CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

A - 05 Openbare Orde en Veiligheid (4) 20211124 DIV2021442 VRAA DEKKINGSP 1

RAAD 17 februari 2022, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Uiten van wensen en bedenkingen inzake de oprichting van de Stichting Risicobeheer Veiligheidsregio’s en Dekkingsplan brandweer 2022-2025 VN2022-0021476.225 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

BIJLAGEN DEKKINGSPLAN 2022-2025 BUITEN GEWOON VEILIG

BIJLAGEN DEKKINGSPLAN 2022-2025

Inhoud 1. Bijlage: Samenvatting Handreiking

3

2. Bijlage: Technische uitgangs­punten berekeningen  2.1 Meetkaarten

5 13

3. Bijlage: Visualisatie opkomstprestaties dagsituatie 

16

4. Bijlage: Repressieve dekking van de overige taakgebieden  4.1 Beoordeling operationele prestatie van het redvoertuig 4.2 Beoordeling operationele prestatie bij hulpverlening  4.3 Beoordeling operationele prestaties bij waterongevallen  4.4 B  eoordeling operationele prestaties bij incidentbestrijding gevaarlijke stoffen

20 20 21 23

5. Bijlage: Aandachtsobjecten VrAA  5.1 Gezondheidzorg  5.2 Celfunctie/ Gesloten instelling 5.3 Woningen 5.4 Portiekwoningen 5.5 Galerij of corridorflats

26 26 27 27 28 29

24

INHOUD

2

BIJLAGEN DEKKINGSPLAN 2022-2025

1

Bijlage: Samenvatting Handreiking Landelijke Uniforme Systematiek voor Dekkingsplannen De landelijk uniforme systematiek voor dekkingsplannen beoogt een landelijk uniform werkwijze voor de brandweer. De systematiek is vastgelegd in een handreiking. Door dit toe te passen, kan de brandweer met het dekkingsplanproces meer recht doen aan de huidige praktijk. Dat doet zij door niet alleen inzicht te geven in de factor snelheid, maar ook in factoren als capaciteit, paraatheid en werkdruk. Naast een beschrijving van de systematiek in zeven processtappen, biedt de handreiking ook rekenvoorschriften waardoor regionale dekkingsplanen vergelijkbaar worden. Deze samen­ vatting is opgesteld door het landelijke projectteam van de pilot. Beoordelingskader De landelijk uniforme systematiek bevat ook het Beoordelingskader Gebieds­ gerichte Opkomsttijden. Samen bieden zij een betrouwbaar instrument dat de brandweer inzicht geeft in prognose en realisatie van de repressieve dekking, inclusief de motivatie van afwijkingen en flankerend beleid. Het kader wordt toegepast bij de beoordeling van de dekking. Hierin ligt de nadruk op de opkomsttijd van de eerste basisbrandweereenheid (TS6). Toelichting op het proces Zowel de totstandkoming van het dekkingsplan als de uitvoering en de rapportage verloopt via de landelijk uniforme systematiek voor dekkingsplannen. Deze bestaat uit zeven stappen.

Het opstellen van het dekkingsplan en de besluitvorming hierover is het schakelpunt tussen de twee cycli van inrichten en uitvoeren.

Dekkingsplanproces in zeven processtappen Iedere veiligheidsregio is wettelijk verplicht om een dekkingsplan vast te stellen als onderdeel van de totale beleidscyclus (art. 14 WVr). De landelijk uniforme systematiek voor dekkingsplannen helpt de brandweer met behulp van de volgende zeven processtappen om een dekkingsplan in te richten, door het algemeen bestuur te laten vaststellen en uit te voeren: Processtap 1 - Dekking bijstellen De brandweer maakt inzichtelijk of ontstane veranderingen of voorgenomen ontwikkelingen invloed hebben op de regionale dekking en zo ja, in welke mate. Het vorige bestuurlijk vastgestelde dekkingsplan geldt hierbij als referentiekader. Dit levert een set van kaders, randvoorwaarden en uitgangs­ punten op die nodig zijn bij de beschrijving van de dekking in de volgende processtap. Processtap 2 - Dekking beschrijven Met behulp van de landelijk uniforme systematiek voor dekkingsplannen beschrijft de brandweer de verwachte dekking in het verzorgingsgebied. Hiermee maakt de brandweer inzichtelijk waar zij repressief toe in staat is onder de gegeven omstandigheden. De beschrijving bevat minimaal de twee verplichte factoren snelheid en capaciteit. Daarnaast kan de brandweer de beschrijving aanvullen met de factoren paraatheid en werkdruk. Die laatste twee zijn niet verplicht, maar geven wel meer inzicht.

Processtap 3 - Dekking beoordelen De brandweer toetst de verwachte repressieve dekking minimaal aan het Beoordelingskader Gebiedsgerichte opkomsttijden en het kader Grootschalig Brandweeroptreden en beoordeelt deze aan de hand van de factoren snelheid en capaciteit, eventueel aangevuld met paraatheid en werkdruk. Het resultaat is een beoordeling van de verwachte repressieve dekking. Op basis hiervan bepaalt de brandweer in hoeverre de dekking past binnen het wettelijk kader en de bestuurlijke wensen. De beoordeling wordt opgenomen in een concept-dekkingsplan, dat ook een voorstel voor aanvullende maatregelen kan bevatten.

INHOUD

3

BIJLAGEN DEKKINGSPLAN 2022-2025

Processtap 4 - Dekkingsplan vaststellen Soms is het noodzakelijk de inrichtingsstappen een of meerdere keren te doorlopen om tot een dekkingsplan te komen dat optimaal binnen de wettelijke en regionale verwachtingen past. In het uiteindelijke dekkingsplan is helder geformuleerd welke onderwerpen met betrekking tot de repressieve brandweerzorg wel zijn opgenomen en welke onderwerpen niet. De brandweer legt het uiteindelijke dekkingsplan ter besluitvorming voor aan het algemeen bestuur, vraagt het dekkingsplan vast te stellen en daarmee opdracht te verlenen tot uitvoering. Het resultaat is een bestuurlijk vastgesteld dekkingsplan, inclusief de opdracht tot uitvoering door de brandweer. Processtap 5 - Uitvoering bijstellen Het vastgestelde dekkingsplan vormt het vertrekpunt voor de uitvoering. De implementatie bestaat onder meer uit de aanpassing van het meld­ kamersysteem, (her)positionering van de voertuigen en aanpassing van de bezetting en de roosters. Het resultaat is een repressieve brandweer­ organisatie die volgens de afspraken in het dekkingsplan is ingericht. Processtap 6 - Dekking uitvoeren De brandweer richt zich op de realisatie van de gemaakte prestatieafspraken en de uitvoering van de dekking. Dit gaat over alarmeren, uitrukken, ter plaatse komen en hulpverlenen aan mens en dier.

