ en ‘bedrijfsleider’ wordt aangesloten bij de definitie van leidinggevende in de APV. Er is een definitie over ‘zeggenschap’ toegevoegd. Er wordt bij het bepalen van het aantal automaten per hal gekeken naar in ieder geval de oppervlakte van de hal en naar het aantal spelersplaatsen. Het aantal spelersplaatsen is namelijk niet gemaximeerd in hogere wetgeving waardoor de Kansspelautoriteit gemeenten adviseert hier in de verordening rekening mee te houden. Toegevoegd is dat tijdens de overgangsperiode geen nieuwe exploitatievergunningen verleend worden, tenzij de burgemeester bekendmaakt dat binnen een bepaalde periode aanvragen kunnen worden ingediend. Dit om rekening te houden met situaties waarin openstelling toch nodig is. Hieraan gerelateerd is een verplichte weigeringsgrond toegevoegd. Het maximum-aantal te verlenen vergunningen is toegevoegd (21), daarnaast blijft de bevoegdheid voor de burgemeester om in beleidsregels een lager maximum vast te stellen. Hieraan gerelateerd is ook een verplichte weigeringsgrond toegevoegd (vergunning wordt niet verleend als maximum reeds vergeven is). Schrappen van een bepaling over het nog niet mogen gebruiken van de exploitatievergunning totdat ruimtelijke toestemming is verkregen, deze is overbodig omdat sowieso pas geëxploiteerd mag worden als ook de ruimtelijke toestemming verkregen is.
Het verlengen van de beslistermijn naar 6 maanden, uiterlijk 12 maanden. Omdat de toekomstige aanvragen waarschijnlijk ook over nieuwe locaties zullen gaan, die nog geen bestemming hebben als speelautomatenhal, is deze ruimte redelijk om te zorgen dat voldoende zicht is op ruimtelijke inpassing waardoor de exploitatievergunning verleend kan worden. Hieraan gerelateerd is ook het ontbreken van zicht op ruimtelijk inpassing opgenomen als een verplichte weigeringsgrond. De uitzondering voor toestaan van overnames bij overlijden en aan eerstegraadsfamilie zijn verwijderd. Alle huidige exploitanten zijn rechtspersonen en rechtspersonen kunnen niet komen te overlijden, waardoor die bepaling overbodig is. Daaraan gerelateerd zijn ook uitzonderingen voor overnames aan eerstegraadsfamilieleden niet meer nodig.
Gemeente Amsterdam
1.0 11 januari 2022
Reactie op inspraak op de concept-verordening Speelautomaten en Speelautomatenhallen dd. 20 april 2021
Inhoud
1 Inspraak ................................................................................................................. 4 1.1 Inspraakperiode ........................................................................................................................ 4 1.2 Aantal ontvangen inspraakreacties ........................................................................................... 4 1.3 Ontvangen adviezen bestuurscommissies ................................................................................ 5 2 Algemene reactie op inspraak ................................................................................... 6 2.1 Conclusies BEA-rapport ............................................................................................................ 6 2.1.1 Hoofdconclusie 1 BEA Rapport ............................................................................................... 6 2.1.2 Hoofdconclusie 2 BEA Rapport: differentiatie per hal en onderdelen berekening overgangstermijn ....................................................................................................................7 2.2 Wijzigingen tijdens de overgangstermijn ...................................................................................7 2.3 Startdatum van de overgangstermijn (oktober 2018)................................................................
9 2.4 Schaarse vergunningen ............................................................................................................ 9 2.5 De effecten van de corona crisis...............................................................................................10 3 Reacties per inspreker ............................................................................................ 11 3.1 Reactie op memo over de overgangstermijn van de Alliantie Automatenhallen Amsterdam ... 11 3.2 Inspraakreactie van Casino City (Ceintuurbaan, Jan Evertsenstraat, Lange Niezel, Oudezijds Achterburgwal, Reguliersbreestraat) van 12 mei 2021 .............................................................12 3.3 Inspraakreactie pandeigenaar, 28 mei 2021 ............................................................................. 13 3.4 Inspraakreactie Nedcoin 1 BV, Nedcoin 2 BV van 31 mei 2021 .................................................. 13 3.5 Inspraakreactie van Merkur Casino van 2 juni 2021 ..................................................................14 3.6 Inspraakreactie namens Lucky Hall J&J BV van 2 juni 2021 ......................................................14 3.7 Inspraakreactie VAN Kansspelen, brancheorganisatie, van 3 juni 2021 .....................................
15 3.8 Inspraakreactie Macao .............................................................................................................16 3.9 Inspraakreactie JVH gaming ................................................................................................... 22 3.10 Inspraakreactie Tegeto B.V. en De Vries en Vet Entertainmant B.V ...................................... 24 4 Reactie op adviezen bestuurscommissies Zuid, Oost, Zuidoost, Noord, West en Centrum ............................................................................................................... 27 4.1 Aandacht voor de gebieden bij verdelen vergunningen na overgangstermijn .......................... 27 4.2 Holland Casino ....................................................................................................................... 28 4.3 Betrekken van VTH bij invoering van de verordening .............................................................. 28 4.4 Relatie tot de Omgevingswet (Omgevingsvisie en Omgevingsplan) ....................................... 28 4.5 Gevolgen van het overgangsrecht .......................................................................................... 29 4.6 Schadeclaims bestaande exploitanten....................................................................................
29 4.7 Extern juridisch advies .............................................................................................................30 4.8 Technische punten stadsdeel West ..........................................................................................30
Gemeente Amsterdam
1.0 11 januari 2022
Reactie op inspraak op de concept-verordening Speelautomaten en Speelautomatenhallen dd. 20 april 2021
1 Inspraak
1.1 Inspraakperiode Op 20 april 2021 heeft het college van B&W de concept-verordening Speelautomaten en Speelautomatenhallen (hierna: verordening) vrijgegeven voor inspraak en advies. Vanaf 22 april tot en met 3 juni 2021 was het voor een ieder mogelijk om te reageren. De inspraakperiode is per mail bekend gemaakt aan de huidige zittende exploitanten van speelautomatenhallen, aan exploitanten die in het verleden hebben geïnformeerd naar de vergunningen voor speelautomatenhallen en aan de landelijke branchevereniging voor gereguleerde kansspelaanbieders. De concept-verordening is, tezamen met een begeleidende raadsbrief, beschikbaar gesteld op de website www.amsterdam.nl/speelautomatenhal, via die site kon men reageren door het invullen van een formulier. Reageren per post kon ook. De concept-verordening is tevens ter kennisname geagendeerd voor de raadscommissie Algemene Zaken van 3 juni 2021.
1.2 Aantal ontvangen inspraakreacties Gedurende de inspraakperiode zijn 9 inspraakreacties ontvangen. Het gaat om 7 reacties van huidige (groepen) exploitanten, 1 reactie van de landelijke branchevereniging en 1 reactie namens een pandeigenaar van een locatie van een huidige speelautomatenhal. Aanvullend wordt een notitie van de gezamenlijke Alliantie Automatenhallen Amsterdam van 7 april 2021 als inspraakreactie beschouwd. Zie bijlage 1 voor de volledige inspraakreacties. 0 Alliantie Automatenhallen Amsterdam – Memo 07-april-21 overgangstermijn 1 13-mei-21 Casino City 2 28-mei-21 Mooij Makelaardij 3 31-mei-21 Nedcoin 1 BV - Nedcoin 2 BV 4 2-jun-21 Sunny World BV namens Merkur Casino 5 2-jun-21 Lucky Hall Ten Kate straat 6 Amusementspaleis Macao B.V., Carrousel Arcade 3-jun-21 B.V., Play-ln Amsterdam B.V., Luckyflipper B.V. en Intermatic Holland B.V. (Wieringa advocaten) 7 3-jun-21 VAN brancheorganisatie 8a JVH gaming & entertainment group – Zienswijze 3-jun-21 JVH gaming & entertainment group – Juridisch 8b advies 9 3 juni-21 Jucky Jack – Niermijer/Pharos advocaten
4
Gemeente Amsterdam
1.0 11 januari 2022
Reactie op inspraak op de concept-verordening Speelautomaten en Speelautomatenhallen dd. 20 april 2021
1.3 Ontvangen adviezen bestuurscommissies Van Dagelijks Besturen van stadsdelen ontvingen we 6 adviezen: stadsdeel Noord, West, Oost, Zuidoost, Centrum en Zuid. Zie bijlage 2 voor de adviezen van de bestuurscommissies.
