CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

A - 05 Ruimtelijke Ordening (22) 4. Toelichting BP Westerpark Zuid

RAAD 5 april 2023, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Vaststellen van hetbestemmingsplan Westerpark ZuidVN2023-00515836.157 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 5 van 5

Planspecifiek In dit bestemmingsplan worden geen nieuwe hotels toegestaan. Uitsluitend de bestaande hotels zijn positief bestemd middels een aanduiding h5. 5.4.12 Detailhandelsbeleid De gemeenteraad heeft op 20 december 2017 het 'Detailhandelsbeleid Amsterdam 2018-2022: sterke winkelgebieden in een groeiende stad' vastgesteld. In het detailhandelsbeleid staan twee beleidsdoelstellingen voor een economisch gezonde winkelmarkt. Amsterdam wil een aantrekkelijke stad zijn voor zowel bewoners als bezoekers, als winkeliers. Voor de detailhandel heeft Amsterdam twee hoofdbeleidsdoelstellingen. Doel 1: boodschappen dichtbij voor bewoners Met dit beleid wil Amsterdam in de eerste plaats dat bewoners op redelijke afstand van de woning (maximaal 750 meter loopafstand) dagelijkse boodschappen kunnen doen. Doel 2: meerdere aantrekkelijke winkelgebieden, ook buiten de binnenstad Amsterdam wil meerdere aantrekkelijke winkelgebieden, ook buiten de binnenstad, waar je kunt winkelen voor producten die je niet elke dag koopt. bestemmingsplan_Westerpark Zuid (vastgesteld)

blz. 99

Net als in het voorgaande beleid is het uitgangspunt dat het winkelaanbod in Amsterdam geclusterd wordt in winkelgebieden en dat nieuwe losse winkelvestigingen in beginsel zijn uitgesloten. Clustering van winkels heeft voordelen voor ondernemers en consumenten. In winkelconcentraties kunnen ondernemers profiteren van elkaars bezoekersstromen en kunnen de voor de winkels benodigde voorzieningen (parkeren, laden/lossen) zo efficiënt mogelijk worden gerealiseerd. Planspecifiek In het beleid is een overzicht opgenomen met winkelgebieden in Amsterdam. Voor de Westerpark Zuid gaat het om de Tweede Hugo de Grootstraat en de Van Limburg Stirumstraat/2e Nassaustraat. De grenzen tussen winkels, horeca, consumentendienstverlening en distributie vervagen steeds meer. In de huidige regelgeving zijn mengformules zonder exploitatievergunning mogelijk onder de volgende voorwaarden: het horecadeel bevat maximaal 20% van het netto vloeroppervlak van de winkel met een maximum van 20 m². De horeca-activiteit wordt door dezelfde ondernemer geëxploiteerd; De horeca-activiteit wordt alleen uitgeoefend gedurende de tijden dat de winkel geopend is; er wordt geen alcohol geschonken (hiervoor is een drankvergunning nodig); er wordt geen terras geëxploiteerd (hiervoor is een terrasvergunning nodig).

In overeenstemming met het beleid is ondergeschikte horeca toegestaan in de winkels met de bovenstaande criteria als basis. 5.4.13 Aanvullende besluiten diversiteit winkelaanbod Diversiteit van het winkelaanbod heeft de aandacht van zowel het stadsbestuur, als de bestuurscommissies van stadsdelen die grenzen aan de binnenstad. Op 28 februari 2017 heeft het college daarom het rapport 'Sturen op een divers winkelgebied' vastgesteld. In dit rapport is een inventarisatie gedaan naar huidige en toekomstige sturingsmiddelen om afname van diversiteit van het winkel- en voorzieningenaanbod te beperken en te voorkomen, waar een aantal acties en aanbevelingen uit volgen. Daarnaast is op 11 mei 2017 motie 389.17 aangenomen waarin het college B&W is verzocht om: "ten tijde van het uitwerken van de ruimtelijke instrumenten naast een assertieve aanpak van probleemgebieden ook een preventieve aanpak voor risicogebieden voor te leggen, waarbij ook (het aankondigen van) gerichte inperking van bestemmingen, en het (aankondigen van) het gebiedsgericht stellen van aanvullende voorwaarden die monocultuur op voorhand de pas af kunnen snijden aan bod komen. Planspecifiek: Het plangebied is niet aangewezen als probleem- of risicogebied, waar een preventieve aanpak noodzakelijk is. Het gebied grenst echter aan de binnenstad van Amsterdam.

