CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

A- 05 Openbare Orde en Veiligheid (4) 06 Rapport VeiligheidNL - Ongevallen m

RAAD 31 maart 2021, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Wijzigen van de Algemene Plaatselijke Verordening (APV) in verband met het algeheel afsteekverbod van consumentenvuurwerk. Nr. VN2021-0065898.124 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Rapport

Ongevallen met vuurwerk Jaarwisseling 2020-2021

Disclaimer Bij de samenstelling van deze publicatie is de grootst mogelijke zorgvuldigheid in acht genomen. VeiligheidNL aanvaardt echter geen verantwoordelijkheid voor eventuele, in deze uitgave voorkomende, onjuistheden of onvolkomenheden. Overname van tekst of gedeelten van tekst is toegestaan, mits met de juiste bronvermelding. Indien tekst gebruikt wordt voor commerciële doelstellingen dient altijd vooraf schriftelijke toestemming verkregen te zijn. Privacy en gegevensbescherming VeiligheidNL gaat zorgvuldig om met persoonsgegevens en behandelt deze vertrouwelijk. Zo worden persoonsgegevens alleen verwerkt door personen met een geheimhoudingsplicht en voor het doel waarvoor deze gegevens zijn verzameld. Daarbij zorgt VeiligheidNL voor passende beveiliging van persoonsgegevens. VeiligheidNL behandelt uw persoonlijke gegevens conform de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG) zoals deze sinds 25 mei 2018 geldt. Lees meer over onze privacy verklaring op www.veiligheid.nl/privacy.

Ongevallen met vuurwerk Jaarwisseling 2020-2021

Rapport 889

Huib Valkenberg Susanne Nijman

Uitgegeven door VeiligheidNL Postbus 75169 1070 AD Amsterdam www.veiligheid.nl

januari 2021

Ongevallen met vuurwerk

4

Inhoudsopgave

Hoofdstuk

Pagina

Voorwoord

6

Samenvatting

7

1

Inleiding

9

2

Omvang problematiek vuurwerkletsels

10

2.1

Vuurwerkletsels 2020-2021

10

2.2

Trend

11

3

Behandelingen op de Spoedeisende Hulp-afdeling

12

3.1

Vuurwerkslachtoffers: persoonskenmerken en tijdstip

12

3.2

Type vuurwerk en omstandigheden

12

3.3

Type letsel op de SEH-afdeling

14

3.4

Kosten SEH-behandelingen vuurwerkletsel

15

3.5

Regionale informatie SEH-behandeling vuurwerkletsel

15

4

Behandelingen op de huisartsenpost

17

4.1

Vuurwerkslachtoffers op de HAP

17

4.2

Type vuurwerk en omstandigheden

17

4.3

Type letsel huisartsenposten

17

5

Tabellen SEH- en HAP registratie vuurwerkongevallen

18

6

Verantwoording

25

6.1

Inleiding

25

6.2

SEH-behandelingen

25

6.2.1

Registratie van vuurwerkongevallen

25

6.2.2

Ernst van het letsel

26

6.3

Dodelijke slachtoffers

26

6.4

Kosten van vuurwerkongevallen

26

Rapport 889

Ongevallen met vuurwerk

5

6.5

Behandelingen op de huisartsenpost

27

6.5.1

Registratie van vuurwerkongevallen

27

6.5.2

Landelijke schatting

27

6.6

Deelnemende SEH-afdelingen en huisartsenposten

28

Rapport 889

Ongevallen met vuurwerk

6

Voorwoord Veel Nederlanders vieren Oud en Nieuw door vuurwerk af te steken of ernaar te kijken. Maar helaas heeft deze feestelijke traditie ook een keerzijde. Behalve geluidsen milieuoverlast, schade en vernielingen veroorzaakt elke jaarwisseling namelijk ook gewonden door vuurwerk, sommige zeer ernstig. Nadat de vuurwerktraditie jarenlang ongemoeid werd gelaten, is het kabinet naar aanleiding van de ongeregeldheden, aantallen gewonden en het afbrokkelende maatschappelijke draagvlak het afgelopen voorjaar akkoord gegaan met een verbod op vuurpijlen en knalvuurwerk. Door de coronacrisis werd dit gedeeltelijke verbod voor de jaarwisseling 2020-2021 omgezet naar een algeheel verbod om vuurwerk af te steken (m.u.v. categorie 1 vuurwerk). De reden hiervoor lag voornamelijk in het feit dat de zorg ontlast moest worden om voorrang te kunnen geven aan de behandeling van Covid-19 patiënten. VeiligheidNL voert al jarenlang onderzoek uit voor het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat om de ontwikkeling van het aantal vuurwerkgewonden en de oorzaken ervan in kaart te krijgen. Ook - of misschien wel juist - dit jaar heeft het ministerie aan VeiligheidNL gevraagd dit onderzoek uit te voeren.

VeiligheidNL hield de aantallen vuurwerkgewonden die op Spoedeisende Hulp (SEH-) afdelingen van ziekenhuizen werden behandeld sinds de eeuwwisseling bij in het Letsel Informatie Systeem (LIS) waar 14 SEH-afdelingen aan deelnemen. Sinds de jaarwisseling 2013-2014 is het Letsel Informatie Systeem speciaal voor het in kaart brengen van de vuurwerkgewonden uitgebreid met een apart onderzoek bij alle SEH’s, en vanaf 2017-2018 ook bij een groot deel van de huisartsenposten in Nederland. Van veel van deze SEH’s en huisartsenposten ontvingen we (geanonimiseerde) informatie over het letsel en de toedracht van het ongeval op individueel niveau. In de voorliggende rapportage ‘Ongevallen met vuurwerk, jaarwisseling 2020-2021’ presenteren we het aantal vuurwerkgewonden op Spoedeisende Hulpafdelingen en huisartsenposten van de afgelopen jaarwisseling en vergelijken we de vuurwerkgewonden op de SEH-afdeling en de huisartsenposten met voorgaande jaarwisselingen. Deze jaarlijkse rapportage zal later dit jaar gevolgd worden door een diepte-analyse naar type vuurwerk en soort letsel onder vuurwerkslachtoffers. Beide rapportages worden opgesteld voor het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat, zodat afgewogen kan worden welke preventieve maatregelen kunnen worden genomen om het aantal vuurwerkslachtoffers terug te brengen. Dit onderzoek was niet mogelijk zonder bijdrage van velen.

Graag willen we de Nederlandse Vereniging van Spoedeisende Hulp Artsen (NVSHA), de Nederlandse Vereniging voor Traumachirurgie (NVT) en InEen, vereniging van organisaties voor eerstelijnszorg, bedanken voor hun bijdrage aan de gegevensverzameling op de SEH-afdelingen en huisartsenposten. Maar vooral zijn we de medewerkers van SEHafdelingen, huisartsenposten en uiteraard de patiënten zeer erkentelijk voor hun medewerking aan dit onderzoek. Birgitte Blatter Manager Monitoring en Onderzoek VeiligheidNL

Rapport 889

Ongevallen met vuurwerk

7

Samenvatting Het totaal aantal vuurwerkslachtoffers dat op 31 december 2020 en 1 januari 2021 is gezien op een SEH-afdeling of een huisartsenpost bedraagt bijna 400. Dit betekent een forse daling ten opzichte van de afgelopen jaarwisselingen. De daling is uiteraard een gevolg van het algeheel vuurwerkverbod dit jaar, en van de Coronamaatregelen. Van deze 400 zijn 108 personen op een Spoedeisende Hulpafdeling (SEH) van een ziekenhuis behandeld voor vuurwerkletsel. Het aantal SEH-bezoeken wegens vuurwerkletsel was minder dan een derde deel van vorig jaar. Naast de vuurwerkslachtoffers die op een SEH-afdeling behandeld werden, bezochten naar schatting 275 personen met vuurwerkletsel een huisartsenpost (HAP), zij zagen een derde deel van de slachtoffers vorig jaar. Het overgrote deel van de slachtoffers bestond uit jongens of mannen: 88 procent van de SEH-bezoekers en 77 procent van de patiënten op de HAP. Bijna twee derde deel van de vuurwerkletsels werd opgelopen door jongeren of kinderen onder de 20 jaar. Vorig jaar was dit de helft. De meeste letsels werden veroorzaakt door knalvuurwerk, ruim de helft. Door het vuurwerkverbod was het aandeel letsels door siervuurwerk dit jaar relatief laag en het aandeel letsels door illegaal knalvuurwerk en door carbid schieten relatief hoog.

