A - 06 Deelnemingen (18) Bijlage - Nota beleidskader verbonden partijen 2021
Tekst van het document
35
6
Afstoten
6.2 Aandachtspunten bij afstoting 6.2.1 Wijze van afstoten Op basis van de juridische en financiële kenmerken wordt beoordeeld wat de meest aangewezen wijze van afstoting van de specifieke verbonden partij is. In de statuten van een verbonden partij zijn bepalingen opgenomen over de wijze van uittreden, overdracht, liquidatie en wijziging van statuten. Deze bepalingen moeten worden geanalyseerd op mogelijke juridische obstakels voor afstoting. Daarnaast moet worden onderzocht wat financieel gezien voor de gemeente een goede wijze van afstoten is. Onderdeel hiervan is het inzicht krijgen in de financiële staat van de verbonden partij en eventueel het laten doen van een waardering. 6.2.2 Publiek belang Het besluit tot afstoting betekent niet dat er helemaal geen publiek belang meer kan zijn bij of in de verbonden partij. Indien er sprake is van een (rest) publiek belang, moet dit (rest) publieke belang op juiste wijze worden geborgd. Afspraken over deze borging, bijvoorbeeld in een subsidiebeschikking of een overeenkomst zullen voor de afstoting moeten worden vastgelegd. 6.2.3 Financiële afwikkeling De financiële afwikkeling van het afstoten heeft twee onderdelen. Er moet een financieel overzicht komen van de af te stoten verbonden partij, bijvoorbeeld een liquidatiebalans of een jaarrekening.
Specifiek voor een liquidatie van een verbonden partij geldt dat een verbonden partij niet kan worden afgestoten met een negatief saldo. In plaats van liquidatie moet bij een negatief saldo faillissement aangevraagd worden. Streven is om dit te voorkomen. In het
geval dat tijdens een financiële afwikkeling blijkt dat er een negatief saldo is, kan het college faillissement aanvragen. Daarnaast moet inzichtelijk worden gemaakt wat het financiële effect van het afstoten van de verbonden partij is voor de gemeente. Belangrijke onderwerpen hierbij zijn: eventuele baten uit afstoting, de boekwaarde van de verbonden partij op de gemeentelijke balans en het verlies van eventueel dividend in de toekomst. De financiële effecten moeten worden opgenomen in de besluitvormingsstukken (voordracht) en verwerkt in de P&C producten van de gemeente.
6.2.4 Juridische afwikkeling Het afstoten van een verbonden partij is deels ook een juridische handeling. Dit betekent dat er ook veel juridische verplichtingen kunnen komen kijken bij het afstoten van een verbonden partij. Afhankelijk van de wijze van afstoten zijn de meest belangrijke verplichtingen: Wanneer er werknemers overgaan naar een andere entiteit zal er een sociaal plan gemaakt moeten worden en overleg moeten worden gevoerd met de OR van de verbonden partij en de vakbonden; Er moet inzichtelijk worden gemaakt welke aansprakelijkheden er na afstoting nog rusten op de gemeente, bijvoorbeeld op basis van de garanties die bij een verkoop zijn afgegeven; De wijzigingen van statuten, aandeelhouder of de ontbinding moeten in de KvK worden ingeschreven; Er geldt vaak een bijzondere archiefplicht met betrekking tot de documenten die betrekking hebben of de afgestoten verbonden partij. Er moeten duidelijke afspraken komen wie verantwoordelijk is voor de naleving van de archiefverplichtingen.
36
7 37
7
Overstijgende activiteiten 7.1 Inleiding Actief en betrokken beheer omvat naast het feitelijke beheer van de verbonden partijen ook verbonden partij overstijgende activiteiten. Bij de uitvoering van deze activiteiten wordt relevante beleidsinhoudelijke, juridische en financiële input aangeleverd door de betreffende/relevante beleids- of stafafdelingen. De verbonden partij overstijgende activiteiten leveren diverse producten op: Planning & Control producten, of onderdelen daarvan; Herijkingen van de deelnemingen; Herijkingen van de overige verbonden partijen; Beleidskaders. Daarnaast wordt over de deelnemingen het jaarverslag deelnemingen opgesteld.
38
7
Overstijgende activiteiten
7.2 Verbonden partijen in de gemeentelijke P&C-cyclus De gemeentelijke P&C-cyclus kent in een regulier jaar vier producten: de voorjaarsnota, de begroting, de najaarsnota en het jaarverslag. De P&C producten worden onder de verantwoordelijkheid van de afdeling DMC Besturing & Begrotingszaken opgesteld. In deze P&C-producten vindt verantwoording plaats over de verbonden partijen van de gemeente. Allereerst wordt in het gedeelte Algemene Dekkingsmiddelen van voorjaarsnota, begroting en najaarsnota een raming gepresenteerd van de dividendopbrengsten. Dividenden worden voor de gemeentelijke begrotingsproducten realistisch geraamd. Een raming is realistisch als het gebaseerd is op: financieel onderbouwde dividendprognoses door een deelneming, en/of; als er afspraken zijn over een specifiek uit te keren bedrag en/of; gebaseerd is op de resultaten van de afgelopen jaren. Bij de voorjaarsnota vindt een uitgebreide analyse van iedere dividend uitkerende deelneming plaats om te bepalen of de meerjarige ramingen moet worden aangepast. Bij de begroting wordt gekeken naar ontwikkelingen die het aankomende jaar raken. Bij de najaarsnota ligt de nadruk op het lopende jaar. In het jaarverslag wordt gerapporteerd over de daadwerkelijke dividendontvangsten in het desbetreffende jaar.