Tijdens de uitvoering registreert de brandweer de gerealiseerde dekking volgens de rekenvoorschriften van de landelijk uniforme systematiek. Het resultaat is hulp­ verlening en de registratie daarvan. Processtap 7 - Uitvoering beoordelen De brandweer beoordeelt de dekkingsprestatie bij inmiddels bestreden incidenten met als doel de uitvoering te beoordelen. De beoordeling wordt gebruikt om te leren, cyclisch te verbeteren en verantwoording af te leggen aan het bestuur. Zo nodig stelt de brandweer op basis van de inzichten de uitvoering en/of inrichting van de dekking bij. Hiermee start een nieuwe dekkingsplancyclus.

Figuur 1 - De processtappen uit de Handreiking circulair weergegeven. 2 dekking beschrijven

1 dekking bijstellen

veranderen

verwezelijken

5 dekking uitvoering

INRICHTING

4 dekkingsplan

UITVOERING

3 dekking beoordelen

vaststellen

verantwoorden

7 beoordelen uitvoering

6 dekking uitvoeren

INHOUD

4

BIJLAGEN DEKKINGSPLAN 2022-2025

2

Bijlage: Technische uitgangs­ punten berekeningen Het dekkingsplan komt tot stand door per buurt in de regio de opkomsttijd te berekenen door een rekensysteem. In deze bijlage van het Dekkingsplan wordt een uitleg gegeven over de werking van het rekensysteem en de uitgangspunten bij de berekeningen. Het belangrijkste rekensysteem Brandweer Amsterdam-Amstelland gebruikt het rekenprogramma CARE (CArtografische REkenmodule) voor de berekeningen die de basis vormen van het dekkingsplan. Op basis van het gebouwbestand, de infrastructuur en de theoretische rijsnelheden worden Kazerne Volgorde Tabellen gemaakt. Per object wordt berekend welk voertuig het snelst ter plaatse kan zijn.

Hierdoor worden prognoses op regionaal, gemeentelijk of verzorgingsgebied schaal gemaakt over de opkomsttijden. Om het systeem te kunnen laten rekenen, kiest de regio uitgangspunten, die vaak gebaseerd zijn op praktijk­ metingen. De uitkomsten blijven echter theoretische berekeningen en prognoses. De uitgangspunten bij de berekeningen Voor de berekeningen voor het Dekkingsplan zijn een aantal uitgangs­ punten bepaald, op basis waarvan het rekensysteem gevuld is. De volgende uitgangspunten zijn gekozen.

Tabel 1 - Rekenmodule

Waarde

Toelichting

Rekenmethode

Care-software.

Programma voor dekkingsprognoses. Ontwikkeld door SafetyCT.

Objecten

BAG (Basisadministratie Adressen en Gebouwen) en KRO (Kern Registratie Objecten)

De kaart laag KRO is een verzameling van objecten uit diverse landelijke registraties in één kaartbeeld. De kaart laag bevat gegevens van registraties zoals BAG, BRT, WOZ, Handelsregister, RRGS en LRKP.

Normtijden

Zoals vastgesteld in Landelijke Uniforme Systematiek voor Dekkingsplannen

Rijtijden

Berekend met een wegenbestand van de Roadtool.

Aangepast voor hulpdiensten met speed-profiles van TomTom. Wegenbestand bepaald aan de hand van de Roadtool van SafetyCT.

INHOUD

5

BIJLAGEN DEKKINGSPLAN 2022-2025

Tabel 2 - Methode Gebiedsgerichte Opkomsttijden

Waarde

Toelichting

Objecten

Basisadministratie Adressen en Gebouwen.

Dubbele adressen met een andere functie worden samengevoegd tot de functie met het hoogste risico: 1. Celfunctie 2. Gezondheidszorgfunctie 3. Logiesfunctie 4. Onderwijsfunctie 5. Woonfunctie 6. Winkelfunctie 7. Bijeenkomstfunctie 8. Sportfunctie 9. Kantoorfunctie 10. Overige gebruiksfunctie

Buurten

CBS-buurten

Voor de buurtbepaling wordt gebruik gemaakt van de CBS-buurt indeling en de stedelijkheidsclassificaties 1 t/m 5.

Risico categorie 1

Streefwaarde 7 minuten Bandbreedte 4 - 10 minuten

CBS-buurten met een stedelijkheid van een, twee of drie waarvan minimaal een derde van de objecten tot type A tot E behoort. A. Oude binnenstad B. Gezondheidszorgfunctie C. Celfunctie D. Woongebouwen > 20 meter E. Portiekwoningen

Risico categorie 2

Streefwaarde 10 minuten Bandbreedte 7 - 13 minuten

Woningen algemeen en gebouwen voor zelfredzame personen. CBS-buurten met een stedelijkheid van een, twee, of drie en met minder dan een derde objecten uit categorie 1.

Risico categorie 3

Streefwaarde 15 minuten Bandbreedte 12 - 18 minuten

Verspreid liggende woningen en gebouwen CBS buurten met een stedelijkheid van 4, 5 of geen waarde

INHOUD

6

BIJLAGEN DEKKINGSPLAN 2022-2025

Tabel 3 - Rekenregels

Waarde

Toelichting

Portiekwoningen

Portiekwoningen bepaald op basis van BAG-gegevens.

Onderscheid tussen portiekwoningen en portiekflats.

Normtijden RV

6 minuten voor RV bij portiekwoningen voor 1945.

Door het veiligheidsbestuur vastgestelde norm van 6 minuten voor het RV bij portiekwoningen van voor 1945.

Richtlijnen

WO: 15 minuten HV: 15 minuten IBGS: 15 minuten SIE: 30 minuten

De veiligheidsregio heeft in 2013 (conform een richtlijn) maximale opkomsttijden bepaald voor de taakgebieden: waterongevallen, hulpverlening en incidentbestrijding gevaarlijke stoffen.

Basisbrandweer-eenheid

TS6, zoals vastgelegd in het Besluit Veiligheidsregio’s.

Op de kazernes Aalsmeer en Uithoorn wordt uitgerukt met TS4 en TS6. De uitruktijden worden bepaald over de totaal aan inzetten.