In absolute aantallen zijn de vuurwerkongevallen door zwaar illegaal vuurwerk en carbid dit jaar lager dan tijdens de vorige jaarwisseling. Brandwonden kwamen zoals elk jaar weer het meest voor, van alle slachtoffers op zowel de SEH-afdeling als de HAP had bijna 4 op de 10 (41%) een brandwond. Het aandeel oogletsels was lager dan tijdens de vorige jaarwisseling. Het aandeel omstanders die geraakt werden door andermans vuurwerk was dit jaar 44 procent. Dat is iets minder dan vorig jaar, toen de helft van de vuurwerkslachtoffers een omstander was.

Rapport 889

Ongevallen met vuurwerk

Rapport 889

8

Ongevallen met vuurwerk

1

9

Inleiding

VeiligheidNL heeft samen met de Nederlandse Vereniging van Spoedeisende Hulp Artsen (NVSHA), de Nederlandse Vereniging voor Traumachirurgie (NVT) en InEen (vereniging van organisaties voor eerstelijnszorg) onderzoek gedaan naar de SEH (Spoedeisende Hulp)-bezoeken en behandelingen op de huisartsenpost (HAP) als gevolg van vuurwerkongevallen die tijdens de jaarwisseling 2020-2021 hebben plaatsgevonden. In dit rapport staan de resultaten van dit onderzoek beschreven. De belangrijkste onderzoeksvragen waren • Wat was de omvang van de problematiek rondom vuurwerkslachtoffers op SEH-afdelingen en huisartsenposten tijdens de jaarwisseling 2020-2021? • Wat zijn de recente ontwikkelingen? Wat zijn de gevolgen van het algemeen vuurwerkverbod voor de jaarwisseling 2020-2021 op omvang en ernst van de vuurwerkletsels? • Wat zijn de belangrijkste risicogroepen die op de SEH-afdelingen en huisartsenposten werden behandeld? • Wat waren de belangrijkste oorzaken van de ongevallen waarvoor slachtoffers op de SEH-afdelingen en huisartsenposten werden behandeld? • Wat is de aard en de ernst van de letsels die op de SEH-afdelingen huisartsenposten werden behandeld? De resultaten van dit onderzoek wijken op een aantal punten in belangrijke mate af van de rapportages over vuurwerkletsel tijdens eerdere jaarwisselingen.

Nadat de vuurwerktraditie jarenlang ongemoeid werd gelaten, is het kabinet naar aanleiding van de ongeregeldheden, aantallen gewonden en het afbrokkelende maatschappelijke draagvlak het afgelopen voorjaar akkoord gegaan met een verbod op vuurpijlen en knalvuurwerk. Door de coronacrisis werd dit gedeeltelijke verbod voor de jaarwisseling 2020-2021 omgezet naar een algeheel verbod om vuurwerk af te steken (m.u.v. categorie 1 vuurwerk). De reden hiervoor lag voornamelijk in het feit dat de zorg ontlast moest worden om voorrang te kunnen geven aan de behandeling van Covid-19 patiënten. Daarnaast is er reden om aan te nemen dat de lockdown van invloed is geweest op de wijze waarop de jaarwisseling werd gevierd. Een vergelijking van de cijfers over vuurwerkongevallen met eerdere jaren is daardoor minder voor de hand liggend, maar niet minder interessant, vanwege de concrete maatregelen die naar verwachting voor de verschillen hebben gezorgd. De totale omvang van de problematiek op zowel SEH als HAP wordt beschreven in hoofdstuk 2. De resultaten van de analyse van SEH-behandelingen als gevolg van vuurwerkongevallen volgen in hoofdstuk 3. Hoofdstuk 4 bevat de resultaten van analyse van vuurwerkongevallen waarvoor slachtoffers zijn behandeld op huisartsenposten.

Om ontwikkelingen in de tijd weer te geven worden de gegevens over SEH- en HAP-behandelingen vergeleken met de gegevens van voorgaande jaarwisselingen. Tabellen die de jaarwisselingen van eerdere jaren tot en met de laatste jaarwisseling beslaan, staan in hoofdstuk 5. In hoofdstuk 6 worden achtergrond en methode van dit onderzoek beschreven.

Rapport 889

Ongevallen met vuurwerk

2 2.1

10

Omvang problematiek vuurwerkletsels

Vuurwerkletsels 2020-2021 Het totaal aantal vuurwerkletsels dat tijdens de jaarwisseling 2020-2021 is gezien op een SEH-afdeling of een huisartsenpost bedraagt bijna 400. Op 31 december 2020 en 1 januari 2021 zijn 108 personen op een Spoedeisende Hulpafdeling (SEH) van een ziekenhuis behandeld voor vuurwerkletsel. Hiervan waren 31 slachtoffers jonger dan 15 jaar. Deze informatie is afkomstig van alle Nederlandse SEH-afdelingen, die deze gegevens op verzoek van VeiligheidNL, in samenwerking met de Nederlandse Vereniging van Spoedeisende Hulp Artsen (NVSHA) en de Nederlandse Vereniging voor Traumachirurgie (NVT), verzameld hebben. Het totaal aan vuurwerkslachtoffers die tijdens de jaarwisseling een SEH-afdeling bezochten is vastgesteld op basis van een inventarisatie bij alle 86 SEH-afdelingen in Nederland. De verdere verdiepende analyses (percentages) zijn gebaseerd op uitgebreide letsel- en toedrachtsinformatie van 69 vuurwerkslachtoffers die dit jaar tijdens de jaarwisseling door 59 SEH-afdelingen zijn geregistreerd. Van 27 SEH-afdelingen zijn dus alleen geaggregeerde gegevens ontvangen. Naast de vuurwerkslachtoffers die op een SEH-afdeling behandeld werden, bezochten naar schatting1 275 personen met vuurwerkletsel een huisartsenpost.

In samenwerking met InEen, vereniging van organisaties voor eerstelijnszorg, zijn tijdens de afgelopen jaarwisseling door een groot deel van de huisartsenposten in Nederland vuurwerkslachtoffers geregistreerd. Huisartsenposten (HAP) leveren ook acute zorg, en ook daar worden dus vuurwerkslachtoffers gezien. In het algemeen worden op een HAP minder ernstige letsels behandeld dan op een SEH-afdeling. Patiënten die door een HAP zijn doorverwezen naar een SEH-afdeling zijn alleen in de SEH-registratie meegeteld. Het totaal aan vuurwerkslachtoffers op de huisartsenpost tijdens de jaarwisseling is vastgesteld op basis van een inventarisatie bij 93 huisartsenposten (van de in totaal 118 posten), die gezamenlijk een verzorgingsgebied van ruwweg 14,4 miljoen inwoners representeren, en in totaal 226 vuurwerkslachtoffers hebben behandeld. De verdere verdiepende analyses (percentages) zijn gebaseerd op uitgebreidere letsel- en toedrachtsinformatie van 81 vuurwerkslachtoffers die dit jaar tijdens de jaarwisseling door 45 huisartsenposten zijn geregistreerd. Van de overige huisartsenposten zijn alleen geaggregeerde gegevens (tellingen) ontvangen.