Daarnaast wordt conform het Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten (BBV) in de begroting en het jaarverslag de paragraaf Verbonden Partijen opgesteld. In deze wettelijk verplichte paragraaf wordt een overzicht gegeven van alle verbonden partijen van de
gemeente en van de financiële aspecten ervan. In lijn met het BBV wordt in de programma’s de relatie tussen de verbonden partij en de beleidsmatige doelstellingen (beleidsinformatie en beleidsrisico’s) gelegd. Hierdoor wordt de samenhang van de verbonden partij met het publieke belang versterkt. Ten slotte wordt in het gedeelte Financiële vaste activa van het jaarverslag gerapporteerd over de boekwaarde van de deelnemingen en eventuele wijzigingen hierin die gedurende het jaar hebben plaatsgevonden. Dit geldt eveneens voor de verstrekte leningen aan deelnemingen.
7.3 Herijkingen Publieke belangen zijn niet statisch. Het publiek belang kan veranderen, verdwijnen of opkomen in de tijd. De verbonden partijen bevinden zich in het grijze gebied tussen de volledige regie over een gemeentelijke directie en het overlaten aan de markt. De vraag of aandeelhouderschap in een deelneming of zeggenschap in een overige verbonden partij de beste manier is om een publiek belang te borgen kan ook over tijd veranderen. De gemeente herijkt daarom in beginsel iedere collegeperiode het publieke belang van de verbonden partijen. In de herijkingen wordt geëvalueerd of het publiek belang van elke verbonden partij nog actueel is en of dit belang in de afgelopen periode succesvol is behartigd. Ook wordt beoordeeld of een verbonden partij nog steeds de beste manier is om dit publieke belang te behartigen. Ten aanzien van de deelnemingen beoordeelt de gemeente of het geïnvesteerde vermogen nog (steeds) het beste bijdraagt aan het publieke belang. Ook beoordeelt de gemeente of de governance nog op orde is. Deze herijking wordt ter kennisname aangeboden aan de gemeenteraad. Bij de andere verbonden partijen, waar geen sprake
39
7
Overstijgende activiteiten
van geïnvesteerd vermogen, betreft het (slechts) de afweging of de gekozen rechtsvorm nog passend is en of deze bijdraagt aan het publieke belang. De herijking deelnemingen wordt onder verantwoordelijkheid van de wethouder Deelnemingen uitgevoerd; de herijking van de overige verbonden partijen onder verantwoordelijkheid van de vakwethouders, waarbij de wethouder Deelnemingen kan adviseren. Op basis van een herijking besluit het college of een verbonden partij wordt aangehouden of dat mogelijkheden tot afstoten worden onderzocht.
wachten met het ter discussie stellen van het publiek belang totdat de verbonden partij zich solide heeft ontwikkeld.
7.4 Beleidskaders DMC Deelnemingen stelt beleidskaders op voor verbonden partijen, zoals deze nota beleidskader verbonden partijen 2021 en het beloningsbeleid voor verbonden partijen.
7.5 Jaarverslag Deelnemingen
Als het college besluit om een verbonden partij aan te houden,
dan kunnen er verbetermogelijkheden aan de orde zijn. Het beleidsinhoudelijke belang, het zeggenschapsbelang en/of het financiële belang kan mogelijk beter worden behartigd. Dit kan bijvoorbeeld door de governance aan te passen. Als het college besluit om een nader onderzoek te starten naar het afstoten dan volgt een verder onderzoek waarin beleidsinhoudelijke, financiële en juridische input wordt verzameld. Een advies ‘afstoten onderzoeken’ betekent niet dat al besloten wordt dat deze verbonden partij daadwerkelijk afgestoten zal worden. Het gaat initieel alleen om het onderzoeken van de mogelijkheden tot afstoten. Op basis van de uitkomsten van het onderzoek zal een integrale afweging en gedegen besluitvorming plaatsvinden over het afstoten van de verbonden partij. Naar aanleiding van de aanbevelingen van het rapport van de commissie Winter wordt voor het uitvoeren van de reguliere herijking een uitzondering gemaakt voor net verzelfstandigde verbonden partijen. Ook net opgerichte nieuwe verbonden partijen zullen niet mee worden genomen bij de reguliere herijking. Bij deze verbonden partijen is het wenselijk om te
Alle deelnemingen stellen zelf ieder jaar een jaarverslag en jaarrekening op. DMC Deelnemingen bundelt de belangrijkste informatie in het jaarverslag deelnemingen, vult die waar nodig aan met andere informatiebronnen en geeft daarmee inzicht in de financiële en niet-financiële ontwikkelingen van de gemeentelijke deelnemingenportefeuille. Het eerste jaarverslag deelnemingen is opgesteld over het verslagjaar 2016. Het doel van het jaarverslag deelnemingen is om in aanvulling op de P&C producten de raad inzicht te verschaffen in de staat van de gehele gemeentelijke deelnemingenportefeuille. De informatie in het jaarverslag betreft gegevens op financieel gebied, op het gebied van het bestuur en toezicht en op het gebied van MVO. Daarnaast beschrijft het jaarverslag deelnemingen de belangrijkste ontwikkelingen bij afzonderlijke deelnemingen, het beleid op het gebied van maatschappelijk verantwoord ondernemen dat de gemeente voert ten aanzien van zijn deelnemingen en biedt het een overzicht van beloningen van directie en RvC. Als deelnemingen deze niet willen openbaren, dan worden ze opgenomen in een vertrouwelijke bijlage die met de raad wordt gedeeld.