DAG/ ANW

Uitruktijd per tijd venster

In verband met verkeersdruk en beschikbaarheid van vrijwilligers wordt onderscheid gemaakt. Naar Dag en Avond, Nacht en Weekend situatie. > Dag: Werkdagen van 07:30 tot 17:00. > ANW: Werkdagen van 17:00 tot 07:30 en weekenddagen

DAG-situatie Victor

7:00 tot 23:00

NACHT-situatie Victor

23:00 tot 7:00

Voor kazerne Victor geldt dat deze ’s nachts gesloten is en het verzorgingsgebied wordt overgenomen door de omliggende kazernes

Waarde

Toelichting

Operationele grenzen

Het snelste voertuig is weergegeven in de prognose.

Brandweer Amsterdam-Amstelland hanteert operationele grenzen voor prio1 meldingen. En werkt prio 2 op dit moment uit.

Interregionale voertuigen

Geen grensbeperkingen voor gelijksoortige voertuigen van buurregio’s.

Zoals vastgelegd in interregionale convenanten. Deze voertuigen kunnen door de GMK direct worden gealarmeerd. De uitruktijden van deze voertuigen worden periodiek door de regio’s uitgewisseld.

Opkomsttijd

Maatgevend scenario: TS6 Snelste hulp ter plaatse.

De tijdselementen meldkamer-, uitruk- en rijtijd gezamenlijk vormen de opkomsttijd.

Bevroren gebieden

De bevroren gebieden voor de eenheden Uithoorn 1 en Aalsmeer 1 zijn komen te vervallen

Tabel 4 - Beleid

INHOUD

7

BIJLAGEN DEKKINGSPLAN 2022-2025

Tabel 5 - Meldkamertijd

De meldkamertijd is de tijd die een meldkamer nodig heeft om een incidentmelding aan te nemen, triage te plegen en passende eenheden te alarmeren.

Waarde

Toelichting

Mediaan verwerkingstijd: 87 seconden.

Op basis van daadwerkelijk waarnemingen over twee jaar (2019 en 2020). De puntwaarde wordt bepaald door de mediaan van de waarnemingen. Waarnemingen worden gefilterd op: > Telefonische meldingen. > Alarmeringsclassificatie gebouwbrand > Volledige prio-1-ritten. > Test/oef/info niet meegenomen. Resultaat: een getal/tijd (in minuten of seconden) welke geldt voor de gehele regio. VRAA = 1 gebouwbranden: Incident_Classificatie = Binnenbrand

Uitruktijden Elk voertuig heeft een eigen mediaan van de uitruktijd, de tijd die het kost vanaf de melding tot het moment dat het voertuig wegrijdt. Dit heeft gevolgen voor de opkomsttijd. De mediaan uitruktijden van een voertuig in de praktijk zijn gemeten over 2 jaar. ‘BD’ betekent buiten dienst, het voertuig is niet beschikbaar voor eerstelijns brandweerzorg. Mogelijk is het voertuig op dat moment wel beschikbaar voor slagkracht bij grote incidenten.

Tabel 6 - Uitruktijden

Waarde De uitruktijd is de tijd tussen Puntwaarde per kazerne in DAG- en alarmering van een eenheid ANW-situatie. en de uitruk naar een incident (status uitruk).

Toelichting Op basis van daadwerkelijk waarnemingen over twee jaar (2019 en 2020). De puntwaarde wordt bepaald door de mediaan van de waarnemingen. Met volgend filter: > Prio-1-ritten. > Alleen alarmeringen binnen 20 minuten vanaf start incident. > Volledige prio-1-ritten. Eerste golf alarmeringen: alleen alarmeringen mee binnen de eerste twintig minute vanaf start incident. Onderscheid naar tijdstip van de dag: > Dag/ ANW

INHOUD

8

BIJLAGEN DEKKINGSPLAN 2022-2025

Tabel 7 - Uitruktijden 1e tankautospuit

1

2

DAG

ANW

BD = Buiten dienst. Echter wel beschikbaar voor slagkracht.

Aalsmeer 1

3:13

4:03

Dagdienst / Vrijwilligers

Uithoorn 1

02:25

04:22

Dagdienst / Vrijwilligers

Diemen 1

02:43

03:48

Dagdienst / Vrijwilligers

Duivendrecht

BD/ 03:04

03:43

Vrijwilligers

Driemond

BD/ 02:56

02:55

Vrijwilligers

Weesp

05:32

06:01

Vrijwilligers1

GBA

01:11

01:20

24-uur beroepsbezetting2

Amstelveen

01:54

02:13

24-uur beroepsbezetting

IJsbrand

01:46

02:08

24-uur Beroepsbezetting

Zebra

01:28

01:54

24-uur beroepsbezetting

Osdorp

01:34

02:01

24-uur beroepsbezetting

Teunis

01:41

02:03

24-uur beroepsbezetting

Hendrik

01:45

02:04

24-uur beroepsbezetting

Nico

01:48

02:11

24-uur beroepsbezetting

Victor

01:19

01:25

Gesloten in nachtvenster 23:00-7:00.

Pieter

01:39

01:57

24-uur beroepsbezetting

Dirk

01:30

01:51

24-uur beroepsbezetting

Willem

01:48

02:06

24-uur beroepsbezetting

Anton

01:49

02:08

24-uur beroepsbezetting

Gegeven uit GMS zijn niet beschikbaar. De uitruktijden zoals VrG&V deze heeft vast­gesteld zijn toegepast. De methode om tot deze tijden te komen wijkt af van de Amsterdamse methode. Uitrukgebied is Westpoort. De GBA rukt gecombineerd uit met AS en IB. Uitruktijd AS is toegepast.

INHOUD

9

BIJLAGEN DEKKINGSPLAN 2022-2025

Tabel 8 - Uitruktijden HV, RV, WO en OGS-SIE

3

4

5

DAG

ANW

HV Diemen

03:23

03:51

Vrijwilligers3

HV Amstelveen

01:56

02:18

24-uur beroepsbezetting4

HV Teunis

01:52

02:05

24-uur beroepsbezetting

RV Teunis

01:41

02:01

24-uur beroepsbezetting

RV Pieter

01:44

02:02

24-uur beroepsbezetting

RV Amstelveen

01:54

02:05

24-uur beroepsbezetting

RV Nico

01:33

01:58

24-uur beroepsbezetting

RV Victor

01:26

01:27

Buiten dienst in nachtvenster

RV Anton

01:50

02:05

24-uur beroepsbezetting

RV Dirk

01:38

01:58

24-uur beroepsbezetting

RV Willem

01:44

01:59

24-uur beroepsbezetting

RV Amstelveen

01:54

02:05

24-uur beroepsbezetting

WO Amstelveen

01:35

01:49

24-uur beroepsbezetting

WO Nico

01:01

01:30

24-uur beroepsbezetting

OGS SIE

01:39

01:57

24-uur beroepsbezetting5

Minder dan 50 waarnemingen. Uitruktijd in lijn met historische uitruktijden. Toegepast ondanks minder waarnemingen. Gegeven uit GMS zijn niet beschikbaar. De uitruktijden zoals VrG&V deze heeft vastgesteld zijn toegepast. De methode om tot deze tijden te komen wijkt af van de Amsterdamse methode. Door beperkt aantal waarnemingen worden de uitruktijden van de AS Pieter hanteert.