1

Zie voor methode van schatting paragraaf 6.5.2

Rapport 889

Ongevallen met vuurwerk

2.2

11

Trend Het totaal aantal van 400 vuurwerkletsels betekent een forse daling (-70%) ten opzichte van de afgelopen jaarwisselingen (figuur 2.1). Het aantal SEH-bezoeken wegens vuurwerkletsel was minder dan een derde deel van vorig jaar, huisartsenposten zagen een derde deel van de slachtoffers van vorig jaar. De daling is uiteraard een gevolg van het algeheel vuurwerkverbod dit jaar. 1.400 1.200 1.000 800 600 400 200 0 2017-2018

2018-2019 SEH

Figuur 2.1

2019-2020

2020-2021

HAP

Totaal vuurwerkongevallen 31-12 en 1-1, naar jaarwisseling*

Bron: Registratie vuurwerkongevallen 2017-2021, VeiligheidNL *Trend is niet gecorrigeerd voor veranderingen in bevolkingssamenstelling of verkoopcijfers van vuurwerk

Bijna twee derde van de slachtoffers op SEH en HAP was jonger dan 20 jaar (63%); bij de voorgaande jaarwisseling was dit aandeel lager (49%). Evenals eerdere jaren raakten veel meer jongens en mannen (82%) gewond dan meisjes en vrouwen. Brandwonden kwamen het meest voor. Van alle slachtoffers op zowel de SEHafdeling als de HAP had ruim 4 op de 10 (41%) een brandwond, vooral aan de handen. Oogletsel kwam met 14 procent minder voor dan de vorige jaren (vorig jaar 27%). Van het totaal aantal slachtoffers onder de 15 jaar had 51 procent één of meerdere brandwonden, en 9 procent oogletsel. Bij de patiënten van 15 jaar of ouder was dit 33, respectievelijk 18 procent. Naast oogletsels had nog één op de vier slachtoffers letsel aan het hoofd. Ook hand- en vingerletsels (32%) kwamen veel voor, veelal brandwonden. Open wonden (7%) en botbreuken (5%) werden voornamelijk behandeld op de SEHafdeling. Zoals elk jaar veroorzaakten vuurwerkongevallen enkele amputaties. Het aandeel omstanders die geraakt werden door andermans vuurwerk was dit jaar 44 procent. Dat is iets minder dan vorig jaar, toen de helft van de vuurwerkslachtoffers een omstander was. Het absolute aantal slachtoffers was voor vrijwel alle typen vuurwerk lager dan vorige jaren. Door het vuurwerkverbod was het aandeel (%) letsels door (gewoonlijk) legaal consumentenvuurwerk lager dan normaal.

Het percentage letsels door (toegestaan) categorie F1 vuurwerk, zwaar illegaal vuurwerk en carbid was iets groter dan voorheen, maar lager in absolute aantallen. Rapport 889

Ongevallen met vuurwerk

3 3.1

12

Behandelingen op de Spoedeisende Hulp-afdeling

Vuurwerkslachtoffers: persoonskenmerken en tijdstip Bijna de helft van de verwondingen werd opgelopen in de nieuwjaarsnacht (1 januari 0:00 – 5:59 u.; 45%), maar ook op oudejaarsdag in de middag (12:00 – 17:59 u.; 17%) en avond (18:00 – 23:59 u.; 10%) werden al vuurwerkletsels opgelopen. Het overgrote deel van de slachtoffers bestond uit jongens of mannen (88%). Van hen was bijna de helft (48%) jonger dan 20 jaar, en één op de tien was jonger dan 10 jaar. Eén op de tien slachtoffers was een vrouw, meestal jonger dan 20 jaar. In totaal was de helft van de SEH-bezoekers met vuurwerkletsel jonger dan 20 jaar, vergelijkbaar met eerdere jaren.

3.2

Type vuurwerk en omstandigheden Het aantal vuurwerkletsels dat op de SEH werd behandeld was dit jaar, als gevolg van het tijdelijk vuurwerkverbod, aanmerkelijk lager dan vorige jaren. Dit geldt voor de letsels als gevolg van alle verschillende typen vuurwerk. In absolute zin is ook het aantal letsels door zwaar illegaal vuurwerk als Cobra’s, nitraten, strijkers en bommen afgenomen. Naar schatting – op basis van de vuurwerkongevallen waarvan specifieke ongevalsinformatie voorhanden was – waren er dit jaar ruim 50 SEHbezoeken naar aanleiding van ongevallen met zwaar illegaal vuurwerk, terwijl dat er tijdens de vorige jaarwisseling naar schatting 60 waren. Voor carbid schieten is een zelfde tendens te zien: naar schatting is in absolute zin het aantal SEH-bezoeken wegens carbid schieten gehalveerd, van ruim 40 vorig jaar naar ruim 20 tijdens de afgelopen jaarwisseling. Het lijkt er dus op dat het verbod op consumentenvuurwerk (cat. 2 en hoger) niet heeft geleid tot meer slachtoffers door zwaar illegaal vuurwerk of door carbid schieten. In relatieve zin is het aandeel ongevallen door zwaar illegaal vuurwerk en door carbid schieten uiteraard wel hoger dan in eerdere jaren, maar dit wordt vooral veroorzaakt door het fors mindere aantal letsels door andere typen vuurwerk (tabel 3.1).

Zwaar illegaal vuurwerk (39%), carbid schieten (17%) en voorheen legaal consumentenvuurwerk (17%) zorgden voor het merendeel van de letsels. Van het illegale vuurwerk zorgden vooral nitraten (13%) en Cobra’s (12%) voor relatief veel letsels dit jaar. Van het overige vuurwerk veroorzaakten cakeboxen (9%) toch nog veel letsels. Ook grondbloemen leidden tot 9 procent van de letsels. Verschillende typen grondbloemen/-tollen vallen binnen categorie 1 (legaal) vuurwerk. De meeste ongevallen ontstonden door knalvuurwerk (61%), een groter aandeel dan vorig jaar, met name door het grotere aandeel letsels door zwaar illegaal vuurwerk.

Rapport 889

Ongevallen met vuurwerk

Tabel 3.1

13

SEH-behandelingen vuurwerkletsels, naar type vuurwerk (n=69) %

Zwaar illegaal vuurwerk

39

Babypijltjes/romeinse kaarsen*

1

Consumentenvuurwerk**

17

waarvan vuurpijlen/knalvuurwerk***

4

Grondbloem/grondtol/springtol****

9

Categorie 1 vuurwerk

7

Carbid

17

Overig/onbekend

9

Totaal

100

* Sinds jaarwisseling 2015/2016 verboden ** Normaal gesproken legaal consumentenvuurwerk, tijdens jaarwisseling 20/21 verboden *** Gepland om tijdens de jaarwisseling 20/21 al verboden te zijn **** Van grondbloem/grondtol/springtol is vaak onbekend of dit cat. 1 of cat. 2 vuurwerk was

Vier op de tien SEH-bezoekers die gewond raakten door zwaar illegaal vuurwerk vielen in de leeftijdscategorie 10-20 jaar, en ook vier op de tien in de leeftijdsgroep 20-39 jaar. Een derde deel van de carbidletsels werd opgelopen in de leeftijdscategorie 15-19 jaar. Het aandeel omstanders onder de slachtoffers was - met 33 procent (van de gevallen waarin de afsteker/omstander bekend was) - iets lager dan tijdens de vorige jaarwisseling. Bijna de helft van de gewonde omstanders werd geraakt door zwaar illegaal vuurwerk. Slachtoffers tijdens carbid schieten, maar ook van siervuurwerk als cakeboxen/fonteinen en grondbloemen staken dit jaar het vuurwerk meestal zelf af. Een tiental geregistreerde vuurwerkletsels (13%) werd veroorzaakt door vuurwerk – merendeels zwaar illegaal vuurwerk - dat op straat gevonden was, relatief gezien fors meer dan tijdens de vorige jaarwisseling (2%). De meeste letsels door gevonden vuurwerk werden opgelopen door 10-14 jarigen. Tabel 3.2

SEH-behandelingen na een vuurwerkongeval op 31 december of 1 januari, naar kenmerken van vuurwerk in percentages van totaal bekende cases 2017-2018 %

2018-2019 %

2019-2020 %

2020-2021 %

Vuurwerk zelf afgestoken1

56

58

62

67

Vuurwerk door een ander afgestoken

44

42

38

33

Knalvuurwerk (bijv. nitraten, carbid)2

47

52

45

63

Siervuurwerk (bijv. cakebox)

53

48

55

37

Bron: Registratie vuurwerkongevallen 2017-2020, VeiligheidNL 1 2017-2018 6% onbekend; 2018-2019 13% onbekend; 2019-2020 9% onbekend; 2020-2021 7% onbekend 2 2017-2018 15% onbekend; 2018-2019 16% onbekend; 2019-2020 8% onbekend; 2020-2021 3% onbekend

Rapport 889

Ongevallen met vuurwerk

3.3

14

Type letsel op de SEH-afdeling Brandwonden (26%) en oogletsel (17%) door vuurwerk kwamen zoals ieder jaar weer het meest op de SEH-afdeling (tabel 5.8a), maar het aandeel was kleiner dan vorig jaar (resp. 31% en 30%). Brandwonden kwamen vooral voor aan het hoofd en aan de hand. Ook fracturen (10%) en open wonden (9%) werden veel gezien. Enkele slachtoffers (4%) hadden gehoorschade. Er zijn 3 amputaties geregistreerd: van een arm, een hand en van vingertoppen. Eén op de vijf vuurwerkletsels op de SEH werd door de behandelend arts beoordeeld als ernstig2, bijna de helft (48%) als matig ernstig en 17 procent als licht letsel. Van 10 procent was de ernst niet geregistreerd. Vooral letsels aan de ogen waren relatief vaak ernstig (25% van de oogletsels), evenals hand- (23%) en vingerletsels (33%). Van de oogletsels was ook 42 procent matig ernstig, van de handletsels 62 procenten van de vingerletsels 44 procent. Amputaties en het merendeel van de fracturen werden als ernstig letsel geclassificeerd. Brandwonden, open wonden en oppervlakkig letsel waren veelal matig ernstig letsel. Een kwart van de slachtoffers werd na SEH-behandeling opgenomen in het ziekenhuis. Dit is veel hoger dan eerdere jaren (zie tabel 5.10 in hoofdstuk 5), tijdens de vorige jaarwisseling lag dit op 11 procent. In absolute aantallen werden echter minder vuurwerkslachtoffers opgenomen dan vorig jaar.