40
8 41
8
Bestuurlijke rolverdeling In dit hoofdstuk is de bestuurlijke rolverdeling bij het beleid voor verbonden partijen weergegeven. Eerst worden de uitgangspunten benoemd, vervolgens de rolverdeling bij de oprichting, beheer en afstoting van verbonden partijen. Tot slot wordt ingegaan op de ambtelijke rolverdeling.
8.1 Uitgangspunten College van B&W Het college is op grond van artikel 160 Gemeentewet bevoegd te besluiten tot het verrichten van privaatrechtelijke rechtshandelingen. Dit betekent dat alle besluitvorming die betrekking heeft op verbonden partijen plaatsvindt in het college. Ten aanzien van het gemeentelijk belang wordt een onderscheid gemaakt tussen het beleidsinhoudelijke belang en het zeggenschapsbelang (good governance, rendement, continuïteit, mvo). Specifiek voor deelnemingen geldt dat binnen het college de vakwethouder verantwoordelijk is voor het beleidsinhoudelijke publieke belang en borging van het daaraan dienende financiële belang van de deelneming. De wethouder Deelnemingen is verantwoordelijk voor het zeggenschapsbelang van de gemeente in de deelneming. De wethouder Deelnemingen is tevens verantwoordelijk voor het uitvoeren van de herijking van de deelnemingen.
42
8
Bestuurlijke rolverdeling
Bij overige verbonden partijen is de vakinhoudelijke wethouder, naast beleidsinhoudelijk, ook verantwoordelijk voor het zeggenschapsbelang. De wethouder Deelneming adviseert de vakinhoudelijk wethouder over de borging van het zeggenschapsbelang. Op basis van de impact risicoanalyse kan het college besluiten dat bij een individuele verbonden partij reden is om de rollen, beleidsinhoudelijk belang en het zeggenschapsbelang, binnen het college te scheiden. De vakwethouders zijn verantwoordelijk voor het uitvoeren van de herijkingen van de overige verbonden partijen. Aan het begin van iedere collegeperiode worden de taken, verantwoordelijkheden en bevoegdheden per wethouder ten aanzien van de verschillende soorten verbonden partijen vastgelegd. Het ligt voor de hand dat daar het programma-akkoord voor wordt gebruikt.
Gemeenteraad De gemeenteraad is het hoogste bestuursorgaan van de gemeente. De gemeenteraad stelt de hoofdlijnen van het beleid van de gemeente vast en controleert de uitvoering daarvan door het college. De bevoegdheden van de raad binnen het verbonden partijen beleid vloeien voort uit de Gemeentewet (zie bijlage 1). De raad stelt jaarlijks op de begroting vast welke financiële middelen er beschikbaar zijn voor het verbonden partijen beleid. Informatievoorziening aan raad Op 17 december 2016 is het Informatieprotocol Deelnemingen vastgesteld. Hiermee is uitvoering gegeven aan de motie 2016/57 van de leden Poot, Vink, N.T. Bakker en Shahsavari-Jansen inzake het onderzoek naar het Afval Energiebedrijf Amsterdam (AEB) van de Rekenkamer (informatieprotocol gemeentelijke deelnemingen). In dat informatieprotocol is vastgelegd hoe de raad geïnformeerd wordt over aandeelhouderbesluiten die bij
de gemeentelijke deelnemingen zijn genomen. Het informatieprotocol deelnemingen is in het beleidskader verbonden partijen geactualiseerd en omgezet naar een informatieprotocol voor alle verbonden partijen.
8.2 De rolverdeling tijdens de oprichting College Het college is op grond van artikel 160 Gemeentewet bevoegd om te besluiten tot het verrichten van privaatrechtelijke rechtshandelingen. Alle besluitvorming met betrekking tot de oprichting van een privaatrechtelijke verbonden partij vindt plaats in het college. Voor gemeenschappelijke regelingen geldt dat zowel de gemeenteraad als college van burgemeester en wethouders en de burgemeesters afzonderlijk bevoegd zijn een gemeenschappelijke regeling te treffen. Binnen het college is de eindverantwoordelijkheid gelegd bij de vakinhoudelijke wethouder. De wethouder Deelnemingen adviseert over de borging van het zeggenschapsbelang. Indien het een oprichting is die een ingrijpend karakter heeft, wordt een bestuurlijk team, waarin de vakwethouder en de wethouder Deelnemingen zitten ingesteld om afstemming en integraliteit te borgen. De wethouder Deelnemingen is verantwoordelijk voor een goede borging van het zeggenschapsbelang, de vakwethouder voor een goede borging van het beleidsinhoudelijke belang. De (eind)verantwoordelijkheid is belegd bij de vakinhoudelijke wethouder. Tijdens de oprichting van een nieuwe deelneming besluit het college waar bestuurlijk de verantwoordelijk voor het beheer wordt belegd.
43
8
Bestuurlijke rolverdeling
Gemeenteraad Bij een oprichting legt het college het volgende aan de raad voor: Het college legt het principebesluit (einde denkfase) ter kennisname aan de raad voor. In het geval van een verzelfstandiging wordt het principebesluit ter instemming aan de raad voorgelegd. Het college legt het voorgenomen besluit (einde onderzoeksfase) ter wensen en bedenkingen aan de raad voor. Indien het besluit het budgetrecht van de raad raakt, bijvoorbeeld bij een grote of niet bij begroting vastgestelde investering, wordt het besluit ter instemming aan de raad voorgelegd. Het college agendeert het besluit (einde uitvoeringsfase) ter kennisname in de raad. Voor het treffen van gemeenschappelijke regelingen is toestemming vereist van de gemeenteraad.
