A - 06 Algemene Zaken (1) 01 Propositie Deelregio Amsterdam. Nieuwe MRA agen
Tekst van het document
Propositie deelregio Amsterdam t.b.v. een nieuwe MRA Agenda 11 juli 2023
De afgelopen jaren heeft de MRA zowel grote uitdagingen als grote successen gekend. In tijden van Corona is het ons onder andere gelukt een Regionale Ontwikkelingsmaatschappij op te richten, een Verstedelijkingsstrategie met het Rijk vast te stellen, grote MIRT-onderzoeken naar ons OV-systeem af te ronden en substantiële mobiliteitsinvesteringen voor elkaar te krijgen. Dit is iets waar we trots op mogen zijn, niet van achterover moeten gaan leunen, maar op voort moeten bouwen. De uitdagingen is onze regio blijven namelijk groot. De Corona-pandemie heeft grote investeringen gevergd. De oorlog in Oekraïne zet vraagtekens bij strategische afhankelijkheden, waaronder in de energievoorziening. De woningnood is ongekend hoog en de sociale verschillen groeien. En tegelijkertijd maakt de klimaatcrisis dat we geen tijd te verliezen hebben met de klimaat- en milieumaatregelen. Kortom, veel werk aan de winkel. Werk dat we samen moeten doen. Waar wij als overheden ons aan (bestuurlijke) grenzen houden, doen de inwoners, de gevolgen van klimaatverandering, de luchtverontreiniging en de kievit dit niet. We zijn een systeem, waarbinnen mensen verhuizen, banen zoeken en recreëren. Alleen gezamenlijk kunnen we de opgaven aan.
Als regio zullen we de komende jaren werk moeten maken van onze ambitie om meerkernig te ontwikkelen, ons landschap open te houden, de duurzaamheidstransitie te bewerkstelligen, de arbeidsmarkt te versterken, het mobiliteitssysteem draaiend te houden, genoeg ruimte te behouden voor innovatie en groene ondernemers en de regio klimaatbestendig in te richten. De wederzijdse afhankelijkheid en gedeelde opgaven met de omliggende gemeenten wordt door Amsterdam in toenemende mate gevoeld. Het totale takenpakket van onze gezamenlijke overheden is bijna onuitputtelijk. Om ook op de lange termijn een internationale economische topregio met hoge leefkwaliteit te zijn, zullen we nu samen keuzes moeten maken waarop we inzetten, en wat we niet doen. Voor Amsterdam vormt het principe brede welvaart de leidraad voor deze keuzes. Amsterdam ziet dit graag terug in de nieuwe MRA-agenda. Leidraad: Brede Welvaart De MRA is een van de meest welvarende regio’s in Europa; een prestatie waar we hard voor hebben gewerkt, maar zeker niet als gegeven mogen beschouwen. De internationale concurrentie is onveranderd sterk en (digitale) innovaties veranderen het speelveld om de haverklap. Amsterdam wil deze sterke positie in de wereldeconomie behouden en de welvaartsgroei, groei in de werkgelegenheid en daling van werkloosheid in de praktisch geschoolde sectoren bestendigen.
Daarbij streven we naar brede welvaart, waarbij materiële rijkdom niet de enige maatstaf is voor een goed leven. Het gaat ook om welzijn, een goede gezondheid, een duurzame en prettige leefomgeving, voldoende vrije tijd en om ruimte voor persoonlijke groei. Bovendien zijn we ons bewust van het feit dat we alleen met een sterke economie de middelen hebben om de circulaireen energietransitie te bekostigen en onze regio klimaatbestendig te ontwikkelen. De regio groeit als kool, maar helaas hebben we naast de groei van het aantal inwoners ook de ongelijkheid zien toenemen. De inkomensongelijkheid is gegroeid, het voorzieningenniveau is in sommige deelregio’s uitgehold en niet overal is het mogelijk om op een gezonde manier te wonen. Bovendien staat de volkshuisvesting onder druk; voor veel mensen lastig om in onze regio een betaalbare woning te vinden. Dit is extra cru omdat we zien dat de plek waar je opgroeit in belangrijke mate bepaalt wat de kansen in je leven zijn. Amsterdam wil deze spiraal waar rijk rijker 1
en arm armer wordt, tegengaan. Dit heeft niet alleen een morele grondslag, maar ook een economische. We kunnen immers niet zonder leraren, loodgieters en winkelpersoneel. Amsterdam wil daarom de komende jaren ongelijk investeren om gelijke kansen te creëren. Hieronder zetten we uiteen waar Amsterdam op wil inzetten, gericht op de in de samenwerkingsafspraken benoemde MRA-doelen. Doel 1: De meest inventieve regio van Europa, met de best opgeleide bevolking In de nieuwe MRA-agenda willen we een punt op de horizon zetten. De MRA moet het groenste industriegebied van Europa worden. Door zelf duurzaam te produceren nemen wij als regio onze verantwoordelijkheid in de transitie naar een duurzamere en socialere wereld. De ecologische transitie heeft haast, en daarom willen we deze missie in sneltreinvaart bereiken. In het verwezenlijken van deze ambitie neemt het Noordzeekanaalgebied, waaronder de havens, een bijzondere plek in. Hier moeten grote, noodzakelijke investeringen voor de energietransitie landen, hier zal ruimte moeten zijn voor de circulaire economie en hier zullen fabrieken in rap tempo moeten verduurzamen. Maar om het meest groene industriegebied van Europa te worden zullen we ook genoeg geschoold personeel moeten hebben. Voor de economische ontwikkeling van de MRA vormen arbeidstekorten een uitdagend probleem.