Tijdens de jaarwisseling 2020-2021 vielen voor zo ver bekend geen dodelijke slachtoffers door vuurwerk. Sinds de jaarwisseling 2003-2004 overleden in totaal vijftien personen als gevolg van vuurwerk, gemiddeld bijna één per jaar.

Brandwond

Oor 1%6% 3%

Amputatie 23%

26%

Fractuur

13%

Oog

9%

Hoofd 17%

Open wond 6%

4% 10%

18% 4% 9%

Oppervlakkig letsel Oogletsel

Arm Hand Vinger(s)

19%

Gehoorschade

Been 25% 7%

Voet Onbekend

Overig/onbekend

Figuur 3.2

SEH-behandelingen als gevolg van vuurwerkongevallen, naar type letsel en locatie letsel

Bron: Registratie vuurwerkongevallen 2020-2021, VeiligheidNL

2

Zie voor classificatie van letselernst par. 6.2

Rapport 889

Ongevallen met vuurwerk

3.4

15

Kosten SEH-behandelingen vuurwerkletsel Tijdens de laatste vijf jaarwisselingen bedroegen de gemiddelde direct medische kosten van een vuurwerkongeval op 31 december en 1 januari € 2.700. Daarmee worden de totale direct medische kosten van de 108 vuurwerkslachtoffers die tijdens de jaarwisseling 2020-2021 op de SEH-afdeling zijn behandeld geschat op € 290.000 (tabel 3.3). Van de 108 SEH-behandelingen vonden er naar schatting 74 plaats bij personen van 15 tot en met 64 jaar. De gemiddelde verzuimkosten (per verzuim) vanwege een vuurwerkongeval waarvoor het slachtoffer op een SEH-afdeling is behandeld of in het ziekenhuis is opgenomen worden voor de periode 2015-2019 op € 10.700 geschat. De totale jaarlijkse verzuimkosten van de slachtoffers tijdens de laatste jaarwisseling komen daarmee op € 780.000 (tabel 3.3). De totale kosten (medisch + verzuim) van slachtoffers van een vuurwerkongeval tijdens de jaarwisseling waarvoor het slachtoffer een SEH-behandeling heeft gehad of in het ziekenhuis is opgenomen bedragen € 1,1 miljoen. Tabel 3.3

Kosten van vuurwerkongevallen # SEH

Medische kosten

Behande-

Gem.

Tot.

Verzuimkosten Gem.

Tot.

Med.+verzuim

lingen 2020-2021

108

€2.700

€290.000

€10.700

€780.000

€1.100.000

Bron: Letsel Informatie Systeem 2015-2019, VeiligheidNL, Letsellastmodel 2019, VeiligheidNL i.s.m. Erasmus Medisch Centrum Rotterdam, vuurwerkregistratie 2020-2021, VeiligheidNL, i.s.m. NVSHA, NVT & InEen

3.5

Regionale informatie SEH-behandeling vuurwerkletsel In tabel 3.4 staat het aantal vuurwerkslachtoffers per veiligheidsregio weergegeven, zowel het totaal aantal vuurwerkslachtoffers als het aantal slachtoffers onder de 15 jaar. Deze informatie is afkomstig uit de gegevens die VeiligheidNL heeft verzameld bij alle SEH-afdelingen.

Rapport 889

Ongevallen met vuurwerk

Tabel 3.4

Vuurwerkslachtoffers naar regio en jaarwisseling

Veiligheidsregio

Slachtoffers <15 jaar

16

Totaal slachtoffers

2016-

2017-

2018-

2019-

2020-

2016-

2017-

2018-

2019-

2020-

2017

2018

2019

2020

2021

2017

2018

2019

2020

2021

Amsterdam-Amstelland

4

16

12

12

1

43

45

39

46

8

Brabant-Noord

2

7

6

5

3

4

31

21

14

13

Brabant-Zuidoost

6

6

2

4

2

8

16

9

12

3

Drenthe

1

1

3

3

2

10

2

7

14

6

Flevoland

0

0

1

0

0

5

9

3

5

0

Fryslân

6

7

2

3

3

22

12

11

7

6

Gelderland Midden

0

8

2

9

3

8

16

10

21

7

Gelderland-Zuid

1

2

1

4

1

8

8

11

10

3

Gooi en Vechtstreek

0

6

3

1

0

10

7

10

7

3

Groningen

11

5

0

2

0

31

27

25

8

2

Haaglanden

17

14

14

14

1

72

39

36

50

7

Hollands Midden

4

1

8

7

1

21

25

25

21

2

IJsselland

4

4

4

2

1

14

22

14

10

3

Kennemerland

3

3

1

3

7

20

11

15

12

12

Limburg-Noord

0

0

2

3

0

5

3

6

10

0

Midden-en West-Brabant

3

9

3

3

1

17

27

14

12

3

Noord- en Oost-Gelderland

4

0

2

2

0

16

17

18

8

3

Noord-Holland-Noord

3

3

4

1

0

14

13

21

9

1

Rotterdam-Rijnmond

11

11

13

8

1

54

40

40

39

13

Twente

2

8

3

5

1

28

18

14

24

4

Utrecht

9

5

9

6

3

39

19

22

28

5

Zaanstreek-Waterland

3

0

0

2

0

5

4

5

5

0

Zeeland

1

0

0

0

0

6

6

4

5

1

Zuid-Holland-Zuid

1

2

1

1

0

5

6

9

3

2

Zuid-Limburg

3

1

1

1

0

8

11

7

5

1

Totaal

99

119

97

101

31

473

434

396

385

108

Bron: Registratie vuurwerkongevallen 2020-2021, VeiligheidNL

Rapport 889

Ongevallen met vuurwerk

4

17

Behandelingen op de huisartsenpost

4.1

Vuurwerkslachtoffers op de HAP Van de vuurwerkslachtoffers die de huisartsenpost bezochten was bijna drie kwart (73%) jonger dan 20 jaar, en ruim een kwart (26%) jonger dan 10 jaar. De meerderheid was een jongen of man (77%), maar dit aandeel was iets kleiner dan op de SEHafdeling. Van de vrouwelijke slachtoffers was zelfs 84 procent jonger dan 20 jaar.

4.2

Type vuurwerk en omstandigheden Veel patiënten die op de huisartsenpost werden behandeld hadden letsel opgelopen door – in eerdere jaren legaal – consumentenvuurwerk (22%), vooral vuurpijlen en knalvuurwerk. Ook letsel door z.g. categorie 1 vuurwerk (18%) zoals sterretjes, of door een grondbloem/grondtol/springtol (16%) kwam vaak voor. Eén op de tien letsels werd veroorzaakt door zwaar illegaal vuurwerk. Ook hier zien we dat in absolute aantallen de letsels door Cobra’s, nitraten en bommen lager liggen dan tijdens de vorige jaarwisseling. Eén op de tien ongevallen werd veroorzaakt door carbid schieten. In absolute aantallen waren er op de huisartsenpost enkele slachtoffers meer door carbid schieten dan vorig jaar. Bij de helft van de letsels (waarvan het type bekend is) was knalvuurwerk betrokken, en bij de helft siervuurwerk. Iets meer dan de helft van de slachtoffers (52%) had het vuurwerk niet zelf afgestoken, maar was omstander. Tijdens de vorige jaarwisseling was twee derde deel van de patiënten omstander.