8.3 De rolverdeling tijdens de beheerfase College De verantwoordelijkheid voor het beheer ligt bij de vakwethouder, tenzij dit op basis van de impact/risico analyse anders is belegd. Dit betekent dat besluitvorming omtrent de verbonden partijen door de vakwethouder in het college wordt ingebracht. De wethouders hebben een gedeelde verantwoordelijkheid bij het voorbereiden van het standpunt van de gemeente Amsterdam ten aanzien van de aandeelhoudersvergaderingen bij deelnemingen en de overige verbonden partijen besluiten. In principe onderhoudt de vakwethouder de contacten met de verbonden partijen.
De wethouder Deelnemingen is verantwoordelijk voor de behartiging van het zeggenschapsbelang en de vakwethouder verantwoordelijk voor de borging van het beleidsinhoudelijke belang bij de deelnemingen. Bij deelnemingen waar de wethouder Deelnemingen ook de vakwethouder is, kan in situaties waarbij eventuele tegenstrijdige belangen spelen, binnen het college besloten worden tijdelijk het zeggenschapsbelang bij een andere wethouder te leggen. In het geval de vakwethouder ook de rol van opdrachtgever heeft, kan ter voorkoming van een tegenstrijdig belang de verantwoordelijkheid voor het beheer belegd worden bij de wethouder Deelnemingen.
Gemeenteraad In de paragraaf verbonden partijen rapporteert de gemeente in het kader van de planning en control over de verbonden partijen. De commissie van de vakinhoudelijk wethouder wordt mondeling of schriftelijk geïnformeerd over belangrijke besluiten en/of relevante ontwikkelingen bij de verbonden partijen. Beantwoording van schriftelijke vragen van raadsleden over ontwikkelingen bij de verbonden partij wordt ter kennisname in de commissie van de vakinhoudelijke wethouder geagendeerd. Voor gemeenschappelijke regelingen geldt daarnaast de Wet gemeenschappelijke regelingen waaraan het beheer van de gemeenschappelijke regelingen moet voldoen.
8.4 De rolverdeling bij afstoting De vakwethouder en wethouder Deelnemingen hebben een gezamenlijke verantwoordelijkheid bij het proces van afstoten van verbonden partijen. Wanneer het college besluit tot afstoting, wordt ook bepaald hoe invulling van deze verantwoordelijkheid plaats vindt.
44
8
Bestuurlijke rolverdeling
Indien een aandeelhouderschap in een gemeentelijke deelneming niet meer noodzakelijk lijkt, vindt het proces van afstoten gedeeltelijk onder verantwoordelijkheid van wethouder Deelnemingen plaats. De vakwethouder blijft verantwoordelijk voor de borging van het beleidsinhoudelijk belang, ook voor de periode na het afstoten van de verbonden partij.
Ten aanzien van het beheer van een overige verbonden partij is de beleidsdirectie ambtelijk verantwoordelijk voor de behartiging van het beleidsinhoudelijk belang en het zeggenschapsbelang. De beleidsdirectie is verantwoordelijk voor (de invulling van) het actieve en betrokken beheer van de overige verbonden partij.
Het college informeert de gemeenteraad over het afstoten van een verbonden partij. Wanneer het voorgenomen besluit tot het afstoten van een verbonden partij ingrijpende gevolgen heeft, wordt het besluit voor wensen en bedenkingen aan de raad voorgelegd.
Bij de oprichting van een deelneming wordt door het college besloten waar in de organisatie de aandeelhoudersrol belegd wordt.
8.5 Ambtelijke rolverdeling Bestuurlijk zijn de verantwoordelijkheden voor het beleidsinhoudelijk belang en het zeggenschapsbelang belegd bij verschillende portefeuilles. In principe volgt de ambtelijke verantwoordelijkheidsverdeling de bestuurlijke verantwoordelijkheidsverdeling. Ten aanzien van het beheer van een deelneming zijn de beleids directies ambtelijk verantwoordelijk voor de behartiging van het beleidsinhoudelijke belang. DMC Deelnemingen is verantwoordelijk voor de behartiging van het zeggenschapsbelang (good governance, rendement, continuïteit, MVO). De formele aandeelhouderrol ligt in principe bij de beleidsdirectie. Uitzonderingen hierop zijn als de beleidsdirectie ook een opdrachtgevers-opdrachtnemersrelatie met de deelneming heeft, als binnen de beleidsdirectie de expertise ontbreekt, er geen ervaring is met de invulling van de aandeelhoudersrol of indien het publiek belang ontbreekt. Dan kan besloten worden de aandeelhoudersrol te beleggen bij DMC Deelnemingen.
DMC Deelnemingen is verantwoordelijk voor de overkoepelende activiteiten binnen het deelnemingenbeheer, zoals de ontwikkeling en evaluatie van het gemeentelijk deelnemingenbeleid en de onderliggende beleidsstukken, activiteiten als de periodieke herijking van de gemeentelijke deelnemingen en de rapportage over de maatschappelijk relevante indicatoren en de paragraaf verbonden partijen in de planning- en controlcyclus. De vakdirecties zijn verantwoordelijk voor de herijkingen van de overige verbonden partijen het leveren van de input over de overige verbonden partijen voor de paragraaf verbonden partijen in de planning- en controlcyclus.