5
Gemeente Amsterdam
1.0 11 januari 2022
Reactie op inspraak op de concept-verordening Speelautomaten en Speelautomatenhallen dd. 20 april 2021
2 Algemene reactie op inspraak
In dit hoofdstuk staat de reactie van het college op een aantal onderwerpen die in veel van de inspraakreacties aan de orde komen.
2.1 Conclusies BEA-rapport Veel van de inspraakacties richten zich op onderwerpen die in het door het Bureau voor Economische Argumentatie (BEA) geschreven rapport over de speelautomatenhallenbranche zijn onderzocht en op grond waarvan in dat rapport gemotiveerd conclusies zijn getrokken. Omdat de conclusies uit dat rapport door het college worden onderschreven, wordt aangevangen met het uitlichten van een aantal conclusies en onderbouwingen daarvoor uit het genoemde rapport.
2.1.1 Hoofdconclusie 1 BEA Rapport BEA heeft onderzocht wat de terugverdientijd is van het ultimo 2018 door exploitanten in hun speelhallen geïnvesteerde vermogen. Hierover concludeert BEA dat een overgangstermijn van 15 jaar het beste past als de gemeente Amsterdam een overgangstermijn wil hanteren waarbij een ruime meerderheid van de speelautomatenhallen in principe in staat is om gepleegde investeringen terug te verdienen, onder wat ons (BEA) betreft redelijke aannames voor het effect van CRUKS, het volledig rookverbod en de opening van de legale onlinekansspelmarkt, en rekening houdend met de afwikkeling van doorlopende contractuele verplichtingen waarbij met name eventuele transitievergoedingen van belang zijn. Een langere overgangsperiode is bedrijfseconomisch naar onze (BEA) mening slecht te onderbouwen, vanwege de afschrijvingstermijnen van de vaste activa van de speelhallen. Wordt een overgangstermijn gehanteerd die veel langer is dan de afschrijvingstermijnen, dan zouden exploitanten eigenlijk weer investeringen moeten plegen in nieuwe vaste activa (die ook weer terugverdiend moeten worden), wat in een overgangsperiode niet de bedoeling is. Een aanmerkelijk kortere overgangsperiode vergroot de kans dat veel speelhallen de overgangsperiode niet overleven.
Bij een kortere overgangsperiode zullen diverse exploitanten ook weinig vertrouwen hebben dat zij eventuele investeringen in (met name personele) reorganisaties weer kunnen terugverdienen. In het BEA-rapport is ook rekening gehouden met eventuele transitievergoedingen vanwege het beëindigen van dienstverbanden. Als de overgangstermijn relatief kort is, dan valt daar nauwelijks aan te ontkomen voor exploitanten. Is de overgangstermijn ruimer gesteld, dan dempen natuurlijk verloop en vrijwillig wisselen van baan de transitievergoedingen. Op basis van in de praktijk waargenomen lengte van dienstverbanden en salarisniveaus, raamt BEA de extra noodzakelijke terugverdientijd op 4 maanden voor een grote speelhal tot een jaar voor de kleinere.
6
Gemeente Amsterdam
1.0 11 januari 2022
Reactie op inspraak op de concept-verordening Speelautomaten en Speelautomatenhallen dd. 20 april 2021
Met behulp van de modelmatige uitwerking van kleine, middelgrote en grote speelautomatenhallen, concludeert BEA dat bij een realistisch geachte daling van de netto omzet van 15 procent (vanwege invoering van het volledige rookverbod en de opening van de legale online-kansspelmarkt) een looptijd van 10 tot 12 jaar passend kan zijn voor de middelgrote en grote speelautomatenhallen en dat de kleinere speelhallen meer tijd nodig hebben om te plegen investeringen terug te verdienen. De terugverdientijd ‘na CRUKS en trends’ en met een redelijk rendement op te plegen investeringen, komt voor de kleinere speelhallen uit op minimaal 15 jaar.
2.1.2 Hoofdconclusie 2 BEA Rapport: differentiatie per hal en onderdelen berekening overgangstermijn De terugverdientijd voor de middelgrote en grote speelautomatenhallen komt (afgezien van een enkele zeer grote speler) uit op in ieder geval 10 jaar en voor de kleinere op 15 jaar of meer. Een dergelijke periode is in lijn met de afschrijvingstermijnen voor de meeste typen vaste activa waar speelautomatenhallen mee werken (speelautomaten worden meestal in 5 jaar afgeschreven bijvoorbeeld, inventaris meestal over 10 jaar), maar voor verbouwingen en huurdersinvesteringen als een luchtbehandelingsinstallatie gelden vaak afschrijvingstermijnen van 15 jaar. Vanuit dit perspectief is een looptijd van 15 jaar in economisch opzicht ook voor de grotere hallen goed te onderbouwen.
De door BEA onderbouwde overgangstermijn is daarmee te zien als een optelsom van: De ultimo 2018 resterende terugverdientijd op tot dan gepleegde investeringen in vaste activa; Extra tijd om verplichte investeringen in CRUKS terug te verdienen; Extra tijd die nodig is omdat winstniveaus in de komende jaren naar verwachting op een lager niveau liggen dan in de afgelopen jaren vanwege de invoering van een volledig rookverbod en opening van de legale online-kansspelmarkt; Extra tijd ter compensatie van het gegeven dat het jaar 2020 geen ‘jaar van terugverdienen’ zal zijn; Extra tijd om eventueel door exploitanten te betalen transitievergoedingen terug te kunnen verdienen; Met tot slot enige extra marge omdat exploitanten niet alleen willen terugverdienen maar streven naar een redelijk rendement;
2.2 Wijzigingen tijdens de overgangstermijn In veel reacties wordt de vraag gesteld waarom niet kan worden toegestaan dat huidige vergunninghouders een vergunning kunnen krijgen voor andere locaties dan wel hun vergunningen zonder restricties kunnen overdragen aan derden. Hieronder geven we daar een algemene reactie op van het college.
7
Gemeente Amsterdam
1.0 11 januari 2022
Reactie op inspraak op de concept-verordening Speelautomaten en Speelautomatenhallen dd. 20 april 2021
Er geldt een rechtsnorm dat schaarse vergunningen niet wezenlijk mogen worden gewijzigd. Een verlenging van een vergunning komt materieel neer op een nieuwe vergunningverlening en die is onderworpen aan de transparantieverplichting. Bij het verlengen van een schaarse vergunningen moet daarom mededingingsruimte worden geboden. Dit betekent dat ook wanneer de vergunninghouder wijzigt dan wel wanneer de locatie wijzigt sprake is van een nieuwe vergunning die niet onderhands kan worden verleend. Hetzelfde geldt wanneer bestaande vergunningen zonder rechtvaardiging zondermeer worden verlengd. Dit volgt uit onderstaande rechtspraak. In de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 9 december 2020 (ECLI:NL:RVS:2020:2924) is overwogen dat de Afdeling met de rechtbank van oordeel is dat in dit geval schaarse rechten aan de orde zijn, en dat de burgemeester, bij de verlening van de vergunningen door middel van een extra verlenging met nog drie jaar, ten onrechte niet aan potentiële gegadigden de ruimte heeft geboden om mee te dingen. In hetgeen de burgemeester op dit punt heeft aangedragen ziet de Afdeling geen grond voor een gerechtvaardigde beperking op de rechtsnorm dat mededingingsruimte moet worden geboden.