4.3

Type letsel huisartsenposten Meer dan de helft van de patiënten op de HAP had een of meerdere brandwonden (53%), wellicht wat minder ernstig letsel dan de brandwonden op de SEH, en 11 procent had oogletsel (figuur 4.1). De brandwonden kwamen het meest voor aan de hand/vingers, voet/been of de romp. Fracturen en amputaties werden op de HAP niet behandeld. Zeven procent van de HAP-bezoekers had (ook) gehoorschade. Oor

Brandwond

16% 7% 54%

11% 7%

Oppervlakkig letsel Oogletsel

9%

9%

Hoofd Romp Arm

13%

11%

Gehoorschade

5%

20%

6%

Hand Vinger(s) Been

HAP-behandelingen als gevolg van vuurwerkongevallen, naar type letsel

Bron: Registratie vuurwerkongevallen 2020-2021, VeiligheidNL

Rapport 889

11%

7%

Onbekend

Figuur 4.1

Oog

7% 7%

Open wond

Ongevallen met vuurwerk

5

18

Tabellen SEH- en HAP registratie vuurwerkongevallen3

Tabel 5.1

Jaarwisseling

Aantal SEH- en HAP behandelingen, percentage ziekenhuisopnamen en dodelijke ongevallen ten gevolge van ongevallen met vuurwerk, naar jaarwisseling

Aantal SEHbehandelingen Schatting op basis van LISregistratie 31-12 t/m 01-01

2004-2005 2005-2006 2006-2007 2007-2008 2008-2009 2009-2010 2010-2011 2011-2012 2012-2013 2013-2014 2014-2015 2015-2016 2016-2017 2017-2018 2018-2019 2019-2020 2020-2021

Aantal SEHbehandelingen Telling Registratie LISNOS 31-12 t/m 01-01

Percentage ziekenhuisopnamen Schatting op basis van SEHregistratie 31-12 t/m 01-01

700 574 482 473 434 396 385 108

10 9 10 4 16 5 16 14 17 16 26 15 12 7 13 11 25

560 590 940 1.000 740 720 690 680 750

Behandelingen op de huisartsenpost (sinds 2017-2018) Schatting op basis van adherentiegebied

Dodelijke vuurwerkongevallen Krantenknipselregistratie*

1 1 3 1 0 0 2 0 0 1 0 0 1 1 2 2 0

700 800 900 275

* Rapportage van dodelijke ongevallen uit de Krantenknipselregistratie is niet beperkt tot 31-12 en 1-1

Tabel 5.1a

Datum binnenkomst

Percentage SEH-behandelingen ten gevolge van ongevallen met vuurwerk op 31 december en 1 januari, naar datum binnenkomst en jaarwisseling 10-11 %

11-12 %

12-13 %

13-14 %

14-15* %

15-16 %

16-17 %

17-18 %

18-19 %

19-20 %

20-21 %

31/12

35

26

22

42

22

30

28

35

37

36

34

01/01

65

74

78

58

78

70

72

65

63

64

66

n-getal Totaal %

84 100

76 100

82 100

110 100

78 100

47 100

33 100

289 100

303 100

245 100

69 100

* Wettelijke afsteektijden vuurwerk vanaf 2014-2015 opgeschoven van 10:00 u. op 31-12 naar 18:00 u.

3

Bron: Letsel Informatie Systeem 2004-2013, VeiligheidNL; Registratie vuurwerkongevallen 2013-2021, VeiligheidNL; Krantenknipselregistratie 2003-2021, VeiligheidNL

Rapport 889

Ongevallen met vuurwerk

Tabel 5.2b

19

Percentage HAP-behandelingen ten gevolge van ongevallen met vuurwerk op 31 december en 1 januari, naar datum binnenkomst en jaarwisseling

Datum binnenkomst

18-19 %

19-20 %

20-21 %

31/12

33

25

38

01/01

66

68

52

Onbekend

1

6

10

n-getal Totaal %

100

100

82 100

Tabel 5.3a

SEH-behandelingen ten gevolge van ongevallen met vuurwerk op 31 december en 1 januari, naar leeftijdscategorie en jaarwisseling

Leeftijdscategorie

10-11

11-12

12-13

13-14

14-15

15-16

16-17

17-18

18-19

19-20

20-21

%

%

%

%

%

%

%

%

%

%

%

0-9 jaar

14

5

8

7

12

9

12

11

9

13

10

10-19 jaar

35

36

18

38

33

45

24

41

41

35

41

19

15

8

21

22

28

22

16

16

20

10-14 jaar

16

22

11

17

12

17

19

25

19

20

20-29 jaar

23

20

28

23

27

21

30

19

24

27

19

30-39 jaar

10

16

16

11

12

13

15

13

13

11

13

40-49 jaar

11

14

20

14

13

2

6

9

8

7

13

50-59 jaar

5

5

8

4

3

9

12

3

2

6

1

60 jaar en ouder

1

1

3

3

1

2

4

3

1

3

15-19 jaar

Onbekend

1

Totaal %

Tabel 5.3b

100

100

<1 100

100

100

100

100

100

1 100

100

100

HAP-behandelingen ten gevolge van ongevallen met vuurwerk op 31 december en 1 januari, naar leeftijdscategorie en jaarwisseling

Leeftijdscategorie

18-19

19-20

20-21

%

%

%

0-9 jaar

21

18

26

10-19 jaar

37

32

48

10-14 jaar

21

17

32

15-19 jaar

16

15

16

20-29 jaar

14

21

10

30-39 jaar

8

13

10

40-49 jaar

9

9

5

50-59 jaar

7

5

2

60 jaar en ouder

4

2

Onbekend

1

1

Totaal %

100

100

Rapport 889

100

Ongevallen met vuurwerk

Tabel 5.4a

20

SEH-behandelingen ten gevolge van ongevallen met vuurwerk op 31 december en 1 januari, naar geslacht en jaarwisseling

Geslacht

10-11 %

11-12 %

12-13 %

13-14 %

14-15 %

15-16 %

16-17 %

17-18 %

18-19 %

19-20 %

20-21 %

Man Vrouw Onbekend

85 15

82 18

89 11

83 13 4

86 14

83 17

76 24

84 16 <1

82 18

85 15

88 10 1

Totaal %

100

100

100

100

100

100

100

100

100

100

100

Tabel 5.4b

HAP-behandelingen ten gevolge van ongevallen met vuurwerk op 31 december en 1 januari, naar geslacht en jaarwisseling

Geslacht

18-19 %

19-20 %

20-21 %

Man Vrouw Onbekend

74 25 1

73 25 2

77 23

Totaal %

100

100

100

Tabel 5.5a

SEH-behandelingen ten gevolge van ongevallen met vuurwerk op 31 december en 1 januari, naar zelf afgestoken of omstander en jaarwisseling 10-11 %

11-12 %

12-13 %

13-14 %

14-15 %

15-16 %

16-17 %

17-18 %

18-19 %

19-20 %

20-21 %

Zelf afgestoken

52

39

61

63

50

49

39

52

50

56

62

Omstander

38

46

28

31

50

45

61

41

37

35

30

Onbekend

10

15

11

6

0

6

0

6

13

9

7

Totaal %

100

100

100

100

100

100

100

100

100

100

100

Tabel 5.5b

HAP-behandelingen ten gevolge van ongevallen met vuurwerk op 31 december en 1 januari, naar zelf afgestoken of omstander en jaarwisseling 18-19 %

19-20 %

20-21 %

Zelf afgestoken

38

33

46

Omstander

58

61

51

Onbekend

4

6

2

Totaal %

100

100

100

Rapport 889

Ongevallen met vuurwerk

Tabel 5.6a

21

SEH-behandelingen ten gevolge van ongevallen met vuurwerk op 31 december en 1 januari, naar legaal/illegaal vuurwerk en jaarwisseling 10-11 11-12 12-13 13-14 14-15 15-16 16-17 17-18 18-19 19-20 20-21 % % % % % % % % % % %

Illegaal vuurwerk

21

24

26

23

281

191

(waarschijnlijk) Legaal vuurwerk Herkomst vuurwerk onbekend Totaal

181

181

24

19

*

47

35

37

56

45

33

43

37

21

27

58

55

65

64

74

*

23

27

16

12

7

*

100

100

100

100

100

100

100

100

100

100

*

* Vanwege het vuurwerkverbod tijdens de jaarwisseling 2020-2021 afwijkende definitie van ‘illegaal’