45
Bijlagen
46
Bijlagen
Bijlage 1: Wettelijk kader verbonden partijen Onderstaand zijn een aantal specifieke bepalingen weergegeven die van toepassing zijn op de verbonden partijen. Deze bepalingen zijn niet limitatief. Naast de specifieke bepalingen, zijn ook in onderstaande niet limitatieve lijst van wetten bepalingen opgenomen die de verbonden partijen (kunnen) raken: Wet normering bezoldiging topfunctionarissen publieke en semipublieke sector; Mededingingswet (kan van toepassing zijn op de relatie van de gemeente met een verbonden partij); Fiscale wet- en regelgeving, waaronder vennootschaps- en omzetbelasting en BTW-compensatiefonds; Wet op het financieel toezicht; Algemene wet bestuursrecht; Europees kader staatssteun; Ambtenarenrecht; Wet Markt en Overheid; Wet Bestuur en Toezicht;
Wet- en regelgeving met betrekking tot informatievoorziening en
digitalisering, waaronder (maar niet beperkt tot): Archiefwet, Algemene verordening gegevensbescherming, Baseline Informatiebeveiliging Overheid (BIO), Wet openbaarheid van bestuur en de Wet Open Overheid, Wet hergebruik van overheidsinformatie, Wet Basisregistraties Personen Andere landelijke of Europese wetgeving op het gebied van digi talisering zoals de Wet digitale overheid, Wet elektronisch bestuurlijk verkeer en (aankomende) EU-wetgeving zoals de e- Privacy Directive, de Data Governance Act, de Digital Markets Act, Regulation on a European approach for artificial intelligence.
47
Bijlagen
Gemeentewet Regelgeving
Relevant voor verbonden partij
Artikel 160 lid 2
Het college besluit slechts tot de oprichting van en de deelneming in stichtingen, maatschappen, vennootschappen, verenigingen, coöperaties en onderlinge waarborgmaatschappijen, indien dat in het bijzonder aangewezen moet worden geacht voor de behartiging van het daarmee te dienen openbaar belang. Het besluit wordt niet genomen dan nadat de raad een ontwerpbesluit is toegezonden en in de gelegenheid is gesteld zijn wensen en bedenkingen ter kennis van het college te brengen.
Artikel 169 lid 1
Het college en elk van zijn leden afzonderlijk zijn aan de raad verantwoording schuldig over het door het college gevoerde bestuur.
Artikel 169 lid 2
Zij geven de raad alle inlichtingen die de raad voor de uitoefening van zijn taak nodig heeft.
Artikel 169 lid 3
Zij geven de raad mondeling of schriftelijk de door een of meer leden gevraagde inlichtingen, tenzij het verstrekken ervan in strijd is met het openbaar belang.
Artikel 169 lid 4
Zij geven de raad vooraf inlichtingen over de uitoefening van de bevoegdheden, bedoeld in artikel 160, eerste lid, onder e, f, g en h, indien de raad daarom verzoekt of indien de uitoefening ingrijpende gevolgen kan hebben voor de gemeente. In het laatste geval neemt het college geen besluit dan nadat de raad in de gelegenheid is gesteld zijn wensen en bedenkingen ter kennis van het college te brengen.
Artikel 169 lid 5
Indien de uitoefening van de bevoegdheid, bedoeld in artikel 160, eerste lid, onder f, geen uitstel kan lijden, geven zij in afwijking van het vierde lid de raad zo spoedig mogelijk inlichtingen over de uitoefening van deze bevoegdheid en het terzake genomen besluit.
Burgerlijk Wetboek Regelgeving
Relevant voor verbonden partij
Boek 2
Boek 2 BW regelt het rechtspersonenrecht. Hierin is bepaald dat een rechtspersoon zelfstandig drager is van rechten en plichten en een afgescheiden vermogen heeft – los van vermogens van hen die betrokken zijn bij de rechtspersoon.
48
Bijlagen
Wet gemeenschappelijke regelingen Regelgeving
Relevant voor verbonden partij De Wet gemeenschappelijke regelingen maakt samenwerking in publieke constructies voor gemeenten, provincies en waterschappen mogelijk en bevat regels voor de inrichting en het functioneren van de samenwerking.
Besluit begroting en verantwoording (BBV) provincies en gemeenten Regelgeving
Relevant voor verbonden partij
Artikel 1
b. Verbonden partij: een privaatrechtelijke of publiekrechtelijke organisatie waarin de provincie onderscheidenlijk gemeente een bestuurlijk en een financieel belang heeft; c. Financieel belang: een aan de verbonden partij ter beschikking gesteld bedrag dat niet verhaalbaar is indien de verbonden partij failliet gaat onderscheidenlijk het bedrag waarvoor aansprakelijkheid bestaat indien de verbonden partij haar verplichtingen niet nakomt; d. Bestuurlijk belang: zeggenschap, hetzij uit hoofde van vertegenwoordiging in het bestuur hetzij uit hoofde van stemrecht. e. Deelneming: een participatie in een besloten of naamloze vennootschap, waarin de provincie onderscheidenlijk gemeente aandelen heeft;
Artikel 5
Verbonden partijen worden niet geconsolideerd in de begroting en jaarstukken.