De Rechtbank Limburg verwijst in haar uitspraak in eerste aanleg naar vaste jurisprudentie over schaarse vergunningen, in het bijzonder de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 2 november 2016 (ECLI:NL:RVS:2016:2927), waaruit blijkt dat bij de verdeling van schaarse vergunningen aan potentiële gegadigden op enigerlei wijze ruimte moet worden geboden om mee te dingen naar schaarse vergunningen als ze beschikbaar komen. Zie ook de uitspraak van de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State van 27 september 2017 (ECLI:NL:RVS:2017:2611) en dan met name de overweging uit die uitspraak hierna: 7.1.Ingevolge artikel 2.3.3.6, tweede lid, van de APV mag de burgemeester slechts één exploitatievergunning verlenen voor een speelautomatenhal in de gemeente Helmond. Nu uit de bepalingen van de APV volgt dat de exploitatievergunning persoons- en locatiegebonden is, heeft de rechtbank terecht overwogen dat de voorziene beëindiging van de exploitatie van de speelautomatenhal aan het Binderseind en de hiermee gepaard gaande intrekking van de exploitatievergunning tot een vrijvallende mogelijkheid leidt om een nieuwe speelautomatenhal elders in Helmond te exploiteren.
Gelet op de in de APV opgenomen plaatsgebonden weigeringsgronden dient een verhuizing naar een andere locatie als een wezenlijke wijziging te worden aangemerkt en heeft de rechtbank in de omstandigheid dat JVH reeds beschikte over een exploitatievergunning ten behoeve van een speelautomatenhal aan het Binderseind terecht geen grond gevonden voor het oordeel dat JVH aanspraak kan maken op continuering van de exploitatievergunning ten behoeve van een andere locatie. De in 2004 tussen JVH en de gemeente gemaakte afspraken over continuering van de exploitatie van een speelautomatenhal op een andere locatie leiden evenmin tot de conclusie dat in dit geval een uitzondering geldt op de verplichting voor de burgemeester om voor potentiële gegadigden ruimte te bieden om naar de vrijgevallen exploitatievergunning mee te dingen. De door JVH in dit verband aangehaalde arresten van het Hof van Justitie van de Europese Unie (hierna: het HvJ EU) van 19 juni 2008 (ECLI:EU:C:2008:351) en 13 april 2010 (ECLI:EU:C:2010:182) leiden niet tot dat oordeel. Deze arresten hebben betrekking op overheidsopdrachten in het kader van concessieovereenkomsten voor diensten nadat een
8
Gemeente Amsterdam
1.0 11 januari 2022
Reactie op inspraak op de concept-verordening Speelautomaten en Speelautomatenhallen dd. 20 april 2021
verdelingsprocedure is gevolgd. Daarvan is in dit geval geen sprake. De burgemeester heeft immers geen verdelingsprocedure gevolgd bij de verlening van de op 11 mei 2010 en daaraan voorafgaande aan JVH verleende exploitatievergunningen. Bovendien is niet aanvaardbaar dat enkel door het vooraf maken van afspraken tussen het gemeentebestuur en een exploitant zou kunnen worden bereikt dat deze exploitant de vergunning krijgt. Dit zou immers te zeer afbreuk doen aan de werking van de rechtsnorm die ertoe strekt dat bij de verdeling van schaarse vergunningen door het gemeentebestuur gelijke kansen worden geboden aan alle gegadigden. De Afdeling ziet dan ook geen grond voor het oordeel dat de samenwerkingsovereenkomst tussen het gemeentebestuur en JVH in dit geval een gerechtvaardigde beperking van de mededingingsruimte oplevert. Het betoog faalt. Kortom: het systeem van schaarse vergunningen maakt dat wezenlijke wijzigingen van bestaande vergunningen zonder een transparante mededingingsprocedure te organiseren niet rechtmatig zijn.
2.3 Startdatum van de overgangstermijn (oktober 2018) Uit veel reacties blijkt dat men het niet eens is met de startdatum van de overgangstermijn. Zowel de overgangstermijn als de vergunningduur moeten (in ieder geval) worden gebaseerd op de terugverdientijd van de investeringen die de zittende exploitanten hebben gedaan tot 1 oktober 2018, inclusief de tijd die nodig is om een redelijk rendement op het geïnvesteerd vermogen te behalen. Hiernaar is onderzoek gedaan door BEA. In principe gaat BEA ervan uit dat exploitanten vanaf oktober 2018 weten dat een stelselwijziging op handen is. Dit betekent dat investeringen tot deze datum in ieder geval meegenomen zullen worden in het onderzoek (met name voor de overgangsperiode). Reguliere noodzakelijke investeringen die daarna gepleegd zijn en die, bijvoorbeeld vanwege wettelijke eisen of beleidsmatige wensen, onvermijdelijk zijn, zullen in principe ook worden meegewogen in het onderzoek.
2.4 Schaarse vergunningen Veel reacties stellen in het verleden verleende schaarse vergunningen van kracht zouden moeten blijven. In de uitspraak van het College van Beroep voor het bedrijfsleven van 25 februari 2015 (ECLI:NL:CBB: 2015:55) is overwogen dat het niet verdedigbaar is dat met betrekking tot een verdeling een blijvende uitzondering wordt gemaakt voor een zich niet van de andere kandidaten onderscheidend bedrijf op de enkele grond dat dit eerder dan de andere bedrijven om een dergelijke ontheffing verzocht heeft. Het College ziet in het feit, dat aan dit bedrijf een ontheffing is verleend zonder dat er op dat moment enige grond bestond die ontheffing aan een termijn te binden, een dergelijk bedrijf een bijzondere positie geeft, maar dat neemt niet weg, dat een verdelingsbeleid waarbij dit voordeel voor onbepaalde tijd in stand gelaten wordt, de grenzen van een redelijke beleidsbepaling te buiten gaat. Om recht te doen aan een dergelijke bijzondere positie zal het als een geval hier aan de orde over het algemeen geboden zijn een, mogelijk zelfs langdurige, overgangsregeling in het leven te roepen, zodat het bedrijf zich kan voorbereiden op
9
Gemeente Amsterdam
1.0 11 januari 2022
Reactie op inspraak op de concept-verordening Speelautomaten en Speelautomatenhallen dd. 20 april 2021
de situatie waarin het op gelijke voet met de andere bedrijven naar de schaarse ontheffingen moet dingen.25 februari 2015 (AB 2015/307), ECLI:NL:CBB:2015:55. Gelet hierop hebben wij in deze fase gemeend om na het verrichten van onderzoek door BEA eerst een overgangstermijn te geven, waarna op grond van een nieuwe verdelingssystematiek de beschikbare vergunningen transparant herverdeeld zullen worden.
2.5 De effecten van de corona crisis In veel reacties wordt gesteld dat er meer rekening gehouden moet worden met de effecten van de coronacrisis (zoals een langere overgangstermijn). In het rapport van BEA is rekening gehouden met het gegeven dat speelhallen momenteel geen inkomsten hebben door de sluiting als gevolg van corona. Inclusief nasleep in de rest van het lopende jaar, kan corona een verdere verlenging betekenen van de terugverdientijd met 1,5 tot 2 jaar. Bij het bepalen van de duur van de overgangstermijn is volgens het college dus in voldoende mate rekening gehouden met de coronacrisis. Daarnaast heeft de landelijke overheid met steunmaatregelen de ondernemers financieel ondersteund. Dit vormt geen aanleiding om een nog langere overgangstermijn te hanteren. Dat zou bovendien ten koste gaan van andere partijen die gedurende de overgangstermijn geen toegang krijgen tot een vergunning en dus geen toegang krijgen tot de markt.