Tekorten hebben gevolgen voor de economische groei, verduurzaming en de concurrentiekracht van de MRA. Het tegengaan van arbeidstekorten vereist een geïntegreerde benadering waarbij zowel de woningmarkt als de arbeidsmarkt worden aangepakt. Dit omvat het creëren van meer betaalbare huisvesting in de regio, het stimuleren van gemengde woon-werkgebieden en het bevorderen van de ontwikkeling van hoogwaardige werkgelegenheid in verschillende delen van de regio. Het streven naar een evenwichtige verdeling van woningen en economische kansen kan bijdragen aan het verminderen van arbeidstekorten en het bevorderen van inclusieve groei in de MRA. Om deze evenwichtige verdeling te bewerkstellingen willen we, zoals afgesproken in de NOVEX MRA, werk maken van de meerkernige ontwikkeling. Dit ontlast niet alleen het lokale en regionale mobiliteitssysteem, maar moet vooral worden ingegeven door het verlangen een metropool voor iedereen te bouwen, waar woonlocatie niet een belangrijke voorspeller is voor geluk of een kans op een baan. Naast de NOVEX-MRA is ook de bedrijventerreinenstrategie een belangrijk middel om de evenwichtige groei te bewerkstelligen. We vragen daarin speciale aandacht voor de grondstoffentransitie, aangezien bedrijven die essentieel zijn voor een circulaire economie, vaak milieucontouren kennen of extra opslagruimte vragen.
Tot slot willen we doorpakken met de Regionale Ontwikkelmaatschappij (ROM) InWest. De publiek-private samenwerking achten wij essentieel om onze duurzaamheidsdoelen te bewerkstelligen. Hierin zien we ook een belangrijke rol voor samenwerking met de Economic Board weggelegd. Doel 2: Een regio voor iedereen, naar de menselijke maat Onze regio is te mooi om hem niet aan onze kinderen na te laten. Door de druk op de volkshuisvesting en de klimaatuitdagingen is dit niet zo vanzelfsprekend meer. We zullen als regio werk moeten maken van volkshuisvesting door veel, in het juiste segment, op een duurzame manier te bouwen. Daarnaast zullen we ons ruimtelijk beleid moeten stoelen op wat er vanuit water en bodem mogelijk is. We zullen de consequenties hiervan moeten durven aanvaarden. Niet al onze plannen kunnen, en de daaruit komende pijn moeten we samen opvangen en verdelen.
2
Om de stad en de regio verantwoord te laten groeien, heeft. Amsterdam een nieuwbouwambitie van 7.500 woningen per jaar. Met het 40-40-20 beleid willen we bewerkstelligen dat lage- en middeninkomens in de stad kunnen blijven wonen. De Amsterdamse productie is echter niet genoeg om de vraag vanuit deze groepen op te vangen. In de Woondeal MRA is dan ook afgesproken dat alle gemeenten binnen de regio hun aandeel nemen in de opgave voor meer betaalbare woningen waaronder meer sociale huur. Een evenredige inzet vanuit elke gemeente in de MRA is noodzakelijk om de groeiende groep mensen binnen de aandachtsgroepen te huisvesten. We willen daarnaast kijken of gesprekken over woonmilieus kunnen resulteren in afspraken over verschillende doelgroepen, zoals ouderen maar ook studenten. De afgelopen jaren hebben we als regio laten zien dat woningbouw en duurzaamheidsambities samen kunnen gaan. In de Green Deal Houtbouw hebben we de eerste stappen gezet naar circulair bouwen. De komende jaren willen we onderzoeken of we samen kunnen doorpakken op biobased bouwen, circulaire materialen en het creëren van energiezuinige woningen. Daarbij willen we ook kijken naar energiearmoede, want iedereen moet mee kunnen profiteren van de energietransitie. Als regio is het onze uitdaging om deze enorme groei een plek te geven, zonder onze identiteit te verliezen of in te boeten op ons welzijn.