Artikel 9
1. In de begroting worden in afzonderlijke paragrafen de beleidslijnen vastgelegd met betrekking tot relevante beheersmatige aspecten, alsmede tot de lokale heffingen. 2. De begroting bevat ten minste de volgende paragrafen, tenzij het desbetreffende aspect bij de provincie onderscheidenlijk gemeente niet aan de orde is: a. lokale heffingen; b. weerstandsvermogen en risicobeheersing; c. onderhoud kapitaalgoederen; d. financiering; e. bedrijfsvoering; f. verbonden partijen; g. grondbeleid.
49
Bijlagen
Besluit begroting en verantwoording (BBV) provincies en gemeenten Regelgeving
Relevant voor verbonden partij
Artikel 15
1. De paragraaf betreffende de verbonden partijen bevat ten minste: a. de visie op en de beleidsvoornemens omtrent verbonden partijen; b. de lijst van verbonden partijen, die wordt onderverdeeld in: 1. Gemeenschappelijke regelingen; 2. vennootschappen en coöperaties; 3. stichtingen en verenigingen, en, 4. overige verbonden partijen. c. de lijst van verbonden partijen. 2. In de lijst van verbonden partijen wordt ten minste de volgende informatie opgenomen: a. de wijze waarop de provincie onderscheidenlijk de gemeente een belang heeft in de verbonden partij en het openbaar belang dat ermee gediend wordt; b. het belang dat de provincie onderscheidenlijk de gemeente in de verbonden partij heeft aan het begin en de verwachte omvang aan het einde van het begrotingsjaar; de verwachte omvang van het eigen vermogen en het vreemd vermogen van de verbonden partij aan het begin en aan het einde van het begrotingsjaar; ; c. de verwachte omvang van het financiële resultaat van de verbonden partij in het begrotingsjaar;; d. de eventuele risico’s, als bedoeld in artikel 11, eerste lid, onderdeel b, van de verbonden partij voor de financiële positie van de provincie onderscheidenlijk gemeente.
Artikel 36
In de balans worden onder de financiële vaste activa afzonderlijk opgenomen: a. kapitaalverstrekkingen aan: 1. deelnemingen; 2. gemeenschappelijke regelingen; 3. overige verbonden partijen; b. leningen aan: 1. openbare lichamen als bedoeld in artikel 1, onderdeel a, van de Wet financiering decentrale overheden; 2. woningbouwcorporaties; 3. deelnemingen; 4. overige verbonden partijen; c. overige langlopende leningen; d. uitzettingen in ’s Rijks schatkist met een rentetypische looptijd van één jaar of langer; e. uitzettingen in de vorm van Nederlands schuldpapier met een rentetypische looptijd van één jaar of langer; overige uitzettingen met een rentetypische looptijd van één jaar of langer.
50
Bijlagen
Financiële verordening gemeente Amsterdam (Verordening ex artikel 212 van de Gemeentewet) Regelgeving
Relevant voor verbonden partij
Artikel 21 Verbonden partijen
1. Het college biedt de raad een beleidsnota aan over de verbonden partijen. De raad stelt de nota vast.
2. De beleidsnota behandelt ten minste de wijze waarop wordt omgegaan met oprichting, beheer, verkoop en liquidatie van de verbonden partijen van de gemeente. 3. Het college voert iedere collegeperiode een herijking uit voor alle deelnemingen en biedt deze ter kennisname aan de raad aan. Op basis hiervan wordt per deelneming bekeken of het verstandig is deze aan te houden, te verkopen of te liquideren.
51
Bijlagen
In hoofdstuk 4.6 wordt gesproken over het impact/risico model dat gemeente hanteert om de mate van actief en betrokken beheer te bepalen van verbonden partijen. Aan de hand van dit model worden verbonden partijen onder verdeeld in een licht, regulier of verzwaard regime (zie hoofdstuk 4.6 voor een uitleg van de regimes). Figuur A is een grafische weergave van dit model. De twee aspecten waarop getoetst wordt, zijn de impact en het risico van een verbonden partij. Op basis van de hoogte van de impact en het risico komt een verbonden partij in een licht, regulier of verzwaard regime van beheer. Bij de impact van een verbonden partij wordt gekeken naar het volgende: Schaalgrootte: de omvang van een verbonden partij. Reputatie: verwevenheid met de gemeente Amsterdam. Vervangbaarheid: in hoeverre zijn de taken over te nemen door een andere partij. Afhankelijkheid: in hoeverre is de gemeente afhankelijk van de verbonden partij voor eigen proces Maatschappelijke doelen: in hoeverre realiseert een verbonden partij met zijn activiteiten maatschappelijke doelen.
Zoals te zien is in figuur A wordt bij een lage score voor zowel impact als risico de verbonden partij ingedeeld in een licht regime, bij een gemiddelde score wordt een deelneming in een regulier regime geplaatst en bij een (zeer) hoge bij impact en/of risico wordt de verbonden partij in een verzwaard regime geplaatst. Figuur A: Amsterdams impact/risicomodel 10 Verzwaard
8
impact
Bijlage 2: Impact/risico model
Regulier
3
Bij het risico van een verbonden partij wordt gekeken naar het onderstaande: Financiële afhankelijkheid: hoe groot is het deel van de inkomsten dat vanuit de gemeente(n) komt. Toegankelijkheid: is het een dienst voor de inwoner of voor de gemeente Kwaliteit Governance: in hoeverre de interne beheersing op orde is. Transparantie: de mate waarin openheid is in de verantwoording.
Licht
3
8
10
risico
52
Bijlagen
Bijlage 3: informatievoorziening bij oprichting, beheer en afstoten In onderstaande tabel wordt de informatievoorziening richting de raad in het beleidskader verbonden partijen weergegeven. Eerst worden de uitgangspunten benoemd, vervolgens welke informatie de raad ontvangt bij de oprichting, beheer en afstoting van verbonden partijen.