10
Gemeente Amsterdam
1.0 11 januari 2022
Reactie op inspraak op de concept-verordening Speelautomaten en Speelautomatenhallen dd. 20 april 2021
3 Reacties per inspreker
3.1 Reactie op memo over de overgangstermijn van de Alliantie Automatenhallen Amsterdam Hoewel deze memo voor het begin van de inspraakperiode aan de gemeente is gestuurd, wordt deze beschouwd als inspraak reactie. In het memo wordt betoogd dat de overgangsperiode pas kan gaan lopen op het moment dat het nieuwe beleid voorzienbaar is. Dat houdt in dat deze zodanig is dat de exploitant zich kan voorbereiden op de stelselwijziging. Aangegeven wordt dat ten tijde van de brief van de burgemeester van 1 oktober 2018 nog zeer veel onduidelijk was en dat ook nu nog niet bekend is hoe de verdeling van de vergunningen er uit komt te zien. Gesteld wordt dat in de brief alleen over aanwezigheidsvergunningen wordt gesproken. Deze zijn in beslissingen op bezwaar gewijzigd waardoor er geen einddatum meer is. Een dergelijk besluit weegt volgens inspreker zwaarder dan de informatiebrief. Gesteld wordt dat in die brief van 1 oktober 2018 niet is gesproken over de exploitatievergunningen. Daarnaast wordt gesteld dat uit jurisprudentie over schaarse vergunningen geenszins de verplichting voortvloeit om bestaande situaties te wijzigen en al helemaal niet een verplichting volgt dat deze situatie binnen een gegeven termijn te wijzigen. Daarmee hoefden de exploitanten volgens de insprekers dan ook geen rekening te houden.
Reactie college De brief van 1 oktober 2018 is volgens het college het moment waarop de exploitanten hadden kunnen weten dat er wijzigingen aan komen met betrekking tot de bestaande vergunningen. In de brief staat aangegeven dat de wijze waarop vergunningen voor speelautomatenhallen worden verleend gaat wijzigen per 1 september 2021. De exploitatievergunning wordt hierin nadrukkelijk genoemd. Aangegeven is dat vergunningen die voor september 2021 aflopen een nieuwe einddatum zullen krijgen. Hoewel ten tijde van deze brief er per abuis van is uitgegaan dat de exploitatievergunningen reeds een einddatum hadden, is de strekking van de brief voldoende duidelijk volgens de gemeente. Vervolgen is ook in diverse beslissingen op bezwaar door de burgemeester steeds uitgegaan van de datum van 1 oktober 2018 als aankondiging van het wijzigen van het vergunningstelsel. De reden om aanwezigheidsvergunningen te verlenen zonder datum is gemotiveerd met het feit dat er nog geen zicht was op onderhavige verordening die het stellen van een einddatum voor exploitatievergunningen mogelijk maakt. Mede in het belang van de exploitanten is gekozen voor eenduidigheid tussen beide vergunningen.
11
Gemeente Amsterdam
1.0 11 januari 2022
Reactie op inspraak op de concept-verordening Speelautomaten en Speelautomatenhallen dd. 20 april 2021
3.2 Inspraakreactie van Casino City (Ceintuurbaan, Jan Evertsenstraat, Lange Niezel, Oudezijds Achterburgwal, Reguliersbreestraat) van 12 mei 2021 In deze inspraakreactie is aangegeven dat door het beperkende Amsterdamse beleid de Amsterdamse speelautomatenhallen kwalitatief ver achter lopen op landelijke hallen. De hallen zijn te klein en de openingstijden te beperkt. In de voorliggende verordening wordt totaal niet gekeken naar verbetering van de kwaliteit van het Amsterdamse speelautomatensector en de kwaliteit van de ondernemingen en de bedrijfsvoering. De huidige openingstijden voor de speelautomatenhallen zetten de exploitanten op grote achterstand en maakt een rendabele onderneming steeds minder mogelijk. Het helpt daarbij niet dat in omliggende gemeente en ook de Holland Casino’s in Amsterdam wel veel langer open zijn. Ook Holland Casino West is 24/7 open, evenals de groeiende groep hallen om Amsterdam heen. De Amsterdamse hallen hebben ook nog eens last van slechte bereikbaarheid en hoge parkeertarieven, problemen waar iedere Amsterdamse binnenstad ondernemer mee kampt. In de voorliggende Amsterdamse verordening komen alle bovengenoemde kwaliteitsaspecten geheel niet ter sprake. Er wordt gekozen om weer 15 jaar door te hobbelen. Exploitant pleit al lange tijd voor het samenvoegen van zijn hallen.
Graag wil deze de drie hallen in het 1012 gebied samenvoegen en verplaatsen. Met de voorliggende nieuwe conceptverordening wordt de tijd stil gezet en mogelijk zelfs teruggedraaid. De huidige overconcentratie in het centrum zal niet verminderen. Reactie college In het BEA rapport is specifiek onderzoek gedaan naar de situatie van de Amsterdamse exploitanten van speelautomatenhallen. Een van de belangrijkste vragen voor dat onderzoek was wat een redelijke overgangstermijn zou zijn voordat er een nieuw transparant verdelingsbeleid zou worden vastgesteld en uitgevoerd op grond waarvan ook andere partijen dan de huidige partijen zouden kunnen meedingen naar de beperkt beschikbare vergunningen. Er is besloten om een zeer redelijke overgangstermijn van 15 jaar te hanteren die aanvangt in oktober 2018. Die termijn is bedoeld om reeds gepleegde investeringen terug te verdienen en om financiële verplichtingen af te kunnen wikkelen, voordat de markt open wordt gesteld voor iedereen die geïnteresseerd is om mee te kunnen dingen naar een vergunning. Gedurende die overgangstermijn mogen de bestaande schaarse vergunningen niet wezenlijk worden gewijzigd want in dat geval is sprake van een nieuwe vergunning en een nieuwe vergunning moet direct transparant te worden verdeeld.
Daarom kunnen bestaande exploitanten gedurende die overgangstermijn niet naar andere locaties, kunnen hallen niet worden samengevoegd en kunnen evenmin de openingstijden worden verruimd.
12
Gemeente Amsterdam
1.0 11 januari 2022
Reactie op inspraak op de concept-verordening Speelautomaten en Speelautomatenhallen dd. 20 april 2021
3.3 Inspraakreactie pandeigenaar, 28 mei 2021 Er is bezwaar tegen het niet kunnen wijzigen van de vergunning gedurende de overgangstermijn. De huurder kan zijn onderneming niet verkopen en een nieuwe huurder voordragen, wanneer er onverhoopt sprake is van een faillissement kan het bedrijfspand niet worden verhuurd aan een opvolgend automatenhalondernemer. Hierdoor zal inspreker grote financiële schade ondervinden. Reactie college: Deze onderwerpen komen terug in hoofdstuk 2
3.4 Inspraakreactie Nedcoin 1 BV, Nedcoin 2 BV van 31 mei 2021 In de inspraakreactie is aangegeven dat de speelhallen Molensteeg 1 en Oudezijds Achterburgwal 30 worden overgenomen. Stel dat de vergunningsduur vijftien jaar zou worden. Dan zal een ondernemer de eerste 5 jaar investeren, de volgende 5 jaar oogsten, en de laatste 5 jaar afbouwen en niet meer door investeren. Dit laatste is kwalijk voor het ondernemersklimaat maar begrijpelijk. Alles wat er dan nog geïnvesteerd wordt is onverkoopbaar geworden. Is een ondernemer de afgelopen 5 jaar aan één stuk door op één locatie gevestigd, dan is 20 jaar een redelijke termijn voor een eindigende exploitatievergunning bij het ingaan van de nieuwe kansspelwet. Zit een ondernemer er korter dan 5 jaar aan één stuk door, dan is 25 jaar een redelijke termijn voor een eindigende exploitatievergunning, minus het aantal jaren dat de bestaande exploitatie duurde in de afgelopen 5 jaren, bij ingaan van de nieuwe kansspelwet. Ken aan alle speelhallen een maximale waarde toe van bijvoorbeeld minimaal€ 2 mln. aan het einde van de looptijd van de vergunning. Dan is het voor de exploitant duidelijk dat ie maximaal dat bedrag mag vragen en ontvangen voor beëindiging van de vergunning periode. Er zijn partijen in de markt die op welke manier ze hun geld ook hebben verdiend, koste wat kost de speelhalmarkt op willen.