Tabel 5.6b

HAP-behandelingen ten gevolge van ongevallen met vuurwerk op 31 december en 1 januari, naar legaal/illegaal vuurwerk en jaarwisseling 18-19 %

19-20 %

20-21 %

Illegaal vuurwerk

11

14

*

(waarschijnlijk) Legaal vuurwerk

80

70

*

Herkomst vuurwerk onbekend

9

16

*

100

100

*

Totaal

* Vanwege het vuurwerkverbod tijdens de jaarwisseling 2020-2021 afwijkende definitie van ‘illegaal’

Tabel 5.7a

SEH-behandelingen ten gevolge van ongevallen met vuurwerk op 31 december en 1 januari, naar knalvuurwerk of siervuurwerk en jaarwisseling 10-11 %

11-12 %

12-13 %

13-14 %

14-15 %

15-16 %

16-17 %

17-18 %

Knalvuurwerk

38

32

33

51

41

49

39

40

44

46

61

Siervuurwerk

43

44

49

41

42

28

49

46

41

46

36

Onbekend

20

24

19

8

17

23

12

15

15

8

3

Totaal %

100

100

100

100

100

100

100

100

100

100

100

Tabel 5.7b

18-19 19-20 20-21 % % %

HAP-behandelingen ten gevolge van ongevallen met vuurwerk op 31 december en 1 januari, naar knalvuurwerk of siervuurwerk en jaarwisseling 18-19 %

19-20 %

20-21 %

Knalvuurwerk

34

35

45

Siervuurwerk

58

55

43

Onbekend

8

10

12

Totaal %

100

100

100

Rapport 889

Ongevallen met vuurwerk

Tabel 5.8a

22

SEH-behandelingen ten gevolge van ongevallen met vuurwerk op 31 december en 1 januari, naar type letsel 13-14 %

14-15 %

15-16 %

16-17 %

17-18 %

18-19 %

19-20 %

20-21 %

Brandwonden

35

22

26

30

36

33

31

26

Open wond

13

17

15

6

13

13

6

9

Oppervlakkig letsel

8

10

9

18

7

5

4

4

Oogletsel

23

24

23

36

27

27

30

17

Overig/onbekend

21

27

28

10

17

21

29

43

100

100

100

100

100

100

100

100

Totaal %

Tabel 5.8b

HAP-behandelingen ten gevolge van ongevallen met vuurwerk op 31 december en 1 januari, naar type letsel 18-19 %

19-20 %

20-21 %

Brandwonden

48

48

54

Open wond

6

10

5

Oppervlakkig letsel

7

10

7

Oogletsel

25

23

11

Overig/onbekend

14

10

23

Totaal %

100

100

100

Rapport 889

Ongevallen met vuurwerk

Tabel 5.9a

23

SEH-behandelingen ten gevolge van ongevallen met vuurwerk, naar getroffen lichaamsdeel en jaarwisseling

Getroffen lichaamsdeel

10-11 %

11-12 %

12-13 %

13-14 %

14-15 %

15-16 %

16-17 %

17-18 %

Hoofd

56

61

58

Oog

29

31

29

Aangezicht

16

23

Oor

6

4

18-19 %

19-20 %

20-21 %

45

41

47

64

56

53

51

51

23

24

23

36

27

27

30

17

25

23

9

*

*

*

*

*

*

1

-

1

-

6

4

1

2

9

Hoofd overig

4

3

3

-

6

19

21

25

25

19

25

Arm

27

30

30

42

40

38

30

29

33

27

39

Hand

14

16

16

10

17

19

6

15

15

15

9

Vingers

10

11

8

28

21

19

18

10

17

9

13

Arm overig

3

3

7

4

3

-

6

4

2

3

7

Been

11

4

4

6

4

6

-

5

7

3

4

Overig

6

5

8

7

15

11

6

7

7

19

6

Totaal %

100

100

100

100

100

100

100

100

100

100

100

*Letsel aan aangezicht is vanaf 2015-2016 niet meer apart geregistreerd, aangezicht is als ‘hoofd, overig’ gecodeerd.

Tabel 5.9b

HAP-behandelingen ten gevolge van ongevallen met vuurwerk, naar getroffen lichaamsdeel en jaarwisseling

Getroffen lichaamsdeel

18-19 %

19-20 %

20-21 %

Hoofd

55

51

27

Oog

25

23

11

Oor

11

8

7

Hoofd overig

20

20

9

Arm

30

26

39

Hand

18

12

20

Vingers

10

12

13

Arm overig

3

2

6

Been

10

12

16

Overig

6

10

7

Totaal %

100

100

100

Rapport 889

Ongevallen met vuurwerk

Tabel 5.10

24

SEH-behandelingen ten gevolge van ongevallen met vuurwerk op 31 december en 1 januari, naar (vervolg)behandeling en jaarwisseling

(Vervolg)behandeling Behandeld en ontslagen

10-11 11-12 12-13 13-14 14-15 15-16 16-17 17-18 18-19 19-20 20-21 % % % % % % % % % % % 9

20

16

20

22

17

21

20

25

23

9

Behandeld en controle huisarts

14

8

5

10

17

-

3

3

4

4

7

Behandeld en controle SEH/polikliniek

57

46

50

54

29

43

45

44

44

43

41

Ziekenhuisopname

16

14

17

16

26

15

12

Overplaatsing ander ziekenhuis Doorverwezen naar de oogarts

7

13

11

25

8

2

6

1

12

*

*

*

*

13

18

16

Overig

3

3

4

-

5

*

*

*

Onbekend

1

9

8

1

1

13*

18

18

13

13

17

Totaal %

100

100

100

100

100

**

**

**

**

**

**

* Vanaf 2015-2016 zijn voor doorverwijzing overig en onbekend samengevoegd ** Percentages tellen niet op tot 100 procent, patiënt kan naar oogarts en andere behandelaar zijn doorverwezen

Rapport 889

Ongevallen met vuurwerk

6 6.1

25

Verantwoording

Inleiding Registratie van vuurwerkletsels op de SEH-afdeling en de huisartsenpost gebeurt in opdracht van het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat. Monitoring van vuurwerkletsels draagt bij aan een onderbouwde visie op de problematiek en toekomstig beleid. In het tweede kwartaal van 2021 verschijnt in aanvulling op dit onderzoek de rapportage van een verdiepend onderzoek met uitgebreidere data over vuurwerkletsels, waarbij primair de relatie tussen type vuurwerk en soort letsel wordt geanalyseerd, naast een analyse van mogelijke oorzaken van vuurwerkongevallen. Omdat op basis van verdiepende analyse van de toedrachten in een enkel geval besloten kan worden een ongeval toe te wijzen aan een ander type vuurwerk kan het voorkomen dat de percentages in deze rapportage op een enkele plek niet precies gelijk zijn aan die in de nog volgende rapportage. De cijfers in die latere onderzoeksrapportage zullen leidend zijn. Deze rapportage is gebaseerd op toedrachts- en diagnose-informatie zoals die is aangeleverd door artsen en medisch personeel op SEH-afdelingen en huisartsenposten, op basis van informatie die verstrekt is door de slachtoffers.

6.2

SEH-behandelingen

6.2.1 Registratie van vuurwerkongevallen Voor het analyseren van de vuurwerkongevallen rond de jaarwisseling waarvoor slachtoffers zijn behandeld op de SEH-afdeling is gebruik gemaakt van informatie die verzameld is door VeiligheidNL in samenwerking met de Nederlandse Vereniging van Spoedeisende Hulp Artsen (NVSHA) en de Nederlandse Vereniging voor Traumachirurgie (NVT) op SEH-afdelingen van Nederlandse ziekenhuizen. Dit jaar hebben 59 SEH-afdelingen uitgebreide - anonieme - gegevens over de toedracht van het ongeval, diagnose- en ontslaggegevens en informatie over het soort vuurwerk geregistreerd. Naast (anonieme) persoonsgegevens en gegevens over het opgelopen letsel en de behandeling, is naar de volgende kenmerken van de ongevallen gevraagd.