Uitgangspunten De bevoegdheden van de raad binnen het beleidskader verbonden partijen vloeien voort uit de Gemeentewet (artikel 160, 169 en 189). Op basis van Gemeentewet artikel 160 lid 1 is het college bevoegd tot privaatrechtelijke rechtshandelingen. Hieronder vallen bijvoorbeeld aandeelhoudersbesluiten. Op basis van Gemeentewet artikel 16o lid 2 besluit het college slechts tot de oprichting van en de deelneming in stichtingen, maatschappen, vennootschappen, verenigingen, coöperaties en onderlinge waarborgmaatschappijen, niet nadat de raad een ontwerpbesluit is toegezonden en in de gelegenheid is gesteld zijn wensen en bedenkingen ter kennis van het college te brengen. Op basis van artikel 169 Gemeentewet heeft het college een informatieplicht ten opzichte van de raad. Het college moet alle informatie verschaffen die de raad voor de uitoefening van zijn taken nodig heeft. Het college geeft de raad mondeling of schriftelijk de door een of meer leden gevraagde inlichtingen, tenzij het verstrekken ervan in strijd is met het openbaar belang. (lid 2 en 3). Specifiek stellen leden 4 en 5 dat het college de raad vooraf inlichtingen geeft als te nemen privaatrechtelijke rechtshandelingen ingrijpende gevolgen kunnen hebben voor de gemeente.
In het laatste geval neemt het college geen besluit dan nadat de raad in de gelegenheid is gesteld zijn wensen en bedenkingen ter kennis van het college te brengen. Indien de uitoefening van de bevoegdheid, bedoeld in artikel 160, eerste lid, onder f, geen uitstel kan lijden, geven zij in afwijking van het vierde lid de raad zo spoedig mogelijk inlichtingen over de uitoefening van deze bevoegdheid en het terzake genomen besluit. Op basis van gemeentewet 189 brengt de raad jaarlijks op de begroting de bedragen die hij daarvoor beschikbaar stelt, alsmede de financiële middelen die hij naar verwachting kan aanwenden. De raad ziet erop toe dat de begroting structureel en reëel in evenwicht is.
53
Bijlagen
Oprichting
Beheer
Afstoten
Het voorgenomen besluit tot de oprichting van een verbonden partij wordt conform gemeentewet artikel 160 lid 2 voor wensen en bedenkingen aan de raad voorgelegd. Dit dient ook te gebeuren indien een oprichting een ingrijpend karakter heeft (artikel 169 .lid 4). Als daarbij ook nog het budgetrecht van de raad wordt geraakt (gemeentewet artikel 189), dient dit ter instemming van de raad te zijn.
De bevoegdheden van de raad binnen de beheerfase vloeien vooral voort uit artikelen 169 en 189.
Het voorgenomen besluit tot het afstoten van een deelneming wordt conform gemeentewet artikel 169 lid 4 voor wensen en bedenkingen aan de raad voorgelegd indien dit een ingrijpend karakter heeft.
Bij een oprichting gaat daarmee: Het principebesluit (einde denkfase) – ter instemming van de raad indien dit een verzelfstandiging betreft (artikel 189); Het voorgenomen besluit (einde onderzoeksfase) wordt voor wensen en bedenkingen (artikel 160 lid 2/169 lid 4) of ter instemming aan de raad voorgelegd (artikel 189); Het ontwerp besluit (einde uitvoeringsfase) wordt ter kennisname in de raad geagendeerd (artikel 169 lid 2)
Concreet betekent dit: In de paragraaf verbonden partijen van de planning en control producten wordt over de verbonden partijen gerapporteerd. Deze producten worden door de raad vastgesteld (artikel 189) De rapportage Maatschappelijk Relevante Indicatoren wordt ter kennisname in de raad geïnformeerd (artikel 169) De raad wordt mondeling of schriftelijk geïnformeerd over belangrijke aandeelhoudersbesluitvorming en/ of relevante ontwikkelingen bij de deelnemingen (artikel 169), bijvoorbeeld over materiele strategische wijzigingen, materiele investeringen en de benoeming van leden van de raad van bestuur en raad van commissarissen rekening houdend met de rol van de aandeelhouder zoals vastgelegd in de statuten en reglementen. Beantwoording van schriftelijke vragen van raadsleden (artikel 169) over ontwikkelingen bij verbonden partijen wordt ter kennisname aan de raad gestuurd.
Bij een afstoting gaat daarbij om: Het principebesluit (einde denkfase) – ter kennisname aan de raad (artikel 169); Het voorgenomen besluit (einde onderzoeksfase) wordt, bij een ingrijpend karakter, voor wensen en bedenkingen aan de raad voorgelegd (169 lid 4) Het besluit tot afstoten (einde uitvoeringsfase) wordt ter kennisname in de raad geagendeerd (artikel 169 lid 2)
54
Bijlagen
Bijlage 4: Informatieprotocol Gelet op artikel 160 en artikel 169 van de Gemeentewet; De raad en het college van de gemeente Amsterdam, ieder voor zover het zijn eigen bevoegdheid betreft; Hebben het volgende protocol voor het informeren van de raad door het college vastgesteld voor de besluitvorming voor het oprichten, beheren of afstoten van verbonden partijen: 1. Het college voorziet de raad van alle informatie die de raad voor de uitoefening van zijn functie nodig heeft aangaande de verbonden partijen zoals vastgelegd in het gemeentelijk beleidskader verbonden partijen. 2. Het college informeert de raad tijdig nadat het college een beslissing heeft genomen, dan wel kennis heeft genomen van relevante informatie, over de gemeentelijke verbonden partijen. In principe wordt de raad via agendering in de eerst mogelijke commissievergadering geïnformeerd, tenzij de informatie van die orde is dat deze niet afgewacht kan worden. In dat geval zal de raad via de Dagmail geïnformeerd worden. 3. Het college informeert de raad volledig, rekening houdend met de hoeveelheid informatie en de vertrouwelijkheid daarvan, de verschillende rollen en de verschillende informatiebehoeften van raad en college. Indien het college de raad informeert over een onderwerp, zal het ook aangeven welke achterliggende stukken beschikbaar zijn/ ter inzage liggen.