Partijen die grote sommen geld hebben verdiend in criminele zaken zoals drugs kunnen dat zo goed maskeren dat de Gemeente of het LBB daar gewoon geen vinger achter krijgt. Dit zal zich gaan vertalen in absurde biedingen bij het verloten van exploitatievergunningen waarbij een normale exploitant gewoon niet meer aan de bak komt. Reactie college De looptijd van een vergunning moet redelijk zijn en dat betekent dat gedurende de looptijd van de vergunning investeringen moeten kunnen worden terugverdiend, dat op de investeringen een redelijk rendement kan worden behaald en dat financiële verplichtingen kunnen worden afgewikkeld. Na ommekomst van die looptijd moeten andere partijen kunnen meedingen naar de beschikbaar gestelde vergunningen en daarom kan de looptijd niet te lang zijn.
13
Gemeente Amsterdam
1.0 11 januari 2022
Reactie op inspraak op de concept-verordening Speelautomaten en Speelautomatenhallen dd. 20 april 2021
Voor het overige is het aan de ondernemers om zelf de bedrijfseconomische afwegingen te maken of zij wensen mee te dingen naar een dergelijke vergunning voor een speelautomatenhal met een looptijd voor 15 jaar De gemeente zal daaromtrent niets reguleren. Wat betreft het screenen van partijen merken wij op dat daar landelijke wetgeving voor is.
3.5 Inspraakreactie van Merkur Casino van 2 juni 2021 De inspreker geeft aan dat de onzekerheid die gecreëerd wordt of de vergunning verlengd gaat worden zeker weerslag zal hebben in de laatste jaren van exploitatie. Als een vergunning voor onbepaalde tijd is kunnen wij als onderneming zelf kiezen hoe wij de toekomst in gaan en willen groeien, bestendigen of verkleinen. Als er een eindtijd op zit zullen wij als ondernemer altijd in de laatste jaren terughoudend worden met investeringen, nieuw personeel, wat dan ook. Ondanks dat inspreker aangeeft op een goede plek te zitten belemmert deze nieuwe bepaling hen de mogelijkheid om te verhuizen. Hierdoor heeft de ondernemer geen keuze en kan hij niet vrij (zonder het bedrijf in Amsterdam op te geven) bepalen of hij willen blijven. Dat maakt de onderhandelingspositie met de verhuurder onmogelijk. Door het opkopen van kleinere vergunningen en die te verplaatsen naar door beiden gewenste locaties had Merkur Casino de gemeente kunnen helpen met de spreiding van de locaties. Het nieuwe beleid staat dat in de weg. De jaren 2020 en 2021 zullen nog lang hun sporen na laten. De verliezen die wij in deze twee jaren lijden staan gelijk aan minstens vijf jaar winst, ook door de hoge huur. Pas in 2027 zal inspreker deze verliezen te boven zijn gekomen.
De mogelijke ingangsdatum van 1 oktober 2018 is een directe bom onder het huidige exploitatiemodel. Als wij inderdaad maar effectief 12 jaar krijgen om de huidige verliezen van 2020 en 2021 goed te maken is het beter om in 2021 de activiteiten in Amsterdam te staken. Reactie college Voor de reactie op deze onderwerpen, zie hoofdstuk 2.
3.6 Inspraakreactie namens Lucky Hall J&J BV van 2 juni 2021 In deze reactie staat o.a. de volgende passage: Uit uw raadsbrief valt op ook te maken dat het willen wijzigen/verplaatsen van mijn vergunning niet mogelijk is tot ten minste 01 oktober 2033 (bijvoorbeeld verhuizen van de speelhal naar een andere lokatie binnen de gemeente).Dit beperkt de mogelijkheid tot optimale exploitatie en is tevens oneerlijk gezien nieuwe toetreders wel een andere locatie mogen aandragen.
14
Gemeente Amsterdam
1.0 11 januari 2022
Reactie op inspraak op de concept-verordening Speelautomaten en Speelautomatenhallen dd. 20 april 2021
Ik maak bezwaar tegen het verbod tot wijziging vergunninghouder om reden dat ik hierdoor ernstig beperkt word in de exploitatie van mijn amusementscenter. De vennootschap kan de onderneming eventueel niet verkopen en/of een nieuwe aandeelhouder voordragen. Hierdoor zal ik grote financiële schade ondervinden. Reactie college Het gaat om een overgangstermijn om de investeringen die zijn gedaan door bestaande ondernemingen die tevens vergunninghouder zijn in de gelegenheid te stellen die investeringen terug te verdienen gedurende de overgangstermijn. Deze overgangstermijn is nu juist bedoeld om de huidige vergunde ondernemingen niet met grote financiële verlichtingen op te zadelen op het moment dat de markt zal worden vrijgegeven en ook nieuwkomers kunnen meedingen naar de beperkt beschikbaar te stellen vergunningen. Er zullen gedurende de overgangstermijn geen vergunningen worden verleend aan nieuwkomers, omdat het vergunningenplafond in de huidige situatie al is bereikt. Gelet op het doel van de geboden zeer redelijke overgangstermijn en gelet op de omstandigheid dat sprake is van een schaarse vergunning die locatie en persoonsgebonden is, kan niet een nieuwe vergunning voor een andere locatie worden verleend zonder derden mee te laten dingen naar die nieuwe vergunning.
3.7 Inspraakreactie VAN Kansspelen, brancheorganisatie, van 3 juni 2021 Het bestuur van VAN Kansspelen is van mening dat en overgangstermijn in werking behoort te treden op de dag dat de nieuwe vergunning ingaat of is vastgesteld door de gemeenteraad. In de toelichtende brief aan de gemeenteraad wordt nu door uw college voorgesteld om de termijn per 1 oktober 2018 te laten ingaan. Dat wil zeggen met terugwerkende kracht. 1. Sinds de aankondiging van de eindigheid van de vergunningen, per brief, op 1 oktober 2018 hebben de Amsterdamse ondernemers in grote onzekerheid geleefd. De datum van de overgangstermijn en stelselwijziging stond niet vast, kortom het beleid stond niet vast. 2. Een tweede, onvoorziene, maar zeer impactvolle reden is dat de coronacrisis alle ondernemers van speelautomatenhallen, inclusief de Amsterdamse ondernemers, heel hard heeft getroffen. 3. De invoering van de maatregelen van de Wet KoA vergen van de ondernemers de nodige investeringen in geld en tijd. Daarnaast liggen aan de lengte van de duur van de vergunningen niet alleen economische argumenten ten grondslag, maar ook - en dit is één van de belangrijkste uitgangspunten van de landelijke overheid - preventie van kansspelverslaving dat gebaat is bij een stabiel, betrouwbaar vergunningstelsel. VAN Kansspelen merkt op dat tijdens de overgangstermijn het niet mogelijk is om te verplaatsen.
Wij hebben echter begrepen dat het zowel de wens is van de Amsterdamse gemeenteraadsleden als de Amsterdamse ondernemers dat de huidige situatie in Amsterdamse binnenstad vraagt om
15
Gemeente Amsterdam
1.0 11 januari 2022
Reactie op inspraak op de concept-verordening Speelautomaten en Speelautomatenhallen dd. 20 april 2021
vernieuwend beleid, waarbij overconcentratie van speelautomatenhallen in het centrum wordt voorkomen. Wij vragen ons dan ook af waarom dit verbod is ingevoegd en roepen u op om dit verbod uit de verordening te halen. Reactie college Zie wat betreft de ingangstermijn van het overgangsrecht, de lengte van de termijn en het niet kunnen wijzigen van de locaties gedurende die overgangstermijn de reactie in hoofdstuk 2.