Doordat er jaarlijks vele bezoekers naar Amsterdam komen, staat de leefbaarheid van de binnenstad onder druk. Om dit tegen te gaan, worden verschillende maatregelen genomen. De kans bestaat dat de problematiek zich gaat verplaatsen naar de aangrenzende gebieden. Daarom is ook in dit bestemmingsplan een bepaling opgenomen om grip te kunnen houden op zo geheten toeristische voorzieningen. 5.4.14 Parkeerbeleid Auto

Gemeente Amsterdam

blz. 100

De gemeente Amsterdam voert al jaren parkeerbeleid. Parkeerbeleid heeft invloed op de bereikbaarheid en leefbaarheid in de stad. Dit onder meer vanuit het idee dat minder auto's op straat leidt tot meer ruimte voor voetgangers en fietsen en een aantrekkelijkere openbare ruimte voor bewoners, bezoekers en ondernemers. Daarnaast willen ondernemers en bewoners ook een bereikbare stad, een stad waar ze hun auto kwijt kunnen en klanten een parkeerplek kunnen vinden. Minder auto's op straat en tegelijkertijd een goede (auto)bereikbaarheid van de stad, het lijken tegenstrijdige doelstellingen. Een oplossing om deze doelstellingen te verenigen, is het verplaatsen van een groot deel van de parkeerplaatsen op straat naar parkeergarages. In het Parkeerplan uit 2012 staat de aanpak om de auto minder op straat te parkeren, de openbare ruimte te verbeteren en het verkeer te laten doorstromen door het verminderen van zoekverkeer. In de Uitvoeringsagenda Mobiliteit is die lijn doorgetrokken met de aankondiging meer ruimte op straat te maken voor voetgangers en fietsers door de bouw van parkeergarages en het opheffen van parkeerplaatsen op straat. Parkeernormering helpt om de toekomstige parkeervraag in (ondergrondse) garages op te lossen, door ontwikkelaars te verplichten om bij nieuwbouw parkeergelegenheid op eigen terrein te realiseren.

Hiervoor heeft de gemeenteraad op 8 juni 2017 de Nota Parkeernormen Auto vastgesteld. Deze Nota is op 29 november 2017 gewijzigd vastgesteld. In de Nota staan beleidsregels en parkeernormen voor nieuwbouw- en transformatieplannen. Ook is aangegeven wanneer de regels en beleid worden toegepast. Het nieuwe beleid treedt in werking voor alle ontwikkelingen waarvoor de eerste grondprijsovereenkomst wordt gesloten, na moment van vaststelling van de nieuwe Nota Parkeernormen Auto. Over bestemmingsplannen die ten tijde van de inwerkingtreding van de nota reeds zijn vastgesteld en waarin een eigen parkeernormering is opgenomen is aangegeven dat de parkeernorm van het bestemmingsplan het toetsingskader blijft. Dit geldt ook voor bestemmingsplannen waarin een uitwerkingsverplichting is opgenomen en waarvan de uitwerking plaats vindt nadat de nota in werking is getreden. Het belangrijkste uitgangspunt van deze nota is dat bij nieuwbouw, bewoners en werknemers geen parkeervergunning krijgen. De belangrijkste wijzigingen ten opzichte van het oude beleid zijn: De verplichte minimumparkeernorm voor sociale woningbouw en middeldure huurwoningen komt te vervallen. De verplichte minimumparkeernorm voor vrije sectorwoningen wordt lager.

Waar in het oude beleid een minimumverplichting geldt van 0,6 tot 1 parkeerplaats per woning, is dit nu afhankelijk van de woninggrootte (< 30 m2 geldt een norm van 0,1-1 pp per woning, 30-60 m2 geldt een norm van 0,3-1 pp per woning en woningen >60 m2 geldt een norm van 0,6-1 pp per woning). Er komt in de hele stad een maximumparkeernorm van 1 parkeerplaats per woning. Nu geldt in grote delen van de stad geen maximumparkeernorm. De verplichte minimumparkeernorm voor kantoren komt te vervallen er geldt nu alleen een maximumnorm. Voor voorzieningen wordt in het nieuwe beleid maatwerk geleverd. In de 'Nota Parkeernormen Auto' wordt voor parkeernormen onderscheid gemaakt in drie soorten typen locaties: A-, B-, en C-locaties genoemd. Onderhavig plangebied is aangemerkt als B-locatie. Dit geldt voor het grootste deel van Amsterdam. De B-locaties hebben goed openbaar vervoer, maar liggen verder van de intercitystations af. De gemeente kiest ervoor om in deze gebieden naast een maximumparkeernorm ook een minimumparkeernorm te hanteren. Ontwikkelaars worden verplicht om bij nieuwbouw een minimum aantal parkeerplaatsen op eigen terrein te realiseren.

bestemmingsplan_Westerpark Zuid (vastgesteld)

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12560740/1