INHOUD

10

BIJLAGEN DEKKINGSPLAN 2022-2025

Tabel 9 - Uitruktijden 2e tankautospuiten6

DAG

ANW

Bij een aantal waarnemingen <50 wordt de uitruktijd bepaald op basis van het eerste voertuig.7

Aalsmeer 2

05:08

04:18

Vrijwilligers

Amstelveen 2

02:55

06:33

Vrijwilligers

Diemen 2

04:43

05:48

Vrijwilligers

Uithoorn 2

04:25

06:22

Vrijwilligers

Weesp 2

BD

08:01

Vrijwilligers8

Tabel 10 - Uitgangspunten bij de factor Capaciteit

Slagkracht

Periode

Toelichting

Periode 2 jaar: 2019, 2020

Berekend op basis van uitruktijden. Bestaat uit de elementen: Aantal TS’en in 15 minuten Opkomsttijd 3e TS

GBO

6

7

8

Peloton basisbrandweerzorg Peloton grootschalig watertransport Peloton redding & technische hulpverlening

Door beperkt aantal waarnemingen uitruktijd Aalsmeer 1 + 1 minuut, overige 2e voertuigen + 2 minuten. Minder dan 50 waarnemingen. Uitruktijd in lijn met historische uitruktijden. Toegepast ondanks minder waarnemingen. Gegeven uit GMS zijn niet beschikbaar. De uitruktijden zoals VrG&V deze heeft vastgesteld zijn toegepast. De methode om tot deze tijden te komen wijkt af van de Amsterdamse methode.

INHOUD

11

BIJLAGEN DEKKINGSPLAN 2022-2025

Tabel 11 - Uitgangspunten bij de factor Paraatheid

Periode

Toelichting

Beschikbaarheid

Periode: 2020

De beschikbaarheid uitgedrukt in het beschikbaarheidspercentage per jaar dat de brandweerpost inzetbaar is om incidenten te bestrijden. Norm 95% per jaar

Gelijktijdigheid

Periode vanaf 2014 Peildatum: 13-10-2021

Kans, uitgedrukt in een percentage, dat er sprake is van gelijktijdigheid. Gelijktijdigheid wordt als volgt gedefinieerd: 1. Wanneer tijdens Inzet A voor incident A, een tweede inzet B wordt opgeroepen 2. Voor een nieuw/ ander incident B 3. Binnen hetzelfde verzorgingsgebied 4. Waarbij een andere kazernegroep betrokken is Volgens deze definitie is 1 gelijktijdigheid dus altijd tussen 2 incidenten. Filters: > Nieuwjaarsnacht > Extreem weer Buitenbeschouwing gelaten.

Tabel 12 - Uitgangspunten bij de factor Werkdruk

Werkdruk

Periode

Toelichting

Periode van vier jaar: 2017, 2018, 2019, 2020

Gemiddelde aantal alarmeringen van ieder brandweereenheid op jaarbasis voor een eenheid vanaf de eigen kazerne.

INHOUD

12

BIJLAGEN DEKKINGSPLAN 2022-2025

2.1 Meetkaarten De gebruikte brondata en toegepaste filterstappen voor de berekening van de Verwerkingstijd, Paraatheid, Uitruktijd, Gelijktijdigheid en Werkdruk zijn in de meetkaarten weergegeven.

Filterstappen Verwerkingstijden GMK - Handreiking Dekkingsplan

Verwerkingstijd GMK: tijd tussen aanname meldkamer (DTG_START_INCIDENT) en de alarmering eenheid (status: ov)

Alleen telefonische meldingen behouden

Alarmeringsclassificatie gebouwbrand GMS niveau 2 behouden

Alleen afsluiting incident met waarde Eindrapport of inzet behouden

NB. Onderzoeksopdracht: Bepaal de verwerkingstijden op basis van waarnemingen van een heel jaar, met een minimum van vijftig waarnemingen (vanuit Handreiking)

Volledige prio-1-ritten behouden

NB2: Dit zijn de algemene filterstappen om de verwerkingstijden te berekenen. Wanneer er een vraag is omtrent specifieke incident-typen, periodes en/of gebieden, wordt de filtering als laatste stap toegepast, (vanuit IM)

Expliciet niet meenemen in de berekening: test/oef/info

Mediaan berekenen over resterende verwerkingstijden

INHOUD

13

BIJLAGEN DEKKINGSPLAN 2022-2025

Berekening Paraatheid - Handreiking Dekkingsplan

Alle buitendienstmeldingen van voertuigen worden bij elkaar opgeteld per eenheid.

Dit aantal wordt gedeeld door de totale rapportage tijd (bijvoorbeeld de duur van één kalenderjaar) om het buitendienstpercentage te verkrijgen.

Het paraatheidpercentage wordt verkregen door dit buitendienstpercentage in mindering te brengen op 100% paraatheid

Groepering op voertuig &eenheid.

Filterstappen Uitruktijd - Handreiking Dekkingsplan

Uitruktijd: tijd tussen alarmering eenheid (status: ov) en de uitruk (status: ut)

Eerste golf alarmeringen (alarmeringen binnen de eerste twintig minuten vanaf start incident) Alleen afsluiting incident met waarde Eindrapport of inzet behouden

NB. Onderzoeksopdracht: Bepaal de uitruktijden op basis van waarnemingen van een heel jaar, met een minimum van vijftig waarnemingen.

Volledige prio-1-ritten behouden

Expliciet niet meenemen in de berekening: test/oef/info

NB2: Dit zijn de algemene filterstappen om de uitruktijden te berekenen. Wanneer er een vraag is omtrent specifieke incident-typen, periodes en/of gebieden, wordt de filtering als laatste stap toegepast.