3.8 Inspraakreactie Macao In de randnummers 1 tot en met 6 is aangevoerd dat er geen sprake is geweest van een dialoog bij de totstandkoming van het concept van de verordening. Reactie college Er zijn meerdere bijeenkomsten geweest met de exploitanten van speelautomaten hallen, waarbij zij hun wensen naar voren hebben kunnen brengen. Ook zijn de exploitanten betrokken bij het onderzoek dat is verricht door BEA naar wat een redelijke overgangstermijn zou zijn in de aanloop naar een nieuw vergunningstelsel. Met de vertegenwoordigers van de exploitanten zijn veel gesprekken gevoerd. Wij herkennen ons niet in het beeld dat er geen dialoog is geweest. Er is verschil van mening en dat verschil is voor een groot deel terug te voeren op verschillende juridische inzichten over het leerstuk van schaarse vergunningen. Exploitanten bestrijden de noodzaak dat er een nieuwe verordening moet worden vastgesteld. In randnummer 19 is aangevoerd dat de Amsterdamse situatie, waarbij de beperking van de mededinging voortvloeit uit de regels van ruimtelijke ordening, niet strijdig is met het recht. Er bestaat dus ook géén rechtsplicht voor het gemeentebestuur in te grijpen op het bestaande stelsel, gevorm door regels van ruimtelijke ordening en de Verordening.
In randnummer wordt de conclusie getrokken dat hier sprake is van een situatie waarin regels van ruimtelijke ordening de mededingingsrechtsplicht bij locatieafhankelijke schaarse vergunningen beperken. Wanneer de beperking van de mededinging voortvloeit uit regels van ruimtelijke ordening is er geen sprake van een met het recht strijdige situatie. Reactie college Wij menen dat op grond van het feit dat er een plafond geldt voor het maximaal aantal te verlenen exploitatievergunningen voor een speelautomatenhal er sprake is van een schaarse vergunning. Deze in het verleden verleende vergunningen kunnen niet tot in lengte van dagen in stand worden gelaten zonder uitzicht te bieden op een transparante verdeling waarbij ook andere kunnen meedingen. Wij verwijzen naar de eerder genoemde uitspraak van het College van beroep voor het bedrijfsleven. Er kunnen aanvragen worden ingediend om een omgevingsvergunning om af te mogen wijken van het bestemmingsplan voor een speelautomatenhal op andere locaties. Dat betekent niet dat gelet
16
Gemeente Amsterdam
1.0 11 januari 2022
Reactie op inspraak op de concept-verordening Speelautomaten en Speelautomatenhallen dd. 20 april 2021
op het beperkte aantal beschikbare exploitatievergunningen voor een speelautomatenhal er ook daadwerkelijk een speelautomatenhal door nieuwkomers kan worden geëxploiteerd op een andere locatie, omdat er op dit moment geen exploitatievergunning beschikbaar is. In randnummer 25 wordt opgemerkt dat is gevraagd naar de mogelijkheden tot waarborg van het maximaal aantal speelautomatenhallen via het bestemmingsplan en dat ten onrechte wordt geantwoord dat bestemmingsplannen onvoldoende waarborgen bieden, omdat er altijd een aanvraag kan worden ingediend om van het bestemmingsplan af te wijken. Reactie college Wij hebben terecht gesteld dat als er geen goede ruimtelijke motivering is om de aanvraag af te wijzen dat dan een dergelijke aanvraag moet worden gehonoreerd. Wij zijn van mening dat dit geen omkering van zaken is en dat de raad wel juist is voorgelicht. Het is aan de gemeente om als zij dat wenst het aantal te verlenen exploitatievergunningen te beperken en de beste waarborg voor die beperking is door middel van de verordening zoals die ter inspraak is gelegd. Een vergelijkbare waarborg kan niet worden bereikt door middel van het bestemmingsplan, tenzij in het bestemmingsplan een plafond wordt opgenomen. Er is geen verplichting voor de gemeente om schaarse vergunningen te reguleren door middel van een bestemmingsplan.
In randnummer 27 geeft inspreker aan dat vanuit het perspectief van de pandeigenaar helemaal niet tot een mededingingsrechtsplicht kan worden geconcludeerd. Het tegendeel is eerder het geval. In randnummer 28 geeft inspreker aan dat de eigenaar van een pand dat is aangewezen als automatenhal bezit contractsvrijheid om zijn ruimte te verhuren aan de door hem gewenste kandidaat-huurder. De eigenaar bepaalt welke kandidaat in aanmerking komt om in zijn pand een speelautomatenhal te exploiteren. In randnummer 29 geeft inspreker aan dat aangezien in deze situatie de te vergunnen activiteit afhankelijk is van privaatrechtelijke toestemming van de rechthebbende op een locatie, niet kan worden gesproken van een stelsel van schaarse vergunningen. Reactie college Met het in de verordening gekozen stelsel wordt de contractsvrijheid van een eigenaar van een pand niet beperkt. Er is wel sprake van een schaarse vergunning omdat er een plafond geldt voor zowel een exploitatievergunning voor een speelhal als voor een aanwezigheidsvergunning. Deze schaarse vergunningen moeten transparant worden verdeeld. Geïnteresseerden kunnen meedingen naar deze schaarse vergunningen en zij kunnen vervolgens op zoek gaan naar een locatie en afspraken maken met een pandeigenaar.
Vervolgens kunnen vergunninghouders bijvoorbeeld een aanvraag indien voor een omgevingsvergunning om van het bestemmingsplan af te mogen wijken.
17
Gemeente Amsterdam
1.0 11 januari 2022
Reactie op inspraak op de concept-verordening Speelautomaten en Speelautomatenhallen dd. 20 april 2021
In randnummer 30 geeft inspreker aan dat bij het voorgaande moet worden betrokken dat de in de rechtspraak ontwikkelde rechtsnorm om potentiële gegadigden te laten meedingen is gebaseerd op het gelijkheidsbeginsel. In deze situatie is er geen sprake van gelijke gevallen tussen potentiële gegadigden en de bestaande exploitanten. Zij zijn gebonden aan langlopende verplichtingen (personeel, vastgoed, huurovereenkomsten, leveranciers etc.) hetgeen onvergelijkbaar is met 'nieuwe' partijen, die aanvragen op papier kunnen voorbereiden zonder verplichtingen aan te gaan. Zij worden niet gehinderd door talloze langlopende verplichtingen, die zijn aangegaan op grond van in het verleden voor onbepaalde tijd verleende of automatisch verlengde vergunningen. Omdat in de kern geen sprake is van gelijke gevallen, kan ook geen beroep worden gedaan op het gelijkheidsbeginsel dat ten grondslag ligt aan het beginsel dat potentiële gegadigden moeten kunnen meedingen. Reactie college Er kan wel een beroep worden gedaan op het gelijkheidsbeginsel door na ommekomst van de overgangstermijn de beperkte beschikbare vergunningen transparant te verdelen. Het gelijkheidsbeginsel ziet nu juist op het bieden van gelijke kansen aan alle geïnteresseerden om een schaarse vergunning te krijgen.
Dat gebeurt na ommekomst van de overgangstermijn waarbinnen de bestaande exploitanten in staat worden gesteld om investeringen terug te verdienen en verplichtingen af te kunnen wikkelen. In randnummer 31 wijzen exploitanten erop dat niet bekend is of het aantal aangevraagde vergunningen groter is dan de som van het maximum aantal verleende of te verlenen vergunningen. Niet is gebleken dat hiernaar onderzoek is gedaan. Gegevens hierover ontbreken. Reactie college Het gaat hier om schaarse vergunningen. In zeer veel verordeningen van andere gemeenten met betrekking tot speelautomatenhallen zijn plafonds neergelegd. De partijen die in een andere gemeente niet in aanmerking zijn gekomen voor een vergunning zullen geïnteresseerd zijn in een vergunning die in de gemeente Amsterdam beschikbaar zal komen. Er is al interesse getoond van een derde partij buiten Amsterdam. Daarnaast is het aannemelijk dat partijen buiten Nederland geïnteresseerd zijn in het op termijn meedingen naar beschikbare vergunningen. Bovendien blijkt uit rechtspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak dat het enkele feit dat het aantal exploitatievergunningen is gemaximeerd reeds maakt dat sprake is van een schaarse vergunning (zie ABRvS 20 november 2019, ECLI:NL:RVS:2019:3918 , r.o. 3).