• Werd het letsel veroorzaakt door illegaal vuurwerk? • Werd het letsel veroorzaakt door knalvuurwerk of door siervuurwerk? • Werd het letsel veroorzaakt door vuurwerk van een ander of was het vuurwerk door het slachtoffer afgestoken? • Droeg het slachtoffer een vuurwerkbril? • Wat was het specifieke type vuurwerk dat betrokken was bij het ongeval? • Was er voorafgaand aan het ongeval sprake van overmatig alcoholgebruik? • Wat was de inschatting van de ernst van het letsel (licht/matig/ernstig)? De overige 27 SEH-afdelingen hebben op verzoek van VeiligheidNL het totaal aan vuurwerkletsels op 31 december en 1 januari op de SEH-afdeling vastgesteld en gemeld. Het totaal aan vuurwerkslachtoffers in deze rapportage is het resultaat van de registratie van het aantal slachtoffers op alle SEH-afdelingen in het land. De verdiepende analyses (percentages) zijn uitgevoerd op gegevens van 69

Rapport 889

Ongevallen met vuurwerk

26

vuurwerkslachtoffers van de 59 SEH-afdelingen (zie tabel 6.1) die uitgebreidere informatie aanleverden. 6.2.2 Ernst van het letsel Ernstig letsel is geclassificeerd als blijvend letsel (littekens/functieverlies), visusverlies, ernstige brandwonden, (open) fracturen waarvoor operatie noodzakelijk was, amputaties of intra thoracaal/abdominaal letsel. Letsels van matige ernst zijn bijvoorbeeld 2e graads brandwonden, diepe laceraties die gehecht moesten worden, fracturen waarvoor gips moest worden aangebracht of corona erosies. Onder lichte letsels zijn letsels geclassificeerd die eenmalig zijn behandeld op de SEH, naar verwachting een kortdurende genezingsperiode nodig hebben en geen blijvende schade achterlaten Voorbeelden van licht letsel zijn roet in het oog, 1e graads brandwonden of kleine laceraties. De letselsernst is op de SEH-afdeling beoordeeld en geregistreerd door de behandelend arts.

6.3

Dodelijke slachtoffers In de Krantenknipselregistratie van VeiligheidNL is naar informatie gezocht over dodelijke slachtoffers na een vuurwerkongeval. De krantenberichten zijn afkomstig uit de landelijke en regionale dagbladen. Dodelijke ongevallen door vuurwerk zijn in deze rapportage niet beperkt tot 31 december en 1 januari, maar betreffen een ruimere periode rond de jaarwisseling.

6.4 Kosten van vuurwerkongevallen VeiligheidNL heeft, in samenwerking met het Erasmus Medisch Centrum Rotterdam (Afdeling Maatschappelijke Gezondheidszorg), een rekenmodel (Letsellastmodel) ontwikkeld dat onder meer bestaat uit een zorgmodel en een verzuimmodel. Met behulp van het zorgmodel worden de directe medische kosten per slachtoffer dat op een SEH-afdeling wordt behandeld of wordt opgenomen in een ziekenhuis geschat. Bij directe medische kosten kan bijvoorbeeld gedacht worden aan kosten van ambulance-spoedvervoer, spoedeisende hulp, overige poliklinische hulp, ziekenhuisverpleging (zowel initieel als heropnamen) en nazorg door de huisarts. Met behulp van het verzuimmodel worden de gemiddelde verzuimduur in werkdagen en de indirecte kosten ten gevolge van het verzuim per slachtoffer dat op een SEH-afdeling wordt behandeld of wordt opgenomen in een ziekenhuis geschat. De benodigde informatie om het Letsellastmodel te ontwikkelen is afkomstig uit het Letsel Informatie Systeem, standaard zorgregistraties zoals onder meer de Landelijke Basisregistratie Ziekenhuiszorg, een aanvullend enquêteonderzoek onder een steekproef van LIS-patiënten, en uit bronnen met kostprijsinformatie.

Om tot een betrouwbare schatting van de medische en verzuimkosten door vuurwerkongevallen te komen betreffen de analyses in het Letsellastmodel jaarlijks gemiddelde kosten over de laatste vijf jaarwisselingen. Deze gemiddelde kosten per vuurwerkletsel worden geprojecteerd op het daadwerkelijk aantal geregistreerde slachtoffers tijdens de meest recente jaarwisseling. Verzuimkosten worden alleen berekend voor personen van 15-64 jaar.

Rapport 889

Ongevallen met vuurwerk

6.5

27

Behandelingen op de huisartsenpost

6.5.1 Registratie van vuurwerkongevallen Voor het analyseren van de vuurwerkongevallen rond de jaarwisseling waarvoor slachtoffers zijn behandeld op de huisartsenpost is gebruik gemaakt van informatie die verzameld is door VeiligheidNL in samenwerking met InEen, vereniging van organisaties voor eerstelijnszorg, op 93 huisartsenposten (zie tabel 6.2). In deze registratie is bijgehouden of slachtoffers voor of na het bezoek aan de huisartsenpost bij de SEH zijn geweest. Deze slachtoffers zijn al meegeteld in het totaal aantal SEH-behandelingen en geëxcludeerd in het aantal behandelingen op de huisartsenpost. Dit jaar hebben 45 huisartsenposten uitgebreide - anonieme - gegevens over de toedracht van het ongeval, diagnose- en ontslaggegevens en informatie over het soort vuurwerk geregistreerd. Naast (anonieme) persoonsgegevens en gegevens over het opgelopen letsel en de behandeling, is naar de volgende kenmerken van de ongevallen gevraagd.

• Werd het letsel veroorzaakt door illegaal vuurwerk? • Werd het letsel veroorzaakt door knalvuurwerk of door siervuurwerk? • Werd het letsel veroorzaakt door vuurwerk van een ander of was het vuurwerk door het slachtoffer afgestoken? • Droeg het slachtoffer een vuurwerkbril? • Wat was het specifieke soort vuurwerk dat betrokken was bij het ongeval? • Was er voorafgaand aan het ongeval sprake van overmatig alcoholgebruik? De verdiepende analyses (percentages) zijn uitgevoerd op gegevens van 81 vuurwerkslachtoffers van de 45 huisartsenposten (zie tabel 6.2) die uitgebreidere informatie aanleverden. 6.5.2 Landelijke schatting Het totaal aantal patiënten dat in heel Nederland tijdens de jaarwisseling 2020-2021 op een huisartsenpost behandeld is voor vuurwerkletsel (exclusief personen die daarvoor of daarna op een SEH-afdeling zijn geweest) is geschat op basis van het aantal geregistreerde patiënten op de HAP vermenigvuldigd met een ophoogfactor. De ophoogfactor is gebaseerd op het totale verzorgingsgebied van de huisartsenposten die vuurwerkletsel hebben geregistreerd. Dit waren 93 HAP, die met een totaal verzorgingsgebied van +/- 14,4 miljoen inwoners ruim 80 procent van de Nederlandse bevolking omvatten.

De ophoogfactor om tot een totaalschatting te komen is als volgt berekend: Aantal personen in de Nederlandse bevolking (17,469.635) / Aantal personen in het verzorgingsgebied van de huisartsenposten die vuurwerkslachtoffers geregistreerd hebben (14.403.792) = 1,21 Op basis van 226 geregistreerde behandelingen in 93 HAP is met deze ophoogfactor het totaal aantal HAP-behandelingen wegens vuurwerkletsel geschat op (afgerond) 275.

Rapport 889

Ongevallen met vuurwerk

6.6

28

Deelnemende SEH-afdelingen en huisartsenposten Aan de registratie van vuurwerkongevallen hebben tijdens de jaarwisseling 20202021 onderstaande SEH-afdelingen en huisartsenposten deelgenomen. De schuingedrukte ziekenhuizen en huisartsenposten in tabel 6.1 en 6.2 hebben naast de telling van het aantal vuurwerkslachtoffers ook gedetailleerde informatie per case vastgelegd.