Mediaan berekenen over resterende uitruktijden

INHOUD

14

BIJLAGEN DEKKINGSPLAN 2022-2025

Berekening Gelijktijdigheid - Handreiking Dekkingsplan Voorwaarden Gelijktijdigheid: Wanneer tijdens Inzet A voor Incident A, een tweede inzet B wordt opgeroepen: a. Voor een nieuw/ander incident B b. Binnen hetzelfde verzorgingsgebied c. Waarbij een andere kazernegroep betrokken is

Totaal incidenten berekenen die aan de voorwaarden van gelijktijdigheid voldoen.

Over de totale tijdspanne, bereken het aantal gelijktijdigheden per dag.

Bepaal de frequentie van het aantal gelijktijdigheden per kazerne.

Vermenigvuldig dit met 100 om het percentage gelijktijdigheden per kazerne te berekenen.

Resulterend cijfer beschrijft de kans dat er op een willekeurige dag minimaal één gelijktijdigheid kan plaatsvinden.

Berekening Werkdruk - Handreiking Dekkingsplan

Het aantal alarmeringen die een eenheid op jaarbasis verwerkt.

Aantal alarmeringen is ongeacht om welk type het gaat; de prioriteit; loos of echt; eigen regio of bijstand; eerstelijns of opschaling.

INHOUD

15

BIJLAGEN DEKKINGSPLAN 2022-2025

3

Bijlage: Visualisatie opkomstprestaties dagsituatie In deze bijlage zijn ondersteunende visualisaties opgenomen van de opkomstprestaties in de regio gedurende het dag-venster. In Bijlage 2 is een overzicht opgenomen van de technische uitgangspunten van de berekeningen. In deze bijlage zijn de visualisatie van de dagsituatie die horen bij processtap 2 en 3 van de Handreiking Landelijk Uniforme Systematiek voor Dekkingsplannen opgenomen.

Figuur 2 - Opkomsttijden van de eerste tankautospuiten in de dagsituatie. De lichtste kleur geeft de kortste opkomsttijd weer en de donkerste kleur de hoogste.

GGO Snelheid in minuten 0-6 6-9 9-12

12-15

15-18

18+

INHOUD

16

BIJLAGEN DEKKINGSPLAN 2022-2025

Het percentage van de locaties in de regio dat binnen een bepaalde tijd wordt bereikt kan ook worden weergegeven in een s-curve. In een staafdiagram is verder gespecifieerd in welke tijdvakken de locaties bereikt worden.

Figuur 4 - Opkomsttijden van drie tankautospuiten in de dagsituatie. De lichtste kleur geeft het kortste tijdbestek weer en de donkerste kleur het hoogste.

Figuur 3 - Percentage van de locaties in de regio dat in de dagsituatie b ­ innen een bepaalde tijd door de eerste tankautospuit bereikt wordt, a ­ angevuld met tijdvakken waarin ze bereikt worden.

Dekkingsgrafiek 1e Tankspuitauto regio Amsterdam-Amstelland 100% 90% 80% 70% 60% 50% 40% 30% 20%

GGO Slagkracht 3 TankautoSpuiten 0-10 10-15 15-20

10% 0%

0-1

1-2

2-3

3-4

4-5

5-6

6-7

7-8

8-9

9-10

10-11

11-12

12-13

13-14

14-15

Per tijdvak 0,2 Cumulatief 0,2

0,0 0,2

0,0 0,2

0,7 0,9

6,1 7,0

15,5 22,5

23,6 46,1

23,5 69,6

17,6 87,2

7,4 94,6

3,1 97,7

1,9 99,6

0,3 99,9

0 100

0 100

20-25

25-30

30+

Opkomsttijd in minuten

INHOUD

17

BIJLAGEN DEKKINGSPLAN 2022-2025

Figuur 5 - Geografische weergave van het aantal tankautospuiten dat in de dagsituatie

Figuur 6 - Het percentage van de locaties in de regio dat in de dagsituatie binnen

binnen 15 minuten ter plaatse kan zijn. In respectievelijk de dag-­situatie. De lichtste

een bepaalde tijd door één, twee of drie (interregionale) tankautospuiten kan worden

kleur geeft het hoogste aantal tankautospuiten weer.

bereikt.

18

Dekkingsgrafiek slagkracht regio Amsterdam-Amstelland 100%

Het percentage van de locaties in de regio dat binnen een bepaalde tijd door één, twee of drie tankautospuiten kan worden bereikt kan ook worden weergegeven in een s-curve.

90% 80% 70% 60% 50% 40% 30% 20% 10% 0% 1e TS 2e TS 3e TS

GGO Slagkracht Aantal binnen 15 min. 5+ 4 3 2 1

0-1

1-2

2-3

3-4

4-5

5-6

6-7

7-8

8-9

9-10

10-11

11-12

12-13

13-14

14-15

15-16

16-17

17-18

18-19 19-20

0,16 0,16 0,00

0,16 0,16 0,00

0,16 0,16 0,00

0,88 0,16 0,00

6,97 0,16 0,00

22,46 0,32 0,00

46,10 5,51 0,03

69,56 19,94 0,69

87,15 43,56 6,51

94,60 67,54 27,48

97,70 84,12 57,75

99,63 92,74 77,41

99,95 97,90 90,25

99,98 99,68 97,67

100 99,95 99,71

100 99,98 99,93

100 99,98 99,96

100 99,99 99,97

100 100 99,98

100 100 100

0

INHOUD

BIJLAGEN DEKKINGSPLAN 2022-2025

In Hoofdstuk 2 (processtap 2) zijn de operationele prestaties voor de basisbrandweerzorg inzichtelijk gemaakt aan de hand van de factoren snelheid, capaciteit, paraatheid en werkdruk. Om te beoordelen of deze prestaties afdoende zijn gebruikt de Handreiking Landelijke Uniforme Systematiek voor Dekkingsplannen de methode Gebiedsgerichte Opkomsttijden.

Figuur 7 - Beoordeling gebieden op de factor snelheid in de dagsituatie.

GGO Slagkracht 3 TankautoSpuiten Goed Voldoende Onvoldoende

INHOUD

19

BIJLAGEN DEKKINGSPLAN 2022-2025

4

Bijlage: Repressieve dekking van de overige taakgebieden De Handreiking Landelijke Uniforme Systematiek voor Dekkingsplannen maakt voor de beoordeling van de basisbrandweerzorg gebruik van de nieuwe methode Gebiedsgerichte Opkomsttijden. Deze methode richt zich op de beoordeling van de basisbrandweereenheid (tankautospuit). De methode geeft geen beoordelingskader voor het redvoertuig en de overige taakgebieden. Brandweer Amsterdam-Amstelland kiest ervoor het redvoertuig en de overige taakgebieden wel te analyseren en te beoordelen.