In randnummer 34 geeft inspreker aan dat in de Concept Verordening niet is voorzien in een maximum aantal exploitatievergunningen dat kan worden verleend. De exploitatievergunning is daarom niet schaars. Wel is voorzien in de mogelijkheid dat u beleidsregels vaststelt over de exploitatievergunningen (artikel 3.1, lid 2). Daarbij is bepaald dat u kan bepalen hoeveel exploitatievergunning ten hoogste worden verleend. U heeft van de bevoegdheid een dergelijk maximum vast te stellen geen gebruik gemaakt. Niet staat vast dat u gebruik zult maken van de bevoegdheid een maximum in te stellen. Reactie college
18
Gemeente Amsterdam
1.0 11 januari 2022
Reactie op inspraak op de concept-verordening Speelautomaten en Speelautomatenhallen dd. 20 april 2021
Op dit punt is de conceptverordening aangepast: in de verordening wordt het huidige aantal speelauatomatenhallen als maximum opgenomen. Vervolgens kan, na ommekomst van de overgangsperiode in aanloop naar de eerste verdeelronde, door de burgemeester in de beleidsregels een lager maximum worden opgenomen. Die beleidsregels zullen pas later worden gemaakt en vastgesteld. Gelet op de ruime overgangstermijn voor de huidige exploitanten is het niet opportuun om die beleidsregels nu al op te stellen en vast te stellen, wel is duidelijk dat dit dus een lager maximum kan zijn dan het huidige aantal van 21. In randnummer 43 geeft inspreker aan dat het instellen van een vergunningenplafond voor het aantal exploitanten van speelautomatenhallen een beperking vormt van het vrije verkeer van diensten zodat het daarmee gecreëerde schaarse vergunningenstelsel getoetst moet worden aan artikel 56 VWEU.
In randnummer 44 geeft inspreker verder aan dat beperkingen van de bepalingen inzake vrij verkeer volgens rechtspraak van het HvJ EU op grond van de rule of reason slechts toelaatbaar zijn indien deze: 1) in elk geval zonder discriminatie worden toepast, 2) gerechtvaardigd zijn om dwingende redenen van algemeen belang en 3) geschikt zijn om de verwezenlijking van één of meerdere door de betrokken lidstaat nagestreefde doelen te waarborgen en of zij niet verder gaat dan ter bereiking daarvan noodzakelijk is. Reactie college: Aan inspreker komt geen beroep toe op de vrijheid van dienstverlening (artikel 56 VWEU) en evenmin op het recht van vestiging (49 VWEU). Artikel 56 VWEU is hier niet aan de orde. Dit artikel ziet namelijk op tijdelijke grensoverschrijdende dienstverlening. Bij een speelautomatenhal gaat het om vestiging. Inspreker heeft echter geen gebruik gemaakt van het recht van vestiging, nu geen sprake is van een grensoverschrijdende situatie. Los daarvan geldt dat de verordening met deze verkeersvrijheden in overeenstemming is. Het vergunningstelsel is non-discriminatoir en is gerechtvaardigd in het belang van de openbare orde en veiligheid, meer in het bijzonder de leef- en woonsituatie rondom speelautomatenhallen en ter voorkomen van gokverslaving. Het vergunningstelsel is ook geschikt om deze doelen te bereiken en gaat niet verder dan nodig is.
In dit verband dient te worden benadrukt dat de mogelijkheid die in de verordening wordt geboden om speelautomatenhallen te exploiteren een verruiming is van het verbod dat voortvloeit uit de WoK. Verder is van belang dat lidstaten volgens vaste rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie over een ruime beoordelingsbevoegdheid beschikken om het gewenste beschermingsniveau op het gebied van de kansspelen te bepalen1 . In randnummer 72 geef inspreker het volgende aan. Ingevolge artikel 5.3, lid 2, van het Concept blijven de aanwezigheids- en exploitatievergunningen van de exploitanten gelden met dien verstande dat u zo spoedig mogelijk na de inwerkingtreding van de verordening bepaalt op welk 1
Bijvoorbeeld HvJEU 3 juni 2010, C‑203/08, ECLI:EU:C:2010:307 (Sporting Exchange) en HvJEU 19 december 2018, C‑375/17, EU:C:2018:1026, (Stanley International Betting en Stanleybet Malta), punt 40.
19
Gemeente Amsterdam
1.0 11 januari 2022
Reactie op inspraak op de concept-verordening Speelautomaten en Speelautomatenhallen dd. 20 april 2021
tijdstip de vergunningen aflopen. In strijd daarmee is in de toelichting als volgt gesteld: "De bestaande exploitatievergunningen blijven gelden tot 1 oktober 2033". U wordt verzocht de toelichting te corrigeren. Reactie college: De tekst hierover is aangepast. Conform artikel 3.5 lid 2 bepaalt de burgemeester zo spoedig mogelijk na de inwerkingtreding van deze verordening op welk tijdstip de vergunningen aflopen. In de toelichting staat hierover dat dit naar verwachting 1 oktober 2033 zal zijn. De burgemeester zal bij het bepalen van deze overgangstermijn aansluiten bij haar eerdere voornemens hierover zoals neergelegd in de brieven aan de raad over het onderzoek van het bureau BEA. In randnummer 80 is aangegeven dat een tweede actualisatie is benodigd aangaande de geraamde omzet over de gehele looptijd van de overgangsperiode. De ontwikkeling van bijvoorbeeld de speelautomaten staat niet stil en spelers verwachten van de exploitant dat deze met die ontwikkelingen meegaat en investeert in nieuwe en populaire automaten. Exploitanten zullen door de einddatum van 2033 genoodzaakt zijn geen investeringen te doen die niet binnen de overgangsperiode kunnen worden terugverdiend. Het gevolg hiervan is dat zij met verouderde apparatuur/ inrichting, nadelige gevolgen zullen ondervinden als het gaat om hun aantrekkelijkheid als speelautomatenhal.
Naarmate de overgangsperiode verstrijkt zullen de exploitanten steeds minder investeringen kunnen doen wat een nadelig effect zal hebben op de geprognosticeerde omzet. Ook dit dient in een update van het BEA rapport te worden opgenomen. Reactie college Het gaat hier om reguliere investeringen en bedrijfsbeslissingen. Dit geeft geen aanleiding om een nog langere overgangstermijn vast te stellen die ten kosten gaat van andere geïnteresseerden. Bepalend is dat in het investeringen die voor oktober 2018 zijn gedaan kunnen worden terugverdiend en dat financiële verplichtingen die zijn aangegaan voor oktober 2018 kunnen worden afgewikkeld. Als de exploitanten zou worden gevolgd in hun betoog dan zou geen enkele overgangstermijn voldoende zijn. Verder verwijzen wij naar hoofdconclusie 1 uit het rapport van BEA. In randnummer 81 geven exploitanten aan dat ook de invloed van de legalisering van de onlinekansspelenmarkt nader in kaart moeten worden gebracht. Uiteraard hopen exploitanten dat de geraamde omzetderving voor de speelautomatenbranche door de openstelling van online kansspelen gering zal zijn, maar zij vrezen echter het omgekeerde en willen niet tijdens de overgangsperiode geconfronteerd worden met tegenvallende omzetcijfers.
Exploitanten verzoeken u dan ook om in de update van het BEA rapport een monitoring van de online kansspelenmarktop te nemen, waarbij na 1 oktober 2021 gemotiveerd kan worden ingeschat welke gevolgen de online kansspelen zullen hebben op de speelautomatenbranche en niet enkel te varen op de theoretische schattingen van BEA.