We bouwen immers niet alleen woningen, maar complete steden, met scholen, zorginstellingen, culturele voorzieningen en (natuur)recreatiemogelijkheden. Het bouwen van woningen zal binnenstedelijk opgevangen moeten worden. Zo kunnen we het landschap openhouden, ons erfgoed bewaren en ook ruimte bieden aan recreatie. Bovendien hebben we het landschap hard nodig hebben om de klimaatopgaven op te vangen. De regio is immers kwetsbaar voor de gevolgen van klimaatverandering, in de vorm van weersextremen (hitte, droogte, neerslag) en overstromingsrisico’s. We moeten ons hier als regio gezamenlijk op voorbereiden en ons hieraan aanpassen. Vraagstukken waar we als regio gezamenlijk in moeten optrekken zijn onder andere de kwetsbaarheid van het regionale watersysteem dat aan haar grens zit; extra afvoer (in geval van een overstroming of hevige neerslag) is niet mogelijk. Bij veel van bovenstaande opgaven zullen we als MRA, samen met het Rijk naar een (nieuw) instrumentarium moeten zoeken of nieuwe samenwerkingsverbanden aangaan. Zo zien we bijvoorbeeld een belangrijke taak weggelegd voor het deltaprogramma Centraal Holland en willen we ook kijken naar innovatieve manieren om in het landschap te kunnen investeren. Dit moet ook landen in de uitvoeringsagenda NOVEX MRA. Doel 3: Een duurzaam verbonden regio De druk op Amsterdam wordt steeds groter.
Bijna de helft van alle te bouwen woningen in de MRA richting 2030, zijn gepland binnen de stad. Dit betekent dat we moeten inschikken. Om de stad in de toekomst leefbaar te houden, voldoende ruimte te maken/behouden voor gezonde vormen van mobiliteit én de luchtkwaliteit te verbeteren, zal het gebruik van de openbare ruimte veranderen. Daarbij is een verandering van onze mobiliteit onvermijdelijk. De komende jaren willen we samen met de regio en het Rijk stappen zetten om het Multimodaal Toekomstbeeld uit te rollen. Zo mitigeren we de mogelijk nadelige gevolgen die het Amsterdamse beleid kan hebben voor een bredere omgeving en versterken we de regionale mobiliteitsnetwerken. We zullen samen moeten investeren in een betaalbaar OV met een afdoende dekkend netwerk. Dit moet de regio voor iedere bewoner en gebruiker bereikbaar houden ongeacht woonlocatie of inkomen. Een belangrijke rol zien we in het verder uitbreiden van het fietsnetwerk, waarbij het slechten van barrières zoals water en snelwegen niet mag worden vermeden. Daarnaast willen we doorpakken op de mobiliteitshubs, gekoppeld aan slimme mobiliteit. Op deze manier maken we het voor 3
reizigers vanuit een autoafhankelijke deelregio aantrekkelijker om hun reis richting de stad op een gegeven moment te vervolgen met het openbaar vervoer, de fiets of deelmobiliteit. En omdat veel inwoners van Amsterdam geen auto hebben, is het belangrijk om in deze hubs ook genoeg deelmobiliteit te faciliteren. Naast personenvervoer zetten we ook in op duurzame logistiek/goederenvervoer. Goederenvervoer is belangrijk voor onze economie, maar vormt ook een aanzienlijk aandeel in de belasting van ons regionaal mobiliteitsnetwerk. Om de plek van goederenvervoer in ons toekomstig mobiliteitsnetwerk te garanderen, gaan we met het bedrijfsleven, betrokken overheden en het maatschappelijk veld op zoek naar de juiste ruimtelijke keuzes om dit mogelijk te maken. En hoe doen we dat samen? Het succes van onze regionale samenwerking is afhankelijk van de samenwerking met de bewoners, bedrijven en stichtingen in onze regio, en vooral ook het Rijk. De MRA zal de komende jaren daarom nog meer moeten inzetten op een gezamenlijk geluid naar Den Haag en het versterken van de triple helix. Daarnaast hebben wij een steeds grotere behoefte om gezamenlijk sociale vraagstukken te bespreken. Dit is inhoudelijk ingegeven door de groeiende sociale ongelijkheid en het groeiende takenpakket van gemeentes.
Procesmatig zien we de kracht die een gezamenlijk geluid kan maken in Den Haag om tot structurele beleidsmaatregelen en middelen te komen. Tot slot zien we dat het Rijk tientallen beleidsprogramma’s en NOVEX-gebiedsgerichte programma’s vanuit de Nationale Omgevingsvisie vaststelt. Dit legt een groot beslag op onze gezamenlijke uitvoeringscapaciteit, beschikbare middelen en besluitvormingsprocedures. Voor een daadkrachtige en wendbare regio lijkt het ons daarom verstandig om het moment van een nieuwe MRA-agenda ook te gebruiken om goed kijken naar hoe we sturen op de veelheid aan opgaven, programma’s en projecten. Als het aan Amsterdam ligt kijken we goed waar we het Rijk kunnen uitnodigen bij reguliere ambtelijke overleggen van de MRA. We brengen in kaart op welke prioriteiten dit wenselijk kan zijn.
4