In het grootste deel van de regio kan voldaan worden aan de maximale landelijke opkomsttijd van 18 minuten. De huidige spreiding van de redvoertuigen sluit aan bij de risico’s in de regio. De brandweer is in staat om snel extra capaciteit te organiseren om te ondersteunen bij redding en/of blussing op hoogte.

Figuur 8 - De opkomsttijd van de redvoertuigen.

4.1 Beoordeling operationele prestatie van het redvoertuig Aanvullend op de opkomstnormen voor de eerste basisbrandweereenheid stelt het Besluit veiligheidsregio’s dat het bestuur van de veiligheidsregio vaststelt voor welke objecten bij binnenbrand de inzet van een ondersteuningseenheid voor redden en blussen op hoogte altijd noodzakelijk is. De opkomstnorm van dit redvoertuig is dan dezelfde als voor de eerste tankautospuit. De Veiligheidsregio Amsterdam-Amstelland heeft in 2013 besloten, vanwege de bijzondere risico’s en beperkte vluchtmogelijkheden, dit in te stellen voor portiekwoningen van vóór 1945. Hier geldt dan, net als voor de eerste basisbrandweereenheid, een maximale opkomsttijd van 6 minuten. Betekent dit dat we deze normering in dit Dekkingsplan niet meer gebruiken? De dekking van het redvoertuig De plaatsing van de redvoertuigen in de regio sluit aan bij de risico’s. Genormeerde portiekwoningen van voor 1945 liggen met name binnen de Ring A10 in Amsterdam. Op de kazernes in dit gebied zijn redvoertuigen gestationeerd die dezelfde opkomstprestaties kunnen behalen als de eerste autospuit. De afbeelding toont de opkomstprestaties van de redvoertuigen in de regio.

GGO Snelheid in minuten 0-6 6-9 9-12

12-15

15-18

18+

INHOUD

20

BIJLAGEN DEKKINGSPLAN 2022-2025

4.2 Beoordeling operationele prestatie bij hulpverlening Een steeds groter deel van de werklast van de brandweer bestaat uit ­hulpverlening. Het gaat hierbij om technische hulpverlening bij verkeersongevallen, maar ook om hulp aan andere hulpdiensten, zoals het afhijsen van patiënten voor de ambulancedienst of het openen van deuren voor de ­politie. Daarnaast rukt de brandweer steeds vaker uit naar reanimatie. De operationele prestatie bij hulpverlening, in relatie tot de risico’s, wordt gewogen aan de hand van snelheid, capaciteit, paraatheid en werkdruk.

Figuur 9 - Het bereik van de HV1 binnen 15 minuten.

Snelheid Voor hulpverlening is geen wettelijke opkomstnorm bepaald. De Veiligheidsregio Amsterdam-Amstelland heeft in 2013 besloten de richtlijn voor de maximale opkomsttijd van 15 minuten voor de eerste tankautospuit of het eerste hulpverleningsvoertuig (HV1) te volgen. De richtlijn voor de tankautospuit bij hulpverlening wordt overal in de regio gehaald en daarmee is de dekking op orde. De zware hulpverleningsvoertuigen staan in de regio AmsterdamAmstelland strategisch geplaatst op drie kazernes. Daarmee is voor ca. 95% van de regio binnen 15 minuten een hulpverleningsvoertuig ter plaatse. Op de kazernes Teunis en Amstelveen wordt gesprongen tussen het ­hulpverleningsvoertuig en het redvoertuig. Indien voor incidenten beide voertuigen tegelijkertijd zouden moeten uitrukken, kan een vervangende eenheid van een andere kazerne worden gealarmeerd.

Capaciteit De brandweer heeft voldoende slagkracht voor hulpverlening. Zowel bij kleine incidenten als voor stormdagen of bijvoorbeeld complexe spoorweg-­ ongevallen.

INHOUD

21

BIJLAGEN DEKKINGSPLAN 2022-2025

Paraatheid en restdekking Door de aanwezigheid van veel beroepsposten is de paraatheid van de tank­autospuiten in de regio over het algemeen hoog. Incidenteel kan het hulpverleningsvoertuig op kazerne Diemen niet ingezet worden in verband met beperkt beschikbare vrijwilligers. Ook wordt dit voertuig verplaatst in het geval er een defect is aan de andere hulpverleningsvoertuigen. Twee van de drie hulpverleningsvoertuigen staan op beroepskazernes en deze hebben daarom een hoge paraatheid. In het geval van gelijktijdigheid van incidenten heeft de brandweer voldoende eenheden beschikbaar om in te zetten en daarnaast kunnen interregionale eenheden gealarmeerd worden. Werkdruk Door veranderende incidenten loopt de werkdruk op de hulpverleningsvoertuigen langzaam terug. Deze trend is te verklaren door het teruglopend aantal incidenten, maar ook minder behoefte aan zwaar hulpverlenings­ materieel door andere voertuigtypen en protocollen van de ambulancedienst.

Incident aanbod

Totaal

2017

2018

2019

2020

Amstelveen

363

100

78

60

54

Teunis

481

132

118

101

79

108

18

32

28

19

Diemen

1

1

Analyse Brandweer Amsterdam-Amstelland kan bij hulpverlening in de gehele regio aan de richtlijn voor de eerste tankautospuit voldoen. De hulpverleningsvoertuigen (HV1) kunnen in het grootste deel van de regio aan de gestelde richtlijn voldoen. In de gebieden waar de HV1 niet binnen 15 minuten ter plaatse kan zijn, Landelijk Noord en een deel van de Zuidflank, is het risico op zware ongevallen laag. In deze delen van de regio is minder infrastructuur zoals snelwegen of tram- en spoorlijnen. Conclusies en aanbevelingen De brandweerzorg voor het taakgebied Hulpverlening is op orde. Er is ­voldoende dekking en capaciteit om incidenten te bestrijden. Er zijn geen aanvullende maatregelen nodig.

Het hulpverleningsvoertuig gestationeerd op kazerne Diemen wordt in het geval van een defect aan de andere hulpverleningsvoertuigen verplaatst naar kazerne Amstelveen of Teunis. In dat geval krijgt het voertuig een andere roepnaam. Dit leidt tot een lager werkdrukcijfer.

INHOUD

22

BIJLAGEN DEKKINGSPLAN 2022-2025

4.3 Beoordeling operationele prestaties bij waterongevallen Een deel van de werklast van de brandweer bestaat uit uitrukken naar waterongevallen. Hierbij gaat het bijvoorbeeld om mensen of dieren die te water zijn geraakt. De operationele prestatie bij waterongevallen, in relatie tot de risico’s, wordt gewogen aan de hand van snelheid, capaciteit, paraatheid en werkdruk

Figuur 10 - Het bereik van de waterongevallenwagen binnen 15 minuten.