Reactie college
20
Gemeente Amsterdam
1.0 11 januari 2022
Reactie op inspraak op de concept-verordening Speelautomaten en Speelautomatenhallen dd. 20 april 2021
Exploitanten van speelautomatenhallen kunnen zelf ook gebruik maken van de legalisering van de de online-kansspelenmarkt en kunnen naast de exploitatie van hun speelhal ook daaruit inkomsten genereren. Dit geeft geen aanleiding om het rapport van BEA te actualiseren. In randnummer 82 geven exploitanten aan dat met de onzekere toekomst in het vooruitzicht zijn vrezen dat zij ernstig financieel nadeel zullen ondervinden met deze overgangsperiode: zij zullen omvangrijke transitievergoedingen moeten betalen aan vertrekkend personeel dat er vaak al tientallen jaren werkt. Langlopende arbeidscontracten vereisen namelijk ook een aanzienlijke vergoeding. Reactie college Niet valt in te zien dat de geboden overgangstermijn onvoldoende is voor het afwikkelen van dergelijke financiële verplichtingen. In het subsidierecht is bijvoorbeeld in de jurisprudentie aanvaard dat veel kortere overgangstermijnen geschikt en rechtmatig zijn om financiële verplichtingen (huur en personeel) af te kunnen wikkelen binnen die kortere overgangstermijnen. Insprekers onderbouwen ook niet waarom de overgangstermijn te kort zou zijn. Bovendien blijkt uit het rapport van BEA expliciet dat met rekening is gehouden met het afwikkelen van financiële verplichtingen.
Zo staat in het rapport van BEA dat als de overgangstermijn ruimer is gesteld, dan dempen natuurlijk verloop en vrijwillig wisselen van baan de transitievergoedingen. Op basis van in de praktijk waargenomen lengte van dienstverbanden en salarisniveaus, raamt BEA de extra noodzakelijke terugverdientijd op 4 maanden voor een grote speelhal tot een jaar voor de kleinere. In randnummer 89 geven exploitanten aan dat de ingangsdatum voor de overgangstermijn van 1 oktober 2018, de datum van de brief waarin is aangekondigd dat per september 2021 vergunningen op een andere wijze te zullen gaan verlenen niet terecht als ingangsdatum van de overgangstermijn is genomen. In randnummer 90 is gesteld dat uit de jurisprudentie blijkt dat de overgangsperiode pas kan gaan lopen op het moment dat het nieuwe beleid voorzienbaar is. Dit houdt in dat deze voldoende precies en nauwkeurig is in de uitwerking, zodat een exploitant zich dus ook exact kan voorbereiden op de stelselwijziging. Reactie college In jurisprudentie over overgangstermijnen in het subsidierecht wordt niet de eis gesteld dat de overgangstermijn pas kan gaan lopen als het nieuwe beleid is uitgewerkt. Bepalend is het doel van de overgangstermijn namelijk om gedane investeringen terug te kunnen verdienen en om aangegane financiële verplichtingen af te kunnen wikkelen.
Vanaf oktober 2018 wisten exploitanten dat zij rekening moesten houden met een ander stelsel en dat zij er rekening mee moesten houden dat zij hun vergunningen kunnen verliezen. Bovendien geldt dat de mededingingsnorm al in 2016 door de Afdeling is geïntroduceerd. Exploitanten hadden ook gelet hierop kunnen en moeten weten dat de vergunningen niet voor onbepaalde tijd konden voortduren. Zie ook paragraaf 2.3
21
Gemeente Amsterdam
1.0 11 januari 2022
Reactie op inspraak op de concept-verordening Speelautomaten en Speelautomatenhallen dd. 20 april 2021
In randnummers 97 geven exploitanten aan een rechtsonzekere toestand te voorzien indien de omgevingsvergunning wel is verleend, maar deze wordt aangevochten. Het is ongewenst dat in een dergelijke situatie de exploitatie een aanvang kan nemen. Zij verzoeken daarom aan deze bepaling toe te voegen "en deze onherroepelijk is geworden". In het kader van de omgevingsvergunning vindt een beoordeling aan de ruimtelijke ordening (en onder de Omgevingswet aan de fysieke leefomgeving) plaats die ruimer is dan de beoordeling in het kader van de exploitatievergunning. Dit is te meer reden waarom dient te worden afgewacht totdat de omgevingsvergunning onherroepelijk is. Reactie college Deze opmerking ziet op artikel 3.1 lid 4 van de conceptverordening. Er is voor gekozen om deze bepaling te laten vervallen. Als een exploitatievergunning is verleend, maar voor het gebruik als speelautomatenhal op de betreffende locatie (nog) geen omgevingsvergunning is verleend, dan mag de hal nog niet worden geëxploiteerd. Dat zou een overtreding van het bestemmingsplan c.q. art. 2.1 lid 1 sub c Wabo betekenen. In die situatie mag dus om die reden al geen gebruik worden gemaakt van de exploitatievergunning. Artikel 3.1 lid 4 is dus bij nader inzien overbodig.
Zodra ook de omgevingsvergunning is verleend, mag de exploitant de exploitatie starten, op eigen risico, of afwachten totdat de omgevingsvergunning onherroepelijk is geworden. Die keuze is aan de exploitant. Het college acht dat niet rechtsonzeker. In randnummer 98 is gereageerd op artikel 3.9, lid 1. Uit de toelichting blijkt dat met deze bepaling is beoogd dat een vergunning alleen aan een andere persoon kan worden overgedragen bij overlijden van de vergunninghouder. Tevens is in dit artikel (lid 2) bepaald dat de burgemeester de exploitatievergunning kan intrekken indien de zeggenschap in de rechtspersoon wijzigt. In randnummer 99 is aangegeven dat artikel 3.9 aldus een ingrijpende beperking vormt op de rechten van exploitanten waarvoor geen rechtvaardiging bestaat. Reactie college Zoals in het algemene deel is aangegeven zijn exploitatievergunningen voor speelautomatenhallen persoons en zaak gebonden. Wanneer een dergelijk vergunning wezenlijk wordt gewijzigd en die vergunningen ook moet worden aangemerkt als een schaarse vergunning dan moet die vergunning transparant beschikbaar worden gesteld en kan die vergunning niet zonder mededinging onderhands worden verleend.
Het gaat er om dat bestaande vergunninghouders gedurende de overgangstermijn kunnen door exploiteren met het doel om bestaande investeringen terug te verdienen en bestaande financiële verplichtingen te kunnen afwikkelen en niet om nieuwe partijen onderhandse vergunningen te verlenen.
3.9 Inspraakreactie JVH gaming Inspreker geeft aan dat doordat de beleidsregels nog niet zijn vastgesteld het voor exploitanten nog niet duidelijk is welk beleid de gemeente wil voeren na 2033. Dit levert rechtsonzekerheid op. De Verordening spreekt daarmee ook geen ambities uit, dit wordt gezien als een gemiste kans. Al
22
Gemeente Amsterdam
1.0 11 januari 2022
Reactie op inspraak op de concept-verordening Speelautomaten en Speelautomatenhallen dd. 20 april 2021
jaren geldt er een beleid dat niet is meegegaan met de tijd, niet de kwaliteitsslag mogelijk maakt die ondernemers graag zien. Verzocht wordt een visie op te stellen en daarna een nieuwe verordening vast te stellen. Reactie college Het aanpassen van de Verordening is nodig om de huidige vergunningen die nu voor onbepaalde tijd zijn verleend, een einddatum te kunnen geven. Het is daarmee een eerste stap om toe te werken naar een nieuw stelsel. Omdat de verdeling van de vergunningen pas in 2033 aan de orde is, is het volgens het college niet opportuun om nu op die situatie vooruit te lopen en de regels daarover nu al vast te stellen. Natuurlijk moeten de beleidsregels ruim voor die tijd bekend zijn, zodat exploitanten daar waar mogelijk is op kunnen anticiperen. Duidelijk moge zijn dat het opnieuw verdelen van de vergunningen sowieso met zich mee brengt dat niet iedere exploitant opnieuw in aanmerking komt voor een vergunning na 2033. In de beleidsregels zal duidelijk worden hoe de gemeente Amsterdam de mogelijkheden ziet voor ontwikkeling van de branche na 2033. Bij het opstellen van de beleidsregels zal de branche opnieuw geconsulteerd worden. Inspreker heeft de ambitie om drie hallen in het Centrum te verplaatsen naar een andere locatie, om een upgrade te kunnen bewerkstelligen.