4. De raad wordt in ieder geval actief geïnformeerd over verbonden partijen via de: a. Paragraaf verbonden partijen in de jaarrekening en begroting van de gemeente Amsterdam b. Voor wat betreft de gemeentelijke deelnemingen via het jaarverslag Deelnemingen en de Maatschappelijke indicatorenrapportage 5. Naar aanleiding van moties 2016/57, 2016/58 en toezeggingen aan de raad tijdens de behandeling van het onderzoek naar de verzelfstandiging en privatisering van het parkeerbeheer (TA2016000075) van de rekenkamer, de raad actief wordt geïnformeerd over gemeentelijke verbonden partijen wanneer een van de volgende criteria van toepassing is: a. met het onderwerp is een aanzienlijk financieel belang gemoeid dit wil zeggen, als er consequenties zijn voor de gemeentelijke begroting, of wanneer de continuïteit van de verbonden partij in het geding komt; b. een wijziging of afwijking van het beleid of plannen aan de orde is. Te denken valt aan (niet uitputtend) meerjarenplannen, investeringsplannnen, belonings- of dividendbeleid enz.; c. het onderwerp een groot direct maatschappelijk effect heeft, bijvoorbeeld omdat er veel belanghebbenden zijn; d. het onderwerp in de belangstelling staat van de media; e. het onderwerp juridische of bestuurlijke gevolgen heeft voor de gemeente; f. het onderwerp de integriteit van het bestuur kan aantasten; 6.
Wanneer informatie niet verstrekt kan worden aan de raad op grond van strijd met het openbaar belang, zal het college de raad zo ver mogelijk op hoofdlijnen informeren;
55
Bijlagen
7. Wanneer informatie niet verstrekt kan worden aan de raad op grond van strijd met zakelijke en financiële belangen van de gemeentelijke verbonden partij, zal het college de raad zo ver mogelijk op hoofdlijnen informeren; 8. Het college legt bij de oprichting van nieuwe verbonden partijen en de verzelfstandiging van gemeentelijke diensten de volgende besluiten als volgt aan de raad voor: a. Principebesluit onderzoek naar de haalbaarheid van oprichting/ verzelfstandiging met eventueel als bijlagen een plan van aanpak onderzoeksfase en een haalbaarheidsonderzoek ter instemming van de raad indien dit een verzelfstandiging betreft of het budgetrecht van de raad raakt; in overige gevallen ter kennisname; b. Voorgenomen besluit tot oprichting/verzelfstandiging ter wensen en bedenkingen, met in principe de bijlagen: een businesscase, due diligence onderzoek, positionering- en risicoanalyse en een plan van aanpak voor de uitvoeringsfase voor wensen en bedenkingen, tenzij vanwege beperkte complexiteit en risico’s deze onderzoeken en analyses niet relevant zijn; c.
Specifiek voor verzelfstandigingen een ontvlechtingsdocument (financieel en organisatorisch), sociaal plan, OR-advies en in principe een extern validatieonderzoek met bedrijfseconomische onderbouwing van de ondernemingswaarde (op de businesscase), tenzij vanwege beperkte complexiteit en risico’s een extern validatieonderzoek niet relevant is d. Definitief besluit oprichting/verzelfstandiging ter kennisname met eventueel als bijlagen een ontwerpbesluit, de statuten, reglement en profielschets van de bestuurders en commissarissen, tenzij vanwege beperkte complexiteit en risico’s deze stukken niet relevant zijn.
9. Het college informeert de raad na afloop van de reguliere aandeelhoudersvergaderingen over de belangrijkste besluiten bij deelnemingen, bijvoorbeeld over materiele strategische wijzigingen, materiele investeringen en de benoeming van leden van de raad van bestuur en raad van commissarissen rekening houdend met de rol van de aandeelhouder zoals vastgelegd in de statuten en reglementen. 10. Het college informeert de raad halfjaarlijks over relevante ontwikkelingen bij de deelnemingen, die ofwel voorkomen uit aandeelhoudersbesluit vorming, ofwel die zich voordoen binnen de monitoring van de deel neming, via de brief aandeelhoudersbesluiten deelnemingen. 11. Het college informeert de raad dan wel vraagt de raad om haar wensen en bedenkingen kenbaar te maken over de voorgenomen verkoop van een verbonden partij met eventueel als bijlagen het eindrapport van het onderzoek verkoop, 12. Het college informeert de raad dan wel vraagt de raad om haar wensen en bedenkingen kenbaar te maken over de voorgenomen liquidatie van een verbonden partij met eventueel als bijlagen eindrapport onderzoek naar de liquidatie.
56