Tabel 6.1

SEH-afdelingen*

Ziekenhuis

Plaats

Noordwestgroep Alkmaar Ziekenhuisgroep Twente Flevoziekenhuis Meander Medisch Centrum Ziekenhuis Amstelland BovenIJ ziekenhuis Amsterdam UMC - locatie Vumc Amsterdam UMC - locatie AMC OLVG Oost en West Gelre Apeldoorn Rijnstate Wilhelmina Ziekenhuis Assen Bravis ziekenhuis Bergen op Zoom Maasziekenhuis Pantein Rode Kruis Ziekenhuis Tergooi Blaricum Amphia IJsselland Ziekenhuis RDGG HMC Westeinde HagaZiekenhuis Noord west ziekenhuis Deventer Ziekenhuis Van Weel Bethesda Ziekenhuis Slingeland Ziekenhuis Albert Schweitzer Ziekenhuis Ziekenhuis Nij Smellinghe Gelderse Vallei Catharina Ziekenhuis Antonius Ziekenhuis Emmeloord Treant - locatie Scheper Treant Zorggroep locatie Refaja Treant Basisspoedpost Hoogeveen Medisch Spectrum Twente (MST) St. Anna Ziekenhuis ADRZ Rivas Beatrixziekenhuis

Alkmaar Almelo Almere Amersfoort

Rapport 889

Amstelveen Amsterdam Amsterdam Amsterdam Amsterdam Apeldoorn Arnhem Assen Bergen op Zoom Beugen Beverwijk Blaricum Breda Capelle aan den IJssel Delft Den Haag Den Haag Den Helder Deventer Dirksland Doetinchem Dordrecht Drachten Ede Eindhoven Emmeloord Emmen Emmen Emmen Enschede Geldrop Goes Gorinchem

Ongevallen met vuurwerk

Groene Hart Ziekenhuis Martini Ziekenhuis UMCG Spaarne Gasthuis Haarlem Noord Spaarne Gasthuis Haarlem Zuid Saxenburgh Medisch Centrum st Jansdal Tjongerschans Zuyderland MC Elkerliek ziekenhuis Tergooi, Hilversum Spaarne Gasthuis Dijklander Ziekenhuis Hoorn Medisch Centrum Leeuwarden LUMC Alrijne Maastricht UMC+ Isala Diaconessenhuis St. Antonius Ziekenhuis Canisius-Wilhelmina Ziekenhuis Radboudumc Dijklander Ziekenhuis Laurentius Ziekenhuis Bravis ziekenhuis Roosendaal Ikazia Fransiscus Gasthuis Maasstad Ziekenhuis Erasmus MC Het Oogziekenhuis Rotterdam Jeroen Bosch Ziekenhuis OZG Franciscus Vlietland Zuyderland MC Antonius Ziekenhuis ZorgSaam Ziekenhuis Rivierenland Elisabeth-TweeSteden Ziekenhuis Locactie ETZ Elisabeth Bernhoven St. Antonius Ziekenhuis UMC Utrecht Diakonessenhuis Maxima Medisch Centrum VieCuri SJG SKB Zaans Medisch Centrum LangeLand Ziekenhuis Rapport 889

Gouda Groningen Groningen Haarlem Haarlem Hardenberg Harderwijk Heerenveen Heerlen Helmond Hilversum Hoofddorp Hoorn Leeuwarden Leiden Leiderdorp Maastricht Meppel Nieuwegein Nijmegen Nijmegen Purmerend Roermond Roosendaal Rotterdam Rotterdam Rotterdam Rotterdam Rotterdam s Hertogenbosch Scheemda Schiedam Sittard Sneek Terneuzen Tiel Tilburg Uden Utrecht Utrecht Utrecht Veldhoven Venlo Weert Winterswijk Zaandam Zoetermeer

29

Ongevallen met vuurwerk

Gelre Zutphen Isala ziekenhuis

Zutphen Zwolle

*de schuingedrukte SEH-afdelingen hebben gedetailleerde informatie aangeleverd

Tabel 6.2

Huisartsenposten*

Huisartsenpost

Huisarstenpost Alkmaar Centrale Huisartsenpost Almelo Huisartsenpost Amersfoort Huisartsenpost Amstelland Huisartsenpost Amsterdam Zuidoost Huisartsenpost Amsterdam Zuid Huisartsenpost Amsterdam Centrum Oost Huisartsenpost Amsterdam Noord Huisartsenpost Amsterdam West Huisartsenpost regio Apeldoorn Huisartsenpost Arnhem-Noord Huisartsenpost Arnhem Zuid Huisartsenpost Bergen op Zoom Huisartsenpost Boxmeer Spoedpost Blaricum Huisartsenpost Breda Huisartsenpost IJsselland Huisartsenpost Delft Huisartsenspoedpost Delfzijl Hadoks acute Zorg BV Hadoks acute Zorg BV Hadoks acute Zorg BV Huisartsenpost Den Helder Huisartsenpost Oude IJssel Voor Spoed Huisartsenpost Dokkum Regionale Huisartsenpost Drechtsteden Huisartsenpost Drachten HAP De Gelderse Vallei Huisartsenpost Eindhoven Huisartsenpost Emmeloord Huisartsenpost Enschede Huisartsepost Etten-Leur Huisartsenpost Geldrop Zeeuwse huisartsen coöperatie Huisartsenpost Midden-Holland Huisartsenspoedpost Groningen Spoedpost Haarlem Zuid Spoedpost Haarlem Noord Huisartsenpost Hardenberg Huisartsenpost Medicamus Huisartsenpost Heerenveen Rapport 889

30

Ongevallen met vuurwerk

Huisartsenpost Oostelijk Zuid-Limburg Huisartsenpost Helmond Huisartsenpost Hengelo Huisartsenpost Haarlemmermeer Huisartsenpost West-Friesland Huisartsenspoedpost Leek Huisartsenpost Leeuwarden Huisartsenpost Lelystad Huisartsenpost Maastricht Huisartsenpost Westland Huisartsenpost Nieuwegein Huisartsenpost Nijmegen Huisartsenpost locatie Oostburg Huisartsenpost Oosterhout Huisartsenpost Oss Huisartsenpost Purmerend Spoedpost Roermond Huisartsenpost Roosendaal Huisartsenpost Rotterdam Noord Huisartsenpost Rotterdam Zuid Huisartsenpost EMC Huisartsenpost Schagen Huisartsenspoedpost Scheemda Huisartsenpost Schiedam Huisartsenpost 's Hertogenbosch Spoedpost Westelijke Mijnstreek Sittard/Geleen Huisartsenpost Sneek Huisartsenpost Spijkenisse Huisartsenspoedpost Stadskanaal Huisartsenpost locatie Terneuzen Huisartsenpost Texel Huisartsenpost Tiel Huisartsenpost Tilburg Spoedpost Uden Huisartsenpost Utrecht Stad SpoedzorgNU Huisartsenpost Veldhoven Huiartsenpost Venlo Huisartsenpost Venray Zeeuwse huisartsen coöperatie Huisartenpost Duin- en Bollenstreek Huisartenpost Waalwijk Spoedpost Weert Huisartsenpost Oost-Achterhoek Huisartsenpost Zaandam Huisartsenpost Zaltbommel Huisartsenpost Zeist Rapport 889

31

Ongevallen met vuurwerk

Huisartsenpost Zevenaar Zeeuwse huisartsen coöperatie Huisartsenpost Zoetermeer Huisartsenpost Zutphen Huisartsenpost Zwolle *de schuingedrukte huisartsenposten hebben gedetailleerde informatie aangeleverd

Rapport 889

32

Over VeiligheidNL VeiligheidNL is hét kenniscentrum voor letselpreventie. Wij zetten ons in om het leven van mensen veilig(er) te maken door veilig gedrag in een veilige omgeving te stimuleren. Veiligheid is niet vanzelfsprekend. Het is het resultaat van onderzoek, van wetenschap, van interventies, van gedrag. Wij richten ons op de meest voorkomende en meest ernstige letsels, waar preventie belangrijk én mogelijk is. Dit doen we vanuit de thema’s Kinderveiligheid, Valpreventie, Gezond gehoor, Sportblessurepreventie en Verkeersveiligheid. We werken in een doelgerichte cyclus aan onderzoek, strategie- en interventieontwikkeling, implementatie en evaluatie. Relevante kennis en inzichten zetten wij om in hoogwaardige gedragsinterventies en slimme veiligheidsoplossingen en we verbinden wetenschappelijke inzichten met de dagelijkse praktijk. En, dat doen we niet alleen. We werken samen met partners en professionals en samen strijden we voor maximale impact. Voor de monitoring van letsels werken we met ons eigen Letsel Informatie Systeem (LIS). Een uniek systeem dat letsels registreert bij een representatieve steekproef van Spoedeisende Hulpafdelingen van ziekenhuizen in Nederland. Veiligheid is niet per ongeluk.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/9921544/1