Snelheid Brandweer Amsterdam-Amstelland beschikt over twee waterongevallenwagens met een duikteam. Voor de maximale opkomsttijd bij een water­ ongeval is geen wettelijke norm bepaald. De veiligheidsregio heeft in 2013 (conform een richtlijn) een maximale opkomsttijd van 15 minuten vast­ gesteld. In het overgrote deel van de regio wordt hieraan voldaan. Aan de randen van de regio wordt hiervoor ook gebruik gemaakt van interregionale eenheden uit Nederhorst den Berg, Zaandam, Velsen, Nieuw-Vennep en Mijdrecht. In Weesp wordt op waterongevallen uitgerukt door een team van Wateroppervlakte redders. Deze redders kunnen een eerste inzet doen tot de komst van de duikers. Dit team kan geen onderwaterreddingen uitvoeren. Op IJburg wordt in de zomerperiode in het weekend en op zomerse dagen toezicht gehouden door de Amsterdamse reddingsbrigade. Deze organisatie werkt samen met de hulpverleningsdiensten bij calamiteiten rond en in het water. Capaciteit Door de interregionale samenwerking is er een hoge mate van slagkracht bij grotere waterongevallen. Paraatheid De waterongevallenwagens in de regio worden bezet door personeel van beroepskazernes. De waterongevallenwagens van de veiligheidsregio Amsterdam-Amstelland worden bezet door een zogenaamde spring­

INHOUD

23

BIJLAGEN DEKKINGSPLAN 2022-2025

bezetting. De beroepskrachten rukken uit met ofwel de tankautospuit of de waterongevallenwagen. In het geval van een gelijktijdige inzet van de tank­autospuit en waterongevallenwagen zijn er bovendien andere waterongevallenwagens (regionaal en interregionaal) beschikbaar. Het Instituut Fysieke Veiligheid is gevraagd te adviseren over de vraag of de organisatiewijze van het duikteam in Amsterdam herzien moet worden2. De belangrijkste conclusie is dat de beslissing alle kanten op kan, omdat het heel lastig is risico’s in beeld te brengen en ze op waarde te schatten. Een heroverweging van de organisatie van de duiktaak is op zijn plaats. Voor een meer gedegen afweging is nader onderzoek nodig. De uitkomsten en eventuele aanbevelingen van het onderzoek naar het springen in de duikorganisatie worden in een separaat (bestuurlijk) traject behandeld. Restdekking Door de interregionale samenwerking met andere duikteams kan er altijd ingezet worden als eigen waterongevallenwagens al ingezet zijn. Analyse Brandweer Amsterdam-Amstelland kan bij waterongevallen in het grootste deel van de regio aan de gestelde richtlijn voldoen. In de gebieden waar de waterongevallenwagen niet op tijd kan zijn is het risico op waterongevallen laag. Door de interregionale samenwerking zijn de slagkracht en restdekking hoog.

4.4 Beoordeling operationele prestaties bij incidentbestrijding gevaarlijke stoffen Een deel van de werklast van de brandweer bestaat uit uitrukken naar ongevallen met gevaarlijke stoffen. Hierbij gaat het bijvoorbeeld om uitrukken naar meldingen van koolmonoxide, maar ook om ongevallen met giftige stoffen bij bedrijven. De operationele prestatie bij ongevallen met gevaarlijke stoffen, in relatie tot de risico’s, wordt gewogen aan de hand van dekking, paraatheid, slagkracht en restdekking. Snelheid De inzet bij kleinschalige ongevallen met gevaarlijke stoffen wordt in eerste instantie afgehandeld door de tankautospuit. De veiligheidsregio heeft in 2013 voor dergelijke ongevallen (conform een richtlijn) een maximale opkomsttijd van 15 minuten voor de eerste tankautospuit vastgesteld. De opkomsttijd wordt in de gehele regio gehaald. Het gaat hier vooral om metingen bij gaslekkages en metingen naar koolmonoxide. Bij een groter incident met gevaarlijke stoffen wordt de Snel Inzetbare Eenheid (SIE) ingezet. Voor de SIE bestaat geen wettelijke maximale opkomsttijd. De veiligheidsregio heeft in 2013 (conform een richtlijn) een maximale opkomsttijd van 30 minuten vastgesteld. Deze 0pkomsttijd wordt in de hele regio gehaald.

Conclusies en aanbevelingen De brandweerzorg voor het taakgebied Waterongevallen is op orde. Er is voldoende dekking en slagkracht om incidenten te bestrijden.

2

De notitie van het IFV d.d. 23 juni 2021 ‘Wel of geen dedicated duikteam in Amsterdam’.

INHOUD

24

BIJLAGEN DEKKINGSPLAN 2022-2025

Figuur 11 - Het bereik van de OGS-SIE binnen 30 minuten.

Capaciteit Door interregionale samenwerking met vier veiligheidsregio’s in NoordHolland (Incidentbestrijding Gevaarlijke Stoffen) kunnen snel meerdere SIE-eenheden opgeroepen worden om in te zetten bij grootschalige ongevallen met gevaarlijke stoffen. Hierdoor is ook de restdekking op orde. Paraatheid en werkdruk De OGS-SIE wordt bemenst met een springbezetting op een beroepskazerne, waarbij afhankelijk van het incident de bemanning de keuze maakt tussen de tankautospuit en de SIE. Het lage aantal uitrukken maakt een vaste bezetting niet nodig. De paraatheid van de SIE is daarmee op orde. Analyse De dekking en paraatheid bij incidenten met gevaarlijke stoffen is op orde voor zowel de tankautospuit als de SIE. Conclusies en aanbevelingen De brandweerzorg voor het taakgebied Incident Bestrijding Gevaarlijke Stoffen is op orde. Er is voldoende dekking en slagkracht om incidenten te bestrijden. Er zijn geen maatregelen nodig.

INHOUD

25

BIJLAGEN DEKKINGSPLAN 2022-2025

5

Bijlage: Aandachtsobjecten VrAA Op basis van de huidige methode en dekking zijn binnen de VrAA aandachtsobjecten aanwezig van de onderstaande objectfuncties: > Gebouwen voor slapende niet-zelfredzame personen (gezondheidzorg); verpleeg- en verzorgingsinstellingen, ziekenhuizen, categorale woonvormen, gehandicaptenzorg en revalidatiecentra. > Woongebouwen hoger dan 20 meter. Hoogbouw, zoals kantoorpanden, valt volgens deze methode niet onder de woongebouwen hoger dan 20 meter. > Portiekwoningen Voor deze objecten geldt volgens de GGO-methodiek een opkomsttijd van 10 minuten die door de brandweer op dit moment niet wordt behaald.

5.1 Gezondheidzorg Het betreft hier 5 locaties voor gezondheidszorg, waarvan 2 in de gemeente Amstelveen, 2 in Amsterdam en 1 in Weesp. Op het gebied van risicobeheersing kunnen de volgende aanvullende maatregelen ­worden genomen: > Meelezen en adviseren over het ontruimingsplan. > Instellingen aan laten sluiten op het zorgconvenant. > Gezamenlijk met de brandweer een ontruimingsoefening organiseren. > Ondersteuning voor de operationele dienst met oriëntaties, waarbij er extra aandacht is voor de bluswatervoorziening en aanvalswegen in het pand.

Plaats

Adres

Opkomsttijd 1e TS

Objectfunctie

Gebruiker

Amstelveen

Salamander 12-18

10:10

Ouderenzorg

Zonnehuisgroep

nee

Amsteldijk Zuid 194

10:28

Gehandicaptenzorg

Stichting ons tweede huis

nee

Daguerrestraat 113

10:35

Psychisch zorg

Mentrum woon-zorglocatie

nee

Sem Presserhof 80 - 96

10:38

Gehandicaptenzorg

Stichting ons tweede huis

nee

Heemraadweg 1

10:23

Ouderenzorg

Verpleeghuis Hogewey

nee

Amsterdam Weesp

Zorgconvenant

INHOUD

26

BIJLAGEN DEKKINGSPLAN 2022-2025

5.2 Celfunctie/ Gesloten instelling Het betreft hier 1 locatie in de gemeente Amsterdam. Op het gebied van risicobeheersing kunnen de volgende aanvullende maatregelen worden genomen: > Meelezen en adviseren over het ontruimingsplan. > Gezamenlijk met de brandweer een ontruimingsoefening organiseren. > Ondersteuning voor de operationele dienst met oriëntaties, waarbij er extra aandacht is voor de bluswatervoorziening en aanvalswegen in het pand.

Plaats

Adres

Opkomsttijd 1e TS

Objectfunctie

Gebruiker

Amsterdam

Tafelbergweg

10:14

Jeugd detentie centrum

De Koppeling Levvel

5.3 Woningen Bij de woningen maken we onderscheid in de volgende woningen, Portieketagebouw, Woningen van voor 2003 en woningen na 2003. Voor woningen wordt bij de wijziging van het bouwbesluit de aanwezigheid van rookmelders op 1 juli 2022 verplicht gesteld. Dit betekent dat bij alle woningen (ook van voor 2003) vanaf die datum rookmelders verplicht zijn. Vanuit Risicobeheersing (brandveilig leven) kunnen manieren onderzocht worden om bewoners te mobiliseren om een bijdrage te leveren aan de veiligheid in de wijk. Bijvoorbeeld reanimatie- en AED-training, valpreventie etc. Om zo aan te sluiten op de woeste doelstelling ‘100.000 hulpverleners’. > Woningen van voor 2003 Hiervoor geldt vanaf volgend jaar een rookmelderplicht vanaf juli 2022. De brandweer hier reeds over in gesprek met de woningcorporaties om afspraken te maken over het voortijdige ophangen van rookmelders. > Woningen van na 2003 Deze woningen zijn voorzien van rookmelders.

INHOUD

27

BIJLAGEN DEKKINGSPLAN 2022-2025

5.4 Portiekwoningen De woningen in portiek-etagebouw beschikken over een samenvallende vluchtweg. Vanuit regelgeving is hiervoor zowel de bouwhoogte als het aantal woningen op het trappenhuis beperkt. Ook voor deze woningen geldt straks een rookmelderplicht. Een aanvullende actie bij deze woningen kan advies voor een dranger op de woningtoegangsdeur zijn, om de enige beschikbare vluchtroute beter te beschermen. Daar hoort ook het vrijhoudenof laten maken van vluchtroutes bij.

Plaats

Adres

Opkomsttijd 1e TS

Amsterdam

KNSM-laan

10:06

1

Levantkade

10:05

8

Sijpestein

10:11

8

H.Marsmanstraat

10:29

32

Henriëtte Roland Holsthof

11:01

96

J.H.Leopoldhof

10:14

77

Jan Campertplein

10:25

36

Jan Prinsstraat

11:23

96

Kostverlorenstraat

10:18

8

M.Nijhoffstraat

11:27

42

Plataanlaan

10:29

6

Sportparklaan

11:01

128

Willem de Mérodestraat

10:35

96

Weesp

Aantal adressen

Woningbezoek uitgevoerd

INHOUD

28

BIJLAGEN DEKKINGSPLAN 2022-2025

5.5 Galerij of corridorflats Bij woongebouwen > 20 meter duurt het langer voordat de brandweer repressief inzetbaar is. Vanuit regelgeving worden hiervoor een aantal voorzieningen voorgeschreven om een repressieve inzet te ondersteunen. Dit zijn droge blusleidingen, brandweerliften en sluizen voor trappen en brandweerliften.

Plaats

Adres

Opkomsttijd 1e TS

Objectfunctie

Amsterdam

Havikshorst

10:01

Mensinge

Weesp

Aantal adressen

Woningbezoek uitgevoerd

Portiekflat

8

Ja

10:01

Portiekflat

1

Slangenburg

10:16

Portiekflat

24

Dikning

10:16

Portiekflat

30

Kiefskamp

10:20

Portiekflat

8

Meidoornlaan

10:11

Portiekflat

10

Oldengaarde

10:09

Portiekflat

30

Rhijnestein

10:35

Portiekflat

54

Sijpestein

10:11

Portiekflat

54

Weerdestein

10:15

Portiekflat

24

Wildenborch

10:14

Portiekflat

2

Sinnigvelderstraat

10:53

Portiekflat

161

Heemraadweg

11:52

Portiekflat

264

Ingelandenstraat

10:18

Portiekflat

27

Keulsevaartstraat

10:25

Portiekflat

48

Meidoornlaan

10:11

Portiekflat

10

Ja

INHOUD

29

Veiligheidsregio/brandweer Amsterdam-Amstelland Bezoekadres: Ringdijk 98, 1097 AH Amsterdam Postadres: Postbus 92171, 1090 AD Amsterdam Telefoon: 020 555 6550 Website: veiligheidsregioaa.nl brandweer.nl/amsterdamamstelland

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11205138/1